Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6841

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-12-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
05/720276-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt twee verdachten voor het medeplegen van een poging tot woningoverval met geweld op een alleenwonende op leeftijd zijnde man tot een gevangenisstraf van twee jaar waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/720276-17

Datum uitspraak : 28 december 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem,

raadsman mr. D.R. Kops, advocaat te Breukelen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

14 december 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 31 augustus 2017 te Apeldoorn

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een (grote)

hoeveelheid geld (uit een kluis in de woning, gelegen aan de [adres 2]

te Apeldoorn), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen

en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , te

plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren,

immers heeft/hebben of is/zijn verdachte en/of zijn mededader

-met (veel) kracht de voordeur (verder) open geduwd/gedrukt (nadat die [slachtoffer] de

voordeur had opengemaakt en zich aldus vlak achter/bij die voordeur in de

hal/gang bevond) en/of

-voornoemde woning binnengedrongen en/of

-die [slachtoffer] met kracht bij de keel vastgepakt of vastgegrepen (gehouden) en/of

-die [slachtoffer] geduwd en/of aan die [slachtoffer] getrokken en/of met die [slachtoffer] in een

worsteling geraakt en/of

-die [slachtoffer] meerdere malen (met kracht) in/op/tegen het gezicht althans op/tegen

het hoofd gestompt/geslagen en/of

-de mond van die [slachtoffer] dichtgetaped(met ducttape) en/of de handen/polsen van

die [slachtoffer] geboeid/bij/aan elkaar vastgemaakt met tiewraps en/of

-in de woning gezocht naar de kluis en/of kluissleutel (terwijl die [slachtoffer]

getaped en geboeid achterbleef in de hal/gang van die woning),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding onderzoek

Op 31 augustus 2017 komt er bij het operationeel centrum van de politie een telefonische melding binnen van een verdachte situatie aan de [straatnaam] ter hoogte van perceel [huisnummer] te Apeldoorn naast [bedrijf] . Meldster ziet een manspersoon met een pakketje in zijn handen voor de deur van de woning staan, terwijl een andere manspersoon kennelijk om de hoek op de uitkijk staat. Beide manspersonen dragen zwart gekleurde kleding.

Naar aanleiding van deze melding begeven meerdere politiemensen zich naar de opgegeven

locatie. Eén van de politiemensen ziet dat aan de achterzijde van de woning twee personen op het platte dak van de woning staan en dat deze twee personen naar beneden springen. Deze personen worden vervolgens - nadat ondersteuning is gearriveerd – aangehouden. Dit blijken verdachte en medeverdachte [medeverdachte] te zijn.2

Door de politie wordt vervolgens de voordeur van de woning [adres 2] te Apeldoorn geforceerd. Achter de deur wordt een man, naar later blijkt aangever [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), aangetroffen. Deze man ligt op de grond en heeft zichtbaar letsel aan zijn neus en linkeroog, terwijl de polsen van de man met tie-wraps aan elkaar zijn vastgebonden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van de ten laste gelegde diefstal met geweld. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht aan de hand van haar schriftelijk requisitoir.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de grotendeels bekennende verklaring van verdachte, tot een bewezenverklaring van de poging woningoverval kan worden gekomen, behoudens de gedachtestreepjes die zien op het met kracht openduwen/opendrukken van de voordeur, het bij de keel pakken/vastgrijpen (houden) en het in of op het gezicht/hoofd slaan/ stompen. De raadsman heeft het standpunt van de verdediging toegelicht aan de hand van zijn pleitaantekeningen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het tenlastegelegde uit van de volgende feiten en omstandigheden.

[slachtoffer] heeft aangifte gedaan van een overval in zijn woning aan de [adres 2] in Apeldoorn op donderdag 31 augustus 2017. Hij verklaart als volgt. Tussen 22.00 en 22.15 uur hoort hij dat de deurbel gaat. Hij kijkt via het scherm van de camera wie er voor de deur staat. Hij ziet dat er in zwart gekleed persoon voor de deur staat. Via de intercom hoort hij een mannenstem zeggen: “Ik kom een pakketje brengen”. Aangever loopt via de trap naar beneden en opent de voordeur. Hij voelt dat de voordeur met veel kracht wordt geopend vanaf de buitenzijde. Hij ziet twee onbekende in zwart geklede personen. Hij ziet dat de twee mannen naar binnen komen en dat één van de twee mannen hem bij de keel grijpt en ook vast houdt. Er ontstaat een worsteling met de twee mannen. Hij schreeuwt hard dat iemand 112 moet bellen. Op dat moment raakt hij buiten westen. Als hij wakker wordt ziet hij dat er tie-wraps om zijn polsen zitten.3

