Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:6087

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15-11-2017
Datum publicatie
24-11-2017
Zaaknummer
6242880 CV EXPL- 17-11076
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kanton. Geldvordering. Geen sprake van “treintje rijden”. Q-Park wordt veroordeeld in de proceskosten (artikelen 82 en 238 Rv).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 6242880 \ CV EXPL 17-11076 \ 693\415

uitspraak van 15 november 2017

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Q-Park Operations Netherlands I B.V.

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Maastricht

eisende partij

gemachtigde mr. Ch.F.P.M. Spreksel

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna Q-Park en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 9 augustus 2017 met producties 1 tot en met 4

- de conclusie van antwoord met een twaalftal ongenummerde producties

- de conclusie van repliek

- de akte van depot van een dvd met beeldmateriaal van Q-Park van 21 september 2017

- de conclusie van dupliek met producties 1 tot en met 12.

2 De feiten

2.1.

Op naam van [gedaagde] is bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (hierna: RDW) een auto, merk [-] , type [-] , met kenteken [00-XX-XX] (hierna: [-] ) geregistreerd.

2.2.

Q-Park is exploitant van de parkeergarage Achterdoelen, gelegen te Ede (hierna: parkeergarage).

2.3.

In de algemene voorwaarden parkeren van Q-Park (hierna: algemene voorwaarden) staat onder meer het volgende.

(…)

5. Gebruikersvoorschriften

(…)

5.9

De parkeerder en zijn voertuig dienen de parkeerfaciliteit uitsluitend te verlaten met gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel. Het zonder gebruikmaking van een geldig door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel verlaten van de parkeerfaciliteit is onder geen beding toegestaan. De parkeerder is in dat geval (…) “verloren kaarttarief” verschuldigd (afhankelijk van de parkeerfaciliteit bedraagt dit éénmaal, tweemaal of driemaal het geldende dagtarief), vermeerderd met een bedrag van aanvullende schadevergoeding ad € 300,00 (…)

6 Parkeergeld en betaling

6.1

Voor het gebruik van de parkeerfaciliteit is de parkeerder parkeergeld verschuldigd. Behalve als sprake is van een abonnement, zal het parkeergeld worden berekend aan de hand van het parkeerbewijs volgens de door Q-Park vastgestelde tarieven op basis van het tijdsbestek dat

het voertuig von de parkeerder in de parkeerfaciliteit aanwezig is geweest. Voor de bepaling van dit tijdsbestek zal het door Parkeer Management Systeem aangegeven tijdsduur beslissend zijn.

6.2

Het parkeergeld dient te worden voldaan voordat de parkeerder met zijn voertuig de parkeerfaciliteit verlaat, tenzij een andere regeling getroffen is.

6.3

Het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde parkeergeld met het voertuig verlaten van de parkeerfaciliteit, bijvoorbeeld door middel van het zogenoemde “treintje tijden” waarbij de parkeerder direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt, is

onder geen beding toegestaan. De parkeerder is in dat geval het door Q-Park voor de

betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd (afhankelijk von de parkeerfaciliteit bedraagt dit éénmaal, tweemaal of driemaal het geldende dagtarief), vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 300,- (…)

6.4

Na voldoening van het parkeergeld dient een parkeerder zo snel mogelijk de parkeerfaciliteit met zijn voertuig te verlaten. (…)

2.4.

Een verwijzing naar de algemene voorwaarden parkeren van Q-Park staat op het informatiebord vóór de inritterminals en voor de slagbomen.

2.5.

Op het informatiebord bij de inritterminal wordt verwezen naar de algemene voorwaarden.

2.6.

Op 26 augustus 2016 verricht [gedaagde] een betaling bij de betaalautomaat bij Xenos in Ede van € 19,98. Op het bankafschrift van [gedaagde] staat onder meer het volgende.

(…)

Omschrijving

(…)

Xenos Ede 0009 EDE GLD NLD (…)

26-08-2016 14:29 (…)

2.7.

