Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6847

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15-11-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
C/05/326527 / FA RK 17-3023
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Keuze geslachtsnaam. Partijen kunnen hun zonen niet de achternaam geven die zij graag willen omdat zij in Engeland zijn getrouwd. De rechtbank acht dit in deze zaak een ontoelaatbare inperking van hun rechten en geeft hen alsnog de gelegenheid de naam te kiezen die zij willen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1 24
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 8
Burgerlijk Wetboek Boek 1 5
Burgerlijk Wetboek Boek 10 20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2018-0003
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2018/5106
RFR 2018/64
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team familierecht

Zittingsplaats Arnhem

Zaakgegevens: C/05/326527 / FA RK 17-3023

Datum uitspraak: 15 november 2017

beschikking

naar aanleiding van het verzoek van

1 [de vrouw] ,

wonende te [adres in Nederland] ,

2. [de man],

wonende te [adres in het Verenigd Koninkrijk] ,

afzonderlijk nader te noemen: de vrouw en de man en gezamenlijk: verzoekers,

advocaat mr. L.C. Bruggink-de Bruyn Kops te Ermelo.

Belanghebbende:

- de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Harderwijk (nader te noemen: de gemeente).

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen als ingediend door verzoekers, ingekomen op

23 augustus 2017;

-het verzoekschrift met bijlagen als ingediend door mr. Bruggink-de Bruyn Kops, ingekomen op 8 september 2017;

- het F9-formulier met bijlage namens verzoekers, ingekomen op 10 oktober 2017;

- een brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Harderwijk

van 10 oktober 2017;

-het aanvullend verzoekschrift van verzoekers, ingekomen op 10 oktober 2017;

- een brief van de officier van justitie, ingekomen op 12 oktober 2017;

- de pleitnotities van verzoekers, overgelegd ter terechtzitting van 18 oktober 2017.

1.2.

Gehoord ter terechtzitting met gesloten deuren van 18 oktober 2017:

-verzoekers, bijgestaan door hun advocaat;

-mevrouw C. Olofsen en mevrouw M. Kroon, beiden ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente.

2 De feiten

2.1.

Verzoekers zijn de ouders van:

- [naam] (nader te noemen: [kind 1] ), geboren op [geboortedag] 2014 te [plaats in Nederland] en

- [naam] (nader te noemen: [kind 2] ), geboren op [geboortedag] 2017 te [plaats in Nederland] .

Verzoekers zijn beiden belast met het gezag over de kinderen.

2.2.

De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en de man de Britse. [kind 1] en [kind 2] hebben beide nationaliteiten.

2.3.

De man heeft [kind 1] voor zijn geboorte erkend. Partijen hebben er destijds bewust voor gekozen [kind 1] (nog) niet de geslachtsnaam van de man te geven.

2.4.

Verzoekers zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] 2015 te [plaats in het Verenigd Koninkrijk] .

2.5.

Na hun huwelijk, op [datum] 2015, hebben partijen op de Nederlandse ambassade in Londen een verzoek gedaan de geslachtsnaam van [kind 1] te wijzigen in [geslachtsnaam man] . Partijen is door de ambassade verzocht een akte van naamskeuze op te laten maken door de gemeente. De gemeente heeft dat geweigerd.

2.6.

[kind 2] is tijdens het huwelijk van de vrouw en de man geboren. [kind 2] heeft als geslachtsnaam [geslachtsnaam man] gekregen, hetgeen door de gemeente is opgenomen in de geboorteakte van [kind 2] .

2.7.

Partijen hebben daarna opnieuw verzocht ook [kind 1] de naam [geslachtsnaam man] te geven, hetgeen de gemeente opnieuw heeft geweigerd. Daarover hebben verzoekers in een brief van 22 juni 2017 de burgemeester van de gemeente aangeschreven.

2.8.

De gemeente heeft de brief aangemerkt als bezwaar tegen haar afwijzende beslissing. In een beslissing op bezwaar van 14 juli 2017 schrijft de gemeente dat de geslachtsnaam van [kind 1] niet kan worden gewijzigd. Bovendien constateert de gemeente dat [kind 2] ten onrechte de geslachtsnaam [geslachtsnaam man] heeft gekregen. De gemeente kondigt aan een verzoek aan de officier van justitie te zullen doen om de geslachtsnaam van [kind 2] te wijzigen in [geslachtsnaam vrouw] .

3 Het verzoek

3.1.

Verzoekers verzoeken, na aanvulling van hun verzoek, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. de geslachtsnaam van [kind 1] te wijzigen in [geslachtsnaam man] , dan wel te bepalen dat verzoekers als zijnde de ouders van [kind 1] alsnog een naamskeuze voor de geslachtsnaam [geslachtsnaam man] kunnen doen en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente te gelasten de naamskeuze te registreren in de daartoe bestemde registers;

  2. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente te gelasten om niet de geslachtsnaam van [kind 2] te wijzigen in [geslachtsnaam vrouw] , dan wel een verzoek daartoe van de officier van justitie af te wijzen;

  3. dan wel een zodanige uitspraak te doen zodat beide kinderen van verzoekers de geslachtsnaam [geslachtsnaam man] kunnen verkrijgen/behouden;

  4. de gemeente in de proceskosten te veroordelen.