Er is een letselrapportage opgemaakt, betreffende het door aangever opgelopen letsel, onder meer inhoudende:

Letselbeschrijving:

• Keel [foto 2989, 2990, 2991, 2995 en 2996]: Aan weerszijden van de keel was de huid donkerrood verkleurd. De verkleuring had een vlekkerig aspect en was vaag begrensd. Met name waren er geen duidelijke patronen of afdrukken in te herkennen. Dit letsel past bij drukplekken. Ter hoogte van de schuine halsspier rechts was een groepje kleine donkerrode huidverkleuringen te zien. Dit kan worden geduid als puntbloedingen.

Met betrekking tot de vraag of het letsel bij de toedracht zoals deze uit het procesdossier blijkt:

(…)

Ten aanzien van de geconstateerde rode verkleuring op de keel constateert de rapporteur dat dit zou kunnen passen bij de verklaring van betrokkene dat hij bij de keel gegrepen of met de handen tegen zijn keel tegen de grond gedrukt is. Er zijn echter geen duidelijke hand- of vingerafdrukken herkenbaar die dit zouden kunnen onderbouwen. Dat wil geenszins zeggen dat de verklaring van betrokkene onjuist zou zijn, want als de handen tijdens het dichtdrukken van de keel, bijvoorbeeld bij een worsteling, verplaatst zijn of meerdere malen geknepen hebben, dan is er logischerwijs geen duidelijk patroon meer zichtbaar.4

Verdachte heeft, voor zover hier relevant, het volgende verklaard:

Zijn maat heet [medeverdachte] . Het was een idee van hen beiden om naar Apeldoorn te gaan. Ze zouden alles 50/50 verdelen.5

[medeverdachte] belde aan en hij stond om de hoek. [medeverdachte] zei tegen de bewoner dat er een pakketje voor hem was. Toen de deur open werd gedaan, is hij naar de deur toegelopen. Hij zag dat de bewoner al op zijn rug op de grond lag. De bewoner was al redelijk buiten bewustzijn. Hij heeft zijn ogen en mond afgeplakt. [medeverdachte] hield de man vast. Hij heeft de man aan de voorzijde geboeid met de tie-wrap. De worsteling bestond uit het vasthouden van de man. Hij kwam luttele seconden na [medeverdachte] binnen. Toen hij de mond afplakte was de man rustig. Hij is vervolgens naar boven gegaan en [medeverdachte] bleef bij de man achter. Hij heeft eerst de kluis gevonden en is toen vervolgens de sleutels gaan zoeken. De kluis was in de slaapkamer. 6

Ze hadden tape, tie-wraps, een doosje, een tas meegenomen, en andere kleding voor de weg terug, om niet snel herkend te worden De handschoenen waren nodig om vingerafdrukken te voorkomen.7

Verdachte [medeverdachte] heeft tegenover de politie onder meer het volgende verklaard:

Hij is samen met [verdachte] ( [verdachte] , de medeverdachte, rechtbank) naar Apeldoorn gekomen.8

Hij is meegegaan als ondersteuning. Hij heeft aangebeld. Hij had een doosje bij zich. Hij heeft de doos van [verdachte] gekregen. Hij stond met het doosje aan de deur, zodat er dan open gedaan zou worden. Want als [verdachte] er zou staan, dan zou er waarschijnlijk niet worden open gedaan omdat [verdachte] nog geld tegoed had van de bewoner. [verdachte] had tie-wraps en tape bij zich. De handschoenen heeft hij tijdens het lopen naar de deur aangedaan. Ze zijn met z’n tweeën naar binnen geschoten en vielen gelijk op de grond. Hij is op de man gevallen. [verdachte] deed de tie-wrap om toen de man op de grond lag.9

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit de verklaringen van verdachte blijkt dat hij samen met medeverdachte [medeverdachte] de overval heeft gepland en daarbij een afspraak heeft gemaakt over de verdeling van de buit. Verdachte heeft de overval ook samen met medeverdachte [medeverdachte] uitgevoerd.

