Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5752

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-11-2017
Datum publicatie
09-11-2017
Zaaknummer
05/820153-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gekwalificeerde openlijke geweldpleging tegen personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820153-15

Datum uitspraak : 9 november 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] ,

raadsman: mr. E.J.M.J Damen, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 31 maart 2016 en 26 oktober 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na de op de terechtzitting van 26 oktober 2017 toegewezen vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij, op of omstreeks 21 april 2015 te Dieren, gemeente Rheden, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, te weten de [straatnaam 1] en/of de [straatnaam 2] , in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer perso(o)n(en), te weten [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] , welk geweld bestond uit

- het opzettelijk (meermalen) slaan/stompen en/of schoppen/trappen in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd, en/of op/tegen het lichaam van voornoemde [naam 1] en/of

- het opzettelijk (meermalen) slaan met de vuist(en) en/of een knuppel, althans een stuk hout, in ieder geval met een hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [naam 2] en/of

- het opzettelijke (meermalen) slaan/stompen en/of schoppen/trappen in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd, en/of op/tegen het lichaam van voornoemde [naam 3] ,

terwijl dit door hem gepleegde geweld - zwaar lichamelijk letsel, te weten een dubbele kaakfractuur, althans enig lichamelijk letsel voor [naam 1] ten gevolge heeft gehad en/of

- enig lichamelijk letsel, te weten een hoofdwond en/of een of meer blauwe

plek(ken), voor [naam 2] ten gevolge heeft gehad en/of

- enig lichamelijk letsel, te weten een bloeduitstorting in het rechter ooglid en een bloeduitstorting in de linkerslaap en een bloeduitstorting in de rechter wang en een lichte hersenschudding, voor [naam 3] ten gevolge heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging, terwijl het door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel tot gevolg heeft gehad. De officier van justitie heeft aangevoerd dat aangever [naam 2] heeft verklaard dat verdachte [verdachte] aangever [naam 1] heeft geslagen. Aangever [naam 3] heeft verklaard dat de dader die hij heeft vastgepakt, hem een vuistslag in zijn gezicht heeft gegeven. Uit verschillende verklaringen blijkt dat verdachte [verdachte] degene is die aangever [naam 3] vastpakte en verdachte [verdachte] heeft dit zelf ook verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft, kort samengevat, aangevoerd dat de verklaringen van de aangevers ongeloofwaardig zijn of niet op elkaar aansluiten. De feitelijke gang van zaken is te onduidelijk om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit te kunnen komen.

Beoordeling door de rechtbank

Aanleiding

Verdachte [verdachte] en aangever [naam 1] hebben afgesproken elkaar op 21 april 2015 te ontmoeten in Dieren om iets uit te praten. 2 Verdachte [verdachte] is vervolgens op 21 april 2015 samen met meerdere personen, in twee auto’s, naar Dieren afgereisd.3 Deze personen waren in ieder geval verdachte [naam 4]4, verdachte [naam 5]5, verdachte [naam 6]6, verdachte [verdachte]7, verdachte [naam 8]8 en [naam 9] .9 Verdachte [naam 10] heeft op 21 april 2015 een aantal van deze personen afgezet en later weer opgehaald in Dieren.10

Verdachte [verdachte] is naar het restaurant [naam 11] te Dieren gegaan en heeft daar, aan de daar aanwezige aangever [naam 2] , gevraagd naar aangever [naam 1] .11 [naam 1] was toen niet aanwezig. Toen aangever [naam 1] richting het restaurant kwam, is een vechtpartij ontstaan op de [straatnaam 1] en de [straatnaam 2] .12 Aangever [naam 3] en aangever [naam 2] waren daar ook aanwezig.13 In het dossier bevinden zich drie aangiftes van de familie [naam 12] .

Verklaringen over de vechtpartij

Aangever [naam 1] heeft verklaard dat hij door vier á vijf jongens werd getrokken en geduwd. Hij heeft gezien dat aangever [naam 3] de arm van verdachte [verdachte] vastpakte, waarop aangever [naam 3] werd aangevallen. Hij heeft ook gezien dat aangever [naam 2] werd geslagen en geschopt. Hij heeft verklaard dat hij zag dat aangever [naam 2] als eerste stoten kreeg van verdachte [naam 8] . Aangever [naam 1] heeft gezien dat verdachte [naam 5] met een knuppel naar hem toe kwam rennen. Aangever [naam 1] zag kans om weg te rennen en heeft gezien dat hij toen werd achtervolgd. Hij werd vervolgens ingehaald en heeft vervolgens gezien en gevoeld dat hij over zijn hele lichaam werd geslagen en geschopt.14 Aangever [naam 1] heeft verklaard dat hij een keiharde vuistslag kreeg in zijn gezicht, uitgedeeld door verdachte [naam 4] . Niemand anders heeft hem zo hard geraakt. Verdachte [naam 4] had een trainingspak aan van [naam 13] , met een witte bovenkant, roze met zwarte strepen op de schouders en daarover heen droeg hij een donker gekleurde bodywarmer.15 Aangever [naam 1] heeft verklaard dat hij voelde dat zijn kaak brak op het moment dat verdachte [naam 4] hem de vuistslag gaf.16

