Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:838

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-02-2017
Datum publicatie
17-02-2017
Zaaknummer
05/720184-15 en 05/720124-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, heeft een 19-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden wegens diefstal van een auto, een poging tot zware mishandeling van twee agenten en een bedreiging van een agent. De man heeft eerst een auto gestolen en toen de politie hem daarin korte tijd later aantrof, heeft hij op volstrekt onverantwoorde wijze geprobeerd aan een aanhouding te ontkomen. Hij is eerst achteruit tegen een politieauto met daarin twee agenten gereden en is daarna met zeer hoge snelheid op de vlucht geslagen. Met deze zeer hoge snelheid is hij een stuk verderop op een door een politieauto geblokkeerde rotonde afgereden. Deze politieauto heeft hij ternauwernood gemist, hetgeen voor de inzittende agent zeer angstig was. Verdachte is net na de rotonde met zijn auto in de sloot terecht gekomen en aangehouden. Het is niet aan de man te wijten dat er geen slachtoffers door zijn rijgedrag zijn gevallen.

De rechtbank vindt het voorts zeer zorgwekkend dat de man, na te zijn geschorst uit voorlopige hechtenis, wederom een diefstal heeft gepleegd. De rechtbank is er vanuitgegaan dat de man verminderd toerekeningsvatbaar is. Daarnaast heeft de rechtbank de man veroordeeld tot het vergoeden van schade aan vier benadeelde partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/720184-15 en 05/720124-16 (gev. ttz.)

Datum uitspraak : 17 februari 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] te [woonplaats] (Duitsland),

raadsman: mr. W.K. Cheng, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen

van 20 november 2015, 29 januari 2016, 8 april 2016, 10 juni 2016 en 3 februari 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een toegestane vordering tot wijziging van de tenlastelegging, onder parketnummer 05/720184-15 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 augustus 2015 te Zelhem, gemeente Bronckhorst, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] , brigadier van politie, opzettelijk van het leven te beroven, met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto,

met (zeer) grote snelheid is ingereden op/ gereden in de richting van het door die [slachtoffer 1] bestuurd dienstvoertuig, terwijl zij met dat dienstvoertuig de rotonde/weg blokkeerde waarover verdachte reed in de (door hem) ontvreemde personenauto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

hij op of omstreeks 10 augustus 2015 te Zelhem, gemeente Bronckhorst, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] , brigadier van politie, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, met (zeer) grote snelheid is ingereden op/gereden in de richting van het door die [slachtoffer 1] bestuurd dienstvoertuig, terwijl zij met dat dienstvoertuig de rotonde/weg blokkeerde

waarover verdachte reed in de (door hem) ontvreemde personenauto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 10 augustus 2015 te Zelhem, gemeente Bronckhorst, [slachtoffer 1] , brigadier van politie, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, met (zeer) grote snelheid is ingereden op/gereden in de richting van het door die [slachtoffer 1] bestuurd dienstvoertuig, terwijl zij met dat dienstvoertuig de rotonde/weg blokkeerde waarover verdachte reed in de (door hem) ontvreemde personenauto;

2.

hij op of omstreeks 10 augustus 2015 te Varsseveld, gemeente Oude IJsselstreek, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] , opsporingsambtena(a)r(en)van politie, opzettelijk van het leven te beroven, met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, met grote snelheid (achteruit) is ingereden op/gereden in de

richting van het door die [slachtoffer 5] bestuurd dienstvoertuig, terwijl hij met dat dienstvoertuig stil stond achter de door hem, verdachte, ontvreemde personenauto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

hij op of omstreeks 10 augustus 2015 te Varsseveld, gemeente Oude IJsselstreek, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] , opsporingsambtena(a)r(en)van politie opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, met grote snelheid (achteruit) is ingereden op/ gereden in de richting van het door die [slachtoffer 5] bestuurd dienstvoertuig, terwijl hij met dat dienstvoertuig stil stond achter de door hem, verdachte, ontvreemde personenauto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 10 augustus 2015 te Varsseveld, gemeente Oude IJsselstreek, [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] , opsporingsambtena(a)r(en)van politie heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, met grote snelheid (achteruit) is ingereden op/ gereden in de richting van het door die [slachtoffer 5] bestuurd dienstvoertuig, terwijl hij met dat dienstvoertuig stil stond achter de door hem, verdachte, ontvreemde personenauto;

