Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1260

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
07-03-2018
Datum publicatie
20-03-2018
Zaaknummer
C/05/333768/KG ZA 18-72
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Meewerken aan doorhaling van tweede recht van hypotheek? Onvoldoende aanknopingspunten dat sprake is van misbruik van recht. Vorderingen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/333768 / KG ZA 18-72

Vonnis in kort geding van 7 maart 2018

in de zaak van

1 [eiser sub 1],

wonende te Asperen, gemeente Lingewaal,

2. [eiser sub 2],

wonende te Asperen, gemeente Lingewaal,

eisers,

advocaat mr. G.W. Boogaard te Leerdam,

tegen

1 [gedaagde sub 1],

wonende te Geldermalsen,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te Culemborg,

gedaagden,

advocaat mr. A. van Weverwijk te Geldermalsen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de producties van gedaagden

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van gedaagden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eisers zijn eigenaar van de woning aan de [adres 1].

2.2.

Zij hebben in verband met de aankoop van deze woning op 17 juli 2007 een bedrag van € 550.000,00 van ING Bank N.V. (hierna: ING) geleend en ter meerdere zekerheid voor de terugbetaling daarvan een eerste recht van hypotheek op de woning aan ING gegeven. Een en ander is vastgelegd in een notariële akte van die datum.

2.3.

[gedaagde sub 1], gedaagde sub 1, is oud-werknemer van [eiser sub 1], eiser sub 1. Gedaagden hebben eisers in 2005 geld geleend voor een bedrag van in totaal € 169.500,00 toen het schildersbedrijf van [eiser sub 1] in zwaar weer verkeerde. Ter meerdere zekerheid voor de terugbetaling hiervan hebben eisers aan gedaagden op 17 oktober 2007 een tweede recht van hypotheek op de woning gegeven.

2.4.

Op 3 november 2017 hebben eisers de woning voor een bedrag van € 440.000,00 verkocht aan de heer [naam koper 1] en mevrouw [naam koper 2]. De levering is gepland op

1 maart 2018.

2.5.

Uit de koopsom kan de per 1 maart 2018 openstaande hypotheekschuld bij ING,

€ 442.669,32, net niet volledig worden voldaan. Voor de tweede hypotheekhouders resteert niets.

2.6.

De notaris die met de levering van de woning is belast heeft aan gedaagden verzocht om mee te werken aan royement van de hypothecaire inschrijving. Dit hebben zij geweigerd.

2.7.

Eisers hebben in verband met de voorgenomen levering inmiddels een andere (huur)woning betrokken.

2.8.

De kopers van de woning hebben aangekondigd de eventueel door hen te lijden schade te zullen verhalen op eisers.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

a. gedaagden beveelt om binnen 24 uur na de uitspraak van dit vonnis mee te werken aan

royement van hun recht van hypotheek op de onroerende zaak [adres 1]

door ondertekening van de reeds door De Notarissen toegezonden royementsvolmacht,

b. bepaalt dat ingeval een of meer gedaagde(n) weigerachtig blijft/blijven medewerking te

verlenen aan het sub a. gevorderde, dit vonnis in de plaats zal treden van de van hem of

haar benodigde handtekeningen ten behoeve van het royement van het hypotheekrecht,

c. gedaagden veroordeelt in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de

wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis.

3.2.

Gedaagden voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van eisers.

4.2.

In dit kort geding staat de vraag centraal of gedaagden moeten meewerken aan een onbezwaarde levering van de woning door eisers aan de kopers, de heer [naam koper 1] en mevrouw [naam koper 2], door mee te werken aan doorhaling van hun (tweede) recht van hypotheek op de woning.

4.3.

Uitgangspunt hierbij is dat van een hypotheekhouder in beginsel niet kan worden verlangd dat hij zonder (volledige) betaling afstand doet van zijn hypotheekrecht. Eerst indien de weigering om mee te werken aan doorhaling van het hypotheekrecht als misbruik van recht kan worden gekwalificeerd kan een hypotheekhouder gehouden zijn die medewerking te verlenen.

4.4.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn er in deze zaak onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen oordelen dat sprake is van misbruik van recht.

4.5.

