Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6857

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-12-2017
Datum publicatie
29-12-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 6395
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Het bevel van de burgemeester van Nunspeet tot afgifte van hond Luna blijft geldig.

De burgemeester van Nunspeet heeft in november van dit jaar een bevel gegeven aan de eigenaren van de hond Luna om deze hond aan hem af te geven. Nadat de eigenaren van Luna daaraan niet hebben meegewerkt heeft de burgemeester hen een last onder dwangsom opgelegd.

De eigenaren van Luna hebben tegen die besluiten bezwaar gemaakt. Zij hebben aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland gevraagd voorlopige voorzieningen te treffen, zodat zij Luna niet hoeven af te staan en geen dwangsom hoeven te betalen. De voorzieningenrechter heeft die verzoeken afgewezen. Dit betekent dat de eigenaren van Luna verplicht blijven om hun hond aan de burgemeester af te staan.

De burgemeester had Luna in 2016 al eens in beslag genomen en had toen besloten dat Luna moest worden geplaatst bij een andere eigenaar. De voorzieningenrechter heeft toen een voorziening getroffen die inhield dat Luna aan de eigenaren moest worden teruggegeven. Zij moesten zich daarbij wel aan een aantal voorwaarden houden. Eén van die voorwaarden was dat Luna bij een door de voorzieningenrechter genoemde hondengedragsdeskundige een training moest volgen. Die voorlopige voorziening is in november 2017 opgeheven omdat verzoekers met de hondentrainingen bij die persoon zijn gestopt. Direct daarna heeft de burgemeester bepaald dat Luna weer aan hem moest worden afgegeven.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester het bevel om Luna af te geven mocht geven. Hij betrekt daarbij dat Luna bij meerdere ernstige bijtincidenten betrokken is geweest en dat inmiddels twee deskundigen vinden dat Luna een gevaarlijke hond is. Ook vindt de voorzieningenrechter belangrijk dat er in Nunspeet onrust is ontstaan door de bijtincidenten. Die onrust is groter geworden doordat verzoekers zich niet aan de voorwaarden van de eerder getroffen voorlopige voorziening hebben gehouden en zij Luna verborgen houden.

De volledige uitspraak zal worden geplaatst op rechtspraak.nl

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JG 2018/7 met annotatie van mr. G.J. Stoepker
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 17/6395 en AWB 17/6396

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 december 2017

op de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken tussen

[verzoeker] en [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. J. Biemond),

en

de burgemeester van de gemeente Nunspeet, verweerder.

Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen:

[derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2], te [plaats]

en

[derde belanghebbende 3] , te [plaats] .

Procesverloop

Bij besluit van 17 november 2017 (hierna: het bevel) heeft verweerder verzoekers gelast om hun hond Luna uiterlijk 20 november 2017 om 14:00 uur af te geven aan de gemeente Nunspeet door de hond in te leveren bij [Dierenopvangcentrum] .

Bij besluit van 21 november 2017 (hierna: de last onder dwangsom) heeft verweerder verzoekers onder oplegging van een last onder dwangsom van € 250 per dag met een maximum van € 5.000, gelast de overtreding, het niet voldoen aan het bevel, te beëindigen door de hond Luna uiterlijk vrijdag 24 november 2017 om 17:00 uur in te leveren bij [Dierenopvangcentrum] .

Verzoekers hebben tegen deze besluiten bezwaar gemaakt. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 december 2017, waar de verzoeken om een voorlopige voorziening gelijktijdig zijn behandeld met het beroep van verzoekers met zaaknummer AWB 17/3937. Op dit beroep wordt door de rechtbank op een latere datum uitspraak gedaan. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.H. Hinderks. Derde-partijen zijn ook verschenen.

Overwegingen

1. Verzoekers zijn de eigenaren van Luna, een Tibetaanse Mastiff. Verweerder heeft op 27 oktober 2016 verzoekers gelast tot afgifte van Luna. Verzoekers hebben daar gehoor aan gegeven. Op 6 februari 2017 heeft verweerder besloten om Luna niet aan verzoekers terug te geven en om Luna te herplaatsen. De bezwaren van verzoekers tegen het besluit tot herplaatsing van Luna heeft verweerder op 21 juni 2017 ongegrond verklaard. Verzoekers hebben tegen dat besluit beroep ingesteld, welk beroep bij deze rechtbank is geregistreerd onder zaaknummer AWB 17/3937.