3.

hij op 10 augustus 2015 te Didam, gemeente Montferland, omstreeks 03.30 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, bij een woning gelegen aan de [adres 3] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto/bestelbus, merk Volkswagen Transporter, voorzien van het kenteken [kenteken] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Aan verdachte is onder parketnummer 05/720124-16 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 maart 2016 te Aalten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (voormalig) bedrijfspand (op het bedrijventerrein aan de [adres 2] ) heeft weggenomen goederen, te weten:

-een thermo-overall en/of

-een (industriële) weegschaal en/of

-een bezem en/of

-een stekkerdoos en/of

-een (spray) vloeistof en/of

-een of meerdere (30) rol(len) plakband en/of

-een zaklamp en/of

-een (oranje) dekzeil en/of

-een of meerdere (3) houten puzzel(s) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de gemeente Aalten, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/720184-15 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de nacht van 10 augustus 2015 is te Didam, gemeente Montferland, bij de woning aan de [adres 3] de personenauto van het merk Volkswagen Transporter (kenteken [kenteken] ) van [slachtoffer 4] gestolen.2

Nadat aangever de hulpdiensten had gealarmeerd, kregen verbalisanten [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] via de meldkamer het verzoek uit te kijken naar de gestolen auto. Om 04.03 uur zagen deze verbalisanten betreffende auto naderen. Verdachte reed in die auto. Verbalisanten hebben verdachte op de Zelhemseweg, te Varsseveld (gemeente Oude IJsselstreek), een stopteken gegeven en verdachte heeft de auto gestopt. De verbalisanten zijn met hun dienstvoertuig op enige afstand van verdachte gestopt. Vervolgens is verdachte met de Volkswagen achteruit tegen het dienstvoertuig van de verbalisanten aangereden. Hierna is verdachte met forse snelheid weggereden in de richting van Zelhem, waarop de politie met meerdere voertuigen de achtervolging heeft ingezet.3 Verbalisant [slachtoffer 1] , ook door de meldkamer gealarmeerd, heeft op een rotonde aan de Halseweg te Zelhem, gemeente Bronkhorst, haar dienstvoertuig zodanig stilgezet dat de rotonde grotendeels geblokkeerd werd. Verdachte kwam met zeer hoge snelheid op deze rotonde afrijden. Op het moment dat verdachte dichtbij kwam, heeft verbalisant [slachtoffer 1] haar voertuig iets bijgestuurd en verdachte heeft met zijn voertuig naar rechts gestuurd, waardoor hij deels door de rechterberm van die rotonde langs het dienstvoertuig reed.4 Vervolgens is verdachte met zijn voertuig in de greppel terechtgekomen, waar hij is aangehouden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte kan worden vrijgesproken van feit 1, primair en subsidiair, en van feit 2, primair. De overige danwel overigens tenlastegelegde feiten kunnen volgens de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen worden geacht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van alle feiten vrijspraak bepleit. Meer in het bijzonder heeft de raadsman van verdachte ten aanzien van feit 2 aangevoerd dat verdachte niet bewust achteruit op de verbalisanten is afgereden. De minimale schade aan de voertuigen is hier een bevestiging van. Er was dan ook geen (voorwaardelijk) opzet op het doden van de verbalisanten dan wel om hen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Evenmin was er opzet op het aanjagen van vrees. Ten aanzien van feit 3 heeft verdachte ontkend dat hij de diefstal heeft gepleegd. Hij reed in de auto, omdat hem dat tegen betaling was gevraagd. Verdachte heeft gewezen op plaatsen waar hij ten tijde van belang is geweest, waaronder niet valt de plaats van het delict.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de feiten in chronologische volgorde behandelen.

