Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6598

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
20-12-2017
Zaaknummer
05/881438-15 + 21/004035-13 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling mensenhandel ten aanzien van een minderjarige en vervaardigen/verspreiden/bezit van kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/881438-15 + 21/004035-13 (TUL)

Datum uitspraak : 19 december 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1987 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1]

raadsman: mr. M.R. Roethof, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 juli 2016, 3 oktober 2016, 27 februari 2017, 20 november 2017, 21 november 2017 en 5 december 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een op 27 februari 2017 door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2014

t/m 8 december 2014 te Arnhem, althans in Nederland,

(lid 3 sub 1) tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

A.

een ander, te weten [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) (geboren op [geboortedatum 2] ),

(sub 2) heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

(sub 5) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist en/of moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

B.

(sub 8) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van [slachtoffer]

(roepnaam [slachtoffer] ) met of voor een derde tegen betaling terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt

immers heeft/hebben verdachte of (één van) de medeverdachte(n)

  • -

    [slachtoffer] opgedragen, althans gevraagd, om seks te hebben met anderen voor geld en/of

  • -

    [slachtoffer] opgedragen, althans gevraagd, seksueel/erotisch getinte foto's te maken van zichzelf en naar hem op te sturen en/of zelf seksueel/erotisch getinte foto's van die

[slachtoffer] gemaakt en/of

  • -

    een aantal werknamen voor [slachtoffer] aangemaakt waarmee zij als prostituee adverteerde en/of

  • -

    een of meerdere seksadvertenties gemaakt van die [slachtoffer] en die seksadvertenties op diverse sekssites geplaatst en/of

  • -

    de seksadvertenties van [slachtoffer] omhoog gebeld en/of

  • -

    die [slachtoffer] in het bezit gesteld van een of meer klantentelefoons en/of

  • -

    de klantentelefoons van die [slachtoffer] beheerd en/of

  • -

    [slachtoffer] naar klanten gebracht en/of

  • -

    een woning aan de [adres 2] en/of [adres 3] gearrangeerd waar [slachtoffer] kon verblijven en/of klanten ontvangen en/of

  • -

    het door [slachtoffer] verdiende geld ingenomen en/of door [slachtoffer] laten afdragen;

2.

zij (op één of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2014 tot en met 8 december 2014, te Arnhem, in elk geval in Nederland, 14, althans een aantal, afbeeldingen, te weten foto’s van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum 2] ,

althans is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of verworven en/of in haar bezit gehad en/of verspreid, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

met een vinger/hand betasten en/of aanraken van de billen van die [slachtoffer] ,

althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

met een vinger/hand betasten van de botsten van een ander door die [slachtoffer] ,

althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsnaam [bestandsnaam 7] , vindplaats (fotonr 13))

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer] , althans deze persoon gekleed is en/of poseert met een voorwerp (een voorbinddildo) en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die [slachtoffer] , althans deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s nadrukkelijk de (ontblote) billen van die [slachtoffer] , althans deze persoon in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekken heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam [bestandsnaam 1] (fotonr 3.1))

(bestandsnaam [bestandsnaam 2] (fotonr 3.2))

(bestandsnaam [bestandsnaam 3]

(fotonr 4.1))

(bestandsnaam [bestandsnaam 4] (fotonr 5.1))

(bestandsnaam [bestandsnaam 5] (fotonr 6.1))

(bestandsnaam [bestandsnaam 6]

(fotonr 6.2))

(bestandsnaam [bestandsnaam 6]

(fotonr 6.3))

(bestandsnaam [bestandsnaam 7] (fotonr 13))

(bestandsnaam [bestandsnaam 8] (fotonr 14))

(bestandsnaam [bestandsnaam 9] (fotonr 21.1))

(bestandsnaam [bestandsnaam 10] (fotonr 21.2))

(bestandsnaam [bestandsnaam 11] (fotonr 21.3))

(bestandsnaam [bestandsnaam 12] (fotonr 21.4))

(bestandsnaam [bestandsnaam 13] (fotonr 21.6)).

2A. Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer]

Door de verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] onvoldoende betrouwbaar zijn omdat zij wisselend verklaard heeft. Deze verklaringen kunnen om die reden niet tot het bewijs worden gebezigd. De verdediging heeft subsidiair aangevoerd dat, indien de rechtbank toch wil uitgaan van de verklaringen van [slachtoffer] , zij uit dient te gaan van de verklaringen van [slachtoffer] van november 2016.

De rechtbank constateert dat aangeefster tijdens haar verhoren wisselend heeft verklaard over een aantal onderwerpen. De rechtbank zal dan ook die delen van haar verklaring waarin zij beduidend wisselend heeft verklaard, niet voor het bewijs gebruiken.

De rechtbank constateert tevens dat aangeefster wel consistent heeft verklaard over voor het bewijs van belang zijnde punten waar het onder meer betreft de rol van de verdachte. Haar verklaring vindt ook op essentiële punten steun in andere verklaringen in het dossier, zoals de getuigenverklaring van [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , alsook telefoongegevens en WhatsApp-gesprekken. Daar waar haar verklaring consistent is, voldoende kan worden getoetst en voldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid daarvan. De rechtbank is van oordeel dat die delen van haar verklaring voor het bewijs kunnen worden gebezigd. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. Het enkele feit dat aangeefster onder invloed van drugs was in de ten laste gelegde periode, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat haar verklaring per definitie onbetrouwbaar is.

De rechtbank merkt tot slot op dat aangeefster op meerdere momenten een verklaring heeft afgelegd. Aangeefster heeft bij de politie in januari en februari 2015, en derhalve kort na de tenlastegelegde periode, een aantal verklaringen afgelegd. Daarnaast heeft aangeefster twee jaar later (november 2016) bij de rechter-commissaris verklaringen afgelegd. Gelet op het tijdsverloop, zal de rechtbank – anders dan bepleit door de raadsman – bij haar beoordeling uitgaan van de verklaringen die aangeefster heeft afgelegd bij de politie, aangezien deze verklaringen, gezien de korte termijn na het tenlastegelegde afgelegd, door de rechtbank als betrouwbaar worden beoordeeld.