MKA-chirurg [naam 14] heeft beschreven dat op 22 april 2015 bij [naam 2] de fractuurdelen weer op hun plaats zijn gebracht. De breuk zat in zijn rechter onderkaak door het foramen mentale (rechtbank: grote opening in het schedelbot aan de voorzijde van de kaak), en aan de linkerzijde tussen de 2e en 3e tand. Hier was een duidelijke volledige dislocatie en als gevolg daarvan een forse hypesthesie (gevoelsvermindering) van de onderlip, aldus de chirurg.17

Aangever [naam 3] heeft verklaard dat een persoon die hij heeft aangeduid als dader één tegen hem heeft gezegd dat hij ‘ [verdachte] ’ heet. Hij heeft gezien dat dader één met zijn rechterhand naar zijn linker jaszak greep. Hij heeft daarop met beide handen de rechterhand van dader één vastgepakt. Aangever [naam 3] heeft verklaard dat hij heeft gezien en gevoeld dat dader één met zijn linker gebalde vuist tegen de linkerkant van zijn gezicht sloeg. Aangever [naam 2] heeft verklaard dat hij voelde dat hij diverse malen werd geschopt en geslagen toen hij op de grond lag.18

Dokter [naam 15] heeft verklaard dat hij aangever [naam 3] op 22 april 2015 heeft onderzocht. [naam 15] heeft bloeduitstortingen in het rechter ooglid, de linkerslaap en de rechterwang waargenomen en heeft het vermoeden dat aangever [naam 3] een lichte hersenschudding had.19

Aangever [naam 2] heeft verklaard dat hij zag dat aangever [naam 1] werd aangevallen. Toen hij er tussen sprong, heeft hij een honkbalknuppel tegen het linker gedeelte van zijn hoofd gekregen. Aangever [naam 2] heeft verklaard dat hij hierdoor op de grond viel en daarna klappen kreeg op zijn gehele lichaam. Hij heeft zich onder doktersbehandeling gesteld en zijn hoofdwond is gehecht met twee hechtingen. Over zijn hele lichaam heeft hij veel pijn gehad op de plekken waar hij is geslagen en geschopt.20

Verbalisant [verbalisant] heeft van de [naam 16] huisartsengroep een formulier ontvangen betreffende aangever [naam 2] .21 In het formulier, aangemaakt op 21 april 2015 om 22.37 uur, staat dat aangever [naam 2] heeft gezegd dat hij met een knuppel op het hoofd is geslagen. Op het formulier staat dat is waargenomen dat hij een scheur/snijwond op zijn behaarde hoofdhuid had en dat deze wond gehecht is.22 In het formulier, aangemaakt op 24 april 2015, staat dat aangever [naam 2] moeite had met bukken. Ook is links op zijn rug een rode vlek en lokale drukpijn waargenomen. Er was sprake van een buil/kneuzing/contusie intacte huid.23

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat een jongen klappen kreeg van meerdere jongens.24 Getuige [getuige 1] heeft gezien dat uit de mond van het slachtoffer bloed stroomde.25

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij getuige is geweest van een conflict. Zij heeft voor haar woning aan de [straatnaam 2] te Dieren gezien dat er een grote groep stond. Zij heeft gezien dat een jongen die een honkbalknuppel in zijn hand vasthield aan de bijrijderskant van een auto met kenteken [kenteken] stapte.26

De auto met kenteken [kenteken] was tot 2 mei 2015 in gebruik bij getuige [naam] , de moeder van [naam] . Getuige [naam] heeft verklaard dat haar zoon [naam] en zij de enige gebruikers waren van de auto tot 2 mei 2015.27 Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij [naam] heeft gebeld met het verzoek om hen op te halen.28

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij de oom van aangever [naam 1] heeft geslagen.29 Ook heeft hij verklaard dat hij heeft gezien dat zijn vrienden en een van de mannen elkaar wurgden en dat het uit de hand liep. Hij zag ook twee mensen vechten.30 Hij heeft gezien dat de vader van [naam 2] [de rechtbank begrijpt aangever [naam 2] ] op de grond lag.31 Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat verdachte [naam 8] een blauw oog heeft opgelopen.32

Tijdens zijn verhoor bij de politie is aan verdachte [naam 4] voorgehouden dat aangever [naam 1] heeft verklaard dat [naam 4] op 21 april 2015 een trainingspak van [naam 13] aan had, met een zwarte broek en een witte bovenkant. De bovenkant had een zwarte en een roze streep erop. Hierop heeft verdachte [naam 4] verklaard dat hij dat trainingspak nu aan heeft.33

