Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1990

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-04-2018
Datum publicatie
01-05-2018
Zaaknummer
05/023278-16, 05/049814-16, 05/249717-16, 05/023727-17, 05/083247-17 en 05/800120-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot 12 maanden gevangenisstaf en oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel wegens het plegen van vele verschillende strafbare feiten, waaronder meerdere mishandelingen, bedreigingen en vernielingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/023278-16, 05/049814-16, 05/249717-16, 05/023727-17, 05/083247-17 en

05/800120-17

Datum uitspraak : 30 april 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1992 te [geboorteplaats 1] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

raadsvrouw: mr. A. van den Berg, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 september 2017, 5 februari 2018 en 16 april 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/023278-16

hij op of omstreeks 5 januari 2016 te Arnhem, zich opzettelijk oneerbaar op een niet voor het openbaar verkeer bestemde openbare plaats, toegankelijk voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten in het warenhuis [naam 5] , gelegen aan de [adres 4] ,

met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

Ten aanzien van parketnummer 05/049814-16

1.

hij, op een of meerdere tijdstippen, op of omstreeks 7 maart 2016 te

Arnhem [slachtoffer 1] (meermalen) heeft mishandeld door (telkens) met kracht met

zijn (rechter)vuist tegen het gezicht en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] te

slaan en/of tegen de onderrug en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te

trappen;

2.

hij, op een of meerdere tijdstippen, op of omstreeks 7 maart 2016 te Arnhem, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (in de Engelse taal) dreigend de woorden toegevoegd:

"Next time I kill you"

(Nederlandse betekenis: De volgende keer vermoord ik je) en/of

"If you come any closer, I will kill you" (Nederlandse betekenis: Als je dichterbij

komt, dan ga ik jou doden),

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 7 maart 2016 te Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portofoon (merk: [merk] ), in elk geval enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan het [naam 6] en/ of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Ten aanzien van parketnummer 05/249717-16

hij op of omstreeks 20 oktober 2016 te Duiven de eerbaarheid heeft geschonden

op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten in de [naam winkel] , gelegen aan de [adres 1] , door zijn broek een stuk(je) te laten zakken en/of (zichtbaar) zijn

geslachtsdeel vast te pakken en/of te tonen;

Ten aanzien van parketnummer 05/023727-17

hij op of omstreeks 6 februari 2017 te Renkum opzettelijk en wederrechtelijk

een goed, te weten (het linker achterportier van) een auto, dat geheel of ten

dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam 1] heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Ten aanzien van parketnummer 05/083247-17

1.

hij op of omstreeks 7 mei 2017 in de gemeente Renkum, opzettelijk en

wederrechtelijk een (voor)deur (van een pand op of aan de [adres 2] ), in elk

geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam BV] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2.

hij op of omstreeks 4 mei 2017 in de gemeente Renkum, opzettelijk en

wederrechtelijk een (voor)deur (van een pand op of aan de [adres 2] ), in elk

geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam BV] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Ten aanzien van parketnummer 05/800120-17

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 januari

2017 tot en met 30 oktober 2017 te Arnhem, althans in Nederland (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 3] , in elk geval van een ander,

met het oogmerk die [slachtoffer 3] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen,

niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, circa 110, in elk geval een groot aantal (whatsapp)berichten, met (deels) beledigende/dwingende/bedreigende teksten, aan die [slachtoffer 3] gestuurd onder meer met de woorden en/of teksten:

- " I will kill you and [naam 7] if [naam 2] came to your house for me after my letter to her in koepel" en/of

- " I will kill you [slachtoffer 3] fuck you" en/of

- " Fuck you [naam 2] I will kill you" en/of

- " I hope to cut your head" en/of

- " You Are criminals and the God make your new Home in the fire For Ever" en/of

- " [slachtoffer 3] I will killl you tomorrow I have gun", en/of

- eenmaal of meermalen (4) youtube filmpjes gestuurd aan die [slachtoffer 3] en/of

- eenmaal of meermalen (3) spraakberichten gestuurd aan die [slachtoffer 3] ;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij eenmaal of meerdere malen in of omstreeks de periode van 21 januari 2017 tot en met 30 oktober 2017 te Arnhem, althans in Nederland (telkens) een persoon genaamd [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend eenmaal of meermalen die [slachtoffer 3] schriftelijk (per app en/of sms) de woorden toegevoegd:

- " I will kill you and [naam 7] if [naam 2] came to your house for me after my letter to her in koepel" en/of

- " I will kill you [slachtoffer 3] fuck you" en/of

- " Fuck you [naam 2] I will kill you" en/of

- " I hope to cut your head" en/of

- " You Are criminals and the God make your new Home in the fire For Ever" en/of

- " [slachtoffer 3] I will killl you tomorrow I have gun" ,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij eenmaal of meerdere malen in of omstreeks de periode van 30 oktober 2017 tot en met 01 november 2017 te Doorwerth, gemeente Renkum, althans in Nederland een persoon genaamd [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend eenmaal of meermalen die [slachtoffer 4] schriftelijk (per app) en/of mondeling de woorden toegevoegd:

- " I will kill you if you know some thing about [naam 2] And didnot tell me" en/of

- " If you know more about [naam 2] than you told me, i will kill you. If you have more information about her, her number or adress and you did not tell me, i will kill you I will do it, i am crazy", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 03 november 2017 te Wageningen, althans in Nederland een persoon genaamd [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend eenmaal of meermalen die [slachtoffer 5] schriftelijk (per app) en/of de woorden toegevoegd:

- " I will kill you" en/of

- " If you dont tell me where is [naam 2] my heart will kill you not mij hand",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 04 november 2017 te Doorwerth, gemeente Renkum, een persoon genaamd [slachtoffer 6] heeft mishandeld door die [slachtoffer 6] (met kracht) tegen de (rechter)slaap, althans in/op/tegen het gezicht/hoofd te slaan en/of te stompen;

5.

hij op of omstreeks 03 november 2017 te Doorwerth, gemeente Renkum,

opzettelijk en wederrechtelijk een reclamebord (behorende bij winkelbedrijf [naam 3] , gelegen aan de [adres 3] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam 4] toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/023278-16 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Volgens de verdediging was er geen sprake van schennis van de eerbaarheid omdat verdachte hier geen (voorwaardelijk) opzet op had. Hij wilde alleen zijn onderbroek goed doen, die op dat moment niet lekker zat.

