Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1688

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-04-2018
Datum publicatie
13-04-2018
Zaaknummer
05/740349-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt 3 mannen tot celstraffen voor een poging ramkraak in Apeldoorn in september 2016. Ze zijn ook schuldig aan de diefstal van 2 auto’s die bij die ramkraak gebruikt zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/740349-16

Datum uitspraak : 13 april 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte 1] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] , [plaats] ( [land] ),

raadsman: mr. P.P. Verdoorn, advocaat te Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van
2 december 2016, 3 februari 2017, 7 april 2017, 24 april 2017 en 30 maart 2018.

Bij beslissing van 24 april 2017 heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis opgeheven.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 september 2016 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bedrijfsauto (Volkswagen Caddy, kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen auto onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak/verbreking;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij in/op of omstreeks de periode van 15 september 2016 tot en met 16 september 2016 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een bedrijfsauto (Volkswagen Caddy, kenteken [kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij in of omstreeks 15 september 2016 tot en met 16 september 2016 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (Volkswagen Touran, kenteken [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen auto onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak/verbreking;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks 15 september 2016 tot en met 16 september 2016 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een personenauto (Volkswagen Touran, kenteken [kenteken 2] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand gelegen aan [adres 2] ( [bedrijf] ) weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak/verbreking, met een voertuig (Volkswagen Caddy) zijn ingereden op de voorzijde en/of

rolluiken van de voorzijde (een glazen pui) van dat pand, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een gebouw of een getimmerte, zijnde een pand gelegen aan [adres 2] ( [bedrijf] ), heeft vernield, dan wel beschadigd, door toen aldaar opzettelijk met een door hem, verdachte en/of zijn medeverdachte(n), bestuurde auto, (Volkswagen Caddy) is/zijn ingereden op/aangereden tegen de voorzijde en/of rolluiken van de voorzijde (een glazen pui) van dat pand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor (de glazen pui van) voornoemd(e) gebouw en/of de in dat/die gebouw aanwezige inventaris/goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde medeplegen van opzetheling van de Volkswagen Caddy, aan het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde medeplegen van opzetheling van de Volkswagen Touran en aan het onder feit 3 primair ten laste gelegde medeplegen van poging diefstal met braak. De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 30 maart 2018 de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit van de tenlastegelegde feiten. De feiten zijn volgens de verdediging onvoldoende wettig en overtuigend te bewijzen op basis van het procesdossier. Hiertoe is aangevoerd dat uit niets blijkt dat verdachte iets van doen heeft gehad met de Volkswagen Caddy, dat het niet vaststaat dat verdachte is meegereden in de Volkswagen Touran en dat het evenmin vaststaat dat verdachte op enigerlei wijze betrokken was bij de vernieling van de winkelpui.

De beoordeling door de rechtbank

Op 15 september 2016 heeft [naam 1] namens zijn vriendin [benadeelde 3] aangifte gedaan van diefstal van een witte Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken 1] . Aangever [naam 1] heeft de bedrijfsauto nog geparkeerd zien staan aan de [straatnaam 1] in Apeldoorn op 15 september 2016 rond 02.00 uur. Hij heeft de bedrijfsauto afgesloten. Op 15 september 2016 rond 07.00 uur zag hij dat de bedrijfsauto was weggenomen.2 De Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken 1] werd aangetroffen aan de [adres 3] in Apeldoorn. Bij het verrichten van sporenonderzoek werd onder andere waargenomen dat het slot aan de bestuurderszijde ontbrak en dat het contactslot in de auto ontbrak.3

Op 16 september 2016 heeft [benadeelde 2] aangifte gedaan van diefstal van een zwarte Volkswagen Touran met kenteken [kenteken 2] . Op 15 september 2016 rond 18.00 uur heeft aangever [benadeelde 2] zijn voertuig geparkeerd op de openbare weg aan de [straatnaam 2] in Apeldoorn. Hij heeft het voertuig afgesloten en om 23.00 uur zag hij zijn voertuig nog staan. Op 16 september 2016, rond 04.30 uur belde de politie aan bij aangever [benadeelde 2] en vertelde hem dat zijn voertuig was gestolen en aangetroffen in Kootwijkerbroek.4 Naar aanleiding van een melding hebben verbalisanten rond 04.00 uur een zwarte Volkswagen Touran met kenteken [kenteken 2] aangetroffen naast een maisveld in Kootwijkerbroek.5 Er is sporenonderzoek verricht aan de aangetroffen Volkswagen Touran. Onder meer werd waargenomen dat het slot aan de bestuurderszijde ontbrak en dat het contactslot was verwijderd.6

