Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:936

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-02-2017
Datum publicatie
02-03-2017
Zaaknummer
5233881
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Woningbouwvereniging is niet verplicht tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst met huurder in verband met beëindiging vorige huurovereenkomst wegens hennepkwekerij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 5233881 \ CV EXPL 16-10905 \ 25115\415

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

[eisende partij]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

gemachtigde mr. T.W. Phea

procederende krachtens toevoegingsnummer [nummer]

tegen

de stichting Stichting Woonstede

gevestigd te Ede

gedaagde partij

gemachtigde mr. R. Boekhoff

Partijen worden hierna [eisende partij] en Woonstede genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 augustus 2016 en de daarin genoemde processtukken

1.2.

De zaak is mondeling behandeld op 10 november 2016.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij] huurt in de periode 2 december 2008 tot en met 18 maart 2013 de woning aan de [adres en woonplaats] . In de door [eisende partij] op 2 december 2008 getekende opnamestaat (beschrijving van het gehuurde bij aanvang huurovereenkomst) is de omschrijving van de woning per de datum van de huurovereenkomst als goed beschreven.

2.2.

Op 6 maart 2013 wordt een hennepkwekerij aangetroffen in de woning.

2.3.

Woonstede is partij bij het Regionaal Hennepconvenant Integrale aanpak van hennepkwekerijen in Oost-Nederland (hierna: het convenant). Het betreft een overeenkomst tussen de gemeenten in de provincies Overijssel en Gelderland, politie eenheid Oost-Nederland, Openbaar Ministerie arrondissementsparket Oost-Nederland, de in de provincies Overijssel en Gelderland werkzame woningcorporaties, netwerkbeheerders, UWV en veiligheidsregio’s. In het convenant staat onder meer het volgende.

(…)

Artikel 4: Informatie-uitwisseling convenantpartners

4.1

Bij een redelijk vermoeden van de aanwezigheid van een hennepkwekerij en na de ontmanteling zullen de convenantpartners voor zover hen dit wettelijk is toegestaan onderling de voor de taak van ander zo spoedig mogelijk relevante gegevens uitwisselen via de aangewezen contactpersonen, zodat ieder zijn of haar maatregelen kan treffen. De politie (…) zal na inbeslagname van een kwekerij zo snel mogelijk (…) bericht doen naar de ketenpartners.

A. De over te dragen informatie betreft, bij een redelijk vermoeden van de aanwezigheid van een hennepkwekerij, onder meer:

- Personalia van de verdachte(n), zo mogelijk inclusief het BSN;

- Locatie van de kwekerij;

(…)

- Gegevens omtrent inkomen, sociale uitkeringen, verblijfsstatus en woonsituatie (locatie bewoond of niet);

- Gegevens omtrent de huurovereenkomsten.

(…)

Arikel 5: Vervolgprocedure

(…)

5.2

Indien blijkt dat sprake is van een hennepkwekerij in een huurwoning, huurwoonwagen of op een gehuurde woonwagenstandplaats, of daarbij behorend bijgebouw of andere onroerende of roerende zaak, dan gaat de betreffende woningcorporatie in principe over tot het opstarten van een procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst met de huurder van de woning (…) inclusief verhaal van schade. (…)

2.4.

Op 11 maart 2013 tekent [eisende partij] een met de hand ingevuld formulier huuropzegging voor de woning aan de [adres en woonplaats] . In deze opzegging staat onder meer het volgende

(…)

Inlevering sleutels, datum 18 maart 2013
(…)

Nieuw adres ondergetekende(n)

(…)

Correspondentie-adres: [adres gegevens]

LET OP!

(…)

Op de datum die u op dit formulier heeft gezet, levert u de sleutels in bij de mutatieopzichter. Dit is ook de datum waarop de mutatieopzichter de eindcontrole van de woning doet. Hierbij bent u aanwezig en kunt u de sleutels inleveren bij de mutatieopzichter.

(…)

2.5.

Op 11 maart 2013 stuurt Woonstede ter bevestiging van de bespreking op 11 maart 2013 een brief naar [eisende partij] op het opgegeven adres aan de [opgegeven adres] met daarin onder meer het volgende.

