Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1991

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-04-2018
Datum publicatie
01-05-2018
Zaaknummer
05/740434-17 e.v.
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

8 maanden gevangenisstraf voor belediging, bedreiging, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en schennis van de eerbaarheid, meermalen gepleegd. Daarnaast TBS met dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/740434-17, 05/072469-17, 05/079669-17, 05/089754-17, 05/091578-17,

05/740369-17, 05/740467-17 en 05/740505-17

Datum uitspraak : 26 april 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats]

thans gedetineerd te Zwolle PPC te Zwolle

Raadsvrouw: mr. N. Tanoglu, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 januari 2018, 29 maart 2018 en 12 april 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Met betrekking tot parketnummer 05/740434-17

1.

hij op of omstreeks 02 april 2017 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten op onverhoedse wijze [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het (onverhoeds) betasten en/of aanraken van (één van) haar borsten;

2.

hij op of omstreeks 02 april 2017 te Arnhem, de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten (nabij) de John Frostbrug, door, ten overstaande van een persoon ( [slachtoffer 1] ), zijn ontblote penis vast te houden en/of zichzelf af te trekken (masturberen);

Met betrekking tot parketnummer 05/072469-17

hij op of omstreeks 18 april 2017 te Arnhem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen chocomelk en/of chocolade en/of ijs en/of een frikadelbroodje, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de Spar, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Met betrekking tot parketnummer 05/079669-17

1.

hij op of omstreeks 1 mei 2017 te Arnhem [slachtoffer 2] , buitengewoon

opsporingsambtenaar/medewerker Veiligheid en Service bij N.V. Nederlandse Spoorwegen, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte terwijl hij met gebalde vuisten in een gevechtshouding ging staan en/of een of meerdere stap(pen) richting die [slachtoffer 2] zette en/of die [slachtoffer 2] (daarbij) aankeek opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "I will fucking punch you in your face!", althans woorden en/of handelingen van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 1 mei 2017 te Arnhem opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer 2] , buitengewoon opsporingsambtenaar/medewerker Veiligheid en Service bij N.V. Nederlandse Spoorwegen, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door naar/in de richting van die [slachtoffer 2] te spugen en/of hem/haar de woorden toe te voegen: "Ik ga je in je gezicht spugen!" en/of "Smerig varken" en/of "Fuck you", althans woorden en/of handelingen van gelijke beledigende aard en/of strekking;

Met betrekking tot parketnummer 05/089754-17

hij op of omstreeks 17 mei 2017 te Arnhem, in elk geval in Nederland, opzettelijk (een) politie-ambtena(a)r(en) bij/van de Politie Eenheid Oost-Nederland, te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, heeft beledigd, door zijn, verdachtes,

middelvinger op te steken naar en/of in de richting van genoemde politie-ambtena(a)r(en), althans handelingen van gelijke aard en/of strekking;

Met betrekking tot parketnummer 05/091578-17

hij op of omstreeks 20 mei 2017 in de gemeente Arnhem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een blikje drinken (Red Bull), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Plus (Roggestraat), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Met betrekking tot parketnummer 05/740369-17

1.

hij op of omstreeks 17 augustus 2017 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door onverhoeds handelen, [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van een borst van die [slachtoffer 5] ;

2.

hij op of omstreeks 16 augustus 2017 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door onverhoeds handelen, [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de borst(en) van die [slachtoffer 6] ;

Met betrekking tot parketnummer 05/740467-17

hij op of omstreeks 29 september 2017 te Arnhem, de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten (het pad langs) de Pleyweg (N325) en/of Immerloopark, door (duidelijk zichtbaar) zijn hand in zijn broek te steken/houden en/of zijn penis vast te houden en/of (daarbij) heen en weer gaande bewegingen te maken

(masturberen);

Met betrekking tot parketnummer 05/740505-17

1.

hij op of omstreeks 02 oktober 2017 te Arnhem de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten nabij het fietstunneltje (onder de A12 door) ter hoogte van de Loevesteinlaan, door zijn broek open te maken en/of met zijn hand aan zijn penis trekkende bewegingen te maken en/of zichzelf af te trekken (masturberen);

2.

hij op of omstreeks 02 oktober 2017 te Velp, gemeente Rheden, [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 7] dreigend de woorden toe te voegen "I will kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 26 september 2017 te Arnhem, de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten nabij het fietstunneltje (onder de A12 door) ter hoogte van de Loevesteinlaan, door zijn broek te laten zakken en/of zijn (ontblote) geslachtsdeel te tonen/vast te pakken en/of zichzelf af te trekken (masturberen).

