Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6911

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
26-02-2018
Zaaknummer
C/05/318004 / FA RK 17/973
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

BOPZ. Verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging. Na een eerste mondelinge behandeling heeft de rechter het OM gevraagd of een voorwaardelijke machtiging niet meer passend zou zijn (artikel 8a Wet Bopz). Het OM heeft het verzoek om een voorlopige machtiging gehandhaafd en de rechtbank heeft deze verleend. Het beroep op niet-ontvankelijkheid van het OM is verworpen.

Wetsverwijzingen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 8a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team familierecht

Zittingsplaats Arnhem

Zaakgegevens: C/05/318004 / FA RK 17/973

Datum uitspraak: 22 juni 2017

beschikking Wet Bopz (voorlopige machtiging)

in de zaak van

de officier van justitie

betreffende

[betrokkene]

wonende te [adres] te [woonplaats] .

Het verzoek en de procedure

De officier van justitie heeft bij verzoekschrift, ingekomen op 30 maart 2017, verzocht een voorlopige machtiging te verlenen tot opneming/verblijf van de in de beslissing genoemde betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Bij het verzoek zijn overgelegd de door de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (hierna: Wet Bopz) voorgeschreven stukken.

De rechter heeft op 19 april 2017 gehoord de betrokkene, de advocaat van de betrokkene

mr. J.A.C. van Etten, en de (waarnemer van de) behandelaar mw. [naam] , psychiater en dhr. [naam] , ambulant verpleegkundige.

De zaak is ter zitting aangehouden waarna er een procedure ex art. 8a Wet BOPZ is gestart en de officier van justitie wordt verzocht in overweging te nemen een voorwaardelijke machtiging in te dienen.

Bij bericht van 23 mei 2017 handhaaft de officier van justitie de verzochte voorlopige machtiging.

De rechter heeft op 22 juni 2017 gehoord de betrokkene, de advocaat van de betrokkene

mr. J.A.C. van Etten, en de (waarnemer van de) behandelaar mw. [naam] , overlastco├Ârdinator, dhr. [naam] , ambulant verpleegkundige en mw. [naam] , wijkcoach.

De beoordeling

De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de door haar verkregen inlichtingen tot de overtuiging gekomen dat:

  • -

    de betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens,

  • -

    die stoornis de betrokkene gevaar doet veroorzaken,

  • -

    het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend,

  • -

    de betrokkene geen blijk geeft van de nodige bereidheid in een psychiatrisch ziekenhuis te verblijven.

Betrokkene lijdt aan persoonlijkheidsstoornissen en stoornissen door gebruik van middelen. Hij veroorzaakt onder invloed van middelen, danwel gedreven door zucht naar middelen, regelmatig voor overlast en incidenten in de buurt. Er is sprake van dreigende verbale agressie en zijn gedrag roept ook agressie van anderen over zich af. Hij verwaarloost zichzelf en zijn woning. Betrokkene heeft zeker de intentie om zijn leven een positieve wending te geven, dit mede door de druk van het verzoek voor een rechterlijke machtiging. Hij heeft veel plannen voor wat betreft werk en behandeling. Hij roept hiervoor vaak de hulp in van zijn ambulant verpleegkundige, maar het lukt hem niet de situatie blijvend te veranderen. Afspraken worden door hem niet altijd nagekomen, nu hij onder invloed van middelen vaak de controle over zichzelf verliest. Omdat er nu geen behandeling wordt geboden is er alleen sprake van symptoombestrijding. Er is gevaar voor de psychische gezondheid van vader waar betrokkene regelmatig komt en waar hij ook veel conflicten mee heeft (gehad). Het gevaar voor maatschappelijke teloorgang is bovenal dreigend aanwezig.

De rechtbank gaat - mede gelet op het bovenstaande - voorbij aan de verzoeken van de advocaat tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie danwel afwijzing van het verzoek.

Op grond van de toepasselijke bepalingen van de Wet Bopz wordt daarom als volgt beslist.

De beslissing

De rechtbank

verleent een voorlopige machtiging om:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] ,

adres: [adres] te [woonplaats]

in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen en/of te doen verblijven voor een periode van zes maanden.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.C.G. Brants, in tegenwoordigheid van

S.A. Gerritsen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2017