Op 16 september 2016 heeft [naam 2] namens [bedrijf] aangifte gedaan. Op 16 september 2016 om 02.41 uur kreeg hij een inbraakmelding op zijn telefoon. Enkele minuten later werd hij gebeld met de mededeling dat er daadwerkelijk was geprobeerd in te breken. Men heeft met een auto door de voorgevel willen rijden. Aangekomen bij de winkel zag hij dat er een witte Volkswagen Caddy met de voorzijde in het pand stond. Er is niemand in de winkel geweest en er is niets weggenomen. Wel was er schade aan de voorgevel en aan de rolluiken.7

Verbalisanten kregen op 16 september 2016 rond 02.55 uur de opdracht om naar de [adres 2] in Apeldoorn te gaan in verband met een inbraak. Ter plaatse zagen zij een Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken 1] in de glazen pui van het bedrijf [bedrijf] staan. Ter hoogte van de achterwielen lagen stalen rijplaten met daaronder grijskleurige betonnen stoepranden. De rijplaten en betonblokken hadden als schans gefungeerd om de glazen pui te rammen. Het glas van de pui was geheel gebarsten en de stalen rolluiken waren in zijn geheel ontzet. Verbalisanten zagen aan de Volkswagen Caddy dat het contactslot was uitgeboord en dat de motor nog draaide.8

De door [bedrijf] opgenomen camerabeelden van 16 september 2016 zijn uitgekeken. Om 02.39.45 uur is te zien dat een persoon uit een bigshopper vier witte zakken haalt. Om 02.41.47 uur rijdt een voertuig de rijplaten op en ramt de pui van de winkel. Vervolgens rennen drie personen met de zakken naar de winkel en gaan kennelijk door een opening die gecreëerd is door het rammen van de pui naar binnen. Na enkele seconden rennen de personen naar buiten. De bestuurder van het voertuig komt aan de bestuurderskant uit de auto en rent weg uit het camerabereik. Er zijn op de camerabeelden vier personen in beeld geweest.9 Opvallend aan de witte zakken van de camerabeelden is dat de bovenkant van de zakken stevig lijkt en een ronde vorm heeft.10

Verbalisant heeft de onder verdachte [verdachte 1] aangetroffen kleding vergeleken met de kleding van één van de verdachten op de camerabeelden van [bedrijf] . Op de camerabeelden is een verdachte te zien die op de rechtermouw van zijn vest een opvallend lichtkleurig gedeelte heeft. Op de rechterbroekspijp is hetzelfde zichtbaar. Dat komt overeen met de onder [verdachte 1] aangetroffen kleding. Verder is de zool van de schoenen van een verdachte op de camerabeelden zichtbaar lichtkleurig en hebben de schoenen een lichtkleurig gedeelte. Dit komt overeen met de aangetroffen schoenen onder verdachte [verdachte 1] .11

In Kootwijkerbroek werden op 16 september 2016 drie verdachten aangehouden. In de directe omgeving werd een witte zak gevonden met als inhoud meer witte zakken, gereedschap en een navigatiesysteem.12 De witte zakken van de camerabeelden en de gevonden witte zakken hebben duidelijke overeenkomsten. De witte zakken zijn verstevigd middels geplastificeerd ijzerdraad, waardoor ze makkelijk open blijven staan.13 In het gevonden navigatiesysteem was één historisch adres zichtbaar, namelijk de [adres 4] in Garderen. De gekozen taal van het navigatiesysteem bleek Litouws. Op 20 september 2016 werd een auto op naam van verdachte [verdachte 1] aangetroffen op de parkeerplaats van een bungalowpark aan de [adres 5] in Garderen. [adres 4] ligt hemelsbreed 432,43 meter van de plek waar de auto werd aangetroffen.14 De beheerder van het bungalowpark heeft verklaard dat de auto was gebruikt door een aantal gasten die in een bungalow op zijn park hadden verbleven van 11 september 2016 tot en met 17 september 2016. Het zou gaan om een vijftal mannen afkomstig uit [land] ; de mannen zijn een dag eerder dan gepland vertrokken.15

Eén van de op 16 september 2016 aangehouden verdachten is verdachte [verdachte 1] . Hij werd aangehouden rond 09.10 uur.16 Verder werden medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangehouden, respectievelijk rond 09.10 uur en rond 06.00 uur.17

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op een bepaald moment bij de winkel kwam en heeft geholpen bij het uitladen van blokken en planken waarover de witte Caddy de winkel is ingereden. Verder heeft hij verklaard dat hij vertrok vanaf de camping met [medeverdachte 2] en [verdachte 1] . Toen de auto stopte, stapten [medeverdachte 1] en [verdachte 1] uit en is [medeverdachte 2] verder gereden. [medeverdachte 1] is met [verdachte 1] weggerend door de bosjes. Zij kwamen toen bij [medeverdachte 2] uit die een Volkswagen Touran bestuurde en zijn in die auto gestapt. De witte zakken die op de camerabeelden zichtbaar zijn, heeft [medeverdachte 1] meegenomen naar de Touran. [medeverdachte 2] , [verdachte 1] en [medeverdachte 1] verbleven samen in het vakantiehuisje.18 [verdachte 1] zou bij de fotozaak hebben staan overgeven en niks hebben gedaan.

