Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6904

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-12-2017
Datum publicatie
19-01-2018
Zaaknummer
326590
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Adoptie naar Nederlands recht (op grond van artikel 1:227 en artikel 1:228 BW) van een kind geboren op de Filipijnen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: 326590 FZ RK 17/2362

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 12 december 2017

Op het verzoek van:

[naam verzoeker] en [naam verzoekster] ,

echtgenoten, verder te noemen verzoekers,

beiden wonende te [woonplaats] , gemeente Neder-Betuwe,

advocaat: mr. R.G.J. Booij te De Meern.

Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

 het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 8 september 2017;

 de brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag van 7 november 2017;

 het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Gelderland, Locatie Arnhem, van 4 november 2017, ingekomen op 27 november 2017.

De feiten

Verzoekers zijn op [datum] 2007 te Neder-Betuwe met elkaar gehuwd.

Op [datum] 2013 is te [geboorteplaats] , Filipijnen, geboren de minderjarige:

[naam kind ] ,

als dochter van [naam moeder] , verder te noemen de moeder.

De identiteit van de vader is niet bekend.

De minderjarige bezit de Filipijnse nationaliteit.

Bij besluit van 17 april 2014 van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, nr. B.K.A. 20124/0064, is aan verzoekers toestemming verleend tot opneming ter adoptie van een eerste buitenlands kind.

Blijkens een verklaring van de Centrale Autoriteit van 6 november 2015 is de op de voet van artikel 17 van het Haags Adoptieverdrag vereiste toestemmingsverklaring tot voortgang van de adoptie verleend.

De Inter-Country Adoption Board heeft bij Placement Authority van 15 december 2015 (Ref. No. 15-339) Wereldkinderen gemachtigd om de minderjarige aan verzoekers als te verwachten adoptief ouders toe te vertrouwen.

De minderjarige verblijft, gelet op de inschrijving in de Basisregistratie Personen, in ieder geval sinds [datum] 2016 bij verzoekers.

De Inter-Country Adoption Board heeft blijkens het ‘Affidavit of Consent to Adoption’ van 30 juni 2017, Certificate No. 00071331, aan verzoekers toestemming verleend voor een “sterke” adoptie van de minderjarige.

De minderjarige heeft een geldige verblijfstitel tot 5 mei 2021.

Het verzoek

Verzoekers verzoeken:

- om de buitenlandse adoptie van voornoemde minderjarige door verzoekers te erkennen danwel de adoptie naar Nederlands recht uit te spreken, alsmede, voor zover wordt aangenomen dat de uitgesproken adoptie een “zwak” karakter zal hebben, om te bepalen dat de zwakke adoptie naar Filipijns recht wordt omgezet in een sterke adoptie naar Nederlands recht c.q. dat de adoptie naar Nederlands recht tot gevolg heeft dat de oorspronkelijke familierechtelijke banden in het land van herkomst worden verbroken;

- om te verstaan dat de minderjarige de geslachtsnaam [geslachtsnaam verzoeker] zal hebben;

- de voornamen van de minderjarige te wijzigen, zodat deze zullen luiden: [naam kind ] , danwel te gelasten dat de in het land van herkomst al gewijzigde voornaam of voornamen als latere wijziging in de registers van de burgerlijke stand worden opgenomen;

- de inschrijving te gelasten van de geboorteakte onder eventuele aanvulling van de geboortegegevens van de minderjarige op basis van dit verzoek en de aangehechte documenten, subsidiair tot vaststelling van de geboortegegevens en gelasting van de inschrijving daarvan.

De beoordeling

Adoptie

Beide landen, Nederland en de Filipijnen, zijn partij bij het “Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie” (hierna: HAV).

De Inter-Country Adoption Board heeft bij Placement Authority van 15 december 2015 (Ref. No. 15-339) Wereldkinderen op de voet van artikel 17 HAV gemachtigd om de minderjarige aan verzoekers als te verwachten adoptiefouders toe te vertrouwen. Ter uitvoering hiervan is de minderjarige aan aspirant-adoptiefouders toevertrouwd met het oog op adoptie. In dat geval kan de adoptie van een minderjarige onder bepaalde voorwaarden voortgang vinden.

De Inter-Country Adoption Board heeft bij ‘Affidavit of Consent to Adoption’ van

30 juni 2017 toestemming voor de adoptie van de minderjarige door verzoekers verleend. Uit dit stuk blijkt naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam dat aan de voorwaarden voor de voortgang van adoptie is voldaan. Derhalve zal de rechtbank beoordelen of aan de voorwaarden die het Burgerlijk Wetboek aan de adoptie stelt is voldaan en de adoptie naar Nederlands recht kan worden uitgesproken.

Verzoekers en de minderjarige hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland. De verzoekers hebben de Nederlandse, de minderjarige heeft de Filipijnse nationaliteit.

Ingevolge artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht, nu verzoekers hun woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

Op grond van het bepaalde in artikel 10:105 lid 1 BW is op een in Nederland uit te spreken adoptie, behoudens lid 2, Nederlands recht van toepassing.

Ingevolge artikel 1:227 lid 3 BW kan het verzoek tot adoptie alleen worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden genoemd in artikel 228 BW, wordt voldaan.

