Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:2007

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-05-2018
Datum publicatie
01-05-2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 5453
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wmo 2015. Beroep gegrond. Verweerder heeft terecht gesteld dat de echtgenoot en dochter van eiseres gebruikelijke hulp kunnen bieden door thuis te koken. Echter, eiseres moet ook op een normale manier gebruik van haar woning kunnen maken zonder volledig afhankelijk te zijn van haar echtgenoot en dochter. Hierbij gaat het om meer dan alleen koken. Eiseres moet bijvoorbeeld door de dag heen de keuken ook kunnen gebruiken om iets voor zichzelf klaar te maken, haar handen te wassen of een glas water te pakken. Verweerder heeft niet onderzocht of dit mogelijk is en zo ja, hoe. De rechtbank heeft verweerder opgedragen om te onderzoeken op welke manieren de keuken van eiseres kan worden aangepast zodat zij, afgezien van het koken, zelf gebruik kan maken van de keuken als haar echtgenoot en/of dochter er niet zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: 17/5453

uitspraak van de meervoudige kamer van 1 mei 2018

in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. K. Wevers),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard te Bemmel, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 maart 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) in de vorm van een keukenaanpassing en e-motionwielen voor op haar handbewogen rolstoel afgewezen.

Bij besluit van 7 september 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2018. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.A. Textor en mr. R. Broeren.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

1.1.

Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1972, is bekend met posttraumatische dystrofie en is hierdoor beperkt in haar bewegingsapparaat. Eiseres woont samen met haar echtgenoot en haar (meerderjarige) dochter in een eengezinswoning. Eiseres beschikte sinds 2012 over maatwerkvoorzieningen in de vorm van een handbewogen rolstoel en een scootmobiel.

1.2.

Op 28 september 2016 heeft eiseres bij verweerder melding gedaan dat zij behoefte heeft aan maatschappelijke ondersteuning. Naar aanleiding van deze melding hebben er op 17 oktober 2016, 7 november 2016 en 28 november 2017 huisbezoeken plaatsgevonden. Van deze drie huisbezoeken is een gespreksverslag opgesteld. Op 5 december 2016 heeft verweerder Sciopeng gevraagd medisch advies uit te brengen. In dit kader is arts Indicatie & Advies T.C. Lebbink van Sciopeng op 14 december 2016 op huisbezoek geweest bij eiseres. Lebbink heeft op 9 februari 2017 medisch advies uitgebracht. Op 22 februari 2017 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 in de vorm van een aanpassing van haar handbewogen rolstoel in de vorm van e-motionwielen, een vervoersvoorziening in de vorm van Stadsregiotaxi, een aanpassing van de badkamer, een douchestoel/zitje en een keukenaanpassing.

1.3.

Bij het primaire besluit van 8 maart 2017 heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor maatwerkvoorzieningen in de vorm van een keukenaanpassing en e-motionwielen voor op haar handbewogen rolstoel afgewezen. Bij separaat besluit van 8 maart 2017 zijn aan eiseres de volgende maatwerkvoorzieningen toegekend: een elektrische rolstoel, een drempelhulp voor de voor- en achterzijde van de woning en de badkamer, een vervoerspas voor collectief vervoer (Avan) en een douchezitje.

1.4.

Tijdens de hoorzitting op 29 mei 2017 naar aanleiding van het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit is gebleken dat de (medische) situatie van eiseres verslechterd is ten opzichte van de situatie tijdens de aanvraagprocedure. Verweerder heeft hierop besloten om deze gewijzigde omstandigheden te onderzoeken en heeft op 5 juli 2017 Sciopeng verzocht een nieuw medisch advies uit te brengen.

1.5.

Op 26 juli 2017 is eiseres op het spreekuur geweest van P.W. Mulder, arts bij Sciopeng. Mulder heeft naar aanleiding van dit gesprek op 7 augustus 2017 een advies uitgebracht.

1.6.

Op 22 augustus 2017 heeft Mulder een e-mailbericht ontvangen van een kwaliteitsmedewerker van verweerder, waarin deze aangaf nog een aantal vragen te hebben over het uitgebrachte advies. Op 7 september 2017 heeft Mulder per e-mail de vragen van verweerder van 22 augustus 2017 beantwoord. Hierop heeft Mulder op verzoek van verweerder het advies aangevuld en het aangevulde advies, gedateerd 8 augustus 2017, per e-mail aan verweerder toegezonden. Op 8 september 2017 heeft Mulder, naar aanleiding van twee e-mails van verweerder van 7 september 2017, het advies nogmaals aangepast en per e-mail aan verweerder verzonden.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Volgens verweerder is uit het door Mulder uitgebrachte medische advies gebleken dat, als er al sprake is van gewijzigde medische omstandigheden, dit geen gevolgen heeft voor het primaire besluit.

