Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6182

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-12-2017
Datum publicatie
04-12-2017
Zaaknummer
05/840079-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mishandeling en bedreiging echtgenote.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/840079-17

Datum uitspraak : 01 december 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1968 te [geboorteplaats 1] , wonende te [adres] , [woonplaats] .

Raadsvrouw: mr. M.G.M. Frerix, advocaat te Ede.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 november 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 januari 2017, te Ede,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn echtgenote, althans een persoon, genaamd [slachtoffer] opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (zeer) (krachtig en/of gewelddadig), met (een) bloempot(ten), althans (een) (zwaar/zware) voorwerp(en), in/op/tegen het hoofd, althans het gezicht/gelaat en/althans de/een wang(en), heeft geslagen en/of gegooid en/of (vervolgens)

- met (een van) zijn al dan niet tot vuisten gebalde handen in/op/tegen de buik en/of de neus te slaan of te stompen en/of

- die [slachtoffer] vast te pakken en/of (vervolgens) over een bank te gooien en/of te duwen

en/of

(een stuk) ducttape, althans plakband, om het hoofd, althans het gezicht, en/of op de mond te plakken, ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer] teweeg heeft gebracht

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 22 januari 2017, te Ede,

zijn echtgenote, althans een persoon, genaamd [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (zeer) (krachtig en/of gewelddadig)

- met (een) bloempot(ten), althans (een) (zwaar/zware) voorwerp(en), in/op/tegen het hoofd, althans het gezicht/gelaat en/althans de/een wang(en), te slaan, en/of te gooien en/of

- met (een van) zijn al dan niet tot vuisten gebalde handen in/op/tegen de buik en/of de neus te slaan of te stompen, en/of

- die [slachtoffer] vast te pakken en/of (vervolgens) over een bank te gooien/duwen

en/of

(een stuk) ducttape, althans plakband, om het hoofd, althans het gezicht, en/of op de mond te plakken, ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer] teweeg heeft gebracht;

2.

hij op of omstreeks 22 januari 2017, te Ede,

een persoon genaamd [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling, immers heeft verdachte

- terwijl verdachte op (zeer) korte afstand tegenover die [slachtoffer] stond en zichtbaar dreigend voor die [slachtoffer] een koevoet boven zijn, verdachte's, hoofd geheven hield en/of slaande of stekende bewegingen met die/een koevoet maakte naar, althans in de richting van, die [slachtoffer]

- opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak

je hartstikke dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 22 januari 2017 te Ede heeft verdachte een plastic bloempot naar zijn ex-echtgenote [slachtoffer] gegooid, waardoor zij een verwonding onder haar neus heeft opgelopen. Verder heeft verdachte duct tape op haar mond geplakt.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde poging zware mishandeling. Verdachte heeft door op korte afstand met bloempotten naar aangeefster te gooien bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hierdoor bij haar zwaar lichamelijk letsel zou ontstaan. Ook kan worden bewezen dat verdachte haar over de bank heeft gegooid en om haar hoofd en op haar mond duct tape heeft geplakt. Volgens de officier van justitie kan niet bewezen worden dat aangeefster in de buik of op de neus is geslagen, nu alleen zij hierover heeft verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde feit, nu voldoende wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Uit het dossier blijkt niet dat er kans op zwaar lichamelijk letsel bestond.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling door duct tape op aangeefsters mond te plakken.

Beoordeling door de rechtbank

Vaststaat dat verdachte een plastic bloempot naar aangeefster [slachtoffer] heeft gegooid en duct tape op haar mond heeft geplakt. Gelet op de verklaring van verdachte dat een deel van de bloempot [slachtoffer] in haar gezicht moet hebben geraakt, omdat het ontstane letsel bij de neus daarvan is gekomen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte de bloempot tegen haar hoofd heeft gegooid.