Ten aanzien van feit 3

Aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat zijn auto tussen 9 augustus 2015 om 22.00 uur en 10 augustus 2015 om 03.30 uur is weggenomen vanaf zijn woning aan de [adres 3] te Didam. Hij en zijn vrouw werden die nacht wakker van het geluid van een auto en herkenden daarin het geluid van zijn Volkswagenbus. Ze wonen aan een doodlopende straat en de auto heeft een kenmerkend geluid als die gestart wordt. Hij is naar beneden gerend en zag dat de bus weg was. Volgens aangever heeft hij onmiddellijk de politie gebeld toen hij zag dat de bus weg was. Dat was om 03.36 uur.5 Dit tijdstip wordt bevestigd doordat de eerste melding met betrekking tot deze diefstal bij de Regionale meldkamer om 03.40 uur werd uitgegeven.6

Gelet op het vorenstaande staat voor de rechtbank voldoende vast dat de auto omstreeks 03.30 uur (en niet al eerder die nacht) aan de [adres 3] in Didam weggenomen is.

In die nacht is de Volkswagen omstreeks 04.03 uur gesignaleerd door een politie-eenheid aan het eind van de Rijksweg A18 te Varsseveld. Met de Andes routeplanner zijn meerdere routes berekend op afstand en tijdsduur vanaf de plaats van ontvreemding tot het eerste aantreffen van de ontvreemde auto door de surveillance eenheid. Daaruit bleek dat de snelste route per auto vanaf de [adres 3] te Didam naar het eind van de A18, 25 kilometer is met een reistijd van ongeveer 21 minuten. De kortste route tussen die twee plaatsen bedraagt 24 kilometer met een reistijd van ongeveer 22 minuten.7

Gelet op de korte tijdspanne tussen het moment van de diefstal van de auto en het moment waarop verdachte al rijdende in die auto is aangetroffen, welke tijdspanne aansluit bij de kortste en/of snelste reisafstand tussen beide plaatsen, en gelet op de omstandigheid, zoals hieronder wordt overwogen, dat verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor zijn aanwezigheid in de gestolen Volkswagen, is de rechtbank van oordeel dat het verdachte was die deze auto wederrechtelijk heeft weggenomen.

Als alternatieve verklaring voor zijn aanwezigheid in de gestolen auto heeft verdachte ter zitting verklaard dat een vriend die nacht de auto bij hem bracht en dat hij vanaf (de nabije omgeving van) zijn huis in [woonplaats] in die auto is vertrokken. Vervolgens heeft hij een vriend van die jongen in de omgeving van Aalten afgezet om daarna richting Varsseveld te vertrekken.

De rechtbank volgt deze verklaringen van verdachte niet. Allereerst overweegt de rechtbank dat deze verklaring niet overeenkomt met de door verdachte bij de politie afgelegde verklaring. Daar heeft verdachte namelijk verklaard dat hij vanaf (de omgeving van) zijn huis via Beek naar Zelhem moest rijden en dat hij in Beek een jongen heeft afgezet.

Belangrijker acht de rechtbank dat de verklaringen van verdachte niet kunnen kloppen gelet op de afstand tussen de pleegplaats van de diefstal van de auto en de plaats waar verdachte in die auto is aangetroffen en de daarbij horende rijtijd. Immers, de reistijd en -afstand tussen de plaats van ontvreemding (Didam) via [woonplaats] naar de A18 bedraagt 1 uur en 5 minuten en is 69 kilometer.8 Uitgaande van de verklaringen van verdachte, zelfs indien rekening zou worden gehouden met forse snelheidsoverschrijdingen in het traject naar en vanaf de omgeving van de woning van verdachte, zoals door verdachte is verklaard, is het niet mogelijk om na de ontvreemding rond 03.30 uur vervolgens om 04.03 uur op de A18 te Varsseveld te worden gesignaleerd. Nog daargelaten dat verdachte heeft verklaard ook nog een tussenstop in Beek te hebben gemaakt.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank feit 3 wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 2

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair onder feit 2 tenlastegelegde niet bewezen kan worden verklaard. Verdachte zal van dit feit worden vrijgesproken. Over het subsidiair tenlastegelegde overweegt de rechtbank als volgt.

