Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2018:1099

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-03-2018
Datum publicatie
13-03-2018
Zaaknummer
05/840848-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 19-jarige jongen is – onder toepassing van het jeugdstrafrecht – veroordeeld tot een werkstraf van 30 uren en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 1 maand wegens bedreiging van drie personen (waaronder zijn moeder), vernieling van 2 auto’s en het verlaten van de plaats van een ongeval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/840848-17

Datum uitspraak : 13 maart 2018

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .

raadsman: mr. S. Striekwold, advocaat te Lent.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 februari 2018.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 3 juli 2017 te Tolkamer, gemeente Rijnwaarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door het inrijden met een (personen)auto (type [type 1] ) op die (personen)auto van [slachtoffer 1] met een hoge snelheid en/of verhoogde snelheid en/of zonder snelheid te

verminderen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 3 juli 2017 te Tolkamer, gemeente Rijnwaarden, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door het inrijden met een (personen)auto (type [type 1] ) op de personen(auto) van [slachtoffer 1] met een hoge snelheid en/of verhoogde snelheid en/of zonder snelheid te verminderen;

2.

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 3 juli 2017 te Tolkamer, gemeente Rijnwaarden, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door (telkens) meermalen (dreigend) met een schep richting haar te zwaaien en/of slaande bewegingen te maken en/of te schreeuwen: 'ik ga je vermoorden, ik schiet je kapot', die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] , althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij, op één of meer tijdstippen op of omstreeks 3 juli 2017 te Tolkamer, gemeente Rijnwaarden, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk

-een (personen)auto (type [type 2] , gekentekend [kenteken 1] ) en/of

-een (personen)auto (type [type 3] , gekentekend [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt;

4.

hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een (personen)auto (type [type 1] ), had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Tolkamer op de [adres 2] , op of omstreeks 3 juli 2017 de voornoemde plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander, te weten [slachtoffer 1] letsel en/of schade was toegebracht.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit, aan de onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten en aan het onder 3 ten laste gelegde feit voor zover betrekking hebbend op de [type 2] (kenteken [kenteken 1] ). De officier van justitie heeft tot vrijspraak geconcludeerd ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde feit alsmede het onder 3 ten laste gelegde feit voor zover betrekking hebbend op de [type 3] (kenteken [kenteken 2] ). De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onduidelijk is of verdachte opzet had op vernieling van de [type 3] en dat het eveneens onduidelijk is hoe één en ander precies is gegaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde feit alsmede van het onder 3 ten laste gelegde feit voor zover betrekking hebbend op de [type 3] (kenteken [kenteken 2] ).

Beoordeling door de rechtbank

Op 3 juli 2017 waren [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] als schilders werkzaam op de [adres 3] te Tolkamer. De jongen die daar woonde (verdachte) gedroeg zich vreemd. Er zou volgens hem iets niet kloppen. Hij sloeg met de deuren en was aan het schreeuwen. Toen de schilders klaar waren met hun werkzaamheden en in de tuin zaten, hoorden ze aan de voorkant van het huis harde klappen. Ze zagen deuken in de motorkap van de auto van [slachtoffer 3] .2 Op dat moment kwam de bewoonster, de moeder van verdachte, terug en kwam verdachte ook aanrijden in de auto. Hij stapte uit, hield een schep boven zijn hoofd, zwaaide daarmee en riep: “ik ga je vermoorden” en “ik sla jullie kapot”. De schilders en de moeder hadden het idee dat verdachte zijn bedreiging daadwerkelijk zou gaan uitvoeren en zijn daarop weggerend, eerst de tuin in en vervolgens de dijk op.3 Verdachte is achter hen aan gerend, maar is niet door de heg gegaan. Hij is teruggelopen en heeft daarbij met de schep op de motorkap van de [type 2] geslagen.4 Door buurtbewoners is gezien dat verdachte meermalen met een schep op de motorkap van de [type 2] heeft geslagen, zowel voorafgaand aan het incident als daarna.5

De schilders zijn vervolgens weggegaan. Toen zij de straat uitreden, kwam verdachte aangereden in zijn auto. Hij parkeerde auto dwars op straat, voor de auto van [slachtoffer 1] (een [type 3] met kenteken [kenteken 2] ). Hij sprong uit de auto, had wederom een schep in zijn handen en liep op hen af.6 [slachtoffer 1] is daarop weggereden. Hij zag dat verdachte in zijn auto stapte en achter hem aan reed. Verdachte reed hard en probeerde hem zowel links als rechts in te halen. Bij de rotonde moest [slachtoffer 1] afremmen. Verdachte kwam hem aan de linkerkant voorbij rijden en moest uitwijken, waarbij hij de achterkant van de auto van [slachtoffer 1] raakte. Verdachte is vervolgens doorgereden.7 Door verbalisant [verbalisant 1] is schade aan de auto van [slachtoffer 1] geconstateerd.8

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij drugs had gebruikt. Hij hoorde allemaal rare geluiden en had rare gedachten. Verdachte heeft een schep gepakt en heeft daarmee op de motorkap van de [type 2] geslagen. Ook heeft hij de schilders bedreigd met de schep. Met zijn auto is hij op de achterkant van de auto van één van de schilders geklapt, omdat de schilder remde.9 Daarna is verdachte doorgereden.10

De rechtbank zal in de chronologische volgorde per tenlastegelegd feit beoordelen of er sprake is van voldoende bewijs.

