Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6611

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-08-2017
Datum publicatie
20-12-2017
Zaaknummer
C/05/303753 / HA ZA 16-295
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wanprestatie. Koopovereenkomst bemester. Geen deugdelijke ingebrekestelling, geen verzuim, geen ontbinding. Vordering terugbetaling koopsom en schadevergoeding afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6675
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/303753 / HA ZA 16-295

Vonnis van 9 augustus 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VDG EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd te Voorthuizen,

eiseres,

advocaat mr. N.J. Damstra te Zwolle,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] ,

gevestigd te Nijkerkerveen, gemeente Nijkerk,

gedaagde,

advocaat mr. H.C.W. Geffroy te Ede.

Partijen zullen hierna VDG en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 21 september 2016

  • -

    het verkort proces-verbaal van comparitie van 7 februari 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

VDG is sinds 1 januari 2015 de rechtsopvolgster van [naam bedrijf] (hierna ook: VDG). VDG stelt landbouwmachines ter beschikking aan [naam bedrijf] Deze machines worden uitsluitend ten behoeve van [naam bedrijf] ingezet. [naam bedrijf] exploiteert onder meer een loonwerkersbedrijf dat agrarische werkzaamheden uitvoert in opdracht van en op de percelen van verschillende agrarische bedrijven.

2.2.

[gedaagde] is een landmechanisatiebedrijf.

2.3.

Vanaf het najaar van 2013 heeft VDG gesprekken met [gedaagde] gevoerd over de aanschaf van een bemester.

2.4.

Op 13 februari 2014 heeft [gedaagde] een offerte uitgebracht aan [naam bedrijf] met betrekking tot de levering van een Jako bemestertank met bemester en agrometer (hierna: de bemester) tegen een prijs van € 164.000,00 exclusief btw.

2.5.

Op 30 april 2014 hebben partijen een mondelinge koopovereenkomst ter zake van de bemester gesloten.

2.6.

Bij factuur van 31 mei 2014 heeft [gedaagde] € 164.000,00 exclusief btw

(€ 198.440,00 inclusief btw) bij VDG in rekening gebracht voor de bemester. Deze factuur is voldaan.

2.7.

De bemester is op 23 juni 2014 aan VDG geleverd.

2.8.

VDG heeft ten behoeve van de bemester zelf een GPS-systeem van het merk Trimble aangeschaft bij [naam 1] Mechanisatiebedrijf B.V. tegen een koopprijs van € 30.727,95 inclusief btw.

2.9.

Bij brief van 4 mei 2015 heeft VDG het volgende aan [gedaagde] meegedeeld:

Op 30-04-2014 hebben wij een Jako tank met een Tjalma bemester van u gekocht. U heeft deze machine op

23-06-2014 geleverd. We zijn nu een jaar verder en de machine functioneert nog steeds niet voor de volledige 100%.

Wij zijn dus ook genoodzaakt u via deze weg te sommeren de bovenstaande gekochte machine voor de volgende bemestingsgang te verwachten over 1 week voor de volledige 100% naar wens van ons te laten werken. Ook zorgt u voor een goed functioneerde reserve machine, wanneer blijkt dat de machine nog steeds niet naar wens functioneert. Alle daaruit voortvloeiende kosten zijn voor u rekening.

Wij hebben overwogen om een juridische procedure tegen u te beginnen, maar zouden liever zien dat we tot een akkoord kunnen komen waarbij het uitgangspunt moet zijn dat u de machine “nadat blijkt dat deze na de volgende bemestingsgang nog steeds niet functioneert” terugneemt en het aanschafbedrag aan ons terugbetaald.

2.10.

In opdracht van VDG heeft de heer [naam 2] de werking van de bemester, voorzien van het GPS besturingssysteem, beoordeeld. In zijn rapport van

1 september 2015 is, voor zover van belang, het volgende vermeld:

Voorop gesteld wordt dat deze rapportage niet is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. De beoordeling zoals u die van ons vraagt komt in de praktijk zo weinig voor, dat hiervoor geen standaard onderzoeksmethode gehanteerd wordt.

Deze rapportage moet worden gezien als een vastlegging van waarnemingen met betrekking tot het voldoen aan in de branche geldende criteria.

De proeve is uitgevoerd op een perceel grasland van ca. 2 ha (…). Chauffeur van de combinatie was de heer Elias Verhoek, medewerker van Van Donkersgoed BV.