De rechtbank overweegt op grond van vorenstaande bewijsmiddelen als volgt.

Het plegen van een ramkraak vergt een plan en daarmee is doorgaans ook enige tijd gemoeid. Zo moet er een locatie worden gekozen waar de ramkraak plaatsvindt, er moeten auto’s “geregeld” worden, een om mee te rammen en een om mee te vluchten, er moet geregeld worden wie welke taken uitvoert, hoe men van de plaats delict kan vluchten, hoe de buit wordt vervoerd en dergelijke. Bij een dergelijk plan zijn doorgaans, zoals hier ook uit bovenstaande bewijsmiddelen volgt, meerdere daders betrokken waarvan verdachte er in dit geval een is. Bij de ramkraak zijn in elk geval vijf personen betrokken geweest: vier daarvan zijn zichtbaar op de camerabeelden, de vijfde was [medeverdachte 2] die verderop in de vluchtauto wachtte. Het gaat om eenzelfde aantal personen dat in het genoemde vakantiehuisje verbleef en die voortijdig vertrokken.

De Volkswagen Touran is ruim drie uur voor de ramkraak gestolen op een laat tijdstip, in ieder geval na 23.00 uur. Rond 04.00 uur werd de Volkswagen Touran aangetroffen in Kootwijkerbroek naast een maisveld, in de buurt waarvan de drie verdachten later zijn aangehouden. Deze diefstal heeft zo kort voor de poging ramkraak plaatsgevonden, dat het naar het oordeel van de rechtbank, mede gezien de (nachtelijke) tijdstippen, niet anders kan zijn dan dat verdachte en zijn mededaders de Touran hebben gestolen.

De Volkswagen Caddy is ongeveer een etmaal voor de ramkraak weggenomen en werd aangetroffen in de pui van [bedrijf] . De Caddy is gebruikt om de materialen voor het bouwen van de “ram-schans” te vervoeren en om de pui van de winkel te rammen.

De beide auto’s zijn bovendien met dezelfde methode weggenomen, uit beide auto’s bleek het slot aan de bestuurderszijde en het contactslot namelijk te zijn verwijderd.

De rechtbank is daarom van oordeel dat het wegnemen van de Volkswagen Touran en van de Volkswagen Caddy onderdeel was van een vooropgezet plan om een ramkraak te plegen.

Verdachte [verdachte 1] was volgens medeverdachte [medeverdachte 1] wel aanwezig bij [bedrijf] , maar hij zou niks hebben gedaan. De rechtbank acht deze verklaring van [medeverdachte 1] ongeloofwaardig, gelet op de herkenning van de kleding en de schoenen van verdachte [verdachte 1] op de beelden van [bedrijf] . Gelet op die herkenning, mede in het licht van [medeverdachte 1] ’ verklaring dat verdachte [verdachte 1] wel dicht in de buurt was, en gelet op de beschrijving van de delictgerelateerde handelingen van de daders op de camerabeelden, is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte [verdachte 1] een van de personen op die camerabeelden is en zich aldus schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de poging ramkraak.

Verdachte [verdachte 1] heeft zich gelet op het bovenstaande ook schuldig gemaakt aan het medeplegen van de diefstallen van de genoemde auto’s. Dat niet vaststaat wie precies de wegnemingshandeling heeft gepleegd, doet daar niet aan af. Bij de uitvoering van een door meerdere personen uitgevoerd plan, is voor medeplegen immers niet vereist dat iedere dader elke relevante handeling ook zelf verricht. Er moet een vooropgezet gezamenlijk plan zijn geweest waarbij de rollen zijn verdeeld en waardoor de rollen onderling ook inwisselbaar zijn. Er is bovendien, alleen al gezien de wijze van uitvoering, sprake van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

De rechtbank acht verdachtes verklaring dat hij niet wist wat er gaande was niet aannemelijk, mede gelet op de wisselende en weinig concrete verklaringen die hij heeft afgelegd, de bevindingen op basis van de camerabeelden en het (midden in de nacht) vluchten naar een hem onbekende auto die door [medeverdachte 2] werd bestuurd.

