Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1151

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-02-2018
Datum publicatie
15-03-2018
Zaaknummer
C/05/332125/KG ZA 18-29
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Partijen zijn getrouwd geweest. Ze hebben samen twee kinderen en nog samen een huis. De vrouw wil het huis graag laten taxeren. De man woont er nog. Hij heeft geen bezwaar tegen taxatie, maar wil ook niet concreet afspreken wanneer de vrouw met de taxateur kan komen. De rechter veroordeelt hem daarom de vrouw en de taxateur toe te laten, met een dwangsom. Ook moet de man de proceskosten voor deze vordering betalen. Daarnaast wil de vrouw minder kinderalimentatie betalen omdat de dochter nu meer dagen per week bij de vrouw is dan toen de alimentatie werd bepaald. De rechter bepaalt dat de man niet de hogere kinderalimentatie mag innen totdat in hoger beroep over dit punt is beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team familierecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/332125 / KG ZA 18-29

Vonnis in kort geding van 16 februari 2018

in de zaak van

[naam eiseres in conventie/verweerster in reconventie] ,

wonende te Ede,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M. Wolkenfelt te Arnhem,

tegen

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie] ,

wonende te Ede,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. A.T. Bakker te Driebergen-Rijsenburg.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de producties 3 en 4 zijdens de vrouw

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van de vrouw

  • -

    de pleitnota van de man.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn getrouwd geweest op huwelijkse voorwaarden. Partijen hebben twee kinderen, namelijk [naam 1] ([leeftijd 1]) en [naam 2] ([leeftijd 2]).

2.2.

Bij beschikking van 2 mei 2017 (zaaknummer 301699/16-265) heeft de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem de echtscheiding uitgesproken. De rechtbank heeft beslist dat de vrouw voor [naam 2] € 220 per maand kinderalimentatie moet betalen aan de man en voor [naam 1] € 578 per maand. De vrouw moet verder aan de man partneralimentatie betalen, namelijk € 372 per maand.

2.3.

Partijen zijn samen eigenaar van de woning aan [adres 1]. De rechtbank heeft beslist dat de man daar voorlopig mag blijven wonen. De vrouw betaalt de lasten van de woning.

2.4.

Beide partijen zijn in hoger beroep gegaan tegen de beschikking van de rechtbank van 2 mei 2017.

3 Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.

De vrouw heeft een vordering ingesteld. Zij vraagt, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. de man te veroordelen toe te staan dat de vrouw op een nader door haar te bepalen, maar een week van tevoren aan te kondigen, dag en tijd met een deskundige de actuele staat en waardering van de woning kan doen opnemen c.q. vaststellen en dat de man hiertoe onder meer toegang tot de woning verschaft en de overige nodige medewerking ten behoeve van de opneming verleent, op straffe van een dwangsom van € 5.000 voor iedere dag dat hij daaraan niet meewerkt, met een maximum van € 150.000;

  2. de man te gebieden onmiddellijk alle executiemaatregelen te staken en voorts te verbieden de beschikking van 2 mei 2016 te executeren ter zake de alimentatie voor [naam 1] voor zover deze het bedrag van € 220 per maand te boven gaat en zolang het hof geen uitspraak heeft gedaan;

  3. de man te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

De man voert verweer. Hij zegt dat de vorderingen van de vrouw moeten worden afgewezen. De man heeft een voorwaardelijke tegenvordering ingesteld. Hij vraagt de vrouw te veroordelen tot het voldoen van een bedrag van € 2.241 per maand aan de man als bijdrage in de kosten van zijn levensonderhoud, met ingang van de datum van dit vonnis, althans een bedrag van € 372 per maand, met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.

3.3.

De vrouw heeft verweer gevoerd tegen de door de man ingestelde tegenvordering.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

De taxatie van de woning

4.1.

