Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:739

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-02-2017
Datum publicatie
14-02-2017
Zaaknummer
05/700101-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De raadkamer wijst de vordering tot een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel toe onder algemene en bijzondere voorwaarden. Als bijzondere voorwaarden zijn opgelegd: inzet voor een zinvolle dagbesteding, medewerking aan het volgen van ambulante behandeling (psychotherapie) wanneer de reclassering dit nodig acht, locatieverbod voor Arnhem, contactverbod met nabestaanden en mededaders, inzicht verschaffen in sociaal netwerk en zich open en controleerbaar opstellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Parketnummer: 05/700101-12

beschikking op de vordering tot verlenging plaatsing inrichting voor jeugdigen van de meervoudige raadkamer voor kinderstrafzaken d.d. 14 februari 2017

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [postcode] [plaats]

raadsman: mr. G.N. Weski, advocaat te Rotterdam.

De procedure

De raadkamer heeft kennis genomen van de op 31 oktober 2016 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in dit arrondissement, welke vordering strekt tot verlenging met 3 (drie) maanden van de bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 27 augustus 2013 opgelegde maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (nader te noemen: PIJ-maatregel) met betrekking tot:

[veroordeelde], voornoemd.

De raadkamer heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder:

- de aantekeningen als bedoeld in artikel 77t, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht;

- het advies van de Rijks Justitiële Jeugdinrichting [naam] te [plaats 2], hierna te noemen: RJJI, gedateerd 31 oktober 2015 (naar de rechtbank begrijpt 31 oktober 2016). In het advies wordt geadviseerd tot een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel;

- de vordering vaststellen voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging PIJ door de officier van justitie, overgelegd ter zitting van 31 januari 2017.

In raadkamer van 31 januari 2017 zijn gehoord:

- de veroordeelde, hierna te noemen betrokkene;

- diens raadsman, mr. G.N. Weski, advocaat te Rotterdam;

- de deskundige [deskundige], als GZ-psycholoog verbonden aan de RJJI;

- mevrouw [deskundige 2], namens Reclassering Nederland;

- de officier van justitie, mr. W.E.M. van Erp.

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering gewijzigd, in die zin dat thans om een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel wordt verzocht, onder vaststelling van de voorwaarden als vermeld in de ter zitting overgelegde vordering van 31 januari 2017.

De officier van justitie heeft ter zitting naar voren gebracht dat, tenzij ter zitting nog blijkt van contra-indicaties, deze vordering in de plaats treedt van de vordering van 31 oktober 2016.

De deskundige heeft het advies toegelicht.

Betrokkene en zijn raadsman kunnen zich vinden in het vaststellen van voorwaarden in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel.

De overwegingen

Het advies, d.d. 31 oktober 2016 van de RJJI vermeldt onder meer:

“ (…) Het afgelopen jaar zijn de vrijheden en verantwoordelijkheden van [veroordeelde] verder uitgebreid en heeft hij veelvuldig tijdens verlof buiten de inrichting kunnen oefenen. [veroordeelde] heeft laten zien dat hij op adequate wijze om kan gaan met deze uitbreidingen en er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan. Daarnaast is de VIC-indicatie van [veroordeelde] opgeheven en is hij op 02-06-2016 overgeplaatst naar de resocialisatieafdeling (reguliere afdeling). Vanuit het multidisciplinair overleg was de wens naar voren gekomen om [veroordeelde] uit te laten stromen via een reguliere afdeling om te bekijken hoe hij zich daar zou verhouden ten opzichte van andere jeugdigen in een minder beschermde omgeving dan de VIC. Dit ging [veroordeelde] goed af en in combinatie met zijn positieve ontwikkeling binnen en buiten de inrichting is hij per 15-08-2016 op STP gegaan. (…) [veroordeelde] is betrouwbaar in afspraken en houdt zich aan de gestelde voorwaarden. Vanuit het STP zijn (onder andere) de volgende voorwaarden en regels van kracht:

  • -

    [veroordeelde] mag zich niet in de omgeving van Arnhem begeven.

  • -

    Er wordt geen contact gezocht met de mededader die in RJJI, locatie [plaats 3]

verblijft.

  • -

    De wijkagent wordt geïnformeerd.

  • -

    Via de gebruikelijke procedure worden IDV en BIJ geïnformeerd over de nieuwe fase in het resocialisatietraject.

  • -

    De Divisie Individuele Zaken (DIZ) wordt iedere twee maanden door de inrichting

geïnformeerd over de voortgang van de verloven.

  • -

    [veroordeelde] mag geen contact zoeken met de nabestaanden.

