Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1355

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-03-2018
Datum publicatie
27-03-2018
Zaaknummer
05/740166-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor seksueel misbruik van 15 jaar jonger meisje.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0277
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/740166-16

Datum uitspraak : 27 maart 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1979 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] ,

raadsvrouw: mr. I.M. d’Hont, advocaat te Breda.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van
16 juni 2017, 10 oktober 2017 en 13 maart 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2010 tot en met 27 september 2015 te Nijkerk, in de gemeente Nijkerk, (telkens) door (een) feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit
- voornoemde [slachtoffer] zich laten uitkleden, teneinde zich door hem, verdachte, te laten aanschouwen en/of te bekijken en/of
- strelen en/of betasten van de ontblote borsten van die [slachtoffer] en/of (daarbij) likken en/of zuigen aan diens tepels en/of
- betasten van de vagina van die [slachtoffer] en/of (daarbij) wrijven met zijn vinger(s) tussen en/of langs de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- gaan liggen op het geheel ontklede lichaam van die [slachtoffer] en/of (daarbij) drukken en/of gedrukt gehouden van zijn (stijve) penis op/tegen het ontklede lichaam en/of tussen de benen van die [slachtoffer] en/of
- ontbloten van zijn penis en/of zijn penis (vervolgens) tonen aan die [slachtoffer] en/of
- zichzelf masturberen in aanwezigheid van die [slachtoffer] en/of (daarbij) brengen van zijn vrijgekomen voorvocht en/of sperma op de lippen en/of in de mond van [slachtoffer] en/of
- die [slachtoffer] één of meer voorwerpen(en) (kinderfluit en/of een banaan en/of een tube tandpasta) in haar vagina laten inbrengen en/of (daarbij) kenbaar maken dat zij haar vagina moest 'opmeten' teneinde, hem, verdachte te kunnen 'ontvangen',
bestaande de feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte
- misbruik heeft gemaakt van een uit feitelijk verhoudingen voortvloeiend overwicht op [slachtoffer] , gelet op het leeftijdsverschil tussen hem (verdachte) en [slachtoffer] en/of gelet op de verhouding tussen hem (verdachte) als pleegvader/verzorger/gezinslid en [slachtoffer] als pleegkind/kind dat aan zijn zorg was toevertrouwd/gezinslid en/of
- misbruik heeft gemaakt van de ongelijkwaardige relatie tussen hem (verdachte) en [slachtoffer] en/of
- misbruik heeft gemaakt van zijn psychische/geestelijke overwicht op die [slachtoffer] en/of
- vertelde aan die [slachtoffer] dat genoemde ontuchtige handelingen uit naam van God moesten plaatsvinden en/of zich tegenover [slachtoffer] presenteerde als een profeet van God en daarmee die [slachtoffer] in een afhankelijkheidsrelatie met hem (verdachte) heeft gebracht waarmee verdachte misbruik heeft gemaakt van het ontstane psychisch overwicht op die [slachtoffer]

en/of
- misbruik heeft gemaakt van de devotie/godvruchtigheid van [slachtoffer] en/of
- misbruik heeft gemaakt van de kwetsbaarheid van [slachtoffer] en/of
- de inhoud van de telefoon en/of het dagboek van die [slachtoffer] controleerde en aldus een beklemmende situatie heeft doen ontstaan voor die [slachtoffer] ;

2.

hij (als pleegouder/verzorger) op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2010 tot en met 08 mei 2012 te Nijkerk, in de gemeente Nijkerk, (telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1994, immers heeft hij en/of is hij, verdachte, één of meermalen:
- voornoemde [slachtoffer] zich laten uitkleden, teneinde zich door hem, verdachte, te laten aanschouwen en/of te bekijken en/of
- de ontblote borsten van die [slachtoffer] gestreeld en/of betast en/of (daarbij) aan diens tepels gelikt en/of gezogen en/of
- de vagina van die [slachtoffer] betast en/of bevoeld en/of daarbij met zijn vinger(s) tussen en/of langs de schaamlippen gewreven en/of
- op het geheel ontklede lichaam van die [slachtoffer] gaan liggen en/of heeft (daarbij) zijn (stijve) penis op/tegen het ontklede lichaam en/of tussen de benen van die [slachtoffer] gedrukt en/of gedrukt gehouden en/of