2B. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat het ten laste gelegde (met uitzondering van de onder sub 2 genoemde handelingen ‘vervoerd’ en ‘overgebracht’ en de onder sub 8 genoemde feitelijkheid ‘ [slachtoffer] naar klanten gebracht’) kan worden bewezen. De officier van justitie heeft verder geconcludeerd dat ten aanzien van het in de prostitutie brengen en de webcamseks er tussen [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] sprake is medeplegen van seksuele uitbuiting van een minderjarige.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken. De betrokkenheid van verdachte ziet enkel op het geven van informatie over prostitutie aan [slachtoffer] en het maken van enkele foto’s op een moment dat [slachtoffer] zelf al had besloten om in de prostitutie te werken. Hierdoor is geen sprake van werven. Voorts kan niet worden bewezen dat verdachte seksadvertenties heeft gemaakt, dat [slachtoffer] klanten heeft ontvangen in de woning van verdachte, dat verdachte geld heeft gekregen van [slachtoffer] of dat zij bemoeienis heeft gehad met klantenafspraken in de woning aan het [adres 3] of de webcamseks.

Tot slot heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is van medeplegen, nu de handelingen van verdachte, los staan van de handelingen van de medeverdachten.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster [slachtoffer] is op [geboortedatum 2] geboren en zij was ten tijde van de ten laste gelegde periode (1 oktober 2014 tot en met 8 december 2014) 17 jaar en dus minderjarig. 2

Niet ter discussie staat of [slachtoffer] in de prostitutie heeft gewerkt. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of hierbij sprake was van mensenhandel zoals strafbaar gesteld in art. 273f Sr en of verdachte hierbij betrokken was. De rechtbank zal bij de beantwoording van deze vraag zoveel mogelijk bij de door verdachte en/of medeverdachte verrichtte handeling, aangeven onder welke subcategorie(n) van art. 273f Sr deze handeling valt.

Verklaring [slachtoffer]

Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard over het werken als prostituee en webcamseks. [slachtoffer] heeft over de rol van verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] hierin het volgende verklaard.

Prostitutie

[slachtoffer] heeft met medeverdachte [medeverdachte 1] contact gehad terwijl hij in de gevangenis in Amsterdam zat. [medeverdachte 1] had in de gevangenis een telefoon verstopt. [medeverdachte 1] heeft op een gegeven moment gezegd dat hij geld nodig had. Hij vroeg of [slachtoffer] iets voor hem wilde doen. [verdachte] kon er wel voor zorgen dat zij geld kon verdienen voor hem.3

[slachtoffer] heeft verklaard dat zij met [verdachte] heeft gesproken omdat [medeverdachte 1] geld nodig had. [verdachte] begon toen te praten over prostitutie.4 Na dit gesprek was het duidelijk dat [slachtoffer] in de prostitutie zou gaan werken (sub 2). Bij dit gesprek was neef 1 aanwezig (de rechtbank: medeverdachte [medeverdachte 3] ). Vanaf dat moment heeft [verdachte] dingen voor haar geregeld.5

[verdachte] heeft [slachtoffer] een klantentelefoon gegeven. Als zij bij [verdachte] was, nam [verdachte] die telefoon op (sub 5). Als zij naar huis ging, bleef de telefoon bij [verdachte] . Zij nam de telefoon niet vaak mee naar huis. [verdachte] heeft laten zien hoe zij de telefoon aannam, waarbij zij deed alsof zij de prostituee was. Daarnaast moest zij op het balkon afluisteren hoe [getuige 1] een klant ontving (sub 5).6

[verdachte] heeft foto’s van [slachtoffer] gemaakt (sub 5). Dit waren foto’s van [slachtoffer] in lingerie en naakt in de slaapkamer van [verdachte] . Daarnaast heeft zij ook foto’s van haar en [getuige 1] samen gemaakt. [verdachte] heeft verteld hoe zij moest poseren. [verdachte] heeft advertenties gemaakt van haar en van haar en [getuige 1] samen (sub 5). Zij stond op meerdere sites. [verdachte] heeft gevraagd waar zij voor open stond en wat zij niet wilde doen. [verdachte] heeft eerst de naam ‘ [naam 2] ’ en daarna ‘ [naam 3] ’ gebruikt in de advertentie. In de advertenties stond dat haar leeftijd 18+ was. [verdachte] wist dat zij 17 jaar was. [verdachte] heeft gezegd dat als een klant naar haar leeftijd vroeg, dat zij altijd moest zeggen dat zij 21 jaar was. [verdachte] heeft ook verteld dat er al eerder iets was met meisjes onder de 18 jaar en dat zij daar toen straf voor heeft gekregen.7

[medeverdachte 1] beloofde alles altijd heel mooi. Hij zei ook dat als hij vrij zou zijn en er andere meisjes zouden werken zij ermee kon stoppen. In de laatste periode heeft [verdachte] gebruik gemaakt van haar telefoon waardoor haar vader een hoge telefoonrekening heeft ontvangen. 8

Vanaf de dag dat de advertenties zijn geplaatst, was [slachtoffer] prostituee. Vanaf de week dat zij [verdachte] heeft ontmoet, heeft zij tot aan de week dat zij [verdachte] voor het laatst heeft gezien, klanten ontvangen. Zij heeft [verdachte] voor het laatst gezien op 28 of 29 november 2014 toen zij met de vriend van [verdachte] naar een feest ging.

De afspraken vonden bij [verdachte] thuis plaats (sub 5). [verdachte] ging dan even naar buiten en [slachtoffer] moest haar bellen als de klanten weg waren. [verdachte] woont op de [adres 2] .9

[verdachte] maakte de prijsafspraken voor de seksuele handelingen. [slachtoffer] heeft verklaard dat als zij een klant had gehad, een gedeelte van het geld voor [verdachte] was en een gedeelte voor medeverdachte [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] kreeg meer dan [verdachte] . Zijzelf kreeg er niks voor omdat [medeverdachte 1] het voor hen samen zou bewaren. Zij gaf het deel voor [medeverdachte 1] aan neef 1 (de rechtbank: medeverdachte [medeverdachte 3] ), neef 2 of [naam 4] . Zij zorgden ervoor dat het bij [medeverdachte 1] in de gevangenis terecht kwam.10

Steunbewijsmiddelen

Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [slachtoffer] steun in de volgende bewijsmiddelen.

