Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1522

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
05-04-2018
Datum publicatie
05-04-2018
Zaaknummer
05/862577-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf vanwege illegale schuldbemiddeling en verduistering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/862577-13, 05/985001-14 (ttz gev.) en 05/780122-16 (ttz gev.)

Datum uitspraak : 5 april 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte 1] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1959 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1]

raadsvrouw: mr. W. Oosterbaan-Van Veen, advocaat te Ede.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen

van 20 oktober 2016, 13 maart 2018, 15 maart 2018 en 22 maart 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05/862577-13 (onderzoek 08 Geld)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 maart 2009 tot en met
31 december 2013, te Heerewaarden, gemeente Maasdriel en/of Hoenzadriel, gemeente Maasdriel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk

a. a) 1196,90 Euro, althans 810,09 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

b) 7095,51 Euro, althans 4242,72 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

c) 3983,09 Euro, althans 2864,09 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of

d) 1274,47 Euro, althans 89,00 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of

e) 1789,49 Euro, althans 1411,85 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of

f) 6468,17 Euro, althans 4924,82 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of

g) 446,60 Euro, althans 93,68 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 9] en/of

h) 2896,22 Euro, althans 1697,33 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of

i. i) 3015,99 Euro, althans 1467,10 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of

j) 656,34 Euro, althans 136,34 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 13] en/of

k) 6923,73 Euro, althans 3557,90 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of

l) 5295,71 Euro, althans 4471,55 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) geld verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) anders dan door misdrijf, te weten in het kader van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

de [naam 1] en/of [naam 2] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 maart 2009 tot en met 31 december 2013, te Heerewaarden, gemeente Maasdriel en/of Hoenzadriel, gemeente Maasdriel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk

a. a) 1196,90 Euro, althans 810,09 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

b) 7095,51 Euro, althans 4242,72 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

c) 3983,09 Euro, althans 2864,09 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of

d) 1274,47 Euro, althans 89,00 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of

e) 1789,49 Euro, althans 1411,85 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of

f) 6468,17 Euro, althans 4924,82 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of

g) 446,60 Euro, althans 93,68 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 9] en/of

h) 2896,22 Euro, althans 1697,33 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of

i. i) 3015,99 Euro, althans 1467,10 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of

j) 656,34 Euro, althans 136,34 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 13] en/of

k) 6923,73 Euro, althans 3557,90 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of

l) 5295,71 Euro, althans 4471,55 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde Stichtingen, welk(e) geld verdachte en/of die Stichtingen (telkens) anders dan door misdrijf, te weten in het kader van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

meer subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 maart 2009 tot en met

31 december 2013, te Heerewaarden, gemeente Maasdriel en/of te Hoenzadriel, gemeente Maasdriel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

a. a) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1196,90 Euro, althans 810,09 Euro, in elk geval geld en/of

b) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 7095,51 Euro, althans 4242,72 Euro, in elk geval geld en/of

c) [slachtoffer 5] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 3983,09 Euro, althans 2864,09 Euro, in elk geval geld en/of

d) [slachtoffer 6] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1274,47 Euro, althans 89,00 Euro, in elk geval geld en/of

e) [slachtoffer 7] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1789,49 Euro, althans 1411,85 Euro, in elk geval geld en/of

f) [slachtoffer 8] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 6468,17 Euro, althans 4924,82 Euro, in elk geval geld en/of

g) [slachtoffer 9] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 446,60 Euro, althans 93,68 Euro, in elk geval geld en/of

h) [slachtoffer 10] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 2896,22 Euro, althans 1697,33 Euro, in elk geval geld en/of

i. i) [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 3015,99 Euro, althans 1467,10 Euro, in elk geval geld en/of

j) [slachtoffer 13] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 656,34 Euro, althans 136,34 Euro, in elk geval geld en/of

k) [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 6923,73 Euro, althans 3557,90 Euro, in elk geval geld en/of

l) [slachtoffer 16] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 5295,71 Euro, althans 4471,55 Euro, in elk geval geld,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(s) en/of

-aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde personen zou worden beheerd en/of geregeld en/of

-dat alle betalingen/rekeningen door verdachte en/of verdachte's mededaders(s) en/of de stichting budgetbeheersdienst zouden worden verricht voor bovengenoemde personen en/of

-dat voornoemde personen hun inkomsten moesten overmaken naar verdachte en/of verdachte's mededader(s), althans hun inkomsten op een door de verdachte(n)beheerde rekening van de [naam 3] moesten overmaken en/of

-(telkens) aan voornoemde personen aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(s) en/of de vaste lasten waren betaald,

waardoor voornoemde personen (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

meest subsidiair:

de [naam 1] en/of [naam 2] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 maart 2009 tot en met 31 december 2013, te Heerewaarden, gemeente Maasdriel en/of te Hoenzadriel, gemeente Maasdriel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

a. a) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1196,90 Euro, althans 810,09 Euro, in elk geval geld en/of

b) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 7095,51 Euro, althans 4242,72 Euro, in elk geval geld en/of

c) [slachtoffer 5] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 3983,09 Euro, althans 2864,09 Euro, in elk geval geld en/of

d) [slachtoffer 6] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1274,47 Euro, althans 89,00 Euro, in elk geval geld en/of

e) [slachtoffer 7] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1789,49 Euro,

althans 1411,85 Euro, in elk geval geld en/of

f) [slachtoffer 8] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 6468,17 Euro, althans 4924,82 Euro, in elk geval geld en/of

g) [slachtoffer 9] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 446,60 Euro, althans 93,68 Euro, in elk geval geld en/of

h) [slachtoffer 10] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 2896,22 Euro, althans 1697,33 Euro, in elk geval geld en/of

i. i) [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 3015,99 Euro, althans 1467,10 Euro, in elk geval geld en/of

j) [slachtoffer 13] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 656,34 Euro, althans 136,34 Euro, in elk geval geld en/of

k) [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 6923,73 Euro, althans 3557,90 Euro, in elk geval geld en/of

l) [slachtoffer 16] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 5295,71 Euro, althans 4471,55 Euro, in elk geval geld,

hebbende voornoemde stichting(en) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverlener(s)/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(s) en/of

-aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde personen zou worden beheerd en/of geregeld en/of

-dat alle betalingen/rekeningen door voornoemde Stichting(en) zouden worden verricht voor bovengenoemde personen en/of

-dat voornoemde personen hun inkomsten moesten overmaken naar de bankrekening van voornoemde Stichting(en) en/of

-(telkens) aan voornoemde personen aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(s) en/of de vaste lasten waren betaald,

waardoor voornoemde personen (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte;

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

uiterst subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 12 maart 2009 tot en met 31 december 2013, te Heerewaarden, gemeente Maasdriel en/of te Hoenzadriel, gemeente Maasdriel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten (in totaal) 15.834,20 Euro en/of 27.142,17 Euro, althans een hoeveelheid geld, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (in totaal) 15.834,20 Euro en/of 27.142,17 Euro, althans een hoeveelheid geld, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

Parketnummer 05/985001-14 (onderzoek Arend)

De besloten vennootschap [naam 4] (hierna ook te noemen de B.V.), zich op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 26 mei 2014 in de gemeente Maasdriel en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) heeft beziggehouden met schuldbemiddeling als bedoeld in artikel 47 lid 2 van de Wet op het consumentenkrediet,

immers heeft/hebben, de B.V. en/of (één of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar - zakelijk weergegeven - (telkens) in de uitoefening van [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] ,

anders dan door het aangaan van krediettransacties, (telkens) diensten verricht, waaronder het voeren van (een) intakegesprek(ken) en/of het (schriftelijk) benaderen van schuldeisers en/of inventariseren van de schulden, welke diensten waren gericht op de totstandkoming van (een) regeling(en) met betrekking tot de bestaande schuldenlast(en) van de natuurlijke perso(o)n(en) [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] en/of [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of één of meer andere natuurlijke perso(o)n(en),

welke schuldenlast(en) geheel of gedeeltelijk voortvloeiende(n) uit één of meer krediettransactie(s),

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven.

Parketnummer 05/780122-16 (onderzoek Kiekendief)

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 januari 2015, te Zevenaar en/of te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 11.784 Euro, in elk geval (telkens) een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 27] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) geld verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) anders dan door misdrijf, te weten op basis van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

[naam 4] en/of [naam 5] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 januari 2015, te Zevenaar en/of te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal) (ongeveer) 11.784 Euro, in elk geval (telkens) een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 27] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan [naam 4] en/of [naam 5] , welk geld [naam 4] en/of [naam 5] (telkens) anders dan door misdrijf, te weten op basis van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

tot het plegen van welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan wel bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

meer subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 januari 2015, te Zevenaar en of te Voorthuizen, gemeente Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 27] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 14.876,69 Euro, althans van een hoeveelheid geld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(s) en/of

-aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde [slachtoffer 27] zou worden beheerd en/of geregeld en/of

-dat alle betalingen/rekeningen door verdachte en/of verdachte's mededaders(s) en/of de [naam 7] zouden worden verricht voor bovengenoemde [slachtoffer 27] en/of

-dat voornoemde [slachtoffer 27] zijn inkomsten moest overmaken naar verdachte en/of verdachte's mededader(s), althans zijn inkomsten op een door de verdachte(n) beheerde rekening van de [naam 7] moest overmaken en/of

-(telkens) aan voornoemde [slachtoffer 27] aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(s) en/of de vaste lasten waren betaald,

waardoor voornoemde [slachtoffer 27] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n);

meest subsidiair:

[naam 4] en/of [naam 5] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 januari 2015, te Zevenaar en/of te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 27] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) 14.876,69 Euro, althans van een hoeveelheid geld, hebbende [naam 4] en/of [naam 5] toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(s) en/of

-aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde [slachtoffer 27] zou worden beheerd en/of geregeld en/of

-dat alle betalingen/rekeningen door de [naam 7] zouden worden verricht voor bovengenoemde [slachtoffer 27] en/of

-dat voornoemde [slachtoffer 27] zijn inkomsten moest overmaken naar de rekening van de [naam 7] en/of

-(telkens) aan voornoemde [slachtoffer 27] aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(s) en/of de vaste lasten waren betaald,

waardoor voornoemde [slachtoffer 27] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven

afgifte(n)

tot het plegen van welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan wel bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 20 mei 2015 tot en met 11 maart 2016, te Zevenaar en/of te Dordrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 7575,22 Euro, in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 28] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en welk geld verdachte en/of zijn mededaders (telkens) anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten in het kader van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

[naam 8] en/of [naam 5] en/of [naam 9] op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 20 mei 2015 tot en met 11 maart 2016, te Zevenaar en/of te Dordrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 7575,22 Euro, in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 28] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan [naam 8] en/of [naam 5] en/of [naam 9] , en welk geld [naam 8] en/of [naam 5] en/of [naam 9] , (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had(den), te weten in het kader van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

tot het plegen van welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan wel bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

meer subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 20 mei 2015 tot en met 11 maart 2016, te Zevenaar en/of te Dordrecht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 28] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal ongeveer) 7575,22 Euro, althans een hoeveelheid geld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(s) en/of

-aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde [slachtoffer 28] zou worden beheerd en/of geregeld en/of

-dat alle betalingen/rekeningen door verdachte en/of verdachte's mededaders(s) en/of de [naam 7] zouden worden verricht voor bovengenoemde [slachtoffer 28] en/of

-dat voornoemde [slachtoffer 28] haar inkomsten moest overmaken naar verdachte en/of verdachte's mededader(s), althans haar inkomsten op een door de verdachte(n) beheerde rekening van de [naam 7] moest overmaken en/of

-(telkens) aan [slachtoffer 28] aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(s) en/of de vaste lasten waren betaald,

waardoor voornoemde [slachtoffer 28] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

meest subsidiair:

[naam 8] en/of [naam 5] en/of [naam 9] op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 20 mei 2015 tot en met 11 maart 2016, te Zevenaar en/of te Dordrecht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 28] heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (in totaal ongeveer) 7575,22 Euro, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(s) en/of

-aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde [slachtoffer 28] zou worden beheerd en/of geregeld en/of

-dat alle betalingen/rekeningen door [naam 4] en/of de [naam 7] en/of [naam 9] zouden worden verricht voor bovengenoemde [slachtoffer 28] en/of

-dat voornoemde [slachtoffer 28] haar inkomsten moest overmaken op de rekening van de [naam 7] en/of [naam 9] moest overmaken en/of

-(telkens) aan voornoemde [slachtoffer 28] aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(s) en/of de vaste lasten waren betaald,

waardoor voornoemde [slachtoffer 28] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

tot het plegen van welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan wel bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 juli 2012 tot en met 31 december 2015, te Zevenaar en/of te Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 25.600,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) geld verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) anders dan door misdrijf, te weten op basis van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

[naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 10] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 juli 2012 tot en met 31 december 2015, te Zevenaar en/of te Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 25.600 Euro, althans een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan [naam 4] en/of [naam 5] , welk geld [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 10] (telkens) anders dan door misdrijf, te weten op basis van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

tot het plegen van welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan wel bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

meer subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 27 juli 2012 tot en met 31 december 2015, te Zevenaar en/of te Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 25.600 Euro, althans een hoeveelheid geld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(s) en/of

-aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] zou worden beheerd en/of geregeld en/of

-dat alle betalingen/rekeningen door verdachte en/of verdachte's mededaders(s) en/of de [naam 7] zouden worden verricht voor bovengenoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] en/of -dat voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] hun/zijn inkomsten moest overmaken naar verdachte en/of verdachte's mededader(s), althans hun/zijn inkomsten op een door de verdachte(n) beheerde rekening van de [naam 7] moest overmaken en/of

-(telkens) aan voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(s) en/of de vaste lasten waren betaald,

waardoor voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

meest subsidiair:

[naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 10] op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 27 juli 2012 tot en met 31 december 2015, te Zevenaar en/of te Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 25.600 Euro, althans een hoeveelheid geld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(s) en/of

-aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] zou worden beheerd en/of geregeld en/of

-dat alle betalingen/rekeningen door verdachte en/of verdachte's mededaders(s) en/of de [naam 7] zouden worden verricht voor bovengenoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] en/of

-dat voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] hun/zijn inkomsten moest overmaken naar verdachte en/of verdachte's mededader(s), althans hun/zijn inkomsten op een door de verdachte(n) beheerde rekening van de [naam 7] moest overmaken en/of

-(telkens) aan voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(s) en/of de vaste lasten waren betaald,

waardoor voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n)

tot het plegen van welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan wel bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05/862577-13 (onderzoek 08 Geld) 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat er een nauw samenwerkingsverband was tussen de [naam 1] en de [naam 3] . Beide stichtingen kregen anders dan door misdrijf gelden van cliënten onder zich. Een deel van die gelden zijn niet aangewend voor de afgesproken diensten, maar hebben de Stichtingen zich wederrechtelijk toegeëigend. Daarnaast zijn kosten in rekening gebracht, wat bij schuldbemiddeling niet is toegestaan. Volgens de officier van justitie hebben de Stichtingen door zo te handelen geld verduisterd van de cliënten en hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte] daaraan feitelijk leiding gegeven. De officier van justitie acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Zij heeft betoogd dat verdachte bij iedere cliënt die hij heeft bezocht, direct heeft aangegeven dat de schuldhulpverlening gratis was en dat voor alle andere handelingen kosten in rekening zouden worden gebracht. Het budgetbeheer en het aflossen van schulden werden administratief gescheiden. Bij het versturen van de facturen werden de kosten voor schuldenregeling niet meegenomen. De Belastingdienst heeft geconstateerd dat geen sprake was van een overtreding van de Wet op het Consumentenkrediet en ook een medewerkster van de NVVK heeft aangegeven dat het in rekening brengen van kosten zoals de Stichting deed, wettelijk was toegestaan. De kosten die in rekening zijn gebracht door de Stichtingen zijn dan ook niet verduisterd.

De raadsvrouw heeft verder naar voren gebracht dat verdachte tot eind 2010 verantwoordelijk is geweest voor de Stichting. In december 2010 heeft hij de verantwoordelijkheid overgedragen aan [naam 14] en is hijzelf uitgeschreven als voorzitter. Feiten die na december 2010 hebben plaatsgevonden, kunnen dan ook niet aan verdachte worden toegerekend. Voor zover verdachte na december 2010 nog cliënten heeft bezocht, heeft hij niets van doen gehad met hun financiën en hun zaken direct overgedragen aan [naam 14] .

Tot slot heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het feit dat een aantal personen nog geld heeft te vorderen van de Stichting, niet maakt dat sprake is van verduistering. Nergens blijkt uit dat verdachte deze gelden immers heeft verduisterd. Betalingen die aan hem zijn gedaan vanuit de Stichting zijn verklaarbaar. De contante opnames die verdachte heeft verricht, heeft hij gedaan om dat als leefgeld aan diverse cliënten uit te betalen. Hij heeft niet meer geld opgenomen dan aan leefgeld is uitbetaald. Er is onvoldoende bewijs dat verdachte dan wel de Stichting geld heeft verduisterd in de periode dat verdachte voorzitter was van de Stichting. Ook voor feitelijk leiding geven aan verduistering is onvoldoende bewijs, aldus de raadsvrouw.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtspersonen

De [naam 1] is op 12 maart 2009 opgericht door verdachte en op 23 maart 2009 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Het bedrijf was toen gevestigd op het adres [adres 2] te Heerewaarden. Als eerste bestuurders werden ingeschreven: verdachte als voorzitter, [naam 12] , als secretaris/penningmeester en [naam 13] (geboren [geboortedatum 2] 1980) als bestuurslid. [naam 12] is op 20 mei 2010 uitgeschreven als secretaris/penningmeester. Als gezamenlijk bevoegd zijn op 18 december 2010 ingeschreven [naam 14] als voorzitter en [medeverdachte] (medeverdachte) als secretaris/penningmeester. Verdachte is per 18 december 2010 uitgeschreven als voorzitter. Per 1 november 2011 zijn [medeverdachte] als secretaris/penningmeester en [naam 13] als algemeen bestuurslid uitgeschreven en is de bevoegdheid van [naam 14] gewijzigd naar ‘alleen bevoegd’.2

De [naam 3] is op 12 maart 2009 opgericht door verdachte en op 23 maart 2009 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Het bedrijf was toen gevestigd op het adres [adres 2] te Heerewaarden. Als bestuurder is verdachte ingeschreven. Op 16 februari 2011 is het postadres gewijzigd in [adres 3] te Zaltbommel en op 20 september 2012 is het postadres gewijzigd in [adres 4] te Hoenzadriel. Op 17 oktober 2012 is de Stichting ontbonden.3

Werkzaamheden [naam 1] en [naam 3]

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij en haar partner [slachtoffer 2] in april 2011 op internet zochten naar een bedrijf dat hen kon helpen met hun financiële zaken. Ze waren het overzicht kwijt over hun schulden. Ze kwamen uit op de site [naam 15] . Op de site stond dat ze mensen konden helpen met financiële zaken. Het kwam over als een betrouwbaar bedrijf. [slachtoffer 1] heeft telefonisch contact gehad met een vrouw die verklaarde [medeverdachte] te zijn. Ze heeft een afspraak gemaakt en begin mei 2011 kwam verdachte bij haar en [slachtoffer 2] thuis. Hij vertelde voorzitter te zijn van [naam 1] .4 Verdachte zou hun administratie doen, hun uit de schulden helpen en hun budget beheren. Hij zou de schuldeisers aanschrijven en een regeling treffen. Dat zou in een traject van drie jaren gebeuren. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben een ‘Opdracht tot dienstverlening schuldhulpverlening’ ondertekend en een ‘Machtiging Financieel beheer’, waarin ze de [naam 1] onvoorwaardelijk en volledige machtiging gaven om beheer te voeren over alle inkomsten en uitgaven. Van [medeverdachte] moesten ze ook aanvragen ondertekenen om de bankrekeningen voor de inkomsten/subsidies/toeslagen te wijzigen naar [nummer] op naam van [naam 3] .5 In juni/juli kregen zij deurwaarders aan de deur. Als zij verdachte probeerden te bellen, had hij een smoesje en kon hij niets voor hun betekenen. Eind september hebben ze het contract per aangetekende brief opgezegd.6

Verdachte is ook bij aangeefster [slachtoffer 3] en haar man [slachtoffer 4] thuis geweest. Afgesproken werd dat de salarissen per 1 januari 2011 naar de Stichting zouden gaan en dat de Stichting hun maandelijkse vaste lasten en telkens een gedeelte van de schulden zou betalen. Op 19 oktober 2010 hebben ze een contract getekend bij de [naam 1] .7 Het contract met de Stichting ging in op 1 januari 2011, maar ze moesten vanaf de dag van ondertekening hun inkomen naar de rekening van de Stichting overmaken.8 Het contact met verdachte verliep moeizaam. Hij nam zijn telefoon niet op of had het te druk en zou terugbellen. Twee keer is hun telefoon afgesloten, terwijl verdachte had gezegd dat hij de vaste lasten zou betalen. Op 30 september 2011 zijn [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] naar het kantoor van verdachte gegaan. Verdachte heeft toen een briefje getypt inhoudend dat de verleende machtiging kwam te vervallen.9 [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zijn bij [naam 1] weggegaan, omdat ze brieven kregen dat vaste lasten niet werden betaald.10