3.1.

Eiseres stelt dat het medisch advies, gedateerd 8 augustus 2017, niet objectief en onafhankelijk tot stand is gekomen en daarom niet ten grondslag mag worden gelegd aan het bestreden besluit. Volgens eiseres heeft verweerder buitensporig veel invloed gehad op het uiteindelijke medisch advies. Van het aanvankelijke advies van 7 augustus 2017 is weinig overgebleven en het advies van 8 augustus 2017 is niets anders dan de visie van verweerder. Bovendien is het onmogelijk dat het advies op 8 augustus 2017 is opgesteld, aangezien de e-mails en aanvullingen dateren van september 2017. Voorts stelt eiseres zich op het standpunt dat het medisch advies niet zorgvuldig tot stand is gekomen, aangezien Mulder het advies heeft aangevuld zonder eiseres nader te hebben onderzocht of gehoord.

3.2.

Volgens verweerder is het medisch advies wel objectief, onafhankelijk en zorgvuldig tot stand gekomen. Verweerder heeft enkel beoordeeld of Mulder alle door hem gestelde vragen heeft beantwoord en Mulder gevraagd om een aantal zaken in de advisering te verduidelijken. Verweerder heeft Mulder vervolgens verzocht om de antwoorden op de door verweerder gestelde vragen op te nemen in het advies. Dit is een gebruikelijke gang van zaken. Met het verzoek van verweerder tot het schrappen van de tekst “Om die reden is er een indicatie voor een handbewogen rolstoel met goede zijwaartse balans, alsook een onderrijdbaar aanrecht in huis” heeft verweerder enkel de taakverdeling tussen verweerder en arts aan willen geven. Voorts is het volgens verweerder geen verplichting voor verweerder om het medisch advies voor inspraak aan eiseres voor te leggen.

3.3.

Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat verweerder naar aanleiding van het op 7 augustus 2017 door Mulder uitgebrachte medische advies nog enkele vragen had. Dit betroffen reeds eerder gestelde vragen die in het advies onbeantwoord waren gebleven, alsmede een aantal aanvullende vragen. Verweerder heeft Mulder verzocht om deze vragen te beantwoorden en toe te voegen aan het advies. De rechtbank acht dit geen ongeoorloofde gang van zaken. Verweerder dient zorgvuldig onderzoek te doen en als verweerder het in het belang van dit onderzoek nodig acht om aanvullende vragen te stellen dan staat het verweerder vrij om dat te doen. De rechtbank is met eiseres echter wel van oordeel dat eiseres in de gelegenheid had moeten worden gesteld om op het aangepaste advies te reageren. Door de tijdsdruk is dit niet gebeurd en dat is onzorgvuldig. Deze onzorgvuldigheid is echter niet zodanig dat hieraan consequenties moeten worden verbonden. Eiseres heeft immers in beroep alsnog de mogelijkheid gehad om op het aangevulde advies te reageren zodat zij door de wijzigingen niet in haar belangen geschaad is. Bovendien is de inhoud van het advies niet wezenlijk veranderd. In de functionele mogelijkhedenlijst zijn geen wijzigingen aangebracht. Dat de tekst “Om die reden is er een indicatie voor een handbewogen rolstoel met goede zijwaartse balans, alsook een onderrijdbaar aanrecht in huis” is geschrapt doet hier niet aan af, nu het, zoals verweerder terecht stelt, niet aan de arts maar aan verweerder is om te bepalen of eiseres in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. Dat de datum van het aangepaste advies niet is gewijzigd naar 7 september 2017 is onzorgvuldig, maar leidt evenmin tot een ander oordeel. De beroepsgrond slaagt niet.

4.1.

Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij is aangewezen op een aangepaste keuken om zelf te kunnen koken, haar handen te kunnen wassen, een glas water te kunnen pakken en koffie of thee te kunnen zetten. Verweerder heeft niet aangetoond dat zij hierin wel zelfredzaam is. Verweerder heeft nagelaten te onderzoeken of er inderdaad sprake is van beperkingen bij het koken en het overige gebruik van de keuken door het te hoge aanrecht, of deze problemen te allen tijde opgevangen kunnen worden door gebruikelijke hulp en zo niet, of dan andere alternatieven voorliggend zijn.

