Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6848

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-11-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
C/05/320541 KG ZA 17-241
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aannemelijk dat relatiebeding is overtreden, daarom voldoende belang bij het vorderen van verbod in kort geding met dwangsom bij overtreding. Aangenomen moet worden dat eiser zich niet aan geheimhoudingsverplichting heeft gehouden. Concurrentiebeding inmiddels geëindigd, daarom geen verbod om werkzaamheden voor huidige werkgever uit te voeren. Inbreuk op auteursrechten (art 5 Auteurswet) aangenomen. Geen schadevergoeding gevorderd dus wie voor eventuele schade aansprakelijk is kan in het midden blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0015
AR 2018/33
RAR 2018/55
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/320541 / KG ZA 17-241

Vonnis in kort geding van 20 november 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KNOOP B.V.,

gevestigd te Velp, gemeente Rheden,

eiseres,

advocaten mrs. M.P.M. Hennekens en A.J.H. Rutten te Nijmegen,

tegen

[gedaagde partij]

wonende te [woonplaats], gemeente [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. R. Bijlsma te Arnhem.

Partijen zullen hierna Knoop en [gedaagde partij] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 28

  • -

    de nagezonden productie 27 van Knoop

  • -

    de producties 1 tot en met 5 van [gedaagde partij]

  • -

    de mondelinge behandeling van 8 juni 2017

  • -

    de pleitnota van Knoop

  • -

    de pleitnota van [gedaagde partij]

  • -

    het proces-verbaal van de zitting van 8 juni 2017, waarin de zaak is aangehouden tot uiterlijk 1 augustus 2017 en waarin het incident ex artikel 843a Rv is afgedaan

  • -

    het bericht van [gedaagde partij] waarin zij om voortzetting van de procedure vraagt

  • -

    de akte eiswijziging met producties 29 tot en met 31 van Knoop

  • -

    de nagezonden producties 32 tot en met 34 van Knoop

  • -

    de vervangende producties 32N en 32O van Knoop

  • -

    de voortgezette mondelinge behandeling van 30 oktober 2017, waarbij de vorderingen zoals neergelegd in de laatste akte eiswijziging als uitgangspunt hebben te gelden

  • -

    de pleitnota van Knoop

  • -

    de pleitnota van [gedaagde partij] met urenspecificatie van de advocaat van [gedaagde partij].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Knoop exploiteert onder de naam Happy-House een onderneming die zich richt op het ontwerpen, de productie en de verkoop van luxe benodigdheden voor kleine huisdieren. Knoop ontwerpt, fabriceert en verkoopt in dat verband Lifestyle producten aan het midden- en hoog segment. Deze producten worden aangeboden onder de merknaam Happy-House.

2.2.

De auteursrechten op de ontwikkelde Lifestyle producten van het merk Happy-House rusten bij Knoop. Het betreft onder andere dierendekens, trenchcoats, hockers en kralenlijnen. Knoop heeft (een aantal van) deze producten gefotografeerd. Deze foto’s worden gebruikt voor de website van Knoop en een catalogus die bestemd is voor intern gebruik binnen de onderneming.

2.3.

Op 1 mei 2011 is [gedaagde partij] bij Knoop in dienst getreden in de functie van administratief medewerker. Bij de uitvoering van die functie heeft [gedaagde partij] kennis genomen van leveranciers, afnemers en transporteurs van Knoop. In de arbeidsovereenkomst van [gedaagde partij] stond onder meer het volgende vermeld:

‘(…)

10.1

Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever is het de werknemer niet toegestaan binnen een termijn van twee jaar na het einde van deze overeenkomst:

- Relaties te bewegen de band met de werkgever te verbreken. Relaties in de zin van dit artikel zijn relaties van de werkgever of haar gelieerde entiteiten op het tijdstip van beëindiging van deze arbeidsovereenkomst dan wel op enig moment gedurende twee jaar voorafgaand aan dit tijdstip.

(…)

11.1

De werknemer verbindt zich zowel gedurende als na het einde van deze overeenkomst tot absolute geheimhouding omtrent alles wat hij, in welke functie dan ook, bij de werkgever, dan wel bij diens klanten, ziet of hoort, hetzij van zakelijke of persoonlijke aard, hetzij van klaarblijkelijk belang, dan wel ogenschijnlijk geen of weinig belang.

