Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:738

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-02-2017
Datum publicatie
14-02-2017
Zaaknummer
05/700090-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot verlenging PIJ-maatregel. In eerste instantie heeft de officier van justitie verlenging met zes maanden gevorderd. Door recente ontwikkelingen is ter zitting een verlenging PIJ-maatregel van negen maanden gevorderd. De raadkamer wijst de vordering verlenging PIJ-maatregel toe voor de duur van negen maanden zodat betrokkene voldoende ruimte heeft om te starten met het STP en de periode van het STP goed te doorlopen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Parketnummer: 05/700090-12

beschikking op de vordering tot verlenging plaatsing inrichting voor jeugdigen van de meervoudige raadkamer voor kinderstrafzaken d.d. 14 februari 2017

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland,

tegen

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans verblijvende in Rijks Justitiële Jeugdinrichting [naam] te [plaats].

Raadsman: mr. W. Suttorp, advocaat te Rotterdam, namens zijn kantoorgenoot mr. G.S.J. van Gestel.

De procedure

De raadkamer heeft kennis genomen van de op 8 november 2016 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in dit arrondissement, welke vordering strekt tot verlenging met 6 (zes) maanden van de bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank d.d. 3 september 2012 opgelegde maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met betrekking tot:

[veroordeelde], voornoemd.

De raadkamer heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder:

- de aantekeningen als bedoeld in artikel 77t, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht,

- het advies van de Rijks Justitiële Jeugdinrichting [naam] te [plaats], hierna te noemen: RJJI, gedateerd 27 oktober 2016. In het advies wordt geadviseerd tot verlenging van de maatregel met een periode van 6 (zes) maanden, en

- de e-mail van drs. [naam deskundige] d.d. 31 januari 2017, waarin is geadviseerd tot verlenging van de PIJ-maatregel met een periode van 9 (negen) maanden.

In raadkamer van 31 januari 2017 zijn gehoord:

- de veroordeelde, hierna te noemen betrokkene;

- diens raadsman, mr. W. Suttorp, advocaat te Rotterdam, namens zijn kantoorgenoot mr. G.S.J. van Gestel;

- de deskundige drs. [naam gedragsdeskundige], gedragsdeskundige verbonden aan de RJJI;

- de deskundige drs. [naam deskundige], als gedragsdeskundige verbonden aan de RJJI;

- de heer [naam reclasseringsmedewerker] namens Reclassering Nederland;

- de ouders van veroordeelde, en

- de officier van justitie, mr. W.E.M. van Erp.

De officier van justitie heeft de vordering ter zitting gewijzigd. Zij heeft in dat verband naar voren gebracht dat zij zich aansluit bij het advies van de RJJI om de PIJ-maatregel niet met zes, maar met negen maanden te verlengen. De officier van justitie heeft voor het overige gepersisteerd.

De deskundigen hebben het advies toegelicht.

Betrokkene en zijn raadsman verzetten zich tegen toewijzing van de vordering. Indien de raadkamer toch van oordeel is dat de PIJ-maatregel moet worden verlengd, hebben betrokkene en zijn raadsman verzocht om de verlenging van de maatregel zoveel mogelijk in duur te beperken.

De overwegingen

Het advies, d.d. 27 oktober 2016, van de RJJI vermeldt onder meer:

“(…) In de lopende PIJ behandeling is de delictsituatie en de bijbehorende problematiek

uitvoerig met [veroordeelde] besproken. Hierdoor zal de invloed van de problematiek in de kans op

herhaling minder zijn dan bij de start van de PIJ behandeling, omdat hij hierop diverse

behandelmodules en therapieën heeft gevolgd .

Uiteraard zijn er met betrekking tot de diagnose nog zorgen over het zich ontwikkelen tot

een stabiel persoon die in mindere mate beïnvloedbaar is. Echter, ook hier is de afgelopen

behandelperiode verder aan gewerkt. Tevens is zijn positie ten opzichte van zijn ouders

veranderd en neemt hij meer eigen verantwoordelijkheid en durft meer eigen keuzes te

maken, die hij goed kan onderbouwen naar ouders waardoor hij wel de steun van ouders

blijft behouden. De acculturatieproblematiek wordt hierbij ook besproken, waarbij vooral

naar voren komt dat moeder meer westers georiënteerd is en vader meer vanuit de

Chinese cultuur beredeneert.