Beoordeling door de rechtbank

Beveiliger bij de [naam 5] , gelegen aan de [adres 4] te Arnhem, [naam 8] , heeft verklaard dat hij op 5 januari 2016, in de [naam 5] in Arnhem, een Arabisch uitziende man via de camerabeelden volgde in de winkel. Hij zag dat de gulp van de broek van de man open stond. De man ging op de kindermodeafdeling met zijn linkerhand in zijn broek en maakte een schuddende beweging. De man hield zijn broek open. [naam 8] zag dat de man met zijn rechterhand zijn penis uit zijn broek haalde en dat hij hiermee een aantal schuddende bewegingen maakte. [naam 8] is naar de man toegelopen en heeft hem aangesproken. Toen [naam 8] aan de man vertelde wat hij had waargenomen op de camerabeelden zei de man: “I’m sorry, I’m sorry”. [naam 8] heeft de man toen aangehouden. Hij zag dat op dat moment de penis nog steeds uit zijn broek hing. Toen ze samen naar de roltrap liepen hing de penis van de man nog steeds uit zijn broek.2

Een andere beveiliger bij de [naam 5] , [naam 9] , heeft ook verklaard dat hij zag dat de Arabisch uitziende man op de kindermodeafdeling zijn penis uit zijn broek haalde en vervolgens met zijn penis in zijn hand een aantal schuddende bewegingen maakte. Toen hij en zijn collega later met de man naar de roltrap liepen hing de penis van de man nog altijd uit zijn broek.3

De politie heeft de man van de beveiligers overgenomen en zagen dat de knopen van de gulp van de man open stonden. Het bleek om verdachte te gaan.4

De rechtbank leidt uit voornoemde bewijsmiddelen af dat verdachte stond op een kindermodeafdeling van de [naam 5] , zijnde een plaats toegankelijk voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar. Hier heeft hij zijn penis uit zijn broek gehaald zodat deze zichtbaar was voor mensen om hem heen, en vervolgens heeft hij met zijn penis schuddende bewegingen gemaakt. Deze handelingen zijn naar het oordeel van de rechtbank zodanig oneerbaar dat door het opzettelijk uitvoeren van deze handelingen, het opzet op de oneerbaarheid ook gegeven is. De verklaring van verdachte, dat hij slechts zijn onderbroek goed wilde doen en dat daardoor mogelijk iets zichtbaar is geweest, acht de rechtbank gezien de verklaringen van [naam 8] en [naam 9] niet aannemelijk. De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich opzettelijk oneerbaar met ontbloot geslachtsdeel in de [naam 5] heeft bevonden.

Ten aanzien van parketnummer 05/049814-16 5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 tot en met 3, zoals is tenlastegelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van feit 2 deels dient te worden vrijgesproken, namelijk de bedreiging van [slachtoffer 2] . Volgens de verdediging is hiervoor slechts één bewijsmiddel voorhanden, namelijk de verklaring van [slachtoffer 2] . De bedreiging is door niemand anders dan [slachtoffer 2] waargenomen. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 7 maart 2016 in de noodopvang voor vluchtelingen in Arnhem werd aangesproken door verdachte.6 [slachtoffer 1] liep hierop met verdachte mee. Op een gegeven moment draaide verdachte zich om en sloeg hij drie of vier keer met zijn rechtervuist hard in het gezicht van [slachtoffer 1] . Later voelde [slachtoffer 1] hier pijn van. Verdachte riep: “Next time I kill you.” [slachtoffer 1] voelde zich hierdoor bedreigd. Hij vluchtte de ruimte uit, maar verdachte volgde hem. [slachtoffer 1] deed met zijn portofoon een noodoproep. Verdachte sloeg [slachtoffer 1] vervolgens weer een of twee keer hard in zijn gezicht. Ook trapte hij [slachtoffer 1] hard in zijn onderrug. [slachtoffer 1] voelde hiervan pijn. Verdachte pakte de portofoon van [slachtoffer 1] . Hiermee gooide verdachte nog richting [slachtoffer 1] , maar deze wist de portofoon te ontwijken. Vervolgens is [slachtoffer 1] weggerend en heeft hij zich gemeld in het kantoor van het [naam 6] ( [naam 6] ). Later bleek dat verdachte de portofoon (merk [merk] ), die aan het [naam 6] toebehoorde, had meegenomen.7