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Met betrekking tot parketnummer 05/740434-17

De rechtbank is evenals de officier van justitie en verdediging van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten 1 en 2. Hoewel verdachte ter terechtzitting van 4 januari 2018 een bekennende verklaring heeft afgelegd met betrekking tot deze feiten, gebruikt de rechtbank deze bekennende verklaring niet voor het bewijs. De rechtbank stelt vast dat de inhoud van deze verklaring niet overeenkomt met hetgeen door aangeefster is beschreven in haar aangifte. Nu ander steunbewijs voor de aangifte van aangeefster ontbreekt, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, zodat verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot de parketnummers 05/072469-17, 05/079669-17, 05/089754-17,

05/091578-17, 05/740369-17, 05/740467-17 en 05-740505-17

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de bekennende verklaringen, zoals afgelegd door verdachte ter terechtzitting van 4 januari 2018, niet voor het bewijs mogen worden gebruikt, nu verdachte zich tijdens voornoemde zitting onvoldoende bewust was van de strekking en de inhoud van zijn bekennende verklaringen.

Betrouwbaarheid verklaring verdachte ter terechtzitting

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018 betrouwbaar zijn en voor het bewijs mogen worden gebruikt. In dat kader merkt de rechtbank op dat niet gebleken is dat verdachte tijdens voornoemde zitting niet dan wel onvoldoende in staat was om de inhoud en strekking van zijn afgelegde verklaringen te overzien. De rechtbank merkt daarbij op dat verdachte in de zaken met de parketnummers 05/072469-17, 05/089754-17, 05/091578-17, 05/740369-17 en 05/740505-17 reeds bij de politie en/of de rechter-commissaris een bekennende verklaring heeft afgelegd. Daarnaast heeft verdachte desgevraagd ter terechtzitting van 12 april 2018 verklaard dat hij bij zijn bekennende verklaringen, zoals afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018, blijft. De rechtbank merkt eveneens op dat de inhoud van de bekennende verklaringen van verdachte, met uitzondering van de verklaring met betrekking tot de zaak met parketnummer 05/740434-17, wordt ondersteund door de inhoud van overige bewijsmiddelen. Daarnaast is, zoals hierna uitvoeriger zal worden besproken, door meerdere gedragsdeskundigen onderzoek gedaan naar de persoon van verdachte. Uit deze onderzoeken is niet gebleken dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is. Daarnaast is niet gebleken van neurologische pathologie die mogelijk van invloed kon zijn op de toerekeningsvatbaarheid van verdachte. Concluderend acht de rechtbank de verklaringen zoals door verdachte afgelegd tegenover de politie, rechter-commissaris en rechtbank met betrekking tot deze feiten betrouwbaar.

Met betrekking tot parketnummer 05/072469-17 1

Bekennende verdachte

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 9;

- schriftelijk bescheid, te weten landelijk aangifteformulier winkeldiefstal, p. 11-14a;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 16-17;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018, p. 5.

Met betrekking tot parketnummer 05/089754-17 2

Bekennende verdachte

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aanhouding, p. 6-7;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 12;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018, p. 5.

Met betrekking tot parketnummer 05/091578-17 3

Bekennende verdachte

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte, p. 9-12;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 13-14;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 17;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018, p. 5.

Met betrekking tot parketnummer 05/740369-17 4

Bekennende verdachte

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 19-21;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte in het kader van de vordering tot inbewaringstelling, gedateerd 18 augustus 2017;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018, p. 5-6.

Ten aanzien van feit 2

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] , p. 27-28;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte in het kader van de vordering tot inbewaringstelling, gedateerd 18 augustus 2017;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018, p. 6.

Met betrekking tot parketnummer 05/740505-17 5

Bekennende verdachte

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , p. 19-20;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 34;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018, p. 6.

Ten aanzien van feit 2

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , p. 26-27;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 30-31;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 42;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018, p. 6-7.

Ten aanzien van feit 3

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , p. 19-20;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 34;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018, p. 6.

