Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6304

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-01-2017
Datum publicatie
05-05-2019
Zaaknummer
4736512 \ CV EXPL 16-624 \ 574
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

4736512 \ CV EXPL 16-624 \ 574

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonni s

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 4736512 \ CV EXPL 16-624 \ 574
uitspraak van 25 januari 2017

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap NC-Systems B.V.

gevestigd te Dirkshorn

eisende partij

gemachtigde mr. R.J. Oost

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eiland van Maurik B.V.

gevestigd te Maurik

gedaagde partij

gemachtigde Das Rechtsbijstand Amsterdam.

Partijen worqen hierna NC-Systems en Eiland van Maurik genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 4 mei 2016 en de daarin genoemde processtukken

het proces-verbaal van getuigenverhoor aan de kant van NC-Systems van 6 september 2016

het proces-verbaal van getuigenverhoor aan de kant van NC-Systems van 21 november 2016

de brief van 29 november 2016 van Eiland van Maurik waarin zij schrijft afte zien van het horen van getuigen

de brief van 19 december 2016 waarin NC-Systems schrijft afte zien van het nemen van een conclusie na enquête

de conclusie na getuigenverhoor aan de kant van Eiland van Maurik van 4 januari 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling van het geschil

2.1.

De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van

4 mei 2016 (hierna: het tussenvonnis). In dit vonnis is NC-Systems in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat zij van Eiland van Maurik opdracht heeft gekregen tot het verrichten van de werkzaamheden en het leveren van de zaken zoals door NC-Systems aan Eiland van Maurik gefactureerd op 20 mei 2015.

2.2.

Tijdens de comparitie van partijen op 4 april 2016 zijn, vooruitlopend op de bewijsopdracht, reeds twee getuigen gehoord: [naam getuige 1] , bestuurder van NC­ Systems, en [naam getuige 2] , bestuurder van Eiland van Maurik. Vervolgens is na het tussenvonnis aanvullend [naam getuige 3] gehoord, medewerker van het bedrijf dat voorheen [naam bedrijf] heette.

2.3.

De bewijsopdracht kent twee elementen die elkaar overlappen: 1) vallen de door NC- Systems in april 2015 uitgevoerde werkzaamheden onder de eerdere opdracht uit 2014 of is er sprake van een afzonderlijke opdracht? En 2) is NC-Systems de directe opdrachtnemer

van Eiland van Maurik of slechts indirect via [Naam B.V. 1] (Hierna [Naam B.V. 1] ).

2.4.

Getuige [naam getuige 2] heeft, voor zover relevant, het volgende verklaard:

Ik heb in april 2015 gebeld met [naam getuige 3] , wij zouden een nieuw kassasysteem krijgen en ik wilde weten hoe we de inlogpagina van het wifi zouden kunnen omzeilen voor de kassa's. Wat mij betreft was dit een instellingskwestie, Het betrof kassa's voor de horeca en hier was al werkend wifi. (... ) [naam getuige 3] kon geen antwoord geven, maar zei dat ik zo spoedig mogelijk weer zou horen.

Ik werd vervolgens teruggebeld door [naam getuige 1] . Dit was nog dezelfde dag, of de dag erop. Hij zei dat hij gehoord had dat wij wilden dat er wifi gemaakt zou worden, dat de kassa's konden draaien op de wifi. Hij zei dat hij dat voor mij in orde kon maken. Ik heb toen gezegd dat ik het graag vóór het weekend wilde. Er is niet gesproken over prijzen of over naar wie de factuur zou moeten. Ook is niet gesproken over of er überhaupt kosten mee gemoeid zouden zijn. (... )

Ik heb met [naam getuige 1] besproken dat een gescheiden netwerk de beste oplossing zou zijn.

2.5.

Getuige [naam getuige 1] heeft, voor zover relevant, het volgende verklaard:

Ik werd gebeld in april 2015 door [naam getuige 3] , van [Naam B.V. 1] om contact op te nemen met Eiland van Maurik B.V. Het had haast. Ik heb op 17 april 2015 telefonisch gesproken met de heer [naam getuige 2] van Eiland van Maurik. Hij wenste wifi in de horeca om een nieuwe, nog te installeren, kassasysteem op te laten draaien.

