Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6600

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
20-12-2017
Zaaknummer
05/880486-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling mensenhandel ten aanzien van een minderjarige en onttrekking aan het gezag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/880486-16

Datum uitspraak : 7 december 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag 1] 1994 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] .

raadsman: mr. J.H.L.C.M. Kuijpers, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van [geboortedag 2] 2016,

3 oktober 2016, 27 februari 2017, 23 november 2017 en 5 december 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 december 2014 t/m 15 december 2014 te Arnhem en/of te Zwolle en/of te Duiven, dan wel elders in Nederland,

(lid 3 sub 1) tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

A.

een ander , te weten [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) (geboren op [geboortedag 2] 1997),

(sub 2) heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of

opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

(sub 5) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist en/of moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

B.

(sub 8) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van [slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer] ) met of voor een derde tegen betaling terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt

immers heeft/hebben verdachte of (één van) de medeverdachte(n)

- [slachtoffer] opgedragen, althans gevraagd, om seks te hebben met anderen voor geld en/of

- seksueel/erotisch getinte foto's van die [slachtoffer] gemaakt en/of

- een of meerdere werknamen voor [slachtoffer] aangemaakt waarmee zij als prostituee adverteerde en/of

- een of meerdere seksadvertenties gemaakt van die [slachtoffer] en die seksadvertenties op een of meerdere sekssites geplaatst en/of

- de klantentelefoon van die [slachtoffer] beheerd en/of

- [slachtoffer] naar klanten gebracht en/of

- [slachtoffer] laten verblijven in zijn, verdachtes woning

- het door [slachtoffer] verdiende geld ingenomen en/of door [slachtoffer] laten afdragen

- een of meermalen hotelkamers geboekt waar [slachtoffer] klanten kon ontvangen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 9 t/m 14 december 2014 te Arnhem, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer] ( [slachtoffer] ), geboren op [geboortedag 2] 1997, heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers heeft verdachte daar toen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk die [slachtoffer] verborgen, althans onderdak verleend in een woning gelegen aan de [adres 2] te Arnhem.

2A. Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer]

Door de verdediging is aangevoerd dat de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] onvoldoende betrouwbaar zijn nu haar verklaringen niet consistent zijn.

De rechtbank constateert dat aangeefster tijdens haar verhoren wisselend heeft verklaard over een aantal onderwerpen. De rechtbank zal dan ook die delen van haar verklaring waarin zij beduidend wisselend heeft verklaard, niet voor het bewijs gebruiken.

De rechtbank constateert tevens dat aangeefster wel consistent heeft verklaard over voor het bewijs van belang zijnde punten waar het onder meer betreft de rol van de verdachten [verdachte] en [medeverdachte] . Haar verklaring vindt ook op essentiële punten steun in andere verklaringen in het dossier, zoals de getuigenverklaring van [getuige 1] , [getuige 2] , waarnemingen van verbalisanten naar aanleiding van de afspraak bij het [naam 1] hotel, alsook telefoongegevens en WhatsApp-gesprekken. Daar waar haar verklaring consistent is, voldoende kan worden getoetst en voldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid daarvan. De rechtbank is van oordeel dat die delen van haar verklaring voor het bewijs kunnen worden gebezigd. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. Het enkele feit dat aangeefster onder invloed van drugs was in de ten laste gelegde periode, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat haar verklaring per definitie onbetrouwbaar is.

De rechtbank merkt tot slot op dat aangeefster op meerdere momenten een verklaring heeft afgelegd. Aangeefster heeft bij de politie in januari en februari 2015, en derhalve kore na de tenlastegelegde periode, een aantal verklaringen afgelegd. Daarnaast heeft aangeefster twee jaar later (november 2016) bij de rechter-commissaris verklaringen afgelegd. Gelet op het tijdsverloop, zal de rechtbank bij haar beoordeling uitgaan van de verklaringen die aangeefster heeft afgelegd bij de politie. Tenzij [slachtoffer] bij de rechter-commissaris heeft verklaard over onderwerpen waarover zij nog niet eerder is verhoord en dus niet eerder over heeft kunnen verklaren

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van seksuele uitbuiting van een minderjarige en het medeplegen van onttrekking van het ouderlijk gezag

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat verdachte [slachtoffer] enkel op haar verzoek heeft geholpen met huisvestiging. Verdachte heeft haar niet in de prostitutie geholpen. Verdachte heeft ontkend de WhatsApp-berichten van 6 december 2014 te hebben verstuurd. Indien verdachte berichten al zou hebben gestuurd, volgt uit de bewoordingen ‘oke, oke’ dat [slachtoffer] een vraag heeft gesteld aan verdachte en dat hij dan pas heeft gezegd dat hij haar kan helpen. Verdachte heeft [slachtoffer] dus niet benaderd.

Verdachte heeft [slachtoffer] af en toe geholpen door een keer mee te lopen naar een afspraak. Verdachte heeft ook voor [slachtoffer] de telefoon aangenomen voor de afspraak bij [naam 1] . [slachtoffer] stond toen onder de douche en riep naar verdachte wat hij moest zeggen.


De verdediging heeft ten aanzien van feit 2 verzocht verdachte vrij te spreken. Verdachte wist niet dat [slachtoffer] minderjarig was en door haar ouders werd gezocht.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Aangeefster [slachtoffer] is op [geboortedag 2] 1997 geboren en zij was ten tijde van de ten laste gelegde periode (1 oktober 2014 tot en met 8 december 2014) 17 jaar en dus minderjarig. 2

Niet ter discussie staat of [slachtoffer] in de prostitutie heeft gewerkt. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of hierbij sprake was van mensenhandel zoals strafbaar is gesteld in art. 273f Sr en of verdachte hierbij betrokken was. De rechtbank zal bij de beantwoording van deze vraag zoveel mogelijk bij de door verdachte en/of medeverdachte verrichtte handeling, aangeven onder welke subcategorie(n) van art. 273f Sr deze handeling valt.

Verklaring [slachtoffer]

Aangeefster [slachtoffer] heeft over de rol van verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] het volgende verklaard.

