Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1757

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-04-2018
Datum publicatie
18-04-2018
Zaaknummer
05/882110-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak ontvoering en poging tot afpersing. 1 maand gevangenisstraf voor voorhanden hebben patroonhouder met patronen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/882110-16

Datum uitspraak : 18 april 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

thans uit andere hoofde gedetineerd te PI Zuid West - De Dordtse Poorten te Dordrecht.

Raadsman: mr. M.A.W. Nillesen, advocaat te 's-Hertogenbosch.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen 1 juni 2017, 17 augustus 2017, 24 augustus 2017, 4 oktober 2017, 14 maart 2018, 16 maart 2018 en 4 april 2018.

1. De inhoud van de tenlastelegging 1

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. samen met anderen aangever [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) op 2 december 2016 in Nunspeet heeft gegijzeld dan wel heeft ontvoerd;

2. samen met anderen heeft geprobeerd [slachtoffer 1] en aangever [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) in de periode van 20 januari 2017 tot en met 20 februari 2017 af te persen;

3. tussen 1 juni 2016 en 2 december 2016 de beschikking heeft gehad over een verboden wapen, patroonhouders en munitie.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de onder 1 primair ten laste gelegde gijzeling van [slachtoffer 1] , het medeplegen van de onder 2 ten laste gelegde poging tot afpersing van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en het medeplegen van het voorhanden hebben van het wapen, de munitie en de patroonhouders. De officier van justitie heeft de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat er algehele vrijspraak dient te volgen. Er is weliswaar op een aantal plekken en/of voorwerpen DNA van verdachte aangetroffen, maar verdachte heeft een verklaring gegeven hoe zijn DNA op die plekken en/of voorwerpen terecht kan zijn gekomen. Het is bovendien ook mogelijk dat dit DNA op een andere - voor verdachte onbekende - wijze op plekken en/of voorwerpen terecht is gekomen. Met een toelichting als vermeld in de pleitnotitie stelt de raadsman verder dat nader en zeer uitvoerig politieonderzoek geen substantieel bewijs tegen verdachte heeft opgeleverd. Als één van de andere in het dossier genoemde verdachten iets met de gijzeling of afpersing van [slachtoffer 1] te maken heeft gehad, is dat geen bewijs dat verdachte daar ook iets mee te maken heeft gehad.

Vaststaande feiten

Op grond van het hierna volgende stelt de rechtbank het volgende, dat verder niet ter discussie staat, vast.

[slachtoffer 1] is op 2 december 2016 om ongeveer 10.29 uur op de Oenenburgweg te Nunspeet in zijn auto klem gereden door onder meer een zwarte Mercedes Sprinter, voorzien van het kenteken [kenteken] . Er stonden drie gemaskerde personen bij de auto van [slachtoffer 1] . Deze personen droegen zwarte kleding en handschoenen. Twee van hen hadden een vuurwapen in de hand. [slachtoffer 1] werd uit zijn auto getrokken en vervolgens op de achterbank van een donkere BMW stationcar gezet. Vervolgens zijn de auto’s weggereden en is [slachtoffer 1] in een loods gevangen gehouden. Later die dag is [slachtoffer 1] weer vrij gelaten. De voornoemde Mercedes Sprinter voorzien van het kenteken [kenteken] is op 2 december 2016 om 10.55 uur aangetroffen op een carpoolplaats te Nunspeet.

Er is sporenonderzoek verricht aan en in de Mercedes Sprinter. Er zijn sporen veiliggesteld op onder meer het stuur, op een patroonhouder die op de vloer werd aangetroffen en op een portofoon die in het vakje van de rechterportier werd aangetroffen. De daarop aangetroffen DNA-profielen bevatten telkens het DNA-profiel van verdachte.

Op de carpoolplaats waar de Mercedes Sprinter is achtergelaten is ook een vuurwapen van het merk Zastava aangetroffen. Daarin zat een patroonhouder met acht patronen. Op zowel het magazijn als op drie van de acht patronen is een DNA-profiel aangetroffen dat matcht met het profiel van verdachte. Op het magazijn is een DNA-hoofdprofiel van verdachte aangetroffen met een matchkans van kleiner dan één op één miljard. Op verschillende kogelpatronen die in het magazijn zaten is ook een DNA-profiel van verdachte aangetroffen met een matchkans van kleiner dan één op één miljard.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Niet ter discussie staat dat [slachtoffer 1] op 2 december 2016 is ontvoerd, en daarna is gegijzeld. Beoordeeld dient te worden of verdachte hierbij betrokken is geweest.