Aangever [slachtoffer 5] heeft in april 2011 op internet gezocht naar een oplossing om uit de schulden te komen. Op Marktplaats.nl zag hij een advertentie staan van [naam 1] , waarin zij hun bemiddeling aanboden bij het oplossen van schulden. Hij heeft op 15 april 2011 gemaild naar [naam 16] . en een week later een gesprek bij hem thuis gehad met verdachte. Daarna hebben [slachtoffer 5] en verdachte op 19 mei 2011 nog een gesprek gehad in aanwezigheid van de werkgever van [slachtoffer 5] . Toen is een opdracht tot dienstverlening schuldhulpverlening getekend. Ook heeft hij een formulier ondertekend genaamd “Wijziging bankrekening”, waarmee hij akkoord ging met het overmaken van zijn salaris naar de [naam 17] . Zij zouden dan zorgdragen voor het aflossen van zijn schulden. Hij heeft daar ook een Machtiging financieel beheer voor getekend. [slachtoffer 5] hoorde na enige tijd dat zijn huur niet werd betaald en dat hij een huurachterstand had. Zijn huurcontract werd opgezegd. Het lukte hem niet met verdachte in contact te komen. Hij heeft toen het contract met de Stichting opgezegd.11

Begin juni 2011 heeft aangeefster [slachtoffer 6] gebeld met [naam 18] (naar de rechtbank begrijpt [naam 14] ) van de [naam 1] en een afspraak met hem gemaakt. Eind juli 2011 moest ze een contract ondertekenen.12 De Stichting zou de vaste lasten gaan betalen. Ze zouden schuldeisers benaderen, een regeling treffen en schulden gaan aflossen.13 Eind augustus 2011 is haar studiefinanciering naar [naam 1] gegaan en heeft ze gesproken met [medeverdachte] , die steeds de telefoon oppakte en overkwam als de administratief medewerkster van de Stichting. Het contact met [naam 14] verliep stroef. Hij verwees iedere keer naar de directeur [verdachte 1] . Op 15 september 2011 heeft ze het contract schriftelijk opgezegd. Op 22 september 2011 werd ze gebeld door verdachte, die aangaf directeur te zijn van [naam 1] .14

Begin augustus 2011 heeft aangever [slachtoffer 7] een afspraak gemaakt met [naam 20] en is hij bezocht door [naam 19] (naar de rechtbank begrijpt [naam 14] ). Die vertelde dat het bedrijf zijn UWV-uitkering zou ontvangen en daarmee zijn vaste lasten en schulden zou verrekenen. Hij heeft een contract getekend, maar daarvan geen kopie gekregen. Toen [slachtoffer 7] van zijn huisbaas kreeg te horen dat zijn huur niet werd betaald en bleek dat ook andere schulden niet werden betaald, hebben hij en zijn moeder een gesprek gehad met verdachte. [slachtoffer 7] heeft per aangetekende brief verzocht om een bewijs van betaling, maar kreeg geen reactie op zijn brief.15

[slachtoffer 8] heeft in 2009 via de mail contact met de [naam 1] opgenomen. Verdachte nam daarna telefonisch contact met haar op en is een paar dagen later bij haar thuis geweest. Hij heeft verteld wat hij voor haar kon betekenen en heeft alle rekeningen en correspondentie van schuldeisers meegenomen. In december 2009, begin januari 2010 heeft [slachtoffer 8] een overeenkomst ondertekend met de [naam 1] voor schuldhulpverlening. Vanaf eind 2009 zijn al haar inkomsten overgemaakt naar de [naam 3] . [slachtoffer 8] heeft ook regelmatig telefonisch contact gehad met [medeverdachte] . [medeverdachte] is een paar keer samen met verdachte bij haar thuis geweest. Volgens [slachtoffer 8] ging het in het begin van 2010 goed met de betaling van haar vaste lasten en schulden. Vanaf eind 2010 is het volgens haar misgegaan en kreeg ze steeds meer brieven thuis dat haar schulden opliepen in plaats van afnamen.16 [slachtoffer 8] heeft verder verklaard dat ze een schuld van
€ 30.000,- had toen ze met verdachte in zee ging en dat haar schuld in maart 2012 € 50.000,- bedroeg. Sommige betalingen hadden nooit plaatsgevonden en met sommige schuldeisers heeft verdachte nooit contact gehad. [slachtoffer 8] had geen huurachterstand toen ze bij de stichting kwam. Vanaf oktober 2011 bleek geen huur meer te zijn betaald, waardoor ze een huurachterstand had en er een woninguitzetting dreigde.17

Aangeefster [slachtoffer 9] is in september 2011 gebeld door een vriendin dat een medewerker van [naam 1] haar kon helpen met haar schulden. Die man, [naam 14] , is direct gekomen.18 Ze heeft twee documenten ondertekend, waarmee ze zich aan de Stichting bond. Ze heeft ook ervoor getekend dat haar uitkering op de rekening van de Stichting zou worden gestort.19 Haar vaste lasten werden betaald door de sociale dienst. Het resterende bedrag werd overgemaakt aan de Budgetbeheerstichting. Ze heeft nooit geld van de Stichting ontvangen. Na lang bellen kreeg ze een keer verdachte aan de telefoon. Hij is toen bij haar thuis geweest. Verdachte zou alles in gang zetten zodat er geen incasso’s meer kwamen. Hij zou betalingsregelingen treffen en ze zou weekgeld krijgen. Het traject zou drie tot vijf jaar duren. Ze heeft echter nooit meer iets van de Stichting gehoord.20

Aangever [slachtoffer 10] is in mei 2011 via Google op zoek gegaan naar een schuldhulpverleningsbedrijf, omdat hij al een paar jaar financiële problemen had. Via Google kwam hij op de site van [naam 1] uit Heerewaarden. Deze internetsite kwam professioneel over en daarom besloot hij contact op te nemen met de Stichting. Met [medeverdachte] heeft hij een afspraak gemaakt. Op 7 juni 2011 zijn [medeverdachte] en verdachte bij hem thuis gekomen. Aan het eind van het gesprek heeft verdachte gezegd dat hij [slachtoffer 10] kon helpen van zijn schulden af te komen. Tijdens het eerste gesprek heeft [slachtoffer 10] een overeenkomst getekend met de [naam 1] . Ook heeft hij andere documenten ondertekend waarin hij toestemming aan de Stichting verleende dat al zijn inkomsten werden gestort op de ING-rekening van de Stichting. Toen hij bij de Stichting kwam had hij twee maanden huurachterstand, toen hij er weg ging had hij zes maanden huurachterstand. Ook rekeningen van Nuon en UPC waren niet betaald. [slachtoffer 10] heeft verklaard niet te weten welke rekeningen of schulden er wel zijn betaald. Op 13 oktober 2011 ontving hij van zijn huisbaas de mededeling dat hij zijn huis uit moest vanwege de huurachterstand van zes maanden. Hij heeft contact opgenomen met de Stichting en een bericht achtergelaten, maar nooit meer iets gehoord.21

[slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] zijn via hun verhuurder, [naam 21] , in contact zijn gekomen met verdachte en de [naam 1] . Toen verdachte bij [naam 21] thuis was, zijn ze aan hem voorgesteld. Verdachte heeft kort met hen gesproken en gelijk hun papieren meegenomen. Op 25 maart 2010 kwam hij bij hun thuis en liet hij hun diverse contracten tekenen. Zij hebben een opdracht tot dienstverlening schuldhulpverlening ondertekend. Tot oktober 2011 zijn ze bij de Stichting gebleven. Ze kwamen er achter dat verdachte bijna niets had gedaan om hun kosten af te lossen. Toen hij in oktober 2011 zelf zijn schulden ging regelen, bleek niemand iets af te weten van regelingen. Op het moment dat ze met verdachte en de Stichting in zee gingen, hadden ze ongeveer € 20.000,- schuld. In anderhalf jaar tijd is door toedoen van verdachte hun schuld met € 7.000,- toegenomen door het niet afbetalen van bestaande schulden, het niet betalen van vaste lasten en verzuimboetes, omdat verdachte geen aangifte inkomstenbelasting heeft ingediend. Verdachte had gezegd dat er meer dan 100 man op het kantoor werkten, maar ze kregen altijd verdachte of [medeverdachte] aan de telefoon.22

Aangeefster [slachtoffer 13] heeft in april 2011 gehoord dat er een Antilliaanse vrouw was die mensen hielp om van hun schulden af te komen. [slachtoffer 13] heeft een afspraak met deze vrouw, genaamd [naam 22] , gemaakt. [naam 22] is bij haar thuis gekomen. Volgens haar was het mogelijk om binnen niet al te lange tijd van de schulden af te komen; bij de [naam 1] zaten hele kundige mensen die dat voor haar konden regelen. [slachtoffer 13] zou haar inkomsten naar de rekening van de Stichting overmaken en de Stichting zou dan haar vaste lasten betalen en schulden aflossen. Op 13 april 2011 is [naam 22] voor de tweede keer bij haar geweest. [slachtoffer 13] heeft toen de laatste bladzijde van de Opdracht tot dienstverlening in handen gekregen met het verzoek dat te ondertekenen. Een paar dagen later kreeg ze het gehele document per post. Op dit document stond ook een handtekening namens de [naam 1] . Op 16 april 2011 is [naam 22] nogmaals bij haar geweest en heeft ze de Machtiging financieel beheer ondertekend. [slachtoffer 13] is met de Stichting gestopt, omdat [naam 22] zei dat ze moest stoppen, omdat volgens haar niet klopte wat ze deden. De Stichting heeft niets voor haar gedaan. Haar schulden zijn opgelopen in plaats van afgenomen.23 De Stichting heeft in de periode dat ze aan de stichting verbonden was geen vaste lasten voor haar betaald.24

Aangeefster [slachtoffer 14] heeft verklaard dat zij en [slachtoffer 15] via een collega in contact zijn gekomen met verdachte. Ze hebben telefonisch contact gehad met verdachte en hij is omstreeks juni 2009 bij hun thuis geweest. Ze moesten toestemming geven dat hun inkomsten op de rekening van de Stichting zouden worden gestort. De betaling van de vaste lasten en de aflossing van hun schulden zou door de Stichting worden gedaan. Ze hebben formulieren getekend voor wijziging van het bankrekeningnummer in het rekeningnummer [nummer] van [naam 3] . Dat was in september 2009. Het contract met de Stichting ging in op 11 september 2009. In de periode dat ze aan de Stichting waren verbonden, zijn bij haar weten geen vaste lasten betaald en geen aflossingen gedaan. Ze kregen van allerlei instanties brieven met daarin een achterstand. Ze zijn bij de Stichting weggegaan omdat er niets werd betaald. Na beëindiging van het contract was hun financiële toestand een puinhoop.25

Aangeefster [slachtoffer 16] is via internet met de [naam 1] in contact gekomen. Er stonden goede referenties op internet. Ze had eerst contact met [naam 23] , bemiddelaar, en daarna met verdachte die de financiën deed. Verdachte heeft bij haar thuis afgesproken dat hij schuldeisers zou benaderen, regelingen zou treffen en betalingen zou doen, zowel schulden als gewone rekeningen. Het contract is ingegaan in juli/augustus 2009. In het begin ging de hulpverlening redelijk goed. Na een paar maanden kwamen er rekeningen binnen en bleef het weekgeld achter. De stichting is haar afspraken niet nagekomen. Rekeningen werden niet betaald, contact was vrijwel onmogelijk en afspraken werden niet nagekomen. Daarom heeft ze per email opgezegd. Ze nooit meer iets gehoord. Haar schuldenlast is opgelopen waardoor ze nu in de schuldsanering zit.26

Overweging rechtbank

De rechtbank leidt uit voormelde verklaringen af dat de aangevers/getuigen/betrokkenen schulden hadden en zelf op zoek gingen naar iemand die hun kon helpen bij het aflossen daarvan. Via derden of via internet kwamen zij uit bij de [naam 1] . Op eigen initiatief namen zij contact op met de [naam 1] . De (meeste) aangevers/getuigen/betrokkenen hebben verklaard dat de Stichting de vaste lasten zou betalen, regelingen zou treffen met schuldeisers en schulden zou aflossen. Daartoe hebben zij contracten ondertekend, waarmee zij zich verbonden aan de [naam 1] en toestemming gaven dat hun inkomsten rechtstreeks op de rekening van de Stichting Derdengelden Budgetdienst werd overgemaakt. De rechtbank leidt hieruit af dat de aangevers/getuigen/betrokkenen ervan uitgingen te doen te hebben met een betrouwbaar schuldhulpverleningsbedrijf. Zij vertrouwden hun geld toe aan de Stichting met de intentie dat de [naam 1] dan wel de [naam 24] daarvan hun vaste lasten en schulden zou betalen. De [naam 3] dan wel de [naam 1] hadden het geld dus anders dan door misdrijf onder zich.

Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat de Stichting (bijna) geen schulden afloste en ook niet steeds de vaste lasten van klanten betaalde, waardoor schulden opliepen en/of nieuwe schulden ontstonden. De schuldhulpverlening op de wijze zoals de Stichting deed, verdient naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet de schoonheidsprijs. Dat maakt echter niet dat de Stichtingen het geld onrechtmatig onder zich hadden. Dat de Stichtingen niet gerechtigd waren om kosten in rekening te brengen voor schuldhulpverlening maakt ook niet dat zij het geld niet rechtmatig onder zich hadden. Op het moment dat de kosten in rekening werden gebracht, hadden de Stichtingen het geld immers al rechtmatig onder zich. Het is – in het kader van een overeenkomst – vrijwillig door de aangevers/getuigen/betrokkenen verstrekt.

Ontvangsten van- en uitgaven voor cliënten

Uit afschriften van de bankrekening van de [naam 3] komt het volgende naar voren:

Naam

Ontvangen

Uitgaven

Waarvan kosten

Verschil

[slachtoffer 1] *27

€ 9.172,50

€ 9.926,31

€ 1.196,90

-/- € 753,81

[slachtoffer 3] / [slachtoffer 4]28

€ 27.661,05

€ 23.418,33

€ 2.852,79

€ 4.242,72

[slachtoffer 5] 29

€ 7.260,78

€ 4.396,69

€ 1.119,58

€ 2.864,09

[slachtoffer 6] 30

€ 2.493,94

€ 2.404,94

€ 1.185,47

€ 89,00

[slachtoffer 7] 31

€ 4.209,04

€ 2.797,19

€ 377,64

€ 1.411,85

[slachtoffer 8]

€ 17.263,05

€ 14.666,72

€ 1.343,35

€ 2.596,33

[slachtoffer 8] **32

€ 3.496,10

€ 1.167,61

€ 200,00

€ 2.328,49

[slachtoffer 9] 33

€ 239,88

€ 592,40

€ 446,20

-/- € 352,52

[slachtoffer 10] 34

€ 4.033,07

€ 2.335,74

€ 1.198,89

€ 1.697,33

[slachtoffer 11] 35

€ 23.866,03

€ 22.398,93

€ 1.548,89

€ 1.467,10

[slachtoffer 13] 36

€ 656,34

€ 0,00

€ 520,00

€ 136,34

[slachtoffer 14] / [slachtoffer 15] ***37

€ 16.347,46

€ 12.789,56

€ 3.365,83

€ 3.557,90

[slachtoffer 16] 38

€ 11.097,13

€ 6.625,58

€ 824,16

€ 4.471,55

* Uit afschriften van de bankrekening van de [naam 3] blijkt dat een bedrag van € 367,- is doorgestort als deelbetaling lening [slachtoffer 1] - [slachtoffer 2] .39

De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een geldlening hebben afgesloten bij de [naam 1] . Stukken dan wel verklaringen die hierop wijzen, ontbreken in het dossier. De rechtbank zal er dan ook vanuit gaan dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geen geld verschuldigd waren aan de [naam 1] voor een beweerde lening.

Dit brengt met zich dat de rechtbank de in het overzicht genoemde bedragen zal corrigeren in die zin dat de uitgaven € 9.559,31 zijn en het bedrag dat de Stichting meer heeft uitgegeven voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] € 386,81 is.

** Uit onderzoek van bankrekeningnummer [rekeningnummer 15] van [naam 1] (en dus niet: [naam 3] ) blijkt dat op deze rekening ook inkomsten zijn ontvangen en betalingen ten behoeve van [slachtoffer 8] zijn gedaan. De factuur betreffende gemaakte kosten is gericht aan het [naam 25] (het oude bedrijf van verdachte).40 De rechtbank neemt ook deze gelden mee in de bewezenverklaring.

*** De Stichting heeft 7 facturen in rekening gebracht ten laste van [slachtoffer 15] en [slachtoffer 14] , voor een bedrag van in totaal € 1.365,83. Dit bedrag werd gestort op bankrekeningnummer [rekeningnummer 15] ten name van [naam 1] . Tevens werden twee facturen geïnd ten behoeve van het [naam 25] met een bedrag van € 2.000,-. Dit bedrag werd gestort op de bankrekening van [naam 25] .41 Ook deze gelden worden meegenomen in de bewezenverklaring.

In rekening brengen van kosten

De rechtbank leidt uit het dossier af dat meerdere aangevers/getuigen/betrokkenen hebben verklaard dat niet met hen is gesproken over het in rekening brengen van de kosten van de Stichting, dan wel dat tegen hen is gezegd dat voor de kosten van de Stichting bijzondere bijstand kon worden aangevraagd. Zo heeft [slachtoffer 1] verklaard dat er niets is afgesproken over kosten verband houdend met schuldbemiddeling. Op een overzicht zagen ze dat er kosten werden berekend. Wetend dat dit niet mocht, hebben ze aan de bel getrokken. [medeverdachte] zei toen dat ze dat wel mochten, omdat het een stichting was. Ook over hun salariëring is niets afgesproken. Verdachte vertelde dat hij een soort van subsidie van de Staat kreeg. Hoe meer klanten hij aan zich bond, hoe meer subsidie hij zou krijgen.42 Ook [slachtoffer 8] heeft verklaard dat met haar nooit afspraken zijn gemaakt over kosten voor de werkzaamheden van de Stichting. Ze heeft nooit een factuur ontvangen of een overzicht van de in rekening gebrachte kosten. Begin 2010 heeft verdachte haar erop gewezen dat ze bijzondere bijstand kon aanvragen en dat dat bedrag toereikend zou zijn om de kosten van de Stichting te dekken. [slachtoffer 8] ging ervan uit dat de werkzaamheden gratis waren en dat al haar inkomsten ten goede kwamen aan de betaling van haar vaste lasten en de aflossing van haar betalingsachterstanden.43 Tegen [slachtoffer 9]44 en [slachtoffer 10]45 heeft verdachte gezegd dat hij bijzondere bijstand zou aanvragen waarmee ze de kosten van de Stichting konden betalen. [slachtoffer 13] heeft verklaard dat haar niets is verteld over kosten die de Stichting maakte. Pas toen ze had gezegd dat ze ging stoppen, kreeg ze een brief thuis met gemaakte kosten. Die kosten waren ongeveer € 1.300,-. Wat betreft de salariëring, had [naam 22] gezegd dat ze het gratis zou doen.46

In een aantal gevallen is kennelijk wel over kosten gesproken. Zo hebben [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] verklaard dat ze alleen aanmeldingskosten (€ 400,-) moesten betalen. Volgens verdachte werd de Stichting door de overheid betaald.47 [naam 14] (lees: [naam 14] ) heeft tegen [slachtoffer 6] gezegd dat de kosten voor hun diensten € 47,50 per maand zouden zijn. Hij wilde daarvoor bijzondere bijstand voor haar aanvragen.48 [slachtoffer 11] heeft van verdachte Algemene voorwaarden ontvangen, waarin de kosten werden beschreven. Volgens [slachtoffer 11] hebben ze geen rekeningen van de Stichting gekregen. Ze hebben daar wel om gevraagd, omdat het zulke hoge bedragen waren, rond de € 1.500,-. Verdachte zei dan dat hij het op kantoor moest nakijken, waarna ze er nooit meer iets van hoorden. Ze kregen ook geen aangepaste rekening. Ze hebben in anderhalf jaar tijd nooit een juiste rekening ontvangen voor de werkzaamheden van de Stichting. Wat ze aan de Stichting hebben betaald, weet [slachtoffer 11] daarom niet.49

De rechtbank is van oordeel dat onterecht kosten aan de aangevers/getuigen/betrokkenen in rekening zijn gebracht. De [naam 1] heeft geen, dan wel onvoldoende informatie aan cliënten verstrekt over kosten die aan haar diensten waren verbonden. Cliënten gingen er daarom vanuit dat de diensten gratis waren, dan wel verkeerden in onzekerheid over hoeveel de kosten bedroegen. Dat verdachte bij het bezoeken van cliënten heeft aangegeven dat de schuldhulpverlening gratis was en dat voor de andere diensten moest worden betaald, is gelet op de voormelde bewijsmiddelen niet aannemelijk geworden.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de [naam 1] en de [naam 3] geen kosten in rekening hadden mogen brengen. Er is sprake van een nauwe verwevenheid tussen de beide Stichtingen. Zo maakt de [naam 1] gebruik van een formulier “Opdracht tot dienstverlening schuldhulpverlening”.50 De [naam 1] heeft daarnaast onder meer brieven verstuurd naar werkgevers en uitkeringsinstanties, waarin zij vraagt betalingen over te maken op bankrekeningnummer [nummer] ten name van [naam 3] .51 Ook stuurde de [naam 1] brieven naar schuldeisers waarin zij aangaf dat zij in het kader van schuldhulpverlening gemachtigd was de belangen van de betreffende cliënt te behartigen. In de brieven werd de schuldeiser verzocht alle incassoactiviteiten te staken en geen juridische stappen te ondernemen gedurende de tijd die nodig was om alle financiële gegevens van de cliënt in kaart te brengen. Onder de brieven stonden de naam van [medeverdachte] , dan wel van verdachte.52 Gelet op het voorgaande moet worden geconcludeerd dat de [naam 1] en de [naam 3] zodanig nauw met elkaar verweven waren dat zij op elkaar waren aangewezen, en dat zij samenwerkten om tot een oplossing van de schuldenproblematiek van de cliënten te komen. Ingevolge de artikelen 47 en 48 van de Wet op het consumentenkrediet dient schuldhulpverlening om niet te zijn en mocht de [naam 1] geen kosten in rekening brengen.