(…)

Huuropzegging

Ik heb u medegedeeld dat Woonstede de huurovereenkomst op basis van de hennepplantage niet met u

kan voortzetten. U toonde volledige medewerking door de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen.

Met wederzijdse goedkeuring is het opzegtermijn 18 maart 2013.

Technische staat van de woning

U levert op maandag 18 maart 2013 zelf de sleutels in! Overdag kunt u de sleutels bij mij op kantoor

inleveren of bij de huismeester, [naam en adres huismeester] . Maak

van te voren even een afspraak zodat we weten wanneer u langskomt. Op het moment dat Woonstede de sleutels in ontvangst heeft genomen vindt er een controle plaats. Alle kosten die gemaakt worden om de woning weer in goede staat te brengen worden op u verhaald. Ik adviseer u om de bijgevoegde lijsten te gebruiken als richtlijn om te kijken waar de woning aan moet voldoen. (…)

2.6.

Op 22 april 2013 stuurt Woonstede een eindafrekening naar [eisende partij] op het adres [opgegeven adres] . In de brief staat onder meer het volgende.

(…)

Vanwege het beëindigen van de huur per 19 maart 2013 van de woning aan de [adres en woonplaats] sturen wij u hierbij de eindafrekening.

Saldo waarborgsom € 79,41

Saldo rente waarborgsom 02-12-2008 t/m 18-02-2013 € 6,51

Restitutie huur: huurtoeslag april 2013 € 51,00

Maart 2013 € 94,84

servicekosten 2012 € 37,93

Schade:

Voor specificatie zie bijlage - € 2.012,00 (…)

Te betalen € 1.742,31

Wij verzoeken u het door u te betalen bedrag binnen 14 dagen na dagtekening van deze afrekening over te maken op bankrekening [rekeningnummer] ten name van Woonstede Ede, onder vermelding van het factuurnummer. Bezwaren tegen deze afrekening kunt u binnen zeven dagen na dagtekening van deze afrekening uitsluitend schriftelijk en gemotiveerd indienen. Zonder tegenbericht nemen wij aan dat u met deze afrekening akkoord gaat. De afrekening servicekosten 2013 en de afrekening verwarmingskosten 2012/2013 worden u te zijner tijd toegezonden. (…)

In de bijlage bij deze brief staat onder meer het volgende.

Kostenlijst

[eisende partij]

[adres en woonplaats]

Werkzaamheden Kosten

Woning Schoonmaakkosten € 319,00

Ventilatie ventielen vervangen, 3 stuks a 25,00 € 75,00

Hal Voordeur 2 beschadigingen bijwerken € 45,00

Badkamer Opdekdeur vervangen € 170,00

Keuken Gootsteenkast achterwand vervangen € 25,00

Elektrische deurbel vervangen € 75,00

Woonkamer Opdekdeur vervangen € 170,00

Deurkozijn hal herstellen € 75,00

(…)

Plafond en wanden alle gaten dichtsmeren € 50,00

Wand links achterin 3 m2 stukwerk herstellen € 78,00

Vensterbank vervangen € 115,00

Wcd’s onbouw dubbel vervangen, 4 stuks € 176,00

(…)

Badkamer Toiletpot vervangen € 370,00

Wastafel vervangen € 269,00

Totaal 2.012,00

(…)

2.7.

Op 23 september 2013 stuurt Woonstede een ingebrekestelling (kosteloze aanmaning) naar [eisende partij] op het adres [opgegeven adres] , waarbij ook de buitengerechtelijke kosten worden aangezegd. In de brief staat onder meer het volgende.

(…)

Ondanks onze afbetalingsregeling heeft u niet tijdig en/of niet volledig uw termijnbedrag en/of nieuwe

huurtermijnen betaald. Zoals wij eerder schreven, vervalt daardoor de betalingsregeling. Uw huidige

achterstand bedraagt € 1.742,31 waarvoor wij u bij deze in gebreke stellen.

Mocht u de achterstand niet binnen 14 dagen betalen dan bent u incassokosten verschuldigd.