11.2

Het is de werknemer verboden op welke wijzen dan ook software, documenten, correspondentie of kopieën hiervan, die hij in verband met zijn werkzaamheden bij de werkgever onder zich heeft verkregen, in zijn particuliere bezit te hebben, te houden of te kopiëren.

In ieder geval is de werknemer verplicht, zelfs ook zonder enig verzoek daartoe, vorenbedoelde software, documenten, correspondentie of kopieën hiervan, aan het einde van deze overeenkomst, of wel bij non-actiefstelling, om welke reden dan ook, onmiddellijk aan de werkgever ter hand te stellen.

(…)

12. De werknemer zal zonder schriftelijke toestemming van werkgever gedurende de arbeidsovereenkomst en na het einde hiervan gedurende een tijdvak van zes maanden, niet in enigerlei vorm een zaak gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan het bedrijf van werkgever vestigen, drijven of mede drijven of doen drijven. Hetzij direct, hetzij indirect, alsook financieel in welke vorm ook bij een dergelijke zaak belang hebben. Daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam zijn, al dan niet in dienstbetrekking hetzij tegen vergoeding hetzij om niet, of daarin aandeel hebben binnen een straal van 25 km waar werkgever gevestigd is. Zulks op verbeurte van een direct opeisbare boete van twee bruto maandsalarissen per gebeurtenis en tevens € 500,- per iedere dag dat hij in overtreding is, te betalen aan werkgever onverminderd het recht van werkgever om volledige schadevergoeding te vragen. Het concurrentiebeding geldt niet indien de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt.

(…)’

2.4.

[gedaagde partij] is op 31 maart 2016 uit dienst getreden bij Knoop. Op haar laatste werkdag bij Knoop heeft [gedaagde partij] de klanten-/relatielijst van Knoop met bezoekfrequentie- en omzetcijfers naar haar privé e-mailadres gestuurd.

2.5.

[gedaagde partij] is per 1 april 2016 in dienst getreden bij Store Fillers (Evida B.V.). Op dit moment werkt zij in de functie van Sales assistent. Ook een andere ex-werkneemster van Knoop, [Ex-werkneemster 1], is in dienst van Store Fillers en houdt zich bezig met sales activiteiten.

2.6.

Na indiensttreding van [gedaagde partij] bij Store Fillers is Knoop ter ore gekomen dat [gedaagde partij] namens Store Fillers diverse relaties van Knoop benadert. In dat kader heeft Knoop op 19 april 2017 een verzoekschrift ingediend bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag onder [gedaagde partij] alsmede tot afgifte ter gerechtelijke bewaring. Op 20 april 2017 is aan Knoop daartoe verlof verleend.

2.7.

Op 24 april 2017 is bewijsbeslag gelegd onder [gedaagde partij] op:

  1. Data welke zich bevonden in de desktop (…)

  2. Data welke zich bevonden in de computer aanwezige harde schijf (…)

  3. Data welke zich bevonden op een mobiele telefoon (…)

  4. Data welke zich bevonden op een mobiele telefoon (…)

  5. Een laptop (…)

  6. Een externe harde schijf (…)

  7. Een zwartkleurige laptop (…)

  8. Een kleurenfolder voorzien van producten van Happy-House.

Deze bescheiden zijn in gerechtelijke bewaring gegeven aan een deurwaarder werkzaam bij Riscon Arnhem B.V. (hierna: Riscon).

2.8.

De in beslag genomen bescheiden zijn door een medewerker van Riscon doorzocht met gebruikmaking van bepaalde door [gedaagde partij] ter zitting van 8 juni 2017 goedgekeurde zoektermen. De verdere behandeling van de onderhavige kort gedingprocedure is in afwachting van de uitkomst van dat onderzoek aangehouden. Uit dit onderzoek zijn diverse ‘hits’ naar voren gekomen. Het betreft e-mailberichten van [gedaagde partij] aan bedrijven die ook met Knoop samenwerken. Enkele van belang zijnde e-mailberichten worden hierna weergegeven.

2.9.