Verbalisanten [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] hebben verklaard dat zij met hun dienstauto ongeveer 20 meter achter verdachte waren gestopt en dat ze de lampen op het dak van hun voertuig naar voren gericht hadden aangezet. Ze zagen dat de achteruitrijlichten van de Volkswagen Transporter aangingen en dat het voertuig vol gas naar achteren reed. De Volkswagen Transporter reed met de achterzijde vol in de voorkant van hun voertuig. Verbalisanten hoorden een harde klap, voelden dat hun voertuig hard naar achteren sloeg en voelden daarbij dat zij naar voren schoten op hun stoelen.9 Verbalisant [slachtoffer 5] zag daarop dat er direct stoom onder de beschadigde motorkap van het dienstvoertuig vandaan kwam.10

De rechtbank heeft geen aanleiding te twijfelen aan de verklaringen van de verbalisanten over de afstand tussen hen en verdachte op het moment dat beide voertuigen stil stonden en evenmin over de snelheid waarmee verdachte achteruit reed.

Naar het oordeel van de rechtbank brengt het over een afstand van 20 meter met een auto vol gas achteruit rijden tegen een voertuig een aanmerkelijke kans met zich op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij de inzittende(n) van de aangereden auto. Zo kan bijvoorbeeld door de klap ernstig nek- en hoofdletsel bij de inzittenden worden veroorzaakt. Inzittenden van een auto die wordt aangereden, kunnen nauwelijks een kant op; zij zitten noodgedwongen in een bepaalde houding die hen daardoor ook kwetsbaar maakt.

De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte deze aanmerkelijke kans bewust heeft aanvaard. Verdachtes verklaringen dat hij vooruit wilde rijden en de Volkswagen per ongeluk in paniek in zijn achteruit zette, acht de rechtbank niet aannemelijk. Allereerst is hierbij van belang dat er, zoals verdachte ook ter zitting heeft bevestigd, een extra handeling vereist is voordat een dergelijke auto in de achteruit versnelling gezet kan worden, te weten het omhooghalen van een gedeelte van de versnellingspook dan wel het indrukken van de gehele versnellingspook. Van een dergelijke handeling is moeilijk voorstelbaar dat deze per ongeluk wordt gemaakt. Nog afgezien daarvan acht de rechtbank verdachtes verklaring niet aannemelijk omdat verdachte zijn gestelde vergissing niet heeft gecorrigeerd, terwijl daar wel de gelegenheid voor was, gezien de afgelegde rijafstand van 20 meter. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte doelbewust achteruit is gereden tegen de auto van de agenten waarin naar hij wist één of meer personen zaten.

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het subsidiair onder feit 2 tenlastegelegde.

Ten aanzien van feit 1

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair en subsidiair onder feit 1 tenlastegelegde niet bewezen kan worden verklaard. Verdachte zal van dit feit worden vrijgesproken. Over het meer subsidiair tenlastegelegde overweegt de rechtbank als volgt.

Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met zware mishandeling is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen.

Verbalisant [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij die nacht hoorde dat de Volkswagen het dienstvoertuig van haar collega’s had geramd en dat de Volkswagen zeer hard verder reed in de richting van Zelhem en Halle. Verbalisant zag toen zij de rotonde Halseweg met de N330 naderde dat er een auto met groot licht met hoge snelheid naderde uit de richting van Halle. Daarachter zag ze twee voertuigen met blauwe zwaailampen. Op verzoek van de meldkamer heeft verbalisant een blokkade op de rotonde gezet. Ze zag dat de Volkswagen met hoge snelheid de rotonde naderde. Het leek alsof hij geen snelheid minderde. Verbalisant ging ervan uit dat de auto 140 kilometer per uur reed, de snelheid die een politie-eenheid even daarvoor had doorgegeven. Omdat de Volkswagen kort daarvoor een politieauto had geramd en omdat hij met hoge snelheid recht op haar afkwam, stuurde ze op het laatste moment naar rechts, naar de stoep tussen de weg en het middelste gedeelte van de rotonde. Verbalisant zette zich al schrap voor de klap die zou komen. De Volkswagen stuurde op het laatste moment iets naar rechts en reed rakelings langs de linkerzijde van haar politiebus. Verbalisant was in de veronderstelling dat de Volkswagen haar bus bijna geraakt moest hebben.11 Dat was een behoorlijk schrikmoment.12