Met betrekking tot parketnummer 05/079669-17 6

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. Ter terechtzitting heeft zij de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018, moet worden uitgesloten van het bewijs. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 1

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [slachtoffer 2] , buitengewoon opsporingsambtenaar, heeft verklaard dat hij op 1 mei 2017 verdachte heeft verzocht om het perron van het NS station Arnhem Centraal te verlaten, omdat verdachte meermalen de aanwijzing van [slachtoffer 2] om zijn voeten van de tafel te halen en rechtop te gaan zitten niet had opgevolgd. [slachtoffer 2] zag vervolgens dat verdachte met gebalde vuist voor hem ging staan en een dreigende houding aannam. Aansluitend zette verdachte een stap naar hem toe. [slachtoffer 2] kreeg de indruk dat verdachte hem wilde slaan. Vervolgens hoorde [slachtoffer 2] verdachte zeggen: ‘I will fucking punch you in your face’. [slachtoffer 2] voelde zich hierdoor bedreigd.7 Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte, nadat zijn collega [slachtoffer 2] hem had gesommeerd om het station te verlaten, een dreigende houding aannam tegenover [slachtoffer 2] . [getuige 2] hoorde verdachte op dat moment zeggen dat hij [slachtoffer 2] in het gezicht wilde slaan. Hij zei dat met gebalde vuisten en [getuige 2] zag dat het lichaam van verdachte strak ging staan alsof hij echt wilde gaan slaan.8 Tot slot heeft verdachte ter terechtzitting bekend dat hij [slachtoffer 2] heeft bedreigd.9

Conclusie

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank feit 1 wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 2

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat, nadat hij samen met zijn collega [naam] verdachte naar buiten had geleid, verdachte buiten voor [slachtoffer 2] op de grond spuugde en in het bijzijn van collega’s tegen hem riep: ‘Fuck You’ en ‘I will spit you in your face’.10 Daarnaast hoorde [slachtoffer 2] dat verdachte hem met verheven stem ‘Fucking Pig’ noemde.11 Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij heeft gehoord dat verdachte in het Engels tegen aangever [slachtoffer 2] zei: ‘Ik ga je in je gezicht spugen!’ en dat verdachte hem een ‘smerig varken’ noemde.12 Verdachte heeft bij de politie bekend dat hij aangever [slachtoffer 2] een ‘smerig varken’ heeft genoemd.13 Verdachte heeft ter terechtzitting de overige beledigingen eveneens bekend.14

Conclusie

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

Met betrekking tot parketnummer 05/740467-17 15

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Ter terechtzitting heeft zij de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 januari 2018, moet worden uitgesloten van het bewijs. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [aangever 3] heeft verklaard dat zij op 29 september 2017 rond 7.55 uur ging hardlopen in het Immerloopark in Arnhem. Na ongeveer 45 minuten liep zij langs de Pleijweg/N325 en zag zij een donkere man met kroeshaar in een trainingspak. [aangever 3] zag dat de man een hand in zijn broek had en daarmee trekkende bewegingen maakte. Zij zag dat zijn hand, in de broek, van en naar het lichaam toe bewoog. De man keek haar aan, stopte niet met zijn bewegingen en vroeg haar in het Engels waar de Aldi was.16 De man stond op dat moment op een afstand van 1,5 à 2 meter van [aangever 3] .17 Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij alleen maar aan zijn genitaliën aan het krabben was en dat hij niet met aangeefster heeft gesproken.18 Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij zich ten overstaan van aangeefster [aangever 3] heeft afgetrokken.19

Conclusie

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank het feit wettig en overtuigend bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de parketnummers 05/072469-17, 05/079669-17, 05/089754-17, 05/091578-17, 05/740369-17, 05/740467-17 en 05/740505-17 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Met betrekking tot parketnummer 05/072469-17

hij op of omstreeks 18 april 2017 te Arnhem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen chocomelk en/of chocolade en/of ijs en/of een frikadelbroodje, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de Spar, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Met betrekking tot parketnummer 05/079669-17

1.

hij op of omstreeks 1 mei 2017 te Arnhem [slachtoffer 2] , buitengewoon

opsporingsambtenaar/medewerker Veiligheid en Service bij N.V. Nederlandse

Spoorwegen, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met

zware mishandeling, immers heeft verdachte terwijl hij met gebalde vuisten in

een gevechtshouding ging staan en/of een of meerdere stap(pen) richting die [slachtoffer 2]

zette en/of die [slachtoffer 2] (daarbij) aankeek opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "I will fucking punch you in your face!", althans woorden en/of handelingen van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 1 mei 2017 te Arnhem opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer 2] , buitengewoon opsporingsambtenaar/medewerker Veiligheid en Service bij N.V. Nederlandse Spoorwegen, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door naar/in de richting van die [slachtoffer 2] te spugen en/of hem/haar de woorden toe te voegen: "Ik ga je in je gezicht spugen!" en/of "Smerig varken" en/of "Fuck you", althans woorden en/of handelingen van

gelijke beledigende aard en/of strekking;

