Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1174

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-03-2018
Datum publicatie
16-03-2018
Zaaknummer
05/820058-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

6WVW en 7WVW: werkstraf en rijontzegging.

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft een 27-jarige man uit Groningen veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur en een rijontzegging van 1 jaar. De man had in september 2016, terwijl hij naar huis reed van het evenement Bigpop, in Noordeinde twee fietsers aangereden. Die raakten daarbij ernstig gewond. Nadat hij een ambulance had gebeld reed hij weg, naar zijn ouders in Kamperveen, de gewonde fietsers achterlatend zonder zijn identiteit kenbaar te maken. De dag erna reed hij in zijn beschadigde auto naar huis. De politie traceerde de man aan de hand van zijn telefoonnummer. De rechtbank neemt het de man bijzonder kwalijk dat hij de gewonde fietsers in hulpeloze toestand heeft achtergelaten en de volgende dag naar Groningen is gereden zonder de politie in te lichten. Daar komt bij dat verdachte al eens eerder was veroordeeld voor het verlaten van de plaats van een ongeval. De rechtbank ziet dan ook geen reden om af te wijken van de eis van de officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Jwr 2018/26
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820058-17

Datum uitspraak : 16 maart 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]

raadsman: mr. E. van der Meer, advocaat te Groningen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 maart 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 17 september 2016 te Noordeinde in de gemeente Oldebroek,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), komende uit de richting van het evenement "Big Pop" aan de kleine Wildweg en/of gaande in de richting Noordeinde, daarmede rijdende over de weg, de Kleine Woldweg, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (de Kleine Woldweg)en/of in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat

motorrijtuig (bedrijfsauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (de Kleine Woldweg) kon overzien en waarover deze vrij was en/of terwijl hij, verdachte twee voor hem uit over die weg (de Kleine Woldweg)rijdende fietsers had waargenomen, niet (voluit) heeft geremd en/of niet, althans in onvoldoende mate naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of naar links is uitgeweken, ten einde die voor hem rijdende fietsers in te halen of voorbij te rijden en/of te ontwijken en/of een botsing of aanrijding met die fietsers te voorkomen, doch tegen de achterste fiets en/of de bestuurder van die fiets is gebotst, althans is gereden en/of waarbij vervolgens de daarvoor (voor die achterste fietser) rijdende fietsster en/of

fiets is geraakt, ten gevolge waarvan die fietser en fietsster ten val zijn gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een anderen (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 17 september 2016 te Noordeinde in de gemeente Oldebroek, als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), komende uit de richting van het evenement "Big Pop" aan de kleine Wildweg en/of gaande in de richting Noordeinde, daarmede heeft gereden over de weg, de Kleine Woldweg en in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde

motorrijtuig (bedrijfsauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat motorrijtuig (bedrijfsauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (de Kleine Woldweg) kon overzien en waarover deze vrij was en/of terwijl hij, verdachte twee voor hem uit over die weg (de Kleine Woldweg)rijdende fietsers had waargenomen, niet (voluit) heeft geremd en/of niet, althans in onvoldoende mate naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of naar links is uitgeweken, ten einde die voor hem rijdende fietsers in te halen of voorbij te rijden en/of te ontwijken en/of een botsing of aanrijding met die fietsers te voorkomen, doch tegen de achterste fiets en/of de bestuurder van die fiets is gebotst, althans is gereden en/of waarbij vervolgens de daarvoor (voor die achterste fietser) rijdende fietsster en/of fiets is geraakt, ten gevolge waarvan die fietser en fietsster ten val zijn gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2.

dat hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto) betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden te Noordeinde in de gemeente Oldebroek in op/aan Kleine Woldweg, op of omstreeks 17 september 2016 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl daardoor, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een anderen (te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ), aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werden achtergelaten.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van feit 2 is er sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] , p. 47;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting.

Ten aanzien van feit 1:

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 17 september 2016 reed verdachte als bestuurder van een bedrijfsauto ( [automerk] ) over de Kleine Woldweg in Noordeinde, gemeente Oldebroek. Verdachte kwam uit de richting van het evenement “Bigpop” aan diezelfde weg, en reed in de richting van Noordeinde. Op diezelfde weg, vóór verdachte, reden de fietsers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , in dezelfde richting. Op een gegeven moment is verdachte met zijn auto tegen de achterste fietsster gebotst, waarbij de daarvoor rijdende fietser door die achterste fiets is geraakt.2 Hierdoor kwamen beide fietsers ten val. Als gevolg van die val liepen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] letsel op. [slachtoffer 1] had een hersenschudding met enig bloed in het brein, een gebroken rib, een hoofdwond en meerdere schaafwonden en kneuzingen.3 Een half jaar later had zij nog steeds kneuzingen in de hersenen.4 [slachtoffer 2] had een gebroken duim, meerdere schaafwonden in het gezicht en aan de knie, een wond aan de kuit en kneuzingen aan schouder en knie. Aan de breuk in zijn duim is [slachtoffer 2] geopereerd.5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak voor het primair ten laste gelegde en voert daartoe aan dat niet is gebleken dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde feit refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW94. Daarvoor moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW94.