Ten aanzien van feit 3, voor zover betrekking hebbend op de [type 2] , en feit 2

Uit de voornoemde bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte met een schep meerdere keren op de motorkap van de [type 2] heeft geslagen. Daarna is hij weggereden. Vervolgens is hij teruggereden naar de woning, waar zijn moeder inmiddels gearriveerd was. Daar aangekomen is hij uitgestapt, heeft hij een schep boven zijn hoofd gehouden, daarmee zwaaiende bewegingen gemaakt en geroepen: “ik ga je vermoorden” en “ik sla jullie kapot”. Verdachte is achter zijn moeder en de schilders aangerend. Vervolgens is hij teruggelopen, heeft hij nog een paar keer met de schep op de motorkap van de auto geslagen en is hij weggegaan. Gelet op vorengaande acht de rechtbank de vernieling van de [type 2] wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van feit 1

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. De rechtbank zal verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

Subsidiair wordt de verdachte het bedreigen van [slachtoffer 1] verweten door met zijn auto op hem in te rijden. De rechtbank dient te beoordelen of de bedreiging is gedaan onder zodanige omstandigheden dat bij [slachtoffer 1] de redelijke vrees kon ontstaan dat hij door het handelen van verdachte dodelijk of zwaar gewond zou kunnen raken. Verdachte is in zijn auto achter [slachtoffer 1] aangereden. Hoewel de snelheid van verdachte niet is vastgesteld, blijkt uit de verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte hard reed en dat hij probeerde [slachtoffer 1] in te halen, waardoor uiteindelijk een aanrijding is ontstaan. Gelet op de gevolgen die verkeersongevallen naar algemene ervaringsregels kunnen hebben, was de vrees bij [slachtoffer 1] reëel dat hij een door de verdachte veroorzaakte aanrijding met de dood of zwaar lichamelijk letsel zou moeten bekopen. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van feit 3 voor zover betrekking hebbend op de [type 3]

Door de aanrijding, zoals hiervoor is besproken onder feit 1, is de auto van [slachtoffer 1] beschadigd geraakt. Verdachte heeft verklaard dat hij achterop de auto is gebotst, omdat de auto afremde. Wat betreft de opzet van verdachte op de vernieling, overweegt de rechtbank als volgt. Verdachte is achter [slachtoffer 1] aangereden, terwijl hij onder invloed was van drugs. Hij reed hard en probeerde hem in te halen. Toen ze de rotonde naderden, heeft [slachtoffer 1] afgeremd. Dat een rotonde naderde, waardoor [slachtoffer 1] af moest remmen, had verdachte kunnen zien aankomen. Toch heeft verdachte op dat moment geprobeerd [slachtoffer 1] in te halen. Hij moest uitwijken, waardoor de botsing met en daardoor de schade aan de auto van [slachtoffer 1] is ontstaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door zijn handelen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit gevolg zou intreden. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de auto van [slachtoffer 1] heeft beschadigd.

Ten aanzien van feit 4

Gelet op de aangifte van [slachtoffer 1] en de verklaring van de verdachte, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat er op 3 juli 2017 een aanrijding tussen [slachtoffer 1] en verdachte heeft plaats gevonden op de [adres 2] te Tolkamer, waarbij verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat er schade was toegebracht en hij desondanks de plaats van het ongeval heeft verlaten.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 3 juli 2017 te Tolkamer, gemeente Rijnwaarden, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door het inrijden met een (personen)auto (type [type 1] ) op de personen(auto) van [slachtoffer 1] met een hoge snelheid en/of verhoogde snelheid en/of zonder snelheid te verminderen;

2.

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 3 juli 2017 te Tolkamer, gemeente Rijnwaarden, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling door (telkens) meermalen (dreigend) met een schep richting [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] te zwaaien en/of slaande bewegingen te maken en/of te schreeuwen: 'ik ga je vermoorden, ik schiet je kapot', althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij, op één of meer tijdstippen op of omstreeks 3 juli 2017 te Tolkamer, gemeente Rijnwaarden, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk

-een (personen)auto (type [type 2] , gekentekend [kenteken 1] ) en/of

-een (personen)auto (type [type 3] , gekentekend [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt;

4.

hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een (personen)auto (type [type 1] ), had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Tolkamer op de [adres 2] , op of omstreeks 3 juli 2017 de voornoemde plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander, te weten [slachtoffer 1] letsel en/of schade was toegebracht.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1, subsidiair, en feit 2, telkens:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling.

Ten aanzien van feit 3:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen/beschadigen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

Overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden berecht volgens het jeugdstrafrecht. De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf van 30 uren, te vervangen door 15 dagen jeugddetentie, en tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 1 maand, waaraan de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd door de jeugdreclassering, met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om verdachte te berechten volgens het jeugdstrafrecht en aan verdachte slechts een voorwaardelijke straf op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 22 januari 2018;

- een voorlichtingsrapportage van Iriszorg Reclassering, gedateerd 22 december 2017.