Deze incassokosten zullen € 261,35 bedragen. Wij gaan er van uit dat u het niet zo ver laat komen en

zien betaling van de achterstand graag tijdig tegemoet. (…)

2.8.

Op 9 december 2013 stuurt Woonstede een ingebrekestelling [adres en woonplaats] naar [eisende partij] met daarin onder meer het volgende.

(…)

U heeft een achterstand inzake de vertreknota. Het bedrag is in totaal € 1.462,34. Hiervoor stellen wij u in gebreke.(…)

2.9.

Woonstede stuurt in reactie op het verzoek van [persoon X] (hierna: [persoon X] ), de moeder van [eisende partij] , om [eisende partij] bij haar te laten inwonen, op 3 december 2014 een brief met daarin onder meer het volgende.

(…)

Op 27 november 2014 hebben wij uw verzoek ontvangen om [eisende partij] bij u te laten inwonen. Wij verlenen geen toestemming voor inwoning. Wij begrijpen dat mevrouw [eisende partij] reeds bij u ingetrokken is. Zij zal de woning aan de [opgegeven adres] moeten verlaten.

De reden voor onze afwijzing is het feit dat mevrouw [eisende partij] een openstaande vordering heeft. Wij raden haar aan om met onze incassoconsulenten over de openstaande vordering contact op te nemen. (…)

2.10.

Op 9 december 2014 stuurt Woonstede een schriftelijke bevestiging van de tussen partijen gesloten betalingsregeling. Hierin staat onder meer het volgende.

(…)

U heeft telefonisch gevraagd uw betalingsachterstand van € 1.607,53 in termijnen te mogen voldoen.

Bij deze bevestigen wij onze afspraken.

Zoals voorgesteld betaalt u deze achterstand met ingang van 1 januari 2015 in 12 maandelijkse termijnen van € 50,00. Na 12 maanden neemt u contact met ons op om uw situatie opnieuw te beoordelen en om de betalingsregeling opnieuw af te spreken. (…)

2.11.

Op 12 januari 2015 stuurt [persoon Y] , woonconsulent Woonstede, een brief naar [persoon X] met daarin onder meer het volgende.

(…)

Vandaag heb ik met uw dochter , mevrouw [eisende partij] , afgesproken dat zij haar gehele restschuld van € 1.557,53 (inzake [adres en woonplaats] voor het einde van deze maand aan Woonstede voldoet.

Bij het nakomen van bovengenoemde afspraak geeft Woonstede hierbij wel toestemming om uw beide dochters, mevrouw [eisende partij] en mevrouw [persoon Z] bij u in te laten wonen. (…)

2.12.

Op 21 januari 2015 betaalt [eisende partij] een bedrag van € 1.557,55 aan Woonstede.

2.13.

De vrijkomende huurwoningen in de regio Ede worden door de woningbouwcorporaties aangeboden op de website van de organisatie huiswaarts.nu. Op de website staat onder meer het volgende.

(…)

De deelnemende corporaties hebben met elkaar vastgesteld dat toekomstige huurders in een aantal

gevallen niet in aanmerking komen voor een andere huurwoning. Dit houdt in dat u geen aanbieding voor de woning ontvangt, ook al staat u op de eerste plaats.

Situaties om te weigeren zijn bijvoorbeeld:

• Als huurders nog een financiële verplichting open hebben staan bi] de huidige verhuurder;

• Als huurders geen verhuurderverklaring kunnen geven van de vorige verhuurder(s) over het betaal- en woongedrag;

• Als huurders een negatieve verhuurdersverklaring geven waarin sprake is van overlast of

huurachterstand;

• Als huurders negatief uit de kredietcheck komen, waarbij de corporatie een hoog risico loopt.

In ernstige gevallen vindt er een registratie plaats en wordt u e en langere periode voor aanbieding

uitgesloten . Hierbij gaat het om:

• Huurders waarvan een woning is ontruimd door huurachterstand. Zij komen 1,5 jaar niet in aanmerking voor een woning. Voorwaarde na 1,5 jaar is dat de huurachterstand uit het verleden is

voldaan;

• Huurders waarvan een woning is ontruimd door overlast. Zij komen 3 jaar niet in aanmerking voor

een woning;

• Huurders waarvan een woning is ontruimd na ontdekking van een hennepplantage of andere ernstige criminele activiteit. Zij komen 5 jaar niet in aanmerking voor een woning.

