Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6265

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
05-12-2017
Datum publicatie
06-12-2017
Zaaknummer
05/861015-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een vrouw uit Hattemerbroek veroordeeld vanwege verduistering van PGB-gelden en het valselijk opmaken van verantwoordingsformulieren. Aan haar werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een werkstraf van 240 uur opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

4

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/861015-13

Datum uitspraak : 5 december 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte 1]

geboren op [geboortedatum] 1974 te [woonplaats 2] ,

wonende te [adres] .

raadsman: mr. M.A.D. Kok, advocaat te Ermelo.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 november 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 maart 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (van in totaal euro 28.639,56), in elk geval (telkens) een of meer

goed(eren)/geldbedrag(en) (PGB-uitkeringen/verstrekkingen ten name van [slachtoffer 1] ), dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehorende(n) aan [slachtoffer 1] en/of het [centrum] en/of gezinshuis " [gezinshuis] ", in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren)/geldbedrag(en) verdachte (telkens) uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking (bij [slachtoffer 1] ) of van haar beroep of tegen geldelijke vergoeding onder zich had, te weten als beheerder van/gevolmachtigde tot/gerechtigde op

bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] (ten name van [slachtoffer 1] ) en/of als bezitter/houder, in elk geval anders dan door misdrijf (telkens) onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 21 juli 2011 tot en met 13 februari 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland een (of meer) geschrift(en), namelijk

-het Verantwoordingsformulier PGB-AWBZ 2011 over de periode 01-01-2011 tot en met

30-06-2011 (voor budgethouder [slachtoffer 1] ) en/of

-het Verantwoordingsformulier PGB(-AWBZ) 2011 over de periode 01-07-2011 tot en met

31-12-2011 (voor budgethouder [slachtoffer 1] )

althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen -bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, op dat/die verantwoordingsformulier(en) verdachte haar handtekening/paraaf heeft gezet waar de PGB-budgethouder moet ondertekenen;

3.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op of omstreeks 11 november 2011, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 augustus 2011 tot en met 10 januari 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (van in totaal euro 2914,88), in elk geval (telkens) een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (PGB-uitkeringen/verstrekkingen ten name van [slachtoffer 2] ), dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehorende(n) aan [slachtoffer 2] en/of het [centrum] , in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren)/geldbedrag(en) verdachte (telkens) uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking (bij [slachtoffer 2] ) of van haar beroep of

tegen geldelijke vergoeding onder zich had, te weten als beheerder van/gevolmachtigde tot/gerechtigde op bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] (ten name van [slachtoffer 2] ) en/of als bezitter/houder, in elk geval anders dan door misdrijf (telkens) onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 maart 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (van in totaal euro 2902,24), in elk geval (telkens) een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (PGB-uitkeringen/verstrekkingen ten name van [slachtoffer 3] ), dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehorende(n) aan [slachtoffer 3] en/of het [centrum] , in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren)/geldbedrag(en) verdachte (telkens) uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking (bij [slachtoffer 3] ) of van haar beroep of tegen geldelijke vergoeding onder zich had te weten als beheerder van/gevolmachtigde tot/gerechtigde op bankrekeningnummer [rekeningnummer 3] (ten name van [slachtoffer 3] ) en/of als bezitter/houder, in elk geval anders dan door misdrijf (telkens) onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

5.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 20 september 2011 tot en met 9 maart 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland een (of meer) geschrift(en), namelijk

-het Verantwoordingsformulier PGB-AWBZ 2011 over de periode 01-03-2011 tot en met

30-06-2011 (voor budgethouder [slachtoffer 3] ) en/of

-het Verantwoordingsformulier PGB-AWBZ 2011 over de periode 01-07-2011 tot en met

31-12-2011 (voor budgethouder [slachtoffer 3] )

althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, en/of daarvan opzettelijk gebruik heeft gemaakt als was/waren het/ze echt en onvervalst

-bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, op dat/die verantwoordingsformulier(en) verdachte haar handtekening/paraaf heeft gezet waar de PGB-budgethouder moet ondertekenen

-en bestaande dat gebruik maken hierin dat zij, verdachte het/de voornoemde valse/vervalste verantwoordingsformulier(en) heeft doen toekomen en/of verzonden en/of ingediend en/of heeft laten toekomen en/of laten verzenden en/of laten indienen bij/aan [zorgkantoor] ;

