Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5951

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-11-2017
Datum publicatie
21-11-2017
Zaaknummer
05/760002-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 137 Wetboek van Militair Strafrecht, niet opvolgen van dienstvoorschrift door schuld, levensgevaar voor een ander, gemeen gevaar voor personen en veiligheidsmaatregelen bij wapengebruik.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/760002-15

Datum uitspraak : 20 november 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [woonplaats] .

Raadsman: mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Baarn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 november 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij als militair, op of omstreeks 19 september 2014, te of nabij Harskamp, in de gemeente Ede, in elk geval in Nederland, opzettelijk het dienstvoorschrift het geweer Colt C7 (VS 7-520), waarin (in het hoofdstuk Veiligheidsregels) (onder andere) was voorgeschreven dat:

(Onder 3. Algemene Veiligheidsregels)

  • -

    personeel dat het geweer in gebruik of beheer heeft er op toe moet zien dat de veiligheidsregels nauwkeurig worden nageleefd (a.)

  • -

    bij het ter hand nemen van het wapen de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen dient te nemen (b.)

  • -

    voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen, het wapen moet worden behandeld alsof het geladen is (c.)

  • -

    indien de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin zijn wapen verkeert (geladen, half geladen of ontladen) hij de veiligheidsmaatregelen moet nemen (d.)

  • -

    Een geladen wapen altijd in een veilige richting moet wijzen (h.)

(Onder 2. Veiligheidsmaatregelen a. wapen)

  • -

    Het wapen in veilige richting, met de linkerhand om de handbeschermers en de rechterhand om de pistoolgreep, met de rechterwijsvinger gestrekt langs de trekker en tegen het patroonmagazijnhuis, gehouden moet worden

  • -

    Met de linkerhand het patroonmagazijn uit het wapen genomen moet worden

  • -

    Met de rechter -of linkerhand de spangreep naar achteren getrokken moet worden tot deze stuit

  • -

    De kamer, de afsluiter en de binnenzijde van de doos op aanwezigheid van munitie gecontroleerd dient te worden

  • -

    De afsluiter onder geleide naar voren gelaten dient te gaan

  • -

    Met de handpalm van de rechterhand de aandrukplunjer ingedrukt moet worden

  • -

    Met de rechterhand het hulzengatdeksel dient te worden gesloten

  • -

    Gecontroleerd moet worden of de vuurregelaar op "R" staat

  • -

    De hamerveer ontspannen moet worden (door de trekker over te halen)

niet heeft opgevolgd, hierin bestaande dat hij, verdachte, toen aldaar,

na/bij het beëindigen van een schietoefening met scherpe munitie op het terrein van het Infanterie Schietkamp, met een geweer (Colt C7), bij het ter hand nemen van het wapen en het toepassen van de ontlaadprocedure en/althans bij het plegen van wapenonderhoud aan dat geweer de veiligheidsmaatregelen niet heeft genomen, althans niet alle veiligheidsmaatregelen op de juiste wijze heeft genomen,

hierin bestaande dat hij zich niet/onvoldoende heeft overtuigd van de toestand

waarin zijn wapen verkeerde en/of

de kamer, de afsluiter en de binnenzijde van de doos van het wapen niet,

althans in onvoldoende mate, heeft gecontroleerd op de aanwezigheid van munitie en/althans

niet/onvoldoende heeft gecontroleerd of er zich nog munitie in het wapen bevond en/of de aanwezige munitie/patroon niet heeft verwijderd uit het wapen en/of

het wapen op een tafel heeft laten vallen, althans met enige kracht heeft laten terecht komen en/of

de trekker van het wapen heeft overgehaald, althans heeft beroerd, en/of

(daarbij) (de loop van) het wapen niet in een veilige richting heeft gehouden waarbij/waarna hij, verdachte, een schot met dat wapen heeft gelost, door welk schot [slachtoffer] in de lies en/of bovenbeen en/of het scrotum, althans in het onderlichaam, werd getroffen

terwijl daarvan levensgevaar voor een ander, te weten die [slachtoffer] , te duchten is geweest, althans terwijl daarvan gemeen gevaar voor personen, te weten de zich in de directe nabijheid van verdachte bevindende andere personen te duchten is geweest;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij als militair, op of omstreeks 19 september 2014, te of nabij Harskamp, in de gemeente Ede, in elk geval in Nederland,

in ernstige mate nalatig het dienstvoorschrift het geweer Colt C7 (VS 7-520),

waarin (in het Hoofdstuk Veiligheidsregels) (onder andere) was voorgeschreven

dat :