Op het parkeerbewijs van Q-Park van [gedaagde] van 26 augustus 2016 staat onder meer het volgende.

(…)

Achterdoelen

26-08-16 13:27 ENT-l (L)

26-08-16 14:34 12

€2,50 B.T.W. 21% 0,43 (…)

2.8.

Op 26 augustus 2016 om 14:46 uur belt [gedaagde] naar de customer desk van Q-Park (09004466880).

2.9.

Op 26 augustus 2016 rijdt voormelde [-] omstreeks 14:49 uur de parkeergarage uit.

2.10.

In de periode van 16 september 2016 tot en met 29 mei 2017 corresponderen de gemachtigde van Q-Park en [gedaagde] met elkaar. In de brief van 26 september 2016 van [gedaagde] aan de gemachtigde van Q-Park staat onder meer het volgende.

(…)

De toedracht in de parkeergarage:

Op de door u genoemde datum reed ik om 13:27 de parkeergarage binnen en betaalde om 14:34 bij de betaalautomaat een bedrag van € 2,50 (in munten). Bij een uitrijpoort voerde ik tot vijf keer tevergeefs mijn uitrijkaart in (kopie bijgevoegd). Telkens kwam de kaart terug. Ik drukte toen op een zilverkleurige knop en kreeg in het scherm een afbeelding van een telefoontoestel met een rood kruis er door heen. Mijn conclusie toen was dat er geen telefonisch contact mogelijk was. Met moeite kon ik achteruitrijdend naar een andere uitrijpoort komen. Daar kreeg ik dezelfde meldingen, ook na het indrukken van de zilverkleurige knop. Om mij heen kijkend zag ik een soort kantoortje met ramen en besloot daar om hulp te vragen. Daar bleek niemand aanwezig. Er kwamen meer auto’s achter mij die ik voor liet gaan door mijn auto op een plek naast het kantoor te parkeren. Die auto’s konden zonder problemen de parkeergarage verlaten. Ik concludeerde dat het aan mijn uitrijkaart lag omdat met het betalen misschien iets niet goed was gegaan. Ik ging terug naar de betaalautomaat en voerde mijn kaart opnieuw in, maar kreeg de melding dat ik al had betaald. Toen ik terug liep naar mijn auto zag ik op de uitrijkaart een telefoonnummer staan (0900 4466880), dat ik meteen belde. In mijn telefoon is nog zichtbaar dat ik die dag dat nummer belde. Na mijn uitleg aan de betreffende mevrouw zei zij dat ik de zilverkleurige knop langdurig ingedrukt moest houden. Na een eerste poging die mislukte, kreeg ik na een tweede poging een mevrouw aan de lijn. Na mijn uitleg zei zij dat ik uit de parkeergarage kan door achter een andere auto aan onder de slagboom door kan rijden. Toen ik zei dat ik bang was dat de slagboom mijn auto zou beschadigen, zei zij dat zij een speciale knop ingedrukt zou houden, waardoor ik veilig achter die andere auto zou kunnen uitrijden.

Ik wachtte vervolgens op een andere auto die de parkeergarage zou verlaten, Ik ben acht een auto gaan staan en toen de slagboom voor die auto omhoog ging, wilde ik achter die auto mee naar buiten rijden, maar toen ik tot mijn schrik de slagboom naar beneden zag komen remde ik abrupt. Toen zag ik dat de slagboom in die stand bleef staan en reed ik alsnog naar buiten, geheel volgens voorschrift van de medewerkster van de parkeergarage.

Volgens uw brief ben ik omstreeks 14:49 naar buiten gereden. Dit kan kloppen met mijn ervaring, dat ik ongeveer een kwartier bezig ben geweest om op een fatsoenlijke wijze de parkeergarage te verlaten. Ik heb geen goede herinneringen aan deze parkeergarage en ik zal deze nooit meer gebruiken.

