Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:695

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
07-02-2017
Datum publicatie
09-02-2017
Zaaknummer
05/880378-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft een 43-jarige man uit Zwolle veroordeeld voor ontucht met een meisje tussen de twaalf en zestien jaar oud en ontucht met een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige. Gedurende ongeveer een jaar heeft verdachte een relatie gehad met een 15/16-jarige leerlinge. Dit is ongeveer tien jaar geleden gebeurd. De rechtbank heeft aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van 8 maanden met als bijzondere voorwaarden onder andere een behandelverplichting en een storting van € 1.000,- in het Schadefonds geweldsmisdrijven. Daarnaast heeft de rechtbank een taakstraf van 240 uur opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/880378-16

Datum uitspraak : 7 februari 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1973 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]

raadsvrouw: mr. A.J. van der Velden, advocaat te Almere.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 januari 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot

27 februari 2007, te Nunspeet en/of te Zwolle en/of te Harderwijk, in ieder

geval in Nederland, met [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum 2] 1991, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft verdachte

- geslachtsgemeenschap met die [slachtoffer] gehad en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of

- zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of

- de vagina van die [slachtoffer] gelikt en/of

- met die [slachtoffer] getongzoend;

2.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en

met 30 juni 2007, te Nunspeet en/of te Zwolle en/of te Harderwijk, in ieder

geval in Nederland, als onderwijzer, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn opleiding

toevertrouwde minderjarige ((mentor)leerling) [slachtoffer] ,

geboortedatum [geboortedatum 2] 1991, de ontuchtige handelingen er in bestaande dat verdachte

- geslachtsgemeenschap met die [slachtoffer] heeft gehad en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] heeft gebracht en/of

- zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht en/of

- de vagina van die [slachtoffer] heeft gelikt en/of

- met die [slachtoffer] heeft getongzoend.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van verhoor van getuige, inhoudende de op 24 februari 2016 afgelegde verklaring van [slachtoffer] , p. 19-25;

- het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende documenten waaruit de periode blijkt waarin verdachte de docent van [slachtoffer] is geweest, p. 32-40;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 januari 2017.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat:

1.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot

27 februari 2007, te Nunspeet en/of te Zwolle en/of te Harderwijk, in ieder

geval in Nederland, met [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum 2] 1991, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, mede bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft verdachte

- geslachtsgemeenschap met die [slachtoffer] gehad en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en/of

- zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of

- de vagina van die [slachtoffer] gelikt en/of

- met die [slachtoffer] getongzoend;

2.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en

met 30 juni 2007, te Nunspeet en/of te Zwolle en/of te Harderwijk, in ieder

geval in Nederland, als onderwijzer, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn opleiding

toevertrouwde minderjarige ((mentor)leerling) [slachtoffer] ,

geboortedatum [geboortedatum 2] 1991, de ontuchtige handelingen er in bestaande dat verdachte

- geslachtsgemeenschap met die [slachtoffer] heeft gehad en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] heeft gebracht en/of

- zijn vinger in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht en/of

- de vagina van die [slachtoffer] heeft gelikt en/of

- met die [slachtoffer] heeft getongzoend.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert voor wat betreft de periode van 1 juni 2006 tot 27 februari 2007 op:

De eendaadse samenloop van

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

en

Ontucht plegen met een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Voor wat betreft de periode van 27 februari 2007 tot en met 30 juni 2007 levert het bewezenverklaarde op:

Ontucht plegen met een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden de meldplicht en de behandelverplichting zoals door de reclassering geformuleerd, een contactverbod met [slachtoffer] en een storting van een bedrag van € 1.000,- in het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Daarnaast heeft de officier van justitie een werkstraf geëist voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De behandeling, die verdachte momenteel volgt, zal voorop moeten staan. Daarnaast heeft de verdediging de rechtbank gevraagd rekening te houden met de financiële situatie van verdachte, die problematisch is nu verdachte zijn baan als onderwijzer heeft opgezegd. Tot slot heeft de verdediging verzocht om rekening te houden met de proceshouding van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 12 december 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 15 augustus 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 23 december 2016.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontucht met iemand onder de 16 jaar en ontucht met een minderjarige leerling die aan zijn opleiding was toevertrouwd. Hij en het slachtoffer hebben ruim een jaar een relatie gehad waarbij ze meermalen seksuele handelingen met elkaar hebben verricht. Het slachtoffer was tijdens deze relatie 15 en 16 jaar oud. Ze kenden elkaar doordat het slachtoffer bij verdachte in de klas zat. Verdachte was gedurende een jaar ook haar mentor.

