Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1239

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-02-2018
Datum publicatie
20-03-2018
Zaaknummer
C/05/331076 / KG ZA 17-642 / 57 / 560
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil. Veroordeling tot het doen van rekening en verantwoording. Vraag of dwangsommen zijn verbeurd. Voorzieningenrechter kan uit de door beide partijen verstrekte informatie niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen dat niet is voldaan aan het veroordelend vonnis, maar ook niet dat daaraan wel is voldaan. Dat de wederpartij het niet eens is met de inhoud van de afgelegde rekening en verantwoording, betekent niet dat niet aan het veroordelend vonnis is voldaan. Niet vast te stellen dat dwangsommen zijn verbeurd. Executie moet worden gestaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/331076 / KG ZA 17-642 / 57 / 560

Vonnis in kort geding van 14 februari 2018

in de zaak van

[eiseres]

[woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.P.H. van Maanen Winters te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AZUR INVESTMENTS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Zeewolde,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. I.J. Woltman te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Azur Investments worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiseres]

- de pleitnota van Azur Investments.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Azur Investments houdt zich bezig met het ontwikkelen en het verhuren van (recreatief) onroerend goed. Zij is eigenaar van appartementen en recreatievilla’s op de recreatieparken ‘[recreatiepark 1]’, ‘[recreatiepark 2]’ en [recreatiepark 3]’. [eiseres] houdt zich bezig met verhuurbemiddeling ten behoeve van Azur Investments.

2.2.

Tussen partijen zijn geschillen ontstaan over de afrekening. Zij hebben daarover geprocedeerd in kort geding. Bij vonnis van 24 april 2017, gewezen tussen Azur Investments als eiseres en [eiseres] als gedaagde, heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank onder meer beslist:

5.1

veroordeelt en gebiedt [eiseres] binnen één maand na betekening van dit vonnis over te gaan tot het nauwkeurig afleggen van rekening en verantwoording, waarbij in ieder geval de navolgende gegevens en/of toelichtingen worden verstrekt:

- alle huurovereenkomsten over 2015 en 2016 die door [eiseres] gesloten zijn tussen de huurders van de appartementen/villa’s met nummers 41 tot en met 50 op het recreatiepark [recreatiepark 3] enerzijds en Azur anderzijds,

- boekings- en annuleringsgegevens over 2015 en 2016,

- rekeningafschriften over 2015 en 2016 van door [eiseres] van huurders van de appartementen/villa’s met nummers 41 tot en met 50 op recreatiepark [recreatiepark 3] ontvangen bedragen, waaronder huurpenningen en de ontvangen voorschotten voor water/gas/elektra,

- voor zover aanwezig: bewijsstukken van gemaakte betalingsafspraken alsmede een toelichting op de eventueel gemaakte afwijkende prijsafspraak,

- overeenkomsten met derden met betrekking tot bemiddeling en loon (commissie), alleen voor zover deze overeenkomsten van invloed zijn op de hoogte van de aan Azur af te dragen huuropbrengsten,

een en ander op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag(deel) met een maximum van € 50.000,00 voor het geval [eiseres] hiermee in gebreke blijft,

(...)

2.3.

Bij exploot van 26 april 2017 is op verzoek van Azur Investments de grosse van het vonnis van 24 april 2017 aan [eiseres] betekend met het bevel rekening en verantwoording af te leggen overeenkomstig het dictum van dat vonnis onder 5.1. [eiseres] heeft vervolgens gegevens aan Azur Investments verstrekt.

2.4.

Bij e-mail van haar raadsman van 8 juni 2017 heeft Azur Investments te kennen gegeven dat volgens haar [eiseres] niet correct rekening en verantwoording heeft afgelegd.

2.5.

Bij exploot van 11 augustus 2017 is op verzoek van Azur Investments aan [eiseres] bevel gedaan om binnen twee dagen na de datum van het exploot dwangsommen te betalen tot en met 9 augustus 2017 van in totaal € 37.500,00, onverminderd het recht van Azur Investments op het meerdere tot het maximum van € 50.000,00.

2.6.

Bij exploot van 1 september 2017 heeft Azur Investments ten laste van [eiseres] executoriaal derdenbeslag laten leggen onder de ING-bank ter incasso van onder meer verbeurde dwangsommen tot een bedrag van € 37.500,00.

