Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1450

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-03-2018
Datum publicatie
23-07-2019
Zaaknummer
AWB - 17 _ 5118
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2019:5041, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Reclamebelasting. Bestaat voor het beperken van het gebied waarin reclamebelasting wordt geheven een objectieve en redelijke rechtvaardiging? Bewijslast rust op verweerder. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat voor de beperking van de heffing van de reclamebelasting tot openbare aankondigingen in een beperkt gedeelte van het grondgebied van de gemeente Zutphen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Belastingrecht

zaaknummer: AWB 17/5118

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 29 maart 2018

in de zaak tussen

[X] B.V., te [Z] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de heffingsambtenaar van Tribuut, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres een aanslag reclamebelasting (hierna: de aanslag) opgelegd, ten bedrage van € 1.850.

Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 18 augustus 2017 de aanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 26 september 2017, ontvangen door de rechtbank op 29 september 2017, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 februari 2018. Namens eiseres is verschenen de gemachtigde. Namens verweerder is verschenen [gemachtigde] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres houdt zich bezig met de verkoop van auto’s (van de merken Dacia en Renault). Het bedrijf van eiseres is gevestigd op [A-straat 1] en [A-straat 2] te [Z] (hierna: de objecten). Aan de objecten zijn openbare aankondigingen aangebracht die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

2. Voor het kalenderjaar 2017 bedraagt de WOZ-waarde van [A-straat 1] € 877.000 en de WOZ-waarde van [A-straat 2] € 290.000.

3. Met dagtekening 30 juni 2017 is de aanslag opgelegd.

Geschil

4. In geschil is of de aanslag terecht aan eiseres is opgelegd. Eiseres beantwoordt die vraag ontkennend. Verweerder is de tegenovergestelde mening toegedaan.

5. Eiseres heeft aangevoerd dat bedrijven buiten de door de gemeente Zutphen (hierna: de gemeente) aangewezen gebieden niet worden aangeslagen voor de reclamebelasting. Dit is volgens haar in strijd met het gelijkheidsbeginsel, op grond waarvan zij stelt evenmin reclamebelasting te zijn verschuldigd. Daarnaast vindt zij dat de aanslag in strijd is met de redelijkheid en billijkheid, omdat het niet reëel en evenmin rechtvaardig is om de aanslag te bepalen aan de hand van de WOZ-waarde (van de objecten). Zij stelt dat de WOZ-waarde geen objectieve maatstaf is om vast te stellen of er sprake is van reclame-uitingen en dat de door de gemeente gehanteerde maatstaf is gebaseerd op aannames en niet op feitelijke constateringen. Verder vindt ze de reclamebelasting onredelijk hoog, omdat zij in verhouding weinig aankondigingen gebruikt welke zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Ten slotte ontbreekt de toelichting op grond van welke reclame de gemeente reclamebelasting van eiseres wil heffen en blijkt uit niets dat de te betalen reclamebelasting aan haar ten goede komt en hoe de reclamebelasting door de gemeente wordt gebruikt. Ter zitting heeft de gemachtigde verklaard dat dit laatste punt de belangrijkste grief is van eiseres.

6. Verweerder is van mening dat de aanslag terecht en op de juiste gronden is opgelegd.

Beoordeling van het geschil

7. Volgens artikel 216 van de Gemeentewet besluit de raad tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening.

8. Volgens artikel 219, tweede lid, van de Gemeentewet kunnen de gemeentelijke belastingen worden geheven naar in de belastingverordening te bepalen heffingsmaatstaven, met dien verstande dat het bedrag niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen.

9. Volgens artikel 227 van de Gemeentewet kan ter zake van openbare aankondigingen vanaf de openbare weg een reclamebelasting worden geheven.

10. De onderhavige aanslag is opgelegd krachtens de Verordening reclamebelasting gemeente Zutphen 2017 (hierna: de Verordening).

11. Volgens artikel 2, van de Verordening, is de Verordening van toepassing binnen twee gebieden van de gemeente Zutphen, te weten gebied 1 ‘Centrum’ en gebied 2 ‘Bedrijventerreinen’(hierna: gebied 2). De Stoven ligt in gebied 2.

