Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1224

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-03-2018
Datum publicatie
19-03-2018
Zaaknummer
05/820000-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft vandaag een 59-jarige man veroordeeld tot een geldboete van € 1.500,- wegens het veroorzaken van een ongeval met een fietser op de Blikkenweg te Twello op 14 oktober 2016. Ook heeft de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd van 6 maanden voorwaardelijk. Deze straf is hoger dan door de officier van justitie geëist, omdat de rechtbank, anders dan de officier van justitie, het letsel dat de fietser als gevolg van het ongeval heeft opgelopen kwalificeert als zwaar lichamelijk letsel.

Verdachte heeft met zijn Mercedes bus, terwijl hij op de Blikkenweg te Twello een scherpe bocht inging, een fietser ingehaald. Verdachte is daarbij in de bocht op de linker weghelft gekomen en is vervolgens niet tijdig naar rechts gegaan waardoor hij een hem tegemoetkomende fietser heeft aangereden. Verdachte heeft verklaard dat hij de hem tegemoetkomende fietser niet heeft gezien en dat hij tijdens de inhaalprocedure heeft gelet op de fietser die hij aan het inhalen was. Dit ontsloeg hem niet van de plicht voldoende rechts te houden en ruimte te bieden aan hem tegemoetkomend verkeer. Dit heeft verdachte nagelaten, waardoor een verkeersongeval heeft plaatsgevonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/820000-18

Datum uitspraak : 19 maart 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1958 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 maart 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 14 oktober 2016 te Twello in de gemeente Voorst, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, busje), komende uit de richting Terwolde en/of gaande in de richting Twello, daarmede rijdende over de weg, de Blikkenweg, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, in of nabij een in die weg (de Blikkenweg) gelegen, gezien zijn, verdachtes rijrichting naar links verlopende bocht een voor hem, verdachte uit over die

weg (de Blikkenweg) rijdende fietser heeft ingehaald en/of (vervolgens) niet tijdig naar rechts heeft gestuurd en/of naar rechts is gegaan en/of in strijd met het gestelde in artikel 3 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting

heeft voldaan om zoveel mogelijk rechts te houden en/of bij het in- en/of doorrijden van die naar links verlopende bocht, de binnenbocht heeft genomen en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een in die bocht rijdende, toen hem, verdachte tegemoetkomende bestuurder van een fiets en/of die (tegemoetkomende) fiets, ten gevolge waarvan die bestuurder van die tegemoetkomende fiets ten val is gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Subsidiair

hij op of omstreeks 14 oktober 2016 te Twello in de gemeente Voorst, als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, busje), komende uit de richting Terwolde en/of gaande in de richting Twello, daarmede heeft gereden over de weg, de Blikkenweg en in of nabij een in die weg (de Blikkenweg) gelegen, gezien zijn, verdachtes rijrichting naar links verlopende bocht een voor hem, verdachte uit over die weg (de Blikkenweg)rijdende fietser heeft ingehaald en/of (vervolgens) niet tijdig naar rechts heeft gestuurd en/of naar rechts is gegaan en/of in strijd met het gestelde in artikel 3 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan om zoveel mogelijk rechts te houden en/of bij het in- en/of doorrijden van die naar links verlopende bocht de binnenbocht heeft genomen en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een in die bocht rijdende, toen hem, verdachte tegemoetkomende bestuurder van een fiets en/of die (tegemoetkomende) fiets, ten gevolge waarvan die bestuurder van die tegemoetkomende fiets ten val is gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 14 oktober 2016 vond een verkeersongeval plaats op de Blikkenweg te Twello, waarbij een fietser werd aangereden door een bedrijfsauto die bestuurd werd door verdachte. Als gevolg van het ongeval heeft de fietser lichamelijk letsel opgelopen2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat overtreding van art. 6 WVW wettig en overtuigend bewezen kan worden, zij het dat volgens hem niet van zwaar lichamelijk letsel kan worden gesproken.

Beoordeling door de rechtbank

In het algemeen geldt dat voor een bewezenverklaring van artikel 6 WVW dient te worden vastgesteld dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld is te wijten dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden met als gevolg dat iemand zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het juridische begrip ‘schuld’ in het kader van artikel 6 WVW houdt in, dat voor strafbaarheid tenminste sprake moet zijn van een aanmerkelijke onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid en/of onachtzaamheid. Bij de beoordeling van schuld in de zin van artikel 6 WVW komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval.