6.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2011 tot en met 31 januari 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (van in totaal euro 16.726,69), in elk geval (telkens) een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (PGB-uitkeringen/verstrekkingen ten name van [slachtoffer 4] ), dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehorende(n) aan [slachtoffer 4] en/of gezinshuis " [gezinshuis] ", in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte welk(e) goed(eren)/geldbedrag(en) verdachte (telkens) uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking (bij [slachtoffer 4] ) of van haar beroep of tegen geldelijke vergoeding onder zich had, te weten als beheerder van/gevolmachtigde tot/gerechtigde op bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] (ten name van [slachtoffer 4] ) en/of als bezitter/houder, in elk geval anders dan door misdrijf (telkens) onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

7.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op of omstreeks

19 augustus 2011, althans op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 januari 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland een (of meer) geschrift(en), namelijk

-het Verantwoordingsformulier PGB-AWBZ 2011 over de periode 01-04-2011 tot en

met 30-06-2011 (voor budgethouder [slachtoffer 4] ) althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,

bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, op dat/die verantwoordingsformulier(en) verdachte haar handtekening/paraaf heeft gezet waar de PGB-budgethouder moet ondertekenen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft op 1 januari 2008 de eenmanszaak [eenmanszaak] opgericht met als doel het verlenen van zorg aan mensen die een persoonsgebonden budget (hierna: PGB) hebben.2 Eind 2011 heeft ze zich gevestigd in [woonplaats 2] . In april 2012 is verdachte in staat van faillissement verklaard.3

Verdachte maakte gebruik van de volgende rekeningen:

  • -

    [rekeningnummer 5] ten name van [verdachte 2] , privérekening (hierna ook te noemen: privérekening);

  • -

    [rekeningnummer 6] ten name van [verdachte 2] , inzake PGB (hierna ook te noemen: PGB beheerrekening);

  • -

    [rekeningnummer 7] ten name van [eenmanszaak] (hierna ook te noemen: zakelijke rekening).4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Met betrekking tot feit 1 heeft de officier van justitie vermeld dat het door verdachte zich toegeëigende bedrag € 21.600,52 betreft.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot de feiten 1, 3, 4 en 6 (verduistering) aangevoerd dat het overboeken van geldbedragen naar de PGB beheerrekening en privérekening van verdachte niet kan worden aangemerkt als een verduisteringshandeling. Het gebruik van deze gelden voor andere doeleinden dan het betalen van de facturen van cliënten/budgethouders is dat wel.

Met betrekking tot de feiten 2, 5 en 7 (valsheid in geschrift) heeft de raadsman betoogd dat de opzet van verdachte niet was gericht op het vervalsen van de handtekening van de budgethouder, maar dat verdachte gewoon haar eigen handtekening heeft gezet. De raadsman heeft daarom vrijspraak bepleit voor de feiten 2, 5 en 7.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en overweegt hierover het volgende.

Ten aanzien van de feiten 1, 3, 4 en 6.

Feit 1:

[slachtoffer 1] heeft op 18 september 2009 een hulpverleningsovereenkomst gesloten met [eenmanszaak] , de eenmanszaak van verdachte.5 [slachtoffer 1] heeft op enig moment besloten om haar PGB door verdachte te laten beheren.6 Verdachte werd door [slachtoffer 1] gemachtigd tot een nieuw geopende rekening met rekeningnummer [rekeningnummer 1] waarop het PGB werd gestort.7 Verdachte heeft vanaf deze rekening bedragen overgemaakt naar haar PGB beheerrekening en haar privérekening.8 Blijkens kopieën van bankafschriften heeft verdachte in totaal € 26.324,56 overgemaakt naar deze rekeningen in de periode van 2 februari 2011 tot en met 29 februari 2012.9 In die periode zijn de facturen van de zorgaanbieders van [slachtoffer 1] , [centrum] en Gezinshuis [gezinshuis] , niet (volledig) voldaan. Het [centrum] heeft aan verleende zorg aan [slachtoffer 1] een bedrag van € 7.418,17 openstaan en Gezinshuis [gezinshuis] een bedrag van €14.235,--.10