Bij e-mailbericht van 15 juni 2016 heeft [gedaagde partij] aan [de heer A], een collega bij Store Fillers, onder meer het volgende bericht:

‘(…)

Eerste samples voor PET collectie binnen, yeah! De komende weken gaan we alles binnen krijgen, een aantal items kunnen mee in de container van lopende orders. Afgesproken met [mevrouw B] dat we in week 25 een plan de campagne gaan maken hoe we de markt gaan benaderen, welke bedrijven we offertes gaan sturen en wie we eerst gaan bellen om te proberen of ik/we langs mogen komen. Ik heb al een lijst met potentiele klanten opgesteld en ook nog een lijst met wat internationale contacten van [mevrouw B] uit haar HH tijd gevonden op 1 van mijn SB stickjes ;). (…)’

2.10.

Bij e-mailbericht van 11 juli 2016 heeft [gedaagde partij] aan [de heer B], een Chinese fabrikant van Lifestyle producten, onder meer het volgende bericht:

‘(…)

I have checked the items you’ve sent and I would like te recieve a quotation for the items in the annex. (…)

Als bijlage bij dit e-mailbericht heeft [gedaagde partij] een ‘Quotation Iffina 2012’ gevoegd. Dit document is oorspronkelijk gericht aan Happy-House en ziet op de ontwikkeling van bepaalde hondenmanden in opdracht van Knoop.

2.11.

Bij e-mailbericht van 26 juli 2016 heeft [gedaagde partij] aan [de heer C], werkzaam bij het bedrijf [XXXX], onder meer het volgende bericht:

‘I’ve noticed I forgot to ask a sample of 1 rectangular basket, the one you’ve also made samples of for Happy-House long time ago (with Luxury Living print). I only need 1 size (M), 70x55x14, Please use a canvas-polyester fabric, print in a vintage look, like on below picture, you’ll know what I mean No need to put in all the zippers like HH did, (…)

In het e-mailbericht is een foto gevoegd van een rechthoekige hondenmand die [XXXX] in een eerder stadium voor Knoop heeft gemaakt. [gedaagde partij] heeft (in ieder geval) deze foto uit de catalogus die door of namens Knoop is ontwikkeld voor intern gebruik gekopieerd en na het einde van haar dienstverband bij Knoop op enigerlei wijze onder zich gehouden.

3 Het geschil

3.1.

Knoop vordert na wijziging van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I [gedaagde partij] te verbieden gedurende 24 maanden na het wijzen van dit vonnis zakelijk contact te onderhouden met de relaties van Knoop, waaronder de relaties zoals weergegeven op aangegeven lijst en de relaties die voorkomen in productie 6, 10 en 33a tot en met 33l, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde partij] in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;

II [gedaagde partij] te gebieden strikte geheimhouding in acht te nemen inzake alle bedrijfsinformatie van Knoop, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde partij] in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;

III [gedaagde partij] te gebieden haar werkzaamheden zowel direct als indirect voor Store Fillers (Ediva B.V.) vanaf de datum van dit vonnis te staken en gestaakt te houden voor zover deze betrekking hebben op dierenartikelen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde partij] in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;

IV [gedaagde partij] te gebieden iedere inbreuk op de auteursrechten van Knoop vanaf de dag van het vonnis te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde partij] in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen;

V [gedaagde partij] te gebieden alle materialen, producten, catalogi en bedrijfseigendommen van Knoop die [gedaagde partij] onder zich heeft binnen 7 dagen na het vonnis te retourneren aan Knoop;

VI [gedaagde partij] te gebieden ieder product of ‘sample’ dat inbreuk maakt op de auteursrechten van Knoop en dat [gedaagde partij] onder zich mocht hebben binnen 7 dagen na het vonnis over te dragen aan Knoop;

VII [gedaagde partij] te veroordelen tot het betalen van een voorschot op de door Knoop geleden schade tot een bedrag van € 5.000,00;

VIII [gedaagde partij] te veroordelen tot betaling van de kosten van het bewijsbeslag (inclusief gerechtelijke bewaarneming) dat Knoop ten laste van [gedaagde partij] heeft gelegd, in overeenstemming met de als productie 29 door Knoop in het geding gebrachte stukken van € 14.543,59 (inclusief BTW), althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

IX [gedaagde partij] te veroordelen in de volledige kosten van deze procedure conform artikel 1019h Rv voor het gedeelte van deze procedure dat betrekking heeft op de inbreuk op de auteursrechten van Knoop;

X [gedaagde partij] te veroordelen in de kosten van de procedure conform het liquidatietarief voor het gedeelte van deze procedure dat betrekking heeft op de overige vorderingen.