Verder waren aanwezig:

de heer [naam 3] namens [gedaagde] (…), leverancier van de complete combinatie

de heer [naam 4] namens [naam 1] (…), leverancier GPS systeem

de heer [naam 6] , voormalig medewerker Jako (…) leverancier tank

de heer [naam 7] (…) mede eigenaar loonbedrijf van Donkersgoed.

(…)

3. Bevindingen

a. Snelheid en veiligheid van tankvulling

De bediening van de zuigarm gaat vlot en gecontroleerd. De tank is vlot vol. Er is geen reden om extra tijdmetingen uit te voeren.

b. Correcte start bemesting (meteen op diepte en direct juiste hoeveelheid mest)

Bij aanvang wilde de bemester niet dalen en starten met bemesten. Na telefonische informatie van fabrikant Tjalma, bleek dat de startsnelheid 2,5 km/uur moet zijn om de machine te laten dalen. In de praktijk zal dit vaak geen probleem zijn, maar er zijn situaties waar een lagere snelheid echt nodig is. Bijvoorbeeld bij obstakels (hoogspanningsmasten, afrastering etc.), kleine hoekige percelen en bij percelen / gewassen waarbij vanaf de slootrand gestart moet worden. Indien niet meteen bij de start de volledige dosering gegeven wordt, zal dit te zien zijn in de groei van de gewassen. Zeker bij akkerbouwgewassen, zoals granen zal de klant daarop letten.

Bij de gekozen snelheid van 3 km / uur verliep de start naar behoren. Een goede daalsnelheid van de bemester en directe start van de mestgift.

c. Correcte toediening mestgift en egaal beeld over de volledige werkbreedte

Aanvankelijk was een wisselvallig beeld te zien, waarbij een aantal elementen duidelijk minder mest toediende. Na telefonische informatie van de fabrikant Tjalma, bleek dat het GPS systeem voor de bemester niet ingeschakeld was. In plaats van de groene knop, had de gele knop bediend moeten worden. Na deze aanpassing functioneerde de bemester naar behoren. Over de volle breedte werd in elke sleuf, op het oog, een zelfde hoeveelheid mest toegediend. Exacte meting is hierbij niet uitgevoerd. Aanpassing op ons verzoek van de mestgift van 37 m3 / ha naar 15 m3 / ha was in het veld goed en meteen zichtbaar. Onduidelijk is wel of de machine op handbediening wel een goede verdeling over de volle werkbreedte geeft. Dit is later niet meer uitgeprobeerd.

d. Bemesten in een rechte lijn met behulp van automatische besturing

Na het ingeven van de juiste instellingen werkte dit naar behoren. Wel was sprake van iets te veel overlap van twee uitgangen. Volgens de heer [naam 4] vraagt dit een kleine aanpassing van de instelling van de werkbreedte in het GPS systeem. Dit lijkt aannemelijk, aangezien dit systeem met bemesters van verschillende werkbreedtes moet kunnen worden gebruikt.

e. Werking sectie afsluiting bij (schuine) perceelgrenzen

Bij diagonale benadering van een bemeste baan werden 1 voor 1 de elementen afgesloten en geheven, zoals het hoort. Zodra een niet bemest gedeelte benaderd werd, daalden de betreffende elementen weer en werd de bemesting hervat. Deze toepassing van de machine functioneerde dus naar behoren. In deze situatie stond de GPS toepassing ingeschakeld.

Een opmerking moet worden gemaakt over de werking wanneer de machine op handbediend staat (de groene knop). In die situatie is er geen terugkoppeling vanuit de bemester en wordt in het scherm niet ingekleurd welk deel bemest is. Dit betekent dat bij een volgende werkgang, de vorige werkgang niet herkend wordt en dus de aansluiting niet zal kloppen. Indien het werk voortgezet wordt op handbediening, moet de chauffeur aan de inkleuring kunnen zien waar de laatst bemeste strook ligt. Indien het werk voortgezet wordt met GPS toepassing, moet het systeem herkennen waar het laatst mest is toegediend, inclusief het deel dat op handbediening is uitgevoerd.

Zodra de tank leeg is, wordt de bemester automatisch geheven.

f. Voldoende inwerken mest

Bij een toediening van 37 m3 / ha lag de mest iets buiten de sleufjes. Dat is niet helemaal de gewenste situatie, maar met meer druk op de schijven zouden de sleufjes dieper gemaakt kunnen worden. Verder moet opgemerkt worden dat in de praktijk vaak minder dan 37 m3 / ha wordt toegediend.