3.2.

De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft tegen de verzoeken van verzoekers een inhoudelijk verweer gevoerd.

3.3.

De officier van justitie heeft bericht dat van de zijde van het Openbaar Ministerie geen bezwaar bestaat tegen toewijzing van het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van [kind 1] in [geslachtsnaam man] .

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

De rechtbank acht zich met partijen bevoegd van het geschil kennis te nemen.

Ontvankelijkheid

4.2.

Aan de rechtbank ligt allereerst de vraag voor of verzoekers kunnen worden ontvangen in hun verzoek. Verzoekers moesten uiterlijk op 25 augustus 2017 beroep instellen bij de rechtbank. De brief van verzoekers (het beroepschrift) is op 23 augustus 2017 door de rechtbank ontvangen. Dat was dus op tijd. Wel is het zo dat verzoekers de brief zelf naar de rechtbank hebben gestuurd, terwijl zij dat door een advocaat hadden moeten laten doen. Aan verzoekers is daarom door de rechtbank een nadere termijn van veertien dagen gegeven om ervoor te zorgen dat zich alsnog een advocaat namens hen zou stellen. Dat is binnen de gestelde termijn, veertien dagen na 29 augustus 2017, gebeurd. Verzoekers hebben dus hun verzuim tijdig hersteld en worden daarom ontvangen in hun verzoek.

Naamswijziging

4.3.

Verzoekers vinden het heel belangrijk dat alle leden van het gezin de geslachtsnaam [geslachtsnaam man] krijgen. Zij hebben ter zitting daarover gezegd dat zij wat dat betreft traditioneel zijn ingesteld. Zij willen met de naam [geslachtsnaam man] ook de band met Engeland tot uitdrukking brengen. Dit is voor verzoekers des te belangrijker geworden omdat zij zich in Nederland willen gaan vestigen en er dan minder contact is met de familie van de man in Engeland. Ook is [geslachtsnaam vrouw] erg lastig uit te spreken voor Engelstaligen. Verzoekers voeden [kind 1] en [kind 2] tweetalig op en vinden het belangrijk dat zij een naam hebben die in beide talen makkelijk uit te spreken is. Ook bij het kiezen van de voornamen hebben partijen daarmee rekening gehouden. Het is voor partijen daarom ook geen optie dat de man de naam [geslachtsnaam vrouw] aanneemt. Daarbij komt dat volgens verzoekers in Engeland geen burgerlijke stand bestaat als in Nederland, met als gevolg dat een naamswijziging van de man zou betekenen dat hij steeds opnieuw moet uitleggen en aantonen dat zijn naam is gewijzigd.

4.4.

Verzoekers stellen dat de gemeente ten onrechte voor [kind 1] niet de geslachtsnaam [geslachtsnaam man] wil registreren en deze bij [kind 2] wil laten veranderen in [geslachtsnaam vrouw] . Van belang bij de beoordeling daarvan is het systeem van naamskeuze zoals dat naar Nederlands recht geldt. Dat recht is namelijk van toepassing. [kind 1] en [kind 2] hebben een dubbele nationaliteit (polypatride), waarvan er één de Nederlandse is, en op grond van artikel 10:20 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) geldt in dat geval het Nederlandse recht.

4.5.

In artikel 1:5 lid 2 BW is bepaald dat een kind de geslachtsnaam van de moeder krijgt, tenzij bij de erkenning de moeder en de erkenner samen verklaren dat de geslachtsnaam van de erkenner aan het kind wordt gegeven. Als dat niet is gebeurd, zoals in het geval van [kind 1] , zijn er twee manieren om tijdens de minderjarigheid de geslachtsnaam te veranderen.

4.6.

De eerste manier is een verzoek aan Justis, een onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Alleen in bepaalde gevallen en als aan strenge voorwaarden is voldaan, zal een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam worden toegewezen. In het geval van verzoekers is niet gebleken dat aan deze voorwaarden is of kan worden voldaan.

4.7.

De tweede manier is bepaald in genoemd artikel 1:5 lid 2 BW. Bij een huwelijkssluiting kan ervoor worden gekozen dat een kind de geslachtsnaam van de andere ouder krijgt. Dan moeten de echtelieden dat ten overstaan van de ambtenaar die het huwelijk sluit samen verklaren. Daarvan wordt een akte van naamskeuze opgesteld. Ook hieraan hebben verzoekers niet voldaan. Zij zijn in Engeland getrouwd en niet in geschil is dat een naamskeuze tijdens de huwelijkssluiting als bedoeld in artikel 1:5 lid 2 BW daar niet mogelijk is. Bovendien heeft de gemeente gesteld dat een naamskeuze moet voor een ambtenaar van de Nederlandse burgerlijke stand. Als de verklaring bij de huwelijkssluiting in Engeland had kunnen worden afgelegd, dan had deze dus toch niet het door verzoekers gewilde effect gehad.

4.8.