(Onder 3. Algemene Veiligheidsregels)

- personeel dat het geweer in gebruik of beheer heeft er op toe moet zien dat de veiligheidsregels

nauwkeurig worden nageleefd (a.)

- bij het ter hand nemen van het wapen de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen dient te nemen (b.)

- voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen, het wapen moet worden behandeld alsof het geladen is (c.)

- indien de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin zijn wapen verkeert (geladen, half geladen of ontladen) hij de veiligheidsmaatregelen moet nemen (d.)

- Een geladen wapen altijd in een veilige richting moet wijzen (h.)

(Onder 2. Veiligheidsmaatregelen a. wapen)

- Het wapen in veilige richting, met de linkerhand om de handbeschermers en de rechterhand om de pistoolgreep, met de rechterwijsvinger gestrekt langs de trekker en tegen het patroonmagazijnhuis, gehouden moet worden

- Met de linkerhand het patroonmagazijn uit het wapen genomen moet worden

- Met de rechter -of linkerhand de spangreep naar achteren getrokken moet worden tot deze stuit - De kamer, de afsluiter en de binnenzijde van de doos op aanwezigheid van munitie gecontroleerd dient te worden

- De afsluiter onder geleide naar voren gelaten dient te gaan

- Met de handpalm van de rechterhand de aandrukplunjer ingedrukt moet worden

- Met de rechterhand het hulzengatdeksel dient te worden gesloten

- Gecontroleerd moet worden of de vuurregelaar op "R" staat

- De hamerveer ontspannen moet worden (door de trekker over te halen)

niet heeft opgevolgd, hierin bestaande dat hij, verdachte, toen aldaar,

na/bij het beëindigen van een schietoefening met scherpe munitie op het terrein van het Infanterie Schietkamp, met een geweer (Colt C7),

bij het ter hand nemen van het wapen en het toepassen van de ontlaadprocedure

en/althans bij het plegen van wapenonderhoud aan dat geweer

de veiligheidsmaatregelen niet heeft genomen, althans niet alle veiligheidsmaatregelen op de juiste wijze heeft genomen,

hierin bestaande dat hij zich niet/onvoldoende heeft overtuigd van de toestand

waarin zijn wapen verkeerde

en/of de kamer, de afsluiter en de binnenzijde van de doos van het wapen niet,

althans in onvoldoende mate, heeft gecontroleerd op de aanwezigheid van munitie

en/althans niet/onvoldoende heeft gecontroleerd of er zich nog munitie in het wapen bevond en/of de aanwezige munitie/patroon niet heeft verwijderd uit het wapen

en/of het wapen op een tafel heeft laten vallen, althans met enige kracht heeft laten terecht komen en/of

de trekker van het wapen heeft overgehaald, althans heeft beroerd, en/of

(daarbij) (de loop van) het wapen niet in een veilige richting heeft gehouden waarbij/waarna hij, verdachte, een schot met dat wapen heeft gelost, door welk schot [slachtoffer] in de lies en/of bovenbeen en/of het scrotum, althans in het onderlichaam, werd getroffen