3.2.

[gedaagde partij] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

De spoedeisendheid van de vorderingen vloeit voldoende uit de stellingen van Knoop voort.

4.2.

Knoop vordert allereerst een verbod voor [gedaagde partij] om zakelijk contact te onderhouden met de relaties van Knoop voor de duur van 24 maanden na de datum van dit vonnis. Knoop legt aan deze vordering ten grondslag dat in de arbeidsovereenkomst die met [gedaagde partij] is gesloten een relatiebeding is opgenomen op basis waarvan het [gedaagde partij] niet is toegestaan om relaties van Knoop te benaderen. Knoop stelt dat [gedaagde partij] op haar laatste werkdag desondanks een lijst met alle relaties van Knoop naar haar privé e-mailadres heeft verzonden en aan de hand daarvan relaties van Knoop heeft benaderd in haar nieuwe functie van Sales assistent bij Store Fillers. Knoop stelt dat dit een overtreding van het relatiebeding oplevert en dat zij deze overtreding niet hoeft te dulden, zodat het gevorderde verbod voor [gedaagde partij] om relaties te (blijven) benaderen dient te worden toegewezen. [gedaagde partij] voert verweer en voert aan dat zij inderdaad een lijst met relaties naar zichzelf heeft gemaild om deze lijst na het einde van haar dienstverband als service richting Knoop alsnog te completeren, maar dat zij daaraan niet is toegekomen en de lijst vervolgens nooit heeft gebruikt, ook niet om contacten in de branche te benaderen. [gedaagde partij] voert aan dat zij het relatiebeding nimmer heeft overtreden, zodat geen belang bestaat bij toewijzing van het gevorderde verbod naast het verbod dat al uit de voormalige arbeidsovereenkomst tussen partijen voortvloeit.

4.3.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De tussen Knoop en [gedaagde partij] in 2011 gesloten arbeidsovereenkomst bevat een relatiebeding. Dit beding verbiedt [gedaagde partij] om na het einde van haar dienstverband bij Knoop gedurende 24 maanden contact op te nemen met relaties van Knoop om hen te bewegen de zakelijke banden met Knoop te verbreken. [gedaagde partij] is sinds 1 april 2016 niet langer werkzaam bij Knoop. Het verbod als hiervoor bedoeld geldt aldus tot 1 april 2018. [gedaagde partij] betwist dit ook niet. Vaststaat echter dat [gedaagde partij] op de laatste dag van haar dienstverband met Knoop een lijst met relaties naar haar privé e-mailadres heeft gestuurd. Hoewel [gedaagde partij] aanvoert dat zij deze lijst vervolgens nimmer heeft geopend en van de inhoud ervan na het einde van de arbeidsovereenkomst dus geen kennis (meer) heeft genomen, acht de voorzieningenrechter deze stelling niet erg aannemelijk. Uit het namens Knoop gelegde conservatoire bewijsbeslag onder [gedaagde partij], waarbij diverse (digitale) bescheiden in beslag zijn genomen, volgt een sterk vermoeden dat [gedaagde partij] het e-mailbericht met de relatielijst wel degelijk heeft geopend en ook heeft gebruikt in haar functie van Sales assistent bij Store Fillers. Naast het feit dat [gedaagde partij] namens Store Fillers diverse bedrijven heeft benaderd die ook relaties van Knoop zijn, wordt in een e-mailbericht van 15 juni 2016 van [gedaagde partij] aan [de heer D] ook specifiek over een lijst gesproken die van Happy-House, althans Knoop, afkomstig is en waar bepaalde door [gedaagde partij] nuttig bevonden contacten in staan. In de gegeven omstandigheden heeft het er alle schijn van dat dit de relatielijst betreft die [gedaagde partij] aan zichzelf heeft gestuurd bij het einde van haar dienstverband bij Knoop. Hoewel daaruit niet zonder meer de conclusie kan worden getrokken dat [gedaagde partij], zoals in het relatiebeding is opgenomen, de relaties van Knoop heeft benaderd met de intentie hen te bewegen hun band met Knoop te verbreken, geeft deze handelswijze van [gedaagde partij] wel blijk van zodanig concurrentiegevoelig handelen dat de vrees voor overtreding van het overeengekomen relatiebeding gerechtvaardigd is. Daarom bestaat er voor Knoop in deze kort gedingprocedure voldoende belang bij toewijzing van het gevorderde verbod om relaties van Knoop te benaderen en zal deze vordering, zij het beperkt tot een door Knoop ter zitting opgegeven specifieke lijst van relaties en slechts voor de duur van het overeengekomen relatiebeding, te weten