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 7 maart 2016 als medewerker in het [naam 6] te Arnhem was. Hij hoorde via de portofoon dat alle medewerkers naar de kantine moesten komen. Hij stapte de lift in en zag een man zijn richting in lopen. Twee [naam 6] -medewerkers liepen achter de man aan. Een collega riep: “ [slachtoffer 2] hou hem tegen, hij heeft een porto van ons.” [slachtoffer 2] sprak hem aan en zei: “you have to stop and talk to the [naam 6] .” De man zei “fuck off”. Hij kwam erg agressief over. [slachtoffer 2] pakte de man bij zijn arm en zei nogmaals dat hij moest stoppen. De man trok zijn arm los en liep verder. Hij draaide zich vervolgens om en keek [slachtoffer 2] recht in de ogen aan, terwijl hij op een afstand van twee tot drie meter stond. De man zei toen: “if you come any closer, I will kill you (als je dichterbij komt dan ga ik jou doden).” [slachtoffer 2] zag aan de lichaamshouding en de blik in de ogen van de man dat het menens was. Hij straalde veel agressie uit en zei de bedreiging op dringende toon. [slachtoffer 2] schrok dan ook van de bedreiging en had het idee dat de man deze bedreigingen zou kunnen uitvoeren.8

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij zag dat er een man van het [naam 6] geslagen werd met open handen en vuisten. Er werd ook een porto van deze man afgepakt. De porto werd naar de man van het [naam 6] gegooid maar hij kon deze ontwijken. Toen getuige hen uit elkaar wilde halen duwde de aanvaller hem met geweld weg. De man liep vervolgens met de afgepakte porto weg.9

Verbalisanten waren op 7 maart 2016, naar aanleiding van een melding, op zoek naar een man, met als signalement: een Syrische man van ongeveer 23 jaar oud, donker haar, tussen de 180 en 190 centimeter lang en een normaal postuur, een donkere jas en een spijkerbroek. Ze zagen verdachte lopen, die aan het opgegeven signalement voldeed. Er stak een antenne, soortgelijk als de antennes op de portofoons van de politie, uit de linkerjaszak van verdachte.10

Verdachte heeft verklaard dat hij boos was op 7 maart 2016 omdat hij psychische druk voelde op de plek waar hij verbleef.11

De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte aangever [slachtoffer 1] meermalen (met de vuist) heeft geslagen. Dit wordt immers verklaard door aangever zelf, en is ook waargenomen door getuige [getuige 1] . Ook voor de diefstal van de portofoon is voldoende bewijs, nu dit door aangever [slachtoffer 1] en getuige [getuige 1] is waargenomen, en de politie de portofoon bij verdachte heeft aangetroffen.

De rechtbank heeft voorts uit de inhoud van de bewijsmiddelen de overtuiging dat zowel de bedreiging van [slachtoffer 1] als - anders dan de verdediging heeft betoogd - de bedreiging van [slachtoffer 2] door verdachte is begaan. De gang van zaken van die dag wordt immers door de bewijsmiddelen over en weer bevestigd. Verdachte heeft [slachtoffer 1] mishandeld, heeft een portofoon gestolen en is vervolgens gevlucht. Hij was hierbij telkens zeer agressief, wat ook blijkt uit zijn eigen verklaring dat hij boos was die dag. Daarnaast overweegt de rechtbank dat het om soortgelijke dreigende bewoordingen gaat, waarover zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] heeft verklaard. De rechtbank is van oordeel dat beide aangiftes elkaar ondersteunen. Deze omstandigheden brengen de rechtbank tot de overtuiging dat verdachte tegen [slachtoffer 1] de woorden heeft geuit: “Next time I kill you,” waarvan de Nederlandse betekenis kan zijn “de volgende keer vermoord ik je”, en tegen [slachtoffer 2] de woorden heeft geuit: “If you come any closer, I will kill you.”, waarvan de Nederlandse betekenis kan zijn “als je dichterbij komt dan ga ik jou doden.” Gelet op deze bewoordingen en de agressieve staat waarin verdachte op dat moment verkeerde, kon bij beide aangevers redelijkerwijs de vrees ontstaan dat verdachte het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou uitvoeren.

De rechtbank acht de mishandeling, de bedreigingen en de diefstal aldus wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van parketnummer 05/249717-16

Aangeefster [naam 10] heeft verklaard dat zij op 15 oktober 2016 in de [naam winkel] naast een man stond die zijn geslachtsdeel liet zien. Aan verdachte is gevraagd of hij op 15 oktober 2016 in een [naam winkel] supermarkt was. Ten laste gelegd is echter dat verdachte op 20 oktober 2016 zijn geslachtsdeel heeft getoond. Nu het dossier geen enkel bewijs bevat dat het verdachte was die zich op deze datum hieraan schuldig heeft gemaakt, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het tenlastegelegde.

Ten aanzien van parketnummer 05/023727-17 12

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 6 februari 2017 bevond verdachte zich in Renkum. Hij heeft toen een trap gegeven tegen het linker achterportier van de auto van [naam 1] .13

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster [naam 1] heeft verklaard dat er naar aanleiding van de trap van verdachte een deuk in haar linker achterportier zit met afdrukken van een schoen.14

Nu verdachte een trap heeft gegeven tegen de linker achterportier van de auto van aangever [naam 1] , en er hierdoor een deuk in het portier van deze auto zit, is de rechtbank van oordeel dat er voldoende bewijs is dat verdachte deze auto opzettelijk en wederrechtelijk heeft beschadigd.