2.7.

Bij exploot van 10 oktober 2017 heeft Azur Investments opnieuw ten laste van [eiseres] executoriaal derdenbeslag laten leggen onder de ING-bank ter incasso van verbeurde dwangsommen tot een bedrag van € 37.500,00.

2.8.

Bij exploot van 10 oktober 2017 heeft Azur Investments ten laste van [eiseres] executoriaal derdenbeslag laten leggen onder de ABN AMRO-bank ter incasso van verbeurde dwangsommen tot een bedrag van € 37.500,00.

2.9.

Bij exploot van 10 oktober 2017 heeft Azur Investments ten laste van [eiseres] executoriaal beslag gelegd op een perceel grond ‘terrein nieuwbouw-wonen’ te Ede, [locatie], dat voor de onverdeelde helft toebehoort aan [eiseres] en voor de onverdeelde andere helft aan haar geregistreerd partner [naam partner eiser].

2.10.

Bij exploot van 13 oktober 2017 is op verzoek van Azur Investments aan [eiseres] bevel gedaan om binnen twee dagen na de datum van het exploot dwangsommen te betalen van in totaal € 12.500,00.

2.11.

Bij exploot van 21 november 2017 heeft Azur Investments executoriaal derdenbeslag laten leggen onder de ING-bank ten laste van [naam partner eiser], partner van [eiseres].

2.12.

[eiseres] heeft de accountant [naam accountant] opdracht gegeven het verschil te onderzoeken tussen de overzichten van haar zelf en die van Azur Investments. De accountant heeft gerapporteerd op 16 oktober 2017.

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1) de in de dagvaarding onder 1.4 genoemde beslagen opheft (in dit vonnis opgenomen bij de feiten onder 2.6 tot en met 2.9 en 2.11);

2) Azur Investments veroordeelt om binnen acht dagen na betekening van dit vonnis op te heffen alsdan (nog) bestaande maatregelen ter executie van het vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 24 april 2017, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat zij, nadat acht dagen na voormelde betekening zullen zijn verstreken, geheel of gedeeltelijk nalaat aan deze veroordeling te voldoen;

3) Azur Investments veroordeelt tegen bewijs van kwijting aan [eiseres] te restitueren

- de bedragen die Azur Investments middels voormelde beslagen ten laste van [eiseres] heeft geïncasseerd, alsmede

- de ter zake van de derdenbeslagen door de betrokken bankinstellingen aan [eiseres] in rekening gebrachte bedragen, in totaal € 150,00;

4) de executie van het op 24 april 2017 tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank te schorsen;

5) Azur Investments veroordeelt in de proceskosten.

3.2.

[eiseres] legt aan deze vorderingen ten grondslag dat zij tijdig en volledig heeft voldaan aan de veroordeling rekening en verantwoording af te leggen zoals gegeven in het vonnis van 24 april 2017, zodat zij geen dwangsommen verschuldigd is en er voor executie dus geen grond is. Azur Investments Nederland B.V. voert gemotiveerd verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in conventie

4.1.

In een executiegeschil als het onderhavige, waarbij het erom gaat of dwangsommen zijn verbeurd omdat een bevel tot het afleggen van rekening en verantwoording niet of onvoldoende is nageleefd, heeft de rechter niet tot taak de door de bodemrechter besliste rechtsverhouding zelfstandig opnieuw te beoordelen, maar dient hij zich ertoe te beperken de ter uitvoering van het veroordelend vonnis verrichte handelingen te toetsen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld. Daarbij dient de rechter het doel en de strekking van de veroordeling tot richtsnoer te nemen in dier voege dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (Hoge Raad 15 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9400; Hoge Raad 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3085).

4.2.

Het ligt in de eerste plaats op de weg van de executant, in deze zaak Azur Investments, om aannemelijk te maken dat haar wederpartij, in deze zaak [eiseres], niet aan het veroordelend vonnis van 24 april 2017 heeft voldaan. Azur Investments dient daartoe tamelijk nauwkeurig aan te geven wat [eiseres] heeft verricht om aan dat veroordelend vonnis te voldoen en dat en in hoeverre dat wat is verricht onvoldoende is ter verwezenlijking van doel en strekking van de veroordeling. Azur Investments heeft echter slechts in algemene zin verwezen naar stukken die zij stelt van [eiseres] te hebben ontvangen ter uitvoering van het veroordelend vonnis. Azur Investments heeft verder niet aan de hand van het dictum van het veroordelend vonnis nauwkeurig en gespecifieerd aangegeven wat er volgens haar precies aan de rekening en verantwoording ontbreekt.