tot 31 maart 2018, worden toegewezen. Knoop heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de duur van het overeengekomen relatiebeding met circa achttien maanden, zoals zij thans vordert, zou moeten worden uitgebreid. Voor zover [gedaagde partij] aanvoert dat een dergelijk verbod reeds uit haar voormalige arbeidsovereenkomst voortvloeit, heeft te gelden dat Knoop in deze procedure een verder strekkende boete heeft gevorderd op overtreding van dat verbod, zodat daar het belang van Knoop bij toewijzing is gelegen en ook die stelling [gedaagde partij] niet kan baten.

4.4.

Voorts vordert Knoop veroordeling van [gedaagde partij] tot strikte geheimhouding van alle bedrijfsinformatie van Knoop waarover zij beschikt of kennis heeft. Knoop legt aan deze vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] sinds haar indiensttreding bij Store Fillers met Knoop concurrerende werkzaamheden verricht, maar dat het haar in dat opzicht niet is toegestaan om bedrijfsgevoelige informatie van Knoop te gebruiken om de positie van Store Fillers ten opzichte van Knoop te verbeteren. De voorzieningenrechter overweegt dat in de (voormalige) arbeidsovereenkomst tussen partijen een geheimhoudingsbeding is opgenomen. Vaststaat dat het [gedaagde partij] op basis van dit beding niet is toegestaan om gedurende en na het einde van haar dienstverband informatie van zakelijke of persoonlijke aard, opgedaan bij Knoop, te delen met derden. Op basis van de resultaten van het gelegde bewijsbeslag is aannemelijk dat [gedaagde partij] de kennis die zij tijdens haar dienstverband met Knoop heeft opgedaan met enige regelmaat heeft gebruikt en mogelijk nog altijd gebruikt bij het uitvoeren van haar huidige werkzaamheden voor Store Fillers. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het e-mailbericht van 11 juli 2016 van [gedaagde partij] aan de heer [de heer B], waarin bepaalde prijzen en samples worden opgevraagd aan de hand van quotaties en voorbeelden die afkomstig zijn van Knoop en waarover [gedaagde partij] enkel de beschikking kan hebben gekregen tijdens de uitvoering van haar (voormalige) werkzaamheden voor Knoop. En zo zijn er meer e-mailberichten aan fabrikanten waarin [gedaagde partij] refereert aan eerder door hen voor Knoop gemaakte producten. Aangenomen moet daarom worden dat [gedaagde partij] zich de afgelopen periode niet aan haar geheimhoudingsbeding jegens Knoop heeft gehouden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Knoop daarom belang heeft bij toewijzing van het gevorderde verbod op geheimhouding naast het reeds geldende beding op basis van de (voormalige) arbeidsovereenkomst om te voorkomen dat [gedaagde partij] ook na de datum van dit vonnis nog tot overtreding van haar geheimhoudingsverplichting zal overgaan. Daarom zal ook deze vordering worden toegewezen.

4.5.

Verder vordert Knoop een gebod voor [gedaagde partij] om haar werkzaamheden voor Store Fillers voor zover deze betrekking hebben op dierenartikelen te staken en gestaakt te houden. Knoop legt aan deze vordering ten grondslag dat in de (voormalige) arbeidsovereenkomst met [gedaagde partij] een non-concurrentiebeding is opgenomen en dat het [gedaagde partij] op basis daarvan niet vrij staat om haar bij Knoop opgedane kennis en ervaring in te zetten om Knoop via Store Fillers concurrentie aan te doen door voor een concurrerende vennootschap werkzaam te zijn. De voorzieningenrechter stelt vast dat de arbeidsovereenkomst inderdaad een non-concurrentiebeding bevat, maar dat de reikwijdte daarvan (relatief) beperkt is in omvang. Naast een beperking van het gebied waarbinnen [gedaagde partij] niet werkzaam mag zijn, is het beding ook beperkt in duur, te weten tot zes maanden na het einde van het dienstverband. Nu de arbeidsovereenkomst van [gedaagde partij] met Knoop op 1 april 2016 is geëindigd, heeft het non-concurrentiebeding haar werking op