Verdachte heeft bij de politie het volgende verklaard. Ze weet dat het PGB-geld van [slachtoffer 1] niet aan andere doeleinden dan zorg aan [slachtoffer 1] mocht worden besteed. Ze heeft geen idee wat ze met het PGB-geld van [slachtoffer 1] heeft gedaan. Het kan kloppen dat ze het geld dat aan Gezinshuis [gezinshuis] en het [centrum] betaald moest worden voor andere uitgaven heeft gebruikt. Ze weet dat ze zich hiermee heeft schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking.11

De rechtbank vindt de ter zitting afgelegde verklaring van verdachte dat zij de PGB-gelden van [slachtoffer 1] naar haar eigen rekeningen heeft overgeboekt, omdat [slachtoffer 1] er moeite mee had dat er zoveel geld op haar rekening stond, ongeloofwaardig. Dit blijkt namelijk in het geheel niet uit de verklaringen van [slachtoffer 1] . Bovendien ligt het volgens de rechtbank niet voor de hand dat [slachtoffer 1] het geld op een andere rekening gestort wilde hebben, nu het PGB-geld al op een afzonderlijke, voor dit geld bedoelde en geopende, rekening stond.

Feit 3

[slachtoffer 2] heeft in augustus 2011 een PGB aangevraagd om door [eenmanszaak] geholpen te worden. Bij [eenmanszaak] sprak hij met verdachte. Verdachte werd vervolgens door hem gemachtigd tot rekeningnummer [rekeningnummer 2] .12 Op 10 november 2011 kreeg [slachtoffer 2] aan PGB een bedrag van in totaal € 2.914,88 van het Zorgkantoor gestort. Dit bedrag heeft hij op dezelfde dag overgemaakt naar de rekening met nummer [rekeningnummer 2] . Op zijn rekeningafschrift13 zag [slachtoffer 2] dat verdachte op 11 november 2011 het complete bedrag op haar eigen rekening [rekeningnummer 6] had overgemaakt.14

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat ze het geld van [slachtoffer 2] heeft besteed aan haar eenmanszaak of debiteuren. Ze noemt dit lenen van de cliënt zonder zijn toestemming.15

Ook over [slachtoffer 2] heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij het niet prettig zou vinden als er veel geld op zijn eigen rekening stond. Ook dit vindt de rechtbank ongeloofwaardig. De rechtbank verwijst hiervoor naar hetgeen ze hierover onder feit 1 heeft opgemerkt en naar de eigen verklaring van verdachte zoals hierboven weergegeven. Voorts heeft [slachtoffer 2] verklaard dat de machtiging hem min of meer werd opgedrongen en dat toen hij zag dat zij op dezelfde dag dat het PGB gestort werd, dit er compleet afhaalde, hij argwaan kreeg en niet begreep waarom zij dit deed.16

Feit 4

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij een aparte rekening heeft geopend voor haar PGB. Het betreft de rekening met nummer [rekeningnummer 3] .17 Verdachte heeft verklaard dat zij gemachtigd was voor de rekening waar het PGB-geld van [slachtoffer 3] op werd gestort.18 Verdachte heeft van de rekening van [slachtoffer 3] geldbedragen overgemaakt naar haar PGB beheerrekening waaronder een bedrag van € 3.500,-- op 28 april 2011.19 Verdachte heeft verklaard dat zij facturen van het [centrum] voor geleverde zorg aan [slachtoffer 3] niet heeft voldaan, omdat zij in een financieel moeilijke positie zat met [eenmanszaak] . Het PGB-geld van [slachtoffer 3] kan zijn gebruikt voor het betalen van het salaris van medewerkers of voor andere kosten.20

Feit 6

De vader van [slachtoffer 4] heeft verklaard dat verdachte een volmacht kreeg voor de rekening met nummer [rekeningnummer 4] waarop het PGB geld van zijn zoon werd gestort.21 Verdachte heeft bekend dat ze diverse geldbedragen van deze rekening heeft overgemaakt naar haar PGB beheerrekening en privérekening.22 Het gaat om een totaalbedrag van € 16.726,69 over de periode van 21 juni 2011 tot en met 28 september 2011.23 Bij de politie heeft verdachte verklaard dat ze van het PGB-geld van [slachtoffer 4] de huur van haar eigen woning en andere uitgaven heeft betaald.24

De rechtbank stelt op basis van de hierboven vermelde bewijsmiddelen vast dat verdachte het beheer had over de rekeningen van de aangevers en dat er meermalen geld is overgeboekt van de rekeningen van de aangevers naar de rekeningen van verdachte, waarna aangevers niet meer over hun PGB-geld konden beschikken. Niet is gebleken dat aangevers hiervoor toestemming hebben gegeven.

Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat verdachte zich zonder toestemming gelden van de aangevers heeft toegeëigend en daarmee acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat deze toe-eigening van de gelden wederrechtelijk is geweest.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er sprake was van wederrechtelijke toe-eigening op het moment dat verdachte de geldbedragen naar haar eigen rekeningen overboekte. Verdachte heeft verklaard dat het in 2011 erg slecht ging met haar eenmanszaak. Ze probeerde naar eigen zeggen het ene gat met het andere te dichten en gebruikte daarvoor onder andere het PGB geld van budgethouders.25 Verdachte heeft derhalve als heer en meester beschikt over de naar haar rekeningen overgemaakte bedragen. Dat ze enkele facturen ten behoeve van de zorg aan budgethouders vanaf haar eigen rekeningen heeft betaald, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders.

Ten aanzien van de feiten 2, 5 en 7.

Feit 2

Verdachte heeft verklaard dat ze de twee verantwoordingsformulieren aan het zorgkantoor inzake [slachtoffer 1] over de perioden van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 heeft ondertekend, terwijl de budgethouder deze formulieren zelf moest ondertekenen.26 Volgens verdachte kreeg zij hiermee de beschikking over het volledige bedrag en kon zij zelf bepalen hoe ze met het geld omging.27 De formulieren zijn gedateerd op 21 juli 2011 en 13 februari 2012.28 Verdachte wist dat ze niet zelf de verantwoordingsformulieren mocht ondertekenen en dat ze zich hierdoor schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift.29

Feit 5

Verdachte heeft verklaard dat ze het verantwoordingsformulier inzake [slachtoffer 3] over de periode van 1 maart 2011 tot en met 30 juni 2011 en het verantwoordingsformulier over de periode van 1 juli 2011 tot en met 31 december 2011 heeft ondertekend. Verdachte weet dat ze zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte.30 De formulieren zijn gedateerd op 20 september 2011 en 7 maart 2012. Deze formulieren zijn daadwerkelijk bij [zorgkantoor] ingediend, zoals blijkt uit de datumstempels op de formulieren gedateerd op 22 september 2011 en 9 maart 2012.31

Feit 7

Verdachte heeft verklaard dat ze het verantwoordingsformulier inzake [slachtoffer 4] over de periode van 1 april 2014 tot en met 30 juni 2011 heeft ondertekend. Ze weet dat ze zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte.32 Het formulier is gedateerd op

19 augustus 2011.33

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte de PGB-verantwoordingsformulieren heeft getekend, terwijl zij wist dat de budgethouder deze formulieren zelf moest ondertekenen. Gelet hierop volgt de rechtbank het ter zitting door de raadsman naar voren gebrachte standpunt, dat verdachte zich pas achteraf heeft gerealiseerd dat ze niet namens de budgethouders mocht tekenen, niet. Bovendien staat uitdrukkelijk op de formulieren vermeld dat alleen de budgethouder of diens wettelijk vertegenwoordiger mag ondertekenen.

De verantwoordingsformulieren dienen ertoe dat het Zorgkantoor kan controleren hoe verstrekte PGB-gelden zijn besteed. Zoals hierboven is overwogen, heeft verdachte zich een (groot) deel van de PGB-gelden van aangevers wederrechtelijk toegeëigend en heeft zij deze gelden aan andere posten dan aan zorg voor de aangevers besteed. Hiermee had zij er ook een belang bij de verantwoordingsformulieren zelf te ondertekenen. Gelet hierop wist verdachte ook dat de verantwoording van de gelden niet overeenkwam met de daadwerkelijke besteding van het geld.