terwijl daarvan levensgevaar voor een ander, te weten die [slachtoffer] , is ontstaan en/of terwijl daarvan gemeen gevaar voor personen, te weten de zich in de directe nabijheid van verdachte bevindende andere personen is ontstaan.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft als militair bij de Koninklijke Landmacht op 19 september 2014 deelgenomen aan een schietoefening met een geweer Colt C7 (hierna: wapen) op het terrein van het Infanterie Schietkamp in Harskamp, gemeente Ede. Daarbij werd met scherpe munitie geschoten. Na afloop van de schietoefening heeft de groep van verdachte het commando ‘ontladen’ gekregen, waarna verdachte op de schietbaan diverse ontladingshandelingen aan zijn wapen heeft verricht. Vervolgens heeft verdachte zijn wapen bij zijn uitrusting op een bankje gelegd en heeft er een evaluatie plaatsgevonden op de schietbaan. Na de evaluatie kreeg de groep van verdachte de opdracht om het ‘onderhoud na vuren’ uit te voeren. Hierop heeft verdachte zijn wapen van het bankje gepakt en is hij naar een van de onderhoudshokjes gelopen, waar zich tevens drie andere militairen bevonden, onder wie [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), die schuin tegenover hem stond. Terwijl verdachte bezig was zijn wapen in hoofdgroepen uiteen te halen, heeft hij de kolf van zijn wapen uit zijn handen laten vallen, waardoor zijn wapen op de metalen onderhoudstafel terecht kwam. Daarop is een kogel vanuit zijn wapen afgeschoten.2 [slachtoffer] is ten gevolge van dit schot in zijn linker lies en linker testis geraakt.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte in ernstige mate nalatig heeft gehandeld, zoals subsidiair ten laste is gelegd. Niet kan worden bewezen dat sprake is van opzet zodat verdachte van het primaire feit dient te worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de raadsman aangevoerd dat niet blijkt dat de Commandant van het opleidings- en trainingscommando (hierna: C-OTCo) bevoegd was tot het geven van het in de tenlastelegging genoemde voorschrift, zodat moet worden aangenomen dat sprake was van een onbevoegd gegeven en dus ongeldig dienstvoorschrift. Derhalve moet integrale vrijspraak volgen. Subsidiair is bepleit dat geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet bij het niet opvolgen van het dienstvoorschrift zodat verdachte van het primaire feit dient te worden vrijgesproken. Evenmin is sprake van bewuste schuld, maar hooguit van onbewuste schuld.

Beoordeling door de militaire kamer

A. Is Voorschrift VS 7-520 Colt een ‘dienstvoorschrift’?

Vast staat dat het Voorschrift VS 7-520 Colt, zoals dat ook van kracht was op 19 september 2014, is vastgesteld door de C-OTCo.4Ten aanzien van het verweer dat de C-OTCo onbevoegd was tot het geven van dit Voorschrift VS 7-520 Colt overweegt de militaire kamer als volgt.

Ingevolge artikel 135 van het Wetboek van Militair Strafrecht wordt onder dienstvoorschrift verstaan een bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur of van bestuur dan wel een bij of krachtens landsverordening onderscheidenlijk landsbesluit gegeven schriftelijk besluit van algemene strekking dat enig militair dienstbelang betreft en een tot de militair gericht ge- of verbod bevat.

Uit artikel 9, tweede lid, onder b, van het Rijksbesluit van 25 november 1999, houdende regels met betrekking tot de uitvoeringsbepalingen ingevolge het Wetboek van Militair Strafrecht, de Wet militair tuchtrecht en de Wet militaire strafrechtspraak (hierna: Rijksbesluit uitvoerings-bepalingen militair straf- en tuchtrecht), geldig op 19 september 2014, blijkt dat de door de minister van Defensie aan te wijzen functionarissen bevoegd zijn tot het geven van dienstvoorschriften ter verzekering van het goede functioneren van de krijgsmacht, ter bevordering van de veiligheid en ter handhaving van de discipline.

Ingevolge artikel 4, eerste lid, onder c, sub 6, van de Uitvoeringsregeling militair straf- en tuchtrecht 2000, geldig op 19 september 2014, komt de bevoegdheid tot het geven van dienstvoorschriften als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Rijksbesluit uitvoerings-bepalingen militair straf- en tuchtrecht, bij het Commando Landstrijdkrachten (CLAS), voorzover het dienstvoorschriften betreft die CLAS-breed moeten worden gehanteerd, toe aan de Commandant van het opleidings- en trainingscommando (C-OTCo).