1 november 2016 verloren. Knoop heeft geen, althans onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd op basis waarvan een uitbreiding van deze duur is gerechtvaardigd, zeker niet voor onbepaalde duur. Zonder de aanwezigheid van een non-concurrentiebeding staat het [gedaagde partij] vanaf 1 november 2016 vrij om (concurrerende) werkzaamheden uit te voeren voor nieuwe werkgevers en concurrenten van Knoop, evenals het deze werkgevers vrijstaat ex-werknemers van Knoop in dienst te nemen en vrij te concurreren. Daarom zal de vordering van Knoop strekkende tot een verbod voor [gedaagde partij] om bepaalde (concurrentiegevoelige) werkzaamheden voor Store Fillers uit te voeren worden afgewezen.

4.6.

Knoop vordert verder veroordeling van [gedaagde partij] om iedere inbreuk op de auteursrechten van Knoop te staken. Knoop legt aan deze vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] diverse keren en zonder toestemming van Knoop gebruik heeft gemaakt van foto’s van de huiscollectie van Happy House, waarvan Knoop de auteursrechthebbende is. Knoop stelt dat [gedaagde partij] daarmee inbreukmakend, althans onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, zodat het maken van verdere inbreuken op het auteursrecht van Knoop voor [gedaagde partij] dient te worden verboden. [gedaagde partij] voert verweer en voert aan dat zij enkel foto’s heeft gebruikt die via de website van Knoop en online op het internet vrij beschikbaar zijn, zodat van inbreuk op auteursrechten van Knoop geen sprake is. Volgens haar bestaat dan ook geen aanleiding om tot toewijzing van deze vordering over te gaan.

4.7.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Tussen partijen staat vast dat Knoop door de jaren heen een collectie Lifestyle producten voor kleine huisdieren heeft laten ontwikkelen, waarvan Knoop de auteursrechthebbende is. Vaststaat eveneens dat de foto’s die door of namens Knoop van deze producten zijn gemaakt auteursrechtelijk zijn beschermd als bedoeld in de Auteurswet (Aw). Op de voet van artikel 5 lid 2 Aw wordt als inbreuk op het auteursrecht beschouwd het zonder voorafgaande toestemming verveelvoudigen of openbaar maken van enig werk. In deze kort gedingprocedure staat vast dat Knoop enkele van de auteursrechtelijk beschermde foto’s voor haar website gebruikt en een ander deel voor een catalogus die intern binnen het bedrijf wordt gebruikt. Niet in geschil is dat [gedaagde partij] deze foto’s vervolgens op enig moment, zonder toestemming daarvoor van Knoop, heeft gebruikt bij de uitvoering van haar werkzaamheden als Sales assistent bij Store Fillers, in die zin dat zij deze foto’s van de website en uit de catalogus van Knoop heeft gekopieerd en aan de hand daarvan bij fabrikanten en leveranciers prijzen en samples heeft opgevraagd. Daarmee staat vast dat [gedaagde partij] auteursrechtelijk beschermde werken heeft verveelvoudigd door deze te kopiëren. Daarnaast staat ook vast dat [gedaagde partij] de verveelvoudigde werken heeft geopenbaard, door deze aan een publiek te verzenden die daarvoor niet met de foto’s bekend waren. In de gegeven omstandigheden moet daarom worden aangenomen dat [gedaagde partij] inbreukmakend heeft gehandeld als bedoeld in artikel 5 Aw.

4.8.