Ten aanzien van parketnummer 05/083247-17 15

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zowel het tenlastegelegde onder 1 als het tenlastegelegde onder 2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde onder 2. Er is slechts één getuige’, die op die dag, 4 mei 2017, lawaai heeft gehoord, maar niemand heeft verdachte daadwerkelijk de vernieling zien plegen. Voor wat betreft het tenlastegelegde onder 1 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [naam 11] , directeur van [naam BV] , heeft verklaard dat hij aan verdachte een kamer heeft verhuurd aan de [adres 2] te Renkum.16 Verdachte woonde in kamer 1. Aangever werd regelmatig door medebewoners gebeld over verdachte. Hij zou geluidsoverlast veroorzaken en vernielingen plegen. Op 4 mei 2017 werd aangever gebeld door een medebewoner, [getuige2] , die vertelde dat de bewoner van kamer 1 behoorlijke herrie maakte en de voordeur had ingetrapt. De voordeur is de gezamenlijke toegangsdeur naar de kamers.17

Getuige [getuige2] heeft verklaard dat hij in het appartementencomplex met verdachte woont. Verdachte veroorzaakte regelmatig overlast. Hij schreeuwde, gooide met spullen en gooide deuren hard dicht. Op 4 mei 2017 hoorde getuige hem weer schreeuwen en brullen vanaf de begane grond. Getuige zag vervolgens dat de deur van binnen naar buiten ingetrapt was. Hij heeft toen meneer [naam 11] gebeld. Getuige heeft verdachte niet gezien, maar er was maar één persoon die zo tekeer ging en zijn hele kamer afbrak.18

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 7 mei 2017 in zijn woning aan de [adres 5] te Renkum was, toen hij wat harde klappen hoorde. Toen hij naar buiten ging zag hij zijn buurman de deur inschoppen van de toegang van de woning. Er ontstond hierdoor in het midden een heel groot gat.19

Aangever [naam 11] was op 7 mei 2017 bij het pand aan de [adres 2] in Renkum en zag dat de voordeur wederom was vernield. Het middenschot van de deur was er vrijwel geheel uitgebroken. De schade die op 4 mei was veroorzaakt had hij hiervoor al zo veel mogelijk hersteld.20

De rechtbank is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de beschadiging van de deur op 7 mei 2017. Aangever heeft gezien dat de deur beschadigd is, en getuige [getuige 2] heeft gezien dat verdachte deze deur heeft ingeschopt.

In tegenstelling tot de verdediging is de rechtbank ook van oordeel dat er voldoende bewijs is voor de beschadiging van de deur op 4 mei 2017. Hierbij hecht de rechtbank allereerst waarde aan het feit dat verdachte diezelfde deur een paar dagen later (7 mei 2017) ook heeft vernield. Daarnaast veroorzaakte verdachte volgens zowel getuige [getuige2] als aangever [naam 11] regelmatig overlast in het complex, wat bestond in schreeuwen en vernielingen. Verder hoorde [getuige2] iemand schreeuwen op de begane grond, en zag vervolgens dat de deur van binnenuit ingetrapt was, zodat aannemelijk is dat dat door een/de bewoner moet zijn gedaan. Gelet op deze feiten en omstandigheden in onderling verband bezien, is naar het oordeel van de rechtbank de conclusie gerechtvaardigd dat het verdachte is geweest die de deur op 4 mei 2017 ook heeft beschadigd.

Ten aanzien van parketnummer 05/800120-17 21

Feit 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van 21 januari 2017 tot en met 30 oktober 2017 heeft verdachte 117 WhatsApp berichten naar aangever [slachtoffer 3] gestuurd.22 Dit waren onder andere de volgende berichten:

 “ “I will kill you and [naam 7] if [naam 2] came tot your house for me after my letter to her in koepel.” (gestuurd op 18 februari 2017);

 “ “I will kill you [slachtoffer 3] fuck you.” (gestuurd op 5 april 2017);

 “ “Fuck you [naam 2] I will kill you.” (gestuurd op 22 april 2017);

 “ “I hope to cut your head” (gestuurd op 17 augustus 2017);

 “ “You are criminals and The God make your new Home in the fire For Ever.” (gestuurd in augustus 2017);

 “ “ [slachtoffer 3] I will kill you tomorrow I have gun” (gestuurd op 30 oktober 2017).23

Aangever [slachtoffer 3] heeft klacht gedaan van belaging.24

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Er is geen sprake van belaging omdat aangever zelf nog een aantal keren op de berichten heeft gereageerd, en omdat er ook sprake was van een hulpverlenende relatie tussen verdachte en aangever. Voor wat betreft het subsidiair tenlastegelegde heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [slachtoffer 3] kende verdachte via de kerk, en verdachte heeft een tijdje bij hem en zijn vrouw gelogeerd omdat hij nergens anders kon verblijven.25 Daarna hebben hij en zijn vrouw verdachte ook nog bijstand verleend in allerlei praktische zaken. Verdachte heeft weleens midden in de nacht voor hun deur gestaan omdat hij bij hen wilde slapen. Dit hebben ze niet toegestaan. Aangever [slachtoffer 3] heeft op 18 februari 2017 voor het laatst gereageerd op de WhatsAppberichten van verdachte.26 Aangever is door de berichten van verdachte erg bang geworden om hem in de buurt van zijn woning tegen te komen.27

De rechtbank is van oordeel dat verdachte met het sturen van zoveel WhatsApp berichten een stelselmatige inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 3] . Dat aangever geen belagingsbrief heeft gestuurd en niet tegen verdachte heeft gezegd dat hij geen contact meer met hem mocht opnemen, staat hier niet aan in de weg. Uit de omstandigheid dat aangever al voor lange tijd niet meer reageerde op de vele berichten van verdachte, had verdachte moeten begrijpen dat aangever geen contact meer met hem wilde. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat veel van de berichten van verdachte onaardig en zelfs bedreigend waren. Anders dan de verdediging heeft betoogd, kon onder die omstandigheden ook niet (meer) worden gesproken van een hulpverleningsrelatie tussen aangever [slachtoffer 3] en de verdachte. De rechtbank is ook van oordeel dat verdachte met het sturen van de dreigende berichten de bedoeling had om aangever vrees aan te jagen.