Prostitutie

Detentie- en telefoongegevens [medeverdachte 1]

Uit de detentiegegevens van [medeverdachte 1] volgt dat hij in de periode 9 oktober 2013 tot en met 5 februari 2015 verbleef in de Justitiële Jeugdinrichting (JJI) ‘ [naam 5] ’ gelegen aan de [adres 4] .11

[slachtoffer] heeft verklaard dat haar privételefoonnummer [nummer 1] is.12

Op het privénummer van [slachtoffer] ( [nummer 1] ) was er op 18 oktober 2014 een inkomend gesprek, op 7 november 2014 een uitgaand gesprek en op 20 november 2014 weer een inkomend gesprek van het telefoonnummer van de JJI [naam 5] ( [nummer 2] ) . [medeverdachte 1] was op deze dagen niet met verlof.13

Tussen het privénummer van [slachtoffer] en het nummer [nummer 3] is vanaf 11 oktober 2014 tot en met 10 december 2014 in totaal 432 keer contact is geweest. In de periode voor 11 oktober 2014 is er geen contact geweest met dit nummer.14 Dit telefoonnummer staat op naam van [getuige 2] . Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat dit nummer bij [medeverdachte 1] in de gevangenis is en dat hij hem daar altijd gebruikt.15 Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat het nummer [nummer 3] een van de nummers van [medeverdachte 1] is.16

Gelet op de verklaring van de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] , concludeert de rechtbank dat het nummer [nummer 3] van [medeverdachte 1] is. De rechtbank stelt dan ook vast dat in de periode van 11 oktober 2014 tot en met 10 december 2014 tussen [slachtoffer] en [medeverdachte 1] veelvuldig telefonisch contact heeft plaatsgevonden.

Getuige [getuige 1]

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat [verdachte] de foto’s van haar en [slachtoffer] heeft gemaakt voor het plaatsen van een advertentie op een site om klanten te krijgen. Deze foto’s zijn gemaakt op de [adres 2] . Daarnaast heeft [verdachte] tegen [slachtoffer] gezegd dat [slachtoffer] op het balkon of in het keukentje moest gaan staan om te luisteren hoe [getuige 1] met klanten omging.17 Dit komt overeen met de verklaring van [slachtoffer] dat [verdachte] foto’s van haar en [getuige 1] heeft gemaakt voor een advertentie op een sekssite en dat zij op het balkon moest afluisteren hoe [getuige 1] een klant ontving.

Seksadvertenties

Op website [naam website 3] stond op 9 december 2014 een advertentie met plaatsingsdatum 30 oktober 2014 met de titel: “ [naam 6] escort en ontvangst”. Op één van de foto’s in de advertentie kwam het uiterlijk van het meisje overeen met het uiterlijk van [slachtoffer] .18 Op deze advertentie is onder andere het IP-adres [nummer 4] ingelogd. Dit IP-adres staat op de volgende naam:

Gebruikersnaam: [naam 7]

E-mailadres: [e-mailadres]

Naam: [verdachte]

Adres: [adres 2]

Woonplaats: [adres 2]

In de advertentie stond bij bel voor contact het telefoonnummer [nummer 5] vermeld. Dit betreft het telefoonnummer van de werktelefoon van [slachtoffer] .19

Het IP-adres dat op naam staat van [verdachte] is tevens gebruikt om in te loggen op een advertentie op [naam website 1] met de username ‘ [naam 2] ’. Aan de seksadvertentie op de naam ‘ [naam 2] ’ zijn twee foto’s gekoppeld. Een verbalisant heeft de vrouw op de foto’s herkend als [slachtoffer] . De advertentie is op 29 oktober 2014 aangemaakt.20

Ook is er met het telefoonnummer [nummer 1] van [slachtoffer] op 27 november 2014 contact geweest met [naam website 1] om de seksadvertentie omhoog te bellen. 21

De rechtbank maakt uit het voorgaande op dat er meerdere seksadvertenties van [slachtoffer] zijn geplaatst met de contactnamen ‘ [naam 3] ’ en ‘ [naam 2] ’. Op deze advertenties is ingelogd met het IP-adres van [verdachte] en is onder contact de werktelefoon van [slachtoffer] vermeld en is het telefoonnummer van [slachtoffer] , waarvan [verdachte] volgens [slachtoffer] in de laatste periode gebruik maakte, gebruikt om de advertentie [naam website 1] omhoog te bellen.

Telefooncontacten [slachtoffer] en [verdachte]

Tussen het privénummer van [slachtoffer] en het nummer [nummer 6] is tussen 27 oktober 2014 en 27 november 2014 in totaal 59 keer contact is geweest. In de periode voor 11 oktober 2014 is er geen contact geweest met dit nummer.22

In de privételefoon van [slachtoffer] staan de telefoonnummers [nummer 6] en [nummer 7] opgeslagen onder de namen ‘ [naam 8] ’ en ‘ [naam 8] ’. [verdachte] heeft verklaard dat haar nummer [nummer 7] is.23

Tussen de privételefoon van [slachtoffer] en de nummers onder de namen ‘ [naam 8] ’ en ‘ [naam 8] ’ zijn op 24 november 2015 de volgende SMS-berichten gestuurd:24

Om 16:35.54 uur verstuurd naar ‘ [naam 8] ’ ( [nummer 6] ): Ik ben klaar.

Om 16:39.39 uur een gemiste oproep van ‘ [naam 8] ’ ( [nummer 6] ).

Om 18:14.07 ontvangen van ‘ [naam 8] ’ ( [nummer 7] ): Bel me op deze als je klaar bent.

Om 19:41 uur wordt met de privételefoon van [slachtoffer] gebeld naar [naam 8] ( [nummer 7] ).25

De rechtbank concludeert – gelet op de namen die [slachtoffer] heeft gekoppeld aan de nummers, de gesprekken die gevoerd zijn tussen de nummers en de verklaring van [verdachte] dat het nummer [nummer 7] van haar is – dat ook het nummer [nummer 6] van [verdachte] is. De rechtbank stelt dan ook vast dat er in de periode tussen 27 oktober 2014 en 27 november 2014 veelvuldig telefonisch contact heeft plaatsgevonden tussen [slachtoffer] en [verdachte] .

Telefoongegevens werktelefoon [slachtoffer]

Uit onderzoek naar de historische gegevens van de werktelefoon van [slachtoffer] ( [nummer 5] ) volgt het volgende:

  • -

    Het telefoonnummer is op 29 oktober 2014 in gebruikt genomen.

  • -

    Er is 99 keer mastcontact geweest met de masten aan de [adres 5] en [adres 6] . Deze masten staan in de omgeving van de [adres 2] (adres [verdachte]26).

  • -

    Deze contacten vonden plaats in de periode van 29 oktober 2014 tot 2 december 2014, tussen de tijdstippen 06:58 uur en 23:51 uur.