Ook verdachte heeft verklaard dat hij hard op de rotonde afreed (mogelijk 140 km/u) en dat hij het politievoertuig op de rotonde zag. Hij zag dat het voertuig bijstuurde en heeft daarom naar rechts gestuurd. Zou de verbalisant niet hebben bijgestuurd dan zou verdachte links langs het dienstvoertuig hebben gereden.13

Uit deze verklaringen leidt de rechtbank af dat verdachte, terwijl hij met zeer hoge snelheid de rotonde naderde, slechts op het allerlaatste moment heeft bijgestuurd om een aanrijding te voorkomen. Verdachte heeft daarmee bijzonder roekeloos en gevaarzettend rijgedrag vertoond, dit alles om aan aanhouding te ontkomen. Daarbij heeft verdachte de auto die hij bestuurde ook als wapen ingezet, door op de auto van verbalisanten [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] in te rijden. Ook verdachtes laatste actie toont aan, gezien de gevoerde snelheid en zijn rijgedrag bij de rotonde, dat verdachte nauwelijks een middel schuwde. Deze actie is naar zijn aard voor verbalisant [slachtoffer 1] bedreigend geweest. Naar het oordeel van de rechtbank kon met dit handelen door verdachte bij deze verbalisant in redelijkheid de vrees ontstaan dat zij zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. Hierbij betrekt de rechtbank dat de verbalisant op de hoogte was van het feit dat verdachte al eerder die nacht een dienstvoertuig had geramd (feit 2). Dat de verbalisant ook daadwerkelijk een aanrijding vreesde, kan blijken uit de omstandigheid dat zij zich schrap zette voor de te komen impact. Ook blijkt dit uit haar verklaringen dat het een behoorlijk schrikmoment was. Derhalve komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder feit 1, meer subsidiair, tenlastegelegde.

Ten aanzien van parketnummer 05/720124-16 14

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat het onder dit parketnummer tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft het feit ontkend. De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte weliswaar ter plaatse aanwezig was, maar dat hij zelf niets te maken had met de diefstal. Dit wordt bevestigd door verklaringen van een medeverdachte. Er was geen opzet op de samenwerking met de medeverdachten dan wel op de verwezenlijking van het grondfeit, aldus de verdediging.

Beoordeling door de rechtbank

Op 23 maart 2016 is verbalisant omstreeks 23.50 uur naar aanleiding van een melding naar een (voormalig) bedrijfspand aan de [adres 4] te Aalten ter hoogte van nummer [nummer 1] gegaan. Op 24 maart 2016 omstreeks 00.10 uur kwam hij langs voornoemd pand. Omstreeks 00.25 uur zag hij drie personen binnen het hekwerk lopen in de richting van een gat in het hekwerk. Alle drie de personen hadden hun handen vol met goederen. Eén persoon had blond haar, de tweede persoon had bruin haar en droeg een donkere muts en de derde persoon droeg een donkere baseballcap. Allemaal waren ze in het donker gekleed. Verbalisant heeft gezien dat op de broek van de persoon die wegvluchtte grote letters waren aangebracht.15

Achter het hekwerk stonden diverse goederen, te weten een thermo-overall, industriële weegschaal, bezem, verlengstekkerdoos, 1 bus spray vloeistof, 30 rollen plakband, een zaklamp, een zak met een oranje plastic dekzeil en 3 houten puzzels.16

Aangever [naam 1] heeft verklaard dat de gemeente Aalten eigenaar is van de opstallen van voormalig [naam 2] en [naam 3] , gelegen aan de [adres 4] [nummer 2] te Aalten. Hij heeft van de politie gehoord dat er op 23 maart 2016 omstreeks 23.51 uur een diefstal heeft plaatsgevonden, waarbij verschillende goederen uit de opstallen zijn weggenomen. Uit de goederenbijlage bij de aangifte komt naar voren dat de volgende goederen zijn ontvreemd: een thermo-overall, een weegschaal, een bezem, een verlengsnoer met verdeeldoos, corrisispray, 30 rollen plakband, 3 houten puzzels en een zaklantaarn.17