Op grond van artikel 1:228 lid 1 BW dient aan de navolgende voorwaarden voor adoptie te worden voldaan:

a. dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is, en dat het kind, indien het op de dag van het verzoek twaalf jaar of ouder is, ter gelegenheid van zijn verhoor niet van bezwaren tegen toewijzing van het verzoek heeft doen blijken;

b. het kind niet een kleinkind van een adoptant is;

c. dat de adoptant of ieder der adoptanten ten minste achttien jaren ouder dan het kind is;

d. dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt;

e. dat de minderjarige moeder van het kind op de dag van het verzoek de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt;

f. dat de adoptanten of de adoptanten het kind gedurende ten minste een jaar heeft of hebben verzorgd en opgevoed;

g. dat de ouder of ouders niet of niet langer het gezag over het kind hebben.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft in zijn rapport van 4 november 2017 een positief advies uitgebracht over het onderhavige verzoek.

Een van de vereisten voor het uitspreken van de adoptie is dat geen van de ouders het verzoek tegenspreekt. Op grond van het bepaalde in artikel 10:105 lid 2 BW is op de toestemming dan wel de raadpleging of voorlichting van de ouders van het kind of van andere personen of instellingen van toepasselijk het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit. Nu de minderjarige de Filipijnse nationaliteit heeft, is het Filipijnse recht hierop van toepassing. Aan voormeld toestemmingsvereiste is gelet op de ‘Affidavit of Consent of Adoption’ voldaan.

De rechtbank stelt vast dat de minderjarige nu en naar te voorzien is in de toekomst niets meer van de moeder in hoedanigheid van moeder te verwachten heeft en acht de gevraagde adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige.

Naar het oordeel van de rechtbank is eveneens aan de (overige) voorwaarden van de Wobka en de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek voldaan, zodat het verzoek kan worden toegewezen.

Voornamen en geslachtsnaam

Op grond van artikel 10:19 lid 1 BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft.

Op grond van artikel 10:20 BW worden de geslachtsnaam en de voornamen van een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse recht. Artikel 10:22 lid 1 BW bepaalt dat ingeval van verandering van nationaliteit het recht van de staat van de nieuwe nationaliteit van toepassing is, daaronder begrepen de regel van dat recht betreffende de gevolgen van de nationaliteitsverandering voor de naam.

De minderjarige heeft de Filipijnse nationaliteit. Op het moment dat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan levert dit een grondslag op voor het krijgen van de Nederlandse nationaliteit. Dit brengt dus mee dat Nederlands recht van toepassing is op het verzoek dat betrekking heeft op de geslachtsnaam en de voornamen van de minderjarige.

Verzoekers hebben verzocht voor zover nodig te verstaan dat de minderjarige de geslachtsnaam [geslachtsnaam verzoeker] zal dragen. Gelet op het bepaalde in artikel 1:5 lid 3 BW kan een beslissing hierop achterwege blijven. Niettemin zal de rechtbank hieronder verstaan dat de minderjarige de geslachtsnaam [geslachtsnaam verzoeker] zal hebben.

Wat betreft het verzoek tot voornaamswijziging bepaalt artikel 1:4 lid 4 BW dat deze door de rechtbank kan worden gelast. Het verzoek zal worden toegewezen, aangezien van bezwaren daartegen niet is gebleken. De rechtbank zal derhalve wijziging van de voornamen van de minderjarige gelasten, opdat de voornamen van de minderjarige zullen luiden: [naam kind ] . Tevens zal inschrijving hiervan worden gelast.

Geboortegegevens

Bij de stukken bevindt zich een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door de daartoe bevoegde instantie opgemaakte akte van geboorte van de minderjarige, Registry No. 2013-776, opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand en geregistreerd op 23 mei 2013. De rechtbank zal, mede gelet op de inhoud van de voormelde brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag, conform het bepaalde in art. 1:25 lid 5 BW, de inschrijving van deze geboorteakte gelasten als na te melden.

De beslissing

De rechtbank:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag de akte van geboorte, Registry No. 2013-776, van [naam kind ] , geboren op [datum] 2013 te [geboorteplaats] , Filipijnen, opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand en geregistreerd op 23 mei 2013, waarvan een kopie aan deze beschikking wordt gehecht, in te schrijven;

spreekt uit de adoptie van:

[naam kind ] ,

geboren op [datum] 2013 te [geboorteplaats] , Filipijnen,

als dochter van [naam moeder] , de moeder,

door:

[naam verzoeker] en [naam verzoekster] ,

beiden wonende aan [adresgegevens] ,

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;

bepaalt dat de griffier van deze rechtbank daartoe een afschrift van deze beschikking aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente Den Haag zal zenden, zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan;

gelast de wijziging van de voornaam van de minderjarige in de voornamen: [naam kind ] ;

verstaat dat de adoptanten gezamenlijk hebben verklaard dat de minderjarige de geslachtsnaam van de adoptief-vader zal hebben, te weten [geslachtsnaam verzoeker] ;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Djebali, kinderrechter, in tegenwoordigheid van

A. de Wijse-Hageman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2017.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.