Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:972

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-01-2017
Datum publicatie
27-02-2017
Zaaknummer
C/05/300170 HA ZA 16-161
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hoe ver strekt aansprakelijkheid heler? Deugdelijkheid cessies ter incasso. Verband tussen aangetroffen auto-onderdelen en gestolen auto’s. Verwezen voor akte uitlating.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1038
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 25 januari 2017

in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: C/05/300170 / HA ZA 16-161 van

de stichting

STICHTING VERZEKERINGSBUREAU VOERTUIGCRIMINALITEIT,

gevestigd te Apeldoorn,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. P.H. Rappa te Hardenberg,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] ,

gevestigd te Nijmegen,

2. [gedaagde 2 / eiser in vrijwaring],

wonende te Kranenburg (Duitsland),

3. [gedaagde 3 / eiser in vrijwaring],

wonende te Kranenburg (Duitsland),

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. G. van der Wende te Capelle aan den IJssel,

en in de vrijwaring met zaaknummer / rolnummer C/05/306948 / HA ZA 16-412 van

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde 1 / eiser in vrijwaring],

gevestigd te Nijmegen,

2. [gedaagde 2 / eiser in vrijwaring],

wonende te Kranenburg (Duitsland),

3. [gedaagde 3 / eiser in vrijwaring],

wonende te Kranenburg (Duitsland),

eisers,

advocaat mr. G. van der Wende te Capelle aan den IJssel,

tegen

1 [gedaagde in vrijwaring 1] ,

wonende te Zetten, gemeente Overbetuwe,

gedaagde,

advocaat mr. J.L. Zegelink te Elst Gld,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CLASSIC CARS WEST BRABANT B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

niet verschenen.

Eiseres in de hoofdzaak wordt hierna VbV genoemd, gedaagden in de hoofdzaak, tevens eisers in de vrijwaring, worden gezamenlijk [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] genoemd en afzonderlijk de V.O.F., [gedaagde 2 / eiser in vrijwaring] . en [gedaagde 3 / eiser in vrijwaring] Gedaagden in de vrijwaring worden [gedaagde in vrijwaring 1] en Classic Cars genoemd.

1 De procedure in de hoofdzaak

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 7 september 2016,

  • -

    de akte overlegging producties tevens akte wijziging van eis in conventie,

tevens conclusie van antwoord in reconventie,

- het verkort proces-verbaal van comparitie van 18 oktober 2016.

1.2.

Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.

2 De procedure in de vrijwaringszaak

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 28 september 2016,

  • -

    het verkort proces-verbaal van comparitie van 18 oktober 2016.

2.2.

Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.

3 De feiten in de hoofdzaak en in de vrijwaring

3.1.

[gedaagde 2 / eiser in vrijwaring] . en [gedaagde 3 / eiser in vrijwaring] , vader en zoon, zijn vennoten van de V.O.F. Het bedrijf van de V.O.F. heeft vestigingen aan de [adres 1] en aan de [adres 2] en wordt in dit vonnis ‘autosloperij [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] ’ genoemd.

3.2.

Tussen donderdag 5 november 2015 22:15 uur en vrijdag 6 november 2015 8:45 uur werd in Rhenen een zwarte Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken1] gestolen. De eigenaar heeft aangifte van diefstal gedaan. Op het spoor gezet door het voertuigvolgsysteem (track & trace) waarmee deze auto was uitgerust, heeft de politie de auto op 6 november 2015 aangetroffen bij autosloperij [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] te Nijmegen. De auto stond op een hefbrug en was deels gesloopt en gestript.

3.3.

De politie heeft vervolgens in de bedrijfsruimte van [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] nader onderzoek gedaan. Daarbij is een motorkap aangetroffen waarop stickers hadden gezeten met de tekst ‘ [naam] . De politie heeft navraag gedaan bij die onderneming en vernomen dat de motorkap behoorde bij een gestolen Opel Vivaro met kenteken [kenteken 2] . De bedrijfsruimte is vervolgens verzegeld ten behoeve van nader onderzoek.

3.4.