De rechtbank acht derhalve voldoende wettig en overtuigend bewezen dat de tenlastegelegde stukken valselijk zijn opgemaakt op de wijze(n) zoals in de tenlastelegging vermeld.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 maart 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (van in totaal euro 26.324,56), in elk geval (telkens) een of meer

goed(eren)/geldbedrag(en) (PGB-uitkeringen/verstrekkingen ten name van [slachtoffer 1] ), dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehorende(n) aan [slachtoffer 1] en/of het [centrum] en/of gezinshuis " [gezinshuis] ", in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren)/geldbedrag(en) verdachte (telkens) uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking (bij [slachtoffer 1] ) of van haar beroep of tegen geldelijke vergoeding onder zich had, te weten als beheerder van/gevolmachtigde tot/gerechtigde op

bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] (ten name van [slachtoffer 1] ) en/of als bezitter/houder, in elk geval anders dan door misdrijf (telkens) onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 21 juli 2011 tot en met 13 februari 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland een (of meer) geschrift(en), namelijk

-het Verantwoordingsformulier PGB-AWBZ 2011 over de periode 01-01-2011 tot en met

30-06-2011 (voor budgethouder [slachtoffer 1] ) en/of

-het Verantwoordingsformulier PGB(-AWBZ) 2011 over de periode 01-07-2011 tot en met

31-12-2011 (voor budgethouder [slachtoffer 1] )

althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen

-bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, op dat/die verantwoordingsformulier(en) verdachte haar handtekening/paraaf heeft gezet waar de PGB-budgethouder moet ondertekenen;

3.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op of omstreeks 11 november 2011, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 augustus 2011 tot en met 10 januari 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (van in totaal euro 2914,88), in elk geval (telkens) een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (PGB-uitkeringen/verstrekkingen ten name van [slachtoffer 2] ), dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehorende(n) aan [slachtoffer 2] en/of het [centrum] , in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren)/geldbedrag(en) verdachte (telkens) uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking (bij [slachtoffer 2] ) of van haar beroep of

tegen geldelijke vergoeding onder zich had, te weten als beheerder van/gevolmachtigde tot/gerechtigde op bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] (ten name van [slachtoffer 2] ) en/of als bezitter/houder, in elk geval anders dan door misdrijf (telkens) onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 maart 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (van in totaal euro 2902,24), in elk geval (telkens) een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (PGB-uitkeringen/verstrekkingen ten name van [slachtoffer 3] ), dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehorende(n) aan [slachtoffer 3] en/of het [centrum] , in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren)/geldbedrag(en) verdachte (telkens) uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking (bij [slachtoffer 3] ) of van haar beroep of tegen geldelijke vergoeding onder zich had te weten als beheerder van/gevolmachtigde tot/gerechtigde op bankrekeningnummer [rekeningnummer 3] (ten name van [slachtoffer 3] ) en/of als bezitter/houder, in elk geval anders dan door misdrijf (telkens) onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

5.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 20 september 2011 tot en met 9 maart 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland een (of meer) geschrift(en), namelijk

-het Verantwoordingsformulier PGB-AWBZ 2011 over de periode 01-03-2011 tot en met

30-06-2011 (voor budgethouder [slachtoffer 3] ) en/of

-het Verantwoordingsformulier PGB-AWBZ 2011 over de periode 01-07-2011 tot en met

31-12-2011 (voor budgethouder [slachtoffer 3] )

althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, en/of daarvan opzettelijk gebruik heeft gemaakt als was/waren het/ze echt en onvervalst

-bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, op dat/die verantwoordingsformulier(en) verdachte haar handtekening/paraaf heeft gezet waar de PGB-budgethouder moet ondertekenen

-en bestaande dat gebruik maken hierin dat zij, verdachte het/de voormelde valse/vervalste verantwoordingsformulier(en) heeft doen toekomen en/of verzonden en/of ingediend en/of heeft laten toekomen en/of laten verzenden en/of laten indienen bij/aan [zorgkantoor] ;

6.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2011 tot en met 31 januari 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (van in totaal euro 16.726,69), in elk geval (telkens) een of meer goed(eren)/geldbedrag(en) (PGB-uitkeringen/verstrekkingen ten name van [slachtoffer 4] ), dat/die (telkens) geheel of ten dele toebehorende(n) aan [slachtoffer 4] en/of gezinshuis " [gezinshuis] ", in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte welk(e) goed(eren)/geldbedrag(en) verdachte (telkens) uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking (bij [slachtoffer 4] ) of van haar beroep of tegen geldelijke vergoeding onder zich had, te weten als beheerder van/gevolmachtigde tot/gerechtigde op bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] (ten name van [slachtoffer 4] ) en/of als bezitter/houder, in elk geval anders dan door misdrijf (telkens) onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

7.