Verdachte heeft bij de politie en ter zitting verklaard dat hij met zijn auto kort voor hij de bocht inreed een fietser is gaan inhalen die aan de rechterkant op de weghelft van verdachte reed. Hierdoor is de auto van verdachte in de bocht deels op de linker weghelft gekomen. Verdachte heeft verklaard dat hij – voordat hij de fietser die op zijn weghelft reed ging inhalen – niet heeft gezien dat er vanuit de tegenovergestelde richting een fietser aankwam.3

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op de Blikkenweg te Twello aan de rechterkant van de weg fietste op dezelfde weghelft als de [auto] en dat hij in een bocht door de [auto] werd ingehaald.4 [getuige 1] heeft verklaard dat hij dacht dat de bestuurder meer op hem gefocust was dan op het nemen van de bocht en dat hij ofHofvermoedt dat de bestuurder daardoor meer de binnenbocht heeft genomen. [getuige 1] schatte de afstand tussen hem en de [auto] op het moment dat hij werd ingehaald op 1 meter.5

Benadeelde [slachtoffer] heeft verklaard dat hij zag dat een auto hem tegemoet reed ter hoogte van een bocht en dat de auto een fietser inhaalde. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij het idee had dat de bestuurder in zijn achteruitkijkspiegel naar de fietser keek. Hij zag dat de auto door de binnenbocht kwam en kon de auto niet meer ontwijken. De auto raakte hem met de zijkant. [slachtoffer] kwam ten val en belandde rechts van hem in de berm en in de sloot.6

Naar aanleiding van het ongeval heeft er onderzoek plaatsgevonden. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in een proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse7, verder te noemen VOA. Uit dit onderzoek blijkt het volgende.

De bestuurder van de bedrijfsbus van het merk [auto] met kenteken [kenteken] reed over de Blikkenweg te Twello, komende uit de richting van de Quabbenburgerweg en gaande in de richting van de Kruisweg. Gekomen bij een scherpe bocht naar links, ongeveer ter hoogte van perceel Blikkenweg 8, raakte de [auto] met de linker zijde een tegemoet komende fietser. Er werden op het wegdek geen sporen aangetroffen waaruit een exacte plaats van de aanrijding kon worden afgeleid. Het is mogelijk dat de bestuurder van de [auto] een binnenbocht naar links gemaakt heeft en daarbij de fietser heeft geraakt. De fietser kwam hierdoor in de rechts naast hem gelegen sloot terecht. Op de plek waar de fietser in de berm geraakt is werd een verstoring waargenomen. Deze verstoring bevond zich direct na het betonnen bermgeleidingspaaltje in het midden van de bocht. Op de plaats waar de auto en de fietser elkaar geraakt moeten hebben, werden deuken en een kras in de carrosserie van de [auto] waargenomen. De bestuurder van de fiets is door het ongeval gewond geraakt.8

Uit metingen die in de buurt van de mogelijke plaats aanrijding zijn gedaan bleek dat de wegbreedte varieerde tussen de 4.6 en 5,2 meter. De voertuigbreedte van de bedrijfsauto [kenteken] is 191 cm. De breedte van de fiets van het slachtoffer was ongeveer 65 cm.9

De rechtbank komt op grond van voormelde bewijsmiddelen tot het oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gehandeld.

Verdachte heeft met zijn [auto] bus, terwijl hij een scherpe bocht inging, fietser [getuige 1] ingehaald. Verdachte is daarbij in de bocht op de linker weghelft gekomen en is vervolgens niet tijdig naar rechts gegaan, waardoor hij de hem tegemoetkomende fietser [slachtoffer] heeft aangereden. Verdachte heeft verklaard dat hij de hem tegemoetkomende fietser niet heeft gezien en dat hij tijdens de inhaalprocedure heeft gelet op de fietser die hij aan het inhalen was. Dit ontsloeg hem niet van de plicht voldoende rechts te houden en ruimte te bieden aan hem tegemoetkomend verkeer. Dit heeft verdachte nagelaten, waardoor een verkeersongeval heeft plaatsgevonden.