Met betrekking tot parketnummer 05/089754-17

hij op of omstreeks 17 mei 2017 te Arnhem, in elk geval in Nederland, opzettelijk (een) politie-ambtena(a)r(en) bij/van de Politie Eenheid Oost-Nederland, te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, heeft beledigd, door zijn, verdachtes,

middelvinger op te steken naar en/of in de richting van genoemde politie-ambtena(a)r(en), althans handelingen van gelijke aard en/of strekking;

Met betrekking tot parketnummer 05/091578-17

hij op of omstreeks 20 mei 2017 in de gemeente Arnhem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een blikje drinken (Red Bull), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Plus (Roggestraat), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Met betrekking tot parketnummer 05/740369-17

1.

hij op of omstreeks 17 augustus 2017 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door onverhoeds handelen, [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van een borst van die [slachtoffer 5] ;

2.

hij op of omstreeks 16 augustus 2017 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door onverhoeds handelen, [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de borst(en) van die [slachtoffer 6] ;

Met betrekking tot parketnummer 05/740467-17

hij op of omstreeks 29 september 2017 te Arnhem, de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten (het pad langs) de Pleyweg (N325) en/of Immerloopark, door (duidelijk zichtbaar) zijn hand in zijn broek te steken/houden en/of zijn penis vast te houden en/of (daarbij) heen en weer gaande bewegingen te maken

(masturberen);

Met betrekking tot parketnummer 05/740505-17

1.

hij op of omstreeks 02 oktober 2017 te Arnhem de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten nabij het fietstunneltje (onder de A12 door) ter hoogte van de Loevesteinlaan, door zijn broek open te maken en/of met zijn hand aan zijn penis trekkende bewegingen te maken en/of zichzelf af te trekken (masturberen);

2.

hij op of omstreeks 02 oktober 2017 te Velp, gemeente Rheden, [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 7] dreigend de woorden toe te voegen "I will kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 26 september 2017 te Arnhem, de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten nabij het fietstunneltje (onder de A12 door) ter hoogte van de Loevesteinlaan, door zijn broek te laten zakken en/of zijn (ontblote) geslachtsdeel te tonen/vast te pakken en/of zichzelf af te trekken (masturberen).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Met betrekking tot parketnummer 05/072469-17

Ten aanzien van feit 1

Diefstal;

Met betrekking tot parketnummer 05/079669-17

Ten aanzien van feit 1

Bedreiging met zware mishandeling;

Ten aanzien van feit 2

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt gedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

Met betrekking tot parketnummer 05/089754-17

Ten aanzien van feit 1

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt gedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

Met betrekking tot parketnummer 05/091578-17

Ten aanzien van feit 1

Diefstal;

Met betrekking tot parketnummer 05/740369-17

Ten aanzien van feit 1

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

Ten aanzien van feit 2

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

Met betrekking tot parketnummer 05/740467-17

Ten aanzien van feit 1

Schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd;

Met betrekking tot parketnummer 05/740505-17

Ten aanzien van feit 1

Schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd;

Ten aanzien van feit 2

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Ten aanzien van feit 3

Schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7a. Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en de terbeschikkingstelling van verdachte, met verpleging van overheidswege.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich voor wat betreft de op te leggen straf gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging heeft de rechtbank in overweging gegeven om een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest, zodat verdachte zo snel mogelijk kan worden behandeld.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- een trajectconsult van het NIFP, gedateerd 6 september 2017;

- het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, gedateerd 22 augustus 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 12 december 2017;

- een Pro Justitia rapportage van dr. L.E.E. Ligthart, klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog, gedateerd 19 december 2017;

- een Pro Justitia rapportage van drs. R. Ladee, psychiater en supervisor, in samenwerking met J.G.M. Nieuweweme, arts in opleiding tot specialist, gedateerd 26 december 2017;

- een brief van J.P. Braakhekke, neuroloog, gedateerd 27 maart 2018;

- een aanvullende Pro Justitia rapportage van drs. R. Ladee, psychiater, gedateerd 9 april 2018;

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 23 februari 2018;