Ditzelfde geldt voor de e-motionwielen voor de handbewogen rolstoel. Uit het advies blijkt niet dat een handbewogen rolstoel met e-motionwielen niet een adequate voorziening zal zijn voor eiseres. Ter zitting heeft eiseres aangegeven dat zij niet heeft gevraagd om een handbewogen rolstoel met e-motionwielen, maar om een handbewogen rolstoel die naar achteren kan kantelen.

4.2.

Volgens verweerder is er wel degelijk onderzocht of er sprake is van beperkingen bij het koken. Dat eiseres beperkingen heeft bij het koken betekent niet dat zij zonder meer in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. In het geval van eiseres is er sprake van gebruikelijke hulp. De echtgenoot en dochter van eiseres kunnen zorgen voor het eten en doen dit in praktijk ook. Ten aanzien van het overige gebruik van de keuken heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiseres haar handen kan wassen op het toilet en voor het zetten van koffie of thee andere goedkopere oplossingen te bedenken zijn, zoals het realiseren van een plank in de keuken of het verplaatsen van de apparaten naar een andere plek.

Ten aanzien van de handbewogen rolstoel met e-motionwielen, dan wel de kantelbare handbewogen rolstoel, heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiseres met de aan haar toegekende elektrische rolstoel en vervoerspas voor collectief vervoer voldoende gecompenseerd is in haar vervoersbehoefte. Eiseres kan zich hiermee zowel over de korte als over de wat langere afstanden vervoeren en hiermee haar contacten met vrienden en familie in de regio onderhouden. Voor bovenregionaal vervoer kan eiseres gebruik maken van Valys.

4.3.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in de uitspraken van 18 mei 2016 geoordeeld dat het gemeentebestuur grote vrijheid heeft bij de uitvoering van de Wmo 2015 en dat de beleidskeuzen van de gemeenteraad en - binnen de daarvoor gestelde grenzen - het college voor de bestuursrechter een gegeven zijn, die slechts met terughoudendheid kunnen worden getoetst. Als het om maatwerkvoorzieningen gaat, vindt deze vrijheid in ieder geval een grens in artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015, dat bepaalt dat een maatwerkvoorziening een passende bijdrage moet leveren aan de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt. Hieruit vloeit voort dat indien het onderzoek uitwijst dat in het concrete geval maatwerk moet worden geboden, niet kan worden volstaan met standaardoplossingen. Het is aan het college, waar mogelijk rekening houdend met de redelijke wensen van de aanvrager, om te besluiten op welke wijze het de aanvrager ondersteunt en met welk pakket van de op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de persoon afgestemde diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid en/of participatie wordt geleverd.1

4.4.

Wanneer een melding wordt gedaan om in aanmerking te komen voor maatschappelijke ondersteuning geldt als uitgangspunt dat eerst in kaart wordt gebracht wat de hulpvraag is. Vervolgens zal het college moeten vaststellen welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving, opdat kan worden bepaald welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de ondersteuningsvrager, onderscheidenlijk het zich kunnen handhaven in de samenleving. Vervolgens dient te worden onderzocht wat de cliënt nog op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraak van de CRVB van 21 maart 2018.2

4.5.

De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiseres beperkingen ondervindt bij het koken en het overige gebruik van de keuken en dat zij daarmee beperkingen heeft in de zelfredzaamheid. In geschil is of deze beperkingen moeten leiden tot een maatwerkvoorziening in de vorm van een aanpassing van de keuken, dan wel of eiseres de door haar ondervonden problemen anderszins kan verminderen of wegnemen. Volgens verweerder kunnen de beperkingen van eiseres bij het koken en het klaarmaken van de broodmaaltijd worden weggenomen met gebruikelijke hulp. De echtgenoot en dochter van eiseres kunnen dit doen. Ten aanzien van het overige gebruik van de keuken, zoals het wassen van de handen, het pakken van een glas water en het zetten van koffie of thee, heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiseres haar handen kan wassen op het toilet en voor het zetten van koffie of thee andere goedkopere algemeen gebruikelijke voorzieningen te bedenken zijn, zoals het realiseren van een plank in de keuken of het verplaatsen van de apparaten naar een andere plek.

4.6.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de beperkingen van eiseres bij het koken en het klaarmaken van de broodmaaltijd kunnen worden weggenomen met gebruikelijke hulp. Op grond van de gespreksverslagen van de afgelegde huisbezoeken kan worden vastgesteld dat de echtgenoot en inwonende dochter van eiseres koken. Ter zitting heeft eiseres eveneens aangegeven dat zowel haar echtgenoot als haar dochter in principe de maaltijden kunnen bereiden en dit in de praktijk ook doen. Eiseres heeft niet betwist dat dit ook naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid van hen mag worden verwacht. De enkele omstandigheid dat de echtgenoot van eiseres niet van koken houdt maakt niet dat verweerder een maatwerkvoorziening dient te verstrekken.