Uit een proces-verbaal van bevindingen van 11 november 2015 wordt geciteerd:

(...)

1.2

Gehouden onderzoek

Ik, verbalisant verklaar het volgende:

In een achttal loodsen zag ik een zeer groot aantal onderdelen zoals:

portieren, motorkappen, kofferdeksels, airbags etc. Vrijwel alle onderdelen waren van een recent bouwjaar. Van deze onderdelen waren veel stickers, waarop unieke fabriekskenmerken staan vermeld, kennelijk door middel van krassen e.d. verwijderd c.q. onleesbaar gemaakt. Ook in ruiten gegraveerde kentekens waren kennelijk door middel van slijpen onleesbaar gemaakt. Tevens trof ik van veel voertuigen complete sets afschroefbare onderdelen, zoals portieren, motorkappen, kofferdeksels en spatschermen, die gezien de fabrieksstickers (met productiedatum) en de overeenkomende kleur, kennelijk van 1 voertuig afkomstig waren. Al deze onderdelen verkeerden in nieuwstaat en vertoonden aldus geen enkele schade. Dit houdt in dat al deze voertuigen onmogelijk zodanig beschadigd kunnen zijn geweest ten gevolge van een ernstige aanrijding, dat die voertuigen onherstelbaar beschadigd waren (zogenoemd total-loss).

Bij een zeer groot aantal onderdelen kon ik aan de hand van mij bekende unieke fabriekskenmerken vaststellen, dat deze onderdelen afkomstig waren van gestolen voertuigen. Bij een eerste globale telling betrof dit tenminste 50 gestolen voertuigen.

Omdat het een zeer groot aantal onderdelen betreft, vergt de identificatie van alle overige aangetroffen onderdelen nog veel tijd. (...)

3.5.

Uit een proces-verbaal van verdenking van 21 december 2015 wordt geciteerd:

(...) In het opsporingsonderzoek contra de verdachte: [ [gedaagde 2 / eiser in vrijwaring] ., rechtbank] (...) bestaat de verdenking dat deze persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf als omschreven in artikel 67 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (...) te weten artikel 416 Wetboek van Strafrecht [opzetheling, rechtbank]. (...)

De verdenking blijkt uit het volgende:

(...)

ONDERZOEK IN DE GARAGE MET BIJBEHORENDE OPSLAGLOODSEN

Op maandag 9 november 2015 werd vanaf 09.00 uur een aanvang gemaakt met het doorzoeken van de loods naar goederen die van diefstal afkomstig zouden kunnen zijn.

Bij een eerste telling werden een 50 tal goederen, onder andere air bags, aangetroffen van evenzoveel ontvreemde voertuigen.

Vervolgens werd (...) besloten tot inbeslagneming van de gehele inventaris van voornoemd garagebedrijf.

Door het daartoe door de Officier gemachtigde bedrijf Stichting VBV werd verspreid over 3 dagen de gehele inventaris geruimd en naar elders vervoerd voor onderzoek. Dit onderzoek zal later plaatsvinden en later worden gerapporteerd. (...)

Tevens werd aangetroffen in een loods een zogenaamde verborgen ruimte. Deze ruimte was afgesloten met een kast. Na het wegschuiven van deze kast kwam een ruimte tevoorschijn, waarin autoonderdelen lagen opgeslagen. Tevens lagen er goederen, die ogenschijnlijk afkomstig waren uit bedrijfsauto’s zoals, lasapparatuur, schilderspullen, bouwvakkersattributen, sleutelsets, bouten en moerensets etc.

(...)

GROESBEEK

(...) Door leden van het onderzoeksteam werd aldaar [te weten bij de vestiging te Groesbeek, rechtbank] op maandagavond 9 november 2015 aangetroffen (...) een pand (...). Door de geopende deur werd gezien, dat zich in de ruimte een groot aantal motorkappen, radiatoren en autobanden lagen opgesteld. (...) Op dinsdag 10 november 2015 werd vervolgens door de VBV (hierboven genoemd) in aanwezigheid van politiemensen alle goederen uit de loods gehaald en in beslag genomen. (...)