Verdachte heeft ontkend dat hij op 2 december 2016 de bestuurder van de Mercedes Sprinter is geweest en dat hij betrokken is geweest bij de ontvoering dan wel gijzeling van [slachtoffer 1] .

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op een clubavond een afspraak heeft gemaakt met ene [naam 1] . Deze [naam 1] kon wapens leveren. Verdachte wilde een wapen aanschaffen voor zijn vriendin, ter bescherming. Verdachte, [naam 1] en [naam 2] zijn vervolgens met een grote zwarte bus naar het huis van verdachte gereden. Thuis heeft [naam 1] de wapens aan verdachte en zijn vriendin laten zien. Verdachte heeft toen verschillende wapens bekeken en in zijn handen gehad. Hij heeft zijn vriendin voorgedaan hoe een wapen werkt. Hij heeft verschillende doosjes en kogels in zijn handen gehad. Hij heeft eind november 2016, hij denkt ongeveer tussen 25 en 30 november, in de grote zwarte bus gezeten en ook wel een keer eerder. Hij heeft toen ook een portofoon in de handen gehad. Dit kan verklaren dat zijn DNA in de bus, op de portofoon, op het wapen en op de kogels terecht is gekomen.

Op grond van het aantreffen van zijn DNA op het stuur van de Mercedes Sprinter en de verklaring van verdachte, kan de rechtbank vaststellen dat verdachte op enig moment de bestuurder van de Mercedes Sprinter is geweest. Echter, enkel op grond hiervan kan niet zonder meer de conclusie worden getrokken dat het verdachte is geweest die op 2 december 2016 de Mercedes Sprinter heeft bestuurd dan wel op andere wijze bij de ontvoering en/of gijzeling van [slachtoffer 1] betrokken is geweest.

Uit de filmbeelden en de verklaringen van [slachtoffer 1] en van de getuigen blijkt dat de daders van de ontvoering van [slachtoffer 1] inclusief de bestuurder van de Mercedes Sprinter handschoenen droegen en dat de bestuurder van de Mercedes Sprinter nog steeds handschoenen droeg op het moment hij weer instapte en wegreed. Hierdoor is het niet aannemelijk dat er op dat moment DNA-materiaal van de bestuurder op het stuur is achtergebleven. De overige sporen van verdachte in de Mercedes Sprinter zijn aangetroffen op verplaatsbare voorwerpen (patroonhouder en portofoon), waardoor ook deze niet zonder meer delict gerelateerd zijn. Dit geldt ook voor de sporen van verdachte die zijn aangetroffen op het magazijn van het vuurwapen van het merk Zastava, dat op 2 december 2016 in de nabijheid van de Mercedes Sprinter is aangetroffen, en op diverse kogelpatronen uit dat magazijn. Ook kan niet worden vastgesteld dat dit wapen op 2 december 2016 bij de gijzeling dan wel ontvoering van [slachtoffer 1] is gebruikt.

De rechtbank komt op basis van het bovenstaande tot de conclusie dat op basis van het aangetroffen DNA van verdachte in en in de nabijheid van de Mercedes Sprinter, niet kan worden vastgesteld dat verdachte op 2 december 2016 tijdens de ontvoering dan wel de gijzeling van [slachtoffer 1] de Mercedes Sprinter heeft bestuurd en/of op andere wijze hierbij betrokken is geweest.

Nu bovenstaande bewijsmiddelen ook in onderlinge samenhang bezien niet tot bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij feit 1 kunnen leiden, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde.

Feit 2

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 2 ten laste gelegde feit onlosmakelijk is verbonden met feit 1 en dat de betrokkenheid van verdachte bij feit 2 volgt uit dezelfde bewijsmiddelen als die gelden voor feit 1.

Uit de overwegingen met betrekking tot feit 1 blijkt dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van het ten laste gelegde onder feit 1. Daarnaast constateert de rechtbank dat er in het dossier ook overigens geen bewijs aanwezig is dat verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij een poging tot afpersing van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zoals onder 2 aan verdachte ten laste is gelegd.

Verdachte zal daarom ook vrijgesproken worden voor het onder 2 ten laste gelegde.

