Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:2137

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-05-2018
Datum publicatie
09-05-2018
Zaaknummer
05/840037-18 ontneming
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben van een hennepplantage, harddrugs, en wapens. Daarnaast gevaarzetting door diefstal van elektriciteit en schuldwitwassen. De rechtbank legt een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op met als bijzondere voorwaarden onder meer een drugsverbod en behandeling. Daarnaast moet verdachte in totaal € 10.000 aan de Staat betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/840037-18

Datum zitting : 26 april 2018

Datum uitspraak: 9 mei 2018

tegenspraak

Uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [veroordeelde] (hierna te noemen: veroordeelde),

geboren op : [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] ,

adres : [adres] ,

plaats : [adres] ,

thans gedetineerd in P.I. HvB Grave (Unit A + B) te Grave,

raadsman: mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

1 De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank, conform artikel 36 e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig wordt geschat op € 20.522,62.

2 De procedure

Ter terechtzitting van 26 april 2018 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.

3 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 26 april 2018 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

De officier van justitie, mr. F.E. van der Zee, heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.

Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

4 De beoordeling van de vordering

Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 9 mei 2018 tegen veroordeelde gewezen vonnis.

De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.1

Uit het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel blijkt het volgende.2

Bij de berekening wordt uitgegaan van 1 oogst in beide ruimtes.

Ruimte A:

Opbrengst:

In ruimte A stonden minimaal 119 planten. De opbrengst per plant is 30 gram.

119 x 30 gram = 3,57 kilo hennep

De opbrengst is minimaal € 4.070 per kilo.

3,57 kilo x € 4.070 = € 14.529,90

Kosten:

Afschrijvingskosten € 150,-

Hennepstekken € 453,39

Variabele kosten € 461,72

Totaal: € 1.065,11

Ruimte B:

Opbrengst:

In ruimte B stonden 57 planten. In ruimte E stonden nog 6 potten, die kennelijk uit ruimte B kwamen. Totaal 63 planten. De opbrengst per plant is 30 gram.

63 x 30 gram = 1,89 kilo hennep

De opbrengst is minimaal € 4.070 per kilo.

1,89 kilo x € 4.070 = € 7.692,30

Kosten:

Afschrijvingskosten € 150,-

Hennepstekken € 240,03

Variabele kosten € 244,44

Totaal: € 634,47

Totaal opbrengst minus kosten = € 20.522,62

De verdediging heeft - kort samengevat - het volgende aangevoerd.

Veroordeelde heeft slechts één keer geoogst en de opbrengst van de planten was slecht omdat er toprot in zat. In plaats van na een kweekperiode van 10 weken, heeft veroordeelde de planten na 7 of 8 weken geoogst omdat hij bang was voor brandgevaar in zijn woning. Hierdoor durfde hij niet meer boven te slapen en heeft hij besloten om eerder te oogsten en het volgroeien van de planten niet af te wachten. Veroordeelde heeft de opbrengst verkocht aan de mannen die hem advies over de kwekerij hebben gegeven. Hij zou er € 3.000,- voor krijgen maar heeft slechts € 2.700,- gekregen. Hij heeft van dezelfde mannen geld geleend om de begrafenis van zijn oom te kunnen betalen en gaat ervan uit dat zijn schuld nu is afgelost

Hieromtrent overweegt de rechtbank als volgt.

Veroordeelde heeft verklaard dat hij € 2.700,- heeft gekregen voor de oogst. Hij heeft eerder geld betaald aan bovenbedoelde mannen voor de stroomvoorziening in de hennepkwekerij die zij hebben aangelegd en voor het advies dat hij bij hen heeft ingewonnen omtrent het telen van zijn hennepplanten. Veroordeelde heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ervan uitgaat dat de schuld die hij bij deze mannen had opgebouwd, nu heeft afgelost.

De rechtbank, gebruik makend van zijn schattingsbevoegdheid, schat dat de oogst van de hennepplanten veroordeelde € 10.000,- heeft opgebracht, waarvan hij € 2.700,- contant heeft ontvangen. Het resterende bedrag is verrekend met de schuld die veroordeelde had en die hem, naar zijn verwachting is kwijtgescholden door de mannen die de hennepplantage hebben gefaciliteerd.

Van deze € 10.000 zal de rechtbank € 2.700,- aftrekken dat in de strafzaak tegen veroordeelde is verbeurdverklaard.

De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, vaststellen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op € 7.300,-.

5 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

6 De beslissing

Stelt vast het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 7.300,- (zegge: zevenduizenddriehonderd euro).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 7.300,- (zegge:

zevenduizenddriehonderd euro).

Aldus gegeven door mr. J.M. Klep (voorzitter), mr. R.G.J. Welbergen en mr. E. Stevens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Berk, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 mei 2018.

Mr. Klep en de griffier zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 1] en
[verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018056975Z, gesloten op 10 februari 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel pag. 54-64.