3.6.

Begin november 2015 zijn de onderdelen die bij de beide vestigingen van autosloperij [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] zijn aangetroffen strafvorderlijk in beslag genomen. Bij overeenkomst van 1 december 2015 heeft het Openbaar Ministerie (Arrondissementsparket Oost-Nederland) de in de loods te Nijmegen beslagen goederen in bewaring gegeven aan Stichting VbV Derden, gelieerd aan VbV.

3.7.

VbV heeft met verlof van 4 februari 2016 op 8 februari 2016 diverse conservatoire derdenbeslagen laten leggen ten laste van [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] .

3.8.

Uit een proces-verbaal van bevindingen van 6 maart 2016 wordt geciteerd:

(...) Het onderzoek naar de herkomst van de aangetroffen en inbeslaggenomen goederen / auto onderdelen, is hierna voortgezet. Bij de huidige stand van het onderzoek is inmiddels gebleken, dat er onderdelen waren aangetroffen van TENMINSTE 155 gestolen voertuigen. Op bijgevoegde excel lijst is aangegeven welke voertuigen het betreft. (...) Niet uit te sluiten is, dat na voltooiing van het onderzoek het aantal van 155 gestolen voertuigen zal worden overschreden. (...)

3.9.

Bij vonnis van 4 april 2016 (298564 / KG ZA 16-106) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank in een kort geding tussen [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] en [gedaagde 2 / eiser in vrijwaring] . en jr. als eisers en VbV als gedaagde de op 8 februari 2016 gelegde conservatoire, cumulatieve beslagen op de handelsvoorraad en de bedrijfsinboedel en inventaris van [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] zoals weergegeven in de processen-verbaal van beslaglegging van 8 februari 2016 opgeheven indien en voor zover daarop geen strafvorderlijk beslag (meer) rustte. Voorts heeft de voorzieningenrechter VbV veroordeeld om [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] in de gelegenheid te stellen de roerende zaken waarop, als gevolg van de voornoemde opheffing van de beslagen, geen civielrechtelijk beslag meer rustte, en voor zover daarop geen strafvorderlijk beslag rustte, af te halen op de plaats waar die zaken in bewaring waren gegeven, hetgeen diende te gebeuren op een nader tussen partijen af te spreken tijdstip tussen de 10e en de 14e dag na betekening van het kortgedingvonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor elke dag dat VbV in gebreke bleef hieraan te voldoen, met een maximum van € 50.000,00. Het vonnis is op 7 april 2016 aan VbV betekend waarbij bevel is gedaan eraan te voldoen.

3.10.

Op 27 september 2016 heeft VbV haar statuten gewijzigd en opnieuw vastgesteld. In artikel 2 is sindsdien onder g opgenomen dat VbV zich mede ten doel stelt:

het behartigen van de belangen van partijen die schade lijden en/of kunnen lijden en/of hebben geleden als gevolg van voertuigcriminaliteit, het daartoe zo nodig instellen van rechtsvorderingen in de zin van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek en het (op basis van een daartoe strekkende last en/of volmacht) ten behoeve van hen vorderen van schadevergoeding van derden die onrechtmatig jegens deze belanghebbenden handelen met betrekking tot een voertuig;

4 Het geschil in de hoofdzaak

in conventie

4.1.

VbV vordert, na vermeerdering van eis bij akte van 18 oktober 2016 onder 12, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk veroordeelt:

I tot betaling aan VbV van € 1.919.691,69 + p.m.,

II tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten, op te maken bij staat,

III in de proceskosten, waaronder de beslagkosten en de nakosten,

steeds te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.2.