Het voorgaande brengt met zich mee dat de bedragen die de aangevers/getuigen/betrokkenen van de Stichtingen tegoed hebben, dienen te worden vermeerderd met de in rekening gebrachte kosten.

Naam

Kosten

Aanvankelijk verschil

Tegoed van stichting

[slachtoffer 1] *

€ 1.196,90

-/- € 386,81

€ 810,09

[slachtoffer 3] / [slachtoffer 4]

€ 2.852,79

€ 4.242,72

€ 7.095,51

[slachtoffer 5]

€ 1.119,58

€ 2.864,09

€ 3.983,67

[slachtoffer 6]

€ 1.185,47

€ 89,00

€ 1.274,47

[slachtoffer 7]

€ 377,64

€ 1.411,85

€ 1.789,49

[slachtoffer 8]

€ 1.343,35

€ 2.596,33

€ 3.939,68

[slachtoffer 8] **

€ 200,00

€ 2.328,49

€ 2.528,49

[slachtoffer 9]

€ 446,20

-/- € 352,52

€ 93,68

[slachtoffer 10]

€ 1.198,89

€ 1.697,33

€ 2.896,22

[slachtoffer 11]

€ 1.548,89

€ 1.467,10

€ 3.015,99

[slachtoffer 13]

€ 520,00

€ 136,34

€ 656,34

[slachtoffer 14] / [slachtoffer 15]

€ 3.365,83

€ 3.557,90

€ 6.923,73

[slachtoffer 16]

€ 824,16

€ 4.471,55

€ 5.295,71

* Bedrag na correctie door de rechtbank.

** Totaalbedrag tegoed van stichting door [slachtoffer 8] is dus € 6.468,17.

Wederrechtelijke toe-eigening

De rechtbank overweegt dat vervolgens dient te worden beoordeeld of de hiervoor berekende tegoeden nog onder de Stichting(en) zijn.

Uit het dossier is niet gebleken dat op de rekeningen van respectievelijk de [naam 3] en de [naam 1] positieve saldi staan. De rechtbank zal er daarom vanuit gaan dat de gelden van de cliënten er niet meer zijn.

De vraag die dan dient te worden beantwoord, is of de gelden van de cliënten wederrechtelijk zijn toegeëigend.

Uit het dossier kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het de bedoeling was met de werkzaamheden van de stichtingen geld te verdienen. Verdachte en [medeverdachte] beschikten over onvoldoende andere inkomsten om in hun levensonderhoud te voorzien. De geregistreerde inkomsten van [medeverdachte] bedroegen in 2011 € 11.595, in 2012 € 8.851 en in 2013 € 841 en daarnaast aan toeslagen € 5.394 in 2012 en € 3.524 in 2013.53 De totale geregistreerde inkomsten van verdachte bedroegen in de periode van 2009 tot en met 2014 € 49.933. In de periode van 2012 tot en met 2014 ontving verdachte aan toeslagen in totaal € 3.865.54 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij met zijn werk voor de Stichtingen niets verdiende. Hij heeft een periode parttime voor een detacheringsbureau gewerkt bij de SNS-bank.55

De kosten die de Stichtingen voor hun werkzaamheden in rekening hebben gebracht bij de genoemde aangevers, hebben zij zich naar het oordeel van de rechtbank wederrechtelijk toegeëigend. De aangevers hadden hier immers geen toestemming voor gegeven en waren hier over het algemeen niet mee bekend, toen zij een contract aan gingen met de [naam 1] en hun geld toevertrouwden aan die Stichting. Daar komt nog bij dat de Stichting wettelijk gezien geen kosten in rekening mocht brengen voor haar diensten, zoals hiervoor is overwogen.

Ook van de overige gelden die de aangevers nog tegoed hebben van de Stichting(en), is de rechtbank van oordeel dat deze wederrechtelijk zijn toegeëigend door de Stichting(en), verdachte en [medeverdachte] . De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Uit onderzoek is gebleken dat verdachte en [medeverdachte] beschikten over betaalpassen behorende bij de rekening van [naam 3] .

De pas met nummer 007 is afgegeven aan verdachte. Met de pas zijn 46 transacties gedaan. In de periode van 27 mei 2009 tot en met 9 maart 2012 hebben er contante opnames en pinbetalingen plaatsgevonden tot een bedrag van € 4.741,36. Dat verdachte deze opnames heeft gedaan om leefgeld contant aan cliënten uit te keren, zoals hij zelf ter terechtzitting heeft verklaard, is niet gebleken. Er is geen enkele aangever die verklaart leefgeld contant van verdachte ontvangen te hebben.

Op 15 augustus 2010 en 17 augustus 2011 hebben er betalingen plaatsgevonden in Edinburgh, voor een totaal bedrag van € 187,79. Onderzoek heeft uitgewezen dat er in die periode een evenement voor doedelzakspelers heeft plaatsgevonden in Edinburgh. In een verslag van “The Crossed Swords Pipes & Drums” over dit evenement zijn foto’s gevonden waarop verdachte voorkomt.56

De betaalpas met nummer 008 is afgegeven aan [medeverdachte] . Met deze betaalpas zijn 194 transacties gedaan. In de periode van 7 juni 2011 tot en met 18 mei 2012 hebben er contante opnames en pinbetalingen plaatsgevonden tot een bedrag van € 6.985,48. De betalingen werden veelal gedaan voor dagelijkse benodigdheden. Er waren veel betalingen aan supermarkten en detailhandelaren zoals Blokker en Marskramer. De transacties vonden tot begin november 2011 veelal plaats in de omgeving van ’s-Gravenhage en daarna veelal in de omgeving van Zaltbommel. Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte] tot 28 oktober 2011 ingeschreven stond op het adres [adres 5] te ’s-Gravenhage. Op 28 oktober 2011 heeft zij zich ingeschreven op het adres [adres 4] te Hoenzadriel, in de omgeving van Zaltbommel. Op 31 oktober 2011 en 7 november 2011 hebben transacties plaatsgevonden aan Hans Anders. Deze transacties, voor een bedrag van € 164,-, zijn gedaan door [medeverdachte] . Op 25 november 2011 en 30 december 2011 hebben twee betalingen plaatsgevonden aan Beter Bed voor een bedrag van in totaal € 660,15. De transactie van 25 november 2011 is gedaan door verdachte. Van de andere transactie was geen klantnaam bekend. Het afleveradres was [adres 4] te Hoenzadriel.57

Verder is op 30 november 2011 een bedrag van € 317,87 overgeboekt van de rekening van [naam 3] naar de rekening van garagebedrijf Hooijkaas voor reparatie van een auto van verdachte.58

Er zijn bedragen betaald aan [naam 26] , de (ex-)man van [medeverdachte] , en aan hun twee kinderen tot een bedrag van € 3.735,36. Van de rekening van [naam 26] is een bedrag van
€ 550,- teruggestort. Ook zijn betalingen gedaan ten behoeve van verdachte en [naam 12] . Dit betreffen onder meer een deel van het eigen risico van de ziektekosten, een nota van het CJIB en een huurbetaling ten behoeve van het pand [adres 4] in Hoenzadriel.59

Tijdens de periode van 18 december 2009 tot en met 15 mei 2010 waren er drie bestuursleden actief binnen de [naam 1] . Naast verdachte als voorzitter, waren zijn ex-vrouw [naam 12] en zijn zoon [naam 13] jr. aangewezen in een functie binnen de Stichting. Beide verklaren onafhankelijk van elkaar, nooit in het bezit te zijn geweest van een ING- betaalpas op naam van de [naam 3] . In de periode van 18 december 2009 tot en met 9 maart 2012 was verdachte als enig bestuurder actief voor de [naam 3] .60

Uit het voorgaande blijkt dat verdachte en [medeverdachte] gelden, toebehorend aan cliënten aanwendden voor privédoeleinden. Zij hebben de gelden zich daarmee wederrechtelijk toegeëigend. Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat de Stichtingen het geld van de cliënten rechtmatig onder zich hadden, is sprake van verduistering.

De rollen van verdachte en [medeverdachte]

De rechtbank dient ten slotte nog de vraag te beantwoorden wat de rollen van verdachte en [medeverdachte] zijn geweest.

Getuige [naam 14] heeft in dit verband verklaard dat verdachte en [medeverdachte] over de Stichting gingen en dat hij de administratie en de formulieren aan hen overdroeg. Als verdachte er niet was, dan was [medeverdachte] gemachtigd om geld van de rekening te halen. Zij haalde het meeste geld van de rekening.61 In eerste instantie was verdachte alleen verantwoordelijk voor de werkzaamheden op kantoor, zoals het treffen van regelingen met schuldeisers en het verzorgen van de betalingen aan schuldeisers en de diverse vaste lasten van cliënten. Pas later zijn deze werkzaamheden overgenomen door [medeverdachte] . In eerste instantie verrichtte zij deze werkzaamheden vanuit haar woning aan de [adres 5] te Den Haag.62 Vanaf het moment dat [medeverdachte] bij de Stichting betrokken raakte, nam ze steeds meer taken over van verdachte. Hij werd steeds meer de persoon op de achtergrond, maar die nog steeds de touwtjes in handen had en die de feitelijke leiding binnen de Stichting had.

Verdachte was vanaf het begin voorzitter van de Stichting. Op een gegeven moment vertelde hij aan [naam 14] dat hij geen voorzitter meer kon zijn, omdat hij persoonlijk failliet was verklaard. Samen met [naam 14] is verdachte op 18 december 2010 naar de Kamer van Koophandel gegaan om [naam 14] te laten inschrijven als voorzitter. In de tijd dat hij voorzitter was, heeft [naam 14] nooit taken als voorzitter uitgevoerd. Het feit dat hij voorzitter was, was puur een papieren kwestie.63 Op papier was verdachte eruit gestapt, maar in werkelijkheid is dat nooit gebeurd.64 Toen [naam 14] in december 2011 terugkwam van vakantie, vond hij een brief van de Kamer van Koophandel in zijn post, waarin stond dat hij vanaf november 2011 enig bestuurslid was van de [naam 1] . Verdachte vertelde dat [medeverdachte] niets meer met de Stichting te maken wilde hebben, maar dat bleek gelogen te zijn. [medeverdachte] verrichtte nog steeds werkzaamheden voor de Stichting.

[naam 14] heeft gezien dat verdachte en [medeverdachte] gebruik hebben gemaakt van de betaalpassen van de Stichtingen. Ze gebruikten de passen om geld af te romen van de cliënten voor reisjes, het doen van boodschappen, etentjes en andere leuke dingen. [naam 14] heeft regelmatig tegen verdachte gezegd dat er problemen waren met de betalingen van cliënten. Verdachte had steeds een ander verhaal over deze cliënten en hun klachten. In het begin geloofde [naam 14] dat, later niet meer.65 Als een klant belde dat er iets niet was betaald, dan probeerde hij eerst met verdachte te bellen. Als die niet opnam, ging hij bellen met de schuldeiser om een oplossing te zoeken. Hij kon dan geen oplossing bieden, omdat er al maanden niet bleek te zijn betaald.66

In het onderzoek naar de telefoon van [naam 14] is een sms-bericht aangetroffen van 11 februari 2012 afkomstig van [telefoonnummer] (verdachte). In het bericht staat dat de belasting op maandag de dossiers en rekeningen komt controleren en dat ze ook [naam 14] willen spreken. Verdachte zal zeggen dat [naam 14] naar de begrafenis van zijn zus is en onbereikbaar is.

Verder is er een sms-bericht van 13 februari 2012, afkomstig van verdachte, waarin hij [naam 14] zegt die dag niet te bellen en geen telefoon op te nemen met nummers die hij niet kent. De Belasting heeft het nummer van [naam 14] gevonden.

Het telefoonnummer [telefoonnummer] dat in de telefoon van [naam 14] hoort bij het contact “ [verdachte 1] ”, komt ook voor in het dossier van de Belastingdienst. Verbalisant ontving een sms-bericht van dit telefoonnummer met de tekst: “Geachte heer [naam 27] . Er is a.s. maandag een afspraak gepland voor de [naam 28] ivm overlijden van mijn zus graag verzetten. Belt u mij aub na de begrafenis? Mvrgq. L. [naam 14] .” Toen de verbalisant terugbelde hoorde hij: “ [verdachte 1] kan de telefoon niet aannemen”. Later ontving verbalisant een voicemailbericht van verdachte met de mededeling dat hij zich onterecht had uitgegeven voor [naam 14] .67

De rechtbank overweegt dat uit het voorgaande naar voren komt dat verdachte vanaf de oprichting tot 18 december 2010 formeel voorzitter is geweest van de [naam 1] . Daarna is [naam 14] ingeschreven als voorzitter van de Stichting. In het dossier zijn geen aanknopingspunten die erop wijzen dat [naam 14] zich op enig moment heeft gemanifesteerd als voorzitter dan wel leidinggevende van de Stichting. Op grond van de verklaring van [naam 14] acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich ook na 18 december 2010 als voorzitter en feitelijk leidinggevende van de Stichting heeft gedragen. Dit vindt onder meer ook bevestiging in de verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte vertelde dat hij voorzitter van de [naam 1] was, en de verklaring van [slachtoffer 6] dat zij op 22 september 2011 werd gebeld door verdachte die aangaf directeur te zijn van de [naam 1] . Verder blijkt ook van zijn betrokkenheid uit de sms-berichten die hij naar [naam 14] heeft gestuurd op 11 en 13 februari 2012, waarin hij [naam 14] waarschuwt geen telefoon op te nemen als hij het nummer niet kent, omdat de Belastingdienst dossiers en rekeningen komt controleren en ze [naam 14] ook willen spreken. Verdachte heeft met zijn telefoon een sms-bericht naar de Belastingdienst gestuurd en zich daarbij voorgedaan als [naam 14] . Naar het zich laat aanzien heeft hij hiermee proberen te verhullen dat hij zelf nog actief bij de Stichting betrokken was en geprobeerd heeft [naam 14] te beïnvloeden niet mee te werken met de Belastingdienst.

Dat verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de periode na 18 december 2010 volgt de rechtbank dan ook niet.

Vanaf december 2010 is [medeverdachte] ingeschreven als penningmeester van de Stichting. De rechtbank ziet geen bewijs voor betrokkenheid van [medeverdachte] bij de Stichting in de periode voor december 2010. [medeverdachte] kan gelet hierop niet geacht worden betrokken te zijn geweest bij de cliënten [slachtoffer 14] / [slachtoffer 15] .

Vanaf december 2010 zijn dus zowel verdachte als [medeverdachte] actief geweest voor de Stichtingen in die zin dat beiden verantwoordelijk waren voor de administratie, het benaderen van schuldeisers, het treffen van regelingen en het doen van betalingen voor cliënten. Zowel verdachte als [medeverdachte] beschikte over bankpassen van de [naam 1] en beiden maakten ook gebruik van die bankpassen. Ook de uitschrijving van [medeverdachte] , waardoor [naam 14] enig bestuurder werd in november 2011 veranderde niets aan de gang van zaken. Uit de verklaring van [naam 14] komt naar voren dat [medeverdachte] bij de werkzaamheden van de Stichtingen betrokken bleef.

Uit de bewijsmiddelen komt verder naar voren dat verdachte op huisbezoek bij ging cliënten, dat hij met hen sprak over budgetbeheer en schuldbemiddeling, dat hij ze formulieren liet ondertekenen en hun administratie meenam. Dat hij dit na december 2010 incidenteel deed als [naam 14] verhinderd was, zoals verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, is in strijd met de hiervoor genoemde bewijsmiddelen waaruit volgt dat hij ook na die periode zich heeft voorgedaan als voorzitter. Bij een aantal huisbezoeken werd verdachte vergezeld door [medeverdachte] . Verder komt uit de bewijsmiddelen naar voren dat wanneer cliënten naar de stichting belden, zij altijd verdachte of [medeverdachte] aan de telefoon kregen. [medeverdachte] deed daarnaast administratief werk, waaronder het versturen van brieven naar schuldeisers.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte en [medeverdachte] niet alleen namens de Stichtingen handelden, maar ook uit een persoonlijke belang om geld te trekken uit de Stichtingen. Uit de bewijsmiddelen volgt, zoals hiervoor overwogen, dat zij privé-uitgaven hebben gedaan met geld dat cliënten aan de stichting(en) hadden toevertrouwd. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank daarom medeplegen van verduistering bewezen, zoals primair is ten laste gelegd.

Parketnummer 05/985002-14 (onderzoek Arend) 68

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat niet ter discussie staat, vastgesteld.

[naam 4]

De besloten vennootschap [naam 4] is op 29 juni 2012 gestart. [medeverdachte] was vanaf die datum algemeen directeur en alleen/zelfstandig bevoegd. De bedrijfsomschrijving betrof onder meer: particulieren alsmede ondernemers inzicht te laten verkrijgen in hun inkomsten en uitgaven en vaardigheid in het planmatig omgaan met geld; het administreren van inkomsten, uitgaven, crediteuren en schuldeisers; het bieden van budgetbegeleiding. Het bezoekadres was [adres 4] Hoenzadriel. De bijbehorende website betrof: [naam 29] .69

Op de website [naam 29] stond onder meer het volgende:

‘U ziet door de bomen het bos niet meer. Uw financiële situatie is niet meer te overzien en alle regeltjes zijn voor u een ondoordringbare jungle. [naam 4] reikt u de helpende hand! Wij inventariseren samen met u uw situatie. Wij kijken waar wij u kunnen helpen om weer een totaal overzicht te krijgen over uw inkomsten en uitgaven.’

‘Wie zijn wij?

[naam 4] is een jong bedrijf waar oude rotten in de financiële dienstverlening werken. Door de verschillende vakgebieden uit de financiële wereld zoals boekhouding, administratie, fiscaal recht enzovoort, onder één dak samen te brengen, zijn wij voor u de ideale gesprekspartner om uw persoonlijke situatie in kaart te brengen en oplossingen te bieden voor uw financiële huishouding. (…)’

‘Werkwijze

(…)

Het gesprek en bet plan van aanpak

Tijdens het gesprek bij u thuis of in uw bedrijf zullen wij wie benodigde gegevens in uw persoonlijke dossier opnemen. Zo zal er gekeken worden naar uw gezinssituatie, inkomsten, vaste lasten en verplichtingen. Na dit gesprek presenteren wij u een plan van aanpak, toegespitst op uw persoonlijke situatie.

Alle particulieren, bedrijven en instellingen die van belang zijn voor uw persoonlijke financiële situatie worden door ons benaderd zodat zij op de hoogte zijn van onze bemiddeling om uw financiële huishouding in beeld te krijgen.

Kleine moeite, groot plezier

Wanneer wij voor u aan de slag gaan, krijgt u weer de mogelijkheid om te leven zoals u wilt! Besteedt uw zorgen uit aan ons zodat u uw aandacht weer kunt richten op uw gezin en uw werk.’ 70

[naam 5]

De [naam 5] is op 2 juli 2012 opgericht. [medeverdachte] was vanaf die datum de bestuurder en alleen/zelfstandig bevoegd. De activiteiten betroffen: het behartigen en veiligstellen van de belangen van cliënten van [naam 4] , dit in de meest uitgebreide zin van het woord. Het bezoekadres was [adres 4] Hoenzadriel.71

[naam 6]

is op 15 januari 2013 opgericht. [naam 26] (hierna: [naam 26] ) was vanaf 14 januari 2013 de voorzitter en verdachte was vanaf 1 maart 2013 secretaris en penningmeester. Zij waren gezamenlijk bevoegd op te treden namens de Stichting. De activiteiten van de Stichting betroffen: het behartigen en veiligstellen van de belangen van cliënten, het bemiddelen bij schulden en het verbeteren van de (financiële) positie van deze cliënten. De bijbehorende website betrof: [naam 30] .72

Op de website [naam 30] stond ‘Uw hulp bij minnelijke schuldhulpbemiddeling’ onder de kop. Verder stond onder meer het volgende op de website:

‘(…) U hebt meer betalingsafspraken dan geld om deze na te komen. De ene rekening is nog niet betaald of de andere ligt weer op de mat. Kortom, u ziet door de bomen het bos niet meer! Geef uw zorgen aan ons zodat u weer op een normale manier kunt leven!