12. Volgens artikel 5, eerste lid, van de Verordening wordt de reclamebelasting geheven per onroerende zaak.Volgens artikel 5, tweede lid, van de Verordening is de heffingsmaatstaf een bedrag dat afhankelijk is van de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) voor de onroerende zaak vastgestelde WOZ-waarde voor het kalenderjaar (hierna: de WOZ-waarde). Volgens de tarieventabel behorende bij de Verordening bedraagt het tarief voor gebied 2, bij een WOZ-waarde tot € 500.000, € 875 en bij een WOZ-waarde tussen de € 500.001 en € 1.000.000, € 1.350.

13. De rechtbank overweegt als volgt. Reclamebelasting is een algemene belasting waarvan de opbrengsten ten goede komen aan de algemene middelen van de gemeente. Dit brengt mee dat een gemeente vrij is in de besteding van de opbrengst van die belasting en derhalve ook de vrijheid heeft die opbrengst te besteden aan activiteiten en voorzieningen in een bepaald gedeelte van haar grondgebied.

14. Het karakter van een algemene belasting staat er evenmin aan in de weg dat een gemeente de heffing van deze belasting beperkt tot een gedeelte van haar grondgebied, mits daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat (Hoge Raad 11 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR4564). Bij het bestaan van een dergelijke rechtvaardiging is de beperking niet in strijd met enig algemeen rechtsbeginsel; de gemeentelijke wetgever overschrijdt daarmee ook niet de grenzen van de regelgevende bevoegdheid die hem in artikel 227 van de Gemeentewet is toegekend.

15. Eiseres heeft gemotiveerd bestreden dat er sprake is van een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het beperken van het heffingsgebied.

16. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar op wie in deze de bewijslast rust, tegenover de gemotiveerde betwisting door eiseres geen feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt die tot de conclusie kunnen leiden dat voor het beperken van het heffingsgebied een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat.

17. Verweerder heeft slechts aangegeven dat de gemeenteraad heeft besloten de opbrengst uit de reclamebelasting, na aftrek van inningskosten, in het ondernemingsfonds, genaamd Handel & Industriestichting Zutphen (hierna: HIZ) te storten en dat de HIZ zorgt voor de besteding van de reclamebelasting. Volgens verweerder besteedt de HIZ de reclamebelasting onder andere aan de collectieve beveiliging, de betaling van de vaste kosten van het Parkmanagement Zutphen en kosten van promotie van Zutphen als vestigingsplaats voor ondernemers. Hij heeft ter onderbouwing hiervan geen stukken overgelegd. Ter zitting heeft hij verklaard dat eiseres voor wat betreft de besteding van de reclamebelasting zich tot de HIZ moet wenden.

18. Nu verweerder geen nadere stukken heeft overgelegd over de besteding van de reclamebelasting is niet aannemelijk geworden of, en zo ja, in hoeverre belastingplichtigen voor de reclamebelasting profijt hebben van de hiervoor onder 17. genoemde bestedingen door de HIZ en in hoeverre dit profijt niet eveneens in betekenisvolle mate toevloeit aan andere ondernemers, gevestigd buiten de in de Verordening genoemde gebieden, die op grond daarvan niet belastingplichtig zijn voor de reclamebelasting (zie onder 11. hiervoor).

19. Gelet op wat hiervoor is overwogen heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat voor de beperking van de heffing van de reclamebelasting tot openbare aankondigingen in een beperkt gedeelte van het grondgebied van de gemeente Zutphen. De aanslag reclamebelasting kan daarom niet in stand blijven.

20. Hetgeen eiseres verder nog heeft aangevoerd behoeft geen nadere behandeling.

21. De rechtbank ziet aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze kosten bestaan uit de kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn de kosten in beroep vastgesteld op € 1.002 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 501 en wegingsfactor 1 vanwege het gewicht van de zaak). In de bezwaarfase is niet om een proceskostenvergoeding verzocht, zodat de kosten in bezwaarfase niet in aanmerking komen voor vergoeding.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    vernietigt de aanslag reclamebelasting;

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaatst treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar ;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskostenvergoeding van eiseres ten bedrage van € 1.002;

  • -

    gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 333 aan haar vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Westerbaan, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Aalbersberg, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 29 maart 2019

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.