VbV legt hieraan het volgende ten grondslag. [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] heeft een onrechtmatige daad gepleegd jegens de eigenaren van de gestolen auto’s dan wel hun verzekeraars, hetzij doordat zij gestolen auto’s heeft gedemonteerd (gesloopt), waardoor de waarde ervan verloren is gegaan, hetzij doordat zij niet te goeder trouw onderdelen van gestolen auto’s heeft verworven. Als gevolg van deze toerekenbare onrechtmatige daad hebben de eigenaren van de gestolen auto’s dan wel hun verzekeraars schade geleden tot de gevorderde hoofdsom. De eigenaren dan wel hun verzekeraars hebben VbV gemachtigd dan wel hun vorderingen op [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] aan VbV gecedeerd ter incasso. De gevorderde hoofdsom is het totaal van de schades ter zake van 151 auto’s, waarvan 136 Volkswagens, als weergegeven op een ongedateerd ‘schadelastoverzicht’ dat VbV in het geding heeft gebracht als productie 201 bij haar akte van 18 oktober 2016 en dat aansluit op de als productie 44 bij die akte overgelegde aktes van cessies ter incasso van eigenaren en verzekeraars aan VbV.

4.3.

[gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] voert gemotiveerd verweer. Dat wordt hierna, voor zover nodig, aan de orde gesteld.

in reconventie

4.4.

[gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, VbV veroordeelt tot betaling aan haar van:

A) vergoeding van bedrijfsschade tot een bedrag nader op te maken bij staat,

B) vergoeding van € 99.825,00 wegens schade aan opstallen,

C) € 50.000,00 aan verbeurde dwangsommen,

D) vergoeding van reputatieschade tot een bedrag nader op te maken bij staat,

E) € 34.279,66 als vergoeding van kosten van rechtsbijstand,

met veroordeling van VbV in de proceskosten,

alles te vermeerderen met wettelijke rente.

4.5.

Aan de vorderingen onder A en B legt [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] ten grondslag dat [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] onrechtmatig heeft gehandeld in de feitelijke uitvoering van het strafvorderlijke beslag. De vordering onder C is gebaseerd op het vonnis in kort geding van 4 april 2016 waarin een veroordeling tot betaling van dwangsommen is opgenomen. Aan de vordering onder D legt [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] ten grondslag dat de beslaglegging tot reputatieschade heeft geleid.

4.6.

VbV voert gemotiveerd verweer. Dat wordt hierna, voor zover nodig, aan de orde gesteld.

5 De beoordeling in de hoofdzaak

in conventie

5.1.

[gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] heeft het verweer gevoerd dat VbV niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat schadeverhaal buiten de statutaire doelomschrijving van VbV valt. VbV heeft vervolgens haar statuten gewijzigd, en daarin ook schadeverhaal als doel opgenomen. Volgens [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] hebben de gewijzigde statuten geen terugwerkende kracht.

5.2.

De rechtbank overweegt daarover als volgt. Ter comparitie heeft VbV dit verweer van [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] in verband gebracht met artikel 2:7 BW, inhoudende dat een door een rechtspersoon verrichte rechtshandeling onder omstandigheden vernietigbaar is indien daardoor het doel wordt overschreden. Een beroep op deze bepaling komt slechts toe aan de rechtspersoon zelf en niet aan een derde, in dit geval dus aan VbV en niet aan [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] . Als het verweer is gebaseerd op deze bepaling, faalt het daarom. Als [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] wil betogen dat VbV geen belang heeft bij haar vordering in de zin van artikel 3:303 BW, volgt de rechtbank haar daarin niet, reeds omdat VbV haar bevoegdheid en haar belang ontleent aan door haar gestelde cessies ter incasso, zoals hierna aan de orde komt. Ook wordt [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] niet gevolgd in haar stelling dat aan de doelomschrijving belang toekomt in verband met artikel 3:305a lid 1 BW. VbV grondt haar vordering niet op een uit dit artikel voortvloeiende procesbevoegdheid.

5.3.