‘Wie zijn wij?

[naam 6] een jonge organisatie. Bestuur en medewerkers zijn afkomstig uit diverse vakgebieden in onze maatschappij, gaande van grafische, IT en commerciële sectoren tot en met de bankwereld en ervaren schuldbemiddelaars.’

‘Hoe werken wij?

Wij analyseren de financiële situatie van particulieren, ZZP'ers en MKB'ers met (problematische) schulden. Dit doen wij in samenwerking met een financieel adviesbureau.

(…)

Zodra het financieel adviesbureau een akkoord van u als cliënt heeft ontvangen gaan wij, [naam 6] !, direct voor u aan de slag. Om de rust in uw huishouding of zaak terug te krijgen worden direct alle schuldeisers aangeschreven om aan te geven dat er hulp wordt geboden bij de ontstane schulden. [naam 6] ! maakt (betalings)afspraken met de schuldeisers en doet vervolgens ook de betalingen conform de gemaakte afspraken. 73

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie meent dat er een nauw samenwerkingsverband is tussen [naam 4] , [naam 6] en [naam 5] . Via dit samenwerkingsverband is de Wet op het Consumentenkrediet omzeild door schuldbemiddeling tegen betaling aan te bieden. Volgens de officier van justitie is sprake van een schijnconstructie. Nu de overtreding van de Wet op het Consumentenkrediet plaatsvond binnen de invloedsfeer van [naam 4] , in het kader van de bedrijfsactiviteiten van de BV, kan [naam 4] als pleger worden aangemerkt. Verdachte en de medeverdachten [medeverdachte] en [naam 26] hebben feitelijk leiding gegeven aan de strafbare handelingen van de BV, aldus de officier van justitie. Zij acht daarom het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit. Zij heeft aangevoerd dat [naam 4] zich niet heeft bezig gehouden met schuldbemiddeling en de Wet op het Consumentenkrediet niet heeft overtreden. [naam 6] hield zich bezig met schuldbemiddeling. [naam 4] regelde financiële zaken, zoals het bijhouden van de financiële administratie, het inventariseren en het reduceren van vaste lasten, etc. Het is toegestaan daarvoor kosten in rekening te brengen. Er is wel sprake van samenwerking tussen [naam 4] , de [naam 31] (op wiens rekening het inkomen van cliënten werd gestort) en [naam 6] . Daarbij werden het regelen van schulden, het beheren van geld en het bijhouden van financiële administratie strikt gescheiden gehouden. Samenwerking maakt nog niet dat sprake is van een en dezelfde organisatie.

Voor zover de rechtbank zou aannemen dat er sprake is van een zodanige samenhang tussen de ondernemingen dat ook de handelwijze van de [naam 6] zou moeten vallen onder de paraplu van [naam 4] , heeft de raadsvrouw ook subsidiair vrijspraak bepleit. Zij heeft aangevoerd dat verdachte niet als feitelijk leidinggever van [naam 4] kan worden aangemerkt. Verdachte was geen voorzitter of bestuurder en ook niet anderszins financieel verantwoordelijk voor het handelen van [naam 4] . Hij heeft [naam 4] af en toe een helpende hand geboden. Hij heeft zich niet bezig gehouden met financiële zaken en zich niet bemoeid met zaken die betrekking hebben op het bestuur of het beleid van [naam 4] .

Meer subsidiair heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat uit het dossier naar voren komt dat in een aantal gevallen cliënten voor werkzaamheden € 275,- dienden te betalen aan de [naam 6] . In het onderzoek is ervan uitgegaan dat 39 cliënten dit bedrag hebben betaald. Bij bestudering van de bankrekening van [naam 6] blijkt dat het om een beperkter bedrag gaat.

Beoordeling door de rechtbank

Werkwijze verschillende rechtspersonen

Op 17 februari 2014 zijn verbalisanten naar het vestigingsadres van [naam 4] en [naam 5] te Hoenzadriel ( [adres 4] ) gegaan. Dit betrof (tevens) het woonadres van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Verdachte deelde aan verbalisanten mee dat:

  • -

    hij meer de persoon was die bij hun cliënten op huisbezoek gaat en [medeverdachte] meer de persoon was die de administratie van de onderneming verwerkte.

  • -

    Met name vanwege problemen met zijn vorige compagnon, hij samen met [medeverdachte] , die uit een uitkeringssituatie kwam, op 1 juli 2012 met [naam 4] en [naam 5] is begonnen, waarna later op 1 januari 2013 [naam 6] is opgestart.

  • -

    [naam 26] , die binnen de [naam 6] naast verdachte in het handelsregister stond ingeschreven als medebestuurder, verder geen taak had. Een enkele keer deed hij wel eens een huisbezoekje of beantwoordde hij een mailtje, maar verder deed hij niks.

  • -

    [naam 4] de cliënten binnenhaalde en [naam 6] vervolgens de schuldbemiddeling deed. De betalingen voor deze werkzaamheden komen binnen bij [naam 5] , waarbij de cliënten een deel van hun inkomen beschikbaar stelden.

  • -

    Klanten van [naam 4] ook klant van [naam 6] en [naam 5] waren. De diverse betalingen aan schuldeisers en [naam 4] werden in opdracht van [naam 4] door [naam 5] gedaan. De niet-schulden, zoals betaling van vaste lasten (huur, gas, water en licht) werden door de cliënten zelf betaald.

  • -

    De administratie bij dit alles door [naam 4] werd verwerkt, die betaald kreeg vanuit [naam 5] . [naam 6] kreeg niet betaald.

  • -

    Deze scheiding van rechtspersonen wettelijk nodig was om de binnenkomende gelden van cliënten in een aparte onafhankelijk stichting ( [naam 5] ), onder te brengen en de daadwerkelijk schuldbemiddelende activiteiten door een andere stichting ( [naam 6] ) te laten doen, die hiervoor geen geld in rekening bracht.74

Verbalisanten hebben de volgende stukken van [naam 4] aangetroffen, dan wel ter beschikking gekregen:

- een klantenlijst met 53 namen75;

- een oningevuld intakeformulier76;

- een formulier ‘Berekening maandlast’ met de vermelding van betalingen van 14 series van zes maanden van € 151,15 per maand, waarvan € 114,95 aan ‘Administratiekosten [naam 4] ’ en € 36,20 aan ‘Kosten van de beschermingsconstructie’. Verder stond op het formulier dat in de eerste twee maanden € 498,24 per maand van de betaling wordt aangewend voor de beschermingsconstructie77;

- een formulier ‘Overeenkomst betaling beschermende constructie’, waarop onder meer de betaling van de constructie van € 36,20, inclusief BTW, staat78. Dit werd volgens verdachte bij de cliënt maandelijks in rekening gebracht voor de akte van cessie79;

- een formulier van [naam 4] ‘Opdracht om diverse werkzaamheden te verzorgen’, waarop onder meer stond dat de cliënt voor de werkzaamheden een bedrag van € 114,95 verschuldigd is. Op het formulier stond verder dat de werkzaamheden onder meer kunnen bestaan uit: het overmaken van betalingen naar diverse instanties en rekeninghouders, het boeken van deze betalingen, het bijhouden van overzichten van deze betalingen, het verzenden van deze overzichten naar cliënt, de contacten onderhouden met diverse instanties waarnaar de gelden worden overgemaakt80;

- een formulier ‘Een wegwijzer die voor u en ons belangrijk is (Algemene Voorwaarden)’, met daarop onder meer het volgende:

Administratiekantoor [naam 4] (HFV)

1. U dient zelf zorg te dragen voor de eenmalige betaling naar het bureau waar wij mee samenwerken. Deze Stichting zal alles in het werk stellen om een goede betalingsregeling te treffen die voor alle partijen aanvaardbaar is. Zie de voorwaarden van de Stichting die aan u uitgereikt zijn.

2. Uw contactpersoon is [medeverdachte] .*

(…)

7. Per kwartaal ontvangt u een overzicht van de betalingen die de [naam 5] namens en eventueel aan u gedaan heeft in de voorgaande periode

[naam 5] (SBC)

(…)

9. Het verschil tussen het inkomen en uw vaste lasten (inclusief leef- en kleedgeld wordt gebruikt om uw schulden te betalen.

(…)

De schuldbemiddelaar: [naam 6] (STITL)

14. U dient te stoppen met het nakomen van eerder gemaakte betalings-afspraken. Deze worden vervangen door nieuwe afspraken in het kader van de schuldbemiddeling.

(…)

18. Er wordt altijd een rentestop gevraagd aan de schuldeisers.

(…)

Algemeen

21. Bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken tussen u, ons kantoor en/of stichtingen zullen wij de dienstverlening eenzijdig opzeggen. De crediteuren en schuldeisers zullen daarvan in kennis gesteld worden. Tevens zullen wij de bescherming opheffen die d.m.v. de Akten van Verpanding en Cessie gelegd is.’ 81

* In een paar gebruikte formulieren stonden als contactpersonen genoemd: ‘ [verdachte 1] en [medeverdachte] ’.82

Verbalisanten zagen de volgende stukken van [naam 6] :

- een formulier ‘Opdracht tot dienstverlening, machtiging financieel beheer en volmacht’, waarop onder meer stond dat de cliënt de Stichting de opdracht geeft om alle schulden en rekeningen te inventariseren en te overleggen met alle bekende schuldeisers. Verder wordt aan de Stichting een volmacht gegeven voor (het verrichten van handelingen teneinde) het in ontvangst nemen van de gelden die betaald worden via uitkerende instanties zoals het UWV, pensioenfondsen, uitkeringen van verzekeringen e.d.83;

- een formulier ‘Algemene Voorwaarden [naam 6] ’, waarop onder meer stond:

Op verzoek van de cliënt kan de Stichting helpen bij het bemiddelen tussen de cliënt en diens crediteuren om te bewerkstelligen dat de cliënt tegen zo passelijk mogelijke afspraken binnen de overeengekomen termijn de crediteuren afbetaald. De Stichting doet dit uit naam en namens de cliënt. Om aan deze doelstelling te voldoen verbindt de cliënt zich onvoorwaardelijk aan de Stichting om de in de opdracht tot dienstverlening omschreven begrippen tot uitvoer te brengen.’84;

- een formulier ‘Stabilisatieovereenkomst’85;

Verder zagen de verbalisanten nog stukken van [naam 5] :

- een formulier ‘De akte van cessie’, met daarop onder meer een uitleg over wat een dergelijke akte inhield:

‘Met een akte van cessie wordt een deel van uw inkomen uit of in verband met arbeid door de werkgever overgedragen aan de Stichting. Dit deel van het inkomen wordt gebruikt voor de betaling aan schuldeisers, voor de betaling van de administratie en om, indien mogelijk, een stukje te sparen voor onvoorziene uitgaven. Indien van toepassing ook de betaling van de huur van de woning of hypotheeklasten en de basis ziektekostenverzekering.’ 86;

- een formulier ‘Akte van cessie’, zijnde een voorbeeld van een dergelijke akte. Op de akte stond onder meer vermeld dat per salarisbetaling alles boven een bedrag van 833,72 euro overgeboekt dient te worden naar [naam 5] . Dit betrof alles boven de belastvrije voet, waaronder ook vakantiegeld, 13e maand en bonussen. Werkgever zal voornoemd bedrag overmaken op IBAN-nummer [rekeningnummer 1] ten name van [naam 5]87;

- een brief gericht aan de werkgever met daarin onder meer opgenomen het verzoek om over te gaan tot uitvoering van de akte van cessie per eerstkomende salarisronde88.

In het onderzoek Kiekendief heeft één van de aangevers een document van [naam 4] ontvangen. Op dat document stond onder meer het volgende:

Wie zijn wij?

[naam 4] is een landelijk werkend financieel administratiekantoor. Wij richten ons op MKB, ZZP en particulieren. Behalve voor de reguliere financiële administratie, belastingaangiften en aanvragen voor toeslagen leveren wij nog een bijzondere dienst. Daar de economische ontwikkelingen en daarmee gepaard gaande financiële problemen die steéds meer mensen treffen hebben wij van deze ontwikkelingen ons speerpunt gemaakt om creatieve en pragmatische oplossingen te bieden in lastige situaties.

Wat doen wij?

Tijdens het intakegesprek wordt tot en met twee cijfers achter de komma de volledige financiële situatie letterlijk en figuurlijk in beeld gebracht. De werknemer krijgt op dat moment een helder inzicht over zijn of haar situatie, ook is dan duidelijk wat de mogelijke oplossingen voor de problemen kunnen zijn en hoe lang het traject maximaal gaat duren.

In de meeste gevallen zijn schulden op te lossen via de minnelijke weg. Hiervoor moet dan onderhandeld worden met schuldeisers, incassobureaus en deurwaarders. Uitgangspunt hierbij is dat de cliënt in ieder geval in staat moet zijn om de normale vaste lasten te kunnen betalen en op een normale manier moet kunnen leven.

(…)

Opzet

het creëren van een structureel langdurig en stijgend inkomen.

Deze opzet omvat drie partijen:

1) De ZZP’-er: deze bezoekt de klanten thuis, maakt met behulp van de aangeleverde software een definitieve analyse, laat de benodigde papieren tekenen en scant de originele stukken van de klant in de cloud, waarna hij deze terug stuurt naar de klant.

2) [naam 44]: De stichting regelt de beschermingsconstructie tegen loonbeslag en beslag op inboedel. Ook ontvangt de stichting een klein bedrag van het salaris waarmee de ZZP’er en de schuldeisers betaald worden. Eventueel te veel ontvangen salaris wordt aan de klant betaald.

3) [naam 6]: Deze stichting heeft de contracten met de schuldeisers, verifieert de openstaande bedragen, rekent uit of er niet te veel kosten in rekening gebracht zijn en maakt de betalingsafspraken die dan aan [naam 44] gecommuniceerd worden voor de uitvoering hiervan.’89

Getuigenverklaringen

[slachtoffer 17] en [slachtoffer 18]

[slachtoffer 17] heeft verklaard dat hij en zijn echtgenote [slachtoffer 18] samen een schuldenlast hadden. Ze hebben bewust gekozen om niet naar de gemeente te gaan voor hulp, omdat ze dan nog maar € 50,- leefgeld zouden krijgen om van te leven. In augustus 2012 kwam [slachtoffer 17] op de website van [naam 4] terecht. De man aan de telefoon stelde zich voor als ‘ [verdachte 1] ’. Op 3 september 2012 kwam verdachte bij hen thuis. Hij had een laptop mee, waarop hij een aantal formulieren invulde. [slachtoffer 17] heeft zes formulieren ondertekend, waaronder een akte van cessie. Alles boven het bedrag van € 518,28 zou worden overgemaakt naar [naam 5] . Volgens het formulier ‘Berekening Maandlast’, dat door verdachte is ingevuld, werd de eerste twee maanden een bedrag van € 490,- per maand aangewend voor de beschermingsconstructie. Per maand moest

€ 42,35 aan bankkosten, € 72,60 aan kosten van de beschermingsconstructie en € 114,95 aan administratiekosten betaald worden. Ze kregen geen maandelijks overzicht van hun schulden of spaartegoed. Als [slachtoffer 17] en zijn echtgenote vragen hadden, belden ze naar het nummer op het visitekaartje van verdachte. Dan kregen zij meestal een vrouw aan de telefoon die zich voorstelde als [medeverdachte] .90

[slachtoffer 20] en [slachtoffer 19]

[slachtoffer 20] heeft verklaard dat zij en met haar echtgenoot [slachtoffer 19] samen een schuldenlast hadden en daarom rond juli/augustus 2013 contact hebben gezocht met [naam 4] . Eerst had zij telefonisch contact met verdachte en daarna kwam hij bij haar thuis. Verdachte kwam namens [naam 4] en [naam 6] . De stichting was voor het onderbrengen van de huisraad om te voorkomen dat daar beslag op gelegd zou worden en [naam 4] was voor het regelen van de schulden, zo vertelde verdachte haar. Verdachte inventariseerde de schulden op een formulier en aan de hand daarvan werd een intakeformulier door hem opgesteld. Dat ondertekenden zij en haar man. De overige formulieren, waaronder de overeenkomst betaling beschermende constructie, kregen zij later per mail opgestuurd. Deze hebben zij ondertekend en teruggestuurd. Het salaris van haar en haar man zou direct door hun werkgevers worden overgemaakt aan [naam 5] . Op 2 oktober 2013 betaalden zij een bedrag van

€ 275,- aan [naam 6] , omdat verdachte bij het intakegesprek had gezegd dat zij dit bedrag moesten overmaken. De kosten die [naam 4] verder in rekening zou brengen waren € 114,95 aan administratiekosten, € 72,60 aan kosten van de beschermingsconstructie en € 21,- aan bankkosten. Als ze naar het kantoor van [naam 4] belden, kregen zij 9 van de 10 keer verdachte aan de lijn, een enkele keer een vrouw.91

[slachtoffer 22] en [slachtoffer 21]

[slachtoffer 22] heeft verklaard dat hij en [slachtoffer 21] samen een schuldenlast hadden en daarom in de zomer van 2012 contact hebben gezocht met [naam 4] . Ze hadden eerst telefonisch contact met verdachte en daarna kwam hij bij hen thuis. Hij vertelde hen wat hij met zijn organisatie voor hen kon betekenen met betrekking tot het oplossen van hun schulden. Er zou door hem contact worden opgenomen met schuldeisers om een regeling tot stand te brengen voor de schuldenlast. De schulden werden door verdachte op een formulier geïnventariseerd, waarna door verdachte een intakeformulier werd opgemaakt en dit door hen werd ondertekend. Op 4 augustus 2012 hebben zij van verdachte een brief van [naam 4] gekregen waarin de afspraken waren vastgelegd. De [naam 10] was inmiddels gewijzigd in [naam 6] . Deze Stichting zou de schulden regelen met de schuldeisers. Het salaris zou gestort worden op de rekening van [naam 5] en [naam 4] zou de financiële administratie bijhouden. In principe verliep alle correspondentie met schuldeisers via [naam 4] . Op 8 augustus 2012 hebben [slachtoffer 22] en [slachtoffer 21] een formulier berekening maandlast ondertekend. De kosten die [naam 4] aan hen in rekening zou gaan brengen betroffen € 113,05 aan administratiekosten, € 71,40 aan kosten van de beschermingsconstructie en € 95,20 aan bankkosten. Daarnaast heeft verdachte bij de intake gezegd dat zij € 380,- aan administratie- en opstartkosten moesten overmaken. Dat bedrag is ook betaald. De vaste contactpersoon van [naam 4] was verdachte. Af en toe werd de telefoon opgenomen door een vrouw die zich [medeverdachte] noemde. Ze hebben nooit overzichten ontvangen van wat er met de schuldenlast gebeurde.92

[slachtoffer 23]

heeft verklaard dat zij een schuldenlast had en daarom begin 2014 contact heeft gezocht met [naam 4] . Ze had een contactformulier op de website [naam 29] ingevuld en opgestuurd. Ze werd eerst telefonisch te woord gestaan door een man die zich voorstelde als ‘ [verdachte 1] ’ en in januari 2014 is hij thuis langsgekomen. Hij vertelde dat zijn organisatie bestond uit [naam 4] , [naam 6] en [naam 5] . Hij vertelde dat vanuit [naam 6] brieven naar schuldeisers werden verstuurd en dat [naam 4] het aanspreekpunt was. Hij zou namens [naam 4] contact opnemen met schuldeisers om een regeling tot stand te brengen voor haar schuldenlast. Verdachte inventariseerde de schulden, waarna hij een intakeformulier opmaakte en dit door [slachtoffer 23] werd ondertekend. Alle formulieren, waaronder een overeenkomst betaling beschermende constructie, werden door haar in het bijzijn van verdachte ondertekend. De kosten die [naam 4] in rekening zou gaan brengen betroffen € 114,95 aan administratiekosten, € 31,20 aan kosten van de beschermingsconstructie en € 3,03 aan bankkosten. Op 26 maart 2014 heeft zij verdachte verzocht te stoppen met zijn werkzaamheden. Ze had telefonisch contact gehad met haar schuldeisers en hoorde dat er helemaal geen regeling was getroffen voor haar schulden. Als [slachtoffer 23] naar het kantoor van [naam 4] belde, kreeg zij bijna altijd verdachte aan de lijn. Ze heeft één keer met een vrouw gesproken.93

[slachtoffer 25] en [slachtoffer 24]

[slachtoffer 25] heeft verteld dat zij en haar (toenmalige) partner [slachtoffer 24] een schuldenlast hadden en daarom contact hebben gezocht met [naam 4] . Verdachte kwam begin februari 2013 op bezoek om hun financiële situatie te bespreken. [naam 4] was het aanspreekpunt. Met andere rechtspersonen hebben zij niets te maken gehad. Verdachte vertelde dat door hem namens [naam 4] contact met schuldeisers zou worden opgenomen om een regeling tot stand te brengen voor hun schuldenlast. Ze hadden op dat moment een schuld van ongeveer € 27.000,-. Op 2 februari 2013 inventariseerde verdachte hun schulden. Alle formulieren hebben zij per post toegestuurd gekregen. Op 3 februari 2013 hebben zij de formulieren, waaronder een overeenkomst betaling beschermende constructie, ondertekend en teruggestuurd. [naam 26] , die onder de stabilisatieovereenkomst staat, kende zij niet. Ze hebben enkel zaken gedaan met verdachte. Ze moesten een eenmalig bedrag van € 275,- overmaken aan [naam 5] . De kosten die [naam 4] verder in rekening zou gaan brengen betroffen € 114,95 aan administratiekosten, € 72,60 aan kosten van de beschermingsconstructie en € 30,25 aan bankkosten. Ze hebben nooit een stand van zaken van hun schuldenpositie gehad.94

Overeenkomst betaling en uitleg van de werkzaamheden

Het dossier bevat een formulier ‘Overeenkomst betaling en uitleg van de werkzaamheden’ ten aanzien van [slachtoffer 23] (D-061), [slachtoffer 19] en [slachtoffer 31] (D-116), A. [slachtoffer 22] en [slachtoffer 21] (D-122) en [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] (D-129). De formulieren zijn van [naam 6] dan wel diens voorganger [naam 10] (in het geval van D-122). Uit de overeenkomst volgt dat de Stichting niet eerder dan na ontvangst van een betaling van € 275,- dan wel € 357,- (in het geval van D-122) met de werkzaamheden zal starten. De werkzaamheden bestonden uit het aanmaken van de administratie, het invoeren van de schuldeisers en de kenmerken van de schuldeisers en het verzenden van de eerste brieven aan de schuldeisers om de hoogte van de schulden op te geven. Op de formulieren D-061 (2 januari 2014) en D-116 (31 januari 2013) stond dat de betaling binnen 30 dagen diende te worden gedaan op rekening [rekeningnummer 2] van [naam 6] .95

Onderzoek naar de geldstromen

Bankrekening van [naam 4]

Het bankrekeningnummer [rekeningnummer 3] ten name van [naam 4] is onderzocht, voor wat betreft de periode van 30 juni 2012 tot en met 28 februari 2014.