  • -

    Er is 14 keer mastcontact geweest via de mast gelegen aan het [adres 7] . Dit is een mast in de omgeving van de [adres 8] (woning [slachtoffer] ).

  • -

    Deze contacten vonden plaats in de periode van 4 november 2014 tot en met 5 december 2014, tussen de tijdstippen 20:25 uur en 10:42 uur.27

De rechtbank maakt uit het voorgaande op dat de werktelefoon van [slachtoffer] 99 keer de mast in de buurt van de woning van [verdachte] heeft aangestraald en slechts 14 keer de mast in de buurt van de woning van [slachtoffer] . Dit komt overeen met de verklaring van [slachtoffer] dat zij de werktelefoon meestal bij [verdachte] liet liggen en maar een paar keer mee naar huis heeft genomen.

Opbrengsten prostitutie

Tussen [medeverdachte 1] ( [nummer 3] ) en de privételefoon van [slachtoffer] ( [nummer 1] ) zijn volgende WhatsApp-berichten gestuurd:

2 december 2014

Bericht van [slachtoffer] :

16.28

uur: ‘maar wat doen we met dat geld? Is dat alleen van jou of samen?

Bericht van [medeverdachte 1] :

16.29

uur: (…)

‘Ik om hier goed te zitten en jij voor jezelf gewoon’ (…)

8 december 2014

Bericht van [medeverdachte 1] :

10.11

uur: ‘E zorg dat je vandaag iets pakt ik heb morgen bezoek dan moet ik zowiezo iets binnen krijgen’ (…)

19.31

uur: ‘je bent tijdverspilling als er niks binnenkomt’ 28

De rechtbank merkt op dat deze berichten weliswaar zijn gestuurd in het kader van de webcamseks verdiensten maar naar het oordeel van de rechtbank ondersteunen deze berichten de verklaring van [slachtoffer] dat [medeverdachte 1] het geld dat zij verdiende via het bezoek bij de JJI binnenkreeg.

Beoordeling van de verweren

[verdachte] heeft eerst ter terechtzitting verklaard dat zij [slachtoffer] enkel informatie heeft gegeven over het werken in de prostitutie en dat zij op verzoek van [slachtoffer] in haar woning foto’s heeft gemaakt van [slachtoffer] en [getuige 1] en dat [slachtoffer] ter plekke haar onbeveiligde Wifi omgeving heeft gebruikt voor het aanmaken van seksadvertenties. [slachtoffer] zou dit hebben gedaan met haar mobiele telefoon. Die verklaring acht de rechtbank ongeloofwaardig. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

[slachtoffer] heeft sinds 11 oktober 2014 veelvuldig contact gehad met [medeverdachte 1] . Kort nadat dit contact is begonnen, is op 27 oktober 2014 het telefonisch contact met [verdachte] begonnen. Op 29 oktober 2014 is de klantentelefoon voor het eerst gebruikt en één dag later (30 oktober 2014) is de eerste seksadvertentie van [slachtoffer] geplaatst. Gelet hierop twijfelt de rechtbank niet aan de verklaring van [slachtoffer] dat [medeverdachte 1] haar naar [verdachte] heeft gestuurd en dat zij daarna is begonnen met werken in de prostitutie onder [verdachte] .

Er zijn meerdere seksadvertenties van [slachtoffer] geplaatst. Met het IP adres van [verdachte] is ingelogd op twee seksadvertenties. De rechtbank acht de verklaring van [verdachte] dat [slachtoffer] onmiddellijk na het maken van de foto’s de seksadvertenties via haar mobiele telefoon ter plaatse, via de onbeveiligde Wifi omgeving, heeft aangemaakt onaannemelijk. Vastgesteld is dat het IP adres dat geregistreerd staat op naam van [verdachte] veelvuldig is gebruikt voor de aanmaak van seksadvertenties op diverse sekssites en van verschillende prostituees, waaronder die van [slachtoffer] .29 De rechtbank acht het onaannemelijk dat in het geval van [slachtoffer] , alleen zijzelf verantwoordelijk is voor de aanmaak van die advertentie.

De klantentelefoon van [slachtoffer] heeft 99 keer de masten in de buurt van de woning van [verdachte] aangestraald, de woning waar volgens [slachtoffer] de afspraken met klanten waren. Daarnaast heeft gedurende een maand veelvuldig telefonisch contact plaatsgevonden tussen [verdachte] en [slachtoffer] . Tijdens dit contact heeft [slachtoffer] [verdachte] een sms-bericht met de tekst ‘ik ben klaar’ gestuurd. Bijna twee uur later moest zij van [verdachte] nog een keer laten weten als zij klaar was. De rechtbank twijfelt er niet aan dat deze berichten zien op het laten weten wanneer [slachtoffer] klaar is met haar afspraken met klanten. Op geen enkele wijze is aannemelijk geworden dat [slachtoffer] en [verdachte] op andere manieren contact hadden. [verdachte] heeft daarnaast geen aannemelijke uitleg kunnen geven voor het dermate vaak aanstralen van de klantentelefoon van de masten in de buurt van haar woning. De rechtbank acht op basis hiervan bewezen dat de afspraken met klanten – in ieder geval – bij [verdachte] thuis hebben plaatsgevonden.

[slachtoffer] heeft verklaard dat zij haar winst aan [medeverdachte 1] en [verdachte] heeft gegeven. De rechtbank ziet geen reden om hieraan te twijfelen. Gelet op de hiervoor genoemde handelingen die [verdachte] heeft verricht acht de rechtbank het volstrekt ongeloofwaardig dat [verdachte] dit heeft gedaan zonder daarvoor geld te vragen.

De rechtbank gaat er daarnaast ook van uit dat het door [slachtoffer] verdiende geld ook daadwerkelijk door anderen aan [medeverdachte 1] is gegeven, gelet op de hierboven genoemde WhatsApp-berichten van [medeverdachte 1] van 2 december en 8 december 2014.

Conclusie

De rechtbank acht op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen het volgende bewezen.

[medeverdachte 1] heeft aan [slachtoffer] gevraagd geld te verdienen voor hen en gezegd dat [verdachte] haar daar mee kon helpen en dat zij kon stoppen als hij vrij zou zijn en er andere meisjes zouden werken(sub 2 en sub 5).