- zijn penis ontbloot en/of (vervolgens) aan die [slachtoffer] getoond en/of
- zichzelf gemasturbeerd in aanwezigheid van die [slachtoffer] en/of (daarbij) zijn vrijgekomen voorvocht en/of sperma op de lippen en/of in de mond van [slachtoffer] gebracht en/of
- die [slachtoffer] één of meer voorwerpen(en) (kinderfluit en/of een banaan en/of een tube tandpasta) in haar vagina laten inbrengen en/of (daarbij) kenbaar gemaakt dat zij haar vagina moest 'opmeten' teneinde, hem, verdachte te kunnen 'ontvangen'.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Begin januari 2010 is [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1994, (hierna: aangeefster) bij het gezin van verdachte komen wonen in Nijkerk. Zij was toen vijftien jaar oud.2 Op [geboortedatum 2] 2012 is ze achttien jaar geworden.3 Op 27 september 2015 heeft aangeefster aan [getuige 1] haar verhaal verteld.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde onder feit 1 (feitelijke aanranding van de eerbaarheid) en 2 (ontucht plegen met zijn pleegkind). Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en tevens steun vindt in andere bewijsmiddelen afkomstig uit een andere bron. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Daartoe heeft de raadsvrouw aangevoerd dat bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster bijzondere voorzichtigheid dient te worden betracht. Verder zijn de verschillende verklaringen van derden over de vermeende ontuchtige handelingen en ook het dagboek van aangeefster terug te voeren op één bron, te weten aangeefster. Verdachte heeft ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit.

Indien en voor zover uit de bewijsmiddelen kan worden aangenomen dat verdachte tijdens de meerderjarigheid van aangeefster seksuele handelingen heeft verricht, kan volgens de verdediging niet worden aangenomen dat die handelingen onder dwang zijn verricht. Indien en voor zover uit de bewijsmiddelen kan worden aangenomen dat verdachte feitelijk overwicht had, verwijst de verdediging naar een arrest van de Hoge Raad van 27 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5707, waarin werd geoordeeld dat uit feitelijk overwicht niet zonder meer kan volgen dat iemand tot het ondergaan van een seksuele handeling werd gedwongen door een door de verdachte opgeroepen bedreigende situatie.

Beoordeling door de rechtbank

Betrouwbaarheid aangeefster

Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit. Hij heeft verklaard dat er wel wat seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen hem en aangeefster, maar dat zou zijn gebeurd toen aangeefster al meerderjarig was en tevens voornamelijk op initiatief van aangeefster. De verklaring van aangeefster staat lijnrecht tegenover de verklaring van verdachte. De verdediging heeft de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster in twijfel getrokken en erop gewezen dat uit de stukken blijkt dat aangeefster een kwetsbaar meisje is, bekend met hulpverlening, en dat verdachte niet de eerste is die door aangeefster is beschuldigd van seksueel misbruik.

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of de verklaring van aangeefster betrouwbaar is. Daartoe overweegt de rechtbank dat aangeefster tijdens het opgenomen gesprek met onder andere de voorganger van de kerk, in het informatief gesprek zeden, in haar aangifte en bij de rechter-commissaris steeds hetzelfde heeft verklaard over de tijdslijnen, de verschillende handelingen en haar gevoelens en gedachten daarbij. De verklaring van aangeefster is dan ook consistent. Verder heeft aangeefster verklaard dat zij ook initiatief heeft genomen en verdachte heeft benaderd voor seksuele prikkels. Ze legt dus niet alle verantwoordelijkheid bij verdachte, maar ook bij zichzelf. Verder heeft aangeefster zeer gedetailleerd op verschillende onderdelen verklaard, waarbij de rechtbank bij wijze van voorbeeld wijst op wat aangeefster heeft verklaard over hoe de penis van verdachte eruit ziet, wat zij weet over het seksleven van verdachte en zijn echtgenote en wat verdachte haar voorhield over God. Dit laatste vindt bevestiging in de opname van de duivelsuitdrijving. Op
pagina 159 van haar dagboek beschrijft aangeefster op 28 september 2015 de inhoud van een gesprek dat diezelfde dag plaatsvond en waarbij (o.a.) verdachte, zijn echtgenote, aangeefster en de voorganger van de kerk aanwezig waren. Wat aangeefster hierover schrijft blijkt geheel in lijn met de opname van dat gesprek, welke opname op dat moment niet bij aangeefster bekend was. Ten slotte overweegt de rechtbank dat verdachte in datzelfde gesprek met onder andere de voorganger van de kerk op meerdere momenten een groot deel van de verklaring van aangeefster heeft bevestigd.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de verklaring van aangeefster betrouwbaar is. Dat aangeefster op het moment dat zij bij verdachte kwam wonen een kwetsbaar meisje was en dat eerder sprake zou zijn geweest van vermelding van seksueel misbruik, maakt haar verklaring over de periode vanaf haar inwoning bij verdachte, niet onbetrouwbaar. De rechtbank gaat bij de bewezenverklaring dan ook uit van de verklaring van aangeefster.