Deze uitsluitingen gelden ook voor huurders die zelf zijn vertrokken om ontruiming te voorkomen.

Een uitzondering hierop geldt voor Barneveld. Woningstichting Barneveld gaat direct na weigering met de de huurder in gesprek. Daarin wordt aangegeven waarom hem een woning geweigerd wordt en wat hij er aan kan doen om wel weer te kunnen huren bij Woningstichting Barneveld.

Tweede kans

Na het verstrijken van de genoemde periode kan er een tweede kans worden geboden. Dit beoordeelt

de corporatie. Bij een tweede kans krijgt de huurder een tijdelijk contract van 18 maanden met

aanvullende voorwaarden. Na deze 18 maanden kan bij goed gedrag het contract worden omgezet in

een contract voor onbepaalde tijd.

Huurders die hun tweede kans hebben verspeeld, worden permanent uitgesloten.(…).

2.14.

Op 18 september 2015 wordt aan [eisende partij] de woning aan de [adres 3] onder voorbehoud aangeboden.

2.15.

Op 23 september 2015 stuurt Woonstede een e-mailbericht naar [eisende partij] met daarin onder meer het volgende.

(…)

U heeft bij ons aangegeven de woning [adres 3] te willen accepteren. Wij hebben u voor deze woning een aanbieding onder voorbehoud gedaan. Wij hebben besloten geen huurovereenkomst met u aan te gaan. Wij leggen u uit waarom.

U heeft tot 18 maart 2013 de woning [adres en woonplaats] van ons gehuurd. In deze woning is in 2013 een hennepplantage geconstateerd. Huurders die vanwege een hennepplantage vertrokken zijn, komen vijf jaar lang niet in aanmerking voor een andere woning. Dit betekent dat u tot 18 maart 2018 niet in aanmerking kunt komen voor een van onze woningen. Wij verzoeken u dan ook niet meer te reageren op ons woningaanbod. Na 18 maart 2018 zullen wij, mocht u weer op rangnummer 1 komen, intern bespreken of wij u als huurder willen accepteren. Het kan zijn dat wij dan extra voorwaarden stellen. (…)

2.16.

In de periode van 19 oktober 2015 tot en met 12 april 2016 corresponderen de gemachtigde van [eisende partij] en Woonstede met elkaar over onder meer over het niet toewijzen van de woning aan de [adres 3] en het ten onrechte in rekening brengen van een bedrag van € 2.012,00 aan schade.

3 De vordering en het verweer

3.1.

[eisende partij] heeft, na bij akte haar vordering te hebben gewijzigd, bij vonnis gevorderd:

a. Woonstede te verbieden [eisende partij] uit te (laten) sluiten van het huren van een woning, althans Woonstede te gebieden [eisende partij] toe te laten tot het huren van een woning van Woonstede, onder de voorwaarde dat in de te huren woning van Woonstede geen hennepteelt wordt aangetroffen binnen vijf jaren na dit vonnis, dan wel binnen een in goede justitie te bepalen termijn, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Woonstede daarmee in gebreke blijft;

b. Woonstede te gebieden om binnen één maand na betekening van dit vonnis aan [eisende partij] de woning aan de [adres 3] , althans een qua plaats en huurprijs vergelijkbare woning, te verhuren, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Woonstede daarmee in gebreke blijft;

c. Woonstede te veroordelen tot betaling van € 2.012,00, althans tot een in goede justitie te bepalen bedrag, primair op grond van onverschuldigde betaling en subsidiair op grond van misbruik van omstandigheden ex artikel 3:44 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 april 2016, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dag, tot aan de dag der algehele voldoening;