[verdachte] en [slachtoffer] hebben een gesprek gehad. Na het gesprek met [verdachte] , is [slachtoffer] in de prostitutie gaan werken (sub 2). [verdachte] heeft aan [slachtoffer] laten zien hoe zij de telefoon moest opnemen en uitgelegd hoe zij klanten moest ontvangen. [verdachte] heeft daarbij ook de klantentelefoon van [slachtoffer] opgenomen en (prijs)afspraken gemaakt. [verdachte] heeft (naakt)foto’s van [slachtoffer] gemaakt en deze foto’s gebruikt voor seksadvertenties (sub 5). [verdachte] heeft meerdere seksadvertenties van [slachtoffer] geplaatst waarbij verschillende werknamen worden gebruikt (sub 5). [verdachte] heeft de seksadvertentie omhoog gebeld (sub 5).

De afspraken met klanten waren in de woning van [verdachte] op het adres [adres 2] (sub 5).

[slachtoffer] heeft de winst van de prostitutie aan [verdachte] en – via anderen – aan [medeverdachte 1] gegeven (sub 8).

Oogmerk van uitbuiting

Werven (sub 2) en ertoe brengen zich beschikbaar te stellen voor prostitutie (sub 5).

De rechtbank is van oordeel dat met de hiervoor genoemde handelingen sprake is van het werven en het bewegen tot het verrichten van seksuele handelingen van een minderjarige door [medeverdachte 1] en [verdachte] . De rechtbank acht daarbij bewezen dat bij [medeverdachte 1] en [verdachte] sprake is van een oogmerk van uitbuiting nu het geld dat door [slachtoffer] door de prostitutie is verdiend en verdiend zou worden, voor hen was. De door hen verrichten handelingen waren enkel met het oog op financieel gewin.

Voordeel trekken (sub 8)

De rechtbank is van oordeel dat tevens sprake is van het voordeel trekken uit de uitbuiting van de minderjarige [slachtoffer] nu [slachtoffer] daarmee geld heeft verdiend en dat geld aan [medeverdachte 1] en [verdachte] heeft afgestaan.

Partiële vrijspraak

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende bewijs bevindt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] [slachtoffer] hebben vervoerd en overgebracht met het oogmerk van uitbuiting. De rechtbank zal [verdachte] dan ook van dat deel van het ten laste gelegde vrijspreken.

De rechtbank zal [verdachte] tevens vrijspreken van het arrangeren van een woning aan de [adres 3] . In het dossier is wel te lezen dat foto’s van [slachtoffer] in die woning zijn gemaakt en dat daar mogelijk afspraken met klanten hebben plaatsgevonden. Uit het dossier volgt echter niet dat [medeverdachte 1] of [verdachte] hierbij betrokken zijn geweest. Het enkele feit dat [slachtoffer] met [naam 9] (de toenmalige vriend van [verdachte] ) bij die woning is geweest, is daarvoor onvoldoende.

Voorts zal de rechtbank [verdachte] vrijspreken van het [slachtoffer] opdragen, althans vragen, seksueel/erotisch getinte foto's te maken van zichzelf en naar hem, de rechtbank begrijpt [medeverdachte 1] , op te sturen nu uit het dossier niet volgt dat het opsturen van de foto’s door [slachtoffer] naar [medeverdachte 1] heeft plaatsgevonden om deze foto’s te gebruiken bij de prostitutiewerkzaamheden.

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat niet bewezen kan worden dat ten aanzien van de webcamseks sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] . In de WhatsApp-berichten is te lezen dat [medeverdachte 1] zegt dat [slachtoffer] aan ‘ [naam 10] ’ moet vragen hoe zij het gedaan heeft (p. 360). De rechtbank begrijpt dat daarmee [verdachte] wordt bedoeld. In het dossier bevinden zich – naast dit WhatsApp-bericht – verder geen aanknopingspunten dat [verdachte] enige betrokkenheid heeft bij de webcamseks.

Medeplegen

De rechtbank merkt hierbij allereerst op dat zij medeplegen met medeverdachte [medeverdachte 3] niet bewezen acht nu – gelet op de verklaring van [slachtoffer] – niet is gebleken dat [medeverdachte 3] betrokkenheid bij de uitbuiting heeft gehad.

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] .

Voor een nauwe en bewuste samenwerking moet de intellectuele en/of materiële bijdrage van verdachte aan het delict van voldoende gewicht zijn. Dit kan worden beoordeeld aan de hand van onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, de aanwezigheid op belangrijke moment en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De bijdrage aan het strafbare feit kan ook worden geleverd in de vorm van verschillende gedragingen voor of tijdens of na het begaan van het strafbare feit.

[verdachte] heeft verklaard dat zij [medeverdachte 1] niet kent. De rechtbank acht het volstrekt onaannemelijk dat [medeverdachte 1] [slachtoffer] verwijst naar [verdachte] zonder dat zij elkaar kennen. Daarnaast heeft [slachtoffer] verklaard dat [verdachte] heeft gezegd dat zij een andere vriend moest zoeken als hij gemeen deed tegen haar en dat zij het geld dan zelf moest houden en dat hij zich dan maar in zijn kont moest laten neuken in de gevangenis en dat hij er dan zelf maar geld mee moest verdienen.30 Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders dan dat met haar ‘vriend’ wordt gedoeld op [medeverdachte 1] . De rechtbank twijfelt er dan ook niet aan dat [medeverdachte 1] en [verdachte] elkaar kennen.

[medeverdachte 1] heeft [slachtoffer] naar [verdachte] gestuurd om geld te verdienen. Vanaf dat moment heeft [verdachte] geregeld dat [slachtoffer] in de prostitutie is gaan werken. Zij heeft daarbij de foto’s gemaakt, seksadvertenties geplaatst, een seksadvertentie omhoog gebeld, de klantentelefoon beheerd, (prijs)afspraken gemaakt en gezorgd dat de afspraken in haar woning konden plaatsvinden. Beiden hebben vervolgens geprofiteerd van de opbrengsten uit de door [slachtoffer] verrichte prostitutie.

De rechtbank is op basis van deze handelingen van oordeel dat [verdachte] een zodanig wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het feit dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Door de doorverwijzing van [medeverdachte 1] , heeft [verdachte] geregeld dat [slachtoffer] in de prostitutie is gaan werken en hebben [medeverdachte 1] en [verdachte] zo samen de winst kunnen delen. Zonder het werk van de één, zou de ander niets kunnen doen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.