[slachtoffer] heeft aan het einde van de zomer van 2014 [verdachte] leren kennen. Zij heeft hem in september 2014 verteld dat zij 17 jaar was. [slachtoffer] heeft in november 2014 weer contact gehad met [verdachte] en spraken ze weer af. [verdachte] wist dat zij in de prostitutie werkte. [verdachte] vertelde haar dat hij meisjes in de prostitutie had werken en dat hij ook in drugs dealde.3 [verdachte] heeft een gouden tand aan de bovenkant, aan de voorkant kort haar en aan de achterkant rasta dreadlocks tot op zijn schouders.4

Toen haar vader haar klantentelefoon had gevonden (rechtbank: 8 december 2014), hebben haar ouders haar telefoon afgepakt. Via Facebook heeft zij contact opgenomen met [verdachte] . Zij hebben toen in de stad afgesproken. In de stad hebben ze elkaar getroffen. Zij heeft tegen [verdachte] gezegd dat zij van huis was weggelopen. Zij is met [verdachte] meegegaan naar een huis. Dit huis lag in centrum van Arnhem, boven een sigarenwinkel. [slachtoffer] weet niet of het huis van [verdachte] of van een vriend van hem (de rechtbank: [medeverdachte] ) was. Die vriend was de hele dag door in de woning. Soms was die vriend even weg. [slachtoffer] kon niet weg uit de woning omdat de deur op slot zat. [verdachte] had de sleutel van de woning.5

[slachtoffer] moest van [verdachte] in de prostitutie werken. [verdachte] heeft met zijn telefoon naaktfoto’s van haar gemaakt. Hier was die vriend bij. [verdachte] heeft seksadvertenties gemaakt en deze op sekssites gezet. [verdachte] heeft [slachtoffer] een ‘hoerennaam’ gegeven. De advertenties zijn op de laptop van [verdachte] gemaakt.6

Alle afspraken met klanten gingen via [verdachte] . [verdachte] sprak alles af via de telefoon. [verdachte] sprak ook de bedragen af. De klanten hadden geen direct contact met [slachtoffer] .

De afspraken waren in de auto of bij mensen thuis. De klanten kwamen [slachtoffer] ophalen in de buurt van het politiebureau en de rechtbank in de stad Arnhem. [slachtoffer] liep dan met [verdachte] en die vriend daarheen. [slachtoffer] liep zelf naar de klanten en werd door [verdachte] en die vriend in de gaten gehouden. [slachtoffer] is ook met de auto naar klanten gebracht.7 [slachtoffer] heeft het geld dat zij daarmee verdiende, aan [verdachte] gegeven. Zij heeft zelf niets verdiend. [slachtoffer] kreeg maar af en toe eten van [verdachte] .8

Op een gegeven moment is [slachtoffer] met [verdachte] en die vriend met de trein gegaan. Ze zijn naar een andere plaats gegaan en liepen daar even rond. [slachtoffer] wist daar het doel niet van. Zij hadden geen treinkaartje. Op de terugweg zijn zij gecontroleerd en hebben ze een boete gekregen voor zwartrijden.9

Op een gegeven moment kwam [verdachte] erachter dat [slachtoffer] als vermist was opgegeven. Zij moest toen van uiterlijk veranderen en haar haren verven. [verdachte] heeft toen meerdere kleuren haarverf en wc-reiniger met bleek in haar haren gedaan zodat zij een andere haarkleur zou krijgen. Hierdoor heeft [slachtoffer] donkere plekken op haar huid gekregen, onder andere in haar nek en op haar rug.10

[slachtoffer] had op een gegeven moment twee seksafspraken. Zij moest van [verdachte] in de auto stappen. Eén afspraak was in een hotel. [verdachte] had sms-contact met die klant. De vriend van [verdachte] was hier ook bij. [slachtoffer] is naar de hotelkamer gegaan. In de hotelkamer zat de politie.11

[slachtoffer] heeft de persoon op foto 23 aangewezen als zijnde [verdachte] (de rechtbank begrijpt verdachte [verdachte] )12. Voorts heeft [slachtoffer] de persoon op foto 22 aangewezen als zijnde de vriend van [verdachte] (de rechtbank begrijpt medeverdachte [medeverdachte] ).13

Steunbewijsmiddelen

Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [slachtoffer] steun in de volgende bewijsmiddelen.

Foto’s letsel [slachtoffer]

Tijdens het verhoor van [slachtoffer] hebben de verbalisanten rode plekken in de nek van [slachtoffer] gezien en een plekjes op haar linkervoet. Op 16 maart 2015 zijn foto’s van [slachtoffer] gemaakt. Tijdens het onderzoek zijn aan weerszijden van haar hals, afwijkingen in de kleur van haar huid waargenomen. Tevens was de huid op de verkleuringen in de hals schilferig.14

Chatgesprek [slachtoffer] en [verdachte]

Tussen het privénummer van [slachtoffer] ( [nummer 2] )15 en het nummer [nummer 1] zijn op 6 december 2014 WhatsApp-berichten gestuurd. De contactnaam van [slachtoffer] is op WhatsApp ‘J’. Het nummer [nummer 1] staat in de telefoon van [slachtoffer] opgeslagen onder de naam ‘ [verdachte] ’. Tussen de nummers zijn de volgende berichten gestuurd:

13:25 uur: [verdachte] : Hello

13.29

uur: J: hey

13:30 uur: [verdachte] : Voor wie werk jij dan?

13.30

uur: J: wie is dit? [verdachte] of [naam 2] ?

13:31 uur: [verdachte] : Je spreekt met [verdachte] x

13.31

uur: J: i’m all selfmade

(…)

13:33 uur: [verdachte] : Je gaat ook alleen naar je klanten?

(…)

13.33

uur: J: ja

13:35 uur: [verdachte] : En hoeveel klanten pak je per week?

13.36

uur: J: genoeg om elke dag te shoppen

13:36 uur: [verdachte] : En wat zijn je prijzen?

13.37

uur: J: varieren, soms 400 soms 4000

13:37 uur: [verdachte] : 400 wat doe je daarvoor?