d. Woonstede, in het geval de vordering onder sub a afgewezen wordt, te gebieden [eisende partij] voor de duur van 1,5 jaar, berekend vanaf 18 maart 2013, althans een termijn die de kantonrechter in goede justitie redelijk acht, uit te sluiten van het huren van een woning van Woonstede en na afloop van die termijn [eisende partij] onvoorwaardelijk toe te laten tot het huren van een woning van Woonstede, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat Woonstede daarmee in gebreke blijft;

e. Woonstede te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 301,80, althans tot betaling van het bedrag dat de kantonrechter in goede justitie redelijk acht;

f. Woonstede te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis, en, voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten;

g. Woonstede te veroordelen tot betaling van de nakosten ad € 100,00 en, in het geval betekening plaatsvindt, te verhogen met € 68,00 aan betekeningskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten vanaf veertien dagen na aanzegging van de nakosten tot aan de dag van volledige voldoen.

3.2.

[eisende partij] legt aan haar vorderingen onder a, b en d ten grondslag, kort en zakelijk weergegeven en zover hier van belang, dat Woonstede onrechtmatig handelt door haar gedurende ten minste vijf jaar uit te sluiten van de mogelijkheid om van Woonstede een woning te huren. Woonstede is een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 Woningwet. Op grond van het bepaalde in artikel 46 Woningwet is Woonstede verplicht om personen, die door hun inkomen of andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het vinden van passende huisvesting, te huisvesten of te doen huisvesten. Mede gelet op de monopolie positie van Woonstede in Ede, heeft Woonstede daarbij met de bijzondere omstandigheden van de (aspirant)huurder rekening te houden, aldus [eisende partij] . Volgens [eisende partij] heeft Woonstede ten onrechte geen rekening gehouden met haar persoonlijke omstandigheden. Zij wijst daarbij onder meer op haar borderline persoonlijkheidsstoornis, depressieve stoornis in enge zin, dat zij dientengevolge gebaat is bij zelfstandige woonruimte in een stabiele en bekende woonomgeving en op het feit dat haar geen blaam treft voor de hennepkwekerij in haar vorige huurwoning.

Haar vordering onder c baseert [eisende partij] op het standpunt dat zij het bedrag onverschuldigd heeft betaald, primair omdat een duidelijke beschrijving als bedoeld in artikel 7:224 lid 2 BW ontbreekt. Subsidiair heeft [eisende partij] zich op beroepen op misbruik van omstandigheden ex artikel 3:44 lid 4 BW. Voorts heeft [eisende partij] zich op het standpunt gesteld dat geen eindinspectie heeft plaatsgevonden en zij niet in de gelegenheid is gesteld om de gebreken te herstellen.

3.3.

Woonstede heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op dit verweer wordt, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat [eisende partij] in de periode 2 december 2008 tot en met 18 maart 2013 de woning aan de [adres en woonplaats] heeft gehuurd, noch dat in die woning op 6 maart 2013 een omvangrijke hennepkwekerij is aangetroffen door de politie, dat [eisende partij] op 11 maart 2013 een huuropzegging (r.ov. 2.3.) heeft ondertekend en dat partijen meerdere (betalings)regelingen hebben gesloten. De discussie tussen partijen spitst zich met name toe op de vraag of Woonstede onrechtmatig handelt jegens [eisende partij] door ten minste vijf jaar lang uit te sluiten van de mogelijkheid om van Woonstede een woning te huren en of Woonstede een bedrag van € 2.012,00 aan [eisende partij] moet terugbetalen.

4.2.

De kantonrechter zal de geschilpunten achtereenvolgens beoordelen.

Onrechtmatig handelen

4.3.

De kantonrechter overweegt allereerst dat Woonstede krachtens het bepaalde in artikel 19 Woningwet een toegelaten instelling is en dat voorts in artikel 46 Woningwet – voor zover van belang – is bepaald dat een toegelaten instelling als Woonstede voorrang geeft aan het huisvesten of doen huisvesten van personen die door hun inkomen of door andere omstandigheden moeilijkheden ondervinden bij het vinden van hun passende huisvesting en aan ten minste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen percentage van huishoudens als eerstbedoeld sociale huurwoningen verhuurt. Dit is evenwel slechts een algemene richtlijn, waaraan woningzoekenden geen directe aanspraken kunnen ontlenen jegens een toegelaten instelling (HR 11 januari 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0110, ten aanzien van artikel 15 Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV), de voorloper van artikel 46 Woningwet).

