Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:2147

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
05-03-2018
Datum publicatie
14-05-2018
Zaaknummer
6448484 \ CV EXPL 17-14011 \ 693 \ 35147
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Kanton. Europese procedure voor geringe vorderingen. Nakoming toezegging. Conversie onnauwkeurige ingebrekestelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/376
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 6448484 \ CV EXPL 17-14011 \ 693 \ 35147

uitspraak van 5 maart 2018

beschikking op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007

in de zaak van

1.

[verzoeker 1]

[woonplaats]

gemachtigde EUClaim B.V.

2.

[verzoeker 2]

[woonplaats]

gemachtigde EUClaim B.V.

3.

[verzoeker 3]

[woonplaats]

gemachtigde EUClaim B.V.

verzoekende partijen

en

de rechtspersoon naar Iers recht Ryanair Ltd.

gevestigd te Swords, Co Dublin, Ierland

verwerende partij

gemachtigde mr. A.C.J. Houwers

Partijen sub 1, 2 en 3 worden hierna [verzoeker 1], [verzoeker 2] respectievelijk [verzoeker 3] genoemd en gezamenlijk [Verzoekers]. Verweerder wordt Ryanair genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de tussenbeschikking van 24 januari 2018 en de daarin genoemde processtukken;

- de brief van Ryanair van 29 januari 2018;

- de brief van [Verzoekers] van 30 januari 2018.

2 De verdere beoordeling van het geschil

2.1.

Wat in het tussenvonnis van 6 december 2017 is overwogen, dient als hier overgenomen te worden beschouwd.

2.2.

Partijen hebben naar aanleiding van de tussenbeschikking van 24 januari 2018 aangegeven geen verwijzing van het onderhavige geschil te wensen, reden waarom de kantonrechter de vorderingen van [Verzoekers] thans inhoudelijk zal beoordelen.

2.3.

Partijen verschillen van mening over de vraag of Ryanair de door [Verzoekers] gevorderde bedragen verschuldigd is. Omdat partijen (stilzwijgend) hebben gekozen voor toepasselijkheid van het Nederlandse recht, zal de kantonrechter naar Nederlands recht beoordelen of de vorderingen van [Verzoekers] toegewezen kunnen worden.

2.4.

Hoewel Ryanair verschuldigdheid van de door [Verzoekers] gevorderde financiële compensatie aanvankelijk heeft afgewezen, heeft zij bij brief van 7 juli 2016 onder meer het volgende bericht aan [verzoeker 3]:

“Following a review of your claim, we are pleased to confirm that a bank transfer in the amount of 750.00 EUR (250.00 EUR per passenger) has been authorized by Ryanair. In order to do so we kindly request that you forward us your following details (…).

On receipt of the same, we will endeavour to process your claim without delay.”

2.5.

Per brief van 21 september 2016 heeft Ryanair aan [verzoeker 3] onder meer bevestigd:

“We conform that the EU 261 compensation will be paid [verzoeker 3] in final settlement of this claim. However, we are still waiting on him to provide his own personal bank details. (…)”

2.6.

Per brief van 4 oktober 2016 heeft Ryanair aan [verzoeker 3] onder meer geschreven:

“Please be advised that in order to process the payment of this claim we will need the personal bank details of one of the passengers in this claim. (…)”

2.7.

De kantonrechter oordeelt dat, gelet op bovenstaande bevestigingen, Ryanair verschuldigdheid van de door [Verzoekers] gevorderde bedragen heeft erkend, althans, in ieder geval heeft toegezegd deze bedragen aan [Verzoekers] te zullen betalen. Daarmee is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen ex art. 6:217 BW inhoudende de betaling door Ryanair van de door [Verzoekers] gevorderde bedragen.

2.8.

Ryanair heeft aangevoerd dat zij desbetreffende vergoedingen niet verschuldigd is omdat sprake was van een annulering als gevolg van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen kon worden. Dit verweer gaat er evenwel aan voorbij dat Ryanair reeds meermaals heeft toegezegd de gevorderde bedragen te zullen betalen. Dat Ryanair achteraf meent de vergoeding (toch) niet verschuldigd te zijn, maakt niet dat zij haar toezeggingen jegens [Verzoekers] niet na hoeft te komen. Partijen hadden immers reeds overeenstemming bereikt dat Ryanair de bedragen aan [Verzoekers] zou voldoen, althans [Verzoekers] mocht er, zeker nu de toezeggingen zijn gedaan naar aanleiding van een ‘review’ door Ryanair van de vorderingen, dat zou worden betaald ‘in final settlement’ van de kwestie en Ryanair daarna bovendien meermaals heeft verzocht om betalingsgegevens, gerechtvaardigd op vertrouwen dat Ryanair zou overgaan tot betaling. Ryanair dient haar toezeggingen aan [Verzoekers] na te komen; de vordering van [Verzoekers] tot betaling van € 750,00 zal daarom worden toegewezen.

2.9.