Wel zijn er nog steeds zorgen over het aangaan van relaties met anderen op een positieve

manier en het in stand houden van deze relaties. Doordat [veroordeelde] in bepaalde situaties

krampachtig en rigide reageert, niet goed aanvoelt en het overzicht op de totale situatie

verliest, heeft hij weinig aansluiting bij leeftijdgenoten. Waarschijnlijk heeft dit te maken

met een pervasieve ontwikkelingsstoornis (PDD-NOS) of met traumatische pestervaringen

in zijn verleden. Impulsieve handelingen zijn niet dermate terug te zien dat dit tot een

verhoogd risico leidt.”

“(…) Om de risico's te managen wordt het van belang geacht om vanuit de inrichting verder te blijven werken aan het opbouwen van vrijheden middels verlofmomenten, meer eigen

verantwoordelijkheid gaan krijgen en het doorplaatsen van [veroordeelde] naar de Beperkt Beveiligde

afdeling van [naam] (BBI). Er zal op korte termijn een start worden gemaakt met

de inzet van meerdaags onbegeleid verlof, waarbij een opbouw zal plaatsvinden. Er is een

aanvraag voor doorplaatsing naar de BBI lopende. Om voldoende grip te houden om [veroordeelde]

gefaseerd uit te laten stromen, is zeker nog 6 maanden nodig vanaf het moment van

aflopen van de huidige PIJ·termijn. Deze 6 maanden zullen grotendeels worden benut voor

het inzetten van een STP. Met het inzetten van een STP, voordat er een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel wordt uitgesproken, zijn er meer mogelijkheden om het

behandeltraject goed te monitoren en eventueel bij te stellen en worden de risico's gemanaged.(…) Gelet op de aard en de omvang van het recidiverisico is het noodzakelijk dat, in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling, [veroordeelde] de komende tijd verder gaat werken aan de genoemde behandeldoelen. Om deze doelen te behalen en de behandeling op verantwoorde wijze uit te kunnen faseren, heeft [veroordeelde] zeker nog 6 maanden nodig. De verwachting is dat de behandeling wegens het lage tot matige recidiverisico en gelet op de aard van de behandeldoelen waar momenteel nog aan gewerkt wordt, in het kader van een STP traject kan worden voortgezet.”

Tijdens de zitting van de raadkamer van 31 januari 2017 is, voor zover voor de beslissing van belang, het volgende verklaard, zakelijk samengevat.

De deskundige, drs. [naam gedragsdeskundige], heeft het advies nader toegelicht en onder meer het volgende verklaard. Betrokkene is half november 2016 doorgeplaatst naar de BBI. Het advies werd geschreven toen hij nog binnen het regulier langverblijf verbleef. De planning voor doorplaatsing was in eerste instantie al strak neergezet. De doorplaatsing naar de BBI heeft langer op zich laten wachten, omdat betrokkene op school werd herkend. Er was tijd nodig om te peilen welke invloed de herkenning van betrokkene had op hem zelf en op medeleerlingen op school. Ook vanuit het Ministerie is toen besloten betrokkene niet direct door te plaatsen. Kort na de doorplaatsing naar de BBI is betrokkene in aanraking gekomen met politie en justitie. Een zaak is geseponeerd. Voor de andere verdenking moet betrokkene zich op zeer korte termijn verantwoorden voor de politierechter. Dit heeft invloed op het PIJ-traject. Vanuit de BBI is het verlof van betrokkene in eerste instantie stilgelegd om in kaart te brengen wat de aanleiding is geweest voor het incident. Ook zijn de risico’s van het verlof van betrokkene in kaart gebracht. Daarna is het verlof weer opgestart. Het is van belang dat alle stappen in het traject van betrokkene goed worden doorlopen. Daar dient voldoende tijd voor genomen te worden. Het STP kan niet worden ingezet wanneer er nog een verdenking van een strafbaar feit ligt. Het is van belang dat STP wordt ingezet voordat sprake is van een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Voor het STP dient minimaal zes maanden te worden uitgetrokken. Dit is reden om het advies bij te stellen, in die zin dat nu een verlenging van de PIJ-maatregel met negen maanden wordt geadviseerd. Onder de huidige omstandigheden wordt bij betrokkene nog een risico gezien in het verliezen van het overzicht in bepaalde situaties. Betrokkene moet leren omgaan met frustraties. Hij heeft begeleiding nodig bij het concreet maken van zaken. Het is van belang dat hij voorlopig nog hulp krijgt bij het plannen en structureren van situaties. Het schoolverloop is instabiel geworden door tegenvallende resultaten. Ook daar moet nog goed naar worden gekeken. Het is van belang dat het verlof stap voor stap wordt uitgebreid en begeleid.