zij, handelend onder de naam [eenmanszaak] , zijnde een eenmanszaak, op of omstreeks

19 augustus 2011, althans op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 januari 2012, in de gemeente [woonplaats 2] , althans (elders) in Nederland een (of meer) geschrift(en), namelijk

-het Verantwoordingsformulier PGB-AWBZ 2011 over de periode 01-04-2011 tot en

met 30-06-2011 (voor budgethouder [slachtoffer 4] ) althans een of meer geschrift(en), dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,

bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid, op dat/die verantwoordingsformulier(en) verdachte haar handtekening/paraaf heeft gezet waar de PGB-budgethouder moet ondertekenen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1 en 6 telkens:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4 telkens:

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft.

Ten aanzien van feit 2:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 5:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

het opzettelijk gebruik van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 7:

valsheid in geschrift.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot 240 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De officier van justitie heeft in zijn eis rekening gehouden met het lange tijdsverloop in deze zaak.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om er rekening mee te houden dat de redelijke termijn in deze zaak ruimschoots is overtreden. Daarnaast is de privacy van verdachte geschonden. Het was in haar woonplaats al snel bekend dat ze als verdachte in deze zaak is aangemerkt. Verdachte kan zich daarom in [woonplaats 2] niet meer op straat vertonen. Ten slotte heeft de raadsman verzocht om bij een op te leggen straf er rekening mee te houden dat verdachte vanwege haar gezondheid op dit moment nog niet fulltime kan werken.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft onder andere grote geldbedragen verduisterd van haar cliënten; cliënten die haar hulp nodig hadden en vertrouwen in haar stelden. Verdachte heeft de verduisterde bedragen gebruikt om in het kader van haar eenmanszaak, maar ook privé, betalingen te doen. Verdachte heeft slechts een klein gedeelte van de facturen van aan haar cliënten verstrekte zorg betaald. Verdachte heeft haar kwetsbare cliënten hierdoor blootgesteld aan een financieel risico omdat het zorgkantoor onjuist besteedde PGB-gelden van de budgethouders kan terugvorderen. Dit risico heeft zich bij [slachtoffer 1] ook daadwerkelijk verwezenlijkt. Verdachte heeft [slachtoffer 1] hierdoor in grote (financiële) problemen gebracht.

Daarnaast heeft verdachte het vertrouwen dat cliënten in haar hadden, en ook mochten hebben gelet op het beroep dat verdachte uitoefende, op zeer ernstige wijze geschonden. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk. Verdachte is, blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 mei 2017, in het jaar 2003 al eerder veroordeeld voor verduistering. Ook heeft zij bij de politie bekend dat zij zich bij haar vorige werkgever, [werkgever] , eveneens bedragen van cliënten heeft toegeëigend. Dit heeft haar er niet van weerhouden om opnieuw verduistering te plegen, waarmee nu grote geldbedragen gemoeid zijn. Ook dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Ten slotte is er sprake van misbruik van gemeenschapsgeld waarbij verdachte geen oog heeft gehad voor de schadelijke gevolgen hiervan voor de samenleving. Fraude tast het fundament van het PGB-systeem aan en kan uiteindelijk zelfs gevolgen hebben voor het voorbestaan van dergelijke voorzieningen.

Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Gelet echter op het lange tijdsverloop in deze zaak ziet de rechtbank reden om een taakstraf op te leggen. Zij is, net als de officier van justitie, van oordeel dat een taakstraf met de maximale duur van 240 uur, met aftrek van de periode die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, op zijn plaats is. Daarnaast legt de rechtbank verdachte als stok achter de deur ook een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden op met een proeftijd van 3 jaar.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 28.351,39.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om [slachtoffer 1] voor het bedrag van € 3.500,-- (kosten PGB beheerder) niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering nu deze schade onvoldoende is onderbouwd. Daarnaast heeft hij verzocht om toewijzing van het bedrag van € 193,--voor kosten van rechtsbijstand. Het wederrechtelijk verkregen voordeel inzake [slachtoffer 1] bedraagt volgens de officier van justitie € 21.600,52. Dit bedrag is de rechtstreekse schade van [slachtoffer 1] . Hij heeft daarom verzocht om dit bedrag toe te wijzen. Tevens heeft de officier van justitie verzocht dat de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat de posten van € 3.500,-- en € 193,-- niet zijn onderbouwd. Van het teruggevorderde bedrag van [zorgkantoor] is niet duidelijk welk gedeelte rechtstreekse schade is als gevolg van de tenlastegelegde feiten. De raadsman heeft daarom verzocht om benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, vast komen te staan dat benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren voor het gedeelte van de gevorderde schade dat ziet op de gemaakte kosten van de PGB-beheerder, nu deze schade onvoldoende is onderbouwd. De gevorderde schade van € 193,-- zal de rechtbank toewijzen.