  • -

    Elke twee weken vindt een evaluatiegesprek plaats met de gedragsdeskundige van de

inrichting.

- Wekelijks is er contact met de Reclassering.”

“(…)[veroordeelde] is zowel intrinsiek als extrinsiek gemotiveerd voor behandeling. Hij heeft altijd aan alle interventies en therapieën meegewerkt. In het begin heeft [veroordeelde] vooral meegewerkt aan alles wat hem werd aangeboden, maar de afgelopen twee jaar heeft hij in toenemende mate meer eigen initiatief laten zien met betrekking tot zijn doelen en eigen ontwikkeling. [veroordeelde] heeft sinds de vorige verlengingszitting meerdere van zijn eigen doelen behaald, waaronder het behalen van zijn rijbewijs, het vinden en uitvoeren van werk en het oriënteren op het starten van een eigen bedrijf. Het zelfinzicht van [veroordeelde] is vergroot, zijn sociaal-emotionele achterstand is ingehaald en zijn inzicht in de gevolgen van het eigen

handelen (ook met betrekking tot het delict) is verbeterd. Tezamen met zijn duidelijke

toekomstperspectief, zijn pro sociale netwerk (gezin, familie, vrienden en collega's) en zijn

gerichtheid op scholing en werk wordt het recidiverisico als laag beoordeeld.”

“(…) De toegewezen reclasseerder is mevr. [naam 2]. Momenteel wordt zij vervangen door mevr. [deskundige 2]. Er is overleg geweest met de Reclassering omtrent het advies tot voorwaardelijke beëindiging en de casus is intern bij de Reclassering besproken. De

Reclassering is van mening dat als het STP positief blijft verlopen een voorwaardelijke

beëindiging op zijn plaats is. In overleg met de Reclassering zijn de volgende voorwaarden

opgesteld voor een voorwaardelijke beëindiging: (…)

  • -

    Een meldplicht.

  • -

    Zich gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, ook indien deze aanwijzing een vorm van intensieve begeleiding inhoudt, zich naar begeleiders coöperatief en begeleidbaar opstellen.

  • -

    Toestemming verlenen om contact op te nemen met relevante referenten en netwerkcontacten.

  • -

    Zich inzetten voor het hebben en/of behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van (vrijwilligers)werk en/of opleiding.

  • -

    Het volgen van een ambulante behandeling (psychotherapie) bij Forensische Polikliniek De Waag of soortgelijke instelling mocht de reclassering dit nodig achten.

  • -

    Locatieverbod; u mag zich niet in de omgeving van Arnhem begeven.

  • -

    Contactverbod: u zal op geen enkele wijze contact op (laten) nemen, zoeken of hebben met slachtoffer [slachtoffer] en mededaders [medeverdachte] en [medeverdachte 2].

(…) Het gedrag van [veroordeelde] was destijds grotendeels te verklaren vanuit zijn sociaalemotionele achterstand, zijn opvoeding en zijn emotionele onrijpheid, waardoor hij zich in zijn verliefdheid heeft laten beïnvloeden. [veroordeelde] was niet in staat om de juiste keuzes te maken noch om de gevolgen van zijn eigen handelen en zijn aandeel in te zien. Hieraan is in de behandeling veel aandacht besteed, onder andere door het volgen van interventies, psychotherapie en gedragstherapeutische gesprekken. De sociaal-emotionele achterstand is ingehaald en [veroordeelde] heeft veel nieuwe (sociale)vaardigheden geleerd. Tevens is zijn zelfinzicht vergroot en is hij goed op weg in zijn zoektocht naar zijn eigen identiteit. [veroordeelde] heeft een duidelijk toekomstperspectief en heeft hard gewerkt om dit te kunnen realiseren. Hij heeft zijn Fit!vak A en zijn rijbewijs behaald, heeft werk gevonden middels een succesvolle stage en doet zijn best om zijn leven buiten de inrichting vorm te geven en zijn plek in de maatschappij te vinden. Hij heeft laten zien goed om te kunnen gaan met een toename van vrijheden en verantwoordelijkheden. Het recidiverisico en de delictgevaarlijkheid zijn sterk afgenomen en met behulp van verlof zijn de protectieve factoren versterkt (familie, vrienden, dagbesteding en scholing). Het afgelopen jaar is specifieke aandacht besteed aan het bespreekbaar blijven maken van de relatievorming met anderen en de invloed van anderen op het maken van de eigen keuzes. Tijdens het verblijf in de inrichting en in de evaluatiegesprekken gedurende het STP blijkt dat [veroordeelde] voldoende weerbaar is geworden en zich niet meer (negatief) laat beïnvloeden door anderen of laat meeslepen. [veroordeelde] heeft laten zien dat hij de aangeleerde vaardigheden in de maatschappij kan toepassen.