Het voorgaande brengt de militaire kamer tot de slotsom dat de C-OTCo bevoegd was tot het geven van het onderhavige Voorschrift VS 7-520 Colt voor het gehele Commando Landstrijd-krachten en dus ook voor de eenheid waartoe verdachte behoorde. Dat bovenstaande regelgeving zich niet in het procesdossier bevindt, doet aan de bevoegdheid van de C-OTCo niet af. Er is immers geen wettelijke bepaling die dit gebiedt, terwijl het gaat om voor eenieder toegankelijke regelgeving. Voorts stelt de militaire kamer vast dat is voldaan aan de overige in artikel 135 van het Wetboek van Militair Strafrecht genoemde vereisten, zodat Voorschrift VS 7-520 Colt heeft te gelden als een dienstvoorschrift als bedoeld in de artikelen 136 en 137 Wetboek van Militair Strafrecht.

B. Niet opvolgen dienstvoorschrift ?

In het Voorschrift VS 7-520 Colt (hierna: het dienstvoorschrift), zoals dit ook van kracht was op 19 september 2014, is onder “3. Algemene Veiligheidsregels” vastgelegd: 5

  1. Personeel dat het geweer in gebruik of beheer heeft, moet op de hoogte zijn van de veiligheidsregels en er op toe zien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd.

  2. Bij het ter hand nemen van het wapen dient de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen te nemen.

  3. Voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen, moet het wapen behandeld worden alsof het geladen is (…).

  4. Wanneer de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin zijn wapen verkeert (geladen, half geladen of ontladen), moet hij de veiligheidsmaatregelen nemen.

(…)

h. Een geladen wapen moet altijd in een veilige richting wijzen.

Verder wordt in het dienstvoorschrift onder “2. Veiligheidsmaatregelen”, onder het kopje “a. wapen” vermeld: 6

  • -

    Houd het wapen in veilige richting, met de linkerhand om de handbeschermers en de rechterhand om de pistoolgreep, met de rechterwijsvinger gestrekt langs de trekker en tegen het patroonmagazijnhuis.

  • -

    Neem met de linkerhand het patroonmagazijn uit het wapen en controleer of zich hierin munitie bevindt. Berg het patroonmagazijn op.

  • -

    Trek met de rechter- of linkerhand de spangreep naar achteren tot deze stuit.

  • -

    Controleer de kamer, de afsluiter en de binnenzijde van de doos op aanwezigheid van munitie.

  • -

    Laat de afsluiter onder geleide naar voren gaan.

  • -

    Druk met de handpalm van de rechterhand de aandrukplunjer in.

  • -

    Sluit met de rechterhand het hulzengatdeksel.

  • -

    Controleer of de vuurregelaar op "R" staat.

  • -

    Ontspan de hamerveer (haal de trekker over).

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij niet opnieuw zijn wapen heeft gecontroleerd op aanwezige munitie, nadat hij zijn wapen na de ontladingsprocedure had weggelegd en voordat hij het wapen weer ter hand had genomen ten behoeve van het wapenonderhoud. De militaire kamer constateert dat verdachte aldus niet heeft voldaan aan het veiligheidsvoorschrift “Bij het ter hand nemen van het wapen dient de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen te nemen.”, zoals in het onderhavige dienstvoorschrift vastgelegd onder b. van “3. Algemene Veiligheidsregels”.