13.37

uur: J: escort halfuurtje

meestal is dat nieteens seks

13:39 uur: [verdachte] : Oke oke.. ik en mijn team kunnen je veel klanten leveren. Waardoor je salaris een flinke boost krijgt. We bieden 24/7 bescherming. Onderdak als nodig is. Wij doen alles wat nodig is zodat jij alleen op t werk kan focussen

13:45 uur: [verdachte] : Think about it

13.48

uur: J: hmmm nice wel

werk je met veel mensen samen ook

14.25

uur: [verdachte] : Nee ik en 1 ander regelen alles16

Op 8 december zijn tussen het privénummer van [slachtoffer] en hetzelfde nummer [nummer 1] ook berichten gestuurd.17 [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij die berichten heeft verstuurd.18 [verdachte] heeft over de berichten van 6 december 2014 verklaard dat zijn telefoon in een studio lag en dat een ander zijn telefoon zal hebben gebruikt en deze berichten heeft verstuurd. De rechtbank acht het volstrekt ongeloofwaardig dat een wildvreemde de telefoon van [verdachte] heeft gepakt om [slachtoffer] berichten te sturen en zich daarbij heeft voorgesteld als [verdachte] , de voornaam van [verdachte] . Gelet hierop concludeert de rechtbank dat [verdachte] degene is die de berichten op 6 en 8 december 2014 heeft gestuurd.

De rechtbank leest in het WhatsApp-bericht dat [verdachte] – op eigen initiatief – aan [slachtoffer] vragen stelt over haar werk in de prostitutie en vervolgens – weer op eigen initiatief – aangeeft dat hij en zijn team [slachtoffer] kunnen helpen om meer te verdienen. De stelling van de verdediging dat [slachtoffer] dit aan [verdachte] heeft gevraagd, vindt dan ook geen steun in het dossier.

Met toestemming van [slachtoffer] , heeft de politie haar Facebookaccount bekeken. [slachtoffer] heeft daartoe haar logingegevens en wachtwoord verstrekt. In deze gesprekken noemt zij zich [slachtoffer] .19

Facebookgesprek [slachtoffer] en [verdachte]

Op 9 december 2014 zijn tussen [verdachte] en [slachtoffer] de volgende berichten gestuurd.

01.17

uur: [slachtoffer] : ik ben in nood help mij (…)

ik moet morgenochtend arnhem uit.. even helemaal weg maar ik heb geen Phone meer help me (…)

of ik moet arnhem niet uit maar moet me verstoppen

01.18

uur: [verdachte] je kan bij me blijven, wat is er gebeurd? (…)

tuurlijk help ik je, wat kan ik voor je doen?

01.19

uur: [slachtoffer] : een plek waar ik kan blijven

01.19

uur: [verdachte] die heb ik voor je

01.19

uur: [slachtoffer] : kom morgen naar die plek bij fontein on 8 (…)

07.27

uur: [slachtoffer] : ik pak nu de bus, ben vanaf nu dus niet meer op fb, om 08:05 rond die tijd bij Willemsplein, ik kom eraan20

Huisvesten

[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer] hem om hulp heeft gevraagd en dat hij haar heeft opgehaald en naar de woning van [medeverdachte] heeft gebracht.21

[medeverdachte] stond sinds 2 december 2014 ingeschreven in de woning op het adres [adres 2] -1 in Arnhem. Deze woning ligt in het centrum van Arnhem boven een tabakswinkel.22

Seksadvertentie www.kinky.com

Op www.kinky.com stond op 15 december 2014 een advertentie met plaatsingsdatum 14 december 2014 met het nummer [nummer 3] met als titel: ' [slachtoffer] - Sex op een hoge niveau'. In de advertentie stond aangegeven dat ontvangst niet mogelijk was en dat de telefoon door een vriend/chauffeur kon worden opgenomen. Het meisje op de foto’s had gelijkenis met [slachtoffer] .23

In de advertentie stond het telefoonnummer [nummer 4] vermeld.24 Dit nummer staat op naam van [verdachte] .25

Met het IP-adres [nummer 5] is contact gelegd met de seksadvertentie met nummer [nummer 3] . De eerste activiteit met dit IP-adres was op 12 november 2014 om 7.38 uur. De laatste activiteit was op 16 december 2014 om 9.03 uur.

Het IP-adres [nummer 5] staat op naam van:

[naam 3]

[adres 3]

[naam 3] is de moeder is van [verdachte] .26

[verdachte] heeft verklaard dat hij zijn laptop vaak meenam naar de woning van [medeverdachte] . Mogelijk heeft [slachtoffer] toen via zijn laptop de seksadvertentie bezocht en de site bewerkt. De bewerkingen zouden nog open hebben gestaan toen [verdachte] naar huis ging en toen de computer thuis contact legde met het IP adres zouden de bewerkingen zijn doorgevoerd. De rechtbank acht die verklaring volstrekt onaannemelijk. In november 2014 is voor het eerst met het IP-adres de seksadvertentie benaderd. Dit was nog voordat [slachtoffer] van huis was weggelopen. Op 16 december 2014 is met het IP-adres de seksadvertentie voor het laatst benaderd. Op dat moment was [slachtoffer] op het politiebureau. Het is daarmee niet mogelijk dat [slachtoffer] op die momenten met de laptop de advertentie heeft benaderd. Verdachte heeft hiervoor ook geen verklaring kunnen geven. [verdachte] heeft verklaard dat zijn moeder en zijn zus niet de website hebben bezocht.27 De rechtbank stelt dan ook vast dat [verdachte] degene is die met het IP-adres contact heeft gelegd met de seksadvertentie.

Seksafspraken

Getuige [getuige 1]

Op 13 december 2014 is meerdere keren contact geweest tussen het telefoonnummer van [getuige 1] en het telefoonnummer dat staat genoemd in de seksadvertentie ( [nummer 6] ).28

[getuige 1] heeft verklaard dat hij [slachtoffer] in de stad heeft gezien. [slachtoffer] zat achterop een brommertje met een Antilliaanse jongen. Ze kwamen aanrijden en [slachtoffer] moest meteen van die jongen in een auto stappen. [getuige 1] zag dat [slachtoffer] het niet leuk vond maar dat deed de jongen niks. Dat was achter bij de rechtbank in Arnhem. De jongen had een gouden tand en vlechtjes.29

[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard een keer met [slachtoffer] te zijn meegelopen naar een afspraak met een klant.30

Ter terechtzitting van 23 november 2017 heeft verdachte verklaard een gouden tand te hebben31.