2.6.

[naam getuige 3] heeft, voor zover relevant, het volgende verklaard:

Op 16 april 2015 kreeg ik een telefoontje van dhr. [naam getuige 2] van Eiland van Maurik met het verzoek om een aansluiting voor het nieuwe kassasysteem in de horeca. Hij belde mij op een donderdag en zei dat het op dinsdag daarna geregeld moest zijn.

[naam getuige 2] vertelde mij dat er een aparte lijn nodig was voor de dataverbinding met de pinautomaten. Ik zei tegen hem dat ik daarvan onvoldoende kennis had en dat ik het zou terugkoppelen naar NC-Systems. Ik heb tegen [naam getuige 2] gezegd dat ik Van [naam getuige 1] zou bellen en zou kijken of ik het kon regelen.(... )

Ik heb [naam getuige 1] gebeld en hem de situatie uitgelegd. Ik heb verteld dat Eiland van Maurik een aparte lijn nodig had voor hun nieuwe kassasysteem en dat er haast bij was. [naam getuige 1] vertelde mij dat dat waarschijnlijk wel mogelijk was en dat hij contact zou opnemen met [naam getuige 2] voor de details (... ).

Nadat [naam getuige 1] contact had gehad met [naam getuige 2] heeft hij mij diezelfde dag een mail gestuurd. Ik heb die mail bij mij(...).

Het was de bedoeling dat NC-Systems een monteur zou sturen en ook [Naam B.V. 1] . Wie precies wat heeft gedaan weet ik niet. (... ). Ik weet niet of er door NC-Systems en/of [Naam B.V. 1] ook materialen zijn geleverd. Tijdens de telefoongesprekken met [naam getuige 2] en Van [naam getuige 1] is bij mijn weten niet over kosten gesproken. Ik weet wel dat NC-Systems een eigen factuur aan Eiland van Maurik heeft gestuurd voor bovenstaande aanpassingen en [Naam B.V. 1] ook.(... )

Volgens mij viel de klus in april 2015 niet onder het project uit 2014. Het ging om een heel apart werk voor het nieuwe kassasysteem.

De factuur die [Naam B.V. 1] voor de klus in 2015 aan Eiland van Maurik heeft gestuurd is niet betaald.

In de door [naam getuige 3] overgelegde e-mail van [naam getuige 1] aan hem van 16 april 2015 staat, voor zover relevant:

Ik heb [naam getuige 3] gesproken. Ze komen a.s dinsdag al van het kassa systeem...

Hij begrijpt dat er nieuwe professionele accesspoints nodig zijn. Wij kunnen de Lancom's configureren zodat er twee gescheiden draadloze netwerken met elk hun eigen SSID.

2.7.

Getuige [naam getuige 1] is partijgetuige als bedoeld in artikel 164 Rv. Nu NC- Systems bepaalde feiten dient te bewijzen, kan zijn verklaring geen bewijs in haar voordeel opleveren, tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs.

2.8.

De kantonrechter is van oordeel dat uit de getuigenverklaringen volgt dat er sprake is van een afzonderlijke opdracht in 2015 inhoudende dat er een gescheiden draadloos netwerk voor het nieuwe kassasysteem moest komen en dat het kassasysteem daarop moest worden aangesloten. Ook zitten er stukken in het dossier die dit ondersteunen. De overeenkomst uit 2014 betrof hoofdzakelijk het aanleggen van wifi op het park. Nu het gaat om een nieuw kassasysteem is het zeer onwaarschijnlijk dat de aansluiting daarvan reeds in de overeenkomst van 2014 zou zijn begrepen. Ook overtuigt de door [naam getuige 3] overgelegde e-mail van 16 april 2015 de kantonrechter dat er wel degelijk tussen [naam getuige 1] en [naam getuige 2] is gesproken over de aard van de werkzaamheden. Niet valt in te zien waarom [naam getuige 1] vlak na het gesprek, dus ruim voordat dit geschil speelde, in strijd met de waarheid zou e-mailen aan [naam getuige 3] over de inhoud van het gesprek. NC-Systems is dus geslaagd in het leveren van het bewijs van het hiervoor onder 1) genoemde element van de bewijsopdracht. Het betreft een nieuwe opdracht van Eiland van Maurik waarvoor zij dient te betalen. Het tweede element van de bewijsopdracht behelst de vraag aan wie zij dient te betalen.

