Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6504

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-12-2017
Datum publicatie
18-12-2017
Zaaknummer
05/740386-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot inbraak in Zwolle, twee pogingen tot inbraak in Apeldoorn en een voltooide inbraak in Apeldoorn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/740386-17

Datum uitspraak : 18 december 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats]

op dit moment gedetineerd te [detentieadres]

raadsman: mr. T. Kocabas, advocaat te Zoetermeer.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 december 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 23 augustus 2017 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 1] , weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming, als volgt heeft gehandeld, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededaders:

- getracht een of meerdere (tuin)deuren open te breken en/of

- getracht een (keuken)deur open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 23 augustus 2017 te Zwolle ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 1] weg te nemen, goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn mededaders en/of verdachte, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming, immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] :

- getracht een of meerdere (tuin)deuren open te breken en/of

- getracht een (keuken)deur open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 augustus 2017 te Zwolle in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] met een auto te vervoeren en/of

- op de uitkijk te staan;

2.

hij op of omstreeks 23 augustus 2017 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 2] , weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming, als volgt heeft gehandeld, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededaders:

- raamhendels van een (keuken)(raam)kozijn verwijderd en/of losgemaakt en/of

- het (keuken)raam opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

Primair

hij op of omstreeks 23 augustus 2017 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 3] , weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming, als volgt heeft gehandeld, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededaders:

- getracht een schuifpui open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 23 augustus 2017 te Apeldoorn ter uitvoering van het door die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan [adres 3] weg te nemen, goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn mededaders en/of verdachte, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming, immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] :

- getracht een schuifpui open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 augustus 2017 te Apeldoorn in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] met een auto te vervoeren en/of

- op de uitkijk te staan;

4.

hij op of omstreeks 23 augustus 2017 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 4] , heeft weggenomen:

- een muntstuk (te weten: een gouden tientje) en/of

- een of meerdere dollars en/of

- een of meerdere sieraden (te weten: ringen, armbanden, bedels, oorbellen en/of kettingen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle tenlastegelegde feiten. De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte in alle gevallen kan worden aangemerkt als medepleger.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er bij de feiten 1 en 3 sprake was van medeplichtigheid. Verdachte heeft geen uitvoeringshandelingen gepleegd zoals in de tenlastelegging omschreven. Ook was er geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Zo hebben verdachten geen afspraken gemaakt over een rolverdeling. Daarnaast heeft verdachte geen invloed gehad op wat zich bij de woningen afspeelde.

Voor feit 2 heeft de raadsman verzocht om vrijspraak. Dat verdachte bij de woning heeft aangebeld is onvoldoende om van medeplegen te kunnen spreken. Verdachte heeft geen betrokkenheid gehad bij andere uitvoeringshandelingen en eventuele gemaakte afspraken. Ook heeft hij geen invloed gehad op wat zich bij de woning afspeelde.

Ook voor feit 4 heeft de raadsman om vrijspraak verzocht. Op het moment dat verdachte op de camerabeelden te zien was, was er nog geen sprake van een inbraak. Er kan enkel bewezen worden dat verdachte in de auto heeft gezeten.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 23 augustus 2017 zag dat de houten schuttingdeur van zijn woning aan de [adres 1] te Zwolle open stond. Hij had de deur zelf op slot gedraaid eerder op de dag. Ook zag hij dat van de twee openslaande tuindeuren het kozijn vernield dan wel beschadigd was. Aangever is naar binnen gelopen en zag dat men niet binnen was geweest.2

Verdachte heeft verklaard dat hij als chauffeur fungeerde. Hij is in de auto blijven zitten. Zijn twee medeverdachten zijn naar de woning gegaan.3

Ten aanzien van feit 2

[aangeefster] heeft verklaard dat ze op 23 augustus 2017 bij de woning van haar zus en zwager aan de [adres 2] in Apeldoorn is geweest nadat ze was gewaarschuwd dat er vreemde personen bij de woning waren gezien. Ze zag dat het keukenraam open stond en dat het raamhendeltje los in de gootsteen lag. Ook was het houten raamkozijn beschadigd. Ze zag dat binnen alles nog netjes was.4

Verdachte heeft verklaard dat hij bij de woning heeft aangebeld om te controleren of de bewoners thuis waren.5

