Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:2106

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-04-2018
Datum publicatie
15-05-2018
Zaaknummer
05/760142-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Partieel nietige dagvaarding door innerlijke tegenstrijdigheden in de tenlastelegging. Veroordeling militair tot werkstraf en voorwaardelijke rijontzegging wegens overtreding art. 6 Wegenverkeerswet. De militair heeft tijdens een oefening niet voldoende op het verkeer gelet waardoor een aanrijding met dodelijke afloop plaatsvond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2018/27 met annotatie van W.H. Regterschot
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/760142-16

Datum uitspraak : 30 april 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

raadsman: mr. J.F. van Halderen, advocaat te Haarlem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 april 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een toegewezen vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 maart 2016 te Trecatle/Brecon in elk geval in Wales (GB.), als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een (links gestuurd)motorrijtuig (bedrijfsauto, militair voertuig), gaande in de richting Llandovery, daarmee rijdende op de A40, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl het uitzicht voor hem, verdachte niet werd beperkt en/of gehinderd, ter hoogte van de kruising/splitsing van deze weg en de afslag bij Llywel, zijnde een ongemarkeerde weg naar een militair terrein, in strijd met de Section/rule 170 of the Highway Code states -United Kingdom, inhoudende:

"Rule 170 Take extra care at junctions. You should "watch out for cyclists, motorcyclists, powered wheelchairs/mobility scooters and pedestrians as they are not always easy to see. Be aware that they may not have seen or heard you if you are approaching from behind "watch out for pedestrians crossing a road into which you are turning. If they have started to cross they have priority, so give way "watch out for long vehicles which may be turning at a junction ahead; they may have to use the whole width of the road to make the turn (see Rule 221) "watch out for horse riders who may take a different line on the road from that which you would expect "not assume, when waiting at a junction, that a vehicle coming from the right and signalling left will actually turn. Wait and make sure "look all around before emerging. Do not cross or join a road until there is a gap large enough for you to do so safely.

Vertaald: Let extra op bij afslagen. U dient (zie de van toepassing zijnde punten):

* uit te kijken voor fietsers, motorfietsen, scootmobielen en voetgangers omdat die niet altijd goed zichtbaar zijn. Bedenk dat ze u niet gezien of gehoord kunnen hebben als u hen van achterop komt;

* helemaal rond te kijken alvorens op te trekken. Steek een weg niet over of voeg niet in op een weg totdat er genoeg ruimte is om dat te doen",

niet of in onvoldoende mate heeft rond gekeken en/of is blijven rondkijken of op die weg (A40) uit tegenovergestelde richting verkeer, met name op motorfietsen, -omdat die niet altijd goed zichtbaar zijn-, naderde/n en/of

in strijd met Section 180 of the Highway Code States-United Kingdom, inhoudende:

"Rule 180

Wait until there is a safe gap between you and any oncoming vehicle. Watch out for cyclists, motorcyclists, pedestrians and other road users. Check your mirrors and blind spot again to make sure you are not being overtaken, then make the turn. Do not cut the corner. Take great care when turning into a main road; you will need to watch for traffic in both directions and wait for a safe gap."

Vertaald: Wacht tot er een veilige ruimte is tussen u en een ander voertuig. Kijk uit voor fietsen, motorfietsen, voetgangers en andere weggebruikers. Kijk in uw spiegels en dode hoek om ervoor te zorgen dat u niet wordt ingehaald en sla dan af. Snijd de hoek niet af. Let vooral goed op wanneer u een grote weg opslaat; u dient naar het verkeer van beide kanten te kijken en te wachten tot er voldoende veilige ruimte is",

niet met het afslaan naar rechts in de richting Llywel, naar dat militaire terrein, heeft gewacht tot er een veilige ruimte was tussen dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto, militair voertuig) en het hem, verdachte toen uit tegenovergestelde richting over die weg (A40) dicht genaderd zijnde andere motorrijtuig (motorfiets) en/of

in strijd met Section 3 Road Traffic Act 1988-United Kingdom, inhoudende: "Careless, and inconsiderate, driving. If a person drives a mechanically propelled vehicle on a road or other public place without due care and attention, or without reasonable consideration for other persons using the road or place, he is guilty of an offence,