4 Conclusie

Ten opzichte van de situatie vóór modificatie zijn er verbeteringen in het functioneren van de combinatie. Met toepassing van het GPS systeem is er een egaal beeld en de sectie afsluiting werkt naar behoren.

Aanpassing is nog nodig van de startsnelheid, de werkbreedte en de registratie bij het werken op handbediening. Verder is onvoldoende duidelijk hoe egaal de mesttoediening is bij het werken op handbediening.

Om als professioneel loonbedrijf kwaliteit te kunnen leveren in een markt waar precisie toepassing steeds belangrijker wordt, zijn deze aanpassingen essentieel.

De werkbreedte instelling moet worden gezien als een kleine handeling.

De andere twee genoemde acties vragen vermoedelijk aanpassing van de software, wat minder eenvoudig zal zijn.

Indien wordt gevraagd of deze combinatie gereed is om een druk seizoen van bemesten te starten, dan moet dat ontkennend worden beantwoord. Voornoemde aanpassingen moeten nog worden uitgevoerd en gelet op de vele aanpassingen die zijn uitgevoerd, verdient het aanbeveling om vooraf in zoveel mogelijk verschillende omstandigheden te testen.

2.11.

Bij brief van 24 september 2015 aan [gedaagde] heeft mr. Damstra namens VDG de koopovereenkomst met betrekking tot de bemester ontbonden en haar gesommeerd € 258.037,49 te voldoen, bestaande uit terugbetaling van de koopsom van € 198.440,00 en een schadevergoeding van € 60.477,49 wegens het inhuren van derden om de bemesting uit te voeren. Daarbij is meegedeeld dat indien het door VDG aangeschafte GPS-systeem niet kan worden overgezet naar een nieuwe combinatie zij tevens aanspraak maakt op de aanschafprijs daarvan van € 30.727,95. Voorts is meegedeeld dat de bemester kan worden opgehaald door [gedaagde] zodra aan de sommatie tot betaling is voldaan.

3 De vordering

3.1.

VDG vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. primair voor recht zal verklaren dat de koopovereenkomst op 24 september 2015 buitengerechtelijk is ontbonden, althans subsidiair de koopovereenkomst alsnog geheel dan wel gedeeltelijk zal ontbinden,

II. [gedaagde] zal veroordelen aan VDG te betalen € 198.440,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 8 oktober 2015, althans vanaf de betekening van het te wijzen vonnis tot aan de datum van algehele voldoening,

III. [gedaagde] zal veroordelen aan VDG te betalen € 109.234,16 + pm ten titel van schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de datum van algehele voldoening,

IV. [gedaagde] zal veroordelen aan VDG te betalen € 2.759,40, althans een door de rechtbank in goede justitie toe te wijzen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten,

V. [gedaagde] zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met de bepaling dat indien die kosten en nakosten niet binnen veertien dagen na het te wijzen zijn voldaan daarover wettelijke rente is verschuldigd.

3.2.

VDG legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag.