Seksuele handelingen

Aangeefster heeft verklaard dat de eerste seksuele handeling tussen haar en verdachte plaatsvond toen zij ongeveer een maand bij verdachte in huis woonde. Omdat zij pijn aan haar nek had en zich had ingesmeerd met Tantum, lag zij die avond met enkel een slipje aan in bed, onder de dekens. Verdachte vroeg aangeefster of hij haar mocht zien. Hij heeft de dekens weggetrokken en de borsten van aangeefster bekeken.5 Enkele dagen later ging verdachte in bed liggen bij aangeefster en zei tegen haar dat zij zichzelf aan hem moest laten zien. Aangeefster heeft toen zelf haar shirt uitgetrokken en verdachte heeft haar slipje uitgetrokken.6

In deze beginperiode, toen aangeefster nog vijftien jaar oud was, wilde verdachte ook dat aangeefster bij zichzelf zou meten of zijn penis in haar zou passen. Verdachte bepaalde dat zij zichzelf moest opmeten met een speelgoedfluit van de kinderen en enkele weken later met een tube tandpasta. Aangeefster bracht die voorwerpen dan bij zichzelf naar binnen.7 Ook begon verdachte in die periode met het aanraken van de borsten en schaamstreek van aangeefster.8 Daarnaast gebeurde het al in 2010 dat verdachte door het knuffelen met aangeefster een harde penis kreeg en vervolgens zijn voorvocht met zijn vingers pakte en in de mond van aangeefster deed.9

Verder heeft aangeefster omschreven dat verdachte haar vaak knuffelde, zowel met als zonder kleding, en dat hij dan zijn penis hard tegen haar aan duwde. Ook ging hij met zijn penis tussen haar benen door en wilde hij met aangeefster standjes uitproberen als zij naakt was of alleen een slipje droeg. De penis van verdachte was hard bij het uitproberen van die standjes. Aangeefster heeft een paar keer in huis gezien dat verdachte zichzelf aftrok en dan zichzelf leeg spoot in de wc.10

In een later stadium heeft verdachte zichzelf afgetrokken en zijn daarbij vrijgekomen sperma achter in de keel van aangeefster gedaan.11 Een jaar voor de aangifte ging verdachte ook likken en zuigen aan de tepels van aangeefster. Daardoor zijn de tepels van aangeefster zelfs kapot geweest.12 Begin 2015 moest aangeefster proberen een banaan bij zichzelf naar binnen te duwen om te kijken hoe ver die banaan naar binnen zou gaan. Dat lukte niet echt en de banaan ging kapot.13

Verdachte gaf aan aangeefster te kennen dat hij over het begaan van al deze seksuele handelingen een theorie had. Die seksuele handelingen waren onrein en stonden los van aangeefster. Verdachte wilde na het begaan van dergelijke handelingen samen met aangeefster bidden en de zonde belijden. In dat kader is verdachte zich gaan verdiepen in het ritueel wassen van aangeefster. Hij waste aangeefster dan over haar borsten en ging met zijn handen over haar vagina en tussen haar schaamlippen. Dat ritueel wassen gebeurde in 2015.14

De verklaring van aangeefster over de seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden wordt ondersteund door de verklaring die verdachte heeft afgelegd ten overstaan van de voorganger van de kerk, zijn echtgenote en aangeefster. In dat gesprek heeft aangeefster een opsomming gegeven van verschillende seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden, die aansluiten op de seksuele handelingen zoals hiervoor uiteengezet. Verdachte heeft daarop verklaard dat het voor een heel deel waar is.15 De voorganger van de kerk vraagt in dat gesprek aan verdachte of hij “ja” kan zeggen op de vraag of de feiten echt gebeurd zijn, en verdachte heeft daarop geantwoord “de meeste wel”.16 Verdachte omschrijft in het gesprek ook een aantal seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden met aangeefster.17

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij zich tijdens het hiervoor omschreven gesprek met onder anderen de voorganger verward en ontredderd voelde vanwege de beschuldiging van aangeefster. De rechtbank stelt vast dat verdachte meerdere keren en op verschillende momenten in het gesprek heeft gezegd dat het verhaal van aangeefster grotendeels waar is en dat hij zelf ook nog heeft verteld wat er dan zoal is gebeurd. Daarbij is het de rechtbank niet gebleken dat verdachte in dat gesprek heeft gezegd dat hij zich verward of ontredderd voelde. Ook anderszins valt niet uit het gesprek op te maken dat verdachte zich verward of ontredderd voelde, nog daargelaten of een gevoel van verwarring of ontreddering zijn verklaring minder betrouwbaar zou hebben gemaakt.