Vertaald: als een bestuurder van een mechanisch voortgedreven voertuig op een weg of andere publieke plaats niet met gepaste voorzichtigheid en oplettendheid rijdt, of zonder redelijk rekening te houden met andere gebruikers van die weg of plaats, maakt zicht schuldig aan een overtreding",

zonder te stoppen is doorgereden, althans is opgetrokken en niet met gepaste voorzichtigheid en oplettendheid en/of zonder redelijk rekening te houden met andere gebruikers van die weg (A40), naar rechts heeft gestuurd, gaande in de richting Llywel, naar dat militaire terrein en/of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) niet heeft laten voorgaan en/of op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (A40) in botsing en/of aanrijding is gekomen met dat

gezien, zijn verdachtes rijrichting dicht van links genaderd zijnde andere motorrijtuig (motorfiets), ten gevolge waarvan de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel lichamelijk letsel werd toegebracht en/of werd gedood:

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 23 maart 2016 te Trecatle/Brecon in elk geval in Wales (GB.), als gebruiker van een voor het openbaar of militair verkeer openstaande weg en/of als bestuurder van een (links gestuurd)militair motorrijtuig (bedrijfsauto, militair voertuig), dat bij de krijgsmacht in

gebruik was, gaande in de richting Llandovery , heeft gereden op de A40 en terwijl het uitzicht voor hem, verdachte niet werd beperkt en/of gehinderd, ter hoogte van de kruising/splitsing van deze weg en de afslag bij Llywel, zijnde een ongemarkeerde weg naar een militair terrein, in strijd met de (Section/rule 170 of the Highway Code states -United Kingdom, inhoudende: "Rule 170 Take extra care at junctions. You should

"watch out for cyclists, motorcyclists, powered wheelchairs/mobility scooters and pedestrians as they are not always easy to see. Be aware that they may not have seen or heard you if you are approaching from behind

"watch out for pedestrians crossing a road into which you are turning. If they have started to cross they have priority, so give way

"watch out for long vehicles which may be turning at a junction ahead; they may have to use the whole width of the road to make the turn (see Rule 221)

"watch out for horse riders who may take a different line on the road from that which you would expect

"not assume, when waiting at a junction, that a vehicle coming from the right and signalling left will actually turn. Wait and make sure

"look all around before emerging. Do not cross or join a road until there is agap large enough for you to do so safely.

Vertaald: Let extra op bij afslagen. U dient (zie de van toepassing zijnde punten):

* uit te kijken voor fietsers, motorfietsen, scootmobielen en voetgangers omdat die niet altijd goed zichtbaar zijn. Bedenk dat ze u niet gezien of gehoord kunnen hebben als u hen van achterop komt;

* helemaal rond te kijken alvorens op te trekken. Steek een weg niet over of voeg niet in op een weg totdat er genoeg ruimte is om dat te doen",

niet of in onvoldoende mate heeft rond gekeken en/of is blijven rondkijken of op die weg (A40) uit tegenovergestelde richting verkeer, met name op motorfietsen, -omdat die niet altijd goed zichtbaar zijn-, naderde/n en/of

in strijd met Section 180 of the Highway Code States-United Kingdom, inhoudende:

"Rule 180 Wait until there is a safe gap between you and any oncoming vehicle. Watch out

for cyclists, motorcyclists, pedestrians and other road users. Check your mirrors and blind spot again to make sure you are not being overtaken, then make the turn. Do not cut the corner. Take great care when turning into a main road; you will need to watch for traffic in both directions and wait for a safe gap."