Treinreis Arnhem – Zwolle en retour

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat zij [slachtoffer] op 12 december 2014 rond 14.30 uur op het station in Arnhem heeft gezien. [slachtoffer] was gekleed in een zwart vest met capuchon, een grijze broek en had een Action tas in haar hand.32

Op camerabeelden van het Centraal Station in Arnhem is op 12 december 2014 om 14:40:58 uur te zien dat een vrouw met een grijze broek, zwarte jas met capuchon en Action tas samen met twee mannen de roltrap omhoog ging naar het perron. Nadat de trein weg reed, stonden deze personen niet meer op het perron. Een verbalisant heeft één van de mannen herkend als zijnde [medeverdachte] .33

Op 12 december 2014 rond 19.20 uur hebben [slachtoffer] en [medeverdachte] allebei een bekeuring gekregen voor het reizen zonder geldig vervoersbewijs. Dit was op het traject Zwolle-Arnhem.34

Het telefoonnummer van [verdachte] dat is genoemd in de seksadvertentie heeft op 12 december 2014 tussen 14.25 uur en 16.45 uur een reisbeweging gemaakt van Zwolle naar Arnhem. Om 16.36 uur tot 16.45 uur heeft de telefoon van [verdachte] een mast aangestraald die vlak naast het treinstation in Zwolle staat.35

Tussen het nummer van [verdachte] dat vermeld stond in de advertentie op Kinky.nl en het nummer van getuige [getuige 2] is tussen 11 december 2014 om 23.40 uur en 12 december 2014 om 16.40 uur 77 keer sms-contact geweest. Daarnaast is op 12 december 2014 om 16.41 uur gebeld. Op 12 december 2014 is om 17.16 uur het laatst berichtje gestuurd vanaf de telefoon van [verdachte] naar [getuige 2] .36

[getuige 2] heeft verklaard dat hij een keer een afspraak heeft gemaakt met een dame uit Arnhem bij het station in Zwolle. Ze zouden naar een hotel gaan. Bij haar stonden drie donkere jongens. Het zag er niet goed uit en de [getuige 2] is weggegaan.37

Gelet op de verklaring van getuigen [getuige 3] en [getuige 2] , de bevindingen omtrent de bekeuring die [slachtoffer] en [medeverdachte] hebben gekregen, de camerabeelden en de mastgegevens van de telefoon van [verdachte] concludeert de rechtbank dat [slachtoffer] , [verdachte] en [medeverdachte] op 12 december 2014 met de trein van Arnhem naar Zwolle zijn gegaan voor een seksafspraak met [getuige 2] en [slachtoffer] .

Hotel [naam 1]

Door het team Mensenhandel is een afspraak gemaakt aan de hand van de advertentiegegevens op www.kinky.com.

Telefoongesprek chauffeur

Op maandag 15 december 2014 om 21.15 uur is door een verbalisant van de politie gebeld met het nummer uit de advertentie ( [nummer 4] ).38 [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de telefoon opnam en zei de chauffeur te zijn van [slachtoffer] .39 De verbalisant heeft met [verdachte] aan de telefoon een seksafspraak gemaakt met [slachtoffer] in het hotel [naam 1] in Duiven. De afspraak zou om 23:00 uur zijn en de prijs was € 150,- voor één uur seks met [slachtoffer] . In de advertentie stond een bedrag van € 100,- genoemd. [verdachte] zei dat die prijs een aanbieding was.

Om 22.55 uur werd de verbalisant gebeld door het nummer [nummer 4] . [verdachte] zei dat er ook reiskosten aan verbonden waren. Dit was € 50,-. [verdachte] vroeg naar het kamernummer en zei er over een half uur te zijn.40

Brengen naar hotel

Op 15 december 2014 kwam rond 23.05 uur een auto het terrein van het [naam 1] hotel in Duiven opgereden. In deze auto zaten [slachtoffer] , [verdachte] , [medeverdachte] en twee andere mannen. [slachtoffer] en [verdachte] zijn uit het achterportier gestapt. Na kort contact liep [slachtoffer] naar het hotel en liep [verdachte] op korte afstand achter haar aan. [slachtoffer] liep in het hotel naar de liften. De vier mannen zijn daarna in de bar gaan zitten. Om 23.40 uur zijn de mannen daar aangehouden.41

Hotelkamer

Om 23.30 uur heeft [slachtoffer] op de deur geklopt van de hotelkamer waar de verbalisanten verbleven. Hierna is [slachtoffer] meegegaan naar het politiebureau voor opvang.

Op 16 december 2014 om 01:24 uur is de verbalisant nogmaals gebeld door [verdachte] . Op de vraag met wie de verbalisant sprak antwoordde [verdachte] : ’ [slachtoffer] daar?’. De verbalisant vroeg wat er allemaal gebeurd was waarop [verdachte] zei: ‘een beetje trammelant. Waar is [slachtoffer] ?’42

[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard de telefoon voor [slachtoffer] te hebben opgenomen terwijl [slachtoffer] onder de douche stond. [slachtoffer] zou tegen [verdachte] hebben gezegd wat hij moest zeggen. Deze verklaring acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Uit het opgenomen en geverbaliseerde gesprek is niet gebleken dat het gesprek met dusdanige ruime tussenposes is gevoerd dat daarin overleg heeft kunnen plaatsvinden of dat [slachtoffer] op de achtergrond aan [verdachte] heeft verteld wat hij moest zeggen. Daarnaast staat ook in de advertentie vermeld dat de telefoon kan worden opgenomen door de chauffeur en [verdachte] zegt ook de chauffeur van [slachtoffer] te zijn.

Opbrengsten

Toen de verbalisanten [slachtoffer] op 15 december 2014 op de hotelkamer troffen, heeft [slachtoffer] aangegeven al lang niet meer te hebben gegeten. 43 De rechtbank maakt hieruit op dat [slachtoffer] zichzelf ondanks de honger niet van eten heeft kunnen voorzien. De rechtbank ziet dan ook geen reden om te twijfelen aan de verklaring van [slachtoffer] dat zij bijna geen eten kreeg van [verdachte] en ook al haar geld aan [verdachte] heeft gegeven.

Conclusie

De rechtbank acht op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen het volgende bewezen.

[verdachte] heeft tegen [slachtoffer] gezegd dat hij en zijn team (één ander) haar veel klanten kunnen leveren, bescherming en onderdak kunnen bieden en hij en één ander alles regelen (sub 2). Hierbij merkt de rechtbank op dat zij concludeert dat [verdachte] daarmee [medeverdachte] bedoelt. Dit omdat [verdachte] [slachtoffer] naar de woning van [medeverdachte] heeft gebracht en [medeverdachte] mee is gegaan naar seksafspraken.