Ter zitting heeft de deskundige, drs. [naam deskundige], daar nog het volgende aan toegevoegd. Betrokkene wordt sinds de overplaatsing naar BBI geconfronteerd met bepaalde situaties buiten de RJJI. Ervaringsleren is in deze fase belangrijk. Betrokkene heeft zich gedurende de behandeling vaardigheden eigen gemaakt. Het is nu van belang dat hij gaat oefenen met het op een adequate manier tot uitvoering brengen van de aangeleerde vaardigheden. Het is van belang dat betrokkene stabiel en goed voorbereid kan doorstromen naar een volgende fase. Daar is voldoende tijd voor nodig. Omdat betrokkene nu meer buiten komt, gaat hij bepaalde situaties ervaren. Goede begeleiding van deze fase is belangrijk. Daarnaast is er aandacht voor het verwerken van ervaringen uit het verleden. Hier dient ook nog verder naar gekeken te worden. De deskundige adviseert tot verlenging van de PIJ-maatregel met negen maanden.

Namens Reclassering Nederland heeft de heer [naam reclasseringsmedewerker] naar voren gebracht dat op dit moment eenmaal per drie à vier weken contact plaatsvindt tussen betrokkene en de reclassering. Wanneer het STP kan starten, wordt bepaald door de RJJI. Vanaf de start van het STP zal de reclassering meer in beeld komen.

De raadsman heeft aangevoerd dat betrokkene in de afgelopen periode veel progressie heeft laten zien. Zijn eigen verantwoordelijkheid is goed ontwikkeld, hij houdt zich bezig met zijn bijbaan en de vrije tijd wordt ingevuld met sport. Vanuit de RJJI is betrokkene erin geslaagd zijn HAVO-diploma te halen. Betrokkene was voornemens om ook zijn VWO-diploma te behalen zodat hij op een later moment kan doorstromen naar de universiteit, maar op dit moment zijn de schoolresultaten onvoldoende. Hij heeft nagedacht over alternatieven om uiteindelijk toch te kunnen doorstromen naar de universiteit. Betrokkene is bezig met zijn toekomst. Hij heeft goed contact met zijn therapeut en dit werpt zijn vruchten af. Er dient kritisch te worden gekeken naar de noodzaak van een verlenging. De PIJ-maatregel moet worden gezien als een ultimum remedium. In de situatie van betrokkene kan worden volstaan met een voorwaardelijke beëindiging. Betrokkene dient zich buiten de RJJI te ontwikkelen. Met betrokkene is ingezet op gezinsgesprekken en ook deze lopen goed. Het is te betreuren dat het STP tot op heden niet is gestart. Al in oktober vorig jaar stond een start van het STP op stapel. Voor betrokkene is het frustrerend dat de start van het STP steeds wordt uitgesteld. Het is van belang dat vooruitgang wordt gewaarborgd, te meer omdat het recidive risico als laag wordt ingeschat. Primair wordt verzocht om een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, subsidiair wordt verzocht om de duur van de verlenging zoveel mogelijk te beperken.