VbV heeft bij dagvaarding onder 20 gesteld dat zij optreedt namens de benadeelden op grond van door hen gegeven machtigingen. Zij heeft die machtigingen in het geding gebracht. [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] heeft daartegen ingebracht dat de machtigingen ontoereikend zijn. VbV heeft vervolgens gesteld dat zij de benadeelden heeft verzocht ‘hun vorderingen voor zoveel nodig alsnog aan VbV te cederen ter incasso’. Zij heeft aktes van cessie ter incasso overgelegd als productie 44 en bewijs aangeboden van haar stelling ‘dat ook de andere belanghebbenden VbV een toereikende machtiging hebben verleend’. [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] heeft tegen de cessies ter incasso verweer gevoerd, waartoe zij erop heeft gewezen:

- dat in sommige gevallen aktes van cessie ter incasso ontbreken,

- dat in sommige gevallen de aktes van cessie ter incasso niet zijn ondertekend,

- dat in sommige gevallen niet kan worden vastgesteld wie de akte heeft ondertekend,

- dat in sommige gevallen niet kan worden vastgesteld of degene die de akte heeft ondertekend daartoe bevoegd is,

- dat in het geval van de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 3] schadevergoeding wordt gevorderd terwijl geen uitkering is gedaan (zie productie 44 nummer 16 van de zijde van VbV).

5.4.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. VbV maakt niet duidelijk of zij haar bevoegdheid ontleent aan machtigingen of aan cessies ter incasso. In het geval dat zij haar bevoegdheid ontleent aan machtigingen, treedt zij op als gevolmachtigde in naam van de benadeelden (artikel 3:60 lid 1 BW). In het geval dat VbV haar bevoegdheid ontleent aan cessies ter incasso, dat wil zeggen aan lastgevingen zonder volmacht, treedt zij op in eigen naam (artikel 7:414 lid 2 BW). De rechtbank maakt uit het beroep dat VbV doet op de cessies ter incasso op dat zij, anders dan bij dagvaarding gesteld, niet optreedt in naam van de benadeelden maar in eigen naam. [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] wordt door deze impliciete verandering van standpunt niet benadeeld, omdat van meet af aan ook voor haar duidelijk is dat VbV niet opkomt voor eigen schade maar voor schade van anderen. De rechtbank kan op basis van de aktes van cessie ter incasso die VbV als productie 44 in het geding heeft gebracht echter niet vaststellen of de vorderingen ter zake van alle auto’s op het schadelastoverzicht rechtsgeldig aan VbV zijn gecedeerd ter incasso. Terecht wijst [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] er immers op dat er gevallen zijn waarin aktes ontbreken, aktes niet zijn ondertekend en de naam en de bevoegdheid van de ondertekenaars niet kunnen worden vastgesteld. VbV zal in de gelegenheid worden gesteld gegevens met betrekking tot de cessies ter incasso te completeren door ontbrekende gegevens alsnog in het geding te brengen en wel zo dat deze samen met de reeds in het geding gebrachte gegevens een overzichtelijk geheel vormen. Voor zover in concrete gevallen niet kan worden vastgesteld dat individuele vorderingen rechtsgeldig aan VbV zijn gecedeerd ter incasso, zal de vordering van VbV worden afgewezen.

5.5.

Om te kunnen beoordelen of [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] een onrechtmatige daad heeft gepleegd, moet allereerst worden vastgesteld of de bij autosloperij [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] aangetroffen onderdelen afkomstig zijn van gestolen auto’s. Er heeft strafrechtelijk onderzoek plaatsgevonden en er is een proces-verbaal opgemaakt van verdenking van [gedaagde 2 / eiser in vrijwaring] . van heling, maar het is gesteld noch gebleken dat hij daadwerkelijk strafrechtelijk is vervolgd, laat staan dat hij is veroordeeld.

5.6.