(…) Op basis van de risico-inschatting is het recidiverisico beoordeeld als laag. [veroordeelde] heeft de afgelopen jaren veel geleerd en zijn achterstand op sociaal-emotioneel gebied heeft hij ingelopen. Gezien het positieve verloop van het STP rest nog de laatste fase van zijn PIJ-maatregel; de voorwaardelijke beëindiging. Er is geen noodzaak voor een residentiële voortzetting en op de huidige einddatum van zijn PIJ-maatregel is [veroordeelde] 4½ maand op STP. De inschatting is dat een verdere verlenging niet noodzakelijk is. Gedurende het jaar voorwaardelijke beëindiging zal het toezicht doorlopen en zullen de opgestelde voorwaarden gelden. (…) Gelet op het afgenomen recidiverisico en de huidige fase van het traject van [veroordeelde] (het STP), is het advies om de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen. Een verdere verlenging van de PIJ-maatregel is niet noodzakelijk voor een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling. [veroordeelde] beschikt over voldoende adequate vaardigheden en hij heeft zijn leven buiten de inrichting op adequate wijze ingevuld en vormgegeven.”

In raadkamer van 31 januari 2017 heeft de deskundige het advies nader toegelicht en onder meer het volgende verklaard. Betrokkene ontwikkelt zich in positieve zin. Gedurende de afgelopen periode van het STP is er contact geweest in een frequentie van eenmaal per twee weken. Betrokkene is sinds de start van het STP meer gaan nadenken over welke gevolgen het delict heeft voor de rest van zijn leven. Betrokkene heeft plannen voor de toekomst. Met hem wordt besproken in hoeverre de plannen haalbaar zijn op korte termijn en of sommige plannen mogelijk beter op een later moment kunnen worden gerealiseerd. Er is voor gekozen om open te communiceren met werk en school over het verleden van betrokkene. Betrokkene is bezig met een zelfstudie zodat hij zich verder kan ontwikkelen. Op dit moment worden geen risicofactoren gezien. Het is van belang dat betrokkene wordt voorbereid op mogelijke ontwikkelingen in de toekomst, bijvoorbeeld de situatie waarin hij een relatie zou krijgen. Ten aanzien van de voorwaarden die in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel zijn gevorderd door de officier van justitie zijn geen bijzonderheden geconstateerd. De deskundige kan zich daarin vinden. Betrokkene maakt zich enigszins zorgen over het locatieverbod voor Arnhem. Mocht hij zich voor werk of opleiding in Arnhem moeten begeven dan zou een locatieverbod belemmerend kunnen werken. De voorwaarde ten aanzien van het volgen van ambulante behandeling (psychotherapie) bij Forensische Polikliniek De Waag of een soortgelijke instelling wanneer dit door de reclassering nodig wordt geacht, is voor betrokkene van belang omdat hij lange tijd wekelijks psychotherapie heeft gevolgd. Mocht dit op enig moment nodig zijn dan kan in het kader van deze voorwaarde opnieuw psychotherapie ter ondersteuning van betrokkene worden ingezet. De deskundige adviseert tot een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel.

Ter zitting heeft mevrouw [deskundige 2] van Reclassering Nederland daar nog het volgende aan toegevoegd. Betrokkene heeft een steunend netwerk. De reclassering kan betrokkene in aanvulling hierop adviseren over onderwerpen waar zijn ouders en vrienden minder zicht op hebben. Betrokkene is na zijn verblijf in de instelling weer terug gekomen in de buurt waar hij is opgegroeid. Dit heeft hij goed opgepakt. Betrokkene heeft levensdoelen. Hij weet dat er beren op de weg kunnen komen, maar hij accepteert dat en wil ermee leren omgaan. Betrokkene ziet in dat het belangrijk is om onderwerpen die hem bezighouden te bespreken en hij brengt ook zelf onderwerpen aan. Ten aanzien van de voorwaarden zoals geformuleerd door de officier van justitie zijn geen bijzonderheden geconstateerd. De reclassering kan zich daar in vinden. Door de reclassering is met betrokkene gesproken over de mogelijkheid om naar Hong Kong te reizen om een familielid, met wie het momenteel niet goed gaat, te bezoeken. Tijdens dat mogelijke verblijf kan via telefoon of internet contact met betrokkene worden onderhouden. De reclassering staat hiervoor open en ziet hierin geen probleem.

De raadsman heeft naar voren gebracht dat de verdediging zich kan vinden in een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel met het vaststellen van de door de officier van justitie gevorderde voorwaarden.