De rechtbank komt aldus tot het oordeel dat er voldoende overtuigend bewijs is voor het primair tenlastegelegde met dien verstande dat het sturen van de YouTube filmpjes en spraakberichten acht de rechtbank niet bewezen als inbreuk makend op de persoonlijke levenssfeer, omdat uit het dossier niet blijkt wat de inhoud hiervan was.

Feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft op 30 oktober 2017 een WhatsApp bericht gestuurd naar [slachtoffer 4] met de tekst: “I will kill you if you know some thing about [naam 2] And didnot tell me”.28

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft de verdediging naar voren gebracht dat niet vaststaat dat aangever zich door de bewoordingen bedreigd heeft gevoeld.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij op 1 november 2017 in de woning van verdachte was, en verdachte tegen hem zei: “If you know more about [naam 2] then you told me, I will kill you. If you have more information about her, her number or adress and you did not tell me, I will kill you I will do it, I am crazy.” Aangever denkt dat verdachte gezien zijn psychische toestand in staat zou zijn om zijn bedreigingen ten uitvoer te brengen.29

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij op 1 november 2017 samen met aangever [slachtoffer 4] in de woning van verdachte was. Verdachte zei toen met stemverheffing in de Engelse taal tegen [slachtoffer 4] : “Als jij mij niet alles vertelt wat je weet over [naam 2] , dan ga ik jou vermoorden.”30

Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de tenlastegelegde bewoordingen, zowel die via de WhatsApp op 30 oktober 2017, als die in persoon op 1 november 2017, tegen [slachtoffer 4] heeft geuit. Gelet op de aard van de door verdachte geuite woorden, en het feit dat aangever ook heeft verklaard dat hij verdachte in staat acht de bedreigingen ten uitvoer te brengen, is de rechtbank van oordeel dat bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou worden gepleegd. Het tenlastegelegde wordt dus bewezen geacht.

Feit 3

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft op 3 november 2017 aangever [slachtoffer 5] twee WhatsApp berichten gestuurd, bevattende de teksten: “I will kill you” en “If you don’t tell me where is [naam 2] my heart will kill you not my hand.”31

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft de verdediging naar voren gebracht dat niet vaststaat dat aangever zich door de bewoordingen bedreigd heeft gevoeld, omdat aangever in een eerdere verklaring heeft aangegeven zich door uitingen van verdachte niet bedreigd te voelen.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [slachtoffer 5] heeft een aantal dagen voor het tenlastegelegde een dreigend WhatsApp-bericht van verdachte ontvangen. Omdat deze bedreiging niet tegen hem in persoon was gericht, voelde hij zich toen ook niet bedreigd en heeft hij hiervan ook geen aangifte gedaan. [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij zich door de ten laste gelegde (latere) bedreiging wel bedreigd voelde en daarom hiervan wel aangifte heeft gedaan.32 Gelet hierop en op de door verdachte geuite bewoordingen is de rechtbank van oordeel dat bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou worden gepleegd. De rechtbank acht het tenlastegelegde bewezen.

Feit 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] , p. 87;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte in het kader van de vordering tot inbewaringstelling d.d. 7 november 2017.

Feit 5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [naam 4] heeft verklaard dat er op 3 november 2017 een reclamebord van hem is vernield. Dit bord stond bij zijn winkel ‘ [naam 3] ’, gelegen aan de [adres 3] in Doorwerth gemeente Renkum. De twee ophangpunten van het bord waren afgebroken waardoor het bord er niet meer aan kon hangen. Mevrouw [getuige 4] had hem verteld dat een man zojuist tegen zijn reclamebord had aangetrapt waardoor deze kapot ging. Dit was dezelfde man die door de politie was meegenomen omdat hij iemand had geslagen.33

Mevrouw [getuige 4] (meisjesnaam [getuige 4] ) heeft verklaard dat ze op 3 november 2017 had gezien dat een persoon tegen het bord van de stomerij had geschopt. Het bord ging hierdoor kapot. Dit was dezelfde persoon die een dag later werd aangehouden omdat hij een man zou hebben geslagen.34

Verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij een reclamebord heeft vernield omdat hij boos was.35

De rechtbank is op basis van voorgaande bewijsmiddelen van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte het reclamebord heeft vernield door er een trap tegenaan te geven.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals hieronder genoemd heeft begaan, te weten dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/023278-16

hij op of omstreeks 5 januari 2016 te Arnhem, zich opzettelijk oneerbaar op een niet voor het openbaar verkeer bestemde openbare plaats, toegankelijk voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten in het warenhuis [naam 5] , gelegen aan de [adres 4] ,

met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

Ten aanzien van parketnummer 05/049814-16

1.

hij, op een of meerdere tijdstippen, op of omstreeks 7 maart 2016 te

Arnhem [slachtoffer 1] (meermalen) heeft mishandeld door (telkens) met kracht met

zijn (rechter)vuist tegen het gezicht en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] te

slaan en/of tegen de onderrug en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te

trappen;

2.

hij, op een of meerdere tijdstippen, op of omstreeks 7 maart 2016 te Arnhem, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (in de Engelse taal) dreigend de woorden toegevoegd:

"Next time I kill you"

(Nederlandse betekenis: De volgende keer vermoord ik je) en/of

"If you come any closer, I will kill you" (Nederlandse betekenis: Als je dichterbij

komt, dan ga ik jou doden),

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 7 maart 2016 te Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portofoon (merk: [merk] ), in elk geval enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan het [naam 6] en/ of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Ten aanzien van parketnummer 05/023727-17

hij op of omstreeks 6 februari 2017 te Renkum opzettelijk en wederrechtelijk

een goed, te weten (het linker achterportier van) een auto, dat geheel of ten

dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam 1] heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Ten aanzien van parketnummer 05/083247-17

1.