Te zien was dat regelmatig geldbedragen werden bijgeschreven afkomstig van de bankrekening [rekeningnummer 4] van [naam 5] met vermelding van onder meer de volgende natuurlijke personen: ‘ [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] ’, ‘ [slachtoffer 17] ’, ‘ [slachtoffer 32] ’, ‘ [slachtoffer 26] ’, ‘ [slachtoffer 19] ’ en ‘ [slachtoffer 19] - [slachtoffer 20] ’.

Verder stonden op de bankafschriften van bankrekening [rekeningnummer 3] van voornoemde periode ook regelmatig afschrijvingen van geldbedragen vermeld naar bankrekening [rekeningnummer 5] ten name van [medeverdachte] onder vermelding van ‘de klantnaam’, ‘(betaling) werkzaamheden’ dan wel ‘brandstofkosten’, ‘telefoonkosten’ en ‘internetkosten’. De afschrijvingen werden naar het nieuwe bankrekeningnummer [rekeningnummer 6] van [medeverdachte] voortgezet, onder vermelding van ‘werkzaamheden’, ‘voorschot salaris’, ‘voorschot benzine’, ‘benzinekosten’, ‘brandstofkosten’, ‘(voorschot) kilometervergoeding’, ‘deel salaris’, ‘voorschot loon’, ‘(voorschot) autokosten’, ‘kilometerdeclaratie’, ‘salaris en gedeelte autokosten’.

Van genoemde bankrekening van [naam 4] vonden in de periode van 25 oktober 2012 tot en met 20 december 2012 meerdere afschrijvingen plaats van geldbedragen naar de bankrekening [rekeningnummer 7] ten name van verdachte, met daarbij de klantnaam.

Verder is geconstateerd dat deze bankrekening van [naam 4] ook regelmatig werd aangewend voor geldopnames bij banken en (pin)betalingen aan onder meer pompstations, eetgelegenheden, groothandels en (web-)winkels.96

Bankrekening [naam 5]

Het bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] ten name van [naam 5] is onderzocht, voor wat betreft de periode van 24 juli 2012 tot en met 28 februari 2014.

Te zien was dat regelmatig geldbedragen werden bijgeschreven met vermelding van ‘salaris’ dan wel ‘UWV’ en de cliëntennamen, zoals weergegeven op de klantenlijst (D-019), waaronder [slachtoffer 22] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 25] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 26] . Soms werd een deel van het gestorte bedrag weer teruggestort naar de bankrekening van de betreffende cliënt.

Verder is op de bankafschriften van bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] van voornoemde periode te zien dat regelmatig geldbedragen werden afgeschreven naar de bankrekening [rekeningnummer 8] ten name van [naam 4] onder vermelding van de betreffende cliëntnamen. Verder werd de rekening regelmatig aangewend voor betalingen aan schuldeisers dan wel betalingen namens cliënten, voor wat betreft vaste lasten als huur, gas en licht.

Tot slot werd de bankrekening van [naam 5] ook regelmatig aangewend voor geldopnames bij banken, opladen chipknip en (pin) betalingen aan pompstations, eetgelegenheden, groothandels en (web)winkels.97

Bankrekening [naam 6]

Tijdens het huisbezoek van de verbalisanten op 17 februari 2014 aan verdachte en [medeverdachte] kregen verbalisanten bankafschriften van de bankrekening [rekeningnummer 2] van [naam 6] overhandigd door [medeverdachte] , over de periode van 1 januari 2013 tot en met 16 februari 2014. De verbalisanten zagen dat [medeverdachte] inlogde op de website van de ING-bank en deze bankafschriften uitprintte.98

Op de bankafschriften was te zien dat er regelmatig bedragen werden bijgeschreven afkomstig van bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] van [naam 5] met vermelding van cliëntnamen. Verder waren er meerdere personen die rechtstreeks € 275,- of andere bedragen hebben overgemaakt naar de rekening van de stichting. Op 24 januari 2013 is € 500,- naar bankrekening [rekeningnummer 9] van verdachte overgemaakt met omschrijving ‘Vergoeding conform statuten’.99

Schuldbemiddeling

Over de periode van 4 augustus 2012 tot en met 4 februari 2014 heeft de [naam 6] ten behoeve van onder meer [slachtoffer 17] , [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] en [slachtoffer 26] diverse brieven gericht aan schuldeisers, waaronder kredietinstellingen zoals banken, financierings- en postorderbedrijven. Hierin waren onder meer voorstellen opgenomen gericht op de totstandkoming van regelingen met betrekking tot de bestaande schuldenlasten. In de brieven was onder meer te lezen dat aan de schuldeisers werd verzocht om opgave te doen van de openstaande vorderingen en dat er voorstellen werden gedaan ter afbetaling van de schulden. Diverse schuldeisers van voornoemde personen hebben brieven gericht aan [naam 6] .100

Conclusie rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de cliënten contact zochten met [naam 4] voor een oplossing voor hun schuldenlast. De cliënten hebben, onafhankelijk van elkaar, verklaard dat zij voornamelijk contact hadden met verdachte. In de gesprekken met de diverse cliënten maakte hij kenbaar dat hij handelde namens [naam 4] . Door verdachte werd tijdens het huisbezoek de werkwijze van zijn organisatie aan de cliënten uitgelegd. De getuigen verklaarden onder meer dat de intake en alle contacten via [naam 4] verliepen, waarbij door [naam 4] dan wel [naam 6] contact werd gelegd met de schuldeisers om regelingen met hen tot stand te brengen voor aflossing van de schulden.

Door [naam 4] werd de administratie bijgehouden. Via de bankrekening van [naam 5] kwamen de (deel)salarissen of uitkeringen van de cliënten binnen en werden de diverse maandelijkse betalingen naar de schuldeisers gedaan en werden de maandelijkse kosten voor de werkzaamheden van [naam 4] betaald. Verdachte en [medeverdachte] hebben deze werkwijze bevestigd, waarbij zij tevens aangaven dat de klanten van [naam 4] tevens klant bij [naam 6] en [naam 5] waren. De hele organisatie werd aangestuurd vanuit Hoenzadriel (het woonadres van verdachte en [medeverdachte] destijds), waar ook de administratie werd bijgehouden. Verdachte en [medeverdachte] hadden, zo stelden zij, de schuldbemiddeling in een aparte stichting ( [naam 6] ) ondergebracht om aan de wettelijke eisen te voldoen. Er was echter sprake van een nauwe verwevenheid tussen de rechtspersonen, zodat niet aan de wettelijke eisen werd voldaan. Hierover overweegt de rechtbank in het bijzonder als volgt.

Naast uit wat hiervoor al is vastgesteld, volgt de nauwe verwevenheid tussen de rechtspersonen duidelijk uit het document (beginnend met ‘wie zijn wij’) uit onderzoek Kiekendief en ook uit het formulier ‘wegwijzer die voor u en ons belangrijk is (Algemene Voorwaarden)’ van [naam 4] . In het door cliënten van [naam 4] te ondertekenen formulier staan algemene voorwaarden geformuleerd ten aanzien van alle drie de rechtspersonen, waaruit al valt te concluderen dat de rechtspersonen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Onder de eerst genoemde voorwaarde staat immers dat de cliënt dient zorg te dragen voor een eenmalige betaling aan het bureau waarmee [naam 4] samenwerkt en dat deze Stichting (dus ‘het bureau’) alles in het werk zal stellen om een goede betalingsregeling te treffen die voor alle partijen aanvaardbaar is. Vervolgens wordt verwezen naar de voorwaarden van de stichting die aan de cliënt zijn uitgereikt. In het standaardpakket aan formulieren, zoals hiervoor al opgesomd, zat ook een formulier met algemene voorwaarden van [naam 6] . Aldus moest eerst [naam 6] betaald worden, alvorens [naam 4] met de werkzaamheden zou aanvangen. Dit past bij de strekking van het formulier ‘Overeenkomst betaling en uitleg van de werkzaamheden’ dat sommige cliënten hebben ondertekend. Verder staat in de wegwijzer van [naam 4] (onder punt 14 onder het kopje van ‘ [naam 6] ’) dat de cliënt in het kader van schuldbemiddeling moest stoppen met het nakomen van eerder gemaakte betalingsafspraken.

Uit de verklaringen van de getuigen valt af te leiden dat zij de bedrijven [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] als één en dezelfde organisatie zagen. Verdachte kwam volgens hen namens al deze rechtspersonen. Hij vertelde aan de cliënten dat voordat de werkzaamheden van zijn organisatie gestart konden worden, er eerst een bedrag aan de stichting moest worden betaald. Ook dit past bij het vorenstaande. Verder is gebleken dat via de bankrekening van voornoemde rechtspersonen namens de diverse cliënten gelden werden overgemaakt naar de bankrekeningen van verdachte en [medeverdachte] . Tot slot is gebleken dat [medeverdachte] , zijnde bestuurder van [naam 4] en [naam 5] , ook de beschikking over de bankrekening van [naam 6] had.

De rechtbank concludeert dat de rechtspersonen [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] zodanig nauw verweven waren dat zij feitelijk één onderneming vormden, gericht op schuldbemiddeling. Gezien het voorgaande, is het volgens de rechtbank niet mogelijk om de financiële administratie (en het eventuele budgetbeheer) van [naam 4] los te zien van de schuldbemiddeling, waarvoor geen vergoeding in rekening mag worden gebracht. Het verweer van de verdediging daartoe faalt.

Aldus is het verbod op schuldbemiddeling zoals opgenomen in artikel 47, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet overtreden en doet de uitzondering van artikel 48 lid 1, te weten schuldbemiddeling om niet, zich niet voor. [naam 4] samen met de [naam 5] en [naam 6] heeft zich daaraan schuldig gemaakt.

Uit het vorenstaande volgt, naar het oordeel van de rechtbank, verder dat verdachte en [medeverdachte] feitelijk hebben leidinggegeven aan de door [naam 4] gepleegde verboden gedragingen. Verdachte was de persoon die ten overstaan van cliënten [naam 4] vertegenwoordigde. [medeverdachte] werd – soms samen met verdachte – in de formulieren genoemd als contactpersoon van [naam 4] . Verdachte en [medeverdachte] verdienden beiden, zo volgt uit de overgelegde bankafschriften, aan hun werkzaamheden voor [naam 4] . [medeverdachte] was de bestuurder van het bedrijf en had in die hoedanigheid de verantwoordelijkheid en bevoegdheid om maatregelen te treffen ter voorkoming van strafbare gedragingen, maar zij heeft dat niet gedaan. Verdachte en [medeverdachte] hebben er beiden bewust voor gekozen om in strijd met de regelgeving te handelen.

Om misstanden - zoals het in rekening brengen van zeer hoge kosten - tegen te gaan, heeft de wetgever schuldbemiddeling voorbehouden aan de personen en instellingen die in artikel 48, eerste lid, sub b en c, van de Wet op het consumentenkrediet worden genoemd of krachtens dat eerste lid sub d van dat artikel zijn aangewezen. Niet is gebleken dat één van de verdachten in de bewezenverklaarde periode tot die personen of instellingen behoorde.

Parketnummer 05/780123-16 (onderzoek Kiekendief) 101

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat niet ter discussie staat, vastgesteld.

[naam 4] , [naam 32] en [naam 6]

De in onderzoek Arend vastgestelde feiten gelden onverkort ten aanzien van het onderzoek Kiekendief en dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Op de online inzage van de uittreksels van de Kamer van Koophandel van 8 juni 2016 van [naam 4] en [naam 32] staat (anders dan in de vorige zaak) als bezoekadres genoemd [adres 6] te Zevenaar.102

[naam 8]

De eenmanszaak [naam 8] was per 1 oktober 2015 tot 30 november 2015 gevestigd op het adres [adres 6] te Zevenaar. De eigenaar was [slachtoffer 29] e/v [slachtoffer 30] (hierna: [slachtoffer 29] ).103

Geregistreerde inkomsten

Er is onderzoek gedaan naar de inkomsten van verdachten. De totaal geregistreerde inkomsten van [medeverdachte] betroffen vanaf 2009 tot en met 2013 € 58.057,-. Van 2014 en 2015 is er geen informatie bekend. Er is door [medeverdachte] geen opgave gedaan van omzetbelasting ten aanzien van de bij dit onderzoek betrokken rechtspersonen, ook niet door verdachte. De geregistreerde inkomsten van verdachte betroffen vanaf 2009 tot en met 2014 totaal € 53.798,-. Over het jaar 2014 betrof het nettoloon nul euro. Over het jaar 2015 was geen informatie bekend.104

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 bewezen dat geld is verduisterd. Wat betreft feit 1 is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 4] , [naam 32] , [naam 6] en/of [naam 10] . Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben feitelijk leiding gegeven aan de strafbare handelingen. Bij feit 2 is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 8] , [naam 9] en [naam 32] . Verdachte en [medeverdachte] gaven feitelijk leiding aan de strafbare handelingen en waren feitelijk de motor achter de werkzaamheden van [slachtoffer 29] en zijn bedrijf [naam 8] . Wat betreft feit 3 is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 4] , [naam 32] en [naam 10] . Verdachte en [medeverdachte] hebben feitelijk leiding gegeven aan de strafbare handelingen. De officier van justitie acht daarom steeds het subsidiair tenlastegelegde bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Zij heeft betoogd dat verdachte heeft verklaard dat hij geen eigenaar, aandeelhouder of bestuurder was binnen [naam 4] . In beginsel moet er daarom vanuit worden gegaan dat hij niet verantwoordelijk was voor de handelwijze van [naam 4] . Verdachte heeft [medeverdachte] geholpen door bij klanten op bezoek te gaan en de financiële situatie te inventariseren. De schuldbemiddeling werd vervolgens uitbesteed aan een stichting die dit om niet deed. Verdachte was niet gemachtigd bij de bank en beschikte niet over een pinpas.

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat het financieel onderzoek zich heeft beperkt tot een korte periode en dat niet is gekeken wat er van eerdere jaren nog diende te worden verrekend. Als er al geld is verduisterd, dan heeft [naam 4] dat gedaan. [slachtoffer 27] heeft de overeenkomst gesloten met [naam 4] en het geld is door [naam 4] , dan wel [naam 31] ontvangen. Verdachte heeft het geld niet onder zich gehad. Ook kan verdachte niet worden aangemerkt als feitelijk leidinggever.

Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsvrouw betoogd dat er geen bewijs is dat verdachte betrokken is geweest bij de zaak [slachtoffer 28] . De overeenkomst is gesloten tussen [slachtoffer 28] en [naam 8] , een bedrijf waaraan verdachte niet verbonden is geweest. [naam 8] heeft misbruik gemaakt van formulieren van [naam 6] . Verdachte heeft die formulieren niet ondertekend.

Wat betreft feit 3 heeft de raadsvrouw betoogd dat uit het dossier geen betrokkenheid van verdachte blijkt. [naam 4] heeft kennelijk wel geld van [slachtoffer 29] beheerd, maar verdachte stond daarbuiten. Voor zover er al geld is verduisterd, kan verdachte hiervoor niet verantwoordelijk worden gehouden.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

Bankrekening [naam 5]

Van de bankrekening [rekeningnummer 4] heeft alleen [medeverdachte] een bankpas.105 Het volgende is gebleken:

- In de periode van 2 juli 2014 tot en met 30 januari 2015 werden op deze bankrekening meerdere salarissen van cliënten bijgeschreven, maar ook huurtoeslagen van de Belastingdienst en WW- en Wajong-uitkeringen van het UWV. Verder waren een grote hoeveelheid afschrijvingen te zien ten behoeve van horecagelegenheden, winkels, parkeren, tankstations en contante bankopnames. Dat betrof over de genoemde periode een bedrag van € 16.671,68. Bij deze afschrijvingen stonden geen omschrijvingen van cliënten van de Stichting;106

- In de periode van 1 mei 2015 t/m 31 maart 2016 werd vanaf deze bankrekening een bedrag van € 22.988,38 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer 3] op naam van [naam 4] . Er kwam in de periode in totaal € 85.442,- binnen uit betalingen van verschillende bedrijven (salarissen). Verder zijn vanaf de bankrekening van de Stichting een grote hoeveelheid betalingen gedaan bij tankstation, hotels, boodschappen, eetgelegenheden en geldopnames. Er waren nagenoeg geen transacties te vinden die op een afbetaling van een of andere schuldaflossing sloegen. Een totaalbedrag van € 38.418,07 is terugbetaald aan de personen waarvan het loon is gestort. Dit komt er op neer dat er een bedrag van € 47.023,93 overbleef om schulden af te lossen.107

Bankrekening [naam 4]

De bankafschriften van de bankrekening [rekeningnummer 3] van [naam 4] zijn onderzocht, voor wat betreft de periode 28 augustus 2012 tot en met 31 maart 2016. Het volgende is gebleken:

  • -

    De inkomsten van deze rekening waren voor 99 procent afkomstig van de rekening van [naam 32] ( [rekeningnummer 4] ). Er waren op de bankafschriften (532 pagina’s) nauwelijks overboekingen te zien die konden duiden op afbetalingen van een schuld. Een groot aantal betalingen was verricht bij supermarkten en restaurants;

  • -

    Naar de privérekening [bankrekeningnummer] van [medeverdachte] is in totaal een bedrag van € 12.908,51 overgeschreven. Bij de omschrijvingen werd onder andere vermeld ‘vergoeding auto kosten’, ‘voorschot benzine’ en ‘deelbetaling werk’. Er waren geen terugboekingen van de rekening van [medeverdachte] naar de ondernemersrekening;

  • -

    Naar de privérekening [rekeningnummer 10] van verdachte is in totaal een bedrag van € 4.210,- overgeschreven. Er is eenmaal € 770,- teruggestort;

  • -

    Naar de gezamenlijke privérekening [rekeningnummer 11] van verdachte en [medeverdachte] is totaal een bedrag van € 9.175,- overgeschreven. Er waren geen terugboekingen naar de ondernemersrekening.108

Privé bankrekeningen verdachte en [medeverdachte]

Het volgende is gebleken:

  • -

    Van de (gezamenlijke) privérekeningen van verdachte en [medeverdachte] zijn geen afbetalingen van schulden voor cliënten van de stichting gedaan.