Hoewel VbV bij dagvaarding onder 8 stelt dat bij autosloperij [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] ‘een vijftigtal gestolen voertuigen zijn aangetroffen’, begrijpt de rechtbank op basis van het proces-verbaal van 11 november 2015 (zie rechtsoverweging 3.4 hiervoor) dat VbV daarmee doelt op onderdelen die volgens haar zijn te herleiden tot gestolen voertuigen, naar zij in de dagvaarding stelt 50 en met een nadere stellingname in de procedure 151, en dus niet op compleet aangetroffen voertuigen, afgezien van de Caddy. Ter toelichting op deze herleidingen van onderdelen naar complete gestolen voertuigen brengt VbV samenstellingsdossiers in het geding. Deze liggen aan de basis van het door haar overgelegde schadelastoverzicht. In de samenstellingsdossiers zijn bij autosloperij [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] aangetroffen onderdelen gekoppeld aan auto’s die als gestolen staan geregistreerd op basis van unieke kenmerken, in het bijzonder het VIN-nummer en type-, fabrieks- of opbouwplaatjes en kenmerken die niet voor de openbaarheid zijn bestemd. Volgens [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] kan niet worden vastgesteld dat de in haar bedrijf aangetroffen onderdelen behoren bij de auto’s op het schadelastoverzicht, omdat deze onderdelen geen registratienummer hebben. [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] heeft bovendien voorafgaande aan de comparitie producties in het geding gebracht waarin zij per auto op het schadelastoverzicht commentaar levert op de samenstellingen.

5.7.

[gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] heeft niet betwist dat de auto’s op het schadelastoverzicht zijn gestolen. Ook heeft zij niet betwist dat de onderdelen op dat overzicht in haar bedrijf zijn aangetroffen. De rechtbank kan echter, mede gezien het commentaar van [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] op de samenstellingen, aan de hand van de samenstellingsdossiers niet vaststellen of die auto’s in verband kunnen worden gebracht met die onderdelen. Ter comparitie is van de zijde van VbV bovendien erkend dat het niet zeker is dat alle onderdelen in de samenstellingsdossiers kunnen worden herleid tot gestolen auto’s. De samenstellingsdossiers zijn zonder nadere toelichting dus niet voldoende inzichtelijk om het verband tussen de gestolen auto’s en de bij autosloperij [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] aangetroffen onderdelen te kunnen vaststellen. VbV zal in de gelegenheid worden gesteld een nadere toelichting op de samenstellingsdossiers te geven dan wel het verband tussen de gestolen auto’s en de aangetroffen onderdelen anderszins nader toe te lichten.

5.8.

Voor zover het verband tussen de auto’s op het schadelastoverzicht en de bij autosloperij [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] aangetroffen onderdelen komt vast te staan, moet nog worden vastgesteld of deze onderdelen door [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] zelf uit gestolen auto’s zijn gedemonteerd, zoals door VbV primair als feitelijke schadegrondslag is gesteld. Daartoe is bewijslevering vereist. Als die leidt tot het oordeel dat [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] zelf auto’s heeft gedemonteerd, kan de vordering op de primaire grondslag toewijsbaar zijn. Pas als dat niet zo is, zal worden toegekomen aan een beoordeling van de subsidiaire grondslag van de vordering, inhoudende dat [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] niet te goeder trouw onderdelen van gestolen auto’s heeft verworven en daardoor schade is ontstaan.

5.9.

[gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] heeft bij antwoord voorts aangevoerd dat niet blijkt dat de verzekeraars daadwerkelijk uitkeringen aan de verzekerden hebben gedaan. In de cessie-aktes die VbV nadien in het geding heeft gebracht, worden wel concrete bedragen per gestolen auto genoemd, maar betalingsbewijzen ontbreken. Gezien dit verweer van [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] kan de vordering van VbV niet worden toegewezen voor zover niet kan worden vastgesteld dat schade waarvan vergoeding wordt gevorderd daadwerkelijk is geleden, dus dat betalingen daadwerkelijk zijn gedaan. VbV zal in een later stadium van de procedure, afhankelijk van het verloop ervan, in de gelegenheid worden gesteld betalingsbewijzen in het geding te brengen, maar zij kan dat ook al eerder doen.

5.10.

[gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] wijst erop dat verzekeraars mogelijk in voorkomende gevallen hebben uitgekeerd nadat de claims van hun verzekerden reeds waren verjaard. Zij betoogt dat die uitkeringen dan onverschuldigd zouden zijn gedaan uit hoofde van een natuurlijke verbintenis, en dat daarvoor geen regresrecht mogelijk is. Dat verweer faalt omdat vorderingen van verzekerden bij wijze van subrogatie overgaan op hun verzekeraars voor zover zij die schade aan hen hebben vergoed, ongeacht of zij (de verzekeraars) daartoe verplicht waren (artikel 7:962 lid 1 BW).