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, te weten beledigingen, bedreigingen, feitelijke aanrandingen van de eerbaarheid en schennis van de eerbaarheid. Met name de bedreigingen, de feitelijke aanrandingen van de eerbaarheid en de schennis van de eerbaarheid hebben een grote impact gehad op de slachtoffers. Door zijn handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van de betreffende slachtoffers ernstig geschonden. De angst voor dit soort seksueel geladen handelingen is voor de slachtoffers bewaarheid en een van de slachtoffers heeft bij de aangifte al gezegd niet meer door het betreffende park te zullen (hard)lopen. Door feiten als de onderhavige worden bovendien ook in het algemeen in de samenleving levende angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid versterkt. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een tweetal winkeldiefstallen. Dit zijn ergerlijke feiten, die veel overlast veroorzaken. Door dit handelen heeft verdachte rechtstreekse schade berokkend aan de betrokken winkeliers. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

Ten aanzien van de toerekenbaarheid

Er zijn over verdachte een psychologisch rapport, een psychiatrisch rapport en een aanvullend psychiatrisch rapport uitgebracht. De rechtbank stelt vast dat de conclusies van de deskundigen over de mate van toerekenbaarheid zien op de ten laste gelegde feiten met betrekking tot de parketnummers (05/740434), 05/740369-17, 05/740467-17 en 05/740505-17.

Uit de op 19 december 2017 door dr. L.E.E. Ligthart, klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog, opgemaakte Pro Justitia rapportage blijkt ten aanzien van de toerekenbaarheid van verdachte het volgende.

Volgens Ligthart is verdachte lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van een schizofreniforme stoornis met waarschijnlijk geen goede prognostische kenmerken. Daarnaast is er sprake van forse acculturatiestress ten gevolge van een gecompliceerde migratiegeschiedenis. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van het plegen van de strafbare feiten en hebben de gedragingen van verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten beïnvloed. Verdachte wordt door deskundige Ligthart als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd. Bij gebruik van een vijfpunt schaal zou er in de ogen van deze deskundige sprake zijn van een sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Uit de op 26 december 2017 door drs. R. Ladee, psychiater en supervisor, in samenwerking met J.G.M. Nieuweweme, arts in opleiding tot specialist, opgemaakte Pro Justitia rapportage en de op 9 april 2018 door drs. R. Ladee, psychiater, opgemaakte aanvullende Pro Justitia rapportage

blijkt ten aanzien van de toerekenbaarheid het volgende.

Volgens de deskundigen is verdachte lijdende aan een ziekelijke stoornis in de vorm van schizofrenie. Tevens is er sprake van een verslaving aan cannabis en van alcoholmisbruik. Zeer waarschijnlijk is er daarnaast sprake van een ontwikkelingsstoornis in de vorm van een beperkt intellect. Mogelijk is er volgens de deskundige daarnaast sprake van persoonlijkheidspathologie. Dit dient nog te worden uitgesloten. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten. De stoornissen beïnvloedden de gedragingen van verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten, met uitzondering van de bedreiging. De deskundigen adviseren om verdachte voor de ten laste gelegde feiten met betrekking tot het seksueel overschrijdend gedrag als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Tot slot is verdachte neurologisch onderzocht. Uit de brief van deskundige J.P. Braakhekke, neuroloog, komt naar voren dat er geen neurologische pathologie bij verdachte is aangetroffen.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen, dat verdachte ten tijde van het plegen van het delict (sterk) verminderd toerekeningsvatbaar was, over.

Ten aanzien van de gevangenisstraf

De rechtbank concludeert dat er bij verdachte kan worden gesproken van een zekere mate van verwijtbaarheid van de door hem gepleegde feiten, hetgeen er ook toe heeft geleid verdachte strafbaar te achten. De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de omstandigheid dat verdachte in het verleden ook in Engeland is veroordeeld ter zake van seksueel getinte delicten, welke veroordelingen mede ten grondslag (lijken te) hebben gelegen aan de uitzetting van verdachte naar Nederland. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden moet worden opgelegd, omdat de aard en de ernst van het bewezenverklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak zouden worden miskend.

Ten aanzien van de gevorderde TBS met dwangverpleging

De rechtbank houdt rekening met de hierboven aangehaalde psychologische en psychiatrische rapportages.