  • -

    Op de privérekening van verdachte ( [rekeningnummer 10] ) werd op 14 augustus 2015 een bedrag van € 4.000,- gestort vanaf het rekeningnummer van [naam 4] . Op 15 en 17 augustus 2015 werd € 900,- respectievelijk € 500,- contant opgenomen. Op 16 augustus 2015 werd er € 1.750,- per pin bij ‘Kasteel café Heeren’ in ’s Heerenberg betaald. Dat betrof een locatie voor (bruilofts)feesten. Op 18 augustus 2015 is € 675,- per pin betaald.109

Verklaring verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij en [medeverdachte] in gemeenschap van goederen zijn getrouwd. Hij ging bij de klanten van [naam 4] op bezoek om de financiële situatie te inventariseren. Om te kijken of ze er iets mee konden en wat de klant wilde. [naam 6] hield zich bezig met schuldhulpverlening. [medeverdachte] kreeg, als het goed was, salaris uit de BV. Verdachte was financieel afhankelijk van [medeverdachte] . De financiële administratie van [naam 4] en de Stichting werd bijgehouden op kantoor in Zevenaar. Dat werd door [medeverdachte] gedaan. Verder heeft verdachte verklaard hij en [medeverdachte] twee of drie keer per week uiteten gingen en dat [medeverdachte] dan betaalde. In hun huishouden betaalde [medeverdachte] alle rekeningen. Ze betaalde wel eens met de bankpas van [naam 4] en zei dan dat ze dat later wel weer recht zou zetten.110

Ten aanzien van feit 1 – [slachtoffer 27]

Aangifte 111

heeft verklaard dat hij eind augustus 2012 een overeenkomst met [naam 4] heeft gesloten. Hij had op dat moment schulden van ongeveer 38.000 euro. Na eerst telefonisch contact te hebben gehad met verdachte, kwam verdachte vervolgens bij hem thuis. [naam 4] zou zijn schulden in kaart brengen en regelingen treffen met schuldeisers. Verdachte vertelde dat hij werkte met meerdere stichtingen en dat je als schuldhulpverlener geen kosten mag declareren. Daarom moest hij een soort donatie doen aan de stichting. Er werd een akte van cessie opgemaakt. Deze heeft [slachtoffer 27] samen met verdachte ondertekend. [slachtoffer 27] gaf toestemming dat zijn werkgever [naam 33] zijn salaris overmaakte naar de bankrekening [rekeningnummer 12] van de [naam 5] . Dit gebeurde met ingang van september 2012. Elke maand werd gemiddeld 2.000 euro door zijn werkgever gestort op de bankrekening van [naam 4] . Verdachte zou ervoor zorgen dat de schuldeisers van [slachtoffer 27] werden betaald. Tot en met januari 2014 is alles betaald. Daarna zijn er betalingsachterstanden ontstaan. Soms belde [slachtoffer 27] waarom een schuldeiser nog geen geld had ontvangen. Dan zei verdachte zoiets van ‘Heeft ze dat nog niet gedaan?’ en dan verwees hij naar [medeverdachte] . [slachtoffer 27] heeft van verdachte een jaaroverzicht 2013, opgemaakt op 20 januari 2014,112 gekregen. Boven het document stond [naam 6] . Die Stichting kende hij niet. Verdachte had elke keer een verhaal over een nieuwe stichting en [slachtoffer 27] geloofde dat dan. Met [medeverdachte] heeft hij alleen telefonisch contact gehad.

Akte van cessie

Op 23 augustus 2012 hebben (cedent) [slachtoffer 27] en (cessionaris) verdachte, namens [naam 5] , een akte van cessie getekend. In de akte is overeengekomen om alles boven een bedrag van € 901,83 over te maken naar de bankrekening van [naam 5] , [rekeningnummer 4] . Verder staat in de akte dat de ontvangen bedragen zullen worden aangewend om alle nu bekende schuldeisers op gelijke en wettelijke basis te betalen.113

Op de salarisstrookjes van [slachtoffer 27] over de maanden september 2012 tot en met januari 2015 is te zien dat telkens (een deel van het) salaris is overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer 4] .114 In totaal is € 65.569,92 overgemaakt.115 In 2014 is door [naam 33] € 14.876,69 aan salaris overgemaakt. Er zijn door [naam 4] verschillende bedragen overgemaakt naar schuldeisers van [slachtoffer 27] . Er zat geen regelmaat in de overschrijvingen. In de periode van augustus 2014 tot en met januari 2015 heeft [naam 4] € 3.0002,69 overgemaakt naar de schuldeisers van [slachtoffer 27] . Het resterende bedrag van € 11.874,- is in die periode niet naar de schuldeisers overgemaakt.116

Op 17 september 2012 stuurde [medeverdachte] een e-mailbericht aan [naam 34] van [naam 33] betreffende een afspraakbevestiging tussen verdachte en [slachtoffer 27] dat het gehele salaris op de rekening van Behartiging Cliëntenbelangen [naam 4] kan worden gestort.117

Aangetroffen stukken op de laptop 118

Op 10 juni 2016 is de laptop, aangetroffen in de auto van [medeverdachte] , onderzocht. Daarin zijn onder meer de volgende stukken aangetroffen:

- een e-mailbericht van verdachte aan mevrouw [naam 35] als bevestiging van gemaakte afspraken, waaronder dat [slachtoffer 27] een stabilisatieovereenkomst heeft getekend en dat deze door [naam 10] aan de zorgverzekeraar is verzonden119;

- een e-mailwisseling tussen [naam 34] , de contactpersoon van de salarisadministratie van [naam 33] , en verdachte in mei 2013, juni 2014 en september 2014. In de mailwisseling van mei 2013 laat verdachte aan [naam 34] weten dat nieuwe, onbekende rekeningen van [slachtoffer 27] boven water zijn gekomen en dat er een nieuwe herberekening van zijn schulden en maandtermijn gemaakt gaat worden120;

- een e-mailbericht van verdachte aan mevrouw [naam 36] , waarin verdachte bevestigde dat zijn organisatie de salarisbetalingen uitvoert voor [slachtoffer 27] . Ook liet hij weten dat de schuldbemiddelaar voor [slachtoffer 27] [naam 10] is121;

- een e-mailwisseling tussen [slachtoffer 27] en [medeverdachte] vanaf het e-mailadres van [naam 4] van 22 oktober 2012, waarin zij [slachtoffer 27] laat weten dat voor dringende zaken contact kan worden opgenomen met verdachte122;

- een drietal brieven van [naam 4] over de financiële situatie van [slachtoffer 27] , met [medeverdachte] als ondergetekende. Eén van die brieven is gericht aan [naam 37] en ziet op een voorstel voor een betalingsafspraak voor aflossing van de schulden van [slachtoffer 27]123;

- een formulier van [naam 4] ‘Overeenkomst betaling beschermende constructie’ van 23 augustus 2012, waarin overeengekomen wordt dat [slachtoffer 27] maandelijks € 71,40 betaalt voor de constructie124;

- een formulier van [naam 10] ‘Overeenkomst betaling en uitleg van de werkzaamheden’ van 23 augustus 2012, waarin overeengekomen is dat [slachtoffer 27] vóór aanvang van de werkzaamheden van de stichting, waaronder aanschrijven van schuldeisers, een bedrag van € 357,- dient te betalen125, en daarnaast het document ‘Algemene Voorwaarden [naam 10] ’, waarin staat dat de doelstelling van de stichting is het bemiddelen tussen de cliënt en diens crediteuren om te bewerkstelligen dat de cliënt tegen zo passend mogelijke afspraken binnen de overeengekomen termijn de crediteuren afbetaalt126;

- een ingevuld intakeformulier van [naam 4] op naam van [slachtoffer 27] , met als adviseur ‘ [verdachte 1]127;

- een document ‘Berekening maandlast’ van [naam 4] , met als ondergetekende [slachtoffer 27] . Op het document stonden naast de genoemde kosten voor de beschermingsconstructie ook genoemd € 114,95 aan ‘Administratiekosten [naam 4] ’ en € 17,85 aan ‘Bankkosten’128;

- een formulier van [naam 10] ‘Opdracht tot dienstverlening, machtiging financieel beheer en volmacht’, waarin [slachtoffer 27] de stichting opdracht geeft tot inventarisatie van zijn openstaande schulden en rekeningen en tot overleggen met zijn schuldeisers129;

- een formulier van [naam 10] ‘Stabilisatie overeenkomst’, met als ondergetekende [slachtoffer 27]130;

- een formulier van [naam 4] ‘Opdracht om diverse werkzaamheden te verzorgen’, met als ondergetekende [slachtoffer 27] , waarin is overeengekomen wordt dat de kosten voor de daarin genoemde werkzaamheden maandelijks € 113,05 bedroegen131.

Ten aanzien van feit 2 – [slachtoffer 28]

Verklaringen aangever

heeft verklaard dat zij een schuld van € 25.000,- had en dat zij behoefte had aan hulp bij het aflossen daarvan en bij het betalen van de rekeningen. Zij zocht op internet naar bedrijven die deze diensten aanboden. Zij kwam op de site van [naam 8] terecht, waarna [naam 38] (rechtbank: [slachtoffer 29] ) in maart of april 2015 bij haar thuis langs kwam. [slachtoffer 29] vertelde hoe het bedrijf werkte en dat het beheren van het geld werd gedaan door [naam 6] . De kosten voor de diensten bedroegen € 114,- per maand. Op 20 mei 2015 heeft zij een contract getekend dat een deel van haar salaris op de rekening van [naam 8] , [rekeningnummer 13] , zou worden gestort.

Tot en met december 2015 is [slachtoffer 28] doorgegaan met storten van salaris. Zij had al meerdere malen [naam 8] verzocht om bepaalde rekeningen te betalen. Zij kreeg aanmaningen van rekeningen die zij moest betalen en uiteindelijk ook een brief van deurwaarderskantoor Van Arkel over een rekening van een verzekering die niet was betaald. Zij legde dit voor aan [slachtoffer 29] , die antwoordde dat, omdat hij ziek was, de [naam 6] het voor hem zou overmaken. Het contactpersoon daarvan heette [naam 39] (de rechtbank begrijpt: ‘ [verdachte 1] ’).

Van [naam 8] zou [slachtoffer 28] eens per drie maanden een overzicht krijgen. Dat kreeg zij niet, ondanks dat zij er telkens naar vroeg. Zij is gestopt met betalen en heeft tegen Kees gezegd dat zij weer zou betalen als zij het overzicht in handen had. Eerst eind februari 2016 kreeg zij een onprofessioneel Excel overzicht te zien. Daarop was te zien dat er maar kleine bedragen waren betaald. [slachtoffer 29] vertelde haar dat de contactpersoon van [naam 6] zijn bedrijf aan het kapot maken was. Wat [slachtoffer 28] nog opviel was dat haar salaris telkens op een ander rekeningnummer moest worden overgemaakt. Verder vielen de administratiekosten, die volgens het contract € 114,- waren, altijd hoger uit.132

Later e-mailde [slachtoffer 28] nog het volgende naar de politie:

‘ [naam 9] de stichting is van dhr. [verdachte 1] , dit heb ik toen van [naam 8] begrepen. Ik dacht dat ik bij [naam 8] zat maar [naam 8] zegt dat mijn geld naar de st. derden gaat en hun doen de betalingen en [naam 8] verzorgt de administratie. [naam 8] zeg dat alle bankrekeningen op naam van de stichting staan maar dat wij (mijn werkgever) een verkeerde naam aan hadden gehangen. Maar wat ik dan niet begreep is de betalingen aan mij wel van [naam 8] afkomen.’133

Geldstromen

Uit de overgelegde salarisstroken van [slachtoffer 28] over de maanden mei 2015 t/m februari 2016 is gebleken dat (een deel van het) salaris is overgemaakt naar:

- juni t/m oktober 2015: naar bankrekening [rekeningnummer 13] van [naam 8] , een totaalbedrag van € 5.291,37;

- november 2015 t/m januari 2016 naar bankrekening [rekeningnummer 4] , een totaalbedrag van € 4.849,46;

- februari 2016: naar [naam 8] , NL39INGB0007166648, een bedrag van € 1.185,69.134

[rekeningnummer 4] is een bankrekening van [naam 5] . Op de bankafschriften van die bankrekening van de periode van 1 mei 2015 t/m 31 maart 2016 stonden meerdere bijschrijvingen van de rekening [rekeningnummer 14] van [naam 8] Financiële Dienstverlening, voor een totaal van € 270,50 met de omschrijving van maandtermijnen ten behoeve van [slachtoffer 28] . Verder bleek uit de bankafschriften dat er een drietal overboekingen van [naam 43] hadden plaatsgevonden. Dit betrof salaris van [slachtoffer 28] voor de maanden oktober, november en december 2015, voor een totaalbedrag van € 4.849,46. Van dit bedrag is € 1.550,- teruggeboekt aan [slachtoffer 28] .135 Dat maakt een verschil van € 3.299,46.

Aangetroffen documenten

[slachtoffer 28] heeft bij haar aangifte onder meer de volgende documenten overgelegd:

- een formulier van [naam 8] ‘Opdracht om diverse werkzaamheden te verzorgen’ van 20 mei 2015, met als ondergetekende [slachtoffer 28] , waarin overeengekomen wordt dat de kosten voor de daarin genoemde werkzaamheden maandelijks € 114,95 bedroegen136.

- een akte van cessie van [naam 4] , met als ondergetekenden (cedent) [slachtoffer 28] en (cessionaris) verdachte, van 24 augustus 2015, waarin is afgesproken dat van het salaris van [slachtoffer 28] bij [naam 43] alles boven de beslagvrije voet en tot een bedrag van € 50.000,- diende te worden overgemaakt naar de rekening [rekeningnummer 4] ten name van [naam 44]137;

- verschillende andere formulieren van:

o [naam 8] , te weten een ‘Overeenkomst betaling beschermende constructie’, ‘Akte van cessie’, ‘Een wegwijzer die voor u en ons belangrijk is’ en ‘Berekening maandlast’138;

o [naam 6] , te weten de ‘Algemene Voorwaarden [naam 6] ’, ‘Opdracht tot dienstverlening, machtiging financieel beheer en volmacht’ en ‘Stabilisatie overeenkomst’139.

De rechtbank stelt vast dat de opmaak en inhoud van deze formulieren overeenkomen met de formulieren die gebruikt zijn bij [slachtoffer 27] (feit 1).

E-mailwisseling [slachtoffer 28] en verdachte

Op 3 maart 2016 stuurde [slachtoffer 28] een e-mailbericht aan verdachte waarin zij aangaf dat zij via [naam 8] zijn e-mailadres heeft gekregen, omdat zij al maanden vroeg naar een specificatie van de betaalde rekeningen. Na contact met schuldeisers was haar gebleken dat hij al maanden niets meer had betaald. Verder verzocht zij verdachte het door hem ontvangen bedrag op haar rekening terug te storten.140

Op (vrijdag) 4 maart 2016 heeft verdachte gereageerd. Hij gaf onder meer aan dat zij geen cliënt van hem was, maar dat hij toch het een en ander had uitgezocht: ‘U hebt een overeenkomst met [naam 8] . Hierbij hoort volgens mijn informatie een akte van cessie. Een deel van uw salaris gaat naar [naam 44] . Deze stichting doet voor of namens u betaling, onder andere de maandelijkse abonnementskosten voor [naam 8] .’ Tot slot gaf hij nog aan dat maandag door de behandeld medewerker van de stichting met haar contact zou worden opgenomen over de betalingen.141

Verklaring [slachtoffer 29]

was de eigenaar van de eenmanszaak [naam 8] , die op 1 april 2014 is opgericht. Het bedrijf was een administratiekantoor voor particulieren en bedrijven. Hij ging samen met verdachte en [medeverdachte] samenwerken. Verdachte en [medeverdachte] zouden zorgen voor de betalingsregeling en de betalingen. Als met de klant een betalingsregeling werd gesloten, werd een akte van cessie opgesteld. [naam 4] had een derdengeldrekening en daar kwam het salaris van de cliënten op om schulden mee af te betalen. [naam 4] haalde de [naam 6] erbij. [naam 9] zou de schuldeisers aanschrijven en die koppelde dat terug naar [slachtoffer 29] , die de administratie deed. Verdachte maakte altijd de akte van cessie op. [slachtoffer 29] hoefde niks te veranderen en kon het op eigen briefpapier afdrukken. Over de akte van cessie van [slachtoffer 28] heeft hij telefonisch contact gehad met verdachte. Hij moest hem officieel nog tekenen, maar dat is niet gebeurd. Toen er een klacht kwam van [slachtoffer 28] , heeft hij meermalen tevergeefs geprobeerd contact op te nemen met [naam 4] . Volgens [slachtoffer 29] wist verdachte meer af van de problemen van [slachtoffer 28] .142

WhatsApp-berichten

De telefoon van verdachte is onderzocht. Tussen [slachtoffer 29] en verdachte was sprake van onder meer het volgende (later verwijderde) WhatsApp-verkeer:

9 december 2015, [slachtoffer 29] : ‘Hey [verdachte 1] [naam 40] heeft mij gebelt voor en overzicht inkomsten uitgaven maar dat heb jij allemaal maar dat hebben ze nog steeds niet ontvangen schijnbaar en als ze dat niet krijgt gaat ze juridische stappen ondernemen’;143

  • -

    12 januari 2016, verdachte 20.35 uur: ‘hoihoi, ik kreeg een mail van [naam 40] dat ze achterloopt met de lease van haar auto. Of jij even 400 en nog wat wilt betalen (…)’;

  • -

    12 januari 2016, [slachtoffer 29] : ‘Uh neej want jullie houden ook geld van me klanten achter dus verrken het daar maar mee’;144

  • -

    5 april 2016, [slachtoffer 29] : ‘Kan je mij eve bellen’;

  • -

    6 april 2016, [slachtoffer 29] : ‘Wat heeft iemand aan zijn dossier’ en ‘Want [naam 41] wil haar dossier hebbe’;

  • -

    6 april 2016, verdachte: ‘Alleen de originele stukken van haarzelf. Kopies hiervan zelf hiuden. Niet de orginele door haar getekende contracten. Hooguit een kopie daarvan.’145

Uit het voorgaande blijkt dat [slachtoffer 28] weliswaar aanvankelijk contact had met [slachtoffer 29] van [naam 8] , maar dat [naam 8] samenwerkte met [naam 6] , [naam 4] en [naam 44] . Uit de verklaring van [slachtoffer 29] en de WhatsApp berichten tussen hem en verdachte, blijkt dat verdachte een grote vinger in de pap had. [slachtoffer 29] deed voornamelijk de financiële administratie, [naam 9] en [naam 4] deden de schuldbemiddeling. Dit komt overeen met de strekking van genoemde WhatsAppberichten. Bovendien is gebleken dat ook salaris van [slachtoffer 28] op de rekening van [naam 5] is gestort en dat [naam 8] bedragen heeft overgemaakt naar deze rekening met de omschrijving maandtermijnen tbv [slachtoffer 28] .

Ten aanzien van feit 3 – [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30]

Verklaring aangever

[slachtoffer 29] heeft verklaard dat hij en zijn echtgenoot, [slachtoffer 30] , € 30.000,- aan schulden hadden. Via internet kwam hij in contact met verdachte en [medeverdachte] . Op 27 juli 2012 is er een stabilisatieovereenkomst ondertekend. Dat was van de [naam 10] . Deze werd door [slachtoffer 29] , Van [slachtoffer 30] en verdachte ondertekend. Er werd door verdachte, namens [naam 4] , ook een intakeformulier van de openstaande schulden en een akte van cessie opgemaakt.

Verdachte en [medeverdachte] zouden contact leggen met alle schuldeisers om een betalingsregeling te treffen en hen op de hoogte houden en regelmatig een overzicht sturen van de betaalde kosten en openstaande schulden. [slachtoffer 29] heeft echter nooit een overzicht gekregen, terwijl hij daar wel meerdere keren om had gevraagd. Er zijn door de rechtsbijstand van het bedrijf ARAG meerdere aangetekend brieven richting mevrouw [medeverdachte] , ook per mail, gestuurd. Daar is geen reactie op gekomen.

De uitkering van [slachtoffer 29] en de uitkering en het salaris van [slachtoffer 30] van zijn werkgever [naam 42] werden overgemaakt naar de rekening van de [naam 5] . In de periode van december 2012 tot en met juli 2015 is totaal € 31.200,- aan salaris en uitkering overgemaakt. Alles boven de belastingvrije voet werd rechtstreeks naar hen overgemaakt. Een deel kregen zij terug om de vaste lasten van te betalen.146

Overgelegde stukken

[slachtoffer 29] heeft bij zijn aangifte onder meer de volgende stukken overgelegd:

- een formulier van [naam 10] ‘Stabilisatieovereenkomst’ van 27 augustus 2012, ondertekend door [slachtoffer 29] en Van [slachtoffer 30]147;

- een formulier van [naam 10] ‘Algemene Voorwaarden [naam 10] ’ van 27 augustus 2012, ondertekend door [slachtoffer 29] en Van [slachtoffer 30]148;

- een intakeformulier van [naam 4] van 6 juli 2012, aangaande [slachtoffer 29] en Van [slachtoffer 30]149;

- een akte van cessie van [naam 4] , met als ondergetekenden (cedent) Van [slachtoffer 30] en (cessionaris) verdachte, waarin is afgesproken dat van het salaris van Van [slachtoffer 30] alles boven een bedrag van € 362,18 diende te worden overgemaakt naar de rekening [rekeningnummer 4] ten name van [naam 44]150;

- betaalspecificaties van het UWV, waaruit is gebleken dat in totaal een bedrag van

€ 15.287,45 is overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer 4]151. Op de loonstrookjes van Van [slachtoffer 30] van september 2011 tot oktober 2013 staat dat op een deel van het salaris loonbeslag zat152.