Feit 3

Ten aanzien van het vuurwapen en acht patronen

Op de carpoolplaats te Nunspeet is op 2 december 2016 een vuurwapen van het merk Zastava aangetroffen. Daarin zat een patroonhouder met acht patronen. Op het magazijn uit dat wapen is een DNA hoofdprofiel van verdachte aangetroffen met een matchkans van kleiner dan één op één miljard. Op verschillende kogelpatronen die in het magazijn zaten is ook een DNA profiel van verdachte aangetroffen met een matchkans van kleiner dan één op één miljard.

Uit de casuïstiek van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat bewustheid van de aanwezigheid van een wapen zonder daarover feitelijk te kunnen beschikken, onvoldoende is voor een bewezenverklaring van voorhanden hebben. Een wapen overhandigd krijgen van een ander en vervolgens korte tijd het wapen vasthouden, betekent niet zonder meer dat daarmee ook de beschikkingsmacht over het wapen is verkregen. De verdachte is zich in dat geval weliswaar van de aanwezigheid van een wapen bewust, maar die bewustheid levert geen (medeplegen van) voorhanden hebben op (HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN7725), tenzij de verdachte met het wapen een daad van beschikking heeft verricht.

Uit de onder feit 1 weergegeven verklaring van verdachte blijkt dat hij het pistool en de patronen in de handen heeft gehad. Hij heeft zijn vriendin voorgedaan hoe een wapen werkt en heeft daarbij ook verschillende doosjes en kogels in zijn handen gehad. Deze verklaring biedt echter onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat verdachte een daad van beschikking met betrekking tot dit wapen heeft verricht. Hieruit volgt weliswaar dat sprake is geweest van bewustheid van de aanwezigheid van het wapen. Echter, kan niet worden vastgesteld dat verdachte feitelijk beschikkingsmacht heeft gehad en/of dat hij met het wapen een daad van beschikking heeft verricht. Om die reden dient hij te worden vrijgesproken van dit deel van het onder 3 ten laste gelegde feit.

Met betrekking tot de patroonhouder en vijftien patronen

Op 2 december 2016 is in Nunspeet een Mercedes Sprinter voorzien van het kenteken [kenteken] aangetroffen. Tijdens onderzoek werd er op de vloer een patroonhouder met daarin kogelpatronen aangetroffen.3 De patroonhouder en de kogelpatronen zijn ieder van categorie III in de zin van de WWM.4 Op de patroonhouder is een DNA hoofdprofiel van verdachte aangetroffen met een matchkans van kleiner dan één op één miljard.5

Op de patroonhouder is het DNA hoofdprofiel van verdachte aangetroffen, met een matchkans van kleiner dan één op één miljard. Verdachte heeft hiervoor geen verklaring gegeven. Evenmin heeft hij een verklaring gegeven voor het feit dat deze patroonhouder is aangetroffen in de Mercedes Sprinter, waarvan verdachte volgens eigen zeggen gebruikt heeft gemaakt. Dit had wel op de weg van verdachte gelegen. Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte de patroonhouder voorhanden heeft gehad.

Op de patroonhouder is ook een mengprofiel aangetroffen. Gelet op de relatief geringe hoeveelheid celmateriaal is het niet mogelijk geweest om met behulp van een statistisch model en op basis van gehanteerde richtlijnen de bewijskracht van de mengprofielen betrouwbaar te bepalen. Dat anderen dan verdachte de patroonhouder hebben vastgehouden en daarmee voorhanden gehad kan dus niet (betrouwbaar) worden vastgesteld. Verdachte zal om die reden worden vrijgesproken van het medeplegen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in de periode van 1 juni 2016 tot en met 2 december 2016 in de gemeente(n) Tilburg en/of Oss en/of Nunspeet en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen

een voor een (vuur)wapen geschikte patroonhouder, zijnde een wapen van

categorie III en/of

15, althans een aantal voor een vuurwapen geschikte patronen, althans/zijnde

munitie van categorie III, voorhanden heeft gehad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 3:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte ter zake van de onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naast de bepleite algehele vrijspraak geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft een gevulde patroonhouder voorhanden gehad. Het bezit van een dergelijk goed kan leiden tot een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid in de maatschappij. Uit het uittreksel justitiële documentatie van 31 januari 2018 blijkt dat verdachte ook in het verleden veelvuldig met politie en justitie in aanraking is geweest, ook voor feiten met een geweldscomponent.