5.11.

Alle beslissingen worden aangehouden in afwachting van de aktewisseling.

in reconventie

5.12.

Aan de vorderingen onder A en B legt [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] het volgende ten grondslag. De beslaglegging van begin november 2015 is feitelijk uitgevoerd door VbV. Zij heeft de beslaglegging niet primair gebruikt om zaken veilig te stellen, maar om de onderneming van [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] plat te leggen en te ontmantelen. VbV is daarbij niet zachtzinnig te werk gegaan en heeft schade veroorzaakt aan roerende en onroerende zaken. [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] betoogt dat VbV heeft gehandeld in strijd met de zorgplicht die op haar als beslaglegger rust.

5.13.

VbV stelt zich op het standpunt dat zij helemaal niet betrokken is geweest bij de strafvorderlijke beslaglegging, zodat zij er ook niet op kan worden aangesproken dat er daarbij onrechtmatig is gehandeld. Daartoe voert zij aan dat de politie bij de strafvorderlijke beslaglegging niet is geassisteerd door haar (VbV) maar door de aan haar gelieerde stichting VbV Derden. De bewaardersovereenkomst is ook niet gesloten met haar (VbV) maar met VbV Derden.

5.14.

[gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] heeft zich over dit verweer uitgelaten ter comparitie. Zij heeft daar onvoldoende weersproken dat niet VbV, maar VbV Derden betrokken is geweest bij het strafvorderlijk beslag. Daarom stelt de rechtbank vast dat VbV Derden bij dit beslag betrokken is geweest en niet VbV. Het verweer slaagt dus.

5.15.

[gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] heeft ter comparitie betoogd dat VbV misbruik van recht maakt door het verweer te voeren dat [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] haar vordering uit onrechtmatige daad bij de strafvorderlijke beslaglegging niet moet instellen tegen haar maar tegen VbV Derden. De rechtbank volgt haar daarin niet. Het kan immers niet van VbV worden verwacht dat zij zo procedeert dat zij het [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] mogelijk maakt een vordering in reconventie in stellen, terwijl het [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] vrij staat haar vordering in een afzonderlijke procedure tegen VbV Derden in te stellen. De conclusie is dat de vorderingen onder A en B zullen worden afgewezen.

5.16.

Aan de vordering onder C legt [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] ten grondslag dat VbV niet heeft voldaan aan de veroordeling in het vonnis in kort geding van 4 april 2016 om alle in beslag genomen zaken aan haar terug te geven en dat het maximum van de daaraan verbonden dwangsommen is bereikt.

5.17.

VbV betwist dat zij niet heeft voldaan aan de veroordeling uit het vonnis van 4 april 2016. Zij beroept zich erop dat [gedaagde 2 / eiser in vrijwaring] . heeft getekend voor ontvangst en legt een document over waarop staat: Retour “Kleine Winst” en vervolgens een opsomming van zaken en een lijst met codes, op 19 april 2016 ondertekend door [gedaagde 2 / eiser in vrijwaring] . (productie 202). Zij stelt dat [gedaagde 2 / eiser in vrijwaring] . op die datum in tegenwoordigheid van de deurwaarder heeft bevestigd dat alles was geretourneerd en dat hij geen zin had om alles verder te controleren. Daarbij hebben [gedaagde 2 / eiser in vrijwaring] . en de deurwaarder afgesproken dat er naderhand niet meer over kan worden gediscussieerd. VbV meent daarom geen dwangsommen verschuldigd te zijn.

5.18.

[gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] heeft niet meer betwist dat zij heeft getekend voor ontvangst van de goederen en evenmin toegelicht dat zij in weerwil daarvan niet alle in beslag genomen zaken terug heeft gekregen. Het verweer van VbV slaagt daarom, zodat de vordering tot betaling van dwangsommen wordt afgewezen.

5.19.