4.3.

Anderzijds heeft [eiseres] bij dagvaarding een aantal overzichten over 2015 en 2016 overgelegd waarin per maand gespecificeerd is opgegeven welke bedragen ter zake waarvan zijn ontvangen en doorbetaald. Deze overzichten corresponderen niet geheel met de overzichten die door Azur Investments als producties 32 en 34 zijn overgelegd. Daarnaast heeft [eiseres] ter zitting gewezen op twee ordners die zij bij zich had en waarin volgens haar alle stukken zitten die zij aan Azur Investments heeft verstrekt in het kader van het doen van rekening en verantwoording. Het leek er ter zitting op dat de door [eiseres] getoonde ordners lijviger waren dan de stukken die Azur Investments als producties 26 tot en met 37 heeft overgelegd, maar dat heeft de voorzieningenrechter verder niet kunnen verifiëren.

4.4.

Onder deze omstandigheden kan de voorzieningenrechter aan de hand van de informatie en stukken die beide partijen hebben verschaft niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen dat [eiseres] niet heeft voldaan aan het veroordelend vonnis en evenmin dat zij daaraan wel heeft voldaan. In ieder geval moet worden geconstateerd dat [eiseres] bankrekeningafschriften, huurcontracten, facturen, gespecificeerde overzichten omtrent ontvangen betalingen en andere bescheiden als bedoeld in het veroordelend vonnis aan Azur Investments ter beschikking heeft gesteld. In hoeverre [eiseres] daarmee wel of niet voldoende rekening en verantwoording heeft gedaan zoals in het veroordelend vonnis is beslist, valt in het kader van dit kort geding niet te beoordelen.

4.5.

Daar komt bij dat er in de discussies over de rekening en verantwoording een omslagpunt zit waarin het niet meer gaat over de vraag of [eiseres] heeft voldaan aan het veroordelend vonnis, maar over de vraag of de rekening en verantwoording in de visie van Azur Investments de juiste bedragen uitwijst waarop zij meent recht te hebben en tot afdracht waarvan [eiseres] is gehouden, hetgeen aan de orde is in het onderliggende geschil. Het onderzoek dat de accountant [naam accountant] in opdracht van [eiseres] heeft gedaan, kan erop wijzen dat [eiseres] wel aan haar afdrachtverplichting heeft voldaan. Maar dat is een geschil naar aanleiding van de afgelegde rekening en verantwoording dat als zodanig niet kan leiden tot de conclusie dat de afgelegde rekening en verantwoording aan datgene waartoe [eiseres] is veroordeeld niet voldoet.

4.6.

In dat verband is ook nog van belang dat Azur Investments bij conclusie van antwoord onder 40 stelt dat zij, zij het met moeite, aan de hand van hetgeen [eiseres] aan haar in het kader van de rekening en verantwoording had verschaft kennelijk in staat is geweest een nauwkeurig overzicht te maken van bedragen die in haar visie te weinig zijn betaald door [eiseres]. Het lijkt er dus op dat wat [eiseres] heeft verschaft in ieder geval voldoende is geweest om aan de hand daarvan inzicht te verkrijgen in het gevoerde beleid en op basis daarvan een becijfering te maken van wat [eiseres] volgens Azur Investments verschuldigd is. Dat zou de conclusie kunnen wettigen dat met hetgeen [eiseres] aan Azur Investments heeft verschaft het doel van de rekening en verantwoording die zij moest doen wel is bereikt.

4.7.

Bij deze stand van zaken kan niet de conclusie worden getrokken dat [eiseres] dwangsommen heeft verbeurd en dus ook niet dat Azur Investments ter zake van deze dwangsommen terecht executiemaatregelen treft. De partijen zullen in een bodemprocedure verder moeten uitzoeken of voldoende rekening en verantwoording is afgelegd en, ten aanzien van het geschil ten gronde, of Azur Investments iets van [eiseres] heeft te vorderen en zo ja hoeveel. De executie van dwangsommen zal daarom voorlopig moeten worden gestaakt en de in de dagvaarding onder 1.4 genoemde executoriale beslagen zullen worden opgeheven. Tevens zal Azur Investments worden veroordeeld om alsdan (nog) bestaande maatregelen ter executie van het veroordelend vonnis op te heffen. Aan die veroordeling zullen dwangsommen worden verbonden als gevorderd, met dien verstande dat deze zullen worden gemaximeerd tot € 50.000,00.