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat in eerste instantie een verlenging van de PIJ-maatregel voor de duur van drie maanden is gevorderd, in afwachting van de actuele stand van zaken. Gelet op de positieve ontwikkeling van betrokkene is een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel op zijn plaats. Hierbij is het wel van belang dat de voorwaarden voldoende helder zijn zodat deze kunnen fungeren als vangnet. Er dient voorzichtig te worden omgegaan met het afbouwen van de begeleiding van betrokkene zodat de risico’s tot een minimum worden beperkt en er geen onnodige incidenten plaatsvinden. Het gebiedsverbod voor Arnhem kan weliswaar lastig zijn voor betrokkene, maar het is ook in zijn belang. Voorkomen dient te worden dat betrokkene en de nabestaanden op een onverwacht moment met elkaar worden geconfronteerd. De officier van justitie persisteert bij haar vordering tot het vaststellen van voorwaarden tijdens een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, zoals overgelegd ter zitting op 31 januari 2017.

De raadkamer overweegt als volgt.

Op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken, is gebleken dat betrokkene zijn behandeling tijdens de PIJ-maatregel en gedurende de STP-periode tot nu toe goed heeft doorlopen. Hij ontwikkelt zich in positieve zin en stelt zich begeleidbaar op. Betrokkene heeft duidelijke doelen voor de toekomst en hij zet zich in om deze doelen te behalen. Hij wordt hierbij gesteund door zijn netwerk.

Een verdere verlenging van de PIJ-maatregel wordt, gelet op het advies van de RJJI en de toelichting van de deskundigen ter zitting, niet noodzakelijk geacht voor een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene. Om het verdere resocialisatietraject goed te kunnen afronden, is het noodzakelijk dat de betrokkene zich houdt aan de voorwaarden zoals gevorderd door de officier van justitie en besproken ter zitting.

[Verlenging pij  eisen:

- artikel 77t lid 3: maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerder personen;

- artikel 77t lid 3 jo 77s lid 1 onder b en c

 onder b: de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist

 onder c: de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte

Artikel 77t lid 2: verlenging kan voor maximaal 4 jaar, echter maximaal 6 jaar mogelijk als de maatregel is opgelegd aan een verdachte als bedoeld in artikel 77s lid 3 2e volzin:

Indien bij de verdachte tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond.]

De raadkamer neemt bij haar beslissing de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.

De beslissing

wijst toe de vordering tot het vaststellen van voorwaarden tijdens de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, opgelegd aan [veroordeelde] voornoemd, in die zin dat deze voorwaarden met ingang van 14 februari 2017 en voor de duur van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel als volgt komen te luiden:

Algemene voorwaarden:

  1. Betrokkene verleent zijn medewerking aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

  2. Betrokkene houdt zich aan de voorwaarden en aanwijzingen die hem gesteld zijn door of namens de toezichthoudende instantie;

  3. Betrokkene maakt zich niet schuldig aan het plegen van strafbare feiten en/of zal zich niet in situaties begeven, die zijn resocialisatie in gevaar brengen;

  4. Betrokkene verleent zijn medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of het ter inzage aanbieden van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit;

  5. Betrokkene stelt zich voor de reclassering open en controleerbaar op en geeft toestemming aan de reclassering om contact te hebben met alle relevante personen en instellingen uit zijn sociale netwerk. Tevens geeft hij aan deze personen/instellingen toestemming informatie uit te wisselen met de reclassering;

  6. Betrokkene zal zich niet buiten de Nederlandse grenzen begeven, anders dan met toestemming van de reclassering.

Bijzondere voorwaarden:

7. Betrokkene zal zich inzetten voor het hebben en/of behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van (vrijwilligers)werk en/of opleiding;

8. Betrokkene verleent zijn medewerking aan het volgen van een ambulante behandeling (psychotherapie) bij Forensische Polikliniek “De Waag” of soortgelijke instelling mocht de reclassering dit nodig achten;

9. Betrokkene zal zich niet in of in de omgeving van Arnhem begeven (locatieverbod);

10. Betrokkene zal op geen enkele wijze contact op (laten) nemen, zoeken of hebben met de nabestaanden [slachtoffer] en [slachtoffer 2] en mededaders [medeverdachte] en [medeverdachte 2] (contactverbod);

11. Betrokkene geeft inzicht in zijn sociaal netwerk en stelt zich open en controleerbaar op.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Peper, kinderrechter als voorzitter, E.J. Davids, kinderrechter, en W. Bruins, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.C.G.M. van Dijck, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 februari 2017.