2. Bij uitspraak van 30 maart 2017, zaaknummer AWB 17/1169, heeft de voorzieningenrechter ten aanzien van het besluit van 6 februari 2017 een voorlopige voorziening getroffen voor de bezwaarprocedure. Bij die uitspraak is onder meer bepaald dat verweerder Luna aan verzoekers teruggeeft en dat verzoekers Luna onder meer een (gedrags)training moeten laten volgen bij gedragsdeskundige L. de Boer van Hondengedragscentrum Nederland (hierna: De Boer), die voldoet aan de door De Boer te stellen voorwaarden. In juni 2017 is Luna door verweerder aan verzoekers teruggegeven. Nadat verweerder de bezwaren van verzoekers met het besluit van 21 juni 2017 ongegrond heeft verklaard en verzoekers daartegen beroep hebben ingesteld, heeft de voorzieningenrechter op 1 augustus 2017, zaaknummer AWB 17/3938 een voorlopige voorziening getroffen voor de beroepsprocedure. In die uitspraak is de eerder getroffen voorlopige voorziening als het ware verlengd en is onder meer bepaald dat verzoekers de in overleg met De Boer gestarte training vervolgen en dat die training voldoet aan de door De Boer te stellen voorwaarden.

Bij uitspraak van 9 november 2017, zaaknummer AWB 17/5825, heeft de voorzieningenrechter de getroffen voorlopige voorziening opgeheven onder de voorwaarde dat Luna niet wordt herplaatst totdat uitspraak is gedaan op het beroep met zaaknummer AWB 17/3937. Aan het opheffen van de voorlopige voorziening ligt ten grondslag dat verzoekers zich niet hebben gehouden aan de voorwaarde dat zij Luna (gedrags)training bij L. De Boer laten volgen.

Direct na de uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 november 2017 heeft verweerder tot inbeslagname van Luna besloten en is een afspraak met verzoekers gemaakt om Luna op te halen. Omdat verzoekers niet op het met verweerder afgesproken tijdstip, 10 november 2017, 13:30 uur, aanwezig waren op de locatie waar verweerder Luna zou laten ophalen heeft verweerder verzoekers bij besluit van 17 november 2017 het eerdergenoemde bevel gegeven tot afgifte van Luna. Nadat verzoekers aan dit bevel geen gehoor hebben gegeven heeft verweerder bij besluit van 21 november 2017 een last onder dwangsom opgelegd.

3. De voorzieningenrechter zal hierna beoordelen of de bezwaren van verzoekers tegen het bevel en de last onder dwangsom een redelijke kans van slagen hebben. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) beroepsprocedure niet.

Ten aanzien van het bevel van 17 november 2017

4. Verzoekers betogen allereerst dat verweerder niet bevoegd is een bevel te geven tot afgifte van Luna, omdat artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet territoriaal begrensd is. Luna verblijft niet meer binnen de grenzen van de gemeente Nunspeet, aldus verzoekers.

4.1

Door verzoekers is ter zitting niet aangetoond dat Luna buiten de grenzen van de gemeente Nunspeet verblijft. Zij hebben de verblijfplaats van Luna niet bekendgemaakt. De voorzieningenrechter stelt verder vast dat verzoekers in Nunspeet wonen en dat verzoeker ter zitting heeft bevestigd dat verzoekers nog steeds eigenaren zijn van Luna en over haar kunnen en willen blijven beschikken. Onder deze omstandigheden is de enkele stelling dat Luna al dan niet tijdelijk buiten de gemeentegrenzen van Nunspeet verblijft geen grond voor twijfel aan de bevoegdheid van verweerder om het bevel tot afgifte van Luna te geven.

5. Verzoekers betogen verder dat verweerder geen bevel heeft kunnen geven op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, omdat de openbare orde niet in het geding is. Luna is geen gevaarlijke hond volgens verzoekers. De hond wordt goed verzorgd en wordt getraind. Eerdere rapportages over Luna zijn niet deugdelijk tot stand gekomen en sinds de teruggave van Luna in juni 2017 aan verzoekers heeft Luna geen bijtincidenten meer veroorzaakt. Verzoekers zijn daarom ook van mening dat er geen sprake is van een situatie waarin onverwijld tot inbeslagname van Luna dient te worden overgegaan.

5.1

Volgens rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3689, heeft artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet betrekking op situaties waarin enerzijds geen overtreding van wettelijke voorschriften ter bewaring van de openbare orde plaatsvindt, terwijl anderzijds sprake is van een zodanige inbreuk op orde en rust dat niet meer van een aanvaardbaar niveau daarvan gesproken kan worden. Daartegen moet kunnen worden opgetreden. De bepaling dient er toe de burgemeester ook in dergelijke gevallen bevoegd te verklaren tot handelen. De burgemeester kan echter op basis van deze bepaling niet naar willekeur maatregelen ter bewaring van de openbare orde nemen. Er moet zich een verstoring van die orde of ernstige vrees daarvoor voordoen en de bevelen moeten noodzakelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde. Verder mogen de bevelen niet van wettelijke voorschriften afwijken en moeten ze proportioneel en subsidiair zijn.