Allereerst is de vraag of de vrouw een spoedeisend belang heeft bij deze vordering. De man vindt van niet, maar de rechter is het daarmee niet eens. De vrouw is mede-eigenaar van de woning en moet deze dus kunnen laten taxeren als zij dat wil. Dat lukt al een hele tijd niet omdat de man niet meewerkt. Daarmee is het spoedeisend belang bij een vordering daarover gegeven. Bovendien is er op 19 april 2018 een zitting bij het hof en de vrouw wil dan weten wat de woning waard is en of zij deze kan overnemen. Ook daarom heeft zij een spoedeisend belang bij een taxatie op korte termijn en dus bij een vordering daartoe.

4.2.

De man heeft geen ‘overwegende’ bezwaren tegen een taxatie, heeft hij geschreven. Tijdens de zitting is door zijn advocaat gezegd dat hij er helemaal geen bezwaar tegen heeft. Toch wordt niet toegezegd, ook niet op vragen van de rechter, dat de vrouw op een concrete datum en tijd met een makelaar (of andere deskundige) in de woning kan komen om te taxeren. Namens de man wordt steeds opgemerkt dat een taxatie niet nodig is of pas aan de orde is als partijen nadere afspraken over de woning hebben gemaakt. De rechter begrijpt niet waarom de man niet meewerkt aan een taxatie door de vrouw. De vrouw heeft er als mede-eigenaar van de woning recht op en ook belang bij, zoals hiervoor al gezegd, en de man heeft geen goede redenen gegeven om niet mee te werken.

4.3.

De rechter zal de vordering van de vrouw dus toewijzen. Ook zal er een dwangsom worden opgelegd, zodat de man weet dat hij echt moet meewerken. Omdat niet begrijpelijk is waarom hij dat tot nu toe niet heeft gedaan, heeft de vrouw genoeg belang bij het opleggen van een dwangsom. Wel zal de rechter deze lager vaststellen dan de vrouw heeft gevraagd.

in conventie en in reconventie

De alimentatie

4.4.

De vrouw heeft gezegd dat de man voor [naam 1] € 578 kinderalimentatie per maand wil blijven ontvangen terwijl inmiddels voor [naam 1] ook een co-ouderschapsregeling geldt, net als voor [naam 2]. De vrouw zegt dat de rechtbank heeft beslist dat bij een co-ouderschapsregeling de vrouw € 220 per maand moet betalen. De vrouw doet dat daarom ook voor [naam 1]. De man heeft daarom beslag gelegd op het loon van de vrouw. Zij wil dat dit stopt.

4.5.

Ook hier is de vraag of er een spoedeisend belang is bij de vordering. De rechter vindt van wel, omdat de vrouw heeft gesteld dat zij de maandelijkse alimentatie niet hoeft te betalen en niet kan betalen en de man dit toch via loonbeslag afdwingt.

4.6.

De rechter stelt bij de verdere beoordeling voorop dat het hier gaat om een executiegeschil. In een executiegeschil kan de rechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

4.7.

De vrouw heeft gesteld dat de feiten zijn veranderd na de beslissing van de rechtbank van 2 mei 2017. Toen de rechtbank besliste, was [naam 1] nog één keer in de veertien dagen bij de vrouw, maar dat werd na de uitspraak de helft van de tijd. De man heeft dat niet betwist, dus de rechter gaat daarvan uit. Er is dus een nieuw feit van na de uitspraak van de rechtbank.

4.8.

Vervolgens is de vraag of dit bij de vrouw een noodtoestand tot gevolg heeft. De vrouw zegt dat zij iedere maand geld tekort komt. Dat lijkt niet snel aan de orde omdat de vrouw een goed inkomen heeft. De rechtbank heeft dat vastgesteld op € 146.975 per jaar. De man zegt dat het nog hoger is geworden, maar dat blijkt nergens uit. De rechter neemt in deze procedure dus aan dat de vrouw het genoemde inkomen krijgt. De rechtbank heeft destijds gerekend met dit inkomen en uit de berekening blijkt dat als de vrouw per maand € 220 en € 578 aan kinderalimentatie betaalt en € 372 aan partneralimentatie, haar draagkracht helemaal wordt gebruikt. Dat komt met name omdat de vrouw de hoge lasten voor de voormalige echtelijke woning betaalt en daarnaast een eigen woning huurt.