2.9.

De kantonrechter acht NC-Systems ook geslaagd in de bewijslevering van het element hiervoor onder 2) genoemd in die zin dat zij de directe opdrachtnemer van Eiland van Maurik was. Hiervoor redengevend is:

- de verklaring van [naam getuige 3] dat hij in het telefoongesprek aan [naam getuige 2] heeft gezegd dat hij daarvan onvoldoende kennis had en het zou terugkoppelen aan NC-Systems

- het feit dat NC-Systems vervolgens rechtstreeks contact heeft gehad met Eiland van Maurik over wat precies de bedoeling was. Dit blijkt uit de e-mail die getuige [naam getuige 3] heeft overgelegd. Hierin staat gedetailleerd en uitgebreid beschreven wat er besproken is tussen Eiland van Maurik en NC-Systems

- de e-mail van [naam projectmanager] bij [Naam B.V. 1] , van 17 september 2015

die bij de stukken zit en waarin hij schrijft dat de door NC-Systems aan Eiland van Maurik verstuurde rekening inderdaad direct aan Eiland van Maurik verstuurd diende te worden

- gesteld noch gebleken is dat NC-Systems en [Naam B.V. 1] voor dezelfde werkzaamheden in 2015 hebben gefactureerd. Zij hebben wel beiden een factuur gestuurd, maar zij hebben blijkens de verklaring van getuige [naam getuige 3] ook beiden werkzaamheden in 2015 voor Eiland van Maurik verricht. Van twee keer factureren voor hetzelfde is dus geen sprake. Uit deze feiten en omstandigheden volgt dat er sprake is van aanbod en aanvaarding tussen NC-Systems en Eiland van Maurik en daarmee van een mondelinge overeenkomst, tot stand gekomen tijdens het telefoongesprek van 16 april 2015 tussen [naam getuige 1] en [naam getuige 2] . NC-Systems mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat Eiland van Maurik haar een opdracht gaf tot het aansluiten van het nieuwe kassasysteem op het wifinetwerk en daarbij te zorgen voor een, van het netwerk dat de klanten gebruiken, gescheiden netwerk. Dat een en ander niet op schrift is gekomen doet daar niet aan af en vindt zijn verklaring in de onbetwiste spoedeisendheid van de opdracht.

2.10.

Vervolgens heeft Eiland van Maurik nog een beroep op een opschortingsrecht gedaan in verband met klachten over het wifi netwerk en dan met name mast 4 en 5. Nu deze klachten geen betrekking hebben op de werkzaamheden van NC-Systems waarvan nu betaling wordt gevorderd, komt Eiland van Maurik geen opschortingsrechtjegens NC­ Systems toe. De vordering zal daarom worden toegewezen evenals de gevorderde wettelijke handelsrente over de hoofdsom. Voor rente over rente is geen grondslag aangevoerd. Deze zal daarom worden afgewezen.

2.11.

NC-Systems maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat NC-Systems voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten ad€ 635,67 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat deze kosten al zijn betaald.

2.12.

Eiland van Maurik wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. In deze procedure zijn de gemachtigden op 6 september 2016 verschenen voor het horen van getuige [naam getuige 3] . De getuige was echter niet op de juiste wijze opgeroepen door NC-Systems. Om die reden krijgt NC-Systems een punt minder salaris toegewezen dan zij anders zou hebben gekregen en wordt geen punt gerekend voor de zitting van 6 september 2016.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt Eiland van Maurik om aan NC-Systems te betalen een bedrag van € 6.174,69 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom ad € 5.213,37 vanaf 5 januari 2016 tot aan de dag van volledige betaling; ·

3.2.

veroordeelt Eiland van Maurik in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van NC-Systems begroot op€ 82,75 aan dagvaardingskosten,€ 471,-- aan griffierecht en € 375,-- aan salaris voor de gemachtigde;

3.3.

verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2017