4.4.

Voor zover [eisende partij] haar vordering heeft gegrond op het feit dat Woonstede onrechtmatig jegens haar zou hebben gehandeld door in strijd te handelen met artikel 46 Woningwet, strandt die vordering reeds op het feit dat [eisende partij] geen directe aanspraak kan ontlenen aan artikel 46 Woningwet jegens Woonstede. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat de enkele inschrijving van een woningzoekende bij een woningcorporatie geen verplichting oplevert van die woningcorporatie tot het aanbieden van huurwoningen aan de betreffende woningzoekende. Voorop staat immers de contractsvrijheid van partijen. De maatschappelijke verantwoordelijkheid die Woonstede als toegelaten instelling heeft en haar onbetwiste monopolie positie in Ede, brengen echter wel extra zorgvuldigheid en daardoor beperkingen met zich. Er kunnen zich gevallen voordoen waarin de weigering aan een woningzoekende een woning te verschaffen onrechtmatig is. Van geval tot geval zullen de belangen van de betrokken partijen dienen te worden afgewogen en zal met bijzondere omstandigheden aan de zijde van de woningzoekende rekening moeten worden gehouden.

4.5.

De kantonrechter is van oordeel dat Woonstede op zichzelf een gerechtvaardigd belang nastreeft bij het door haar gehanteerde beleid (2.14) om gedurende een periode van ten minste vijf jaar geen nieuwe huurovereenkomst te sluiten met een huurder van wie een eerdere huurovereenkomst is opgezegd of ontbonden wegens de aanwezigheid van een hennepkwekerij in de woning.

In de eerste plaats omdat van Woonstede in redelijkheid niet verwacht kan worden dat zij binnen een zekere tijd opnieuw een huurovereenkomst aangaat met een huurder van wie de huurovereenkomst is opgezegd wegens een ernstige tekortkoming, zoals het kweken van hennep in de woning. Dat [eisende partij] , zoals zij heeft gesteld, niet verantwoordelijk is voor de hennepkwekerij in haar vorige huurwoning van Woonstede doet daar niets aan af. Immers, zij heeft ingevolge artikel 7:213 BW de verplichting om zich als goed huurder te gedragen. Deze (zorg)plicht geldt niet alleen ten aanzien van het gehuurde, maar ook ten aanzien van de omgeving van het gehuurde. De kantonrechter merkt op dat [eisende partij] op grond van artikel 7:219 BW ook aansprakelijk is voor de gedragingen van hen die met haar goedvinden het gehuurde gebruiken of zich met haar goedvinden daarin bevinden. Niet vereist is dat [eisende partij] wist van het bestaan van de hennepkwekerij. Zelfs indien [eisende partij] als huurder part noch deel had aan het opzetten en de exploitatie van de hennepkwekerij, blijft er sprake van een tekortkoming waarvoor zij aansprakelijk is (HR 9 december 2005, NJ 2006, 153). Dat [eisende partij] mogelijkerwijs, zoals dat op de comparitie van partijen aan de orde is geweest, niet bij machte is geweest om weerstand te bieden aan haar (ex-)man, doet aan deze aansprakelijkheid ook niets af.

In de tweede plaats acht de kantonrechter de gehanteerde wachttijd van vijf jaar in beginsel gerechtvaardigd, nu Woonstede onbetwist heeft gesteld dat deze termijn is gebaseerd op de gemiddelde wachttijd voor een huurwoning binnen de regio. Voormelde maatschappelijke zorgplicht van Woonstede geldt evenzeer jegens de andere bij Woonstede ingeschreven woningzoekenden.

4.6.