hij op of omstreeks 7 mei 2017 in de gemeente Renkum, opzettelijk en

wederrechtelijk een (voor)deur (van een pand op of aan de [adres 2] ), in elk

geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam BV] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

2.

hij op of omstreeks 4 mei 2017 in de gemeente Renkum, opzettelijk en

wederrechtelijk een (voor)deur (van een pand op of aan de [adres 2] ), in elk

geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam BV] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Ten aanzien van parketnummer 05/800120-17

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 januari

2017 tot en met 30 oktober 2017 te Arnhem, althans in Nederland (telkens) wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 3] , in elk geval van een ander,

met het oogmerk die [slachtoffer 3] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen,

niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, circa 110, in elk geval een groot aantal (WhatsApp)berichten, met (deels) beledigende/dwingende/bedreigende teksten, aan die [slachtoffer 3] gestuurd onder meer met de woorden en/of teksten:

- " I will kill you and [naam 7] if [naam 2] came to your house for me after my letter to her in koepel" en/of

- " I will kill you [slachtoffer 3] fuck you" en/of

- " Fuck you [naam 2] I will kill you" en/of

- " I hope to cut your head" en/of

- " You Are criminals and the God make your new Home in the fire For Ever" en/of

- " [slachtoffer 3] I will killl you tomorrow I have gun", en/of

- eenmaal of meermalen (4) youtube filmpjes gestuurd aan die [slachtoffer 3] en/of

- eenmaal of meermalen (3) spraakberichten gestuurd aan die [slachtoffer 3];

2.

hij eenmaal of meerdere malen in of omstreeks de periode van 30 oktober 2017 tot en met 01 november 2017 te Doorwerth, gemeente Renkum, althans in Nederland een persoon genaamd [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend eenmaal of meermalen die [slachtoffer 4] schriftelijk (per app) en/of mondeling de woorden toegevoegd:

- " I will kill you if you know some thing about [naam 2] And didnot tell me" en/of

- " If you know more about [naam 2] than you told me, I will kill you. If you have more information about her, her number or adress and you did not tell me, I will kill you I will do it, I am crazy", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 03 november 2017 te Wageningen, althans in Nederland een persoon genaamd [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend eenmaal of meermalen die [slachtoffer 5] schriftelijk (per app) en/of de woorden toegevoegd:

- " I will kill you" en/of

- " If you dont tell me where is [naam 2] my heart will kill you not my hand",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 04 november 2017 te Doorwerth, gemeente Renkum, een persoon genaamd [slachtoffer 6] heeft mishandeld door die [slachtoffer 6] (met kracht) tegen de (rechter)slaap, althans in/op/tegen het gezicht/hoofd te slaan en/of te stompen;

5.

hij op of omstreeks 03 november 2017 te Doorwerth, gemeente Renkum,

opzettelijk en wederrechtelijk een reclamebord (behorende bij winkelbedrijf [naam 3] , gelegen aan de [adres 3] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam 4] toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 05/023278-16:

Schennis van de eerbaarheid op een niet voor het openbaar verkeer bestemde plaats, toegankelijk voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar

Ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/049814-16 en feit 4 van parketnummer 05/800120-17, telkens:

Mishandeling

Ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/049814-16, en feit 2 en 3 van parketnummer 05/800120-17, telkens:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 3 van parketnummer 05/049814-16:

Diefstal

Ten aanzien van parketnummer 05/023727-17 en ten aanzien van feit 1 en 2 van parketnummer 05/083247-17, telkens:

Het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen

Ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/800120-17:

Belaging

Ten aanzien van feit 5 van parketnummer 05/800120-17:

Het opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht voor de duur van twee jaar een vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op te leggen, inhoudende een contactverbod met aangever [slachtoffer 3] en een locatieverbod voor de woning van deze aangever, waarbij voor elke overtreding vervangende hechtenis van 1 week dient te worden bepaald. De officier van justitie heeft verzocht deze maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft naar voren gebracht dat verdachte geen behandeling wenst en dit ook niet nodig heeft. De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen ter hoogte van het voorarrest, en daarnaast eventueel nog een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 28 februari 2018;

- een psychologisch onderzoek pro justitia van [naam 12] , psychiater, gedateerd 1 september 2017;

- een psychiatrisch onderzoek pro justitia van [naam 13] , psychiater, gedateerd 29 januari 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 31 januari 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, opheffing schorsing voorlopige hechtenis, gedateerd 10 april 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 12 april 2018.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vele strafbare feiten, ten aanzien waarvan de rechtbank opmerkt dat verdachte zich weinig tot niets gelegen heeft laten liggen aan de belangen van anderen. Allereerst heeft hij zich schuldig gemaakt aan schennis van de eerbaarheid, door zijn penis uit zijn broek te halen in de [naam 5] . Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan mishandeling van een [naam 6] -medewerker, bedreiging van twee [naam 6] -medewerkers en diefstal van een portofoon van het [naam 6] . Ook heeft hij vier vernielingen gepleegd, namelijk van een auto, een reclamebord en tweemaal van een voordeur. Verder heeft hij een man die hem juist hulp en bijstand verleende belaagd, en heeft hij twee andere hulpverleners bedreigd. Tot slot heeft hij een willekeurige voorbijganger mishandeld. Dit zijn allemaal ernstige feiten die verdachte telkens zonder enige aanleiding heeft gepleegd. De feiten hebben voor veel overlast en schade bij de slachtoffers gezorgd, maar bij een aantal slachtoffers ook angst veroorzaakt. Verder is een deel van de feiten in een zeer kort tijdsbestek gepleegd. De rechtbank neemt het verdachte vooral zeer kwalijk dat hij zich zo weinig heeft bekommerd om de betrokken mensen.