Met betrekking tot het gebruik van duct tape heeft verdachte verklaard dat hij enkel duct tape op de mond van [slachtoffer] heeft geplakt, omdat zij stil moest zijn van hem. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte ook duct tape om haar hoofd heeft geplakt.3 Dit vindt bevestiging in de verklaring van verbalisant [verbalisant] dat zij [slachtoffer] ter plaatse aantrof met duct tape om haar nek dat twee of drie keer om haar nek was gewikkeld.4 Gelet hierop acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte duct tape om het hoofd van [slachtoffer] heeft geplakt.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte [slachtoffer] in haar buik of op haar neus heeft geslagen, nu voldoende wettig bewijs hiervoor ontbreekt. Ten aanzien van de tenlastegelegde geweldshandeling van het gooien dan wel duwen over een bank overweegt de rechtbank dat deze handeling naar haar oordeel geen mishandeling oplevert. Uit de verklaring van [slachtoffer] blijkt namelijk niet dat zij als gevolg hiervan pijn of letsel heeft gehad. De rechtbank zal verdachte daarom van voornoemde onderdelen vrijspreken.

Het is de vraag hoe de bewezenverklaarde geweldshandelingen gekwalificeerd moeten worden. De rechtbank is anders dan de officier van justitie van oordeel dat het handelen van verdachte geen poging tot zware mishandeling oplevert. Ten aanzien van de bloempot waarmee verdachte heeft gegooid, is onbekend in welke richting het voorwerp exact is gegooid en waar het terecht is gekomen en met welke kracht verdachte heeft gegooid. Bovendien was de bloempot niet van aardewerk of porselein, maar van plastic. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat er door het handelen van verdachte een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bestond. Het om het hoofd en op de mond plakken van duct tape levert evenmin een poging tot zware mishandeling op. Dit is een zeer onprettige ervaring die bij [slachtoffer] heeft geleid tot een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam en moet derhalve als mishandeling worden gekwalificeerd.

Gelet op het voorgaande zal verdachte worden vrijgesproken van het hem primair tenlastegelegde feit en acht de rechtbank de subsidiair tenlastegelegde mishandeling wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde bedreiging.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Verdachte heeft weliswaar met een koevoet spullen vernield, maar hij heeft aangeefster niet met die koevoet bedreigd. De bedreiging zoals die ten laste is gelegd kan daarom niet worden bewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij op 22 januari 2017 in Ede door verdachte met een koevoet is bedreigd. Hierbij stond verdachte op korte afstand van haar met de koevoet boven zijn hoofd geheven en riep hij “ik maak je hartstikke dood”.5

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij die dag door het lint is gegaan. Hij heeft een koevoet opgehaald om zich daarmee af te reageren op spullen die in huis stonden. Hij kan zich niet herinneren dat hij heeft gedreigd met de dood, maar het zou kunnen. Hij heeft dat wel eens vaker gezegd. Het zou volgens verdachte ook kunnen dat hij met die koevoet voor [slachtoffer] heeft gestaan.6 Ook bij de politie verklaarde verdachte dat het best zou kunnen dat hij heeft gedreigd [slachtoffer] te vermoorden.7

Gelet op deze verklaring van verdachte, waaruit blijkt dat hij op dat moment erg agressief was, hij met een koevoet door het huis liep en het zou kunnen dat hij aangeefster met de dood heeft bedreigd, twijfelt de rechtbank er niet aan dat verdachte tijdens het uiten van de bedreiging de koevoet (nog steeds) vasthield en geheven boven zijn hoofd hield om zo zijn woorden kracht bij te zetten.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde bedreiging.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

ten aanzien van feit 1 subsidiair

hij op of omstreeks 22 januari 2017, te Ede,

zijn echtgenote, althans een persoon, genaamd [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (zeer) (krachtig en/of gewelddadig)

- met (een) bloempot(ten), althans (een) (zwaar/zware) voorwerp(en), in/op/tegen het hoofd, althans het gezicht/gelaat en/althans de/een wang(en), te slaan, en/of te gooien en/of

- met (een van) zijn al dan niet tot vuisten gebalde handen in/op/tegen de buik en/of de neus te slaan of te stompen, en/of

- die [slachtoffer] vast te pakken en/of (vervolgens) over een bank te gooien/duwen

en/of

(een stuk) ducttape, althans plakband, om het hoofd, althans het gezicht, en/of op de mond te plakken, ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer] teweeg heeft gebracht;

ten aanzien van feit 2

hij op of omstreeks 22 januari 2017, te Ede,

een persoon genaamd [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling, immers heeft verdachte

- terwijl verdachte op (zeer) korte afstand tegenover die [slachtoffer] stond en zichtbaar dreigend voor die [slachtoffer] een koevoet boven zijn, verdachtes, hoofd geheven hield en/of slaande of stekende bewegingen met die/een koevoet maakte naar, althans in de richting van, die [slachtoffer]

- opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak

je hartstikke dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1 subsidiair

Mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot.

ten aanzien van feit 2

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en het onder 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden de meldplicht, ambulante behandelverplichting en een contactverbod, en voorts tot het verrichten van 100 uren werkstraf, te vervangen door 50 dagen hechtenis met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht de geëiste werkstraf te matigen, nu zij tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie. Een voorwaardelijk strafgedeelte is passend, nu verdachte graag behandeling wil volgen. Ten aanzien van de strafmodaliteit van dit voorwaardelijke deel heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft verzocht geen contactverbod op te leggen, omdat verdachte toch geen contact zal opnemen met het slachtoffer.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 05 oktober 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 14 november 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 24 januari 2017;

- een psychiatrisch rapport van dr. C.J.F. Kemperman, psychiater, gedateerd 27 oktober 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het mishandelen en bedreigen van zijn toenmalige echtgenote. Hij heeft een bloempot naar haar gezicht gegooid en duct tape om haar hoofd en op haar mond geplakt, zodat ze stil zou zijn. Daarnaast heeft verdachte gedreigd haar dood te maken, waarbij hij een koevoet boven zijn hoofd hield. Dit zijn ernstige feiten. De hele situatie moet voor het slachtoffer erg bedreigend zijn geweest. Verdachte heeft zijn woede niet alleen op haar afgereageerd, maar ook op spullen in huis die hij met de koevoet heeft vernield. Het huiselijk geweld vond plaats in de gezamenlijke woning van verdachte en zijn inmiddels ex‑vrouw, terwijl zij zich juist in haar eigen woning veilig zou moeten kunnen voelen. Verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Slachtoffers van huiselijk geweld hebben vaak nog lang last van gevoelens van angst en onveiligheid. Dat verdachte met zijn handelen zijn voormalig echtgenote angst heeft aangejaagd, blijkt ook uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring.

De rechtbank houdt er bij de strafoplegging rekening mee dat verdachte geen strafblad heeft en dus een first offender is. Verder weegt de rechtbank mee dat uit het psychiatrisch rapport volgt dat bij verdachte sprake is van de nodige problematiek en hij verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Het is positief dat verdachte heeft aangegeven dat hij graag aan zichzelf wil werken. De rechtbank zal aan verdachte een lagere straf opleggen dan is geëist, omdat zij tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie. Alles afwegend acht de rechtbank een werkstraf van 120 uur passend, waarvan 40 uur voorwaardelijk zal worden opgelegd. Hieraan zullen de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering, te weten de meldplicht en ambulante behandelverplichting. Daarnaast acht de rechtbank een contactverbod geboden om verdachte ervan te weerhouden contact op te nemen met zijn ex-echtgenote. Verdachte heeft immers ter zitting aangegeven dat hij nog een keer met het slachtoffer zou willen spreken. Nu zij een geheim adres heeft, kunnen de adresgegevens niet in het vonnis worden vermeld. Gelet op het contactverbod en het uitblijven van contact sinds het voorval, is een locatieverbod zoals verzocht door verdachtes ex-vrouw niet proportioneel en niet nodig.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 57, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een werkstraf gedurende 120 (honderdtwintig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

bepaalt, dat een gedeelte van de werkstraf groot 40 (veertig) uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op 2 (twee) jaren wordt bepaald;

stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

  • -

    zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich uiterlijk binnen vijf werkdagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland te Arnhem (tussen 9.00 en 11.00 uur) op het adres Nieuwe Oeverstraat 65 (telefoonnummer 088-8041401) en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

  • -

    gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met mevrouw [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] , verblijvend op een onbekend adres in [plaats] ), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van de forensisch psychiatrische polikliniek Kairos te Arnhem, of soortgelijke ambulante zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn agressieregulatie problematiek en mee te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek en neurologisch onderzoek, waarbij hij zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden, behoudens het contactverbod, en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 (twee) uur in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Keijzer (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. M.P. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Bongers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 01 december 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017034750, gesloten op 25 januari 2017, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 3-4; proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 6; verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 november 2017.

3 Proces-verbaal van aangifte, p. 4.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 24.

5 Proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 6.

6 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 november 2017.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 49.