4.9.

Nu is [naam 1] meer bij de vrouw dan ten tijde van de beschikking van 2 mei 2017. De vrouw heeft daardoor dus meer kosten die zij zelf moet betalen en die niet door de man hoeven te worden betaald. Die komen nu bovenop hetgeen ze aan de man moet betalen. Dat is dus meer dan haar draagkracht en levert een noodsituatie op in die zin dat de vrouw geld tekort komt. Zoals de rechter de zaak nu ziet, betekent dit dat het bedrag dat de vrouw voor [naam 1] moet betalen omlaag moet. Het moet voorlopig hetzelfde bedrag als voor [naam 2] worden, namelijk € 220 per maand, omdat voor de kinderen nu dezelfde zorgregeling geldt. De rechter zal daarom besluiten dat de man niet meer mag innen bij de vrouw dan dit bedrag. Dat kan in deze procedure als voorlopige maatregel worden bepaald. De man heeft gezegd dat het daarvoor te ingewikkeld is en in een alimentatieprocedure alles opnieuw moet worden berekend, maar daar is de rechter het niet mee eens.

4.10.

De man heeft gezegd dat als dit wordt besloten, hij recht heeft op meer partneralimentatie. Dat vindt de rechter niet voldoende duidelijk onderbouwd. Voor de kinderen worden immers nog steeds dezelfde kosten gemaakt, alleen worden die nu voor een groter deel door de vrouw feitelijk betaald als de kinderen bij haar zijn. Dan hoeft ze dus minder aan de man te betalen, maar dat betekent niet automatisch dat de vrouw dan meer draagkracht heeft voor partneralimentatie. De vrouw is namelijk nog steeds evenveel geld kwijt voor de kinderen, zo concludeert de rechter in deze procedure. Daardoor is er geen geld over voor het betalen van meer partneralimentatie. Dat blijkt uit de berekening van de rechtbank. Bij vastlegging in een uitspraak van een rechter van het bedrag van € 372 heeft de man geen belang, omdat het al in de beschikking van 2 mei 2017 is vastgelegd. De vordering van de man wordt dus afgewezen.

Proceskosten

4.11.

Normaal gesproken wordt in familiezaken besloten dat partijen hun eigen proceskosten moeten betalen. De rechtbank zal daarop voor de kosten van de conventionele vordering een uitzondering maken omdat de man al eerder had moeten meewerken aan de taxatie door de vrouw en niet duidelijk is waarom hij dat niet heeft gedaan. De vrouw heeft nu kosten moeten maken om de man daartoe te laten veroordelen terwijl dit niet nodig was geweest. In reconventie zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

5.1.

veroordeelt de man toe te staan dat de vrouw op een nader door haar te bepalen, maar een week van tevoren aan te kondigen, dag en tijd met een deskundige de actuele staat en waardering van de woning aan de [adres 1] kan doen opnemen c.q. vaststellen en bepaalt dat de man hiertoe onder meer toegang tot de woning, grond en opstallen moet verschaffen en de overige nodige medewerking ten behoeve van de opneming moet verlenen, op straffe van een dwangsom van € 1.000 voor iedere dag dat hij daaraan niet meewerkt, met een maximum van € 50.000,

5.2.

gebiedt de man onmiddellijk alle executiemaatregelen te staken en verbiedt de man de beschikking van 2 mei 2017 van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem (zaaknummer 301699/16-265) te executeren ter zake de alimentatie voor [naam 1] voor zover deze het bedrag van € 220 per maand te boven gaat en zolang het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geen uitspraak heeft gedaan,

5.3.

veroordeelt de man in de proceskosten, aan de zijde van de vrouw begroot op € 98,01 aan dagvaardingskosten, € 291 aan griffierecht en € 816 aan salaris advocaat,

5.4.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.6.

wijst de vordering af,

5.7.

compenseert de proceskosten zo dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2018.