Op basis van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat beide verdachten een substantieel aandeel in de woningoverval hebben gehad en dat daarbij sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte. De rechtbank merkt bij de bewezenverklaring daarom verdachte en medeverdachte [medeverdachte] als medepleger aan. Dit heeft tot gevolg dat ook de handelingen die volgens verdachte door medeverdachte [medeverdachte] zouden zijn verricht aan verdachte kunnen worden toegerekend.

Verder stelt de rechtbank aan de hand van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen vast dat de volgende geweldshandelingen zijn toegepast: het met kracht openduwen van de deur, het binnendringen van de woning, het met die [slachtoffer] in een worsteling geraken, het tapen van de mond van die [slachtoffer] en het vastmaken van de handen/polsen van die [slachtoffer] .

Tevens stelt de rechtbank vast dat [slachtoffer] bij de keel is vastgepakt of vastgegrepen. De verklaring van aangever [slachtoffer] hierover wordt in voldoende mate ondersteund door de beschrijving van het letsel in de letselrapportage.

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onderdeel “het meerdere malen met kracht in/tegen het gezicht althans op/tegen het hoofd stompen” niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat de rechtbank verdachte van dit onderdeel zal vrijspreken.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 31 augustus 2017 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een (grote) hoeveelheid geld (uit een kluis in de woning, gelegen aan de [adres 2] te Apeldoorn), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

immers heeft/hebben of is/zijn verdachte en/of zijn mededader -met (veel) kracht de voordeur (verder) open geduwd/gedrukt (nadat die [slachtoffer] de voordeur had opengemaakt en zich aldus vlak achter/bij die voordeur in de hal/gang bevond) en/of -voornoemde woning binnengedrongen en/of -die [slachtoffer] met kracht bij de keel vastgepakt of vastgegrepen (gehouden) en/of

-die [slachtoffer] geduwd en/of aan die [slachtoffer] getrokken en/of met die [slachtoffer] in een

worsteling geraakt en/of

-die [slachtoffer] meerdere malen (met kracht) in/op/tegen het gezicht althans op/tegen

het hoofd gestompt/geslagen en/of

-de mond van die [slachtoffer] dichtgetaped(met ducttape) en/of de handen/polsen van die [slachtoffer] geboeid/bij/aan elkaar vastgemaakt met tiewraps en/of

-in de woning gezocht naar de kluis en/of kluissleutel (terwijl die [slachtoffer]

getaped en geboeid achterbleef in de hal/gang van die woning),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

poging tot diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is een rapport opgemaakt door de GZ-psycholoog drs. M.L. de Groot, gedateerd op 23 oktober 2017.

Uit de beschouwingen van deze deskundige komt naar voren dat verdachte als volledig toerekeningsvatbaar is te beschouwen.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte feit - medeplegen van poging tot diefstal met geweld - zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

Bij het bepalen van haar eis heeft de officier onder meer laten wegen de impact die deze overval op het slachtoffer heeft gehad en nog steeds heeft, alsmede de grote onveiligheidsgevoelens die de overval in de nabije omgeving heeft opgeroepen. Als strafverzwarende omstandigheid heeft de officier in haar eis meegenomen dat het slachtoffer - een man op leeftijd - bewust is geselecteerd met het oog op veel geld, de misleidende wijze waarop de daders zich de toegang tot de woning hebben verschaft, het knevelen en tapen van het slachtoffer, waarbij het slachtoffer bewusteloos is geraakt. Voorts heeft de officier rekening gehouden met de richtlijn van het OM inzake woningovervallen en de daarin gehanteerde uitgangspunten voor strafverzwarende omstandigheden als medeplegen en vastbinden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat volgens de oriëntatiepunten van het LOVS voor een voltooide woningoverval met licht geweld als oriëntatiepunt een gevangenisstraf van 36 maanden geldt. In casu gaat het om een poging. In het voordeel van verdachte moet in ogenschouw worden genomen zijn proceshouding, de schuldbewuste houding en oprechte spijtbetuiging, het blanco strafblad en de persoonlijke omstandigheden zoals omschreven in het rapport van de reclassering. De raadsman heeft zich geconformeerd aan het door de officier gevorderde voorwaardelijk strafdeel en de daarbij te stellen voorwaarden, waartoe verdachte zich ook bereid heeft verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd op 6 november 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd op 12 december 2017;