Hoewel Woonstede haar beleid derhalve als uitgangspunt kan nemen, brengt voormelde maatschappelijke verantwoordelijkheid naar het oordeel van de kantonrechter wel mee dat zij moet nagaan of de woningzoekende bijzondere omstandigheden aandraagt die nopen tot afwijking van haar beleid. De kantonrechter is van oordeel dat van dergelijke omstandigheden in het onderhavige geval niet is gebleken. Weliswaar blijkt uit het intakeverslag van GGZ Centrum Nederland dat de huisarts van [eisende partij] stelt dat zij vanwege haar psychische problematiek gebaat is bij een eigen woonplek, maar daaruit volgt niet dat [eisende partij] daarop aangewezen is, laat staan dat het moet gaan om zelfstandige woonruimte in Ede. Voorts betrekt de kantonrechter daarbij dat, zoals door Woonstede is aangevoerd en door [eisende partij] niet dan wel onvoldoende gemotiveerd is weersproken, [eisende partij] , indien zij binnen de gemeente Ede wenst te blijven, op zoek kan gaan naar een kamer via bijvoorbeeld een kamerverhuurbedrijf. Zelfs indien wel vast zou staan dat sprake is van een medische noodzaak, dan brengt dat nog niet mee dat de woning zondermeer aan haar had moeten worden toegewezen. Woonstede dient dan, gelet op haar maatschappelijk verantwoordelijkheid, alsnog een belangenafweging te maken met andere woningzoekenden.

4.7.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, komt de kantonrechter tot de conclusie dat Woonstede niet onrechtmatig heeft gehandeld door te weigeren de woning [adres 3] aan [eisende partij] toe te wijzen. Onder gelijkblijvende omstandigheden handelt Woonstede evenmin onrechtmatig door [eisende partij] tot 18 maart 2018 uit te sluiten van de mogelijkheid om van Woonstede een woning te huren. De vorderingen onder a, b en d zullen daarom worden afgewezen.

Herstelkosten woning [adres en woonplaats]

4.8.

Vervolgens komt de kantonrechter toe aan de vordering onder c van € 2.012,00 van [eisende partij] , wegens onverschuldigde betaling.

4.9.

De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de overgelegde correspondentie, en dan met name de brieven 23 september 2013 (r.ov. 2.6.) en 9 december 2013 (r.ov. 2.7.), volgt dat partijen een betalingsregeling hebben. Gesteld noch gebleken is dat [eisende partij] de betalingsregeling is aangegaan onder het voorbehoud dat zij de vordering niet (impliciet) erkende. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eisende partij] de verschuldigdheid van de vertreknota (r.ov. 2.6.) hiermee erkend. [eisende partij] heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat zij er bij het sluiten van de betalingsregeling vanuit ging dat deze enkel zag op een huurachterstand en niet op schade, in welk verband zij de ontvangst van de brief van 22 april 2013 (r.ov. 2.6.) heeft betwist. Wat daar ook van zij, Woonstede heeft er gerechtvaardigd op kunnen vertrouwen dat [eisende partij] wist waar de betalingsregeling betrekking op had. Daarbij is van belang dat [eisende partij] uitdrukkelijk is gewaarschuwd voor het feit dat eventuele kosten die gemaakt worden om de woning weer in oude staat te brengen (r.ov. 2.1.) op haar worden verhaald (bij brief van 11 maart 2013, r.ov.2.5.). Nu uit de correspondentie ten aanzien van de betalingsregeling blijkt dat het de vertreknota betreft, daargelaten of [eisende partij] die ook heeft ontvangen, mocht Woonstede er vanuit gaan dat [eisende partij] wist dat die vertreknota ook betrekking kon hebben op schade. Daarbij is tevens van belang dat niet is gesteld dat [eisende partij] vragen heeft gesteld over de opbouw van de vordering. [eisende partij] heeft niet de mogelijkheid op haar erkenning in een gerechtelijke procedure terug te komen. De gestelde onverschuldigde betaling behoeft dan geen bespreking meer. De vordering onder c zal dus eveneens worden afgewezen.

4.10.

Resumerend wijst de kantonrechter, gelet op al het voorgaande, de vorderingen van [eisende partij] af. Dit geldt eveneens voor de nevenvorderingen nu die daarmee samenhangen.

4.11.

[eisende partij] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten tot deze uitspraak aan de zijde van Woonstede begroot op 300,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op