De rechtbank acht, gelet op de oriëntatiepunten van de LOVS, de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De rechtbank komt wel tot het opleggen van een aanzienlijk lagere gevangenisstraf dan de officier van justitie heeft gevorderd. De reden daarvan is dat verdachte wordt vrijgesproken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, waarop de eis van de officier van justitie blijkens de gegeven toelichting met name op is gebaseerd.

De geschorste voorlopige hechtenis zal worden opgeheven.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van een bivakmuts aan de verdachte.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 18.310,-- (€ 3.310,-- materiële schade en € 15.000,-- immateriële schade).

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 10.000,-- immateriële schade en een bedrag van € 4.997,30 voor de kosten van rechtsbijstand.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt toewijzing van de gevorderde schade, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt, gelet op de bepleite vrijspraak, de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren.

Beoordeling door de rechtbank

Nu verdachte van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken is niet voldaan aan de wettelijke vereisten zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid, aanhef en sub b, van het Wetboek van Strafvordering. Dat betekent dat benadeelde partijen niet in hun vorderingen kunnen worden ontvangen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde feiten.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 heft op het - geschorste - bevel voorlopige hechtenis;

 gelast de teruggave aan veroordeelde van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven bivakmuts.

De beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen.

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.S.M. Bak (voorzitter), mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. T.C. Henniphof, rechters, in tegenwoordigheid van A.B.M. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 april 2018.

Bijlage I

1.

hij op of omstreeks 2 december 2016 in de gemeente Nunspeet en/of elders in

Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd

gehouden, met het oogmerk die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (de

zakenpartner van die [slachtoffer 1] ) en/of een of meer anderen te dwingen iets te

doen, te weten (onder meer) - zakelijk weergegeven- het betalen van een aanzienlijk

geldbedrag en/of afgifte van 2000 "blokken"(cocaïne/harddrugs) aan hem,

verdachte en/of zijn mededader(s) en/of het rechtstreeks onder de marktprijs verkopen van hoeveelheden (hard)drugs aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s) althans tot een of meer (soortgelijke) transactie(s)/ handeling(en),

immers heeft/hebben en/of is/zijn hij, verdachte en/of zijn mededaders

- op de openbare weg (in de gemeente Nunspeet) de auto, waarin die [slachtoffer 1] reed, met een of meer auto's/voertuigen klemgereden en/of gehuld in bivakmutsen op die [slachtoffer 1] toegelopen en/of die [slachtoffer 1] onder bedreiging van een of meer (vuur)wapen(s), althans op (een) wapen(s) gelijkende voorwerpen, gedwongen uit diens auto te stappen en/of deze uit diens auto getrokken en/of die [slachtoffer 1] geblinddoekt en/of geboeid en/of gekneveld en/of gedwongen mee te lopen naar - en/of in te stappen in een voertuig van hem, verdachte, en/of zijn mededaders en/of

- die [slachtoffer 1] tegen diens wil vervoerd naar - en/of gedurende meerdere uren, althans gedurende lange tijd, ondergebracht in een (voor die [slachtoffer 1] onbekende ) loods en/of een soortgelijke afgesloten ruimte en/of

- die [slachtoffer 1] vastgebonden en/of geslagen/gestompt en/of bedreigd met (een) vuurwapen(s), althans daarop gelijkende voorwerp(en) en/of

- de benen en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer 1] met cellofaan omwikkeld en/of

- die [slachtoffer 1] besproeid/overgoten met een vloeistof en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] ingetaped en/of daarbij aan deze toegevoegd dat die [slachtoffer 1] dan minder geluid zou maken als deze in de brand stond en/of deze gevraagd hoeveel kinderen die [slachtoffer 1] had en/of waar diens dochter woonde en/of dat, als die [slachtoffer 1] zou liegen, de brand erin zou gaan en/of

- aangegeven dat verdachte en/of zijn mededaders die [slachtoffer 1] zouden vrijlaten, maar dat als deze naar de politie ging, zij eerst diens dochter en/of die [slachtoffer 1] zelf zouden vermoorden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking toegevoegd en/of

- die [slachtoffer 1] anderszins bedreigd en/of

- die [slachtoffer 1] gedurende lange tijd belet om die loods/ruimte te verlaten;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 2 december 2016 in de gemeente Nunspeet en/of elders in

