Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1222

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-03-2018
Datum publicatie
19-03-2018
Zaaknummer
05/740325-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft bewezen geacht dat een man van 29 uit Doetinchem op 22 juli 2017 in Doetinchem zijn buurman heeft gestoken met een mes. Deze buurman heeft daardoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Een psychiater en een psycholoog hebben onderzoek gedaan en geconcludeerd dat de man volledig ontoerekeningsvatbaar was als gevolg van een psychotisch toestandsbeeld. Dit betekent dat aan de man geen straf kan worden opgelegd. De rechtbank heeft wel bepaald dat hij voor één jaar moet worden geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis. Ook moet de man een bedrag van ruim € 2300,- betalen aan zijn buurman.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/740325-17

Datum uitspraak : 19 maart 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] ,

thans verblijvende bij De Boog, Vordenseweg 12 in Warnsveld.

Raadsman: mr. A.J.M. van Haaren, advocaat te Doetinchem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 2 november 2017, 21 december 2017, 1 februari 2018 en 6 maart 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 22 juli 2017 te Doetinchem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met een mes stekende en/of snijdende bewegingen heeft gemaakt naar, in elk geval in de richting van, het lichaam van die [slachtoffer] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

hij op of omstreeks 22 juli 2017 te Doetinchem, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een slagaderlijke bloeding en/of doorgesneden (duim)pees en/of doorgesneden zenuwen, heeft toegebracht door met een mes in de arm(en) van die [slachtoffer] te steken/snijden;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 22 juli 2017 te Doetinchem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een mes stekende en/of snijdende bewegingen heeft gemaakt naar, in elk geval in de richting van, het lichaam van die [slachtoffer] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 22 juli 2017 heeft verdachte in Doetinchem [slachtoffer] met een mes gestoken.2

Op de linker handrug van [slachtoffer] zijn de pees van de korte duimstrekspier en de zenuwtak op de handrug aan de duimzijde van de oppervlakkige tak van een van de drie grote armzenuwen scherp doorgesneden. De prognose voor functioneel herstel van de duimstrekpees links is over het algemeen goed. De prognose voor herstel van het gevoel na vingerzenuwletsel is over het algemeen redelijk goed tot goed.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging doodslag, het primair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte geen opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op de dood van [slachtoffer] . De raadsman refereert zich ten aanzien van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, het subsidiair tenlastegelegde, aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Vrijspraak primaire feit

De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat verdachte opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer] . Van voorwaardelijk opzet is sprake als de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat een bepaald gevolg, in dit geval de dood van [slachtoffer] , zal intreden.

Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zo'n kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen).

De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer] bewust heeft aanvaard. Uit de verklaringen van verdachte volgt dat niet en naar het oordeel van de rechtbank is er in het dossier te weinig informatie voorhanden om te concluderen dat de gedragingen van verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer op de dood van [slachtoffer] gericht te zijn dat het niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Hoewel de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] gezien hebben dat [slachtoffer] door verdachte is gestoken, wordt uit hun beschrijvingen van de gedragingen van verdachte onvoldoende duidelijk wat er precies is gebeurd om aan de hand daarvan tot een (voorwaardelijk) opzet op de dood van [slachtoffer] te kunnen concluderen. Daarbij komt dat [slachtoffer] zelf het steken niet heeft gezien en ook niet heeft gevoeld.

De rechtbank zal verdachte daarom van het primair tenlastegelegde feit vrijspreken.

Bewezenverklaring subsidiaire feit

Gelet op de hierboven opgenomen bewijsmiddelen komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, het subsidiair ten laste gelegde feit. Daarbij merkt de rechtbank op dat naar haar oordeel het doorsnijden van de (duim)pees en van een zenuwen in de arm, als zwaar lichamelijk letsel is te kwalificeren. De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij van het onderdeel “slagaderlijke bloeding” omdat dit niet uit de medische verklaring blijkt.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 22 juli 2017 te Doetinchem, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een slagaderlijke bloeding en/of doorgesneden (duim)pees en/of doorgesneden zenuwen, heeft toegebracht door met een mes in de arm(en) van die [slachtoffer] te steken/snijden.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

zware mishandeling.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van verdachte

In het rapport van psychiatrisch onderzoek van 3 oktober 2017 is door psychiater [naam 1] beschreven dat verdachte een autismespectrumstoornis, een depressieve stoornis (matig tot ernstig met suïcidaliteit) en een aandachtsdeficiëntiestoornis heeft. Daarnaast is sprake van gebruik van cannabis. Verdachte is in het verleden ernstig gepest en is ondergemiddeld intelligent. Ten tijde van het tenlastegelegde was sprake van een acuut psychotisch toestandsbeeld met akoestische hallucinaties en waanachtige overtuigingen. Ernstig slaaptekort en het abrupt stoppen met het gebruik van cannabis hebben verdachte verder ontregeld. In de betreffende nacht heeft verdachte in een kort tijdsbestek een hoge dosering dexamfetamine gebruikt, terwijl zijn lichaam dat niet meer gewend was. Verdachte had geen mogelijkheden meer om zijn gedrag te remmen of bij te sturen. Zijn denken en handelen werden volledig bepaald door zijn psychotische belevingen. Het vermogen tot oordeel en kritiek en een adequate realiteitstoetsing ontbraken volledig. Daarom wordt geadviseerd het tenlastegelegde in het geheel niet aan verdachte toe te rekenen.