4.7.

De rechtbank acht het onderzoek van verweerder niettemin onvoldoende. Onder zelfredzaamheid dient naar het oordeel van de rechtbank mede te worden begrepen dat eiseres op een normale manier gebruik van haar woning moet kunnen maken zonder volledig afhankelijk te zijn van de aanwezige gebruikelijke hulp. Daaronder valt dat eiseres, indien gewenst, door de dag heen de keuken moet kunnen gebruiken om iets voor zichzelf klaar te maken, haar handen te wassen of een glas water te pakken. Verweerder heeft dit onvoldoende betrokken bij het onderzoek. Verweerder heeft het onderzoek beperkt tot de kookfunctie van de keuken omdat de aanvraag van eiseres zich hiertoe beperkte. Nog daargelaten dat eiseres in bezwaar zelf ook heeft aangegeven ook niet (meer) in staat te zijn om haar handen te wassen of een glas water te pakken, had het op de weg van verweerder gelegen om in de brede zin van het woord onderzoek te doen naar de wijze waarop er een passende bijdrage kan worden geleverd aan de zelfredzaamheid en wat eiseres nog op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit haar sociale netwerk, dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. Verweerder heeft in het verweerschrift en ter zitting weliswaar gesteld dat eiseres haar handen kan wassen op het toilet en voor het zetten van koffie of thee andere goedkopere algemeen gebruikelijke voorzieningen te bedenken zijn, zoals het realiseren van een plank in de keuken of het verplaatsen van de apparaten naar een andere plek. De rechtbank stelt vast dat niet door verweerder is onderzocht of daartoe mogelijkheden zijn en zo ja, welke. De rechtbank overweegt verder nog dat ook al zou handen wassen op het toilet al mogelijk zijn voor eiseres, het een te vergaande beperking voor eiseres bij het gebruik van haar woning op zou leveren als zij alleen daarop zou zijn aangewezen. Met andere woorden: eiseres moet gewoon in de keuken haar handen kunnen wassen als zij dat wenst.

4.8.

Gelet op wat onder 4.7 is overwogen is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit berust op een ondeugdelijke motivering en onzorgvuldig is voorbereid. De beroepsgrond dat de afwijzing van de maatwerkvoorziening in de vorm van een keukenaanpassing niet berust op deugdelijk onderzoek slaagt dus.

4.9.

Ten aanzien van de afwijzing van een maatwerkvoorziening in de vorm van een aangepaste handbewogen rolstoel overweegt de rechtbank dat verweerder zich vanuit het oogpunt van de zelfredzaamheid of participatie van eiseres terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet is gebleken van een noodzaak tot het toekennen daarvan. Verweerder heeft onderzoek verricht en aan eiseres een elektrische rolstoel en een vervoerspas voor collectief vervoer. Hiermee heeft verweerder eiseres voldoende gecompenseerd in haar vervoersbehoefte. Dat niet alle gebouwen toegankelijk zijn voor een elektrische rolstoel betekent niet dat geen sprake is van een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid van eiseres. Ter zitting heeft eiseres aangegeven dat het vervoer met een elektrische rolstoel door teveel beweging en vering pijnlijk is. Dat het vervoer met een elektrische rolstoel problemen oplevert vanuit medische oogpunt volgt niet uit het medisch advies. Nu eiseres haar stelling niet met nadere medische stukken heeft onderbouwd, heeft de rechtbank geen reden om het medisch advies op dit punt voor onjuist te houden. Deze beroepsgrond slaagt niet.

5. Gelet op wat onder 4.7 en 4.8 is overwogen zal de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaren en het besluit vernietigen, voor zover daarin de maatwerkvoorziening in de vorm van een keukenaanpassing is afgewezen. Verweerder wordt opgedragen om binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak. Hierbij zal door verweerder onderzocht moeten worden op welke manieren de keuken van eiseres kan worden aangepast zodat zij, afgezien van het koken, zelf gebruik kan maken van de keuken als haar echtgenoot er niet is.

6. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. De rechtbank veroordeelt verweerder tevens in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.002,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarin de maatwerkvoorziening in de vorm van een keukenaanpassing is afgewezen;

- draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar tegen het bestreden besluit met inachtneming van deze uitspraak;

- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht groot € 46,- aan haar vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 1.002,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Klein Egelink, voorzitter, mr. J.A. van Schagen en mr. I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 1 mei 2018

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

1 Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2016:1402.

2 ECLI:NL:CRVB:2018:819.