Op basis van het voorgaande, tezamen en in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het tenlastegelegde onder de feiten 1 primair, 2 primair en 3 primair.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. primair

hij op of omstreeks 15 september 2016 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bedrijfsauto (Volkswagen Caddy, kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen auto onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak/verbreking;

2. primair

hij in de periode van of omstreeks 15 september 2016 tot en met 16 september 2016 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (Volkswagen Touran, kenteken [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen auto onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak/verbreking;

3. primair

hij op of omstreeks 16 september 2016 te Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand gelegen aan [adres 2] ( [bedrijf] ) weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak/verbreking, met een voertuig (Volkswagen Caddy) zijn ingereden op de voorzijde en/of

rolluiken van de voorzijde (een glazen pui) van dat pand, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de bewezenverklaring kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair en feit 2 primair, telkens:
Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Ten aanzien van feit 3 primair:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 subsidiair en 2 subsidiair en het onder feit 3 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen goederen, te weten een handschoen, vier witte polyester tassen, een schroevendraaier en een hamer verbeurd worden verklaard en dat de onder verdachte in beslag genomen goederen, te weten een Nokia telefoon, een meerkleurige pet en een TOMTOM navigatiesysteem zullen worden teruggegeven aan de rechthebbende.

Het standpunt van de verdediging

Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, heeft de verdediging verzocht de op te leggen straf te beperken tot een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en een eventueel aanvullende straf te beperken tot een geheel voorwaardelijke.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, van 13 februari 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, van 10 november 2016.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze voor een grotendeels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden.

Verdachte heeft zich midden in de nacht samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging ramkraak op de winkel van [bedrijf] . Bij deze ramkraak is gebruik gemaakt van een Volkswagen Caddy, die door verdachte en zijn medeverdachten kort daarvoor was gestolen om bij de ramkraak te kunnen gebruiken. Tevens hebben verdachte en zijn medeverdachten kort daarvoor een Volkswagen Touran gestolen om mee weg te kunnen rijden van de locatie van de ramkraak.

Dit soort inbraken zorgt bij winkeliers en omwonenden voor gevoelens van onveiligheid en onmacht. Het is voor hen nauwelijks mogelijk zich tegen deze vorm van criminaliteit te beveiligen. Ook voor de maatschappij wekken deze brutale inbraken gevoelens van onrust en onveiligheid op. Tot slot geldt voor de eigenaren van de gestolen auto’s dat zij door het handelen van verdachte en zijn medeverdachten zijn gedupeerd. Het handelen van de verdachten werd kennelijk slechts ingegeven door financieel gewin, zonder dat zij zich rekenschap hebben gegeven van de gevolgen van dit handelen.

Verdachte is blijkens zijn strafblad niet eerder in Nederland veroordeeld voor een strafbaar feit. Verdachte heeft de Litouwse nationaliteit en geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Aangezien de rechtbank aansluiting heeft gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, is de op te leggen straf lager dan door de officier van justitie is gevorderd. Door betekeningsperikelen is de zaak maanden later op zitting aangebracht dan beoogd.

Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De proeftijd zal op twee jaar worden gesteld. Het voorwaardelijk strafdeel dient ter onderstreping van de ernst van de feiten en ter voorkoming van recidive.

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan.

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden voorwerpen aan de rechthebbende.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van negen (9) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot drie (3) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden algemene voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een handschoen, vier witte polyester tassen, een schroevendraaier en een hamer;

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan de rechthebbende, te weten: een Nokia telefoon, een meerkleurige pet en een TOMTOM navigatiesysteem.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. Bos (voorzitter), mr. M.C. van der Mei en mr. A. Tegelaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 april 2018.

Mr. Bos en de griffier zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016536260, gesloten op 31 oktober 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] namens [benadeelde 1] , p. 81-82.

3 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 70.

4 Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 2] , p. 34.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 20.

6 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 39.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] namens [bedrijf] , p. 41-42.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 43.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 55, 58-60.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 62.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 64, 67 en 68; het aanvullend proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0600-2016458164-28.

12 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 240.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 62-63.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 240-241.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 364.

16 Het proces-verbaal van aanhouding door burger van [verdachte 1] , p. 90.

17 Het proces-verbaal van aanhouding door burger van [medeverdachte 1] , p. 187; het proces-verbaal van aanhouding door burger van [medeverdachte 2] , p. 138.

18 Het proces-verbaal van getuigenverhoor door de rechter-commissaris van getuige [medeverdachte 1] .