Ten aanzien van het lichamelijk letsel dat [slachtoffer] , 73 jaar, als gevolg van de aanrijding heeft opgelopen oordeelt de rechtbank als volgt. Het letsel bestaat uit een fladderthorax links met fracturen van rib 3 t/m 9 dorsaal en rib 3 t/m 7 centraal, een longcontusie links, pneumothorax links, en een doof gevoel van het linkerbeen.10

[slachtoffer] werd na het ongeluk opgenomen op de intensive care afdeling van het Deventer ziekenhuis en hij heeft ongeveer 2 maanden in het ziekenhuis gelegen om te revalideren. Het is onbekend of de stijfheid in zijn linkerbeen weer over zal gaan en ook is onduidelijk of [slachtoffer] ooit weer op een normale fiets zal kunnen fietsen.11

De rechtbank is van oordeel dat het letsel dat [slachtoffer] ten gevolge van het ongeval heeft opgelopen als zwaar lichamelijk letsel kan worden gekwalificeerd.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 14 oktober 2016 te Twello in de gemeente Voorst, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, busje), komende uit de richting Terwolde en/of gaande in de richting Twello, daarmede rijdende over de weg, de Blikkenweg, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, in of nabij een in die weg (de Blikkenweg) gelegen, gezien zijn, verdachtes rijrichting naar links verlopende bocht een voor hem, verdachte uit over die

weg (de Blikkenweg) rijdende fietser heeft ingehaald en/of (vervolgens) niet tijdig naar rechts heeft gestuurd en/of naar rechts is gegaan en/of in strijd met het gestelde in artikel 3 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting

heeft voldaan om zoveel mogelijk rechts te houden en/of bij het in- en/of doorrijden van die naar links verlopende bocht, de binnenbocht heeft genomen en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een in die bocht rijdende, toen hem, verdachte tegemoetkomende bestuurder van een fiets en/of die (tegemoetkomende) fiets, ten gevolge waarvan die bestuurder van die tegemoetkomende fiets ten val is gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1 primair:

Overtreding van artikel 6 WVW 1994

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 1.000,-. Daarnaast heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht verdachte een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op te leggen voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 5 februari 2018;

Verdachte heeft als bestuurder van een bedrijfsbus op de Blikkenweg te Twello in een bocht een fietser ingehaald. Hij is daarbij met zijn bus op de linker weghelft terecht gekomen, terwijl hem daar een fietser tegemoet kwam die hij heeft aangereden.

Omdat de rechtbank, als eerder gemotiveerd, van oordeel is dat het slachtoffer ten gevolge van het ongeval zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen zal zij een hogere geldboete en een hogere ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen dan door de officier van justitie is geëist.

De rechtbank houdt bij het opleggen van de ontzegging van de rijbevoegdheid rekening met het feit dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor het uitoefenen van zijn bedrijf. Ook houdt de rechtbank rekening met de ouderdom van de zaak. Zij zal deze ontzegging daarom voorwaardelijk opleggen.

Gelet op wat hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een geldboete van € 1.500,-, te vervangen door 25 dagen vervangende hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden is.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de WVW 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een geldboete van € 1.500,- (vijftienhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen vervangende hechtenis;

 ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden;

 bepaalt, dat deze bijkomende straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van Hoof (voorzitter), mr. M.F. Gielissen en mr. C.J.M. van Apeldoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Erp-Noordenbos en mr. F. Badji, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 maart 2018.

mr. M. van Erp-Noordenbos is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district IJsselland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016507679 gesloten op 5 december 2016 in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse, pag. 14.

3 Proces-verbaal verklaring verhoor verdachte van 20 november 2017 en ter terechtzitting 6 maart 2018

4 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] , p. 10

5 Processen-verbaal verhoor getuige [getuige 2] van 9 november 2017

6 Proces-verbaal verhoor benadeelde [slachtoffer] , p. 8

7 Proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse, pag. 13-21.

8 Proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse, p. 14.

9 Aanvullend Proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse, p. 3.

10 Proces-verbaal, geneeskundige verklaring, p.22-32.

11 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] , p. 8.