De avond voorafgaand aan het incident heeft verdachte speed gebruikt. Eenmaal thuis is hij gaan slapen en toen hij wakker werd hoorde hij rare geluiden en had hij rare gedachten. Hij heeft vervolgens zijn moeder en de schilders met een schep en verbaal bedreigd, heeft met die schep op de motorkap van de [type 2] geslagen, is achter één van de schilders aangereden, waardoor een botsing is ontstaan en is vervolgens weggereden. Er is schade aan beide auto’s. Voorts heeft het incident een grote impact gehad op de moeder van verdachte en op de schilders.

De rechtbank weegt verder mee dat verdachte een nagenoeg blanco strafblad heeft.

De reclassering heeft in het rapport van 22 december 2017 geadviseerd om het jeugdstrafrecht toe te passen. Verdachte neemt weliswaar niet actief deel aan het gezin, maar de ouders hebben een belangrijke (pedagogische) rol in zijn leven. Tevens is er bij hem sprake van de nodige beperkingen in de handelingsvaardigheden en is er sprake van een verstandelijke beperking. Wegens de jonge leeftijd van verdachte en zijn gebrekkige ontwikkeling is het van belang dat de pedagogische ontwikkeling centraal komt te staan. De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding om, met toepassing van artikel 77c Sr, het jeugdstrafrecht toe te passen, hoewel verdachte ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten de leeftijd van 18 jaar reeds had bereikt.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zich weinig meer kan herinneren van het incident. Hij is gestopt met de drugs en hij heeft verklaard veel spijt te hebben van wat er is gebeurd. De rechtbank overweegt dat iemand die strafbare feiten heeft gepleegd en daarvoor ook strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden kan worden, straf verdient. Die straf dient als vergelding voor het leed dat de slachtoffers is aangedaan, maar ook als signaal naar de verdachte en de maatschappij dat dit gedrag niet getolereerd wordt. Wel houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte in normale doen deze feiten niet gepleegd zou hebben. Vanuit die invalshoek bezien is dan ook het recidivegevaar door de reclassering geschat als laag tot gemiddeld. Wel acht de reclassering het van belang dat aan de onderliggende problematiek van verdachte wordt gewerkt. De reclassering adviseert dan ook een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen en daaraan de bijzondere voorwaarden te verbinden van begeleiding door de jeugdreclassering, ambulante behandeling en begeleiding, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en een drugsverbod.

Alles afwegende acht de rechtbank een straf, zoals geëist door de officier van justitie, passend en geboden.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 7 en 176 van de Wegenverkeerswet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot het verrichten van een werkstraf gedurende 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen jeugddetentie;

 beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

  • -

    veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van 1 (één) maand;

  • -

    bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

  3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht (gecertificeerde instelling William Schrikker Groep, afdeling Jeugdreclassering), bedoeld in artikel 77aa , eerste tot en met vierde lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

4. zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis telefonisch zal melden bij de Jeugdreclassering William Schrikker Groep (telefoonnummer 088 5260000) en zich zal houden aan de aanwijzingen en afspraken voor zover en zolang de Jeugdreclassering dit noodzakelijk acht. Tevens dient de veroordeelde medewerking te verlenen aan huisbezoeken en controles zolang de Jeugdreclassering dit nodig acht;

5. zal meewerken aan behandeling en/of begeleiding bij politiekliniek IrisZorg of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de Jeugdreclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, dit indien en zolang de Jeugdreclassering dit nodig acht, ook indien dit inhoudt een kortdurende klinische opname ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek voor de duur van maximaal zeven weken;

6. zal meewerken aan behandeling en/of begeleiding bij Kairos (FOR-FACT) of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de Jeugdreclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, dit indien en zolang de Jeugdreclassering dit nodig acht;

7. zal meewerken aan ambulante woonbegeleiding, indien hij blijvend in staat wordt geacht tot zelfstandig wonen, voor zover en zolang de William Schrikker Groep dit nodig acht;

8. indien de William Schrikker Groep dit nodig acht zal verblijven bij I-Care of een andere instelling voor beschermd/begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de Jeugdreclassering, voor zover en zolang als de Jeugdreclassering nodig acht en zich zal houden aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de Jeugdreclassering voor hem heeft opgesteld;

9. geen drugs zal gebruiken en zal meewerken aan controle op dit verbod.

Waarbij William Schrikker Groep (Jeugdreclassering) opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Gerritsen (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. T.N. Ritzer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Blankenspoor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 maart 2018.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017374159, gesloten op 11 augustus 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Processen-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 43 en [slachtoffer 3] , p. 49.

3 Processen-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 19 en [slachtoffer 1] , p. 43-44 en proces-verbaal van bevindingen, p. 21.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 30.

5 Processen-verbaal van verhoor getuigen [getuige 2] , p. 22 en [getuige 3] , p. 24.

6 Processen-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 55 en [slachtoffer 3] , p. 49.

7 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 55.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 46.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 37-38.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 41.