Ik heb inderdaad gebruik gemaakt van de parkeergarage maar ik heb volgens aanwijzingen bij de parkeerautomaat voldoende betaald. Vervolgens toen ik de garage niet op de normale wijze kon verlaten heb ik nog van alles geprobeerd om in contact te komen met een medewerker van de parkeergarage. Uiteindelijk heb ik de parkeergarage, zij het met schrik, volgens aanwijzing van een medewerkster kunnen verlaten.

Ik bestrijd uw vordering en verzoek u mij schriftelijk te laten weten dat u uw vordering intrekt. Ook excuses maken lijkt mij in dit geval niet overdreven. (…)

In reactie hierop stuurt de gemachtigde van Q-Park op 30 september 2016 een brief naar [gedaagde] met daarin onder meer het volgende.

(…)

De medewerkers van Q-Park zijn bekend met het fenomeen treintje rijden en de gevolgen hiervan. Haar medewerkers zullen nimmer adviseren om treintje te rijden.

Daarnaast is er een vast protocol dat medewerkers van Q-Park volgen wanneer zij klanten assisteren bij het uitrijden. Er zal dan gezegd worden dat hij bij de slagboom opnieuw contact gezocht moet worden via de belknop. Wanneer de instructies van de medewerker niet worden opgevolgd en door middel van treintje rijden wordt uitgereden dan handhaaft Q-Park haar vordering.

Q-Park is (en blijft) op basis van de haar ten dienste staande informatie van mening dat u de parkeergarage - om wat voor reden dan ook- op onrechtmatige wijze heeft verlaten. Q-Park heeft hierdoor schade geleden. Deze schade bestaat onder andere uit de ontregeling van het parkeersysteem.

Gezien het bovenstaande handhaaft Q-Park haar vordering. Indien u het hier niet mee eens bent, kunt u te zijner tijd verweer voeren bij de kantonrechter. Ik kan u helaas niet anders mededelen.(…)

In reactie hierop stuurt [gedaagde] op 6 oktober 2016 een brief naar de gemachtigde van Q-Park met daarin onder meer het volgende.

(…)

Ik heb u in mijn brief van 26 september uitgebreid uitleg gegeven. De toedracht is door mij hierin feitelijk weergegeven. Een kopie van mijn betalingsbewijs was bijgevoegd.

Ik heb de aanwijzingen van de medewerksters opgevolgd, ook voor de wijze van uitrijden. Ik heb hiermee niet onrechtmatig gehandeld. Er is door mijn toedoen geen schade geleden door Q-Park.

Dat er een protocol voor de medewerkers zou bestaan dat gevolgd moet worden bij het uitrijden doet hier niet aan af. In het geval zo’n protocol aanwezig was én dit bovendien bekend was bij de dienstdoende medewerkster, kan ik alleen concluderen dat dit protocol niet werd gevolgd.

Overigens was ik niet alleen in de auto, mijn ex-echtgenote heeft het volledige voorval meegemaakt en is getuige.(…)

3 De vordering en het verweer

3.1.

Q-Park heeft de veroordeling van [gedaagde] gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en tegen behoorlijk bewijs van kwijting, tot betaling van:

I. een bedrag van € 388,13 (€ 337,50 aan hoofdsom en € 50,63 aan buitengerechtelijke kosten) te vermeerderen met de wettelijke rente over € 388,13 vanaf 9 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

II. de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, indien de proceskosten niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn voldaan;

III. de nakosten, voor het geval voldoening van de nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Q-Park heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat tussen haar en [gedaagde] een overeenkomst is gesloten en dat [gedaagde] op 26 augustus 2016 omstreeks 14:49 uur zonder betaling de parkeergarage heeft verlaten door “treintje te rijden”. Q-Park heeft ter onderbouwing van haar standpunt een dvd overgelegd, waarop volgens haar te zien is dat de [-] de parkeergarage bumper-klevend verlaat met een ervoor rijdende auto. Op basis hiervan heeft Q-Park betaling van de boete van € 300,00 en € 37,50 aan tarief van een verloren kaart gevorderd. Als grondslag voor deze vordering verwijst Q-Park naar haar algemene voorwaarden. [gedaagde] heeft, ondanks diverse herinneringen en aanmaningen, de vordering onbetaald gelaten. Q-Park heeft de vordering uit handen moeten geven en maakt daarom ook aanspraak op de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente.