Ten aanzien van feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

[slachtoffer] is geboren op [geboortedatum 2] en minderjarig.31[verdachte] heeft in haar woning in [woonplaats] meerdere (naakt)foto’s van [slachtoffer] en van [slachtoffer] en [getuige 1] samen gemaakt.32 Dit zijn kinderpornografische foto’s.33

Op de website [naam website 2] staat een kinderpornografische afbeelding van [slachtoffer] (foto 4.1). Deze advertentie is op 30 oktober 2014 geplaatst en op 9 december 2014 stond de advertentie nog online.34

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van feit 2 gesteld dat bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen, voorhanden hebben en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen in de periode van 11 oktober 2014 tot en met 8 december 2014.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 2 aangevoerd dat verdachte er zich niet van bewust was dat de foto’s van [slachtoffer] kinderpornografische afbeeldingen zijn.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] kinderpornografische foto’s heeft vervaardigd en voorhanden heeft gehad nu zij (naakt)foto’s van [slachtoffer] heeft gemaakt. Dat [verdachte] zich niet bewust was van het feit dat de foto’s kinderpornografisch waren, doet daar niet aan af nu de leeftijd geobjectiveerd is en daarop geen opzet is vereist.

De rechtbank acht tevens bewezen dat [verdachte] kinderpornografische foto’s heeft verspreid. Op de website [naam website 3] staat een kinderpornografische foto van [slachtoffer] . [slachtoffer] heeft verklaard dat [verdachte] seksadvertenties van haar heeft geplaatst.35 Met het IP-adres van [verdachte] is ingelogd op deze advertentie.36 Zoals onder ‘feit 1’ overwogen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] degene is geweest die deze advertentie heeft geplaatst en daarmee kinderpornografische foto’s heeft verspreid.

De rechtbank heeft dan ook op basis van de wettige bewijsmiddelen de overtuiging dat [verdachte] kinderpornografische foto’s heeft vervaardigd, verspreid en in haar bezit heeft gehad in de periode van 30 oktober 2014 tot en met 8 december 2014.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 oktober 2014

t/m 27 november 2014 te Arnhem, althans in Nederland,

(lid 3 sub 1) tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

A.

een ander, te weten [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) (geboren op [geboortedatum 2] ),

(sub 2) heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

(sub 5) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel ten aanzien van die [slachtoffer] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist en/of moest vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

B.

(sub 8) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van [slachtoffer]

(roepnaam [slachtoffer] ) met of voor een derde tegen betaling terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt

immers heeft/hebben verdachte of (één van) de medeverdachte(n)

  • -

    [slachtoffer] opgedragen, althans gevraagd, om seks te hebben met anderen voor geld en/of

  • -

    [slachtoffer] opgedragen, althans gevraagd, seksueel/erotisch getinte foto's te maken van zichzelf en naar hem op te sturen en/of zelf seksueel/erotisch getinte foto's van die

[slachtoffer] gemaakt en/of

  • -

    een aantal werknamen voor [slachtoffer] aangemaakt waarmee zij als prostituee adverteerde en/of

  • -

    een of meerdere seksadvertenties gemaakt van die [slachtoffer] en die seksadvertenties op diverse sekssites geplaatst en/of

  • -

    de seksadvertenties van [slachtoffer] omhoog gebeld en/of

  • -

    die [slachtoffer] in het bezit gesteld van een of meer klantentelefoons en/of

  • -

    de klantentelefoons van die [slachtoffer] beheerd en/of

  • -

    [slachtoffer] naar klanten gebracht en/of

  • -

    een woning aan de [adres 2] en/of [adres 3] gearrangeerd waar [slachtoffer] kon verblijven en/of klanten ontvangen en/of

  • -

    het door [slachtoffer] verdiende geld ingenomen en/of door [slachtoffer] laten afdragen;

2.

zij (op één of meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 30 oktober 2014

tot en met 8 december 2014, te Arnhem, in elk geval in Nederland, 14, althans een aantal, afbeeldingen, te weten foto’s van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , geboortedatum [geboortedatum 2] , althans is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of verworven en/of in haar bezit gehad en/of verspreid, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

met een vinger/hand betasten en/of aanraken van de billen van die [slachtoffer] ,

althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

met een vinger/hand betasten van de borsten van een ander door die [slachtoffer] ,

althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsnaam [bestandsnaam 7] , vindplaats (fotonr 13))

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer] , althans een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die

[slachtoffer] , althans deze persoon gekleed is en/of poseert met een voorwerp

(een voorbinddildo) en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij

haar leeftijd past/passen en/of

(waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van

kleden van die [slachtoffer] , althans deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s

nadrukkelijk de (ontblote) billen van die [slachtoffer] , althans deze persoon in

beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekken heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam [bestandsnaam 1] (fotonr 3.1))

(bestandsnaam [bestandsnaam 2] (fotonr 3.2))

(bestandsnaam [bestandsnaam 3]

(fotonr 4.1))

(bestandsnaam [bestandsnaam 4] (fotonr 5.1))

(bestandsnaam [bestandsnaam 5] (fotonr 6.1))

(bestandsnaam [bestandsnaam 6]

(fotonr 6.2))

(bestandsnaam [bestandsnaam 6]

(fotonr 6.3))

(bestandsnaam [bestandsnaam 7] (fotonr 13))

(bestandsnaam [bestandsnaam 8] (fotonr 14))

(bestandsnaam [bestandsnaam 9] (fotonr 21.1))

(bestandsnaam [bestandsnaam 10] (fotont 21.2))

(bestandsnaam [bestandsnaam 11] (fotont 21.3))

(bestandsnaam [bestandsnaam 12] (fotonr 21.4))

(bestandsnaam [bestandsnaam 13] (fotonr 21.6)).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

mensenhandel, door twee of meer verenigde personen, ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

Ten aanzien van feit 2:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts verzocht de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht een straf op te leggen gelijk aan de tijd die de verdachte heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis, in combinatie met een (eventueel lange) werkstraf. Verdachte is net bevallen van een zoontje. Het is voor haar en haar kindje van belang dat zij thuis is.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 9 oktober 2017;

- voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 14 april 2016, 24 april 2016, 19 juli 2016, 31 oktober 2016, 7 november 2016 en 30 oktober 2017;

- een rapport van [naam 11] , GZ-psycholoog, gedateerd 11 juli 2016.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

[verdachte] heeft zich samen met [medeverdachte 1] schuldig gemaakt aan het in de prostitutie brengen en houden van een minderjarig meisje. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben het slachtoffer gebruikt om geld voor hen te verdienen. Het slachtoffer heeft gedurende een periode van zeven weken seksuele contacten gehad met andere mannen. Het geld dat zij daarmee heeft verdiend, moest zij afstaan aan [verdachte] en [medeverdachte 1] . Hierbij werd zij in de waan gelaten dat [medeverdachte 1] het geld voor haar en hem samen zou bewaren. [verdachte] heeft een groot aandeel hierin gehad doordat zij heeft gezorgd dat het slachtoffer in de prostitutie ging werken en bleef werken.