4.8.

Hetgeen hiervoor is overwogen rechtvaardigt voorts de toewijzing van de vordering Azur Investments te veroordelen tot restitutie van bedragen die de derde-beslagenen reeds aan Azur Investments hebben afgedragen. De vordering tot vergoeding van € 150,00 aan kosten die de betrokken bankinstellingen aan [eiseres] in rekening hebben gebracht zal worden afgewezen omdat [eiseres] haar stelling dat dit bedrag bij haar in rekening is gebracht niet heeft gesubstantieerd.

4.9.

De conclusie is dat de in de dagvaarding onder 1.4 genoemde beslagen zullen worden opgeheven (vordering onder 1), dat Azur Investments zal worden veroordeeld dan nog bestaande executiemaatregelen op te heffen op straffe van een gemaximeerde dwangsom (vordering onder 2), en dat de executie van het veroordelend vonnis van 24 april 2017 voor het overige zal worden geschorst (vordering onder 4). De vordering tot restitutie aan [eiseres] van bedragen die de derde-beslagenen reeds aan Azur Investments hebben afgedragen zal worden toegewezen en de vordering tot vergoeding van door [eiseres] gemaakte kosten in verband met derdenbeslagen zal worden afgewezen (vordering onder 3).

4.10.

Azur Investments zal als de overwegend in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5 Het geschil in reconventie

5.1.

Azur Investments vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] veroordeelt tot betaling aan haar bij wijze van voorschot van

1) € 8.083,98 ter zake de op [recreatiepark 2] wel geïncasseerde maar nog niet doorbetaalde huuropbrengsten te vermeerderen met wettelijke rente,

2) € 10.384,72 ter zake de op [recreatiepark 3] geïncasseerde huuropbrengsten, te vermeerderen met wettelijke rente,

3) met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

5.2.

Azur Investments legt aan deze vorderingen ten grondslag dat [eiseres] nalatig blijft met betaling van verhuuropbrengsten op [recreatiepark 3] en [recreatiepark 2] over 2017 tot de gevorderde bedragen.

5.3.

[eiseres] voert gemotiveerd verweer. Zij heeft daartoe ter zitting betoogd dat zij een deel van de gevorderde bedragen heeft betaald door overmaking en een deel door verrekening met openstaande facturen en dat de bedragen voor het overige niet kloppen.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

6.2.

Gezien het door [eiseres] ter zitting gevoerde verweer, dat Azur Investments niet concreet heeft weersproken, kan in het kader van dit kort geding niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld of [eiseres] inderdaad de door Azur Investments gevorderde bedragen aan haar verschuldigd is. Reeds daarom kan de vordering tot betaling van die bedragen niet worden toegewezen.

6.3.

Azur Investments zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1.

heft op de in dit vonnis bij de feiten onder 2.6 tot en met 2.9 en 2.11 genoemde executoriale beslagen;

7.2.

veroordeelt Azur Investments om binnen acht dagen na betekening van dit vonnis op te heffen alsdan (nog) bestaande maatregelen ter executie van het vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 24 april 2017, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat zij, nadat acht dagen na voormelde betekening zullen zijn verstreken, geheel of gedeeltelijk nalaat aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 50.000,00;

7.3.

veroordeelt Azur Investments de bedragen die de derde-beslagenen reeds aan haar hebben afgedragen aan [eiseres] te restitueren;

7.4.

schorst voor het overige de executie van het op 24 april 2017 tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank;

7.5.

veroordeelt Azur Investments in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van [eiseres] begroot op € 103,81 aan explootkosten, € 895,00 aan vast recht en € 816,00 aan salaris voor de advocaat;

7.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

7.7.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

7.8.

wijst de vordering af;

7.9.

veroordeelt Azur Investments in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van [eiseres] begroot op € 408,00 aan salaris voor de advocaat.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2018.