[slachtoffer] heeft contact opgenomen met [verdachte] omdat zij weg wilde van huis. [verdachte] heeft [slachtoffer] onderdak geboden en haar meegenomen naar de woning van [medeverdachte] . [slachtoffer] heeft in de periode van 9 december 2014 tot en met 15 december 2014 in deze woning verbleven (sub 2).

[verdachte] heeft tegen [slachtoffer] gezegd dat zij in de prostitutie moest gaan. [verdachte] heeft – in het bijzijn van [medeverdachte] – in de woning van [medeverdachte] (naakt)foto’s van [slachtoffer] gemaakt en een seksadvertentie gemaakt onder de werknaam ‘ [slachtoffer] ’ en deze op de sekssite www.kinky.nl geplaatst (sub 5). [verdachte] heeft de telefoon opgenomen en afspraken gemaakt. [verdachte] en [medeverdachte] hebben [slachtoffer] gebracht naar seksafspraken, zoals in de buurt van rechtbank in Arnhem, in Zwolle en hotel [naam 1] in Duiven (sub 2).

[slachtoffer] heeft de winst uit de prostitutie aan [verdachte] gegeven (sub 8). De rechtbank is daarnaast van oordeel dat het niet anders kan dan dat, gelet op de handelingen die [medeverdachte] heeft verricht, ook [medeverdachte] – via [verdachte] – daarvoor geld heeft ontvangen. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat voor dergelijke diensten geld betaald moet worden.

Werven (sub 2) en ertoe brengen zich beschikbaar te stellen voor prostitutie (sub 5)

De rechtbank is van oordeel dat met de hiervoor genoemde handelingen sprake is van het werven, vervoeren, huisvesten en het bewegen tot het verrichten van seksuele handelingen van een minderjarige.

Oogmerk van uitbuiting

De rechtbank acht daarbij bewezen dat sprake is van een oogmerk van uitbuiting.

[verdachte] heeft [slachtoffer] voorgesteld om samen met [medeverdachte] voor haar alle zaken te regelen. [verdachte] heeft met behulp van [medeverdachte] ervoor gezorgd dat [slachtoffer] in de prostitutie kon werken en bleef werken. Getuige [getuige 1] heeft gezien dat [slachtoffer] van [verdachte] in een auto moest stappen terwijl [slachtoffer] dat niet leuk vond. [slachtoffer] heeft al haar inkomsten uit de afspraken aan [verdachte] gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook sprake van een oogmerk van uitbuiting. Het handelen door [verdachte] en [medeverdachte] was alleen gericht op eigen financieel gewin. Dat [slachtoffer] [verdachte] zelf heeft gevraagd om onderdak, doet hier niet aan af.

Voordeel trekken (sub 8)

De rechtbank is van oordeel dat tevens sprake is van het voordeel trekken uit de uitbuiting van de minderjarige [slachtoffer] nu [verdachte] en [medeverdachte] daar beide daadwerkelijk geld aan hebben verdiend.

Medeplegen

De vraag die de rechtbank tot slot dient te beantwoorden is of sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking.

Voor een nauwe en bewuste samenwerking moet de intellectuele en/of materiële bijdrage van verdachte aan het delict van voldoende gewicht zijn. Dit kan worden beoordeeld aan de hand van onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, de aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De bijdrage aan het strafbare feit kan ook worden geleverd in de vorm van verschillende gedragingen voor of tijdens of na het begaan van het strafbare feit.

[verdachte] heeft aangeven samen met [medeverdachte] een team te vormen en [slachtoffer] te kunnen helpen met onder andere onderdak. [verdachte] heeft [slachtoffer] vervolgens naar de woning van [medeverdachte] gebracht. Dat was mogelijk omdat [medeverdachte] zijn woning ter beschikking stelde. [verdachte] heeft foto’s van [slachtoffer] gemaakt en een seksadvertentie geplaatst. [verdachte] en [medeverdachte] zijn vervolgens beide meegegaan naar seksafspraken en hebben ook beide geld verdiend aan de prostitutie van [slachtoffer] .

De rechtbank is op basis van deze handelingen van oordeel dat zowel [verdachte] als [medeverdachte] een dusdanig wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het feit dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking.

De rechtbank heeft dan ook op basis van de wettige bewijsmiddelen de overtuiging dat:

- [verdachte] en [medeverdachte] samen in de periode van 9 december 2014 tot en met 15 december 2014 [slachtoffer] hebben geworden, vervoerd, gehuisvest en haar ertoe hebben gebracht dat zij zich beschikbaar heeft gesteld voor prostitutie, met het oogmerk van uitbuiting, terwijl [slachtoffer] minderjarig was.

- [verdachte] en [medeverdachte] samen in de periode van 9 december 2014 tot en met 15 december 2014 voordeel hebben getrokken uit de door [slachtoffer] verrichte seksuele handelingen, terwijl [slachtoffer] minderjarig was.

Ten aanzien van feit 2

Niet ter discussie staat dat [slachtoffer] op 9 december 2014 is weggelopen van huis. Zij was op dat moment minderjarig (geboren op [geboortedag 2] 1997). [verdachte] heeft [slachtoffer] die dag meegenomen naar de woning van [medeverdachte] , gelegen aan de [adres 2] -1 in Arnhem. [slachtoffer] is daar tot 15 december 2014 in die woning gebleven.44

Wetenschap minderjarigheid

[slachtoffer] heeft verklaard dat zij in september 2014 tegen [verdachte] heeft gezegd dat zij 17 jaar was.45 [verdachte] heeft wisselend verklaard over wat hij dacht dat de leeftijd van [slachtoffer] was. Bij de rechter-commissaris heeft hij verklaard dat zij had verteld dat zij 22 jaar was (4,5 jaar ouder dan haar daadwerkelijke leeftijd) en ter terechtzitting heeft [verdachte] verklaard dat [slachtoffer] heeft gezegd dat zij 19 of 20 jaar oud was, in ieder geval ouder dan hijzelf was.

[verdachte] heeft daarnaast verklaard dat hij wist dat [slachtoffer] op school zat en dat zij bang was dat haar ouders haar naar een internaat zouden sturen.46 Het is een feit van algemene bekendheid dat ouders enkel iets over hun kind te zeggen hebben als zij nog minderjarig zijn. Gelet op deze omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien,, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] op zijn minst de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] minderjarig was.