Vertaald: Wacht tot er een veilige ruimte is tussen u en een ander voertuig. Kijk uit voor fietsen, motorfietsen, voetgangers en andere weggebruikers. Kijk in uw spiegels en dode hoek om ervoor te zorgen dat u niet wordt ingehaald en sla dan af. Snijd de hoek niet af. Let vooral goed op wanneer u een grote weg opslaat; u dient naar het verkeer van beide kanten te kijken en te wachten tot er voldoende veilige ruimte is", niet met het afslaan naar rechts in de richting Llywel, naar dat militaire terrein heeft gewacht tot er een veilige ruimte was tussen dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto, militair voertuig) en het hem, verdachte toen uit tegenovergestelde richting over die weg (A40) dicht genaderd zijnde andere motorrijtuig (motorfiets) en/of

in strijd met Section 3 Road Traffic Act 1988-United Kingdom, inhoudende:

"Careless, and inconsiderate, driving. If a person drives a mechanically propelled vehicle on a road or other public place without due care and attention, or without reasonable consideration for other persons using the road or place, he is guilty of an offence,

Vertaald: als een bestuurder van een mechanisch voortgedreven voertuig op een weg of andere publieke plaats niet met gepaste voorzichtigheid en oplettendheid rijdt, of zonder redelijk rekening te houden met andere gebruikers van die weg of plaats, maakt zicht schuldig aan een overtreding",

zonder te stoppen is doorgereden, althans is opgetrokken en niet met gepaste voorzichtigheid en oplettendheid en/of zonder redelijk rekening te houden met andere gebruikers van die weg (A40), naar rechts heeft gestuurd, gaande in de richting Llywel, naar dat militaire terrein en/of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) niet heeft laten voorgaan en/of op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (A40) in botsing en/of aanrijding is gekomen met dat

gezien, zijn verdachtes rijrichting dicht van links genaderd zijnde andere motorrijtuig (motorfiets), ten gevolge waarvan de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen, en aldus de door of vanwege het bevoegd gezag van Wales en/of United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland (UK) (het Verenigd Koninkrijk van Groot

Brittannië en Noord Ierland)met betrekking tot het (weg)verkeer gegeven regels en aanwijzingen niet in acht heeft genomen.

2 partiële nietigheid dagvaarding

De militaire kamer acht van belang enkele voorafgaande opmerkingen te maken over de tenlastelegging.

Allereerst overweegt de militaire kamer dat de opsteller van deze tenlastelegging kennelijk het oog heeft gehad op overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.

Vervolgens constateert de militaire kamer dat deze tenlastelegging op diverse plaatsen vermeldt dat zou zijn gehandeld in strijd met verkeersregelgeving van het Verenigd Koninkrijk, zoals "section/rule 170 of the Highway Code states United Kingdom", "section 180 of the Highway Code States United Kingdom" en "Section 3 Road Traffic Act 1988 United Kingdom", die alle vergelijkbaar zijn met het verbod als bedoeld in artikel 5 Wegenverkeerswet 1994. In deze in de tenlastelegging opgenomen Britse verkeersregel-geving worden daartoe woorden gebruikt die duiden op varianten van het begrip 'weg', zoals de woorden 'road', 'junction' en 'place'.

Echter, onder 'weg' in artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 wordt verstaan (een gedeelte van) een in Nederland gelegen weg. Buitenlandse wegen vallen dus buiten het bereik van artikel 5 Wegenverkeerswet 1994.

Indien de omschreven Britse verkeersregels zouden zijn geschonden, zoals ten laste gelegd, zou dat derhalve geen strafbare gedragingen opleveren naar Nederlands recht, maar mogelijk wel naar het buitenlands recht. Daaromtrent overweegt de militaire kamer dat voor laatstbedoelde gedragingen in artikel 170 Wetboek van Militair Strafrecht een speciale regeling is getroffen. Maar de opsteller van deze tenlastelegging heeft er klaarblijkelijk niet voor gekozen om artikel 170 Wetboek van Militair Strafrecht ten laste te leggen, terwijl de tenlastelegging wel zeer expliciet verwijst naar die Britse regelgeving.