Zo heeft [verdachte] uitgelegd hoe zij klanten moest ontvangen, haar een klantentelefoon gegeven en die telefoon beheerd, foto’s gemaakt en daarmee seksadvertenties van het slachtoffer gemaakt en de afspraken geregeld. De afspraken met klanten waren in de woning van [verdachte] .

Ook heeft [verdachte] door het maken van foto’s van het slachtoffer en het aanmaken van seksadvertenties zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen, bezit en verspreiden van kinderporno.

[verdachte] heeft daarbij op grove wijze misbruik gemaakt van het aanvankelijke vertrouwen dat het slachtoffer had in [verdachte] en haar behandeld als een voorwerp waarmee geld was te verdienen. De rechtbank neemt het [verdachte] zeer kwalijk dat zij geen enkel respect voor het slachtoffer heeft getoond.

Omdat het om prostitutiewerkzaamheden gaat, is daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid en de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat wat het slachtoffer is overkomen een enorme impact gehad heeft op haar emotionele en psychische ontwikkeling. Zij is zelfs drie jaar na dato nog in therapie en het is de vraag hoe lang zij nog behandeling nodig heeft. De rechtbank rekent dit [verdachte] zeer zwaar aan. Daar komt bij dat [verdachte] degene is geweest die de naaktfoto’s van het minderjarige slachtoffer heeft gemaakt en door deze online te zetten heeft verspreid. Deze foto’s zullen op het internet blijven staan, hetgeen zeer belastend is voor het slachtoffer. De rechtbank neemt het [verdachte] daarnaast zeer kwalijk dat zij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor haar gedrag en de vergaande gevolgen die het voor het slachtoffer heeft gehad. [verdachte] heeft haar rol ter terechtzitting willen doen voorkomen als het verlenen van hulp, terwijl zij willens en wetens het slachtoffer heeft uitgebuit. De rechtbank is dan ook van oordeel dat enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor langere duur op zijn plaats is.

De rechtbank neemt daarnaast mee in haar oordeel dat [verdachte] bij arrest van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is veroordeeld voor onder meer het samen met anderen in de prostitutie brengen en houden van een minderjarige en nog in een proeftijd liep. [verdachte] heeft een kans gekregen maar ervoor gekozen deze kans niet te grijpen en door te gaan met haar praktijken. De rechtbank houdt daarnaast ook rekening met de bewezenverklaarde periode, die korter is dan bij medeverdachte [medeverdachte 1] .

Alles afwegend, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend en geboden. Deze straf is lager dan geëist door de officier van justitie omdat de rechtbank, zonder daarmee op enige wijze iets af te willen doen aan de ernst van deze zaak, rekening houdt met opgelegde straffen in vergelijkbare zaken en het tijdsverloop.

De rechtbank ziet thans geen reden om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen en zal daarom het verzoek van de officier van justitie afwijzen.

7A. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich de ter griffie van deze rechtbank op 11 mei 2016 ontvangen vordering van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland in de zaak met parketnummer 21/004035-13. In deze zaak is verdachte bij onherroepelijk geworden arrest van 24 februari 2014 van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank de feitelijke grondslag van de vordering van de officier van justitie juist. Zij zal derhalve de tenuitvoerlegging gelasten van de voorwaardelijke gevangenisstraf die aan verdachte is opgelegd bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

7B. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 17.390,75 waarvan € 2.000,- immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] hoofdelijk toe te wijzen tot het bedrag van € 17.336.23, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering nu voorafgaand aan het delict al sprake was van psychische problematiek en daardoor niet te herleiden is dat de schade door het delict is ontstaan. De benadeelde partij had al psychische problemen en is later ook weer in contact gekomen met loverboys. Het delict is niet de doorslaggevende reden dat de benadeelde partij is gestopt met haar studie. Ten aanzien van de vordering van de immateriële schade met betrekking tot kinderpornografische afbeeldingen heeft de verdediging aangevoerd dat het bedrag te hoog is.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het met betrekking tot het bewezenverklaarde schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is dusdanig onderbouwd dat deze beoordeeld kan worden. Nader onderzoek naar de psychische problematiek van de benadeelde partij is naar het oordeel van de rechtbank niet noodzakelijk.

Materiële schade

Verdeelsleutel

Een deel van de door de benadeelde partij geleden materiële schade is het gevolg van het bewezenverklaarde in de zaken van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] (een periode van negen weken) en het bewezenverklaarde in de overige zaken in het dossier [naam 12] (een periode van één week). De benadeelde partij heeft daarom de materiële schade die door deze verdachten is veroorzaakt, verdeeld naar rato van het aantal weken dat het misdrijf heeft geduurd. In de onderhavige zaak dient de materiële schade die volgens de benadeelde partij toe te rekenen is aan alle verdachten, te worden vastgesteld op 9/10 van de totale materiële schade, aldus de benadeelde partij.

Hierbij merkt de rechtbank op dat zij in de zaken van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] een kortere periode bewezen heeft verklaard waardoor de verdeelsleutel anders zal uitvallen. De totale periode betreft dan 9 weken, waarvan de bewezenverklaarde periode in de zaak van verdachte 7 weken is en in de zaak van medeverdachte [medeverdachte 1] 8 weken. De rechtbank zal dan ook bij de beoordeling van de vordering in de zaak van verdachte uitgaan van een verdeelsleutel van 7/9.

Studiekosten

Door het bewezenverklaarde heeft de benadeelde partij zich vanwege psychische problemen moeten laten uitschrijven van school. De rechtbank acht het aannemelijk dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde in de zaken van verdachte, medeverdachte en de overige verdachten in het dossier [naam 12] , heeft moeten stoppen met haar studie en dat daarmee sprake is van een causaal verband. Dat de benadeelde partij voorafgaand aan het bewezenverklaarde spijbelde doet niet af aan dat oordeel nu de benadeelde partij ondanks het spijbelen wel haar studie heeft voortgezet.

Nu de schadepost naar het oordeel van de rechtbank voldoende is onderbouwd, is zij van oordeel dat de vordering met betrekking tot deze schadepost, zijnde € 16.000, kan worden toegewezen.