Een verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor kan worden veroorzaakt door uiteenlopende feiten en omstandigheden. Indien zich een dergelijke situatie voordoet, is de burgemeester bevoegd om de bevelen te geven die noodzakelijk te achten zijn voor de handhaving van de openbare orde. Welke inhoud en reikwijdte dergelijke bevelen mogen hebben, is in de bepaling niet nader omschreven. In artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet is aan de burgemeester een aanzienlijke beoordelingsruimte gelaten om te bepalen of de openbare orde is verstoord dan wel ernstige vrees daarvoor bestaat en welke maatregelen daartegen moeten worden genomen. Indien de burgemeester zich onverwacht geconfronteerd ziet met een verstoring van de openbare orde of indien daar ernstige vrees voor bestaat, heeft hij op grond van deze bepaling de bevoegdheid om daartegen op te treden door het geven van bevelen die op de desbetreffende situatie zijn toegesneden. Niettemin dient de burgemeester bij de uitleg en de aanwending van de in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet neergelegde bevoegdheid rekening te houden met het feit dat de bevelen zeer beperkt voorzienbaar zijn en dat daardoor afbreuk kan worden gedaan aan de rechtszekerheid.

Ook als zich een langer durende verstoring van de openbare orde voordoet is de burgemeester, zolang die voortduurt, in beginsel bevoegd om de in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet neergelegde bevoegdheid aan te wenden. Verder is dit artikel ook toepasbaar in gevallen waarin zich weliswaar geen verstoring van de openbare orde voordoet, maar er wel ernstige vrees bestaat voor het ontstaan daarvan.

5.2

De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat Luna bij meerdere bijtincidenten betrokken is geweest. In oktober 2016 hebben zich twee ernstige bijtincidenten voorgedaan. Bij één incident heeft Luna [derde belanghebbende 2] verwond, welke verwonding tot een ziekenhuisopname heeft geleid. Bij het tweede incident heeft Luna de hond van de familie [derde belanghebbende 3] zodanig verwond dat deze aan de verwondingen is bezweken. In een proces-verbaal van bevindingen van 2 november 2016 van de Politie, eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost Gelderland, Basisteam Veluwe-Noord, wordt melding gemaakt van een aantal andere incidenten waarbij Luna betrokken is geweest. Verzoeker heeft ter zitting erkend dat een in dat proces-verbaal genoemd incident zich heeft voorgedaan, waarbij een Beagle in 2016 door Luna in de rug is gebeten.

In een Risk assessment, opgemaakt door dr. C.M. Vinke, werkzaam als gedragsbioloog aan de Faculteit Dierengeneeskunde van de Universiteit Utrecht (hierna: Vinke) van 14 december 2016, is vermeld dat Luna een destijds driejarige, grote en heel sterke hond is, waarvan verzoekers de vijfde eigenaren zijn. De prognose dat het met deze hond ook na training goed gaat komen is zeer slecht en de kans dat ze opnieuw gaat bijten is zeer groot volgens Vinke. Verzoekers hebben een tegenrapport laten uitbrengen door De Boer op 23 februari 2017. De Boer schatte destijds Luna in als een trainbare hond die met goede en juiste begeleiding op termijn te socialiseren is in het contact met andere honden en mensen.

De voorzieningenrechter stelt echter vast dat De Boer op 30 oktober 2017 heeft bericht dat hij de training van Luna met ingang van 24 oktober 2017 heeft stopgezet omdat verzoekers structureel weigerden om Luna te trainen volgens zijn protocol en niet openstonden voor zijn adviezen. De Boer meldt dat hij in de twee maanden voorafgaand aan zijn bericht niet meer heeft getraind met Luna en hij geeft aan dat verzoekster zelf aan het oefenen is geslagen, hetgeen hij onverantwoord acht. De Boer stelt een gevaarzetting te zien ontstaan waar hij geen deel in wil en kan hebben en waaraan hij zijn naam niet verbonden wil zien.

Inmiddels is er in de gemeente Nunspeet een behoorlijke mate van maatschappelijke onrust ontstaan. Deze onrust is niet alleen aanwezig bij de slachtoffers van de twee ernstigste bijtincidenten, maar blijkt ook uit een door de derde partijen overgelegd document dat door 133 inwoners van de gemeente Nunspeet is ondertekend, waarin de vrees wordt geuit voor de veiligheid in de omgeving van de woning van verzoekers vanwege Luna.