Ten aanzien van feit 3

Aangeefster [slachtoffer 3] heeft verklaard dat ze op 23 augustus 2017 thuis kwam in haar woning aan de [adres 3] in Apeldoorn. Ze zag dat de schuifpui ontzet was en dat er braakschade zat aan de buitenkant van de schuifpui. Ze miste geen goederen.6

Verdachte heeft verklaard dat hij in de auto op medeverdachten zat te wachten die naar de woning zijn gegaan.7

Ten aanzien van feit 4

Aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij op 23 augustus 2017 thuiskwam in zijn woning aan het [adres 4] in Apeldoorn. Hij zag dat het draai/kiepraam van de slaapkamer op de begane grond opengebroken was.8 Er zijn goederen weggenomen waaronder een gouden tientje, ringen, armbanden, kettingen, oorknopjes, bedels9 en dollars.10

Verdachte heeft verklaard dat hij tijdens deze inbraak in de auto is blijven zitten.11

Gelet op bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte een rol heeft gespeeld bij alle pogingen tot inbraak en de voltooide inbraak. Dit is ook door verdachte bekend. De vraag die de rechtbank echter nog moet beantwoorden is of verdachte als medeplichtige of als medepleger kan worden aangemerkt.

Nauwe en bewuste samenwerking

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte in alle gevallen als medepleger van alle 4 tenlastegelegde feiten moet worden beschouwd. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Voor medeplegen van een strafbaar feit is vereist dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de betrokken personen. Daarnaast moet de van medeplegen verdachte persoon een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan de gepleegde delicten.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij bij elke poging tot inbraak en de voltooide inbraak wist dat zijn medeverdachten in zouden breken.12 Ter zitting heeft hij verklaard dat hij zich niet gedwongen voelde om mee te doen met de inbraken. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft zelfs verklaard dat hij, verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] gezamenlijk hebben besloten om inbraken te plegen.13 De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan deze verklaringen. Zij gaat er in haar beoordeling daarom vanuit dat verdachten gezamenlijk hebben besloten om in te breken. Ze zijn met de auto naar het eerste adres gereden en ook steeds weer naar de auto teruggekeerd na de incidenten. Tussen het eerste en het vierde incident zat niet meer dan ongeveer 2 uur. Kort daarna zijn zij gezamenlijk aangehouden.

Naast het gezamenlijke plan om de inbraken te plegen heeft verdachte een cruciale rol gespeeld door bij alle feiten als chauffeur te fungeren. Bij feit 2 en feit 4 was zijn rol nog groter dan dat. Verdachte heeft bij de woning aan de [adres 2] (feit 2) aangebeld om te controleren of de bewoners thuis waren. Bij het [adres 4] (feit 4) is hij uit de auto gestapt en naar de woning gegaan. Uit camerabeelden blijkt immers dat een man, die precies dezelfde kleding droeg als verdachte tijdens zijn verhoor, de oprit van perceel [X] van het [adres 4] in Apeldoorn op liep.14 De stelling van de raadsman dat er nog geen sprake was van een inbraak toen verdachte op de beelden te zien was en daarom alleen bewezen kan worden dat verdachte in de auto heeft gezeten, kan verdachte niet baten, omdat hij als medepleger van de voltooide inbraak is aangemerkt.

Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte nauw en bewust met zijn medeverdachten heeft samengewerkt.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten onder 1 primair, 2, 3 primair en 4 heeft begaan, te weten dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 23 augustus 2017 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 1] , weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming, als volgt heeft gehandeld, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededaders:

- getracht een of meerdere (tuin)deuren open te breken en/of

- getracht een (keuken)deur open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 23 augustus 2017 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 2] , weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming, als volgt heeft gehandeld, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededaders:

- raamhendels van een (keuken)(raam)kozijn verwijderd en/of losgemaakt en/of

- het (keuken)raam opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

Primair

hij op of omstreeks 23 augustus 2017 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 3] , weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming, als volgt heeft gehandeld, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededaders:

- getracht een schuifpui open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 23 augustus 2017 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 4] , heeft weggenomen:

- een muntstuk (te weten: een gouden tientje) en/of

- een of meerdere dollars en/of

- een of meerdere sieraden (te weten: ringen, armbanden, bedels, oorbellen en/of kettingen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en verbreking, inklimming.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 telkens:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gevraagd om een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen. Ook een voorwaardelijke straf ligt naar het oordeel van de verdediging in de rede.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 15 november 2017.