Onttrekken

De ouders van [slachtoffer] hebben haar opgegeven als vermist. In de buurt van de woning van [medeverdachte] heeft de moeder van [slachtoffer] vanaf 12 december 2014 flyers rondgebracht. Hierop stond dat [slachtoffer] vermist was en dat voor details op de site van Amber Alert kon worden gekeken.47 [slachtoffer] heeft verklaard dat [medeverdachte] deze poster heeft gezien. Vervolgens moest [slachtoffer] van [verdachte] – toen hij hoorde van haar vermissing – haar haren verven en heeft hij daarbij verf en bleek in haar haren gedaan. Dit zou volgens [slachtoffer] letsel hebben veroorzaakt.48 De verbalisanten hebben letsel bij [slachtoffer] waargenomen.49 [slachtoffer] heeft tevens verklaard dat zij de woning van [medeverdachte] niet uit kon.50

Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte] [slachtoffer] – na het ontdekken van haar vermissing – door haar binnen de woning te houden hebben onttrokken aan het wettelijke gezag van haar ouders.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 december 2014 t/m 15 december 2014 te Arnhem en/of te Zwolle en/of te Duiven, dan wel elders in Nederland,

(lid 3 sub 1) tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

A.

een ander , te weten [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) (geboren op [geboortedag 2] 1997),

(sub 2) heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

(sub 5) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist en/of moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

B.

(sub 8) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van [slachtoffer] (roepnaam [slachtoffer] ) met of voor een derde tegen betaling terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt

immers heeft/hebben verdachte of (één van) de medeverdachte(n)

- [slachtoffer] opgedragen, althans gevraagd, om seks te hebben met anderen voor geld en/of

- seksueel/erotisch getinte foto's van die [slachtoffer] gemaakt en/of

- een of meerdere werknaam voor [slachtoffer] aangemaakt waarmee zij als prostituee adverteerde en/of

- een of meerdere seksadvertentie gemaakt van die [slachtoffer] en die seksadvertentie op een of meerdere sekssite geplaatst en/of

- de klantentelefoon van die [slachtoffer] beheerd en/of

- [slachtoffer] naar klanten gebracht en/of

- [slachtoffer] laten verblijven in zijn, verdachtes woning

- het door [slachtoffer] verdiende geld ingenomen en/of door [slachtoffer] laten afdragen -een of meermalen hotelkamers geboekt waar [slachtoffer] klanten kon ontvangen;.

2.

hij in of omstreeks de periode van 9 t/m 14 december 2014 te Arnhem, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer] ( [slachtoffer] ), geboren op [geboortedag 2] 1997, heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers heeft verdachte daar toen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk die [slachtoffer] verborgen, althans onderdak verleend in een woning gelegen aan de [adres 2] te Arnhem.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

mensenhandel, door twee of meer verenigde personen, ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gestelde gezag.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte een straf op te leggen die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 10 oktober 2017;

- voorlichtingsrapportages van Reclassering Nederland, gedateerd 26 juli en 19 september 2016;

- Advies indicatieoverleg NIFP, gedateerd 3 augustus 2016.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

[verdachte] heeft zich samen met [medeverdachte] schuldig gemaakt aan mensenhandel, door een minderjarig meisje in de prostitutie te brengen en - gedurende een week - als prostituee te laten werken. Daarnaast hebben [verdachte] en [medeverdachte] het slachtoffer enkele dagen onttrokken aan het ouderlijk gezag. Op moment dat het slachtoffer [verdachte] om hulp vroeg, heeft hij haar meegenomen naar de woning van [medeverdachte] en haar daarna opgedragen om in de prostitutie te werken. [verdachte] heeft vervolgens naaktfoto’s van haar gemaakt, een seksadvertentie geplaatst en de afspraken met klanten gemaakt. [verdachte] en/of [medeverdachte] brachten het slachtoffer naar de seksafspraken en inden vervolgens zelf het geld. Dat het slachtoffer zelf deze afspraken niet wilde, deed er voor hen niet toe. De rechtbank neemt het de verdachte zeer kwalijk dat hij geen enkel respect voor het slachtoffer heeft getoond.

Ondertussen verbleef het slachtoffer gedurende bijna een week in die woning onder erbarmelijke omstandigheden. Hoewel niet tenlastegelegd neemt de rechtbank mee in haar beoordeling van de strafmaat de omstandigheden waaronder de mensenhandel plaatsvond. Zo heeft de rechtbank acht geslagen op de omstandigheid dat het slachtoffer in die week is mishandeld (p. 64, 107 e.v.) en ook – tegen haar zin in – seks moest hebben met [medeverdachte] , zelfs tot bloedens toe (p. 64). Het slachtoffer mocht de woning niet uit en kreeg nauwelijks eten. Toen [verdachte] en [medeverdachte] er op enig moment achter kwamen dat het slachtoffer werd gezocht door haar ouders, hebben zij het haar van het slachtoffer gebleekt om herkenning te voorkomen. Kort daarna heeft het slachtoffer in deze woning – onder bedreiging van een pistool – seks moeten hebben met een man waaraan ze de volgende dag verhandeld zou worden (p. 65). De politie heeft het slachtoffer net op tijd gevonden en dit zo weten te voorkomen.

[verdachte] en [medeverdachte] hebben een zeer kwetsbaar, minderjarig meisje gebruikt om geld voor hen te verdienen. Door haar in de prostitutie te laten werken, is een ernstige inbreuk gemaakt op haar persoonlijke vrijheid en lichamelijke en geestelijke integriteit. Door haar zelfs te willen verkopen, hebben zij geen enkel respect gehad voor haar zelfbeschikkingsrecht. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat dit een enorme impact gehad heeft op haar emotionele en psychische ontwikkeling. Het slachtoffer is drie jaar na dato nog in therapie en het is de vraag hoe lang zij nog behandeling nodig heeft. Uit de slachtofferverklaring van de moeder van het slachtoffer blijkt verder dat wat hun dochter is overkomen ook grote gevolgen heeft gehad - en nog steeds heeft - voor het gezin als totaal en dat de ouders door de onttrekking van hun minderjarige dochter aan hun gezag in grote angst en onzekerheid hebben geleefd. De rechtbank rekent dit alles [verdachte] zeer zwaar aan. De rechtbank neemt het [verdachte] daarnaast kwalijk dat hij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn gedrag en de vergaande gevolgen die het voor het slachtoffer heeft gehad. De rechtbank is dan ook van oordeel dat enkel een gevangenisstraf voor langere duur op zijn plaats is. De rechtbank houdt daarbij rekening met het tijdsverloop.

