Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1173

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-03-2018
Datum publicatie
16-03-2018
Zaaknummer
05/820141-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overtreding 6WVW, tijdsverloop, werkstraf en voorwaardelijke rijontzegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820141-16

Datum uitspraak : 16 maart 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 2 maart 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Primair

zij op of omstreeks 23 juli 2016 te Beek in de gemeente Berg en Dal, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Lancia), gaande in de richting Nijmegen, daarmee rijdende op de uit twee rijstroken, bestaande weg, de Nieuwe Rijksweg (N325), zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl het uitzicht voor haar, verdachte op geen enkele wijze werd gehinderd of belemmerd, gedurende enige tijd naar links heeft gekeken, althans niet op het direct voor haar, verdachte weggedeelte van die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325) heeft gekeken en/of is blijven kijken en/of toen een voor haar, verdachte uit rijdend ander motorrijtuig (personenauto, merk Renault) snelheid minderde en/of tot stilstand kwam, in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement niet de

snelheid van dat door haar, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto, merk Lancia) op zodanige wijze heeft geregeld, dat zij, verdachte in staat was om dat motorrijtuig (personenauto, merk Lancia) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij, verdachte die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325) kon overzien en waarover deze vrij was en/of naar links is uitgeweken en/of tegen dat voor haar, verdachte langzamer rijdende of stilstaande andere motorrijtuig (personenauto, merk Renault) is gebotst en/of aanreden en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325) is terechtgekomen en/of in strijd met het gestelde in artikel 76 lid 1 van voormeld reglement, zich

aan de linkerzijde van een ter plaatse op het wegdek tussen de rijstroken van die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325)aangebrachte dubbele doorgetrokken streep, inhoudende: "Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaan-verharding bevindt, mag niet worden overschreden en/of bestuurders mogen zich niet links van en doorgetrokken streep bevinden, indien die streep is aangebracht tussen rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen" , heeft bevonden en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een haar, verdachte over die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de

Nieuwe Rijksweg, N325) rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto, merk Peugeot), en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar, verdachtes schuld te

wijten verkeersongeval/len heeft/hebben plaatsgevonden, waardoor een ander/en (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

zij op of omstreeks 23 juli 2016 te Beek in de gemeente Berg en Dal, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Lancia), gaande in de richting Nijmegen, daarmee heeft gereden op de uit twee rijstroken, bestaande weg, de Nieuwe Rijksweg N325 en gedurende enige tijd naar links heeft gekeken, althans niet op het direct voor haar, verdachte weggedeelte van die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325) heeft gekeken en/of is blijven kijken en/of toen een voor haar, verdachte uit rijdend ander motorrijtuig (personenauto, merk Renault) snelheid minderde en/of tot stilstand kwam, in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door haar, verdachte bestuurde

motorrijtuig (personenauto, merk Lancia) op zodanige wijze heeft geregeld, dat zij, verdachte in staat was om dat motorrijtuig (personenauto, merk Lancia) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij, verdachte die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325) kon overzien en waarover deze vrij was en/of naar links is uitgeweken en/of tegen dat voor haar, verdachte langzamer

rijdende of stilstaande andere motorrijtuig (personenauto, merk Renault) is gebotst en/of aanreden en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde

rijstrook van die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325) is terechtgekomen en/of in strijd met het gestelde in artikel 76 lid 1 van voormeld reglement , zich aan de linkerzijde van een ter plaatse op het wegdek tussen de rijstroken van die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325) aangebrachte dubbele doorgetrokken streep, inhoudende: "Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaan-verharding bevindt, mag niet worden overschreden en/of bestuurders

mogen zich niet links van en doorgetrokken streep bevinden, indien die streep is aangebracht tussen rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen" , heeft bevonden en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een haar, verdachte over die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325) rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto, merk Peugeot), door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 23 juli 2016 reed verdachte als bestuurder van een personenauto van het merk Lancia op de Nieuwe Rijksweg N325 in Beek, gemeente Berg en Dal. Deze weg bestaat uit twee rijstroken. Verdachte reed in de richting Nijmegen. Op een gegeven moment is verdachtes auto tegen de linkerkant van een voor haar vaart minderende en daarna stilstaande personenauto van het merk Renault gebotst. Door die botsing kwam verdachtes auto over de doorgetrokken strepen, op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer terecht, waar zij botste tegen een tegemoetkomende personenauto van het merk Peugeot.2

Als gevolg van die botsing hebben de inzittenden van die Peugeot, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , letsel opgelopen. [slachtoffer 1] had een hoofdwond, wonden aan elleboog en knie en een gebroken pols. De duur van de genezing werd door de arts geschat op meer dan zes weken.3 [slachtoffer 2] had een gebroken borstbeen en meerdere gebroken ribben.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde, met dien verstande dat verdachte een grove verkeersfout heeft begaan.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW94. Daarvoor moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW94.

Verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard over de oorzaak van het ongeval.