In het psychologisch rapport van 19 december 2017 is geadviseerd om verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen. Er is sprake van een hoog risico tot recidive hetgeen een hoog beveiligingsniveau en een dito zorg- en behandelingsniveau noodzakelijk maakt. Daarnaast is verdachte niet gemotiveerd voor behandeling omdat er geen ziekte inzicht bestaat. Het risico dat verdachte zich aan zorg en behandeling zal onttrekken is in dit verband hoog. Bij deze situatie past volgens deskundige Ligthart het best een terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Een terbeschikkingstelling met voorwaarden is volgens Ligthart niet adequaat, nu er sprake is van een hoog risico tot recidive hetgeen een hoog beveiligingsniveau en een dito zorg- en behandelingsniveau noodzakelijk maakt. Daarnaast is verdachte niet gemotiveerd voor behandeling, omdat er geen ziekte inzicht bestaat. Het risico dat verdachte zich aan zorg en behandeling onttrekt is in dit verband hoog.

In het psychiatrisch rapport van 26 december 2017 van Ladee en Nieuweweme en het aanvullende rapport van 9 april 2018 van Ladee adviseren deze deskundigen eveneens om verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen. Het risico op recidive wordt als zeer hoog ingeschat, met name daar waar het gaat om delicten in de seksuele sfeer. Een terbeschikkingstelling met voorwaarden is volgens Ladee niet mogelijk bij gebrek aan ook maar enige bereidheid tot behandeling bij verdachte en omdat het zorg- en beveiligingsniveau hoog dienen te zijn. Daarnaast is een mate van zorgintensiteit vereist om de complexe pathologie van verdachte adequaat te kunnen behandelen die binnen het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden niet gerealiseerd kan worden. Om de kans op recidive terug te dringen dient verdachte in eerste instantie klinisch behandeld te worden. Een dergelijke behandeling dient volgens Ladee plaats te vinden in het kader van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging, waarbij hij opmerkt dat het sterke vermoeden op een verstandelijke beperking zo snel mogelijk dient te worden geobjectiveerd teneinde de gepaste behandelsetting voor verdachte te kunnen bepalen.

De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van voormelde conclusie van de deskundigen en neemt deze over. Zij is, op grond van hetgeen in de rapportages van de gedragsdeskundigen met betrekking tot de feiten onder de parketnummers 05/740369-17, 05/740467-17 en 05/740505-17 naar voren is gebracht, van oordeel dat er, als gevolg van de geconstateerde ziekelijke stoornissen, bij verdachte sprake is van een zodanig gevaar voor herhaling van soortgelijke delicten, dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen, het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eisen. De rechtbank merkt in ieder geval de bewezenverklaarde feiten op grond van artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht aan als geweldsdelicten. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat ook ten aanzien van de feiten onder de parketnummers 05/072469-17, 05/079669-17, 05/089754-17 en 05/091578-17 is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging, nu het feiten betreft waarop een gevangenisstraf van 4 jaren of meer is gesteld dan wel een feit (bedreiging) dat uitdrukkelijk is genoemd in artikel 37a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verpleging eist.

7b. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder parketnummer 05/079669-17 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd is een bedrag van € 200,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot betaling van het bedrag van € 200,00 toe te wijzen, met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2017. Zij heeft ook verzocht de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich in deze gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het parketnummer 05/079669-17 bewezenverklaarde handelen tot € 200,00 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 37a, 57, 239, 246, 266, 267, 285 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05/740434-17 tenlastegelegde feiten.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd,

door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige

hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat veroordeelde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege

zal worden verpleegd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst de vordering geheel toe

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij
[slachtoffer 2], ten bedrag van € 200,00 (tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2017, tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Maatregel tot schadevergoeding

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van € 200,00 (tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 4 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.G.J. Welbergen (voorzitter), mr. G. Noordraven en

mr. F.M.A. 't Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M.J.A. Peters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 april 2018.

Mr. F.M.A. ’t Hart is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017176023, gesloten op 21 april 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017222243, gesloten op 29 mei 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017228233, gesloten op 21 mei 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

4 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, Dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017388584, gesloten op 21 augustus 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

5 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, Dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017486108, gesloten op 20 oktober 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

6 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017197056, gesloten op 2 juli 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 14.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 18.

9 Proces-verbaal van de terechtzitting van 4 januari 2018, p. 5.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 14.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 16.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 18.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 23.

14 Proces-verbaal van de terechtzitting van 4 januari 2018, p. 5.

15 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017451468, gesloten op 29 september 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

16 Proces-verbaal van aangifte [aangever 3] , p. 10.

17 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [aangever 3] , p. 12.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 15.

19 Proces-verbaal van de terechtzitting van 4 januari 2018, p. 6.