De verklaring van aangeefster wordt tevens ondersteund door een in het dossier samengevatte geluidsopname van 15 september 2015.18 Verdachte heeft ter terechtzitting van 16 juni 2017 erkend dat hij te horen is op die geluidsopname.19 Verdachte zegt op die opname dat het lichaam van aangeefster in opstand komt tegen seksuele prikkelingen en dat er verbindingen zijn tussen Satan en de vagina van aangeefster. Die bandjes verbreekt hij dan in Jezus’ naam. Te horen is verder dat aangeefster kreunt en huilt.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat het binnen de geloofskringen van verdachte en aangeefster heel gebruikelijk is om duivels uit te drijven, maar dat verdachte daarbij geen gevoelige plekken bij aangeefster heeft aangeraakt. Deze verklaring van verdachte acht de rechtbank onaannemelijk gelet op de seksuele aard van hetgeen verdachte heeft gezegd tegen aangeefster gedurende de duivelsuitdrijving.

Dwang

Voor de bewezenverklaring van het tenlastegelegde onder feit 1 is vereist dat aangeefster door verdachte werd gedwongen tot het plegen en ondergaan van de seksuele handelingen zoals hierboven omschreven.

Verdachte heeft verklaard dat aangeefster net zo goed een aandeel heeft gehad bij het tot stand komen van de seksuele handelingen en dat deze ook plaatsvonden op initiatief van aangeefster. Volgens de verdediging was dus geen sprake van dwang.

De rechtbank overweegt dat aangeefster bij verdachte en zijn gezin kwam wonen toen zij vijftien jaar oud was. Het ging in die tijd niet goed met aangeefster. Zo was zij depressief, deed zij aan automutilatie en had zij een eetstoornis. De gezinssituatie van aangeefster was complex en vanwege de spanning en stress daardoor had aangeefster al tijdelijk bij een ander gezin gewoond.20 Onder deze omstandigheden werd aangeefster in het gezin van verdachte opgenomen. Aangeefster noemde verdachte en zijn echtgenote haar pleegouders tegenover anderen en zag verdachte als vaderfiguur.21 Zij sprak hen ook aan als ‘papa’ en ‘mama’.22 Verdachte en zijn echtgenote zagen aangeefster ook als hun dochter.23 Verdachte wist dat het niet goed ging met aangeefster destijds en hij raakte verder op de hoogte van haar psychische problematiek toen aangeefster eenmaal bij hem in huis woonde.24

Aangeefster komt uit een christelijk gezin en haar leven wordt beheerst door het geloof in God.25 Aangeefster kende verdachte en zijn gezin vanuit de kerk. Aangeefster had het gevoel dat ze uitverkoren was door God om bij hen in huis te komen wonen. Zij geloofde dat verdachte een profeet was van God en dat hij God kon verstaan.26 Aangeefster zag verdachte als haar meerdere, hij was voor haar een vader en daarbij ook nog profeet.27 Verdachte heeft zelf ook verklaard dat er mensen zijn die denken dat hij profetische gaven heeft en dat hij het idee heeft dat hij het woord van God ontvangt en dat hij dat woord dan doorgeeft aan anderen.28

Verdachte heeft veel gebeden met aangeefster en hij praatte met haar over zijn seksuele verleden en de intieme relatie met zijn echtgenote.29 Daarnaast deed verdachte duivelsuitdrijvingen bij aangeefster.30 Aangeefster heeft tegen verdachte gezegd dat ze de seksuele handelingen niet wilde. Dan gaf verdachte haar gelijk en moesten ze van hem de zonde belijden. Aangeefster en verdachte gingen dan bidden en daarmee was het klaar.31 Verder zei verdachte tegen aangeefster dat sommige seksuele handelingen die tussen hen plaats vonden uit naam van God gebeurden. Zo moest verdachte aangeefster ritueel wassen uit naam van God. In het begin werden de seksuele handelingen achteraf beleden en later was het meer dat het idee vooraf vanuit God kwam.32