Het zicht was die dag goed. Het was Vierdaagse in Nijmegen dus was het druk op de weg. Zij zag, links van haar, aan de overzijde van de weg, een ambulance en politieauto staan bij de plek van een ongeval dat eerder op dezelfde weg was gebeurd. Zij had in het voorbijrijden al naar de gevolgen van dat ongeval gekeken. Omdat zij nieuwsgierig was, keek zij nog een keer. Toen ze weer voor zich keek stond de Renault voor haar stil. Omdat zij haar auto niet meer op tijd tot stilstand kon brengen, stuurde zij weg, waarna zij de Renault raakte en “ging vliegen”. Vervolgens botste zij op een tegenligger. 5

Aan verkeersdeelnemers worden hoge eisen gesteld. Van hen wordt verwacht dat zij zich bewust zijn en blijven van hun omgeving, de verkeersomstandigheden en de overige verkeersdeelnemers. Ondanks dat verdachte wist dat er auto’s voor haar reden, heeft zij tot twee keer toe al rijdend naar opzij gekeken in plaats van haar blik op de weg voor haar te houden, terwijl het druk was op de weg. Toen zij weer voor zich keek was het te laat. De rechtbank kwalificeert dat handelen als aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam.

Het letsel dat slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben opgelopen is gelet op de aard ervan als zwaar lichamelijk letsel aan te merken.

De rechtbank acht dan ook het primair ten laste gelegde feit bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij op of omstreeks 23 juli 2016 te Beek in de gemeente Berg en Dal, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Lancia), gaande in de richting Nijmegen, daarmee rijdende op de uit twee rijstroken, bestaande weg, de Nieuwe Rijksweg (N325), zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl het uitzicht voor haar, verdachte op geen enkele wijze werd gehinderd of belemmerd, gedurende enige tijd naar links heeft gekeken, althans niet op het direct voor haar, verdachte weggedeelte van die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325) heeft gekeken en/of is blijven kijken en/of toen een voor haar, verdachte uit rijdend ander motorrijtuig (personenauto, merk Renault) snelheid minderde en/of tot stilstand kwam, in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement niet de

snelheid van dat door haar, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto, merk Lancia) op zodanige wijze heeft geregeld, dat zij, verdachte in staat was om dat motorrijtuig (personenauto, merk Lancia) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover zij, verdachte die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325) kon overzien en waarover deze vrij was en/of naar links is uitgeweken en/of tegen dat voor haar, verdachte langzamer rijdende of stilstaande andere motorrijtuig (personenauto, merk Renault) is gebotst en/of aangereden en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325) is terechtgekomen en/of in strijd met het gestelde in artikel 76 lid 1 van voormeld reglement, zich aan de linkerzijde van een ter plaatse op het wegdek tussen de rijstroken van die weg (de Nieuwe Rijksweg, N325) aangebrachte dubbele doorgetrokken streep, inhoudende: "Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaan-verharding bevindt, mag niet worden overschreden en/of bestuurders mogen zich niet links van en doorgetrokken streep bevinden, indien die streep is aangebracht tussen rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen" , heeft bevonden en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een haar, verdachte over die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de

Nieuwe Rijksweg, N325) rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto, merk Peugeot), en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar, verdachtes schuld te

wijten verkeersongeval/len heeft/hebben plaatsgevonden, waardoor een ander/en (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert – nu er twee slachtoffers zijn – de volgende kwalificatie op:

primair:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 140 uren werkstraf subsidiair 70 dagen hechtenis, waarvan 70 uren subsidiair 35 dagen voorwaardelijk en voorts tot oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 8 januari 2018.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft een aanmerkelijke verkeersfout begaan waardoor twee personen zwaar letsel hebben opgelopen. De slachtoffers hebben langere tijd last gehad van hun verwondingen. De rechtbank acht voor dat feit een werkstraf en een rijontzegging op zijn plaats. De rechtbank houdt er voor wat betreft de hoogte van de straf rekening mee dat verdachte geen justitiële documentatie (strafblad) heeft en bij het ongeval zelf zwaargewond is geraakt. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de ouderdom van de zaak, die om onduidelijke redenen pas ruim anderhalf jaar na het ongeval op een zitting is aangebracht. Om die redenen zal de rechtbank een lagere werkstraf opleggen dan door de officier van justitie is geëist. Daarnaast zal zij een gedeelte van die werkstraf en de gehele rijontzegging voorwaardelijk opleggen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een werkstraf gedurende 100 (eenhonderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;

 bepaalt, dat een gedeelte van de werkstraf groot 50 (vijftig) uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden

 bepaalt, dat deze bijkomende straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs, (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. J.M. Hamaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 maart 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016364708-1, gesloten op 1 december 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaring verdachte ter terechtzitting; proces-verbaal verkeersongevallenanalyse p. 35.

3 Geneeskundige verklaring, p. 45.

4 Geneeskundige verklaring, p. 48.

5 Verklaring verdachte ter terechtzitting.