[gedaagde partij] voert nog aan dat voor zover zij inbreukmakend zou hebben gehandeld, zij dit in de uitvoering van haar werkzaamheden voor Store Fillers heeft gedaan, zodat zij daarvoor zelf niet aansprakelijk kan worden gehouden. De voorzieningenrechter begrijpt dat [gedaagde partij] hierbij verwijst naar artikel 6:170 lid 2 BW, waarbij het gaat over de aansprakelijkheid van de werkgever voor de door fouten van haar werknemer aan derden toegebrachte schade. Bij de verbodsvordering onder IV gaat het echter (nog) niet om verhaal van schade en het gevorderde verbod is ook niet beperkt tot handelingen in dienst van Store Fillers. Dit verweer doet derhalve niet ter zake, nog daargelaten dat op grond van artikel 7:661 lid 1 BW de werknemer die bij de uitvoering van de overeenkomst schade toebrengt aan een derde jegens wie de werkgever tot vergoeding van die schade is gehouden, te dier zake aansprakelijk kan zijn, indien de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Aannemelijk is dat [gedaagde partij] wist, althans had behoren te weten dat het haar niet was toegestaan om niet-openbare en aan Knoop toebehorende en auteursrechtelijk beschermde foto’s te verveelvoudigen en te openbaren en dat zij gedurende haar arbeidsovereenkomst met Store Fillers, door dat toch te doen, bewust onrechtmatig jegens Knoop heeft gehandeld. Nu dit verweer van [gedaagde partij] zoals gezegd echter thans niet aan de orde is, zal het verbod op inbreukmakend handelen worden toegewezen, zoals gevorderd vanaf de datum van dit vonnis.

4.9.

Knoop vordert verder veroordeling van [gedaagde partij] om alle materialen, producten, catalogi en bedrijfseigendommen van Knoop die zij onder zich heeft te retourneren. Knoop legt aan deze vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] tijdens haar dienstverband de beschikking heeft gehad over deze zaken en deze na afloop van haar dienstverband met Knoop onder zich heeft gehouden. Knoop stelt dat dat [gedaagde partij] op basis van een beding in haar (voormalige) arbeidsovereenkomst met Knoop niet vrij staat en dat, nu zij de betreffende zaken niet vrijwillig retourneert, zij daartoe dient te worden veroordeeld. [gedaagde partij] voert verweer en voert aan dat zij geen bedrijfseigendommen van Knoop onder zich heeft. Daarnaast voert [gedaagde partij] aan dat voor zover zij bestanden van Knoop mocht bezitten, deze bestanden door middel van het gelegde bewijsbeslag inmiddels zullen zijn vernietigd, zodat Knoop geen belang heeft bij toewijzing van deze vordering.

4.10.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. In de arbeidsovereenkomst tussen partijen is een artikel opgenomen op grond waarvan het [gedaagde partij] is verboden om op welke wijze dan ook software, documenten, correspondentie of kopieën daarvan die zij in verband met haar werkzaamheden voor Knoop onder zich heeft gekregen particulier onder zich te houden of te kopiëren. Verder is bepaald dat deze bescheiden na het einde van het dienstverband in ieder geval aan Knoop moeten worden geretourneerd. Dit betreft uitsluitend stukken die van Knoop afkomstig zijn en die [gedaagde partij] tijdens haar dienstverband bij Knoop heeft verworven, zodat deze stukken in zoverre voldoende zijn bepaald. Hoewel [gedaagde partij] aanvoert dat zij niet over dergelijke stukken beschikt, blijkt uit het onder [gedaagde partij] gelegde bewijsbeslag dat zij wel over (auteursrechtelijk beschermde en niet vrij toegankelijke) foto’s van de producten van Knoop beschikt en in ieder geval ook over de door [gedaagde partij] aan haarzelf gemailde klantenlijst van Knoop. Hoewel niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde partij] daarnaast nog over bescheiden van Knoop beschikt, kan dit in de gegeven omstandigheden evenmin worden uitgesloten. Nu dit in strijd is met voornoemde bepaling uit de arbeidsovereenkomst, ten aanzien waarvan vaststaat dat [gedaagde partij] daaraan nog altijd is gebonden, is dit haar niet toegestaan. Daarom zal de vordering om alle materialen, producten, catalogi en bedrijfseigendommen van Knoop aan Knoop te retourneren worden toegewezen, voor zover [gedaagde partij] over dergelijke bescheiden beschikt.

4.11.