In het rapport van psychologisch onderzoek van 3 november 2017 is door GZ-psycholoog

[naam 2] geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een combinatie van ASS, ADD en een recidiverende depressieve stoornis. In de weken voorafgaand aan het tenlastegelegde ontwikkelde verdachte daarnaast een (kortdurende) psychotische stoornis. Ten tijde van het tenlastegelegde was er bij verdachte sprake van een psychotisch toestandsbeeld met waangedachten en auditieve hallucinaties. Met het oplopen van stress en interne druk, waar verdachte vanuit zijn beperkingen moeilijk mee kan omgaan, kwam het realiteitsbesef meer en meer onder druk te staan en ontstonden er oordeels- en kritiekstoornissen. Woede, achterdocht, ongeloof en machteloosheid namen steeds meer toe. Uiteindelijk lukte het verdachte niet meer om zijn angst en agressie onder controle te houden en dat leidde tot een agressieve impulsdoorbraak. Het denken en handelen van verdachte werd volledig ingegeven door zijn psychotisch toestandsbeeld. Hij kon zijn gedrag niet remmen of bijsturen. Geadviseerd wordt het tenlastegelegde niet aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank neemt deze adviezen over en maakt die tot de hare. Verdachte is, gegeven de volledige ontoerekeningsvatbaarheid, niet strafbaar en zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

7 Overwegingen ten aanzien van een maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat een artikel 37-maatregel passend is. Aan de voorwaarden voor oplegging van een tbs-maatregel wordt niet voldaan.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zijn onderbuurman met een mes gestoken, waardoor deze zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. [slachtoffer] heeft in een schriftelijke slachtofferverklaring beschreven welke gevolgen het incident voor hem heeft gehad.

De psychiater heeft plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht geadviseerd. Het risico op een nieuw acuut psychotisch toestandsbeeld wordt als matig tot hoog ingeschat. Het risico om in een nieuwe psychose gewelddadig gedrag te vertonen wordt als matig ingeschat. Als verdachte niet psychotisch is, is het risico op gewelddadig gedrag gering. De stoornissen van verdachte kunnen poliklinisch worden behandeld, maar vanwege de combinatie van stoornissen en de stress van het tenlastegelegde en de detentie, wordt klinische opname geadviseerd. Tijdens de opname moet aandacht zijn voor het optimaliseren van de medicatie (zowel antidepressiva als antipsychotica), het leren omgaan met negatieve gedachten en gevoelens, het voorkomen van suïcide, het verhogen van draagkracht en het vergroten van copingvaardigheden. Ook psycho-educatie over het gebruik van softdrugs wordt geadviseerd. Door de psychiater wordt geen hoog niveau van beveiliging noodzakelijk geacht.

Ook de psycholoog heeft plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis geadviseerd. Het risico op onvoorspelbaar, impulsief en agressief gedrag is in verhoogde mate aanwezig als verdachte opnieuw psychisch decompenseert, wat niet ondenkbaar is. Verdachte functioneert het best in een beschermde, veilige en gestructureerde omgeving. Het is zaak dat verdachte goed wordt en blijft ingesteld op medicatie en dat hij vervolgens in een beschermde woonvorm wordt geplaatst, waar hij voldoende veiligheid en structuur ervaart en krijgt aangeboden. Een TBS-maatregel is niet noodzakelijk omdat naar verwachting een jaar voldoende zal zijn om verdachte voldoende stabiel te krijgen.

De reclassering heeft in een rapport van 12 december 2017 vermeld het advies van de psychiater en de psycholoog te onderschrijven.

Naar het oordeel van de rechtbank wordt voldaan aan de wettelijke eisen voor plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis. Gelet op de adviezen van de deskundigen zal de rechtbank die maatregel aan verdachte opleggen. De rechtbank is van oordeel dat dit het meest passende kader voor verdachte is.

8 Het inbeslaggenomen mes

De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder verdachte inbeslaggenomen mes wordt onttrokken aan het verkeer.

De rechtbank beveelt dat het mes, dat in beslag is genomen en nog niet is teruggegeven en met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan, wordt onttrokken aan het verkeer, aangezien het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

9 De beoordeling van de civiele vordering

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Hij vordert een bedrag van € 2.336,95.


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering volledig toewijsbaar is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de vordering niet is betwist. De vordering zal daarom volledig worden toegewezen omdat zij de rechtbank ook overigens niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt. Het gevorderde bedrag van € 2.336,95 zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2017. De rechtbank zal ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen en daarbij bepalen dat, mocht verdachte niet betalen, één dag hechtenis zal kunnen worden toegepast.

10 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36f, 37 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

11 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging;

 gelast dat verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor een termijn van één (1) jaar;

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven mes;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[slachtoffer] van een bedrag van € 2.336,95 (drieëntwintig honderd zesendertig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 2.336,95 (drieëntwintig honderd zesendertig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 1 (één) dag hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Zuil (voorzitter), mr. M.F. Gielissen en

mr. C.J.M. van Apeldoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 maart 2018.

mr. Zuil is buiten staat dit

vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost Nederland, districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland opgemaakte proces-verbaal, nummer 201708011350.PSD, gesloten op 30 augustus (2017), en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 25-29.

3 Letselrapportage forensisch arts [naam 3] , 28 september 2017