Aangeefster voelde vanaf het begin een dreiging als zij zou gaan praten. Verdachte heeft meerdere malen aan aangeefster gevraagd of zij wel haar mond erover dicht zou houden. Verder heeft verdachte tegen aangeefster gezegd dat als zij zou gaan praten, zij niet meer bij het gezin zou horen en verdachte zelfmoord zou plegen waardoor de kinderen geen vader meer zouden hebben.33

Ten slotte overweegt de rechtbank dat verdachte de telefoon en het dagboek van aangeefster controleerde, om te zien of daar niets in stond over wat er tussen hen gebeurde op seksueel gebied. Dat vond aangeefster heel lastig, vooral dat verdachte haar telefoon controleerde.34

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte door de hiervoor geschetste feitelijkheden psychisch overwicht had op aangeefster en dat sprake was van een afhankelijkheidsrelatie. Dat overwicht en die afhankelijkheidsrelatie maakten dat aangeefster tot de seksuele handelingen die zij onderging en ook pleegde werd gedwongen. Ook als aangeefster zelf initiatief heeft genomen tot bepaalde seksuele handelingen, dient dat te worden bezien in het licht van het beschreven overwicht van verdachte en de beschreven afhankelijkheidsrelatie tussen hen.

Opzet

Voor de bewezenverklaring van het ten laste gelegde onder feit 1 is voorts vereist dat verdachte opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, had op het tegen de wil van aangeefster doen ondergaan en/of plegen van de seksuele handelingen.

Zoals beschreven onder het kopje “dwang” werd het leven van aangeefster beheerst door het geloof en geloofde aangeefster heilig dat verdachte kon praten vanuit God. Tevens gebeurden de seksuele handelingen tussen aangeefster en verdachte volgens verdachte uit naam van God. Als verdachte tegen aangeefster zei dat iets van God vandaan kwam, dan nam zij dat van hem aan. In het licht van haar geloof deed aangeefster wat verdachte van haar wilde of verwachtte. Als aangeefster zei dat zij de seksuele handelingen niet wilde, werd samen de zonde beleden. Het was echter geen aanleiding voor verdachte om definitief te stoppen met de seksuele handelingen.

Door te handelen zoals verdachte heeft gehandeld, heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank minstgenomen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de seksuele handelingen die hij pleegde en die aangeefster zelf pleegde tegen de wil van aangeefster geschiedden. Verdachte heeft dan ook in ieder geval voorwaardelijk opzet gehad op het tegen de wil van aangeefster doen ondergaan en laten plegen van de seksuele handelingen.

Conclusie

De rechtbank is op grond van wat hiervoor is overwogen van oordeel dat verdachte in 2010, toen aangeefster vijftien jaar oud was, is begonnen met het plegen van ontucht met aangeefster door verschillende seksuele handelingen met haar te verrichten. Aangeefster werd in het gezin van verdachte opgenomen als een dochter en zij zag verdachte als haar pleegvader. Aangeefster was dan ook aan de zorg en waakzaamheid van verdachte toevertrouwd.

Gelet op de hierboven geschetste context zijn de plaatsgevonden seksuele handelingen in strijd met de sociaal-ethische norm en dus ontuchtig. Verdachte had immers de rol van pleegvader voor aangeefster en daarbij is sprake van een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en aangeefster. Door de door verdachte gecreëerde afhankelijkheidsrelatie en het daardoor ontstane psychische overwicht op aangeefster, werd aangeefster door verdachte gedwongen tot het ondergaan en/of plegen van de ontuchtige handelingen.

Verdachte is doorgegaan met het plegen van seksuele handelingen met aangeefster, ook toen zij eenmaal meerderjarig was. Erop gelet dat de seksuele handelingen al plaatsvonden vanaf dat aangeefster vijftien jaar oud was en deze handelingen voortdurend op dezelfde manier werden geduid door verdachte vanuit het geloof dat aangeefster nog steeds aanhing tijdens haar meerderjarigheid, is de rechtbank van oordeel dat de gecreëerde afhankelijkheidsrelatie en het psychisch overwicht niet ineens wegvielen door het behalen van de meerderjarige leeftijd van aangeefster.