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat aanvankelijk weliswaar een verlengingsadvies voor zes maanden is ingebracht door de RJJI met het oog op de start van het STP. Het STP heeft echter geen aanvang kunnen nemen door de vertraging van de overplaatsing naar de BBI en vervolgens door de verdenking van het plegen van een strafbaar feit door betrokkene. Door de deskundigen is een aantal factoren naar voren gebracht dat risico’s oplevert. Betrokkene uit zijn frustraties en is toch weer in aanraking gekomen met politie en justitie. Hij moet leren omgaan met situaties buiten de RJJI en dit moet intensief worden begeleid. Gelet op de risico’s die zijn genoemd door de deskundigen is er nog geen ruimte voor een voorwaardelijke beëindiging, zeker nu het STP nog niet is gestart. De officier van justitie neemt de aanbevelingen van de RJJI over en vordert de PIJ-maatregel met negen maanden te verlengen.

De raadkamer neemt, gezien de stukken en gelet op het in raadkamer verhandelde, het advies van de RJJI om de maatregel te verlengen met negen maanden over. Naar het oordeel van de raadkamer is voldoende gemotiveerd onderbouwd waarom verlenging van de PIJ-maatregel voor de duur van negen maanden noodzakelijk is. De raadkamer stelt vast dat betrokkene weliswaar een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt, maar dat desondanks na zijn overplaatsing naar de BBI sprake is geweest van enkele incidenten waarbij hij er niet in is geslaagd een juiste keuze te maken. Er bestaan nog zorgen over de ontwikkeling van betrokkene op een aantal vlakken, waaronder het op een adequate manier omgaan met frustraties en het houden van overzicht. Betrokkene dient voldoende ruimte te worden geboden om te leren omgaan met situaties die zich buiten de RJJI voordoen en de frustraties die hiermee gepaard kunnen gaan. Het is van belang dat de ontwikkelingen van betrokkene op dit vlak door de RJJI nauw kunnen worden gevolgd zodat hem passende begeleiding kan worden geboden. Door enkele ontwikkelingen die zich in de afgelopen periode hebben voorgedaan is het STP nog niet gestart. Het STP kan niet starten voordat de strafzaak tegen betrokkene is afgedaan. Ter zitting is door de deskundigen aangegeven dat naar verwachting binnen drie maanden kan worden gestart met het STP. Het STP zal vervolgens een periode van minimaal zes maanden beslaan. Gelet hierop is de raadkamer van oordeel dat een verlenging van de PIJ-maatregel met negen maanden noodzakelijk is.

De raadkamer ziet onvoldoende aanknopingspunten om de termijn van verlenging van de PIJ-maatregel op een kortere duur dan negen maanden te stellen. Zoals in het voorgaande is overwogen, heeft betrokkene voldoende tijd nodig voor het verdere vervolg van zijn programma en de noodzakelijke opbouw naar een grotere zelfstandigheid.

Gelet op het hiervoor overwogene alsmede op grond van de omstandigheden dat:

  1. de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen;

  2. er bij de betrokkene tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond;

  3. de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist;

  4. de verlenging van de maatregel in het belang is voor een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene;

zal de raadkamer beslissen als hierna te melden.

[Verlenging pij  eisen:

- artikel 77t lid 3: maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerder personen;

- artikel 77t lid 3 jo 77s lid 1 onder b en c

onder b: de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist

onder c: de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte

Artikel 77t lid 2: verlenging kan voor maximaal 4 jaar, echter maximaal 6 jaar mogelijk als de maatregel is opgelegd aan een verdachte als bedoeld in artikel 77s lid 3 2e volzin:

Indien bij de verdachte tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond.]

De raadkamer neemt bij haar beslissing de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.

De beslissing

Verlengt de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [veroordeelde], voornoemd voor een periode van 9 (negen) maanden.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Peper, kinderrechter als voorzitter, mr. J.H.J. Evers, kinderrechter, en mr. E.J. Davids, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.C.G.M. van Dijck, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 februari 2017.