Nederland en/of in België tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben en/of is/zijn hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- op de openbare weg (in de gemeente Nunspeet) de auto, waarin die [slachtoffer 1] reed, met een of meer auto's/voertuigen klemgereden en/of gehuld in bivakmutsen op die [slachtoffer 1] toegelopen en/of die [slachtoffer 1] onder bedreiging van een of meer (vuur)wapen(s), althans op (een) wapen(s) gelijkende voorwerpen, gedwongen uit diens auto te stappen en/of deze uit diens auto getrokken en/of die [slachtoffer 1] geblinddoekt en/of geboeid en/of gekneveld en/of gedwongen mee te lopen naar - en/of in te stappen in een voertuig van hem, verdachte, en/of zijn mededaders en/of

- die [slachtoffer 1] tegen diens wil vervoerd naar - en/of gedurende meerdere uren, althans gedurende lange tijd ondergebracht in een(voor die [slachtoffer 1] onbekende) loods en/of een soortgelijke afgesloten ruimte en/of

- die [slachtoffer 1] vastgebonden en/of geslagen/gestompt en/of bedreigd met (een) vuurwapen(s), althans daarop gelijkende voorwerp(en) en/of de benen en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer 1] met cellofaan omwikkeld en/of

- die [slachtoffer 1] besproeid/overgoten met een vloeistof en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] ingetaped en/of daarbij aan deze toegevoegd dat die [slachtoffer 1] dan minder geluid zou maken als deze in de brand stond en/of deze gevraagd hoeveel kinderen die [slachtoffer 1] had en/of waar diens dochter woonde en/of dat, als die [slachtoffer 1] zou liegen, de brand erin zou gaan en/of

- aangegeven dat verdachte en/of zijn mededaders die [slachtoffer 1] zouden vrijlaten, maar dat als deze naar de politie ging, zij eerst diens dochter en/of die [slachtoffer 1] zelf zouden vermoorden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking toegevoegd en/of

- die [slachtoffer 1] anderszins bedreigd en/of

- die [slachtoffer 1] gedurende lange tijd belet om die loods/ruimte te verlaten en/of

- die [slachtoffer 1] achtergelaten in een voor die [slachtoffer 1] onbekende plaats;

2.

hij in of omstreeks de periode van 2 december 2016 tot en met 20 februari 2017 in de gemeente(n) Nunspeet en/of Ridderkerk en/of elders in Nederland en/of in België en/of in Duitsland

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot

de afgifte van 10 miljoen Euro, althans een aanzienlijk geldbedrag en/of een hoeveelheid (hard)drugs en/of een of meer ander(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of aan die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

het tenietdoen van een inschuld, te weten het aan verdachte en/of aan zijn mededader(s) verkopen van (hard)drugs onder de marktprijs ,

- ( op 2 december 2016) op de openbare weg (in de gemeente Nunspeet) de auto, waarin die [slachtoffer 1] reed, met een of meer auto's/voertuigen heeft/hebben klemgereden en/of gehuld in bivakmutsen op die [slachtoffer 1] is/zijn toegelopen en/of die [slachtoffer 1] onder bedreiging van een of meer (vuur)wapen(s), althans op (een) wapen(s) gelijkende voorwerpen, heeft/hebben gedwongen uit diens auto te stappen en/of deze uit diens auto heeft/hebben getrokken en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben geblinddoekt en/of geboeid en/of gekneveld en/of gedwongen mee te lopen naar - en/of in te stappen in een voertuig van hem, verdachte, en/of zijn mededaders en/of

- die [slachtoffer 1] tegen diens wil heeft/hebben vervoerd naar - en/of gedurende meerdere uren, althans gedurende lange tijd, ondergebracht in een (voor die [slachtoffer 1] onbekende) loods en/of een soortgelijke afgesloten ruimte en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgebonden en/of geslagen/gestompt en/of bedreigd met (een) vuurwapen(s), althans met daarop gelijkende voorwerp(en) en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat er 2000 "blokken" moesten komen of geld, althans woorden van soortgelijke strekking heeft/hebben toegevoegd, en/of

- de benen en/of het bovenlichaam van die [slachtoffer 1] met cellofaan heeft/hebben omwikkeld en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben besproeid/overgoten met een vloeistof en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] ingetaped en/of daarbij aan deze heeft/hebben toegevoegd dat die [slachtoffer 1] dan minder geluid zou maken als deze in de brand stond en/of deze heeft/hebben gevraagd hoeveel kinderen die [slachtoffer 1] had en/of waar diens dochter woonde en/of dat, als die [slachtoffer 1] zou liegen, de brand erin zou gaan en/of