De rechtbank is van oordeel dat het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2010 tot en met 27 september 2015 te Nijkerk, in de gemeente Nijkerk, (telkens) door (een) feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit
- voornoemde [slachtoffer] zich laten uitkleden, teneinde zich door hem, verdachte, te laten aanschouwen en/of te bekijken en/of
- strelen en/of betasten van de ontblote borsten van die [slachtoffer] en/of (daarbij) likken en/of zuigen aan haar tepels en/of
- betasten van de vagina van die [slachtoffer] en/of (daarbij) wrijven met zijn vinger(s) tussen en/of langs de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of
- gaan liggen op het geheel ontklede lichaam van die [slachtoffer] en/of (daarbij) drukken en/of gedrukt gehouden van zijn (stijve) penis op/tegen het ontklede lichaam en/of tussen de benen van die [slachtoffer] en/of
- ontbloten van zijn penis en/of zijn penis (vervolgens) tonen aan die [slachtoffer] en/of
- zichzelf masturberen in aanwezigheid van die [slachtoffer] en/of (daarbij) brengen van zijn vrijgekomen voorvocht en/of sperma op de lippen en/of in de mond van [slachtoffer] en/of
- die [slachtoffer] één of meer voorwerpen(en) (kinderfluit en/of een banaan en/of een tube tandpasta) in haar vagina laten inbrengen en/of (daarbij) kenbaar maken dat zij haar vagina moest 'opmeten' teneinde, hem, verdachte te kunnen 'ontvangen',
bestaande de feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte
- misbruik heeft gemaakt van een uit feitelijk verhoudingen voortvloeiend overwicht op [slachtoffer] , gelet op het leeftijdsverschil tussen hem (verdachte) en [slachtoffer] en/of gelet op de verhouding tussen hem (verdachte) als pleegvader/verzorger/gezinslid en [slachtoffer] als pleegkind/kind dat aan zijn zorg was toevertrouwd/gezinslid en/of
- misbruik heeft gemaakt van de ongelijkwaardige relatie tussen hem (verdachte) en [slachtoffer] en/of
- misbruik heeft gemaakt van zijn psychische/geestelijke overwicht op die [slachtoffer] en/of
- vertelde aan die [slachtoffer] dat genoemde ontuchtige handelingen uit naam van God moesten plaatsvinden en/of zich tegenover [slachtoffer] presenteerde als een profeet van God en daarmee die [slachtoffer] in een afhankelijkheidsrelatie met hem (verdachte) heeft gebracht waarmee verdachte misbruik heeft gemaakt van het ontstane psychisch overwicht op die [slachtoffer]

en/of
- misbruik heeft gemaakt van de devotie/godvruchtigheid van [slachtoffer] en/of
- misbruik heeft gemaakt van de kwetsbaarheid van [slachtoffer] en/of
- de inhoud van de telefoon en/of het dagboek van die [slachtoffer] controleerde en aldus een beklemmende situatie heeft doen ontstaan voor die [slachtoffer] ;

2.

hij (als pleegouder/verzorger) op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2010 tot en met 08 mei 2012 te Nijkerk, in de gemeente Nijkerk, (telkens) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1994, immers heeft hij en/of is hij, verdachte, één of meermalen:
- voornoemde [slachtoffer] zich laten uitkleden, teneinde zich door hem, verdachte, te laten aanschouwen en/of te bekijken en/of
- de ontblote borsten van die [slachtoffer] gestreeld en/of betast en/of (daarbij) aan diens tepels gelikt en/of gezogen en/of
- de vagina van die [slachtoffer] betast en/of bevoeld en/of daarbij met zijn vinger(s) tussen en/of langs de schaamlippen gewreven en/of
- op het geheel ontklede lichaam van die [slachtoffer] gaan liggen en/of heeft (daarbij) zijn (stijve) penis op/tegen het ontklede lichaam en/of tussen de benen van die [slachtoffer] gedrukt en/of gedrukt gehouden en/of

- zijn penis ontbloot en/of (vervolgens) aan die [slachtoffer] getoond en/of
- zichzelf gemasturbeerd in aanwezigheid van die [slachtoffer] en/of (daarbij) zijn vrijgekomen voorvocht en/of sperma op de lippen en/of in de mond van [slachtoffer] gebracht en/of
- die [slachtoffer] één of meer voorwerpen(en) (kinderfluit en/of een banaan en/of een tube tandpasta) in haar vagina laten inbrengen en/of (daarbij) kenbaar gemaakt dat zij haar vagina moest 'opmeten' teneinde, hem, verdachte te kunnen 'ontvangen'.