Voor Nederlandse onderdanen met een dubbele nationaliteit, zoals [kind 1] en [kind 2] , geldt nog een aanvullende regel. Zij zouden op grond van Brits recht mogelijk hun naam kunnen wijzigen omdat het volgens verzoekers in Groot-Brittannië mogelijk is na het huwelijk de geslachtsnaam van een kind te wijzigen. Maar zoals gezegd is het Nederlandse recht van toepassing. Een wijziging van de geslachtsnaam naar het recht van een ander land wordt niet in Nederland erkend, tenzij het andere land is aangesloten bij de CIEC-overeenkomst van Istanbul betreffende naamswijziging. Groot-Brittannië is daarbij echter niet aangesloten volgens de gemeente.

4.9.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemeente op grond van het voorgaande kunnen weigeren om de gevraagde wijziging van de geslachtsnaam van [kind 1] te registreren. Er is ook geen sprake van onjuiste of onvolledige voorlichting door de gemeente van verzoekers. Bij de erkenning door de man van [kind 1] is, zo heeft de rechtbank begrepen uit hetgeen daarover te zitting is gezegd, tegen verzoekers gezegd dat als zij de geslachtsnaam later nog zouden willen wijzigen, zij dat bij de huwelijkssluiting zouden moeten verklaren. Daarbij is niet gezegd dat dit mogelijk niet zou kunnen als verzoekers in het buitenland zouden trouwen. Dat is echter niet aan de betreffende ambtenaar te verwijten omdat het, zo stelt de gemeente onweersproken, een uitzonderlijke situatie betreft. Niet iedereen hoeft daarover dus zonder meer te worden voorgelicht. Overigens hadden partijen voorafgaand aan hun huwelijk zelf meer onderzoek kunnen doen naar de gevolgen van een huwelijk buiten Nederland. Zeker nu de geslachtsnaam voor hen zo belangrijk is.

4.10.

Hadden verzoekers echter dat onderzoek gedaan en/of waren zij eerder voorgelicht over het hiervoor beschreven systeem, dan was de conclusie geweest dat zij niet in Engeland zouden kunnen trouwen als zij [kind 1] (en dus ook [kind 2] ) de geslachtsnaam [geslachtsnaam man] wilden geven. Immers, zoals hiervoor beschreven, een keuze bij de huwelijkssluiting kon in Engeland niet en het wijzigen naar Brits recht had geen effect omdat de CIEC-overeenkomst niet van toepassing is.

4.11.

Dit is naar het oordeel van de rechtbank in dit geval een onredelijke uitkomst. Het moest voor verzoekers mogelijk zijn om te trouwen waar zij wilden en ook de geslachtsnaam aan hun kinderen te geven die zij wensten en er daarmee voor te zorgen dat alle gezinsleden dezelfde achternaam zouden dragen. Door het verschil in regels naar Nederlands en Brits recht en het kennelijk ontbreken van een regeling tussen deze landen die een oplossing biedt die recht doet aan de vrijheid van partijen op het gebied van naamskeuze en keuze van trouwlocatie, worden de rechten van verzoekers – voortvloeiend uit artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens – op dit punt op ontoelaatbare wijze ingeperkt. Het openbaar c.q. algemeen belang, namelijk het scheppen van waarborgen rond naamswijziging, rechtvaardigt deze inperking in dit geval niet, nu volgens de gemeente deze situatie uniek is en dus niet te verwachten is dat het honoreren van het verzoek leidt tot (veel) meer soortgelijke verzoeken. De officier van justitie heeft voorts aangegeven dat het Openbaar Ministerie geen bezwaar heeft tegen wijziging van de geslachtsnaam van [kind 1] en ook overigens is niet van bezwaren daartegen gebleken.

4.12.

Daarom zal de rechtbank de beslissing op bezwaar vernietigen en verzoekers alsnog de gelegenheid bieden de door hen gewilde naamskeuze voor [kind 1] te doen en de gemeente op grond van artikel 1:24 BW gelasten deze, althans de daartoe benodigde akte, te registreren. Ook wordt de gemeente gelast de geslachtsnaam van [kind 2] niet te wijzigen. Ter zitting is duidelijk geworden dat de gemeente daartoe wel een verzoek aan de officier van justitie heeft gedaan, maar dat het indienen van dit verzoek door de officier bij de rechtbank wacht op de beslissing in deze procedure.

4.13.

Op grond van het vorenstaande ziet de rechtbank geen aanleiding de gemeente in de proceskosten te veroordelen. De proceskosten zullen worden gecompenseerd.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart het beroep gegrond en vernietigt de beslissing op bezwaar van de gemeente van 14 juli 2017;

5.2.

bepaalt dat verzoekers als zijnde de ouders van [kind 1] alsnog een naamskeuze voor de geslachtsnaam [geslachtsnaam man] kunnen doen en gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente de (akte van) naamskeuze te registreren in de daartoe bestemde registers;

5.3.

gelast dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente in dat geval de geslachtsnaam van [kind 2] niet zal wijzigen in [geslachtsnaam vrouw] ;

5.4.

verklaart deze beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders verzochte af;

5.6.

compenseert de proceskosten aldus dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.C. van Leeuwen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Zeiler als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2017.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof te Arnhem.