In zijn verhoren bij de politie heeft verdachte zich meermalen beklaagd dat hij te weinig hulp zou ontvangen, en dat dit de reden is voor het plegen van alle feiten. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij de schuld op deze manier telkens buiten zichzelf legt, terwijl juist uit de stukken blijkt dat verdachte veel hulp van allerlei instanties kreeg. Dat een aantal van de feiten ook gepleegd is tegen hulpverleners maakt het gedrag van verdachte des te kwalijker.

Over verdachte is een psychologische en psychiatrische rapportage opgemaakt. De onderzoekers komen kort samengevat tot de conclusie dat er bij verdachte sprake is van zogenaamde acculturatiestress; betrokkene weet niet hoe hij om moet gaan met de huidige Westerse situatie waarin aan hem hoge eisen worden gesteld met betrekking tot zelfredzaamheid en eigenheid, en vervalt hierdoor in eisend, claimend en adolescentengedrag. Daarnaast leeft verdachte in een sociaal isolement en is er sprake van depressieve gevoelens. Ook heeft verdachte problemen met de realiteitstoetsing. Hij heeft een erotomane waan ontwikkeld waarin [naam 2] , vermoedelijk een [naam 6] medewerkster, verliefd op hem is en altijd rondom hem aanwezig is. Gelet hierop pleiten de onderzoekers ervoor om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten ten tijde van het tenlastegelegde. De onderzoekers schatten het recidiverisico hoog in. Ze adviseren om een klinische opname te gelasten, in de vorm van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel of bij een TBS met voorwaarden.

Vanaf 6 februari 2018 heeft verdachte in het kader van een schorsingsvoorwaarde verbleven in [naam 14] te Wolfheze. Op 17 maart 2018 heeft verdachte zich tijdens begeleid verlof aan het toezicht van zijn begeleider onttrokken. Sindsdien is verdachte spoorloos. Verdachte is niet op zitting verschenen en volgens zijn raadsvrouw zit hij momenteel in Duitsland.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte wegens zijn veelzijdige problematiek eigenlijk een intensieve behandeling nodig heeft binnen een hoog beveiligde setting. Gezien zijn gebrek aan motivatie en zijn neiging zich aan de voorwaarden te onttrekken, zoals onlangs ook is gebleken, heeft het weinig zin dit in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke gevangenisstraf, dan wel bij een TBS-maatregel met voorwaarden op te leggen. Dit is te vrijblijvend voor verdachte. Een TBS maatregel met dwangverpleging blijft dan als enige behandelmogelijkheid over. Deze maatregel vindt de rechtbank echter te zwaar en thans nog niet in verhouding staan tot de bewezen verklaarde feiten. Voor de rechtbank blijft er daarom geen andere optie over dan oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Hierbij overweegt de rechtbank nog dat verdachte ook in detentie behandeld kan worden, indien daartoe in de penitentiaire inrichting aanleiding wordt gezien.

De rechtbank acht - in overeenstemming met de adviezen van de deskundigen - verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat de hoeveelheid feiten die verdachte heeft gepleegd en de overlast en schade die hij hiermee heeft veroorzaakt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen van langere duur dan de officier van justitie heeft gevorderd.

De rechtbank acht het daarnaast van belang dat verdachte geen contact meer met aangever [slachtoffer 3] op zal nemen. [slachtoffer 3] heeft verdachte voor lange tijd hulp willen bieden, maar is – zo is ter zitting gebleken – door het gedrag van verdachte angstig geworden dat verdachte contact met hem zal opnemen. De rechtbank zal daarom een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen voor de duur van twee jaar, inhoudende dat verdachte op geen enkele wijze contact mag zoeken met aangever [slachtoffer 3] en zich daarnaast niet mag bevinden binnen een straal van 200 meter van het huis van aangever. Er zal een vervangende hechtenis worden toegepast voor de duur van één week per overtreding van het contact- en locatieverbod. Deze maatregel zal de rechtbank dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat de rechtbank, onder meer wegens de lange periode waarin verdachte contact met aangever heeft proberen op te nemen, van oordeel is dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw contact met aangever op zal opnemen en zich hierbij jegens hem belastend zal gedragen en misschien zelfs opnieuw een strafbaar feit zal plegen.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Verschillende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot betaling van het bedrag van € 350,- toe te wijzen. De officier van justitie heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat de vordering van [naam 1] tot een bedrag van € 1.665,73 moet worden toegewezen. Tot slot heeft de officier van justitie verzocht de vordering van [naam BV] te matigen, nu een deel van de gevorderde schade geen rechtstreekse schade betreft. De officier van justitie heeft voorgesteld telkens de gevorderde wettelijke rente toe te wijzen en telkens gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen tot de toegewezen bedragen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging heeft verzocht de vordering van [naam 1] te matigen. De vordering betreft de kosten voor reparatie, maar het blijkt niet dat zij de auto ook voor reparatie heeft aangeboden. Er dient dan te worden uitgegaan van een waardedaling, en die ligt lager dan de kosten voor reparatie. De vordering van [naam BV] dient volgens de verdediging niet-ontvankelijk te worden verklaard. De vordering is voor een groot deel toegespitst op schade die niet rechtstreeks uit het tenlastegelegde voortvloeit, en daarnaast is niet gespecificeerd welk deel van het schadebedrag dit betreft. Gelet daarop is de schade niet eenvoudig vast te stellen.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer 1]

heeft ten aanzien van het van parketnummer 05/049814-16 onder 1 en 2 bewezenverklaarde, namelijk een mishandeling en een bedreiging, een immateriële schadevergoeding gevorderd van € 350,-. Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is goed onderbouwd en niet betwist. De rechtbank zal de vordering daarom toewijzen. Daarnaast zal de rechtbank hierbij de wettelijke rente toewijzen vanaf 7 maart 2016 en de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[naam 1]