Voor zover er in de bewezenverklaring kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

De (deels) eendaadse samenloop van:

Feit 1:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

en

Feit 2:

Ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering gesteld heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

In het geval van een veroordeling, heeft de verdediging de rechtbank verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot de duur die verdachte in verzekering gesteld heeft doorgebracht en dat te combineren met een voorwaardelijke gevangenisstraf en/of werkstraf. De verdediging heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met het blanco strafblad van verdachte, met het tijdsverloop en met de negatieve gevolgen die verdachte reeds heeft ervaren als gevolg van de strafzaak.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, van 11 mei 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, van 13 oktober 2016;

- een multidisciplinair rapport van G.J.A.M. Bakkeren, psychiater, van 25 februari 2018 en van mr. drs. R.A. Sterk, psycholoog, van 8 maart 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, van 8 maart 2018.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontucht met en aanranding van aangeefster gedurende een periode van bijna vijf jaren. De ontucht is begonnen toen aangeefster vijftien jaar oud was en verdachte dertig. Aangeefster werd als kwetsbaar meisje opgenomen in het gezin van verdachte en zijn echtgenote. Verdachte bood aanvankelijk een luisterend oor aan dit jonge en kwetsbare meisje door veel met haar te praten en te bidden. Hij profileerde zich daarbij als een profeet van God tegenover aangeefster en deed in dat kader ook duivelsuitdrijvingen en rituele wassingen bij haar. De positie die verdachte als pleegvader en profeet verwierf bij aangeefster maakte dat zij steeds verdergaande seksuele handelingen onderging. Wat begon als ‘even kijken’ naar het lichaam van aangeefster, resulteerde in rituele wassingen waarbij verdachte aangeefster over haar hele lichaam betastte. Pas nadat aangeefster met iemand durfde te praten over wat er in al die jaren is gebeurd, is het misbruik gestopt.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. In plaats daarvan heeft hij ter terechtzitting vooral naar aangeefster gewezen als initiator van de seksuele handelingen. Gelet op het leeftijdsverschil en de afhankelijke positie waarin verdachte aangeefster heeft gebracht, had verdachte zich echter als volwassene bewust dienen te zijn van de ongelijkheid in hun verhouding, de ongepastheid van seksuele handelingen tussen hen beiden en zich daar - ongeachte wie het initiatief nam - verre van moeten houden. Door zijn handelen heeft verdachte ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat aangeefster in hem stelde als pleegvader en ‘profeet’.

Als feit van algemene bekendheid kan worden aangenomen dat met name jeugdige slachtoffers van zedendelicten vaak nog lang ernstige psychische gevolgen kunnen ondervinden van hetgeen hun is overkomen. Dat blijkt ook uit de ter terechtzitting door aangeefster voorgelezen slachtofferverklaring. Aangeefster wordt nog steeds in vele opzichten in haar leven beheerst door verdachte en wat er is gebeurd. Zij heeft daarvoor al de nodige therapie ondergaan en wordt nog steeds behandeld door een psychotherapeut voor haar psychische problematiek, te weten PTSS.

Verdachte is door een psychiater en door een psycholoog onderzocht. Zij zijn beiden tot de conclusie gekomen dat ten tijde van de ten laste gelegde feiten geen sprake was van een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bij verdachte. Ook schatten zij beiden het recidiverisico in als laag. Behandeling van verdachte is dan ook niet geïndiceerd. Gelet op de multidisciplinaire rapportage en op het gesprek van de reclassering met verdachte, heeft de reclassering onvoldoende aanknopingspunten voor advisering van een reclasseringstoezicht. De reclassering adviseert de zaak af te doen zonder oplegging van reclasseringsbemoeienis. Verder heeft verdachte een blanco strafblad.

Gelet op de ernst van de feiten en gelet op de adviezen van de deskundigen en de reclassering, is de rechtbank van oordeel dat enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de juiste afdoeningsmodaliteit is. Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf zoals geëist door de officier van justitie voor de duur van 14 maanden met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 26.686,18, te vermeerderen met de executiekosten en de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot betaling van het bedrag van € 26.686,18 toe te wijzen, met toewijzing van de gevorderde wettelijke rente en executiekosten waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 168 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging het navolgende verzocht.

Immateriële schade

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard moet worden in dit gedeelte van haar vordering. De behandeling van dit gedeelte van haar vordering levert namelijk een onevenredige belasting van het strafproces op, nu het onmogelijk is om een juiste beoordeling te geven van de vraag of sprake is van rechtstreekse schade, van een voldoende causaal verband alsmede van de vraag naar de omvang en hoogte van de immateriële schade. De benadeelde partij leed al aan psychische problematiek voorafgaand aan de ten laste gelegde feiten, niet is gebleken dat de gemelde PTSS stoornis is veroorzaakt door verdachte. Meer subsidiair heeft de verdediging verzocht om dit gedeelte van de vordering ongegrond te verklaren, nu onvoldoende kan komen vast te staan of er rechtstreekse schade is en welke omvang die rechtstreekse schade dan heeft.