Geldstromen

Er is onderzoek gedaan naar de bankafschriften van de rekening [rekeningnummer 4] van [naam 5] van de periode 22 mei 2015 tot 26 november 2015. Het volgende is gebleken:

  • -

    Er waren bijschrijvingen van het UWV voor een totaalbedrag van € 4.498,57. In de omschrijvingen stond dat het de WAJONG uitkering van ‘ [slachtoffer 29] ’ betrof;

  • -

    Vanaf een privérekening van [slachtoffer 29] is € 1.292,30 naar de rekening van de Stichting overgemaakt. Er waren een aantal terugboekingen gedaan richting [slachtoffer 29] , voor een totaalbedrag van € 1.667,45;

  • -

    Er is voor € 625,- aan schulden afgelost.153

Dit betekent dat in voornoemde periode in totaal (€ 4.498,57 + € 1.292,30 =) € 5.790,87 is binnengekomen op de rekening van de Stichting, waarvan in totaal (€ 1.667,45 + € 625,- = ) € 2.292,45 is gebruikt voor aangever [slachtoffer 29] . Dat maakt een verschil in inkomsten en uitgaven van € 3.498,42.

Conclusie ten aanzien van de feiten 1 t/m 3

De rechtbank leidt uit voormelde verklaringen af dat de aangevers schulden hadden en op zoek gingen naar iemand die hen kon helpen bij hun financiële administratie en het aflossen van schulden. Ze kwamen uit bij [naam 4] en [naam 10] , dan wel [naam 6] . In de zaak [slachtoffer 28] ging het om [naam 8] , die samenwerkte met [naam 6] . Namens [naam 4] kwam verdachte bij de cliënt op huisbezoek en werd een intake gedaan. De schulden werden geïnventariseerd, waarna een intakeformulier werd opgemaakt. Verschillende formulieren werden voorgelegd en (later) ondertekend (en retour gezonden). Er zou contact worden gelegd met de schuldeisers om regelingen te treffen voor de aflossing van de schulden.

In de formulieren werd toestemming gegeven voor het rechtstreeks overmaken van salarissen dan wel uitkeringen van de cliënten naar een van de betrokken stichtingen. Namens aangevers [slachtoffer 27] , [slachtoffer 28] en [slachtoffer 29] en Van [slachtoffer 30] is geld overgemaakt naar de bankrekening van [naam 5] BV. De rechtbank leidt hieruit af dat zij ervan uitgingen te doen te hebben met een betrouwbaar schuldhulpverleningsbedrijf. Zij vertrouwden hun geld toe aan de stichting met de intentie dat de stichting daarvan hun vaste lasten en schulden zou betalen. [naam 5] had het geld dus anders dan door misdrijf onder zich. [medeverdachte] was daarvan, alsook van [naam 4] , de bestuurder.

Gelet op de (hierna nader overwogen) nauwe verwevenheid tussen de verschillende rechtspersonen en het feit dat [medeverdachte] bestuurder was van zowel [naam 4] als [naam 5] , is de rechtbank van oordeel dat de gelden die anders dan door misdrijf onder beheer van de [naam 5] waren, ook anders dan door misdrijf onder [medeverdachte] en [naam 4] waren. Omdat, zoals bij het onderzoek Arend al is vastgesteld, verdachte mede feitelijk leidinggaf af aan [naam 4] en zijn rol in dit onderzoek (Kiekendief) niet anders was, is de rechtbank van oordeel dat ook verdachte de gelden anders dan door misdrijf onder zich had.

Er was tussen de verschillende rechtspersonen sprake van een zodanig nauwe verwevenheid dat zij feitelijk één onderneming vormden, gericht op schuldbemiddeling. De rechtbank verwijst naar wat hierover al is overwogen in het onderzoek Arend, omdat daar sprake was van dezelfde modus operandi met dezelfde rechtspersonen. Volgens de rechtbank is het niet mogelijk om de financiële administratie (en het eventuele budgetbeheer) van de betrokken rechtspersoon los te zien van de schuldbemiddeling, waarvoor geen vergoeding in rekening mag worden gebracht. Ook in het onderzoek Kiekendief is sprake geweest van verboden schuldbemiddeling.

Uit het dossier is niet gebleken dat op de rekening van [naam 5] BV een positief saldo staat. De stelling van de verdediging, met verwijzing naar de door verdachte bij de rechter-commissaris overgelegde Excel sheets, dat daarvan wel sprake was, is niet aannemelijk geworden. Gelet op de hiervoor gebleken geldstromen gebruikten verdachte en [medeverdachte] de rekening van de [naam 5] voor hun eigen privé bestedingen, waarna dit niet meer gecompenseerd werd. De rechtbank zal er daarom vanuit gaan dat de gelden van de cliënten er niet meer zijn.

Uit het dossier kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het de bedoeling was met de werkzaamheden van de verschillende rechtspersonen geld te verdienen. Niet is immers gebleken dat de in rekening gebrachte kosten door anderen dan de cliënten werden voldaan. Evenmin is gebleken dat verdachte dan wel [medeverdachte] over voldoende andere inkomsten beschikte om in hun levensonderhoud te voorzien. Uit het voorgaande blijkt dat verdachte en [medeverdachte] gelden, toebehorend aan cliënten, aanwendden om kosten van [naam 4] mee te compenseren en voor privédoeleinden.

Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat [naam 4] , verdachte en [medeverdachte] het geld van de cliënten rechtmatig onder zich hadden en zij daarvan gelden hebben aangewend om in strijd met de Wet op het consumentenkrediet kosten van [naam 4] mee te compenseren en daarnaast ook gelden hebben gebruikt voor privédoeleinden, hebben zij zich deze gelden wederrechtelijk toegeëigend en zich daarmee samen schuldig gemaakt aan verduistering, telkens het primair tenlastegelegde.

De rechtbank concludeert dat door verdachten ten aanzien van:

  • -

    [slachtoffer 27] voor (ten minste) een bedrag van € 11.874,- is verduisterd;

  • -

    [slachtoffer 28] voor (ten minste) een bedrag van € 3.299,46 is verduisterd. Dit is het verschil tussen de gelden die zijn binnengekomen op de rekening van [naam 5] en de gelden die vanuit die rekening terug op haar rekening zijn gevloeid dan wel door de stichting betaald zijn aan haar schuldeisers;

  • -

    [slachtoffer 29] en [slachtoffer 30] voor (ten minste) een bedrag van € 3.498,42 is verduisterd. Dit ziet op de periode 22 mei 2015 tot 26 november 2015.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder primair van parketnummer 05/862577-13 tenlastegelegde, het onder parketnummer 05/985001-14 tenlastegelegde en het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde van parketnummer 05/780122-16 heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 05/862577-13 (onderzoek 08 Geld)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 maart 2009 tot en met 31 december 2013, te Heerewaarden, gemeente Maasdriel en/of Hoenzadriel, gemeente Maasdriel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk

a. a) 1196,90 Euro, althans 810,09 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

b) 7095,51 Euro, althans 4242,72 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

c) 3983,67 Euro, althans 2864,09 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of

d) 1274,47 Euro, althans 89,00 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of

e) 1789,49 Euro, althans 1411,85 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of

f) 6468,17 Euro, althans 4924,82 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of

g) 446,60 Euro, althans 93,68 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of

h) 2896,22 Euro, althans 1697,33 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of

i. i) 3015,99 Euro, althans 1467,10 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of

j) 656,34 Euro, althans 136,34 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] en/of

k) 6923,73 Euro, althans 3557,90 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of

l) 5295,71 Euro, althans 4471,55 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) geld verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) anders dan door misdrijf, te weten in het kader van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Parketnummer 05/985001-14 (onderzoek Arend)

de besloten vennootschap [naam 4] (hierna ook te noemen de B.V.), zich op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 26 mei 2014 in de gemeente Maasdriel en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) heeft beziggehouden met schuldbemiddeling als bedoeld in artikel 47 lid 2 van de Wet op het consumentenkrediet,

immers heeft/hebben, de B.V. en/of (één of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar - zakelijk weergegeven - (telkens) in de uitoefening van [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] ,

anders dan door het aangaan van krediettransacties, (telkens) diensten verricht, waaronder het voeren van (een) intakegesprek(ken) en/of het (schriftelijk) benaderen van schuldeisers en/of inventariseren van de schulden, welke diensten waren gericht op de totstandkoming van (een) regeling(en) met betrekking tot de bestaande schuldenlast(en) van de natuurlijke perso(o)n(en) [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] en/of [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of één of meer andere natuurlijke perso(o)n(en),

welke schuldenlast(en) geheel of gedeeltelijk voortvloeiende(n) uit één of meer krediettransactie(s),

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven.

Parketnummer 05/780122-16 (onderzoek Kiekendief)

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 januari 2015, te Zevenaar en/of te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 11.784 Euro, in elk geval (telkens) een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 27] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welk(e) geld verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) anders dan door misdrijf, te weten op basis van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 20 mei 2015 tot en met 11 maart 2016, te Zevenaar en/of te Dordrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 7575,22 Euro, in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 28] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededaders, en welk geld verdachte en/of zijn mededaders (telkens) anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten in het kader van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 mei 2015 tot 26 november 2015, te Zevenaar en/of te Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 25.600,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welk(e) geld verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten op basis van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05/862577-13 (onderzoek 08 Geld)

Medeplegen van verduistering, meermalen gepleegd;

Parketnummer 05/985001-14 (onderzoek Arend)

Medeplegen van overtreding van het voorschrift gesteld bij artikel 47 van de Wet op het consumentenkrediet, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte aan de verboden gedraging feitelijk leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd;

Parketnummer 05/780122-16 (onderzoek Kiekendief)

Feiten 1 primair, 2 primair en 3 primair telkens:

Medeplegen van verduistering, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de feiten in de onderzoeken 08 Geld en Kiekendief zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, met aftrek van het voorarrest. Ten aanzien van het feit in het onderzoek Arend heeft zij geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot het betalen van een geldboete van € 2.200,-. De officier van justitie heeft er bij de onderzoeken Arend en Kiekendief rekening mee gehouden dat sprake is van een fors tijdsverloop.

Het standpunt van de verdediging

Voor zover de rechtbank komt tot een bewezenverklaring, heeft de raadsvrouw verzocht geen gevangenisstraf op te leggen, gelet op het tijdsverloop. De raadsvrouw heeft verder verzocht rekening te houden met het feit dat er veel media-aandacht voor de (straf)zaak is geweest, waardoor verdachte psychische schade heeft geleden.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onderzoek 08 Geld dat verdachte zich samen met een ander, te weten zijn partner, gedurende ruim 4,5 jaar schuldig heeft gemaakt aan verduistering van geld. Hij, dan wel zijn mededader, bezocht mensen die zich met hun schuldenproblematiek tot hen wendden. Deze mensen kregen de informatie dat de [naam 1] hen kon helpen met budgetbeheer en schuldbemiddeling. De [naam 1] zou schuldeisers benaderen, regelingen treffen en zorg dragen voor de betaling van vaste lasten en schulden. Daarvoor moesten de mensen onder meer formulieren ondertekenen, waardoor hun inkomsten rechtstreeks naar de rekening van de [naam 3] , dan wel de rekening van de [naam 1] werden overgemaakt. Na verloop van tijd bleek dat vaste lasten en/of schulden niet werden betaald. Verdachte en [medeverdachte] bleken dan moeilijk bereikbaar en - als er contact was - zegde hij toe te zorgen dat alles goed kwam. In werkelijkheid deed hij echter niets aan de ontstane situatie. Betrokkenen raakten daardoor verder in de schulden, wat in een aantal gevallen ertoe heeft geleid dat mensen hun woonruimte kwijtraakten.

Verdachte en zijn mededader hebben de gelden, die de mensen aan hen hadden toevertrouwd, voor andere doeleinden aangewend dan waarvoor deze op de rekening van de stichtingen waren gestort. Van het geld van de cliënten zijn door verdachte en [medeverdachte] privéuitgaven gedaan. Daarnaast zijn aan cliënten onterecht kosten in rekening gebracht en zijn ook die bedragen verduisterd. Kennelijk zijn verdachte en [medeverdachte] met hun werkzaamheden bij beide stichtingen gestopt naar aanleiding van het onderzoek door de Belastingdienst en na alle negatieve publiciteit in de media. Dit bleek echter geen reden te zijn te stoppen met hun praktijken. De werkzaamheden werden in aangepaste vorm voortgezet met de besloten vennootschap [naam 4] , de [naam 5] en [naam 6] (onderzoek Arend). Ook deze bedrijven hebben zich bezig gehouden met betaalde schuldbemiddeling, terwijl dat niet was toegestaan en een overtreding van de Wet op het consumentenkrediet opleverde. Verdachte heeft samen met zijn mededader feitelijk leiding gegeven aan het strafbare handelen. Ten slotte heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan verduistering van geld van een aantal cliënten van [naam 4] (onderzoek Kiekendief). Daarbij is steeds een akte van cessie getekend waardoor een deel van het inkomen van de cliënt naar een van de bedrijven van verdachte en/of de mededader ging. Ook bij deze cliënten bleek na verloop van tijd dat de bedrijven zich niet aan de overeenkomst hadden gehouden en dat gelden waren verduisterd.

Verdachte en zijn mededader hebben door hun handelwijze het vertrouwen van de cliënten ernstig geschaad. Zij hebben zich in het geheel geen rekenschap gegeven van de gevolgen die hun handelen voor de gedupeerden kon hebben en ook heeft gehad. Schulden zijn hoger geworden, door het niet betalen zijn nieuwe schulden ontstaan en enkele cliënten raakten hun woonruimte kwijt door huurachterstand. De rechtbank vindt het bijzonder kwalijk dat verdachte en zijn mededader na het stopzetten van hun werkzaamheden voor de [naam 1] en de [naam 3] opnieuw zijn begonnen met andere bedrijven en daar verder zijn gegaan met hun strafbare praktijken. Dit alles enkel ten behoeve van eigen financieel gewin.

De rechtbank rekent het verdachte en zijn mededader verder aan dat zij door hun handelwijze het vertrouwen dat men moet kunnen hebben in bedrijven die hun diensten aanbieden op het gebied van schuldbemiddeling, ernstig heeft beschaamd.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen dat de redelijk termijn is overschreden. Bij de strafmaat zal de rechtbank daarmee rekening houden.

De rechtbank is gelet op de aard en de ernst van de feiten van oordeel dat ten aanzien van de feiten betreffende de onderzoeken 08 Geld en Kiekendief alleen een gevangenisstraf passend is. De rechtbank zou daarvoor 10 maanden hebben opgelegd in de situatie dat geen sprake was geweest van onredelijk tijdsverloop. Nu de redelijke termijn echter is overschreden, zal de rechtbank de duur van de gevangenisstraf bepalen op 9 maanden en 2 weken.

Ten aanzien van het bewezenverklaarde feit betreffende het onderzoek Arend zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een hechtenis voor de duur van 6 maanden. De rechtbank zal een deel daarvan, te weten 3 maanden in voorwaardelijke vorm opleggen om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. Gelet op de ernst van de feiten en de lange duur van de strafbare gedragingen ziet de rechtbank aanleiding de proeftijd te stellen op drie jaren.

De straf voor deze bewezenverklaarde overtreding is aanzienlijk hoger dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat de rechtbank in de gevorderde straf de ernst en omvang van het feit onvoldoende tot uitdrukking vindt gebracht.

8. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Parketnummer 05/881676-14 (onderzoek 08 Geld)

De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde feiten:

  • -

    [slachtoffer 1] : € 45.000,- aan materiële schade aan opgelopen schulden;

  • -

    [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] : hebben ieder afzonderlijk een vordering ingediend voor het gehele bedrag van € 17.109,97 aan materiële schade;

  • -

    [slachtoffer 7] : € 4.564,14, waarvan € 3.564,14 aan materiële schade en

€ 1.000,- aan immateriële schade;

  • -

    [slachtoffer 8] : € 20.264,57, waarvan € 19.288,57 aan materiële schade, € 900,- aan immateriële schade en € 76,- aan juridische kosten;

  • -

    [slachtoffer 10] : ter terechtzitting heeft hij een bedrag van € 8.074,25 aan materiële schade aan opgelopen schulden gevorderd en € 900,- aan immateriële schade;

  • -

    [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] : € 3.015,99 aan materiële schade.

Alle bedragen worden gevorderd vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in hun vorderingen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, omdat de beoordeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. [slachtoffer 10] is niet-ontvankelijk in zijn vordering voor wat betreft het materiële deel, omdat onvoldoende onderbouwd is dat verdachte (geheel) verantwoordelijk is voor de opgelopen schulden. De immateriële schade is voldoende onderbouwd en voor toewijzing vatbaar. De overige vorderingen, te weten de vorderingen van [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 11] / [slachtoffer 12] , zijn voor toewijzing vatbaar voor wat betreft de verduisterde bedragen. Verder is de officier van justitie van mening dat de immateriële schade dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 500,-. Voor het overige dient niet-ontvankelijkheid te volgen. De te vergoeden bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente, dienen hoofdelijk aan verdachte en zijn mededader te worden opgelegd en ook dient aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel opgelegd te worden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat, voor zover de vorderingen van de benadeelde partijen voldoende zijn onderbouwd, deze hoogstens dienen te worden toegewezen voor de verduisterde bedragen zoals deze uit de tenlastelegging volgen. Verder heeft de verdediging gesteld dat de benadeelde partijen in hun vorderingen voor wat betreft de immateriële schade niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, omdat daarvan telkens voldoende onderbouwing ontbreekt. De vordering van [slachtoffer 1] is niet onderbouwd en daarom dient [slachtoffer 1] in zijn vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard. Tot slot is gesteld dat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ieder afzonderlijk dezelfde vordering hebben ingediend. Eén van deze vorderingen dient daarom te worden afgewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Voorafgaand aan de bespreking van de verschillende vorderingen per benadeelde partij, overweegt de rechtbank het volgende.

Schade door oplopen schulden

De benadeelde partijen hebben door het handelen van verdachte schade opgelopen. Niet alleen is deze schade ontstaan doordat verdachte samen met [medeverdachte] geld heeft verduisterd, maar ook doordat zij rekeningen van de benadeelde partijen niet betaalden. Hierdoor zijn de schulden opgelopen. Volgens artikel 361 van het Wetboek van Strafvordering mogen vorderingen van benadeelde partijen slechts worden toegewezen, indien dit geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Naar aanleiding van het dossier in deze zaak, en de stukken die de benadeelde partijen hebben overgelegd, kan de rechtbank niet eenvoudig vaststellen hoe hoog de schade bij de benadeelde partijen precies is ten gevolge van het niet betalen van rekeningen en het daardoor oplopen van schulden. De rechtbank zal dit deel van de vorderingen dan ook telkens niet-ontvankelijk verklaren. Dit deel kan dan nog wel bij de burgerlijke rechter worden gevorderd.

Immateriële schade

Een aantal benadeelde partijen heeft schadevergoeding gevorderd voor immateriële schade. De rechtbank begrijpt dat het strafbare handelen van verdachte een behoorlijke impact op de benadeelde partijen heeft gehad. Hun financiële problemen zijn verergerd en verdachte heeft het vertrouwen van deze veelal kwetsbare personen flink geschonden. Sommigen zijn als gevolg van de financiële problemen uit hun huis gezet. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit veel indruk heeft gemaakt.

De rechtbank is echter van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat immateriële schade is geleden die rechtstreeks het gevolg is van het bewezen verklaarde in die zin dat er sprake is van schade in de persoon als bedoeld in artikel 6:106 BW. Door de benadeelde partijen zijn geen stukken overgelegd waaruit dergelijke immateriële schade zou kunnen blijken (bijvoorbeeld een verklaring van een psycholoog die het immateriële letsel heeft geconstateerd en/of behandeld). De rechtbank zal de benadeelde partijen daarom voor dit deel van hun vorderingen ook niet-ontvankelijk verklaren.

Verduisterde bedragen

Zoals volgt uit de bewezenverklaring is voldoende gebleken dat verdachte en [medeverdachte] als gevolg van hun strafbare handelen rechtstreeks schade hebben toegebracht door bedragen te verduisteren. Verdachte en [medeverdachte] zijn daarom tot vergoeding van die schade – voor zover gevorderd en tot het bedrag dat bewezen is verklaard– gehouden, zodat de vorderingen in zoverre kunnen worden toegewezen.

Wettelijke rente

Voor wat betreft de wettelijke rente is moeilijk vast te stellen op welke datum de schade telkens is geleden. De rechtbank zal daarom telkens als uitgangspunt nemen de datum in het midden van de periode waarvan de desbetreffende cliënt aangifte heeft gedaan.