- een rapport psychologisch onderzoek van drs. M.L. de Groot, GZ-psycholoog, gedateerd op 23 oktober 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte zich samen met zijn medeverdachte heeft schuldig gemaakt aan een poging tot een overval op een alleenwonende op leeftijd zijnde man in zijn eigen woning. Verdachte heeft het initiatief genomen tot het plegen van deze overval en heeft bij de voorbereiding en uitvoering van de overval een sturende rol vervuld. Verdachte heeft deze overval heel bewust gepland en het slachtoffer ook bewust geselecteerd, omdat hij op de hoogte was van zijn woonsituatie en in de veronderstelling was dat er veel geld in de woning aanwezig zou zijn. Nu het slachtoffer verdachte via het scherm van de intercom zou herkennen als hij voor de voordeur zou staan, heeft verdachte de medeverdachte laten aanbellen en heeft de medeverdachte doen voorkomen alsof hij een pakketje kwam brengen, zodat het slachtoffer de deur open zou doen. Verdachte en zijn medeverdachte hebben het slachtoffer bij de voordeur van het pand overrompeld, waarna van het slachtoffer de polsen zijn vastgebonden met tie-wraps en de mond is dichtgetaped. Het slachtoffer is op een gegeven moment buiten bewustzijn geraakt. Uit de bevindingen van de verbalisanten over de staat waarin het slachtoffer ter plekke is aangetroffen, waaronder ook dat zijn onderbroek nat was, blijkt wel dat deze doodsangsten heeft uitgestaan. De impact van deze gebeurtenis is voor het slachtoffer onuitwisbaar, zoals ook blijkt uit zijn slachtofferverklaring, en het psychisch leed is groot.

Dit soort gewelddadige overvallen, op de eigen woning waar men zich geborgen en veilig moet voelen, hebben ook een grote impact op de directe woonomgeving. Bij burgers in het algemeen wekken dit soort delicten angstgevoelens en gevoelens van grote onveiligheid op.

Op dit soort feiten kan enkel worden gereageerd met het opleggen van een langdurige vrijheidsstraf.

Volgens de oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken is het uitgangspunt dat voor een overval op een woning, waarbij licht geweld wordt toegepast, drie jaar gevangenisstraf wordt opgelegd. Nu het een poging betreft, is het uitgangspunt een gevangenisstraf van twee jaar.

De rechtbank ziet aanleiding om daarvan in het onderhavige geval ten voordele van verdachte af te wijken en een deel van de op te leggen vrijheidsstraf van na te melden duur in voorwaardelijke vorm op te leggen. De rechtbank houdt daarbij rekening met de proceshouding van verdachte, zijn blanco strafblad en zijn persoonlijke omstandigheden zoals omschreven in het door de reclassering uitgebrachte rapport.

Door de reclassering is geadviseerd in het geval van een veroordeling een deels voorwaardelijke straf aan verdachte op te leggen, met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een ambulante behandeling, een contactverbod, een locatieverbod (met elektronisch toezicht (EC)),

meewerken aan schuldhulpverlening en meewerken aan zinvolle dagbesteding.

Uit het rapport van de reclassering blijkt dat de kans op recidive als gemiddeld wordt ingeschat, mits verdachte de behandeling en de begeleiding volgt zoals in het door de reclassering opgestelde plan van aanpak heeft verwoord. In het advies heeft met name gewogen de zorgen die er bestaan over de beweegredenen die verdachte had om een woningoverval te plegen. De reclassering acht het van belang dat verdachte in een forensisch kader wordt betrokken, waarin gewerkt wordt aan zijn beïnvloedbaarheid, zijn zelfbeeld en het delict scenario. Verdachte is gemotiveerd om mee te werken aan hulpverlening in een verplicht kader.

De rechtbank zal verdachte dan ook een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

Alles afwegende zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf opleggen van 24 maanden, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

7a. De beoordeling van de beslag

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd wordt verklaard.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard afstand te doen van deze voorwerpen.

Beoordeling door de rechtbank

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

7b. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.642,62 aan materiële schade en een bedrag aan immateriële schade van € 2.000,00, in totaal een bedrag van € 4.642,62, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevraagde immateriële schadevergoeding alleszins gerechtvaardigd en voor toewijzing vatbaar is. Zij heeft daarbij gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd, de ernst van het letsel, de ziekenhuis opname en de daarop volgende poliklinische behandeling, de ondervonden angst, alsmede de psychische gevolgen die dit voor het slachtoffer heeft teweeggebracht. Wat de materiële schade betreft heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat alle posten kunnen worden toegewezen.