Alles afwegend, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden passend en geboden. De rechtbank zal daarbij 4 maanden van deze gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden om in de toekomst opnieuw een dergelijk feit te begaan. Dit is een hogere straf dan is opgelegd dan aan zijn medeverdachte [medeverdachte] . Dit omdat verdachte een grotere rol heeft gehad in het geheel en de initiator is geweest van de strafbare handelingen.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van

de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer] en [benadeelde] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde feit.

Door [slachtoffer] wordt een bedrag van € 5.625,38 gevorderd, waarvan € 2.000,- immateriële schade betreft.

Door [benadeelde] wordt een bedrag van € 1.909,40 gevorderd, waarvan € 1.500,- immateriële schade betreft.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] hoofdelijk toe te wijzen tot het bedrag van € 3.704,02, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] hoofdelijk toe te wijzen tot het bedrag van € 1.909,40, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering niet toewijsbaar is nu verdachte enkel de benadeelde partij heeft geholpen. De verdediging heeft de vordering inhoudelijk niet betwist.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het met betrekking tot feit 1 bewezenverklaarde schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Materiële schade

Verdeelsleutel

Een deel van de door de benadeelde partij geleden materiële schade is het gevolg van het bewezenverklaarde in de zaak van [verdachte] en [medeverdachte] (een periode van één week) en het bewezenverklaarde in de zaken van [naam 4] en [naam 5] (een periode van negen weken). De benadeelde partij heeft daarom de materiële schade die door deze verdachten is veroorzaakt, verdeeld naar rato van het aantal weken dat het misdrijf heeft geduurd. In de onderhavige zaak zal de materiële schade die volgens de benadeelde partij toe te rekenen is aan alle verdachten, worden vastgesteld op 1/10 van de totale materiële schade. Hierbij merkt de rechtbank op dat zij in de zaken van [naam 4] en [naam 5] een kortere periode bewezen heeft verklaard waardoor de verdeelsleutel anders zal uitvallen. De totale periode betreft dan 9 weken. De rechtbank zal dan ook bij de beoordeling van de vordering uit gaan van een verdeelsleutel van 1/9 met dien verstande dat niet meer kan worden toegewezen dan door de benadeelde partij is gevorderd.

Studiekosten

Door het bewezenverklaarde heeft de benadeelde partij zich vanwege psychische problemen moeten laten uitschrijven van school. De rechtbank acht het aannemelijk dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde in de zaken van verdachte, medeverdachte en de overige zaken in het dossier Rijn, heeft moeten stoppen met haar studie. Nu de schadepost naar het oordeel van de rechtbank voldoende is onderbouwd, is zij van oordeel dat de vordering met betrekking tot deze schadepost, zijnde € 16.000, kan worden toegewezen.

Studieboeken

Voor de studie van de benadeelde partij zijn studieboeken aangeschaft. Door het gedwongen stoppen van de studie heeft de benadeelde partij geen gebruik kunnen maken van haar studieboeken. Deze gedane investering komen ten laste van de verdachten. Dat de studieboeken door de vader van de benadeelde partij zijn betaald, doet daar niet aan af nu deze boeken voor de benadeelde partij zijn gekocht en haar eigendom zijn. Deze kosten komen dan ook voor vergoeding in aanmerking.

De schadepost is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vordering met betrekking tot deze schadepost, zijnde € 736,26, kan worden toegewezen.

Medische kosten

De benadeelde partij heeft een vergoeding gevraagd voor medicatie voor een SOA. Nu het onduidelijk is wanneer de benadeelde partij deze SOA heeft opgelopen en zij ook voor de bewezenverklaarde periode onveilige seks heeft gehad, zal de rechtbank de benadeelde partij dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Telefoon

De telefoon van de benadeelde partij is in beslag genomen waardoor zij geen gebruik heeft kunnen maken van haar abonnement. Deze telefoon met abonnement is door de vader van de benadeelde partij voor de benadeelde partij gekocht. De telefoon en het abonnement waren daarmee haar eigendom. Doordat zij daar geen gebruik meer van heeft kunnen maken, heeft de benadeelde partij schade geleden. De rechtbank acht de schadepost voldoende onderbouwd en toewijsbaar tot een bedrag van € 304,-.

De totale materiële schade betreft € 17.040,16 euro, waarvan (1/9) is toe te rekenen aan verdachte: € 1.893,35. Nu ten aanzien van dit deel van de vordering een bedrag van € 1.710,08 is gevorderd, zal dat bedrag worden toegewezen.

Gouden ketting, tas, kleding, schoenen,

De benadeelde partij heeft verklaard dat verdachte spullen van haar heeft afgenomen om te zorgen dat de zij onherkenbaar werd. Tevens zijn de haren van benadeelde partij geverfd. De benadeelde partij heeft naderhand haar haren weer moeten laten verven naar de oorspronkelijke kleur. Tegen dit deel van de vordering is geen verweer gevoerd. De rechtbank acht de schadepost voldoende onderbouwd en toewijsbaar tot een bedrag van € 1.915,30,-.

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat.

Het misdrijf dat de benadeelde partij is overkomen, heeft een zeer grote impact op haar gehad. Door dit allemaal is een vergaande inbreuk gemaakt op haar persoonlijke integriteit en is zij ‘anderszins’ in haar persoon aangetast. Dit is aan verdachte en zijn mededader toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, zal ten aanzien van de immateriële schade -die het slachtoffer door toedoen van verdachte heeft geleden- een bedrag van € 2.000,- worden toegekend.

Nu de schadeposten op meerdere momenten zijn ingetreden, zal de rechtbank een datum kiezen in het midden van de periode waarin de schadeposten zijn ontstaan. De gevorderde wettelijke rente is daarom toewijsbaar vanaf 1 december 2015.

De rechtbank zal verdachte met medeverdachte hoofdelijk veroordelen tot betaling aan de benadeelde partijen van de toewijsbare schadevergoeding. Dit betekent dat de verdachte niet meer tot vergoeding gehouden is indien en voor zover de toegewezen schadevergoeding door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

Verder ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte – eveneens hoofdelijk met medeverdachte – op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Vordering benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij [benadeelde] heeft een schadevergoeding gevorderd. De benadeelde partij is de moeder van het slachtoffer [slachtoffer] .