heeft ten aanzien van de onder parketnummer 05/023727-17 bewezen verklaarde vernieling een schadevergoeding gevorderd van € 1.665,73, te weten het bedrag voor het herstel van de schade aan haar auto. Ze heeft deze vordering onderbouwd door middel van een offerte van een autobedrijf. De rechtbank gaat ervan uit dat de offerte een reële taxatie is van de waardevermindering, waardoor het geen verschil maakt of de auto wel of niet is gerepareerd. De rechtbank zal de vordering daarom in zijn geheel toewijzen, en hierbij ook de wettelijke rente toewijzen vanaf 6 februari 2017 en de schadevergoedings-maatregel opleggen.

[naam BV]

heeft ten aanzien van de onder parketnummer 05/083247-17 bewezen verklaarde vernielingen een schadevergoeding gevorderd van € 2.100,-. De rechtbank overweegt dat uit het schadeformulier volgt dat de schade onder andere de kosten betreft voor het herstel van de muren, vloeren en keuken. Dit betreft echter geen rechtstreekse schade van de bewezen verklaarde vernielingen van deuren. Daarnaast is er schade gevorderd voor het vervangen van de deuren. Los van het feit dat in de onderbouwing van de schadevordering het bedrag voor de vervanging van de deuren niet apart is vermeld, volgt uit het dossier slechts dat de deuren zijn hersteld en niet dat ze moesten worden vervangen. Om deze reden is de rechtbank van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd, terwijl een nader schadeonderzoek een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Om die reden zal de vordering geheel niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de rechtbank van oordeel is dat [naam BV] door het bewezenverklaarde wel schade heeft geleden, zal de rechtbank een schadevergoedingsmaatregel opleggen, waarbij de kosten van de herstelwerkzaamheden aan de deuren worden geschat op € 200,00.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 38v, 57, 239, 285, 285b, 300, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 05/249717-16 tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 beveelt, bij wijze van vrijheidsbeperkende maatregel, dat verdachte gedurende een periode van twee jaren:

  1. op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 3] (geboren: [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] );

  2. zich gedurende een periode van twee jaren niet zal bevinden binnen een straal van 200 meter van de woning van [slachtoffer 3] , gelegen aan de [adres 6] .

 beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van zeven (7) dagen voor iedere keer dat niet aan deze maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op;

beveelt dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

De beslissingen op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 en 2 onder parketnummer 05/049814-16 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 350 (driehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 350,- (driehonderdvijftig euro), met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hiervan 7 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissingen op de vordering van de benadeelde partij [naam 1]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde onder parketnummer 05/023727-17 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam 1], van een bedrag van € 1.665,73 (duizend zeshonderdvijfenzestig euro en drieënzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 1] , een bedrag te betalen van € 1.665,73 (duizend zeshonderdvijfenzestig euro en drieënzeventig cent), met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hiervan 26 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissingen op de vordering van de benadeelde partij [naam BV]

  • -

    verklaart de benadeelde partij [naam BV] niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam BV] , een bedrag te betalen van € 200,- (tweehonderd euro), met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hiervan 4 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg (voorzitter), mr. P.C. Quak en mr. G.W.B. Heijmans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Ruizendaal-van der Veen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 april 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016018691, gesloten op 11 januari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Een schriftelijk bescheid, inhoudende een aanhouding- en aangifteformulier, [naam 5] Arnhem, p.13, 15.

3 Een schriftelijk bescheid, inhoudende een aanhouding- en aangifteformulier, [naam 5] Arnhem, p.17.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p.5.

5 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016131789, gesloten op 17 maart 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

6 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] , mede namens [naam 6] , p.19.

7 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] , mede namens [naam 6] , p.20.

8 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] , p.23.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p.25.

10 Proces-verbaal aanhouding [verdachte] , p.6.

11 Proces-verbaal verhoor verdachte, p.32.

12 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017057863, gesloten op 7 februari 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

13 Proces-verbaal aangifte [naam 1] , p.5 en proces-verbaal van verhoor verdachte, p.23.

14 Proces-verbaal aangifte [naam 1] , p.5.

15 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 4] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017208587, gesloten op 18 mei 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

16 Proces-verbaal aangifte [naam 11] namens [naam BV] , p.3.

17 Proces-verbaal aangifte [naam 11] namens [naam BV] , p.4.

18 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige2] , p.14.

19 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p.12.

20 Proces-verbaal aangifte [naam 11] , p.6.

21 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 5] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017513767, gesloten op 6 november 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

22 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 3] , p.20, proces-verbaal van bevindingen inclusief bijlagen, p.22-59. en proces-verbaal van verhoor verdachte, p.103-104.

23 Proces-verbaal van bevindingen, p.60 en proces-verbaal van verhoor verdachte, p.104.

24 Proces-verbaal ontvangst klacht d.d. 6 november 2017, pag. 61.

25 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 3] , p.19.

26 Bijlage bij proces-verbaal van bevindingen, p. 31.

27 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 3] , p.62-63.

28 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 4] , p.64, proces-verbaal van bevindingen p.67 en proces-verbaal van verhoor verdachte, p.105.

29 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 4] , p.68.

30 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p.70.

31 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 5] , p.72, 74 en proces-verbaal verhoor verdachte, p.106.

32 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 5] d.d. 16 november 2017.

33 Proces-verbaal aangifte [naam 4] , p.83.

34 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 16 november 2017.

35 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte in het kader van de vordering tot inbewaringstelling d.d. 7 november 2017.