De officier heeft tevens om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens verdachte aangevoerd dat de vordering voor wat betreft de opgevoerde schade als zodanig niet wordt betwist en dat verdachte bereid is om die schade te vergoeden. Door de raadsman is nog wel aangevoerd dat de benadeelde voor een deel van de opgevoerde materiële schade niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard bij gebrek aan een rechtstreeks verband, dan wel de vordering enigszins zou moeten worden gematigd, daarbij verwijzen naar een uitspraak van deze rechtbank van 7 november 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:5971.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Aan materiële schade zal de rechtbank een bedrag toewijzen van € 28,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De gestelde overige materiële schade (in verband met een groot gevoel van onveiligheid aangebracht extra slot op deur (dievenketting), alarmsysteem en (aangepaste) camerabewaking) zal de rechtbank evenwel niet toewijzen, omdat deze posten (hoewel de rechtbank de achterliggende redenen voor het opvoeren van deze posten goed begrijpt) in een te ver verwijderd verband staan tot het hier bewezen verklaarde.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van immateriële schade, gelet op de aard en ernst van het feit en de impact die dit op het slachtoffer heeft gehad, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank begroot deze immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van € 2.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag van volledige betaling..

In totaal zal dan ook een bedrag aan schadevergoeding worden toegewezen van € 2.028,00. Benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering worden verklaard. Voor zover de benadeelde partij meent dat de schade een grotere omvang heeft, rest de mogelijkheid van een civiele procedure.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedrag ten behoeve van genoemd slachtoffer.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn medeverdachte is of wordt voldaan.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 33, 33a, 36f, 45, 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

 een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

Meldplicht

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich binnen vijf dagen na zijn detentieperiode, tussen 09:00 uur en 11:00 uur zal melden bij Reclassering Nederland, locatie Utrecht, Vivaldiplantsoen (088-8041101) en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

Behandelverplichting – ambulante behandeling

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich zal laten behandelen bij de forensische polikliniek De Waag te Utrecht of soortgelijke ambulante zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

Contactverbod

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met
[slachtoffer] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

Locatieverbod (met EC)

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden op het adres aan de [adres 2] te Apeldoorn binnen straal van 5000 meter met uitzondering van de autosnelweg A1 voor zover deze binnen voormeld gebied valt, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zich onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van deze bijzondere voorwaarde. De aansluiting van het elektronische controlemiddel kan plaatsvinden in de penitentiaire inrichting waar verdachte verblijft op de datum waarop verdachte uit detentie zal komen;

Andere voorwaarde het gedrag betreffende

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde meewerkt aan het aflossen van zijn schulden én het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte zal de reclassering inzicht geven in zijn financiën en schulden;

Andere voorwaarde het gedrag betreffende

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is om mee te werken aan een zinvolle dagbesteding, zulks ter beoordeling van de reclassering en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

 geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder de nummers 1 t/m 17 genoemde voorwerpen (tas, handschoenen, tiewraps en duct tape);

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[slachtoffer] van een bedrag van € 2.028,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2017 tot aan de dag der algemene voldoening, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

verklaart de vordering tot schadevergoeding voor het overige niet-ontvankelijk;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het

slachtoffer [slachtoffer] voornoemd, een bedrag te betalen van € 2.028,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 38 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is

betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.S.M. Bak, voorzitter, mr. A. Tegelaar en mr. Y. Cenik, rechters, in tegenwoordigheid van L.E.M. van Bun, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 december 2017.

Mr. Tegelaar en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant hoofdagent [verbalisant] van de Politie Eenheid Oost Nederland, District recherche Noord- en Oost Gelderland, opgemaakte (stam)proces-verbaal nummer 201709260746.RLS, gesloten op 12 oktober 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Daarnaast is er nog een afzonderlijk proces-verbaal Forensisch onderzoek woning/bedrijf van de politie Eenheid Oost-Nederland, nummer PL0600-2017407026-32, gedateerd 3 december 2017.

2 Stamproces-verbaal doorgenummerde dossierpag. 7, en de processen-verbaal van aanhouding, pp. 33/34 en 121.

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , pp. 189/190.

4 Letselrapportage d.d. 12 oktober 2017 van de forensisch arts KNMG E. Wannee, pp. 411-413.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , pp. 78 en 85.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , pp. 63-66.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , pp. 54-59.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , pp. 144-145.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 155-160.