In de eerste plaats staat vast dat er nauwelijks of geen overleg heeft plaatsgevonden tussen eisers en gedaagden. Gelet op het zekerheidsrecht van gedaagden en de daarmee samenhangende bevoorrechte positie, is dit op zijn minst opmerkelijk. Indien eisers openheid van zaken hadden gegeven, hadden zij tezamen met gedaagden kunnen bezien wat de mogelijkheden waren om de woning onderhands te verkopen en tegen welke prijs.

4.6.

Voorts zijn eisers geheel op eigen houtje te werk gegaan bij de verkoop van de woning. Zij hebben de woning van tevoren niet laten taxeren, geen makelaar ingeschakeld en de woning heeft naar eigen zeggen alleen te koop gestaan op de website www.gratishuisaanbod.nl. Daarmee was de woning maar op een beperkte wijze zichtbaar in de markt. Het staat dan ook allerminst vast dat de uiteindelijk overeengekomen koopprijs van € 440.000,00 het maximale bedrag is wat de woning zou kunnen opleveren. Dit geldt te meer nu kort voor het sluiten van de koopovereenkomst een aanzienlijk hogere prijs met gedaagden is gecommuniceerd, te weten een prijs van € 467.000,00. Daarna zijn eisers kennelijk toch akkoord gegaan met een lagere koopprijs van € 440.000,00, maar zullen zij, zo is ter zitting komen vast te staan, nog een bedrag van € 15.000,00, kennelijk ten titel van koop van roerende zaken, van de kopers ontvangen. Dit laatste bedrag hebben eisers om hen moverende redenen evenwel buiten de koopovereenkomst gelaten.

4.7.

Een ander punt is dat eisers zonder nadere onderbouwing stellen dat zij financiële problemen hebben. Zij hebben op geen enkele wijze inzicht verschaft in hun daadwerkelijke financiële (nood)situatie. Dat het voorgenomen schuldsaneringstraject in gevaar zou komen als eisers enige betaling aan gedaagden zouden doen, is ook niet nader met stukken onderbouwd. Voor zover eisers daarbij stellen dat zij zich in dit verband dienen te onthouden van selectieve betaling, is dat standpunt onjuist, nu van een eventuele selectieve betaling geen sprake is. Gedaagden bevinden zich als hypotheekhouders immers in een bevoorrechte positie ten opzichte van concurrente schuldeisers. Bij dit alles komt bovendien dat vast staat dat eisers hun financiële verplichtingen jegens de eerste hypotheekhouder (ING) altijd zijn nagekomen. Van enige achterstand is niet gebleken.

4.8.

Verder hecht de voorzieningenrechter weinig waarde aan het taxatierapport dat eisers als productie 5 in het geding hebben gebracht. Dit taxatierapport, waarin de woning is getaxeerd op een marktwaarde van € 400.000,00, is namelijk in opdracht van de kopers opgesteld. Zij hebben over het algemeen baat bij een zo laag mogelijke taxatiewaarde. Bovendien is dit rapport opgesteld na het sluiten van de koopovereenkomst met eisers. Tot slot is ook door deze taxateur aangegeven dat de woning gunstig is gelegen en dat de markt enorm aantrekt, zodat stijging van de waarde binnen afzienbare tijd geenszins denkbeeldig is.

4.9.

Ten slotte overweegt de voorzieningenrechter dat het feit dat eisers inmiddels een andere (huur)woning hebben betrokken en zodoende met dubbele lasten worden geconfronteerd indien de verkoop niet doorgaat gedaagden niet regardeert, net zo min als het feit dat kopers hebben aangekondigd dat zij de eventueel door hen te lijden schade zullen verhalen op eisers.

4.10.

Alles overziend kan van gedaagden op dit moment niet worden verlangd dat zij meewerken aan een onbezwaarde levering van de woning aan de kopers. De voorzieningenrechter is geen feiten of omstandigheden gebleken op grond waarvan voorshands zou moeten worden geoordeeld dat de weigering om mee te werken aan doorhaling van het hypotheekrecht als misbruik van recht kan worden gekwalificeerd. Bovendien blijkt uit de vorenstaande omstandigheden dat eisers in veel opzichten zorgvuldiger hadden kunnen handelen. Weliswaar is aannemelijk dat eisers een belang hebben bij doorhaling, maar een belang schept nog geen recht. De vorderingen van eisers zullen dan ook worden afgewezen.

4.11.

Eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagden worden begroot op:

- griffierecht € 291,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.107,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt eisers in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op € 1.107,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M.I. de Waele en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2018.

Coll.: MvG