Dit maakt dat de militaire kamer van oordeel is dat de opsteller van de tenlastelegging onvoldoende duidelijke keuzes heeft gemaakt, waardoor deze onderhevig is aan innerlijke tegenstrijdigheden. Dat moet leiden tot partiële nietigheid van de dagvaarding. Nu het voor de militaire kamer alsook voor de verdediging - zoals ter terechtzitting is gebleken - duidelijk is dat deze tenlastelegging ziet op overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, zal de militaire kamer de tenlastelegging nietig verklaren voor zover deze betrekking heeft op de vermelde verwijzingen naar (overtreding van) de Britse verkeersregelgeving.

3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 23 maart 2016 reed verdachte als bestuurder van een (links gestuurde) Volkswagen Amarok, wat een militair voertuig betrof, op de A40 in de richting van Llandovery, te Llywel in Wales (Groot-Brittannië).2 Verdachte reed aan de linkerkant van de weg.3 Verdachte heeft bij de afslag naar Llywel, een ongemarkeerde weg naar een militair terrein, naar rechts gestuurd om de afslag te nemen. Hij kwam hierbij in botsing met een motorfiets, die op de A40 uit tegemoetkomende richting kwam gereden.4 De motorfiets werd bestuurd door [slachtoffer 1] .5 Ten gevolge van het ongeluk is deze [slachtoffer 1] overleden.6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. De officier van justitie komt tot de conclusie dat er van de zijde van verdachte sprake was van aanmerkelijke onoplettendheid en aanmerkelijke onvoorzichtigheid. De officier van justitie baseert dit op het feit dat verdachte niet is gestopt voordat hij naar rechts afsloeg, hij geen voorrang heeft verleend aan het motorvoertuig, hij ondanks de grootte van zijn voertuig en zijn beperktere zicht ten gevolge van het feit dat zijn stuur links zat niet voorzichtiger heeft gereden, en hij onvoldoende oplettend is geweest voordat hij afsloeg.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het primair tenlastegelegde. Volgens de verdediging beperkt het verwijt tegen verdachte zich slechts tot het geen voorrang verlenen aan de motorfiets, wat verdachte alleen niet heeft gedaan omdat hij de motorfiets niet heeft gezien. Uit de jurisprudentie volgt dat uit deze enkele omstandigheid niet kan volgen dat sprake is van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Gelet hierop is er geen sprake van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet.

Wat betreft het subsidiair tenlastegelegde heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de militaire kamer.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer stelt het volgende voorop. Om tot een veroordeling op grond van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 te komen, is vereist dat de verdachte zich zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam heeft gedragen. Hiervoor geldt dat in ieder geval sprake moet zijn van een aanmerkelijke mate van (verwijtbare) onvoorzichtigheid.

Bij de beoordeling hiervan komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij wordt opgemerkt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het ongeval kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.

Bij het beoordelen van de vraag of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, ongeacht of deze omstandigheden in de tenlastelegging staan vermeld.