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij via een hek waarvan de spijlen al naar buiten gebogen waren op een sloopterrein aan de [adres 4] of -weg in Aalten zijn gegaan. Ze hebben een blokkendoos, een zeil, een bezem, een jas en een thermopak weggenomen. Hijzelf nam de weegschaal en de blokkendozen mee, [medeverdachte 2] de jas en het thermopak en [verdachte] het stuk zeil. Het was voor hen duidelijk dat ze het terrein niet op mochten.18 [medeverdachte 1] heeft deze verklaringen herhaald tegenover de rechter-commissaris.19

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij op 23 maart 2016 samen met [medeverdachte 1] en [verdachte] was. Hij kreeg ineens het idee om naar [naam 3] , een leegstaande fabriek, te gaan. Hij wilde gaan rondkijken wat er nog in de fabriek die wordt of zal worden gesloopt, te vinden was en wat ze konden meenemen. [medeverdachte 1] en [verdachte] vonden het een goed idee. Ze zijn met de auto van [medeverdachte 1] naar de fabriek toegereden. De fabriek stond op het industriegebied in Aalten. [medeverdachte 1] heeft de auto naast de fabriek geparkeerd. Ze zagen dat het hek al uit elkaar was gebogen. Daardoor konden ze er tussendoor kruipen. Ze zijn het terrein opgegaan. In de kelder was een soort magazijn. Ze hebben uit dat magazijn spullen weggenomen. Hij heeft een thermopak en een winterjas meegenomen, [verdachte] nam een oranje kleurig zeil mee en [medeverdachte 1] had ook een aantal goederen, volgens [medeverdachte 2] een houten puzzel en een oude weegschaal.20

Verdachte heeft verklaard dat hij op 23 maart 2016 een zwarte joggingbroek droeg met op zijn been in grote letters “Adidas” en een wit shirt. Hij droeg een lichtblauwe pet. Tijdens zijn aanhouding droeg hij een donkere pet.21

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met twee medeverdachten wederrechtelijk goederen heeft weggenomen van genoemde locatie.

De rechtbank hecht geen waarde aan de verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting dat hij wel op het terrein was, maar geen gestolen goederen heeft vastgehouden en niet heeft meegedaan met de diefstal. Evenmin hecht de rechtbank waarde aan de tegenover de rechter-commissaris afgelegde getuigenverklaring door medeverdachte (en vriend van verdachte) [medeverdachte 2] . Hiertoe overweegt de rechtbank allereerst dat deze verklaringen niet stroken met de overige (hiervoor weergegeven) getuigenverklaringen en de verklaringen van de verbalisant. Daarnaast is de tweede verklaring van [medeverdachte 2] tegenstrijdig met zijn eerste verklaring en met de beide verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] , die wel consistent heeft verklaard en daarbij ook zichzelf niet heeft gespaard.

De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het onder dit parketnummer tenlastegelegde.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 05/720184-15 de feiten 1, meer subsidiair, 2, subsidiair en 3 en het onder parketnummer 05/720124-16 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

parketnummer: 05/720184-15

1.

hij op of omstreeks 10 augustus 2015 te Zelhem, gemeente Bronckhorst, [slachtoffer 1] , brigadier van politie, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, met (zeer) grote snelheid is ingereden op/gereden in de richting van het door die [slachtoffer 1] bestuurd dienstvoertuig, terwijl zij met dat dienstvoertuig de rotonde/weg blokkeerde waarover verdachte reed in de (door hem) ontvreemde personenauto;

2.

hij op of omstreeks 10 augustus 2015 te Varsseveld, gemeente Oude IJsselstreek, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] , opsporingsambtena(a)r(en) van politie opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto, met grote snelheid (achteruit) is ingereden op/ gereden in de richting van het door die [slachtoffer 5] bestuurd dienstvoertuig, terwijl hij met dat dienstvoertuig stil stond achter de door hem, verdachte, ontvreemde personenauto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op 10 augustus 2015 te Didam, gemeente Montferland, omstreeks 03.30 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, bij een woning gelegen aan de [adres 3] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto/bestelbus, merk Volkswagen Transporter, voorzien van het kenteken [kenteken] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

parketnummer 05/720124-16

hij op of omstreeks 23 maart 2016 te Aalten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (voormalig) bedrijfspand (op het bedrijventerrein aan de [adres 2] ) heeft weggenomen goederen, te weten:

-een thermo-overall en/of

-een (industriële) weegschaal en/of

-een bezem en/of

-een stekkerdoos en/of

-een (spray) vloeistof en/of

-een of meerdere (30) rol(len) plakband en/of

-een zaklamp en/of

-een (oranje) dekzeil en/of

-een of meerdere (3) houten puzzel(s) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de gemeente Aalten, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1 (05/720184-15):

Bedreiging met zware mishandeling

ten aanzien van feit 2 (05/720184-15):

Poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 3 (05/720184-15):

Diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd

ten aanzien van parketnummer 05/720124-16:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 198 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en tot een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 12 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis van de officier van justitie bovenmatig is. Verdachte heeft al geruime tijd in voorarrest gezeten en is daarmee al voldoende gestraft. Verdachte is op de goede weg zijn leven te beteren. Een reclasseringstoezicht is dan ook niet nodig.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 19 december 2016;

- een rapportage van psychologisch onderzoek door [naam 4] , forensisch psycholoog, gedateerd 31 december 2015;

- reclasseringsadviezen van 12 augustus 2015, 30 oktober 2015, 25 maart 2016 en 18 januari 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan twee misdrijven gericht tegen politieagenten en twee diefstallen. Verdachte heeft, nadat hij staande is gehouden al rijdende in een gestolen auto, kennelijk uit angst voor een aanhouding, op volstrekt onverantwoorde wijze getracht aan een aanhouding te ontkomen. Hij is daarbij tot twee keer toe op politieagenten afgereden, waarbij hij eenmaal het dienstvoertuig heeft geraakt en heeft met zeer hoge snelheden over een 80 km-weg gereden. Het is niet aan verdachte te wijten dat er geen slachtoffers door zijn rijgedrag zijn gevallen.

De rechtbank vindt het voorts zeer zorgwekkend dat verdachte, na te zijn geschorst uit voorlopige hechtenis, wederom een diefstal heeft gepleegd. De dreiging van een mogelijk verblijf in detentie weerhoudt verdachte er kennelijk niet van wederom strafbare feiten te plegen.

De over verdachte rapporterende psycholoog heeft geadviseerd om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. De rechtbank zal dit advies overnemen. Gelet hierop en op de ernst en aantal van de gepleegde misdrijven acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor meerdere maanden aangewezen. De rechtbank acht passend een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, rekening houdend met het feit dat verdachte reeds 249 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Tot slot zal de rechtbank aan verdachte een rijontzegging opleggen voor de duur van 12 maanden omdat hij ten tijde van de feiten een auto bestuurde.

7a. Het beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven Torks (schroef), goednummer: PL0600-2015389102-874982, welk goed bij gelegenheid van het onderzoek naar de ten laste gelegde feiten is aangetroffen, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven telefoon van het merk Samsung, goednummer: Pl0600-2015389102-863883, zal de teruggave aan verdachte worden gelast, nu zich daartegen geen strafvorderlijk belang verzet.

7b. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder parketnummer 05/720184-15 bewezenverklaarde feiten.

Benadeelden [slachtoffer 5] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] hebben ieder afzonderlijk een bedrag van € 400,00 gevorderd. Benadeelde [slachtoffer 4] heeft een bedrag van € 4.544,35 gevorderd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle vorderingen voldoende zijn onderbouwd en voor toewijzing in aanmerking komen.