Studieboeken

Voor de studie van de benadeelde partij zijn studieboeken aangeschaft. Door het gedwongen stoppen van de studie heeft de benadeelde partij geen gebruik kunnen maken van haar studieboeken. Deze gedane investering komen ten laste van de verdachten. Dat de studieboeken door de vader van de benadeelde partij zijn betaald, doet daar niet aan af nu deze boeken voor de benadeelde partij zijn gekocht en haar eigendom zijn. Deze kosten komen dan ook voor vergoeding in aanmerking.

De schadepost is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vordering met betrekking tot deze schadepost, zijnde € 736,26, kan worden toegewezen.

Medische kosten

De benadeelde partij heeft een vergoeding gevraagd voor medicatie voor een SOA. Nu het onduidelijk is wanneer de benadeelde partij deze SOA heeft opgelopen en zij ook voor de bewezenverklaarde periode onveilige seks heeft gehad, zal de rechtbank de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Telefoon

De telefoon van de benadeelde partij is in beslag genomen waardoor zij geen gebruik heeft kunnen maken van haar abonnement. Doordat zij daar geen gebruik meer van haar abonnement heeft kunnen maken, heeft de benadeelde partij schade geleden. De rechtbank acht de schadepost voldoende onderbouwd en toewijsbaar tot een bedrag van € 304,-.

De totale materiële schade betreft € 17.040,26 euro, waarvan (7/9) is toe te rekenen aan verdachte: € 13.253,54.

Immateriële schade ten aanzien van feit 1

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat.

Het misdrijf dat de benadeelde partij is overkomen, heeft een zeer grote impact op haar gehad. De benadeelde partij heeft langere periode, onder invloed van verdachte en medeverdachte, als minderjarige, in de prostitutie gewerkt, en al haar verdiende geld daarvoor aan hen moeten afstaan. Zij is op sekssites geplaatst en heeft in deze periode ook meerdere seksuele contacten gehad. De benadeelde partij is – drie jaar na het voorval – nog in therapie voor haar psychische klachten ten gevolge van het bewezenverklaarde. Door dit allemaal is de benadeelde partij ‘anderszins’ in haar persoon aangetast, doordat een vergaande inbreuk is gemaakt op haar persoonlijke en lichamelijke integriteit. Dit is aan verdachte en haar mededaders toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, zal ten aanzien van de immateriële schade -die het slachtoffer door toedoen van verdachte heeft geleden- een bedrag van € 2.000,- worden toegekend.

Immateriële schade ten aanzien van feit 2

De rechtbank is van oordeel dat het maken en verspreiden van de kinderpornografische foto’s is gedaan in het kader van de seksuele uitbuiting. Daarvoor is een bedrag van immateriële schadevergoeding toegekend. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het niet mogelijk is om voor het maken en verspreiden van de kinderporno apart een schadevergoeding te vragen. De rechtbank zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

In het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden, nu beoordeling daarvan een nadere onderbouwing zou vergen, hetgeen een onredelijke belasting van het strafproces zou betekenen.

Nu de schadeposten op meerdere momenten zijn ingetreden, zal de rechtbank een datum kiezen in het midden van de periode waarin de schadeposten zijn ontstaan. De gevorderde wettelijke rente is daarom toewijsbaar vanaf 1 december 2015.

De rechtbank zal verdachte hoofdelijk met medeverdachte [medeverdachte 1] veroordelen tot betaling aan de benadeelde partij van de toewijsbare schadevergoeding. Dit betekent dat de verdachte niet meer tot vergoeding gehouden is indien en voor zover de toegewezen schadevergoeding door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

Verder ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte – eveneens hoofdelijk met medeverdachte – op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14g, 24c, 27, 36f, 57, 63, 240b en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden voorwaardelijk opgelegd bij arrest van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 24 februari 2014, onder parketnummer 21/004035-13.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag van

€ 15.253,54 (vijftienduizend tweehonderd drieënvijftig euro en vierenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader [medeverdachte 1] het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

Maatregel van schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover [medeverdachte 1] het betreffende schadebedrag heeft betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd - de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 15.253,54 (vijftienduizend tweehonderd drieënvijftig euro en vierenvijftig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 111 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Barrau, voorzitter, mr. H.G. Eskes en mr. C.E.W. van de Sande, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.G.A. Luijckx, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 december 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, Dienst Regionale Recherche, Afdeling vreemdelingenpolitie Identificatie en Mensenhandel (AVIM), opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer BVH-nr. [nummer 8] ( [naam 12] - [nummer 9] ), gesloten op 24 augustus 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces verbaal van bevindingen, p. 85.

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] d.d. 19 januari 2015, p. 101

4 Proces-verbaal van aangifte d.d. 19 januari 2015, p. 116.

5 Proces-verbaal van aangifte d.d. 19 januari 2015, p. 101.

6 Proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 19 januari 2015, p. 116.

7 Proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 19 januari 2015, p. 117-118

8 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] d.d. 19 januari 2015, p. 101.

9 Proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 19 januari 2015, p. 116-118; proces-verbaal van aangifte d.d. 19 januari 2015, p. 102.

10 Proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 19 januari 2016, p. 117.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 400.

12 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 134.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 399-400.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 334.

15 Proces-verbaal van bevindingen gesprek [getuige 2] , p. 329-330.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 442-443.

17 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p.193, 197.

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 204.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 203 -204.

20 Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, p. 468; proces-verbaal vordering verstrekking gebruikersgegevens (Internet) ex art 126na Sv, p. 474; proces-verbaal van bevindingen, p. 476; proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, p. 479.

21 Proces verbaal van bevindingen, p. 335.

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 334.

23 Proces-verbaal van bevindingen, p. 590.

24 Proces-verbaal van bevindingen, p. 3472-3473, 3489-3490; proces-verbaal van bevindingen, p. 315.

25 Proces-verbaal van bevindingen, p. 563; proces-verbaal van bevindingen, p. 590.

26 Proces-verbaal, algemeen dossier, p. 36.

27 Proces-verbaal van bevindingen, p. 235, 237.

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 361.

29 Proces-verbaal van bevindingen. p. 476 en 477

30 Proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 19 januari 2016, p. 118.

31 Proces-verbaal van bevindingen, p 85.

32 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 november 2017.

33 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 674-677.

34 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 674; proces-verbaal van bevindingen, p. 203-204.

35 Proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 19 januari 2015, p. 117.

36 Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, p. 468; proces-verbaal vordering verstrekking gebruikersgegevens (Internet) ex art 126na Sv, p. 474.