Verder heeft verdachte verklaard dat hij niet weet of hij voordien op de schietbaan, na het commando ‘ontladen’, zijn wapen heeft gekanteld en in de kamer van het wapen heeft gekeken.7 Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij niet weet of hij bij het ontladen van zijn wapen in de kamer, de afsluiter en de binnenzijde van de doos heeft gekeken om deze op aanwezige munitie te controleren en dat hij niet weet of hij de hamerveer heeft ontspannen door de trekker over te halen.8

De militaire kamer overweegt allereerst dat uit het afgaan van het schot volgt dat zich wel degelijk nog een patroon in de kamer bevond en concludeert daaruit dat verdachte ook ten tijde van het ontladen op de schietbaan zijn wapen niet of onvoldoende heeft gecontroleerd op aanwezige munitie. Aldus heeft verdachte de desbetreffende veiligheidsmaatregelen, zoals in het onderhavige dienstvoorschrift voorgeschreven onder “2. Veiligheidsmaatregelen”, niet of onvoldoende in acht genomen.

Voorts overweegt de militaire kamer dat verdachte in zijn verhoor bij de Marechaussee heeft verklaard dat het schot afging nadat hij zijn wapen bewust op de onderhoudstafel heeft laten vallen om het verwijderen van een pin uit het wapen te vergemakkelijken.9 De militaire kamer neemt hierbij in aanmerking dat verdachte, voorafgaand aan het onderhoud van zijn wapen, de veiligheidsmaatregelen had dienen te nemen en concludeert dat verdachte door het laten vallen van het wapen eveneens de veiligheidsregel “Voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen, moet het wapen behandeld worden alsof het geladen is”, zoals in het onderhavige dienstvoorschrift vastgelegd onder c. van “3. Algemene Veiligheidsregels”, niet in acht heeft genomen.

Bij het vorenstaande neemt de militaire kamer mede in aanmerking dat uit onderzoek is gebleken dat het wapen van verdachte geen gebreken vertoonde en dat er ook geen bijzonderheden zijn te melden.10

C. Opzet of schuld?

De militaire kamer is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat op grond van het procesdossier en het verhandelde ter zitting niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk, ook niet in voorwaardelijke zin, het dienstvoorschrift heeft overtreden. De rechtbank zal verdachte daarom van het primair ten laste gelegde vrijspreken.

De vraag die de militaire kamer vervolgens dient te beantwoorden is of verdachte bij het niet opvolgen van verschillende veiligheidsregels en -maatregelen uit het Voorschrift VS 7-520 Colt “in ernstige mate nalatig is geweest”, zoals subsidiair ten laste is gelegd. De militaire kamer begrijpt deze formulering als een vorm van schuld in de gradaties “aanmerkelijke schuld” dan wel “grove schuld” en concludeert dat de opsteller van de tenlastelegging niet heeft beoogd de zwaarste schuldvorm “roekeloosheid” ten laste te leggen.

Om tot een bewezenverklaring van ‘schuld’ in de zin van artikel 137 Wetboek van Militair Strafrecht te komen, is vereist dat de verdachte zich zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam heeft gedragen. Hiervoor geldt dat in ieder geval sprake moet zijn van een aanmerkelijke mate van (verwijtbare) onvoorzichtigheid. Bij de beoordeling hiervan komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij wordt opgemerkt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het incident kan worden afgeleid dat sprake is van schuld als bedoeld in artikel 137 Wetboek van Militair Strafrecht.

Bij de beoordeling van de mate van schuld in deze strafzaak gaat de militaire kamer uit van het navolgende.

Verdachte heeft verklaard dat hij is opgeleid als schutter op de Colt C7, dat hij weet welke procedures voor dit wapen gelden, op welke wijze hij het wapen moet ontladen en welke veiligheidsmaatregelen hij als schutter moet nemen bij het ter hand nemen en gebruik van dit wapen.11 Als professioneel wapendrager diende verdachte zich eveneens bewust te zijn van de grote risico’s bij het niet of onvolledig uitvoeren van de veiligheidsvoorschriften.

Zoals hierboven is overwogen, heeft verdachte in strijd met de veiligheidsvoorschriften niet of onvoldoende zijn wapen gecontroleerd op de aanwezigheid van munitie. Evenmin heeft hij het voorschrift nageleefd dat de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen bij het ter hand nemen van het wapen en dat het wapen moet worden behandeld alsof het geladen is voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen.