De rechtbank volgt de officier van justitie in zijn stelling dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte met betrekking tot feit 1, de door [slachtoffer 1] geleden schade is. De rechtbank stelt dit bedrag vast op € 21.603,51. Verdachte heeft een bedrag van in totaal € 26.324,56 overgemaakt naar haar PGB-beheer rekening en haar privérekening en een bedrag van in totaal € 2.315,-- naar haar zakelijke rekening.34 Volgens de verantwoordingsformulieren heeft [eenmanszaak] over de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 maart 2012 een bedrag van

€ 6.435,73 gedeclareerd.35 Verdachte heeft namens [slachtoffer 1] een bedrag van in totaal € 600,32 overgemaakt naar het [centrum] .36 Dit betekent dat verdachte een bedrag van in totaal € 21.603,51 onder zich heeft gehouden.

In totaal zal de rechtbank derhalve een bedrag van € 21.796,51 (€ 21.603,51 + € 193,--) aan schadevergoeding toewijzen.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag met inbegrip van de wettelijke rente vanaf 2 februari 2011 ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14, 14a, 14b, 22c, 22d, 27, 36f , 57, 225, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van de voorwaarde dat verdachte zich niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

bepaalt dat de proeftijd drie jaren bedraagt;

legt op een werkstraf gedurende 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, dit betreft 4 (vier) uren aftrek.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

 veroordeelt veroordeelde ten aanzien feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 21.796,51 (eenentwintigduizend zevenhonderdzesennegentig euro en eenenvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 21.796,51 (eenentwintigduizend zevenhonderdzesennegentig euro en eenenvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2011 tot aan de dag der algehele voldoening met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 144 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Noordraven (voorzitter), mr. C.J.M. van Apeldoorn en

mr. C.H.M. Pastoors (rechters), in tegenwoordigheid van mr. E. Bruinsma-Visscher (griffier) en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 december 2017.

mr. Noordraven is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] , brigadier/rechercheur van de politie Oost Nederland, team recherche Noord-West Veluwe te Harderwijk, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2014004160, gesloten op 12 februari 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 355.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 357.

4 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 november 2017.

5 Hulpverleningsovereenkomst p. 69; proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 363.

6 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 51.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 364 en volmacht pagina 156.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 366 en 367

9 Kopieën bankafschriften rekening [slachtoffer 1] [rekeningnummer 1] , p. 54-60.

10 Proces-verbaal van bevindingen p.187

11 Proces-verbaal verhoor verdachte p. 368.

12 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 2] , p. 389.

13 Kopie bankafschrift rekening [slachtoffer 2] [rekeningnummer 2] , p. 393.

14 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 2] , p. 390.

15 Proces-verbaal verhoor verdachte p. 398.

16 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 2] , p. 390.

17 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , p. 410 en kopie bankafschrift rekening [slachtoffer 3] [rekeningnummer 3] , p. 418 .

18 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 425.

19 Kopie bankafschrift rekening [slachtoffer 3] [rekeningnummer 3] , p. 418.

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 428.

21 Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 443.

22 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 479.

23 Kopie transactieoverzicht rekening [slachtoffer 4] [rekeningnummer 4] , p. 458.

24 Proces-verbaal verhoor verdachte p. 479 en 481.

25 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 november 2017.

26 Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 365.

27 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 368.

28 Kopieën verantwoordingsformulieren, p. 82-85.

29 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 365.

30 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 426.

31 Kopieën verantwoordingsformulieren, p. 413 en 415.

32 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 478.

33 Kopie verantwoordingsformulier, p. 446.

34 Kopieën bankafschriften rekening [slachtoffer 1] [rekeningnummer 1] , p. 54-60.

35 Kopieën verantwoordingsformulieren, p. 213, 215 en 222.

36 Kopie bankafschriften rekening [rekeningnummer 6] , p. 229 en 233.