Ten aanzien van de vordering onder D overweegt de rechtbank dat, daargelaten dat vooralsnog niet vast staat of [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] zich al dan niet schuldig heeft gemaakt aan handel in onderdelen van gestolen auto’s, ervan moet worden uitgegaan dat VbV in de strafvorderlijke beslaglegging van begin november 2015 geen rol heeft gespeeld, zoals hiervoor overwogen. Reeds daarom wordt de vordering afgewezen.

5.20.

Omdat de vorderingen van [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] onder A, B, C en D worden afgewezen, wordt ook de onder E ingestelde vordering tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand afgewezen.

5.21.

Omdat [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. Alle beslissingen worden aangehouden totdat in conventie een eindvonnis wordt gewezen.

6 Het geschil en de beoordeling in de vrijwaring

6.1.

[gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

- [gedaagde in vrijwaring 1] veroordeelt om aan [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] te voldoen al datgene waartoe zij als gedaagde in de hoofdzaak wordt veroordeeld met betrekking tot de Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken1] ,

- Classic Cars veroordeelt om aan [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] te voldoen datgene waartoe zij als gedaagde in de hoofdzaak wordt veroordeeld,

met veroordeling van [gedaagde in vrijwaring 1] en Classic Cars in de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

6.2.

Ter toelichting op haar vordering voert [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] het volgende aan. VbV spreekt haar aan tot schadevergoeding ter zake van onder meer de Volkswagen Caddy. Deze is aan haar aangeboden door [gedaagde in vrijwaring 1] . [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] was ter zake te goeder trouw. Zij acht het gerechtvaardigd te vermoeden dat [gedaagde in vrijwaring 1] bij de ontvreemding van de Caddy betrokken is. VbV spreekt [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] voorts aan tot vergoeding van schade in verband met aangetroffen onderdelen, die volgens VbV afkomstig zijn van gestolen auto’s. [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] stelt haar onderdelen langs reguliere kanalen te hebben ingekocht, veelal bij Classic Cars, en dat zij ook ter zake daarvan te goeder trouw was. Zij betoogt dat Classic Cars als de uiteindelijke leverancier van die onderdelen de gevolgen ervan dient te dragen als deze onderdelen van diefstal afkomstig waren.

6.3.

[gedaagde in vrijwaring 1] voert gemotiveerd verweer. Hij betwist dat hij de Caddy aan [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] heeft aangeboden. Hij stelt dat [gedaagde 2 / eiser in vrijwaring] . hem op vrijdagochtend 6 november 2015 heeft gebeld met het verzoek de Caddy op te halen in Rhenen. Dat heeft hij gedaan en hij heeft de Caddy afgeleverd aan [gedaagde 3 / eiser in vrijwaring] Hij meent daarom dat hij niet aansprakelijk is.

6.4.

Classic Cars is niet verschenen.

6.5.

Om proceseconomische redenen wordt de beoordeling in de vrijwaring aangehouden in afwachting van de verdere beoordeling van de hoofdzaak.

7 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

in conventie

7.1.

stelt VbV in de gelegenheid gegevens met betrekking tot de cessies ter incasso te completeren door ontbrekende gegevens alsnog in het geding te brengen en wel zo dat deze samen met de reeds in het geding gebrachte gegevens een overzichtelijk geheel vormen als overwogen in rechtsoverweging 5.4,

7.2.

stelt VbV in de gelegenheid een nadere toelichting te geven op de samenstellingsdossiers dan wel het verband tussen de gestolen auto’s op het schadelastoverzicht en de bij [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] aangetroffen onderdelen anderszins nader toe te lichten als overwogen in rechtsoverweging 5.7,

7.3.

verwijst de zaak daarvoor naar de rol van 22 februari 2017 voor akte aan de zijde van VbV,

7.4.

verstaat dat [gedaagde 1 / eiser in vrijwaring] een antwoordakte zal mogen nemen,

7.5.

houdt voor het overige alle beslissingen aan,

in reconventie

7.6.

houdt alle beslissingen aan,

in de vrijwaring

7.7.

houdt alle beslissingen aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen, mr. J.D.A. den Tonkelaar en mr. J.R. Veerman en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2017.