Partijen hebben op 30 april 2014 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een Jako tank met een Tjalma bemester. Aan het sluiten van de koopovereenkomst zijn uitgebreide gesprekken met Van de Heuvel voorafgegaan. Al in het voortraject ontstonden haperingen. In plaats van de aanvankelijke toezegging van [gedaagde] dat VDG bij aanvang van het bemestingsseizoen in februari 2014 over de nieuwe bemester kon beschikken, kon de koopovereenkomst pas in april 2014 worden gesloten en is de bemester pas op 23 juni 2014 geleverd. Bij eerste ingebruikname, nog zonder GPS-systeem, bleek dat de bemester niet goed functioneerde. De mest werd niet goed door de machine geleid en vervolgens niet in maar op de grond gespoten. Uiteindelijk is de bemester op 15 september 2014 ter reparatie naar [gedaagde] teruggebracht. Na aandringen van VDG heeft zij de bemester in januari 2015 retour gekregen. Toen bleek dat de bemester nog steeds niet naar behoren functioneerde. Vervolgens is de bemester in februari 2015 voor het eerst op bouwland in plaats van grasland getest. Toen was er opnieuw sprake van opspuiten in plaats van inspuiten van de mest. Voorts klopte de druk van de secties niet en liep de bemester vol door opstoppingen. Daarna is de tank opnieuw opgehaald ter reparatie en zat VDG in de maanden maart tot en met juli 2015 wederom zonder bemester. In die periode heeft VDG derden moeten inschakelen om de bemestingsopdrachten bij klanten te kunnen uitvoeren. Bij brief van 4 mei 2015 heeft VDG aan [gedaagde] willen duidelijk maken dat haar geduld op was. In reactie daarop heeft [gedaagde] een reserve machine ter beschikking gesteld, maar ook deze functioneerde niet. In juli 2015 ontdekte VDG dat de bemester niet bij [gedaagde] , Jako of Tjalma ter reparatie stond maar bij een derde. Zij heeft daarop de bemester teruggehaald. Vervolgens is een opdracht aan de heer [naam 2] verstrekt om het functioneren van de bemester te beoordelen. Uit dat rapport volgt dat er diverse aanpassingen van de bemester nodig zijn en dat deze niet gereed is om een druk seizoen van bemesten te starten. Op grond van voormelde feiten en omstandigheden stelt VDG dat de bemester niet over de eigenschappen beschikt die zij op grond van de koopovereenkomst daarvan mocht verwachten. VDG heeft duidelijk aan [gedaagde] kenbaar gemaakt dat zij een precisie bemester wilde hebben die geschikt was voor directe inzet in een druk bezet bemestingsseizoen bij diverse klanten en op diverse ondergronden van verschillend formaat. De bemester voldoet daaraan niet en VDG heeft daarover herhaaldelijk geklaagd bij [gedaagde] . De opdrachtgevers van VDG dulden de bemester ook niet langer op hun land, zodat de inzet van de bemester, zelfs als dat op enig moment technisch gezien mogelijk zou zijn, geen optie meer is. Gelet op de tekortkoming van [gedaagde] en de brief van

4 mei 2015 aan [gedaagde] , was VDG bevoegd de koopovereenkomst te ontbinden. In het kader van de ongedaanmakingsverplichting dient [gedaagde] de koopsom aan haar terug te betalen. Voorts heeft VDG schade geleden als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] en daarom vordert zij schadevergoeding, bestaande uit onder meer de kosten van het laten uitvoeren van het werk door derden, berekend over de bemestingsseizoenen in 2014, 2015 en 2016 ad € 78.506,21, en de kosten van de aanschaf van het GPS-systeem van

€ 30.727,95, omdat zij niets meer aan dat systeem heeft.

3.3.

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer. Zij voert aan dat VDG in 2013 contact met haar heeft gezocht voor de levering van een bemester, die verschillende mogelijkheden biedt, waaronder precisie bemesting. Toen bleek dat een dergelijke machine niet bestond heeft VDG haar verzocht na te gaan of een dergelijke machine kon worden gebouwd. [gedaagde] heeft contact gelegd met Jako Landbouwmachines en S. Tjalma B.V. In gesprekken met VDG is duidelijk gemaakt dat het mogelijk was de beoogde bemester te bouwen, maar dat het een gezamenlijk project zou worden met onzekerheden en kinderziektes. De aanschaf van het GPS-systeem voor de bemester werd door VDG zelf gedaan. [gedaagde] betoogt dat geen exacte werking van de bemester is overeengekomen, aangezien er sprake was van een uniek en gezamenlijk project en de gebouwde bemester eerst uitvoerig zou moeten worden getest. Voorts betwist [gedaagde] dat partijen een oplevertermijn zijn overeengekomen. Na de eerste testfase en ingebruikname door VDG moesten er enkele onderdelen van de bemester worden afgesteld. In verband met het einde van het seizoen hebben partijen afgesproken dat de bemester in de het najaar van 2014 en de wintermaanden verder zou worden afgesteld, zodat deze afstellingen in het nieuwe seizoen (maart 2015) konden worden getest. Nadat VDG op een onjuiste manier en zonder voorbewerking tot bemesting van een aardappelloofveld was overgegaan, stelde zij zich op het standpunt dat de bemester niet aan haar verwachtingen voldeed. [gedaagde] heeft daarna de bemester zelf getest bij een loonbedrijf en constateerde dat deze bij juist gebruik deugdelijk functioneerde. VDG heeft de bemester in juli 2015 bij dat loonbedrijf opgehaald en daarna heeft zij [gedaagde] geen mogelijkheid meer gegeven om de juiste werking van de bemester uit te leggen en nog enkele instellingen uit te voeren.