Studievertraging

De verdediging heeft verzocht om deze schadepost ongegrond te verklaren, nu uit de stukken is gebleken dat de benadeelde partij in het verleden ook al eens een schooljaar opnieuw heeft moeten doen. Daarbij heeft de benadeelde partij in de jaren dat het beweerde misbruik plaatsvond haar studiepunten wel behaald, waardoor niet valt in te zien of en zo ja in hoeverre de niet behaalde punten in 2015 toe te rekenen zijn aan het handelen van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat slachtoffers van seksueel misbruik nog lange tijd kunnen lijden onder de psychische gevolgen van wat hen is aangedaan. De gevorderde immateriële schade is onderbouwd en het rechtstreekse verband tussen de strafbare feiten en de schadepost staat naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast, gelet op het feit van algemene bekendheid. De schadepost zal dan ook worden toegewezen.

Ten aanzien van de gevorderde kosten als gevolg van studievertraging overweegt de rechtbank dat het jaar waarin de benadeelde partij studievertraging heeft opgelopen het jaar is waarin zij het bewezen verklaarde jarenlange seksuele misbruik naar buiten heeft gebracht. Als gevolg daarvan werd zij verstoten door de voor haar zeer belangrijke kerkgemeenschap en onderging zij een veelheid aan psychologische behandelingen. Het staat voor de rechtbank dan ook voldoende vast dat de benadeelde partij juist in dat jaar studievertraging heeft opgelopen. De schadepost is voldoende onderbouwd en zal worden toegewezen.

Gelet op het bovenstaande, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het (onder feit 1 en 2) bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De gehele vordering van € 26.686,18 is voor toewijzing vatbaar.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 1 januari 2010.

De executiekosten zijn toewijsbaar, tot op heden begroot op nihil.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 55, 57, 246 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 26.686,18 (zesentwintigduizend zeshonderdachtenzestig euro en achttien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 26.686,18 (zesentwintigduizend zeshonderdachtenzestig euro en achttien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 168 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Leemreize (voorzitter), mr. M.F. Gielissen en mr. M.P. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 maart 2018.

Mr. Leemreize is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie
Oost-Nederland, Dienst Regionale Recherche, Afdeling thematische opsporing, Team zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015523153, gesloten op 9 februari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 juni 2017; het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 286.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 284.

4 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 297.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 289.

6 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 290.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 292.

8 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 290; het proces-verbaal getuigenverhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 9.

9 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 296.

10 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 291 en 294.

11 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 296.

12 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 290.

13 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 292.

14 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 294; het proces-verbaal getuigenverhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 9.

15 Verbatim transcriptie, opgemaakt door [getuige 2] van Verbatim Audiovisuele Dienstverlening, p. 7.

16 Verbatim transcriptie, opgemaakt door [getuige 2] van Verbatim Audiovisuele Dienstverlening, p. 8.

17 Verbatim transcriptie, opgemaakt door [getuige 2] van Verbatim Audiovisuele Dienstverlening, p. 8-10.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 260.

19 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 juni 2017.

20 Verslag over de (pastorale) ontmoetingen met [slachtoffer] , van [getuige 3] , p. 6; intake [slachtoffer] bij Rintveld, centrum eetstoornissen, p. 38; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , p. 305-306.

21 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , p. 306; het proces-verbaal getuigenverhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 4.

22 Het proces verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 286

23 E-mail van [naam] aan [slachtoffer] , p. 246.

24 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 juni 2017; het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 286.

25 Intake [slachtoffer] bij Rintveld, centrum eetstoornissen, p. 39; het proces-verbaal getuigenverhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 3.

26 Het proces-verbaal getuigenverhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 2-3.

27 Het proces-verbaal getuigenverhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 4.

28 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 juni 2017.

29 Het proces-verbaal getuigenverhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 2-3; de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 juni 2017.

30 Het proces-verbaal getuigenverhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 2; het proces-verbaal van bevindingen, p. 260.

31 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 299.

32 Het proces-verbaal getuigenverhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 6-7.

33 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 298; het proces-verbaal getuigenverhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 10.

34 Het proces-verbaal getuigenverhoor van [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, p. 8.