Nu verdachte op de hoogte was van de risico’s van de omgang van wapens en scherpe munitie, alsmede van de desbetreffende veiligheidsregels, is de militaire kamer van oordeel dat verdachte verwijtbaar onvoorzichtig en onachtzaam is geweest door de verschillende veiligheidsvoor-schriften niet goed na te leven. Daar komt bij dat verdachte, nadat hij reeds op de schietbaan de veiligheidsmaatregelen niet volledig had uitgevoerd, zonder nadere controle zijn wapen ter hand heeft genomen voor onderhoudswerkzaamheden en daarbij het wapen op de onderhoudstafel heeft laten vallen. Ook dit levert naar het oordeel van de militaire kamer verwijtbare onachtzaamheid op. Gelet op de opeenvolgende momenten van onvoorzichtig en onachtzaam handelen, komt de militaire kamer tot het oordeel dat verdachte in ernstige mate nalatig is geweest. Dit leidt tot de conclusie dat sprake is geweest van grove schuld.

D. Levensgevaar voor een ander / gemeen gevaar voor personen

De militaire kamer overweegt allereerst dat [slachtoffer] is getroffen door een kogelschot dat is afgegaan door de nalatigheid van verdachte, met blijvend letsel tot gevolg. Nu [slachtoffer] op (zeer) korte afstand van de onderhoudstafel schuin tegenover verdachte stond en verdachte zijn wapen op de onderhoudstafel heeft laten vallen met - toevalligerwijs - de loop van het wapen in de richting van [slachtoffer] , had dit schot evengoed vitale organen in het lichaam van [slachtoffer] kunnen raken, hetgeen de dood van [slachtoffer] tot gevolg had kunnen hebben.

Daarenboven overweegt de militaire kamer dat verschillende personen, collega’s van verdachte, bij de onderhoudstafel aan het werk waren, terwijl verdachte de loop van zijn wapen niet bewust in de richting van [slachtoffer] hield. Daardoor komt de militaire kamer tot het oordeel dat ook één van die andere personen had kunnen worden getroffen, zodat in zijn algemeenheid ook sprake is geweest van gevaar voor die andere aanwezige personen.

E. Conclusie

De militaire kamer komt op basis van de inhoud van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting tot de overtuiging dat bewezen is dat verdachte in ernstige mate schuld heeft aan het niet opvolgen van het onderhavige dienstvoorschrift, met levensgevaar voor [slachtoffer] en gemeen gevaar voor personen, een en ander zoals hierna nader is bewezenverklaard.

3 Bewezenverklaring

hij als militair, op of omstreeks 19 september 2014, te of nabij Harskamp, in de gemeente Ede, in elk geval in Nederland in ernstige mate nalatig het dienstvoorschrift het geweer Colt C7 (VS 7-520), waarin (in het Hoofdstuk Veiligheidsregels) (onder andere) was voorgeschreven (onder 3. Algemene Veiligheidsregels) dat:

  • -

    personeel dat het geweer in gebruik of beheer heeft er op toe moet zien dat de veiligheidsregels nauwkeurig worden nageleefd (a.)

  • -

    bij het ter hand nemen van het wapen de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen dient te nemen (b.)

  • -

    voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen, het wapen moet worden behandeld alsof het geladen is (c.)

  • -

    indien de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin zijn wapen verkeert (geladen, half geladen of ontladen) hij de veiligheidsmaatregelen moet nemen (d.)

  • -

    Een geladen wapen altijd in een veilige richting moet wijzen (h.)