Verdachte heeft verklaard dat hij op 23 maart 2016 als militair in Wales op oefening was, en dat hij daarbij als chauffeur werkzaam was. Hij was ter plaatse bekend, en de afslag waar het ongeluk heeft plaatsgevonden nam hij meermalen per dag. Verdachte zat op 23 maart 2016 in de Volkswagen Amarok met een collega militair. Ze waren aan het praten en de radio stond aan. Er reed een aantal auto’s voor hem. Voordat hij de afslag naar Llywel nam heeft hij het gas losgelaten en heeft hij teruggeschakeld naar de tweede versnelling, waardoor hij stapvoets reed. Hij heeft toen naar voren gekeken, zijn richtingaanwijzer aangedaan, en in de spiegels gekeken. Hij had goed zicht en zag dat hij af kon slaan en ruimte genoeg had om de manoeuvre te maken. Vervolgens is hij naar rechts afgeslagen, waarbij hij de weghelft voor het tegemoetkomend verkeer ging oversteken. Toen zag hij vanuit de linkerkant een zwarte vlek aankomen die bij hem achterin schoot (de rechtbank begrijpt: tegen hem is aangereden). Verdachte heeft verder verklaard dat als hij in Nederland op een provinciale weg zou rijden en linksaf zou slaan, hij zijn snelheid zou verminderen zodat het zicht van voren goed is, in zijn spiegels zou kijken en vervolgens naar links zou oversteken.7

[getuige 1] heeft verklaard dat zij op 23 maart 2016 op haar motorfiets achter [slachtoffer 1] aanreed. Ze zag dat een legerauto hun weghelft op draaide. [slachtoffer 1] begon alvast te remmen, maar de auto stopte niet. [slachtoffer 1] begon toen zwaarder te remmen. Aan zijn manier van rijden kon ze zien dat hij geen ruimte had om te remmen. Hij probeerde weg te sturen van de auto, maar de auto bleef doorrijden. Toen hoorde getuige de klap van de botsing.8

[getuige 2] reed voorafgaand aan het ongeluk achter de auto van verdachte. Ze zag dat verdachte recht voor een tegemoetkomende motorfiets afsloeg. De motorfiets reed niet te hard volgens getuige. Er was heel weinig ruimte tussen de auto en de motorfiets.9 Voor de botsing zag ze als tegemoetkomend verkeer twee motorfietsen rijden, gevolgd door twee auto’s. Ze reed ongeveer honderd meter achter de auto van verdachte voor de botsing.10

Er is geen bewijs aangetroffen dat de mechanische staat van de voertuigen een rol heeft gespeeld bij het ongeluk, ofwel dat de medische situatie of enig drugs/alcohol gebruik van verdachte aan het ongeluk heeft bijgedragen.11

De militaire kamer overweegt dat uit de verklaring van verdachte zelf volgt dat hij bij de afslag aan is komen rijden, zijn snelheid heeft geminderd, en vervolgens - zij het stapvoets - is doorgereden in een vloeiende beweging. Hij heeft niet stilgestaan, maar is juist doorgereden terwijl de motor hem naderde.

Verdachte heeft verklaard de motor niet te hebben gezien, maar niet te weten of hij nog een keer naar voren heeft gekeken nadat hij in de spiegels had gekeken, en of hij naar links heeft gekeken toen hij de andere weghelft voor het (van links) tegemoet komend verkeer al was opgereden.

Hieromtrent overweegt de militaire kamer als volgt. [getuige 2] , die achter verdachte reed, heeft de motor wel aan zien komen rijden, evenals de motor en de auto’s daarachter. [getuige 1] , die achter het slachtoffer reed, heeft de auto van verdachte ook zien indraaien. Weliswaar is denkbaar dat verdachte, voordat hij in de spiegels keek, de motor niet heeft kunnen zien, maar de militaire kamer is - gelet op de getuigenverklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] - van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte, nadat hij in de spiegels had gekeken en terwijl hij de auto aan het indraaien was, de motor zou hebben gezien als hij had gekeken. Nu verdachte de motor echter ook op dat moment naar zijn eigen verklaring niet heeft gezien, kan het niet anders zijn dan dat hij toen niet meer heeft gekeken.

Hij heeft dus voor het afslaan naar voren gekeken, heeft daarna in zijn spiegels gekeken, en is vervolgens afgeslagen, zonder nog een keer richting mogelijk tegemoetkomend verkeer te kijken en tijdens deze manoeuvre om zich heen te blijven kijken.