[slachtoffer 4]

Omdat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ieder afzonderlijk dezelfde vordering hebben ingediend voor het gehele bedrag en niet is gebleken van gescheiden belangen, zal de rechtbank één van de vorderingen afwijzen. Omdat [slachtoffer 3] de aangifte heeft ingediend, zal de rechtbank haar vordering behandelen en de vordering van [slachtoffer 4] afwijzen.

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 10]

Deze benadeelde partijen hebben vergoeding van materiële schade gevorderd. Het gaat om het bedrag waarmee hun schulden zouden zijn opgelopen. Verder heeft [slachtoffer 10] nog vergoeding van immateriële schade gevorderd. Zoals is overwogen zal de rechtbank de vorderingen niet-ontvankelijk verklaren.

[slachtoffer 7]

heeft vergoeding van verduisterde gelden gevorderd. Zijn vordering is toewijsbaar tot het bewezenverklaarde bedrag van € 1.789,49, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor het overige, waaronder ook de gevorderde immateriële schade, zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

[slachtoffer 8]

heeft vergoeding van verduisterde gelden gevorderd. Haar vordering is toewijsbaar tot het bewezenverklaarde bedrag van € 6.468,17, te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank vindt dat de benadeelde partij onvoldoende heeft onderbouwd waarvoor zij juridische hulp nodig heeft gehad, waardoor onduidelijk is gebleven hoe deze kosten zich verhouden tot het bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de vordering voor het overige, waaronder ook de gevorderde immateriële schade, niet-ontvankelijk verklaren.

[slachtoffer 11] en [slachtoffer 12]

[slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] hebben vergoeding van verduisterde gelden gevorderd. Hun vordering is geheel toewijsbaar voor het bedrag van € 3.015,99, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Hoofdelijk

De verdachte is samen met [medeverdachte] hoofdelijk aansprakelijk voor de door de benadeelde partijen geleden schade, met dien verstande dat verdachte niet meer tot vergoeding gehouden is indien en voor zover het gevorderde door [medeverdachte] is of wordt voldaan.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van de benadeelde partijen. De gevorderde en toegewezen rente is daar niet bij inbegrepen. De bij de maatregel horende hechtenis zal worden beperkt tot 20 dagen per toegewezen vordering.

Parketnummer 05/985002-14 (onderzoek Arend)

De benadeelde partijen [slachtoffer 21] en A. [slachtoffer 22] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding voor het bewezenverklaarde feit. Door beiden wordt € 2.675,60, de helft van het totale verduisterde bedrag, gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat beide vorderingen geheel toegewezen kunnen worden. Dit dient hoofdelijk te gebeuren tussen verdachte en de mededaders. Het te vergoeden bedrag dient met de wettelijke rente vermeerderd te worden. Verder dient aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel opgelegd te worden.

Het standpunt van de verdediging

Indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde, heeft de verdediging gesteld dat de gevorderde schade toewijsbaar is.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partijen [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade hebben geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade zoals gevorderd gehouden, zodat de vordering zal worden toegewezen.

De wettelijk rente is telkens toewijsbaar vanaf 12 december 2013. Deze ingangsdatum ligt in het midden van de periode waarin de schadeposten zijn ontstaan.

Verdachte is samen met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk voor de door de benadeelde partijen geleden schade, met dien verstande dat verdachte niet meer tot vergoeding gehouden is indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van de benadeelde partijen. De gevorderde en toegewezen rente is daar niet bij inbegrepen. De bij de maatregel horende hechtenis zal worden beperkt tot 20 dagen.

Parketnummer 05/780123-16 (onderzoek Kiekendief)

De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde feiten:

  • -

    Feit 1: [slachtoffer 27] , € 14.500,- aan materiële schade. De vordering van € 14.500,- aan immateriële schade heeft hij ter terechtzitting van 13 maart 2018 ingetrokken;

  • -

    Feit 2: [slachtoffer 28] , € 9.139,89 aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade;

  • -

    Feit 3: [slachtoffer 29] en [slachtoffer 30] hebben beiden een vordering ingediend voor een bedrag van € 26.100,-, waarvan € 25.600,- aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade.

Alle bedragen worden gevorderd vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat de verduisterde bedragen kunnen worden toegewezen. Dat betekent dat de vordering van [slachtoffer 27] kan worden toegewezen tot

€ 11.784,- en dat hij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering dient te worden verklaard. Bij [slachtoffer 28] is € 9.639,89 verduisterd. Dat bedrag dient te worden toegewezen. Verder heeft zij haar immateriële schade voldoende onderbouwd, zodat dat bedrag ook dient te worden toegewezen. Voor het overige is zij niet-ontvankelijk in haar vordering. [slachtoffer 29] en [slachtoffer 30] hebben tweemaal dezelfde vordering ingediend. Eén van deze vorderingen dient daarom te worden afgewezen. Vast staat dat een bedrag van € 3.498,42 is verduisterd. In zoverre dient de vordering te worden toegewezen en voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te worden verklaard. De te vergoeden bedragen dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente en dienen verder tussen verdachte en de mededaders hoofdelijk opgelegd te worden. Tot slot heeft de officier van justitie verzocht om de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

Indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van verduistering, komen hoogstens de verduisterde bedragen voor vergoeding in aanmerking. Bij [slachtoffer 27] gaat het dan om een bedrag van € 11.784,-, bij [slachtoffer 28] om een bedrag van € 7.575,22 en bij [slachtoffer 29] /Van [slachtoffer 30] om een bedrag van € 3.498,42. Verder heeft de raadsvrouw gesteld dat de benadeelde partijen in hun vorderingen voor wat betreft de immateriële schade niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, omdat daarvan telkens voldoende onderbouwing ontbreekt. Tot slot dient één van de twee vorderingen van [slachtoffer 29] en Van [slachtoffer 30] te worden afgewezen, omdat zij ieder afzonderlijk een vordering voor het gehele bedrag hebben ingediend.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank beschouwt de algemene overwegingen ten aanzien van de benadeelde partijen in het onderzoek 08 Geld hier als herhaald en ingelast.

[slachtoffer 27]

heeft vergoeding van materiële schade gevorderd waarmee zijn schulden zouden zijn opgelopen. Zoals is overwogen, zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

[slachtoffer 28]

heeft vergoeding van verduisterde gelden gevorderd. Haar vordering is toewijsbaar tot het bedrag van € 3.299,46, dat volgt uit de bewijsoverwegingen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor het overige, waaronder ook de gevorderde immateriële schade, zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Van [slachtoffer 30]

Omdat [slachtoffer 29] en Van [slachtoffer 30] ieder afzonderlijk dezelfde vordering hebben ingediend voor het gehele bedrag en niet is gebleken van gescheiden belangen, zal de rechtbank één van de vorderingen afwijzen. Omdat [slachtoffer 29] de aangifte heeft ingediend, zal de rechtbank zijn vordering behandelen en de vordering van Van [slachtoffer 30] afwijzen.

[slachtoffer 29]

heeft vergoeding van verduisterde gelden gevorderd. Zijn vordering is toewijsbaar tot het bedrag van € 3.498,42, dat volgt uit de bewijsoverwegingen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor het overige, waaronder ook de gevorderde immateriële schade, zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Wettelijke rente

Voor wat betreft de wettelijke rente is moeilijk vast te stellen op welke datum de schade telkens is geleden. De rechtbank zal daarom telkens als uitgangspunt nemen de datum in het midden van de bewezen verklaarde periode.

Hoofdelijk

De verdachte is samen met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk voor de door de benadeelde partijen geleden schade, met dien verstande dat verdachte niet meer tot vergoeding gehouden is indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van de benadeelde partijen. De gevorderde en toegewezen rente is daar niet bij inbegrepen. De bij de maatregel horende hechtenis zal worden beperkt tot 20 dagen per toegewezen vordering.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 51, 57, 62 en 321 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en de artikelen 47 en 48 van de Wet op het consumentenkrediet.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde onder de parketnummers 05/862577-14 (onderzoek 08 Geld) en 05/780122-16 (onderzoek Kiekendief) tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden en 2 (twee) weken;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde onder parketnummer 05/985001-14 (onderzoek Arend) tot een hechtenis voor de duur van 6 (zes) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de hechtenis groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

- dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partijen

Parketnummer 05/862577-14 (onderzoek 08 Geld)

[slachtoffer 1]

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

[slachtoffer 3]

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering;

[slachtoffer 4]

wijst af de vordering tot schadevergoeding ingediend door de benadeelde partij [slachtoffer 4];

[slachtoffer 7]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 7], van een bedrag van € 1.789,49 (duizendzevenhonderdnegenentachtig euro en negenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 7], een bedrag te betalen van € 1.789,49 (duizendzevenhonderdnegenentachtig euro en negenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

[slachtoffer 8]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 8], van een bedrag van € 6.468,17 (zesduizend vierhonderdachtenzestig euro en zeventien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 8] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 8], een bedrag te betalen van € 6.468,17 (zesduizend vierhonderdachtenzestig euro en zeventien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

[slachtoffer 10]

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 10] niet-ontvankelijk in de vordering;

[slachtoffer 11] en [slachtoffer 12]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] , van een bedrag van € 3.015,99 (drieduizend vijftien euro en negenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partijen [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] , van een bedrag van € 3.015,99 (drieduizend vijftien euro en negenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Parketnummer 05/985002-14 (onderzoek Arend)

[slachtoffer 21]

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 21], van een bedrag van

€ 2.675,60 (tweeduizend zeshonderdvijfenzeventig euro en zestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 21], een bedrag te betalen van € 2.675,60 (tweeduizend zeshonderdvijfenzeventig euro en zestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

A. [slachtoffer 22]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij A. [slachtoffer 22], van een bedrag van € 2.675,60 (tweeduizend zeshonderdvijfenzeventig euro en zestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij A. [slachtoffer 22], een bedrag te betalen van € 2.675,60 (tweeduizend zeshonderdvijfenzeventig euro en zestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Parketnummer 05/780123-16 (onderzoek Kiekendief)

[slachtoffer 27]

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 27], van een bedrag van

€ 11.874 (elfduizend achthonderdvierenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 27] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 27], een bedrag te betalen van € 11.874 (elfduizend achthonderdvierenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

[slachtoffer 28]

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 28], van een bedrag van

€ 3.299,46 (drieduizend tweehonderdnegenennegentig euro en zesenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 28] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 28], een bedrag te betalen van € 3.299,46 (drieduizend tweehonderdnegenennegentig euro en zesenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

[slachtoffer 29]

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 29], van een bedrag van

€ 3.498,42 (drieduizend vierhonderdachtennegentig euro en tweeënveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 29] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 29], een bedrag te betalen van € 3.498,42 (drieduizend vierhonderdachtennegentig euro en tweeënveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

[slachtoffer 30]

wijst af de vordering tot schadevergoeding ingediend door de benadeelde partij [slachtoffer 30] .

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Klep (voorzitter), mr. S.H. Keijzer en mr. W.J. Koops, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. de Munnik en mr. C.C.M. Althoff, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 april 2018.

Mr. Koops en mr. De Munnik zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0830-2012011456, gesloten op 1 mei 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 120-121.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 125.

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 316.

5 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 1] , p. 325-326.

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 316-317.

7 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , p. 382.

8 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] , p. 395.

9 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , p. 382-383.

10 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] , p. 396.

11 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] , p. 461-462.

12 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 6] , p. 513-514.

13 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 6] , p. 528.

14 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 6] , p. 514.

15 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 7] , p. 549-550.

16 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , p. 577-578.

17 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , p. 582.

18 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 9] , p. 628.

19 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 9] , p. 632-633.

20 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 9] , p. 628-629.

21 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 10] , p. 664.

22 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 11] , p. 694, 696.

23 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 13] , p. 777-779.

24 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 13] , p. 774.

25 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 14] , p. 843-846-847.

26 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 16] , p. 1016-1018.

27 Proces-verbaal Financieel overzicht [slachtoffer 1] / [slachtoffer 2] , p. 366-367.

28 Proces-verbaal bevindingen financieel onderzoek, p. 442-443.

29 Proces-verbaal bevindingen financieel onderzoek, p. 502-503.

30 Proces-verbaal Financieel onderzoek, p. 539-540.

31 Proces-verbaal Financieel overzicht [slachtoffer 7] , p. 560-561.

32 Proces-verbaal bevindingen financieel onderzoek, p. 611-612.

33 Proces-verbaal financieel overzicht [slachtoffer 9] , p. 648-649.

34 Proces-verbaal Financieel overzicht [slachtoffer 10] , p. 682-683.

35 Proces-verbaal Financieel overzicht [slachtoffer 11] / [slachtoffer 12] , p. 756-757.

36 Proces-verbaal van financieel overzicht, p. 831-832.

37 Proces-verbaal Financieel overzicht [slachtoffer 15] / [slachtoffer 14] , p. 1002-1003.

38 Proces-verbaal Financieel overzicht [slachtoffer 16] , p. 1020-1021.

39 Proces-verbaal Financieel overzicht [slachtoffer 1] / [slachtoffer 2] , p. 367.

40 Proces-verbaal bevindingen financieel onderzoek, p. 612.

41 Proces-verbaal Financieel overzicht [slachtoffer 15] / [slachtoffer 14] , p. 1003.

42 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 1] , p. 325.

43 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 8] , p. 578-579.

44 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 9] , p. 628.

45 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 10] , p. 664.

46 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 13] , p. 773.

47 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] , p. 393.

48 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 6] , p. 514.

49 Proces-verbaal van verhoor van getuige S.J. [slachtoffer 11] , p. 694-695.

50 Opdracht tot dienstverlening schuldhulpverlening, p. 349.

51 Brieven “wijziging uitbetaling”, p. 353-358.

52 Brieven gericht aan schuldeisers, p. 359-363.

53 Proces-verbaal resultaat ICOV [medeverdachte] , p. 696 (onderzoek Kiekendief).

54 Proces-verbaal resultaat ICOV [verdachte 1] , p. 715 (onderzoek Kiekendief).

55 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2018.

56 Proces-verbaal van bevindingen pas 007, p. 1216-1217.

57 Proces-verbaal van bevindingen pas 008, p. 1191-1192.

58 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1230.

59 Proces-verbaal van bevindingen administratief financieel onderzoek 08 Geld, p. 1181.

60 Proces-verbaal van bevindingen pas 007, p. 1217.

61 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] , p. 261.

62 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] , p. 271.

63 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] , p. 275-276.

64 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] , p. 261.

65 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 14] , p. 276-277.

66 Proces-verbaal getuigenverhoor bij de rechter-commissaris, p. 5.

67 Proces-verbaal van bevindingen, p. 300-301.

68 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] van de Belastingdienst, Bureau Economische Handhaving, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 17451, OPV AREND gesloten op 19 februari 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

69 Online uittreksel Kamer van Koophandel van 10 februari 2014, D-010, p. 121-122.

70 D-013, prints van de website, p. 126, 127 en 128.

71 Online uittreksel Kamer van Koophandel van 10 februari 2014, D-011, p. 123 .

72 Online uittreksel Kamer van Koophandel van 10 februari 2014, D-012, p. 124 en 125.

73 D-014, prints van de website, p. 130, 131 en 132.

74 Proces-verbaal van ambtshandeling inzake bezoek zaakadres te Hoenzadriel en aldaar ontvangen bescheiden, AH-04, p. 28 t/m 32.

75 D-019, p. 141.

76 D-020, p. 142 t/m 145.

77 D-021, p. 146.

78 D-022, p. 147.

79 Proces-verbaal van ambtshandeling inzake bezoek zaakadres te Hoenzadriel en aldaar ontvangen bescheiden, AH-04, p. 29.

80 D-023, p. 148

81 D-024, p. 149-150.

82 D-009, p. 119, D-117, p. 350.

83 D-025, p. 151.

84 D-026, p. 152-153.

85 D-027, p. 154.

86 D-028, p. 155-156.

87 D-029, p. 159-160.

88 D-030, p. 161.

89 Document van [naam 4] , beginnend met ‘Wie zijn wij?’, p. 246 en 247 (onderzoek Kiekendief).

90 Proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 17] , p. 96 t/m 99.

91 Verhoor van getuige [slachtoffer 20] , p. 193 t/m 196.

92 Verhoor getuigen [slachtoffer 22] en [slachtoffer 21] , p. 198 t/m 201.

93 Verhoor getuige [slachtoffer 23] , p. 237 t/m 240.

94 Verhoor getuige [slachtoffer 25] , p. 294 t/m 297.

95 Overeenkomst betaling en uitleg van de werkzaamheden, D-061, D-116, D-122, D-129, p. 248, 349, 358 en 366.

96 Proces-verbaal van ambtshandeling Ontvangen bankafschriften [naam 4] , AH-05, p. 33 t/m 38.

97 Proces-verbaal van ambtshandeling Ontvangen bankafschriften [naam 44] [naam 4] , AH-06, p. 39 t/m 46.

98 Proces-verbaal van ambtshandeling inzake bezoek zaakadres te Hoenzadriel en aldaar ontvangen bescheiden, AH-04, p. 31.

99 Proces-verbaal van ambtshandeling Ontvangen bankafschriften [naam 6] , p. 51 en 52.

100 Proces-verbaal van ambtshandeling Inhoud klantendossiers c.q. bescheiden schuldbemiddeling, p. 55 t/m 59.

101 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 4] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek Kiekendief, dossiernummer PL0600-2016330160, gesloten op 5 juli 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

102 Online inzage uittreksels Kamer van Koophandel van 8 juni 2016, p. 78 en 79.

103 Proces-verbaal overzicht personen en bedrijven, p. 584.

104 Processen-verbaal, resultaat ICOV [medeverdachte] en [verdachte 1] , p. 696, 697 en 715.

105 Proces-verbaal bankgegevens van [rekeningnummer 4] , p. 591.

106 Proces-verbaal van bevindingen, p. 145-146.

107 Proces-verbaal bankgegevens van [rekeningnummer 4] , p. 591 t/m 594

108 Proces-verbaal Bankafschriften privé rekeningen, p. 602 en 603.

109 Proces-verbaal Bankafschriften privé rekeningen, p. 602 t/m 604.

110 Processen-verbaal van verhoor [naam 13] , p. 365, 369, 370, 372 en 378 t/m 380

111 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 27] , p. 25 en 26, en processen-verbaal van verhoor van [slachtoffer 27] , p. 66, 67, 69 en 70.

112 Jaaroverzicht 2013, [naam 6] , p. 27 t/m 33.

113 Proces-verbaal van bevindingen, p. 151 en 152, en akte van cessie, p. 154 en 155.

114 Salarisstrookjes, p. 34 t/m 65.

115 Overzicht betalingen, p. 85.

116 Proces-verbaal van bevindingen, inclusief bijgevoegde bankafschriften, p. 87 t/m 144.

117 E-mailbericht, p. 156.

118 Proces-verbaal van bevindingen, p. 248 en 249.

119 E-mailbericht, p. 250.

120 E-mailwisseling, p. 251 t/m 261.

121 E-mailbericht, p. 263.

122 E-mailbericht, p. 264.

123 Brieven, p. 267, 268 en 281.

124 Formulier ‘Overeenkomst betaling beschermende constructie’, p. 293.

125 Formulier ‘Overeenkomst betaling en uitleg van de werkzaamheden’, p. 294.

126 Document ‘Algemene Voorwaarden [naam 10] ’, p. 297 en 298.

127 Intakeformulier, p. 304 t/m 307

128 Document ‘Berekening maandlast’, p. 311.

129 Formulier van ‘Opdracht tot dienstverlening, machtiging financieel beheer en volmacht’, p. 312.

130 Formulier ‘Stabilisatie overeenkomst’, p. 313.

131 Formulier ‘Opdracht om diverse werkzaamheden te verzorgen’, p. 316.

132 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 28] , p. 509 t/m 511.

133 E-mailbericht, p. 582.

134 Salarisstrookjes, p. 538 t/m 547.

135 Proces-verbaal bankgegevens van [rekeningnummer 4] , p. 591 en 592.

136 Formulier ‘Opdracht om diverse werkzaamheden te verzorgen’, p. 512.

137 Akte van cessie, p. 514 en 515

138 Genoemde stukken, p. 517, 521 t/m 523, 528 en 529.

139 Genoemde stukken, p. 530 t/m 532 en 535.

140 E-mailbericht, p. 561.

141 E-mailbericht, p. 560.

142 Proces-verbaal van [slachtoffer 29] , p. 628 en 629, en het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van 21 februari 2018.

143 WhatsApp-berichten, p. 198.

144 WhatsApp-berichten, p. 199.

145 WhatsApp-berichten, p. 204.

146 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 29] , p. 729 t/m 731.

147 Formulier ‘Stabilisatieovereenkomst’, p. 733.

148 Formulier ‘Algemene Voorwaarden [naam 10] ’, p. 734- en 735.

149 Intakeformulier, p. 737 en 738.

150 Akte van cessie, p. 739 en 740.

151 Betaalspecificaties, p. 757 t/m 768.

152 Loonafrekeningen, p. 772 t/m 791.

153 Proces-verbaal van bevindingen, p. 793.