Op grond van art. 51f lid 1 Sv kan zich ter zake van zijn schadevergoedingsvordering voegen in het strafproces als benadeelde partij degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit. Ter invulling van het criterium ‘rechtstreeks gevolg’ noemt de wetsgeschiedenis de relativiteit: het belang waarin het slachtoffer is getroffen, moet behoren tot de belangen die de overtreden norm beoogt te beschermen. De verdediging heeft betoogd dat hiervan geen sprake is.

Het bewezenverklaarde betreft mensenhandel (feit 1) en het onttrekken aan het wettelijke gezag (feit 2). De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot feit 2 [benadeelde] wel degelijk getroffen is het door de strafbepaling beschermde belang nu de strekking van deze bepaling is om degenen die het wettelijk gezag uitoefenen over een minderjarige, in staat te stellen hun taak te vervullen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat vast is komen te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde onder 2 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Materiële schade

Als gevolg van de vermissing van het slachtoffer heeft de benadeelde partij flyers afgedrukt. Dit deel van de vordering is door de verdediging inhoudelijk niet betwist. Nu de schadepost naar het oordeel van de rechtbank voldoende is onderbouwd, kan de vordering tot een bedrag van € 409,40 worden toegewezen.

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde onder 2 rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat.

Door de vermissing van de dochter van de benadeelde partij, heeft de benadeelde partij een week lang in angst geleefd. Zij wist niet of haar dochter nog in leven was en wat er met haar was gebeurd. Dit heeft een grote impact op de benadeelde partij gehad. Als gevolg van de grote spanningen en de vermissing van haar dochter en hetgeen haar dochter is overkomen, zijn PTSS-klachten ontstaan. De benadeelde partij is daarvoor in therapie. De rechtbank is van oordeel dat door dit allemaal de benadeelde partij ‘anderszins’ in haar persoon is aangetast, doordat een vergaande inbreuk is gemaakt op haar persoonlijke integriteit. Dit is aan verdachte en zijn mededader toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, zal ten aanzien van de immateriële schade -die het slachtoffer door toedoen van verdachte heeft geleden- een bedrag van € 750,- worden toegekend.

In het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden, nu beoordeling daarvan een nadere onderbouwing zou vergen, hetgeen een onredelijke belasting van het strafproces zou betekenen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 9 december 2014.

De rechtbank zal verdachte met medeverdachte hoofdelijk veroordelen tot betaling aan de benadeelde partijen van de toewijsbare schadevergoeding. Dit betekent dat de verdachte niet meer tot vergoeding gehouden is indien en voor zover de toegewezen schadevergoeding door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

Verder ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte – eveneens hoofdelijk met medeverdachte – op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 24c, 36f, 47, 57, 63, 273f en 279 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag van

€ 5.625,38 (vijfduizend zeshonderd vijfentwintig euro en achtendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

- verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel van schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover mededader het betreffende schadebedrag heeft betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd - de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 5.625,38 (vijfduizend zeshonderd vijfentwintig euro en achtendertig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 63 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] .

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde] , van een bedrag van € 1.159,40 (eenduizend honderdvijfennegentig euro en veertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader r het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel van schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover mededader het betreffende schadebedrag heeft betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd - de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] , van een bedrag van € € 1.159,40 (eenduizend honderdvijfennegentig euro en veertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 21 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.W. van de Sande (voorzitter), mr. J. Barrau en mr. H.G. Eskes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.G.A. Luijckx, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 december 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, dienst Regionale Recherche, AVIM, team mensenhandel, locatie Arnhem, opgemaakte proces-verbaal, BVH nr. 2014209526 (RIJN, 07VRP14015), gesloten op 8 juni 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 39

3 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 63, 67.

4 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 65.

5 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 63, 82, 99-100.

6 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 64, 84, 86.

7 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 64, 86

8 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 87-88

9 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 64.

10 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 64-65.

11 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 65.

12 Foto-/bijlagemap, p. 455

13 Foto-bijlagemap, p. 454

14 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 101-102; proces-verbaal sporenonderzoek, p.107-113.

15 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 67.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 116, 118-120.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 121.

18 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 23 november 2017.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 124.

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 124-125.

21 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 23 november 2017.

22 Proces-verbaal algemeen dossier, p. 14; proces-verbaal van bevindingen, p. 242-243

23 Proces-verbaal van bevindingen, p. 163-164.

24 Proces-verbaal herkenning [slachtoffer] , p. 166.

25 Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie, p. 310.

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 185; vordering verstrekking gebruikersgegevens (Internet) ex art 126na Sv, p. 189; proces-verbaal van bevindingen, p. 464.

27 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 23 november 2017.

28 Proces-verbaal bevindingen onderzoek tel. nummer [verdachte] seksadvertentie, p. 192.

29 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 199; foto/bijlage-map, p. 429.

30 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 23 november 2017.

31 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 23 november 2017.

32 Proces-verbaal van bevindingen, p. 230.

33 Proces-verbaal van bevindingen, p. 234-237; proces-verbaal van bevindingen, p. 221.

34 Proces-verbaal van bevindingen, p. 224- 229.

35 Proces-verbaal van bevindingen, p. 220.

36 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek tel. nummer [verdachte] seksadvertentie, p. 190.

37 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 240.

38 Proces-verbaal herkenning [slachtoffer] , p. 166.

39 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 november 2017.

40 Proces-verbaal herkenning [slachtoffer] , p. 166-167; proces-verbaal van bevindingen, p. 471-473; verklaring verdachte ter terechtzitting van 23 november 2017.

41 Proces-verbaal van bevindingen, 172-173; proces-verbaal van bevindingen, p. 168-169.

42 Proces-verbaal herkenning [slachtoffer] , 166-167.

43 Proces-verbaal herkenning [slachtoffer] , 166.

44 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] , p. 63 ;proces-verbaal van bevindingen, p. 242-243.

45 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] , p. 67.

46 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 november 2017.

47 Proces-verbaal van bevindingen, p. 242; Vordering benadeelde partij [benadeelde] , bijlage 1 en 2.

48 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] , p. 64-65, 82.

49 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 101-102; proces-verbaal sporenonderzoek, p.107-113.

50 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] , p. 99.