(Onder 2. Veiligheidsmaatregelen a. wapen)

  • -

    Het wapen in veilige richting, met de linkerhand om de handbeschermers en de rechterhand om de pistoolgreep, met de rechterwijsvinger gestrekt langs de trekker en tegen het patroonmagazijnhuis, gehouden moet worden

  • -

    Met de linkerhand het patroonmagazijn uit het wapen genomen moet worden

  • -

    Met de rechter -of linkerhand de spangreep naar achteren getrokken moet worden tot deze stuit

  • -

    De kamer, de afsluiter en de binnenzijde van de doos op aanwezigheid van munitie gecontroleerd dient te worden

  • -

    De afsluiter onder geleide naar voren gelaten dient te gaan

  • -

    Met de handpalm van de rechterhand de aandrukplunjer ingedrukt moet worden

  • -

    Met de rechterhand het hulzengatdeksel dient te worden gesloten

  • -

    Gecontroleerd moet worden of de vuurregelaar op "R" staat

  • -

    De hamerveer ontspannen moet worden (door de trekker over te halen)

niet heeft opgevolgd, hierin bestaande dat hij, verdachte, toen aldaar, na/bij het beëindigen van een schietoefening met scherpe munitie op het terrein van het Infanterie Schietkamp, met een geweer (Colt C7), bij het ter hand nemen van het wapen en het toepassen van de ontlaadprocedure en/althans bij het plegen van wapenonderhoud aan dat geweer de veiligheidsmaatregelen niet heeft genomen, althans niet alle veiligheidsmaatregelen op de juiste wijze heeft genomen, hierin bestaande dat hij

zich niet/onvoldoende heeft overtuigd van de toestand waarin zijn wapen verkeerde en/of

de kamer, de afsluiter en de binnenzijde van de doos van het wapen niet / in onvoldoende mate heeft gecontroleerd op de aanwezigheid van munitie en/althans niet/onvoldoende heeft gecontroleerd of er zich nog munitie in het wapen bevond en/of

de aanwezige munitie/patroon niet heeft verwijderd uit het wapen en/of

het wapen op een tafel heeft laten vallen, althans met enige kracht heeft laten terecht komen en/of de trekker van het wapen heeft overgehaald, althans heeft beroerd, en/of

(daarbij) (de loop van) het wapen niet in een veilige richting heeft gehouden waarbij/waarna een schot met dat wapen is gelost, door welk schot [slachtoffer] in de lies en/of bovenbeen en/of het scrotum, althans in het onderlichaam, werd getroffen

terwijl daarvan levensgevaar voor een ander, te weten die [slachtoffer] , is ontstaan en/of terwijl daarvan gemeen gevaar voor personen, te weten de zich in de directe nabijheid van verdachte bevindende andere personen is ontstaan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Als militair aan zijn schuld te wijten zijn dat hij een dienstvoorschrift niet opvolgt, terwijl daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat

en

Als militair aan zijn schuld te wijten zijn dat hij een dienstvoorschrift niet opvolgt, terwijl daardoor gemeen gevaar voor personen ontstaat

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 500,-. Daarin is verdisconteerd een strafvermindering van € 500,- in verband met overschrijding van de redelijke termijn.

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de raadsman toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht bepleit, zodat aan verdachte geen straf moet worden opgelegd. Verdachte heeft als gevolg van de late dagvaarding ruim drie jaar in onzekerheid gezeten. Verder heeft de zaak negatieve gevolgen gehad voor zijn militaire loopbaan. Zo is een geplande uitzending naar het buitenland niet doorgegaan en kan verdachte zijn oude werkzaamheden binnen de genie niet langer uitvoeren omdat hij door collega’s voortdurend wordt aangekeken op het feit. Ook heeft de zaak een behoorlijke aanslag op zijn privéleven (gehad). Subsidiair verzet de raadsman zich niet tegen oplegging van een geldboete of een geheel voorwaardelijke werkstraf, zolang deze geen gevolgen heeft voor de Verklaring van Geen Bezwaar van verdachte.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op een verdachte betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 20 september 2017.

De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte is een ervaren en getraind militair en hij was op de hoogte van de voorgeschreven veiligheidsregels die gelden ten aanzien van de Colt C7. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij op diverse momenten – zowel bij het uitvoeren van de ontladingshandelingen als bij het opnieuw ter hand nemen van zijn wapen - ernstig nalatig is geweest in het uitvoeren van de voorgeschreven veiligheidshandelingen, terwijl hij kort daarvoor met scherpe munitie had geschoten. Door de ernstige nalatigheid van verdachte is een andere militair gewond geraakt met blijvend ernstig letsel tot gevolg. De militaire kamer merkt daarbij nog op dat de gevolgen voor het slachtoffer fataal hadden kunnen zijn, als de afgevuurde kogel een vitaal lichaamsorgaan of slagader had geraakt. Ook andere collega’s van verdachte zijn door zijn nalatigheid in gevaar gebracht.