[gedaagde] betwist dat de bemester bij juist gebruik ondeugdelijk functioneert. Zij voert aan dat uit het rapport van [naam 2] niet volgt dat de bemester ondeugdelijk functioneert. Voor zover [naam 2] stelt dat er aanpassingen moeten worden gedaan aan de bemester, zijn deze volgens [gedaagde] eenvoudig uit te voeren. [gedaagde] heeft zich daartoe ook bereid verklaard. Overigens heeft [gedaagde] het rapport van [naam 2] pas ontvangen nadat VDG de overeenkomst buitengerechtelijk had ontbonden. [gedaagde] betwist dat zij jegens VDG is tekortgeschoten en stelt dat voor zover er sprake zou zijn van enige tekortkoming, deze te gering is om de ontbinding van de overeenkomst te rechtvaardigen. [gedaagde] voert voorts aan dat zij niet in verzuim is geraakt omdat de brief van VDG van 4 mei 2017 niet als deugdelijke ingebrekestelling kan worden aangemerkt. Uit die brief blijkt immers niet ten aanzien van welke onderdelen de bemester volgens VDG gebrekkig was en bovendien is de door VDG gegeven termijn van eén week niet redelijk, aldus [gedaagde] . Voor zover uit het rapport van [naam 2] blijkt dat er sprake is van tekortkomingen of gebreken, had VDG [gedaagde] daarna in de gelegenheid moeten stellen alsnog deugdelijk na te komen. Voorts betwist [gedaagde] de door VDG gestelde schade.

4 De beoordeling

4.1.

Uit hetgeen in de stukken en tijdens de comparitie van partijen is aangevoerd volgt dat VDG met [gedaagde] , Jako en Tjalma voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst heeft doorgesproken over welke eigenschappen de bemester zou moeten beschikken. Het nieuwe aan de bemester was dat er sprake zou zijn van automatische communicatie tussen de tank en de bemester en dat de bemester zou werken met een GPS-systeem. VDG wilde niet met drie partijen in zee gaan en daarom is afgesproken dat [gedaagde] de bemester zou leveren. VDG heeft zelf het GPS-systeem aangeschaft omdat zij ervaring had met het merk Trimble.

Voor partijen was het duidelijk dat de bemester na levering nog in de praktijk moest worden getest. Partijen hebben hun afspraken niet schriftelijk vastgelegd. VDG stelt dat zij een precisie bemester wilde kopen, maar zij heeft niet concreet gesteld aan welke specificaties de bemester volgens de overeenkomst diende te voldoen. Evenmin is gebleken dat partijen een bepaalde levertermijn zijn overeengekomen, althans een uiterste termijn waarop de bemester deugdelijk moest functioneren. VDG heeft daartoe, gelet op het gemotiveerde verweer van [gedaagde] , onvoldoende gesteld. Dat betekent dat VDG toen zij niet tevreden was over het functioneren van de bemester en het tijdsverloop van het testen, duidelijk aan [gedaagde] kenbaar had moeten maken wat zij van [gedaagde] verwachtte en binnen welke termijn. De brief van 4 mei 2015 van VDG is naar het oordeel van de rechtbank in dat licht bezien niet als een deugdelijke ingebrekestelling aan te merken. De bewoordingen “voor de volledige 100% naar wens van ons te laten werken” zijn onvoldoende concreet. Uit de brief van 4 mei 2015 kan immers niet worden opgemaakt welke concrete gebreken de bemester volgens VDG vertoonde. Volgens de eigen stellingen van VDG heeft zij na die brief [naam 2] ingeschakeld om een objectief oordeel over het functioneren van de bemester te verkrijgen. Het had dan ook op haar weg gelegen na het rapport van [naam 2] [gedaagde] nog eenmaal in de gelegenheid te stellen de daarin gestelde instellingen en aanpassingen uit te voeren. VDG heeft dat echter nagelaten en de overeenkomst ontbonden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [gedaagde] ten tijde van de buitengerechtelijke ontbinding nog niet in verzuim was en dat VDG derhalve niet bevoegd was de koopovereenkomst te ontbinden. [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat zij ook na de brief van 24 september 2015 bereid was en nog steeds is de instellingen en aanpassingen uit te voeren, zodat er ook nu van verzuim nog geen sprake is. De vorderingen van VDG zullen daarom worden afgewezen.

4.2.

VDG zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht 3.903,00

- salaris advocaat 4.000,00 (2 punten × tarief € 2.000,00)

Totaal € 7.903,00.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt VDG in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 7.903,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de achtste dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2017.