De militaire kamer is van oordeel dat verdachte dit wel had moeten doen. Niet alleen reed hij op een weg waar de toegestane snelheid maximaal 60 mijl per uur (ruim 96 kilometer per uur) is, waardoor verdachte rekening had moet houden met snel naderend verkeer. Maar ook reed verdachte in een Nederlandse auto waardoor zijn zicht op het deel van de weg waar het slachtoffer vandaan kwam beperkter was dan bij een Engelse auto het geval zou zijn. Verdachte had daarom extra voorzichtig moeten zijn en om zich heen moeten kijken en moeten blijven kijken. Verdachte had, om goed te kunnen kijken, zo nodig zijn voertuig tot stilstand moeten brengen alvorens af te slaan. Nu hij niet goed heeft gekeken, heeft hij niet met gepaste voorzichtigheid en oplettendheid de bocht genomen, en onvoldoende rekening gehouden met andere weggebruikers. Hierdoor is naar het oordeel van de militaire kamer sprake van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.

Het betoog van de raadsman dat op basis van jurisprudentie van de Hoge Raad het enkele niet voorrang verlenen, dan wel het enkele niet zien, onvoldoende is om tot schuld in de zin van artikel 6 van de WVW 1994 te komen doet aan het oordeel van de militaire kamer niet af. Evenals de raadsman is ook de militaire kamer niet gebleken dat verdachte was afgeleid door zaken als telefoneren of andere zaken dan het besturen van het dienstvoertuig. Verdachte heeft echter onvoldoende gekeken, althans is niet blijven kijken of de weg vóór hem vrij was bij het afslaan, terwijl daar wel aanleiding toe was. Dit moet, zoals opgemerkt, als een verwijtbare onvoorzichtigheid in voormelde zin worden aangemerkt.

Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat uit het rapport van de VOA (verkeers-ongevallenanalyse) van de KMar van 24 januari 2017 volgt dat de motor te hard reed en verdachte hiermee minder te verwijten valt, overweegt de militaire kamer dat het rapport van de politie van Wales van 24 mei 2016 en het rapport van het NFI van 18 juli 2017 tot een andere conclusie komen met betrekking tot de snelheid van de motor. De militaire kamer gaat dus niet uit van de situatie dat de motor te hard reed.

Op grond van het voorgaande acht de militaire kamer overtuigend bewezen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, waardoor hij in botsing is geraakt met een motorfiets, ten gevolge waarvan de bestuurder is overleden.

4 Bewezenverklaring

Gelet op het vorenstaande en de partiële nietigheid van de dagvaarding heeft de militaire kamer uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 23 maart 2016 te Trecatle/Brecon in elk geval in Wales (GB.), als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een (links gestuurd) motorrijtuig (bedrijfsauto, militair voertuig), gaande in de richting Llandovery, daarmee rijdende op de A40, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl het uitzicht voor hem, verdachte niet werd beperkt en/of gehinderd, ter hoogte van de kruising/splitsing van deze weg en de afslag bij Llywel, zijnde een ongemarkeerde weg naar een militair terrein,

niet of in onvoldoende mate heeft rond gekeken en/of is blijven rondkijken of op die weg (A40) uit tegenovergestelde richting verkeer naderde/n en/of

niet met het afslaan naar rechts in de richting Llywel, naar dat militaire terrein, heeft gewacht tot er een veilige ruimte was tussen dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto, militair voertuig) en het hem, verdachte toen uit tegenovergestelde richting over die weg (A40) dicht genaderd zijnde andere motorrijtuig (motorfiets) en/of

zonder te stoppen is doorgereden, althans is opgetrokken en niet met gepaste voorzichtigheid en oplettendheid en/of zonder rekening te houden met andere verkeersdeelnemers naar rechts heeft gestuurd, gaande in de richting Llywel, naar dat militaire terrein en/of de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) niet heeft laten voorgaan en/of op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (A40) in botsing en/of aanrijding is gekomen met dat gezien, zijn verdachtes rijrichting dicht van links genaderd zijnde andere motorrijtuig (motorfiets), ten gevolge waarvan de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel lichamelijk letsel werd toegebracht en/of werd gedood.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat de schuldige geen voorrang heeft verleend.