[Verzoekers] vordert vergoeding van de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2015, zijnde de datum waarop de vertraging zich heeft voorgedaan. Nu [Verzoekers] echter haar vordering heeft gebaseerd op nakoming van de overeenkomst c.s. toezegging van 7 juli 2016, geldt dat wettelijke rente verschuldigd is vanaf het moment dat Ryanair in verzuim is komen te verkeren met het voldoen aan deze toezegging. Voor verzuim is in dit geval een ingebrekestelling vereist met een redelijke termijn tot nakoming. De redelijke termijn dient daarbij een duidelijke of nauwkeurige termijn te zijn. De ingebrekestelling van [Verzoekers] van 6 december 2016 bevat een onnauwkeurige termijn, nu daarin slechts wordt verzocht om ‘zo spoedig mogelijk’ te betalen. Doorgaans heeft een dergelijke ingebrekestelling geen gevolg. Gelet evenwel op het feit dat Ryanair zelf vanaf 7 juli 2016 meermaals heeft aangegeven op korte termijn over te zullen gaan tot betaling na ontvangst van de betalingsgegevens, oordeelt de kantonrechter dat Ryanair de brief van 6 december 2016 redelijkerwijs niet anders heeft kunnen opvatten dan als ingebrekestelling en dat [Verzoekers] onmiddellijke nakoming vorderde. Nu het voorts een verzuim betrof dat eenvoudig en snel hersteld had kunnen worden, namelijk door het toegezegde bedrag alsnog over te maken, acht de kantonrechter het redelijk dat de onnauwkeurige termijn wordt geconverteerd naar een termijn van één week waarop had moeten worden betaald, te weten uiterlijk op 13 december 2016. Ryanair is, bij gebreke aan betaling, in verzuim komen te verkeren op 14 december 2016. De wettelijke rente over de hoofdsom zal daarom worden toegewezen vanaf 14 december 2016 tot aan de dag der algehele betaling.

2.10.

[Verzoekers] vordert vergoeding van de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van
€ 181,50 op grond van Rapport Voorwerk II, dan wel, subsidiair, ter hoogte van € 136,12 op grond van het Besluit voor vergoeding buitengerechtelijke kosten (hierna: het ‘Besluit’). De kantonrechter stelt vast dat, nu Ryanair in verzuim is gekomen op of na 1 juli 2012 en sprake is van een verbintenis uit overeenkomst tot betaling van een geldsom, het Besluit van toepassing is. [Verzoekers] heeft voorts voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, zodat een vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar is.

2.11.

Ryanair heeft nog aangevoerd dat er geen buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, omdat door de gemachtigde van [Verzoekers] slechts één geautomatiseerde sommatiebrief aan haar zou zijn verstuurd. Gelet op de door [Verzoekers] overgelegde correspondentie tussen de gemachtigde van [Verzoekers] en Ryanair (waarnaar Ryanair zelf in haar stuk ten dele ook verwijst) en aanmaningen aan Ryanair, oordeelt de kantonrechter dat Ryanair deze stelling onvoldoende heeft onderbouwd, daarom zal zij deze passeren. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ad € 136,12 (te weten € 112,50 inclusief 21% btw) zullen, nu dit bedrag overeenkomt met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit en die redelijk worden geacht, worden toegewezen.

2.12.

Ryanair zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten en de nakosten. De gevorderde nakosten zullen worden begroot op een bedrag van € 50,00 zijnde een half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de beschikking.

2.13.

[Verzoekers] vordert eveneens vergoeding van de kosten voor vertaling van het verzochte D-formulier als nakosten. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien of en welke kosten uiteindelijk voor vertaling nodig zullen zijn waardoor de kantonrechter naar haar oordeel over onvoldoende gegevens beschikt om op voorhand een separaat bedrag te begroten voor vertaling. Gelet hierop en op de rechtspraak van de Hoge Raad waaruit blijkt dat een proceskostenveroordeling ex art. 237 Rv mede een executoriale titel omvat voor de nakosten (vlg. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116 r.o. 3.5), zal deze vordering worden afgewezen, althans, worden deze kosten vooralsnog geacht te zijn inbegrepen in het reeds begrote forfaitaire tarief van € 50,00 aan nakosten.

2.14.

Het verzoek van [Verzoekers] tot afgifte van een certificaat betreffende een beslissing op grond van de Verordening Geringe Vorderingen (formulier D van bijlage IV van de Verordening Geringe Vorderingen) zal worden toegewezen. Gelet op het feit dat Ryanair een Engelstalige partij is, zal een Engelstalig D-formulier worden afgegeven. Het formulier zal aan deze beschikking worden gehecht.

3 De beslissing

De kantonrechter,

3.1.

veroordeelt Ryanair om aan [Verzoekers] te betalen een bedrag van € 750,00 aan hoofdsom en € 136,12 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 750,00 vanaf 14 december 2016 aan de dag van volledige betaling;

3.2.

veroordeelt Ryanair in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [Verzoekers] begroot op € 223,00 aan griffierecht, € 100,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 50,00 aan kosten die na deze beschikking zullen ontstaan, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de beschikking;

3.3.

verklaart dat een Engelstalig D-formulier aan deze beschikking wordt gehecht;

3.4.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. A.J. Weerkamp-Beens en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2018.