Ook de vordering van Knoop tot veroordeling van [gedaagde partij] om ieder product of sample dat inbreuk maakt op de auteursrechten van Knoop en dat [gedaagde partij] onder zich heeft aan Knoop over te dragen, zal op voornoemde grond worden toegewezen. Het artikel in de arbeidsovereenkomst strekt zich immers uit tot alle bedrijfseigendommen van Knoop, zodat daaronder ook eventuele op het auteursrecht van Knoop inbreukmakende bescheiden vallen, voor zover [gedaagde partij] die onder zich heeft.

4.12.

Knoop vordert voorts veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van een voorschot van

€ 5.000,00 op de door haar geleden schade vanwege het inbreukmakend handelen van [gedaagde partij]. Dit betreft een geldvordering. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening. Knoop heeft, de barrière van artikel 6:170 BW nog daargelaten, het bestaan en de omvang van de door haar gevorderde schade in deze procedure onvoldoende onderbouwd. Nu daarnaast niet aannemelijk is geworden dat de uitkomst van een eventuele bodemprocedure waarin wordt geoordeeld over eventueel geleden schade door haar niet kan worden afgewacht, zal deze vordering worden afgewezen.

4.13.

Knoop vordert verder een bedrag van € 14.543,59 aan kosten die zijn gemaakt in het kader van het onder [gedaagde partij] gelegde conservatoire bewijsbeslag en de in gerechtelijke bewaarneming van de in beslag genomen bescheiden. Knoop heeft ter onderbouwing van deze kosten een gespecificeerd overzicht in het geding gebracht. Nu het uitgevoerde onderzoek naar aanleiding van het gelegde bewijsbeslag de nodige stukken heeft opgeleverd, staat vast dat het beslag niet nodeloos is gelegd. De gevorderde kosten zullen daarom, als overigens onweersproken, volledig worden toegewezen.

4.14.

[gedaagde partij] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Knoop vordert ten aanzien van het gedeelte van de procedure dat ziet op aspecten van intellectuele eigendom op de voet van artikel 1019h Rv de werkelijk gemaakte kosten voor juridische bijstand. Artikel 1019h Rv bepaalt dat de in het ongelijk gestelde partij desgevorderd veroordeeld wordt in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. Knoop heeft ter onderbouwing van de gevorderde kosten een urenspecificatie overgelegd. Nu deze specificatie de voorzieningenrechter redelijk en evenredig voorkomt, zal het gevorderde bedrag van € 4.653,61 worden toegewezen. Voor het gedeelte van de procedure dat niet ziet op aspecten van intellectuele eigendom, zal gelet op de omvang daarvan de helft van het gebruikelijke liquidatietarief worden toegewezen. Met inachtneming hiervan, worden de proceskosten aan de zijde van Knoop tot op heden begroot op:

  • -

    explootkosten € 83,51

  • -

    griffierecht € 1.924,00

  • -

    salaris advocaat € 4.653,61

  • -

    salaris advocaat € 408,00

Totaal € 7.069,12

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt [gedaagde partij] gedurende 24 maanden na 31 maart 2016 zakelijk contact te onderhouden met de volgende relaties van Knoop:

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

  • -

    [geanonimiseerd]

op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde partij] dit verbod overtreedt, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.2.

gebiedt [gedaagde partij] strikte geheimhouding in acht te nemen inzake alle concurrentiegevoelige bedrijfsinformatie van Knoop, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde partij] dit gebod overtreedt, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.3.

gebiedt [gedaagde partij] iedere inbreuk op de auteursrechten van Knoop te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel dat [gedaagde partij] dit gebod overtreedt, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.4.

gebiedt [gedaagde partij] alle materialen, producten, catalogi en bedrijfseigendommen van Knoop, voor zover zij die onder zich heeft, binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis aan Knoop te retourneren,

5.5.

gebiedt [gedaagde partij] ieder product of sample dat inbreuk maakt op de auteursrechten van Knoop en dat [gedaagde partij] onder zich mocht hebben, binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis aan Knoop over te dragen,

5.6.

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de kosten van het conservatoir bewijsbeslag (inclusief gerechtelijke bewaarneming) dat Knoop ten laste van [gedaagde partij] op 24 april 2017 heeft gelegd, begroot op € 14.543,59 inclusief btw,

5.7.

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Knoop, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 7.069,12, waarin begrepen € 5.061,61 aan salaris advocaat,

5.8.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.H.J. Krijnen op 20 november 2017.