Verdachte heeft met twee medeverdachten meerdere malen op één dag geprobeerd om in te breken, waarbij het de vierde keer is gelukt. Verdachte en medeverdachten zijn pas gestopt toen ze op heterdaad werden betrapt. Een dergelijke serie inbraken (en pogingen daartoe) zorgt voor onrust in een stad en een wijk. Dit geldt niet alleen voor de eigenaren van de desbetreffende woningen, maar ook voor omwonenden. Een woning behoort een veilige plek te zijn voor haar bewoners. Het heeft een grote impact op de bewoners als er in hun woning wordt ingebroken. Verdachten hebben zich hier geen rekenschap van gegeven en uit eigen financieel belang de (pogingen tot) inbraken gepleegd.

De rechtbank heeft bij het opleggen van de straf aansluiting gezocht bij de LOVS oriëntatiepunten voor straftoemeting, waarbij als oriëntatiepunt voor een woninginbraak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden geldt. Het plegen van de feiten in vereniging werkt strafverhogend. Daarnaast heeft de rechtbank zich er rekenschap van gegeven dat verdachte een blanco strafblad heeft.

De richtlijnen van het openbaar ministerie gaan uit van een hogere gevangenisstraf voor een woninginbraak. De rechtbank komt daarom tot een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist. Zij legt aan verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

8. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 2] (feit 2) en [slachtoffer 4] (feit 4) hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Door [slachtoffer 2] wordt gevorderd een bedrag van € 250,--. Door [slachtoffer 4] wordt gevorderd een bedrag van € 2.100,--.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de door [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] gevorderde schade toe te wijzen. Tevens heeft de officier van justitie verzocht dat de schadevergoedingsmaatregelen ex artikel 36f worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft naar voren gebracht dat de vorderingen bij een vrijspraak moeten worden afgewezen of partijen niet-ontvankelijk in hun vordering moeten worden verklaard. Mocht de rechtbank toch tot een bewezenverklaring komen dan stelt de verdediging zich op het standpunt dat de vordering van [slachtoffer 2] voldoende is onderbouwd en derhalve kan worden toegewezen.

Voor de vordering van [slachtoffer 4] geldt dit niet. Er ontbreken aankoopnota’s en in het expertiserapport van [verzekering X] zijn de schadeposten niet gespecificeerd. De verdediging heeft daarom verzocht om deze vordering ook bij een bewezenverklaring niet toe te wijzen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen is gebleken, vast komen te staan dat benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade hebben geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

[slachtoffer 2]

De rechtbank zal de door benadeelde partij [slachtoffer 2] gevorderde schade van € 250,-- voor het herstellen van het keukenraam en het kozijn toewijzen.

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag met inbegrip van de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2017 ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan.

[slachtoffer 4]

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van [slachtoffer 4] onvoldoende is onderbouwd. Er bevinden zich geen aankoopnota’s in het dossier van de gestolen goederen. Daarnaast vermeldt [verzekering X] in haar expertiserapport een schadebedrag van € 7.100,-- waarvan [verzekering X]

€ 5.000,-- heeft vergoed. Deze schadebedragen worden echter niet nader gespecificeerd. De rechtbank zal benadeelde partij [slachtoffer 4] daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

- bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 5 (vijf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van de voorwaarde dat verdachte zich niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de proeftijd drie jaren bedraagt;

- beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2]

De rechtbank:

 veroordeelt veroordeelde ten aanzien feit 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 250,-- (tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van € 250,-- (tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 5 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 4]

 de rechtbank verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Vermeulen (voorzitter) mr. C. Kleinrensink, mr. B.F.M. Klappe (rechters), in tegenwoordigheid van mr. E. Bruinsma-Visscher (griffier) en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 december 2017.

mr. Vermeulen is buiten staat dit vonnis mede te onderteken.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [naam] , hoofdagent, Generalist Tactische Opsporing van de districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 20170914.1239, gesloten op 28 september 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1] , p. 146

3 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 december 2017.

4 Proces-verbaal van aangifte [aangeefster] , p. 160 en 161.

5 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 december 2017.

6 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , p. 199.

7 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 december 2017.

8 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] , p. 215 en 216.

9 Bijlage goederen bij proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] , p. 217 en 218.

10 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 4] , p. 219.

11 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 december 2017.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 58.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 99.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 237.