5.3

De voorzieningenrechter is van oordeel dat weliswaar niet is gebleken dat zich recent nog een bijtincident heeft voorgedaan, maar dat verweerder zich op grond van voornoemde omstandigheden in redelijkheid op het standpunt heeft mogen stellen dat sprake is van een ernstige vrees dat er een verstoring van de openbare orde kan ontstaan. Luna wordt door twee deskundigen gekwalificeerd als een gevaarlijke hond. De hond is betrokken geweest bij bijtincidenten die de nodige maatschappelijke onrust teweeg hebben gebracht. Verzoekers hebben die onrust vergroot doordat zij zich niet hebben gehouden aan de voorwaarden die waren verbonden aan de eerder getroffen voorlopige voorziening en doordat zij uit eigen beweging zijn gestopt met de trainingen van Luna bij De Boer. Ook de weigering om Luna aan verweerder af te staan en het geheim houden van de verblijfplaats van Luna draagt bij aan de maatschappelijke onrust. Verzoekers laten met hun gedrag niet zien dat zij de verantwoordelijkheid kunnen dragen die de zorg voor een grote en heel sterke hond met zich brengt.

5.4

Verzoekers zijn inmiddels een nieuwe training van Luna gestart bij [naam trainer] , hondentrainer bij [bedrijf] , en volgens een bericht van deze trainer van 8 december 2017 heeft Luna bij haar geen gevaarlijk gedrag laten zien. Deze omstandigheid hoeft voor verweerder geen reden te zijn om er van uit te gaan dat Luna nu geen gevaar meer vormt voor de openbare orde. De omstandigheid dat Luna geen gevaarlijk gedrag heeft getoond richting deze trainer of haar eigen honden, kan niet wegnemen dat Luna zich meermaals aantoonbaar agressief heeft gedragen en dat Luna volgens twee deskundigen, Vinke en De Boer, als een gevaarlijke hond moet worden beschouwd.

Ook de door verzoekers op dvd-toegezonden filmpjes en de schriftelijke visie van H. Gaus-Uitterdijk, kynologisch gedragstherapeut, van 6 december 2017, op de door haar bekeken filmpjes van Luna, hoeven verweerder niet tot een ander oordeel te leiden. Voor deze reactie geldt eveneens dat deze geen verklaring geeft voor de voorgeschiedenis van Luna. De schriftelijke reactie van deze gedragstherapeut gaat immers, net als de visie van [naam trainer] , geheel voorbij aan de zeer ernstige bijtincidenten die al hebben plaatsvonden.

6. Anders dan verzoekers betogen acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat verweerder een minder ingrijpende maatregel had kunnen treffen dan een bevel tot afgifte van Luna.

7. Naar verwachting zal het besluit van 17 november 2017 bij de beslissing op bezwaar door verweerder in stand kunnen worden gelaten. Het daartegen gerichte verzoek om voorlopige voorziening komt daarom niet voor inwilliging in aanmerking.

Ten aanzien van de last onder dwangsom van 21 november 2017

8. Verzoekers betogen tevergeefs dat verweerder geen last onder dwangsom heeft mogen opleggen omdat het bevel tot afgifte van Luna ondeugdelijk is. De voorzieningenrechter verwijst in dit verband naar de overweging 4 tot en met 7 van deze uitspraak.

9. Verzoekers betogen verder dat verweerder geen last onder dwangsom kan opleggen, omdat het een wettelijke onmogelijkheid is om een dwangsom aan een bevel op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet te verbinden. Immers, dit artikel kan eerst dan toepassing vinden als er geen andere middelen geschikt of passend zijn te achten. Toepassing van een dwangsom veronderstelt een minder verstrekkend middel.

10. De voorzieningenrechter overweegt dat de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen is geregeld in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 5:1 van de Awb wordt in die wet onder overtreding verstaan: een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Uit de artikelen 5:21 en 5:32 van de Awb volgt dat een bestuursorgaan een dwangsom kan opleggen die is gericht op het gehele of gedeeltelijke herstel van een overtreding.

Uit artikel 5:23 van de Awb volgt dat de in die wet neergelegde regeling voor bestuursdwang en dwangsom niet van toepassing is op een bevel dat de burgemeester geeft op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet. De door verweerder opgelegde last onder dwangsom is echter niet gebaseerd op artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, maar op het niet naleven van een reeds eerder gegeven bevel. Dat bevel, tot afgifte van Luna, is een besluit dat is gegeven krachtens een wettelijk voorschrift. Het niet naleven van dat bevel is een overtreding als bedoeld in artikel 5:1 van de Awb, waartegen verweerder kan optreden met het opleggen van een last onder dwangsom. Tot het opleggen van een dwangsom was verweerder naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dan ook bevoegd.

11. Naar verwachting zal de opgelegde last onder dwangsom van 21 november 2017 bij de beslissing op bezwaar door verweerder in stand kunnen worden gelaten. Het daartegen gerichte verzoek om voorlopige voorziening komt daarom niet voor inwilliging in aanmerking.

12. Omdat beide verzoeken worden afgewezen, bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van W.C. Knoester, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 december 2017.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.