3.3.

[gedaagde] heeft betwist dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het zogeheten treintje rijden. Volgens [gedaagde] heeft hij voor het gebruik van de parkeergarage betaald. De slagboom van de uitrit ging echter, nadat [gedaagde] het parkeerkaartje meerdere malen heeft aangeboden, niet open. Ook is volgens [gedaagde] in eerste instantie niet gereageerd op het indrukken van de helpknop op de uitritterminal. [gedaagde] heeft, nadat hij telefonisch contact had gezocht met de customer desk van Q-Park, opnieuw op de helpknop op de uitritterminal gedrukt. Daarbij is door de desbetreffende medewerkster van Q-Park aangegeven dat [gedaagde] achter een auto aan moet rijden, waarbij zij de slagboom open zou laten staan, aldus [gedaagde] . Tot slot heeft [gedaagde] betoogd dat Q-Park de door hem gemaakte proceskosten dient te voldoen.

4 De beoordeling

4.1.

Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of [gedaagde] zich schuldig heeft gemaakt aan het zogeheten “treintje rijden” en in strijd met het bepaalde in artikel 5.9 heeft gehandeld.

4.2.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat “treintje rijden”, zoals onder r.ov. 2.3. is weergegeven, het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde parkeergeld met het voertuig verlaten van de parkeerfaciliteit is, waarbij de parkeerder direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt.

4.3.

De kantonrechter is, in tegenstelling tot wat Q-Park heeft betoogd, van oordeel dat daarvan geen sprake is. Immers, door Q-Park is niet (gemotiveerd) betwist dat [gedaagde] voorafgaand aan het uitrijden van de parkeergarage bij de parkeerautomaat (om 14:34 uur) in de parkeergarage heeft betaald. De kantonrechter stelt voorop dat het parkeergeld, zoals in artikel 6.1 van de algemene voorwaarden weergegeven, wordt berekend aan de hand van het parkeerbewijs volgens de door Q-Park vastgestelde tarieven op basis van het tijdsbestek dat het voertuig van [gedaagde] in de parkeerfaciliteit aanwezig is geweest. Aan het standpunt van Q-Park, dat [gedaagde] met zijn parkeerkaartje niet heeft aangetoond dat dat het kaartje is waarmee hij bij de parkeergarage is binnengereden, gaat de kantonrechter, nu dat niet is onderbouwd, voorbij. Immers, voor Q-Park moet het, gelet op de overgelegde producties, en dan met name de door Q-Park overgelegde videobeelden, de door [gedaagde] verrichte contante betaling (r.ovv. 2.6. en 2.7.), het gevoerde telefoongesprek met de customer desk van Q-Park, de boeking van deze betaling bij Q-Park en de nadien gevoerde correspondentie (r.ov. 2.10.), te achterhalen zijn of [gedaagde] , met het kaartje dat hij bij het binnenrijden van de parkeerfaciliteit heeft ontvangen, heeft betaald. Dat Q-Park dit heeft nagelaten, kan zij niet aan [gedaagde] tegenwerpen.

4.4.

Vervolgens komt de kantonrechter toe aan het standpunt van Q-Park dat [gedaagde] in strijd met het bepaalde in artikel 5.9 van de algemene voorwaarden heeft gehandeld.

4.4.1.