Verdachte heeft over de toedracht van het ongeval het volgende verklaard. Het was donker, maar hij had goed zicht. Hij zag twee fietsers voor hem rijden en die wilde hij inhalen. Toen hoorde hij een knal en bleek hij een van de fietsers te hebben geraakt.6

Uit de verkeersongevallenanalyse van de dienst forensische opsporing van de politie IJsselland blijkt dat de Kleine Woldweg een smalle weg is van slechts 3,1 meter breed.

Op een dergelijk smalle weg had verdachte, zeker met forse auto als een [automerk] , de fietsers, die hij immers al voor zich had gezien, voorzichtig moeten passeren en de nodige ruimte moeten geven door zoveel mogelijk links te houden. Dat verdachte de achterste fietser heeft geraakt, duidt erop dat hij onvoldoende voorzichtig is geweest bij het inhalen van de fietsers. De rechtbank kwalificeert dat als een aanmerkelijke verkeersfout.

Het letsel dat slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben opgelopen is gelet op de aard ervan als zwaar lichamelijk letsel aan te merken.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank het primair ten laste gelegde bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 17 september 2016 te Noordeinde in de gemeente Oldebroek,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), komende uit de richting van het evenement "Bigpop" aan de Kleine Woldweg en/of gaande in de richting Noordeinde, daarmede rijdende over de weg, de Kleine Woldweg, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (de Kleine Woldweg)en/of in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (bedrijfsauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat

motorrijtuig (bedrijfsauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (de Kleine Woldweg) kon overzien en waarover deze vrij was en/of terwijl hij, verdachte twee voor hem uit over die weg (de Kleine Woldweg) rijdende fietsers had waargenomen, niet (voluit) heeft geremd en/of niet, althans in onvoldoende mate naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of naar links is uitgeweken, teneinde die voor hem rijdende fietsers in te halen of voorbij te rijden en/of te ontwijken en/of een botsing of aanrijding met die fietsers te voorkomen, doch tegen de achterste fiets en/of de bestuurder van die fiets is gebotst, althans is gereden en/of waarbij vervolgens de daarvoor (voor die achterste fietster) rijdende fietsster en/of

fiets is geraakt, ten gevolge waarvan die fietser en fietsster ten val zijn gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een anderen (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

2.

dat hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto) betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden te Noordeinde in de gemeente Oldebroek in op/aan Kleine Woldweg, op of omstreeks 17 september 2016 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl daardoor, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een anderen (te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ), aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werden achtergelaten.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 2:

Overtreding van artikel 7 van de Wegenverkeerswet 1994

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 180 uren werkstraf subsidiair 90 dagen hechtenis, en voorts tot oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een beduidend lagere werkstraf op te leggen, van 40 of 50 uur, en een voorwaardelijke rijontzegging.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 23 januari 2018.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft een aanmerkelijke verkeersfout begaan waardoor twee personen zwaar letsel hebben opgelopen. Nadat hij de hulpdiensten heeft gebeld, is hij in zijn auto gestapt en weggereden, de slachtoffers in hulpeloze toestand achterlatend. Verdachte wist niet hoe ernstig de slachtoffers er aan toe waren. Er was verder niemand in de buurt. Het ongeval had plaatsgevonden op een donkere landweg en het was de vraag hoe snel de hulpdiensten ter plaatse zouden zijn en of die de slachtoffers snel zouden vinden. Desondanks is verdachte naar zijn ouders gereden, is daar gaan slapen en is de volgende dag naar zijn woning in Groningen gereden zonder alsnog zijn verantwoordelijkheid te nemen en contact op te nemen met de politie of zelfs ook maar iemand deelgenoot te maken van het gebeurde. De rechtbank neemt dit verdachte bijzonder kwalijk,. Daar komt nog bij dat verdachte al eens is veroordeeld voor het verlaten van de plaats van een ongeval en al eens een strafbeschikking heeft betaald voor rijden onder invloed. Hij was zich dan ook bewust van wat van hem mocht worden verwacht.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank geen enkele reden om af te wijken van de eis van de officier van justitie. Een geheel voorwaardelijke rijontzegging en een lagere werkstraf zijn, gelet op de ernst van de feiten, niet aan de orde.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 7, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een werkstraf gedurende 180 (eenhonderdentachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

 ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Hamaker, (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en Y.H.M. Marijs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 maart 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016459912-1 gesloten op 3 april 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal verkeersongevalanalyse p. 44; verklaring verdachte ter terechtzitting.

3 Geneeskundige verklaring, p. 62.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 63.

5 Geneeskundige verklaring, p. 61.

6 Verklaring verdachte ter terechtzitting; proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 57-58