Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1295

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-03-2018
Datum publicatie
26-03-2018
Zaaknummer
AWB - 17 _ 4966
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Intrekking van vervallen betalingsregelingen door Belastingdienst Toeslagen. Geen procesbelang, wel vergoeding griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 17/4966

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres,

en

Belastingdienst/Toeslagen te Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Bij een zestal afzonderlijke besluiten van 30 juni 2017 (de primaire besluiten) heeft verweerder de betalingsregelingen met eiseres ingetrokken.

Bij besluit van 11 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari 2018. Namens eiseres is

[eiseres] verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door P.J.H. de Waard

en L.J. Veenker.

Overwegingen

1. Eiseres heeft verscheidene schulden aan de Belastingdienst. Verweerder heeft op

7 november 2012 en 19 augustus 2013 met eiseres betalingsregelingen getroffen om deze schulden in termijnen terug te betalen. Tegen de betalingsregeling van 19 augustus 2013 heeft eiseres bezwaar gemaakt. Dat bezwaar is bij besluit van 12 september 2013 ongegrond verklaard. De betalingsregelingen hadden een looptijd van 24 maanden. De looptijd is op respectievelijk 30 oktober 2014 en 12 september 2015 geëindigd.

2. Verweerder heeft de betalingsregelingen ingetrokken omdat eiseres niets heeft terugbetaald. Eiseres heeft daarmee niet voldaan aan de voorwaarden. Verweerder heeft dit standpunt gehandhaafd in het bestreden besluit.

3. De rechtbank stelt voorop dat een betalingsregeling strekt tot het verlenen van uitstel van betaling, in die zin dat een schuld over een bepaalde periode in termijnen mag worden terugbetaald. Het rechtsgevolg van een intrekking van een lopende betalingsregeling is een besluit dat op rechtsgevolg is gericht, zodat men hiertegen bezwaar kan maken en beroep kan instellen. Het beroep van eiseres is gericht tegen de intrekking van ‘oude’ betalingsregelingen, waarvan de looptijd al was verstreken. Ook deze besluiten zijn op rechtsgevolg gericht omdat daarmee het aan eiseres verleende uitstel van betaling wordt beëindigd.

4. Eiseres stelt dat zij aan de betalingsregelingen niet kon en niet kan voldoen. Uit de bezwaar- en beroepsgronden blijkt dat eiseres een nieuwe betalingsregeling wil krijgen, die rekening houdt met haar inkomenspositie.

5. Omdat de looptijd van de oude betalingsregelingen is verstreken, kan eiseres met het beroep niet meer bereiken dat zij alsnog van die betalingsregelingen gebruik kan maken. Voor een nieuwe betalingsregeling zal eiseres bij verweerder een nieuwe aanvraag moeten doen. Verweerder had het bezwaar van eiseres moeten aanmerken als een aanvraag om een nieuwe betalingsregeling. Verweerder dient daar alsnog op te beslissen.

Aangezien eiseres met het beroep niet kan bereiken wat zij ermee beoogt heeft zij geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de besluiten tot het intrekken van de betalingsregelingen heeft genomen zonder dat daartoe een redelijk belang was gegeven. De looptijd van de betalingsregelingen was immers verstreken en ook zonder de intrekking van deze regelingen had verweerder tot invordering van de schuld over kunnen gaan. Door het nemen van afzonderlijke intrekkingsbesluiten is eiseres onnodig aangezet tot het voeren van deze procedure. De rechtbank ziet daarom gelet op artikel 8:74, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht aanleiding te bepalen dat verweerder aan eiseres het griffierecht vergoedt.

7. De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is. Verweerder zal alsnog een beslissing moeten nemen op het bezwaar van eiseres dat moet worden aangemerkt als een verzoek om een nieuwe betalingsregeling.

8. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht van € 46 aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. M.W. Bolzoni, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending hiervan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.