Verdachte heeft met zijn handelen een onaanvaardbare inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Een docent heeft overwicht over een leerlinge en dit maakt de relatie ongelijkwaardig, ook al voelde dat voor hen toentertijd mogelijk anders. Bovendien was het slachtoffer kwetsbaar omdat zij werd gepest op school. Ze had behoefte aan contact en een luisterend oor, en dit vond ze bij verdachte. Ze voelde zich veilig bij hem, zo volgt uit haar ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring. Verdachte heeft van deze situatie en van zijn positie misbruik gemaakt, terwijl van iemand met zijn beroep juist een ondersteunende opstelling mag worden verwacht. Het slachtoffer heeft met verdachte haar eerste relatie gehad en haar eerste seksuele ervaringen beleefd. Hiermee heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling van het slachtoffer doorkruist. De feiten hebben een grote impact op het slachtoffer gehad. Nu, alweer bijna tien jaar later, ervaart het slachtoffer nog steeds psychische problemen hiervan. Ze heeft depressieve klachten en een laag gevoel van eigenwaarde. Ze is hiervoor in therapie en neemt medicatie in. Verdachte heeft met het plegen van deze strafbare feiten zijn eigen (lust)gevoelens voorop gesteld. De rechtbank neemt hem dit zeer kwalijk.

In het reclasseringsrapport van 23 december 2016 wordt geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandelverplichting en een contactverbod met het slachtoffer. Daarnaast wordt geadviseerd verdachte te ontzetten uit zijn recht om werkzaam te zijn binnen het onderwijs of beroepen waarbij hulp wordt geboden aan kwetsbare doelgroepen. Verdachte is zelf gestart met de behandeling bij Transfore. Hij volgt een intensieve vorm van groepstherapie voor zedendaders. Hij heeft bij de reclassering verklaard dat hij de therapie zwaar vindt, maar hier wel mee doorgaat. De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met deze motivatie van verdachte. Ook houdt de rechtbank rekening met het blanco strafblad van verdachte en met het feit dat de strafbare feiten ongeveer tien jaar geleden hebben plaatsgevonden en dat verdachte daarna niet meer met justitie in aanraking is gekomen. Tijdens de zitting heeft verdachte verklaard zich de gevolgen voor het slachtoffer en haar omgeving te realiseren, bereid te zijn in therapie hard aan zichzelf te werken en de strafrechtelijke, financiële en maatschappelijke consequenties van zijn verweten handelen te aanvaarden.

Alle omstandigheden bezien zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van acht maanden, met als bijzondere voorwaarden de meldplicht en de behandelverplichting zoals geformuleerd door de reclassering. Met deze voorwaarden wil de rechtbank bereiken dat verdachte niet opnieuw een soortgelijk strafbaar feit begaat. Daarnaast zal de rechtbank als bijzondere voorwaarde een contactverbod opleggen met het slachtoffer. Tot slot zal de rechtbank als bijzondere voorwaarde opleggen dat verdachte een storting doet in het Schadefonds Geweldsmisdrijven van € 1.000,-, zoals voorgesteld door het slachtoffer. De rechtbank vindt dit passend nu het slachtoffer zelf geen schadevergoeding vordert. Naast de voorwaardelijke gevangenisstraf zal de rechtbank een taakstraf opleggen van 240 uur. De rechtbank zal verdachte niet ontzetten uit zijn recht om werkzaam te zijn binnen onderwijs of hulpverlening, nu verdachte buiten dit feit nimmer met justitie in aanraking is geweest en het bovendien voor verdachte met deze strafbare feiten op zijn documentatie, al moeilijk zo niet feitelijk onmogelijk zal zijn om in deze vakgebieden aan het werk te gaan.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 55, 245 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden;

 bepaalt, dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

3. zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

4. zich houdt aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft. Hiertoe moet de veroordeelde zich op uitnodiging melden bij de reclassering. Gedurende de proeftijd zal veroordeelde zich blijven melden bij de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht.

5. zich gedurende de proeftijd onder een zedenbehandeling zal stellen van forensische polikliniek Transfore, of een soortgelijke forensische polikliniek, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven. Veroordeelde zal zich houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling zullen worden gegeven en zal de behandeling volgen zolang de reclassering dit nodig acht;

6. gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1991, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

7. een bedrag van € 1.000,- stort in het Schadefonds Geweldsmisdrijven;

 Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);

 een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.F. Gielissen (voorzitter), mr. C.H.M. Pastoors en mr. A. Tegelaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Ruizendaal-van der Veen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 februari 2017.

De griffier is buiten staat dit proces-verbaal mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant van de politie Oost Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016065596, gesloten op 17 maart 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.