De militaire kamer tilt zwaar aan dergelijke nalatigheid. Immers, de naleving van de veiligheids-voorschriften is in het belang van andere militairen en zelfs van het functioneren van de krijgsmacht als geheel. En zeker bij oefeningen waarbij met scherpe munitie wordt geschoten, geldt dat iedere militair zorgvuldig en met voorzichtigheid moet handelen. Militairen mogen binnen Defensie een veilige werkomgeving verwachten en daar dient iedere individuele militair ook aan bij te dragen. Daartoe dient elke militair, dus ook verdachte, de veiligheidsvoorschriften grondig na te leven. Daar doet niet aan af dat wapengebruik en -onderhoud door militairen deel uitmaakt van hun functioneren en vaak routinematig wordt uitgevoerd.

Dat verdachte ernstig nalatig is gebleven om zijn wapen zorgvuldig te controleren en te behandelen, juist nu het gebruik van wapens en (scherpe) munitie extra voorzichtigheid vereist, acht de militaire kamer zeer verwijtbaar. Daarbij komt nog dat het slachtoffer ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen door de nalatigheid van verdachte. Dit letsel moet voor het slachtoffer traumatisch zijn geweest en zal zijn leven voor een belangrijk deel blijvend beïnvloeden.

De militaire kamer is dan ook, anders dan de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat – gelet op de omstandigheden van dit geval, waaronder enerzijds de gevolgen voor verdachte en anderzijds het eerder genoemde ernstige en blijvende letsel van het slachtoffer - in beginsel een onvoorwaardelijke werkstraf van 60 uur op zijn plaats is.

Echter, de militaire kamer zal rekening houden met de vergaande overschrijding van de redelijke termijn. Ook zal de militaire kamer in het voordeel van verdachte meewegen dat hij sinds het bewuste incident, ruim drie jaar geleden, zijn loopbaan binnen Defensie heeft mogen voortzetten, in welke omstandigheid de militaire kamer aanleiding ziet om nadrukkelijk rekening te houden met het VGB-beleid bij Defensie, ook al wordt dit beleid vanaf 2016 feitelijk anders uitgevoerd. De militaire kamer zal, alles afwegende, volstaan met een onvoorwaardelijke werkstraf van 38 uur.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 137 van het Wetboek van Militair Strafrecht.

9 De beslissing

De meervoudige militaire kamer:

 spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde;

 verklaart bewezen dat verdachte het overige tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot het verrichten van een werkstraf gedurende 38 (achtendertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 19 (negentien) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter) en mr. J. Barrau, rechters, en Luitenant-kolonel mr. C.E.W. van de Sande, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 november 2017.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door wachtmeester [verbalisant 1] en opperwachtmeester [verbalisant 2] van de Koninklijke Marechaussee, district Noord -Oost, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27NV/14-004898, gesloten op 22 november 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 50-52, gelezen in onderlinge samenhang met de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 november 2017.

3 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] p. 36 en ingevuld aanvraagformulier medische informatie p. 57

4 Voorschrift p. 59 van het dossier (dossier is doorgenummerd tot en met p. 58)

5 P. 0-00-6 en 0-00-7 van het Voorschrift VS 7-520, niet doorgenummerd in het procesdossier

6 P. 0-00-5 en -6 van het Voorschrift VS 7-520, niet doorgenummerd in het procesdossier

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 51

8 Verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 52

10 Schriftelijk bescheid, houdende de resultaten van een onderzoek van de Colt C7 NLD met wapennummer 9621334 d.d. 23-9-2014, pag. 30

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 53