- heeft/hebben aangegeven dat verdachte en/of zijn mededaders die [slachtoffer 1] zouden vrijlaten, maar dat als deze naar de politie ging, zij eerst diens dochter en/of die [slachtoffer 1] zelf zouden vermoorden, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking heeft/hebben toegevoegd en/of

- die [slachtoffer 1] anderszins heeft/hebben bedreigd en/of

- die [slachtoffer 1] gedurende lange tijd heeft/hebben belet om die loods/ruimte te verlaten

en/of

- ( in of omstreeks de periode van 20 januari 2017 tot en met 20 februari 2017) een of meer brieven naar die [slachtoffer 1] (te Nunspeet) en/of naar die [slachtoffer 2] (te Ridderkerk) heeft/hebben verzonden en/of die brieven/brief op het adres van die [slachtoffer 1] en/of op het adres van die [slachtoffer 2] heeft/hebben bezorgd/afgeleverd , in welke brieven/brief - zakelijk weergegeven- wordt aangegeven dat die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] op het werkterrein van verdachte en/of van zijn mededaders opereren en/of dat die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] (om die reden) tien miljoen Euro moet(en) betalen en/of (hun) drugs onder de marktprijs moeten verkopen en/of dat, indien die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] hier niet mee accoord gaan/gaat, het niet goed komt en niet wordt geaccepteerd, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of daarbij de (exacte) personalia en/of identiteitsgegevens van een of meer familieleden van die [slachtoffer 2] en/of van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vermeld en/of

dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders wil(len) dat die [slachtoffer 1] (op 23 januari 2017 om 1400 uur) naar het adres van die [slachtoffer 2] komt en dat die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] dan meer informatie krijgen, en/of

aan die [slachtoffer 1] en/of aan die [slachtoffer 2] aangegeven dat deze zich beschikbaar moest(en) houden voor contact met hem, verdachte, en/of met zijn mededaders, en/of

- een (geprepareerd) mobiel telefoontoestel (bestemd voor communicatie door verdachte en/of zijn mededaders met die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] ) op het adres van die [slachtoffer 2] heeft/hebben bezorgd/afgeleverd en/of

- ( naar voornoemd telefoontoestel) meermalen, althans eenmaal een of meer bericht(en) bestemd voor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben verzonden met daarin verdere instructies met betrekking tot de door die [slachtoffer 1] en/of door die [slachtoffer 2] te verrichten handeling(en), die zouden moeten leiden tot de voornoemde afgifte van geld en/of (hard)drugs en/of een of meer andere goed(eren) en/of tot voornoemde verkoop van (hard)drugs aan verdachte en/of aan zijn mededader(s),

- ( naar voornoemd telefoontoestel) meermalen, althans eenmaal een of meer bericht(en) bestemd voor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben verzonden met daarin verdere instructies met betrekking tot de door die [slachtoffer 1] en/of door die [slachtoffer 2] te verrichten handeling(en), die zouden moeten leiden tot de voornoemde afgifte van geld en/of (hard)drugs en/of een of meer andere goed(eren) en/of tot voornoemde verkoop van (hard)drugs aan verdachte en/of aan zijn mededader(s),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot en met 2 december 2016 in de gemeente(n) Tilburg en/of Oss en/of Nunspeet en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen

een pistool (Zastava M57, kaliber 7.62 Tokarev), zijnde/althans een wapen van categorie III (onder 1) en/of

een patroonhouder, bestemd en passend in voornoemd pistool/wapen, zijnde een wapen van categorie III en/of

acht, althans een aantal voor voornoemd pistool/wapen geschikte patronen,

althans/zijnde munitie van categorie III , voorhanden heeft gehad en/of

een voor een (vuur)wapen geschikte patroonhouder, zijnde een wapen van

categorie III en/of

15, althans een aantal voor een vuurwapen geschikte patronen, althans/zijnde

munitie van categorie III

voorhanden heeft gehad.

1 De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door de politie Oost Nederland, team Grootschalig Optreden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2016589196, gesloten op 3 juli 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 2399-2400

4 Proces-verbaal van onderzoek, p. 2427-2428

5 Rapport NFI van 20 januari 2017, p. 2656-2658