6 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis. Verder heeft de officier van justitie oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid gevorderd voor de duur van 12 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht geen straf op te leggen die leidt tot intrekking van de Verklaring van Geen Bezwaar (VGB), omdat dit zou leiden tot het ontslag van verdachte bij Defensie.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 28 februari 2018.

De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval. Hierdoor is bij de nabestaanden groot en onherstelbaar leed veroorzaakt.

Dat verdachte deze gevolgen niet heeft gewild, is de militaire kamer tijdens het onderzoek ter terechtzitting duidelijk geworden.

Op verkeersdeelnemers rust in het algemeen een zorgplicht om goed op te letten en rekening te houden met andere weggebruikers. Nu verdachte in Wales reed in een links gestuurde auto en de desbetreffende afslag voorafgaand aan het feit al vaak had genomen, gold voor hem des te meer dat hij zich volledig zou vergewissen dat het veilig was om de weghelft voor tegemoetkomend verkeer over te steken. Verdachte is in die zorgplicht tekort geschoten met fatale afloop als gevolg. Bovendien weegt de militaire kamer mee dat verdachte ter plaatse als Nederlandse militair te gast was en dat van hem - evenals van andere Nederlandse militairen in het buitenland - correct gedrag in het gastland mag worden verwacht.

In het voordeel van verdachte weegt de militaire kamer bij de bepaling van de straf mee dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, dat hij een goede staat van dienst heeft en dat er sinds het ongeval al ruim twee jaar is verstreken. Daarnaast weegt de militaire kamer mee dat verdachte meteen nadat het ongeval had plaatsgevonden uit zijn auto is gestapt en hulp heeft verleend aan het slachtoffer. Ook heeft hij een brief gestuurd naar de nabestaanden en heeft hij zich ter zitting bereid verklaard met de ouders van [slachtoffer 1] in gesprek te gaan.

De militaire kamer acht van belang dat verdachte niet zijn baan zal verliezen wegens het bewezenverklaarde en zal daartoe een zodanige taakstraf opleggen dat de VGB van verdachte wellicht niet in gevaar behoeft te komen. Alles afwegend acht de militaire kamer een werkstraf van 60 uren passend en geboden. Daarnaast zal de militaire kamer verdachte een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen voor de duur van 8 maanden om herhaling te voorkomen. Hieraan wordt een proeftijd van twee jaar gekoppeld. Dit moet verdachte extra bewust maken van de in het verkeer in acht te nemen regels en de te betrachten voorzichtigheid.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht, en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

10 De beslissing

De meervoudige militaire kamer:

 verklaart de dagvaarding partieel nietig;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 60 (zestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;

ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 (acht) maanden;

 bepaalt, dat deze bijkomende straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter), en mr. G.W.B. Heijmans, rechters, en Kolonel mr. H.C.M. Snellen, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. L. Ruizendaal-van der Veen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 april 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door brigadier O. Dillon van de Heddlu Police (Wales), het bureau van politie Brecon Roads, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer DP-20160323-144, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2018 en forensisch onderzoeksrapport verkeersongeval, p.130.

3 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2018.

4 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2018 en forensisch onderzoeksrapport verkeersongeval, p.131.

5 Forensisch onderzoeksrapport verkeersongeval, p.131.

6 Schriftelijk bescheid in de vorm van statement of dr. Munawar Al-Mudhaffar d.d. 4 May 2016.

7 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 16 april 2018.

8 Getuigenverklaring [getuige 1] , p.42.

9 Getuigenverklaring [getuige 2] , p.48.

10 Getuigenverklaring [getuige 2] , p.49.

11 Forensisch onderzoeksrapport verkeersongeval, p.143.