Naar het oordeel van de kantonrechter is daar in het onderhavige geval geen sprake van. Voor de kantonrechter staat het immers, mede gelet op al het voorgaande, de overgelegde producties en de tussen partijen gevoerde correspondentie, niet vast dat [gedaagde] geen gebruik heeft willen maken van het door Q-Park verstrekte parkeerbewijs. Uit het enkele feit dat Q-Park heeft aangegeven dat [gedaagde] de parkeergarage zonder parkeermiddel heeft verlaten, nog los van de vraag of dit aan [gedaagde] kan worden tegengeworpen, volgt dit, gelet op hetgeen hiervoor reeds is overwogen, niet. De door Q-Park overgelegde dvd voegt in deze niets toe. Immers, uit de beelden valt niet op te maken wat er voorafgaand aan het uitrijden van de parkeergarage is gebeurd. Het had, gelet op het duidelijke en uitvoerig gemotiveerde beroep hierop van [gedaagde] , verwacht mogen worden hier meer duidelijkheid over te verschaffen en tegenin te brengen door bijvoorbeeld ook de camerabeelden voorafgaand aan het uitrijden van de parkeergarage in het geding te brengen. Dit klemt te meer daar Q-Park niet (gemotiveerd) heeft weersproken dat [gedaagde] bij meerdere uitritterminals zijn kaartje heeft aangeboden en drie minuten voorafgaand aan het uitrijden van de parkeergarage telefonisch contact heeft gezocht met de customer desk van Q-Park. Door Q-Park is evenmin gemotiveerd weersproken dat [gedaagde] in het contact met de helpdesk de opdracht kreeg om achter een voorganger aan te rijden, waarna de medewerkster van Q-Park de slagboom open zou houden. Op de door Q-Park overgelegde camerabeelden is zichtbaar dat [gedaagde] bij de uitritterminal achteruitrijdt om vervolgens achter zijn voorganger aan te rijden. Op de camerabeelden is vervolgens te zien dat [gedaagde] stopt, als de slagboom weer naar beneden komt. De slagboom gaat vervolgens weer open, waarna [gedaagde] doorrijdt. Het had, mede gelet op al het voorgaande, en nu door Q-Park niet (gemotiveerd) is betwist dat de camerabeelden voorhanden zijn, van haar verwacht mogen worden om de camerabeelden voorafgaand aan het uitrijden in het geding te brengen. Het enkel stellen dat het protocol van Q-Park voor het assisteren bij het uitrijden van de parkeergarage niet is gevolgd, is, mede gelet op al het voorgaande en het gemotiveerde verweer van [gedaagde] , onvoldoende en kan [gedaagde] derhalve niet worden tegengeworpen.

4.5.

Bezien in het licht van het verweer van [gedaagde] heeft Q-Park haar stellingen, ter zake van de verschuldigdheid van de boete en het verschuldigde bedrag aan verloren kaarttarief, naar het oordeel van de kantonrechter te weinig onderbouwd om tot (nadere) bewijslevering toegelaten te worden. De kantonrechter wijst de vordering van Q-Park, gelet op het voorgaande en de algemene voorwaarden, en dan met name artikel 5.9 en 6.3 (r.ov. 2.3.), dan ook af. Datzelfde lot treft de nevenvorderingen, nu die daarmee samenhangen.

4.6.

Q-Park wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. Vast staat dat Q-Park voorafgaand aan de procedure niet eenmaal serieus is ingegaan op Babaes weergave van de feiten en het kennelijk niet de moeite waard heeft gevonden de door hem aangedragen gang van zaken te checken. [gedaagde] is tweemaal ter (rol)zitting is verschenen. Het staat [gedaagde] op grond van artikel 82 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Hierna: Rv) vrij om in persoon ter zitting te verschijnen. Nu [gedaagde] in persoon (zonder gemachtigde) procedeert is artikel 238 lid 1 Rv van toepassing. Dat artikel kent een limitatieve opsomming van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten, bestaande uit reis- en verblijfkosten die de kantonrechter moet toekennen en verletkosten in de zin van gederfde inkomsten die de kantonrechter kan toekennen, alles uitsluitend voor zover samenhangend met het bijwonen van een terechtzitting. [gedaagde] heeft de reis- en verletkosten niet met een specificatie onderbouwd, maar de kantonrechter acht het redelijk en billijk daarvoor een vergoeding van in totaal € 120,00 toe te kennen. Voor toewijzing van een hoger bedrag is geen grond.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt Q-Park in de proceskosten tot deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 120,00.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.J. Weerkamp-Beens en in het openbaar uitgesproken op