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de verdediging voor afwijzing van de vorderingen gepleit, gelet op de bepleite vrijspraak voor de tenlastegelegde feiten. Subsidiair is ten aanzien van de vordering van benadeelde [slachtoffer 4] aangevoerd dat de verzekering reeds heeft uitgekeerd, zodat de vordering dient te worden afgewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de vorderingen van benadeelden [slachtoffer 5] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] is de rechtbank van oordeel dat, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen is gebleken, vastgesteld kan worden dat deze benadeelde partijen als gevolg van het parketnummer 05/720184-15 feit 1, meer subsidiair, dan wel feit 2, subsidiair, bewezen verklaarde handelen tot de gevorderde bedragen schade hebben geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vorderingen zijn voor toewijzing vatbaar.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde [slachtoffer 4] overweegt de rechtbank als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het (onder parketnummer 05/720184-15, feit 3) bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank begroot deze schade als volgt. Benadeelde heeft aangevoerd dat hij schade heeft geleden door het moeten aanschaffen van een nieuwe auto. Voor de (door verdachte gestolen) Volkswagen heeft benadeelde in totaal € 10.800,40 aan vergoeding ontvangen. Uit de bijgevoegde bijlage kan volgen dat benadeelde een vervangende auto had kunnen aanschaffen voor € 13.950,00. De schadepost komt dan op € 13.950,00 - € 10.800,40 = € 3.149,60. De vordering zal tot dit bedrag worden toegewezen. De benadeelde vordert tevens vergoeding van de kosten die hij heeft gemaakt ter verkrijging van schadevergoeding, bestaande uit reiskosten groot € 44,35. De rechtbank acht deze vordering toewijsbaar.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in zijn vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van de toe te wijzen bedragen ten behoeve van genoemde benadeelde partijen. De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. De gevorderde wettelijke rente is steeds toewijsbaar vanaf 10 augustus 2015.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36d, 36f, 45, 57, 63, 285, 302, 310 en 311

van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05/720184-15, feit 2 primair en feit 1, primair en subsidiair, tenlastegelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;

  • ontzegt verdachte ter zake van het onder parketnummer 05/720184-15 onder 2 subsidiair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: de Torks (schroef), goednummer: PL0600-2015389102-874982;

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven telefoon van het merk Samsung, goednummer: Pl0600-2015389102-863883, aan veroordeelde;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partijen

benadeelde partij [slachtoffer 1]

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 onder parketnummer 05/720184-15 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 400,00 (vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 400,00 (vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 8 (acht) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

benadeelde partij [slachtoffer 5] ,

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 05/720184-15 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], van een bedrag van € 400,00 (vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 5], van een bedrag van € 400,00 (vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 8 (acht) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

benadeelde partij [slachtoffer 3] ,

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 05/720184-15 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een bedrag van € 400,00 (vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een bedrag van € 400,00 (vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 8 (acht) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

benadeelde partij [slachtoffer 4]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 onder parketnummer 05/720184-15 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], van een bedrag van € 3.149,60 (drieduizend honderdnegenenveertig euro en zestig eurocent, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 44,35;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4], van een bedrag van € 3.193,95 (drieduizend honderddrieënnegentig euro en vijfennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 41 (eenenveertig) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.L. Tomassen (voorzitter), mr. M.C. van der Mei en mr. M.P. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015389102-48, gesloten op 25 augustus 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , p. 32.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 37 en 38; proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5] , p. 170-171, en verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 3 februari 2017.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 54 en 55; proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] p.177-179, en verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 3 februari 2017.

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , p. 32 en 33.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 35.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 106.

8 Een uitdraai van Andes Routeplanner, p. 122 en 124.

9 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] , p. 170 en 171 en proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , p. 174 en 175.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 38.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 54 en 55.

12 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 178.

13 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 3 februari 2017.

14 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte processen-verbaal, welke processen-verbaal beginnen met proces-verbaalnummer: PL0600-2016143964.

15 Proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer PL0600-2016143964-2, blad 1 en 2.

16 Proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer PL0600-2016143964-11, blad 1.

17 Proces-verbaal van aangifte door [naam 1] , proces-verbaalnummer PL0600-2016143964-1, blad 1, 3 en 4.

18 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , proces-verbaal nummer PL0600-2016143964-30, blad 2

19 Proces-verbaal van getuigenverhoor van [medeverdachte 1] , afgelegd op 21 juni 2016, r.c.-nummer: 15/1452, p. 1 en 2.

20 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] , proces-verbaal nummer PL0600-2016143964-22, blad 2- blad 3

21 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, proces-verbaalnummer PL0600-2016143964-23