Verdachte [naam 6] heeft verklaard dat hij zag dat er wederzijds werd geduwd en getrokken door verdachte [verdachte] en aangever [naam 1] . Hij heeft ook verklaard dat toen de ruzie begon er over en weer werd geslagen.34

Overwegingen

Van openlijk geweld is sprake bij geweld, gepleegd in vereniging, dat voor derden zichtbaar was of had kunnen zijn en waardoor de openbare orde is verstoord. Dat sprake is geweest van openlijk geweld staat naar het oordeel van de rechtbank, gezien voorgaande bewijsmiddelen, vast en is ook niet betwist. De rechtbank ziet dat - zoals over het algemeen geldt voor vechtpartijen tussen twee groepen personen - er daders en slachtoffers zijn bij beide partijen. De rechtbank benadrukt dit mede omdat vanuit de verdediging een paar keer is benoemd dat de verdachten (ook) kunnen worden gezien als slachtoffers.
Echter, het dossier zoals dat aan de rechtbank is voorgelegd bevat aangiften van [naam 1] , [naam 3] en [naam 2] . Daarin is ook hun letsel beschreven. Verder bevat het dossier een aantal verklaringen van (min of meer) onafhankelijke getuigen, die grotendeels ondersteunend zijn voor de verklaringen van de aangevers. In het dossier zijn geen aangiften opgenomen van verdachte [verdachte] en diens medeverdachten.

Verklaringen van aangevers en getuigen dienen in het kader van de beoordeling van de zaak door de rechtbank te worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid. De enkele omstandigheid dat in verklaringen van betrokkenen op onderdelen verschillen voorkomen, maakt deze verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Dit kan immers zijn veroorzaakt door verklaarbare beperkingen van de waarneming, al dan niet teweeg gebracht door de hectiek tijdens het voorval. De rechtbank heeft dan ook geen reden om reeds om deze reden te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van de verklaringen van aangevers en getuigen en vindt de verschillende verklaringen bruikbaar voor het bewijs.

De vraag die aan de rechtbank voorligt, is welk aandeel en welke rol verdachte [verdachte] heeft gehad in het openlijk geweld dat is gepleegd tegen aangevers [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] .

De rechtbank stelt vast dat verdachte [verdachte] naar Dieren is gegaan om iets uit te praten met aangever [naam 1] . Verdachte [verdachte] is echter niet in zijn eentje naar Dieren gegaan, maar is met in ieder geval zes personen naar Dieren gegaan. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit dat verdachte [verdachte] rekening heeft gehouden met de mogelijkheid dat het uitpraten zou kunnen escaleren en dat hij en zijn medeverdachten een confrontatie dus niet uit de weg gingen. Ook blijkt dat verdachte [verdachte] het voortouw heeft genomen door zijn vrienden te vragen met hem mee te gaan.35

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat hij een oom van aangever [naam 1] heeft geslagen. Aangever [naam 3] heeft verklaard dat hij door dader één - die heeft gezegd dat hij [verdachte] heet - met gebalde vuist in zijn gezicht is geslagen. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte [verdachte] degene is geweest die aangever [naam 3] opzettelijk heeft geslagen.


De rechtbank is van oordeel dat verdachte [verdachte] een actief aandeel en een significante en wezenlijke rol heeft gehad in het openlijk geweld, zowel omdat hij de aanstichter is van het openlijke geweld als omdat hij aangever [naam 3] een vuistslag heeft gegeven. Dat aangever [naam 1] mogelijk ook een aandeel in heeft gehad in het uitlokken van de confrontatie die tot de vechtpartij heeft geleid, maakt dit niet anders.

Aangever [naam 3] heeft verklaard dat hij door de vuistslag aan de linker kant van zijn gezicht werd geraakt en dokter [naam 15] heeft een bloeduitstorting in zijn linkerslaap waargenomen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit dat aangever [naam 3] door de door verdachte [verdachte] gegeven vuistslag letsel heeft opgelopen.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde, zoals hieronder nader aangegeven in de bewezenverklaring.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij, op of omstreeks 21 april 2015 te Dieren, gemeente Rheden, openlijk, te

weten op of aan de openbare weg, te weten de [straatnaam 1] en/of de

[straatnaam 2] , in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het

publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een

of meer perso(o)n(en), te weten [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] , welk

geweld bestond uit

- het opzettelijk (meermalen) slaan/stompen en/of schoppen/trappen in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd, en/of op/tegen het lichaam van voornoemde [naam 1] en/of

- het opzettelijk (meermalen) slaan met de vuist(en) en/of een knuppel, althans een stuk hout, in ieder geval met een hard en/of zwaar voorwerp, op/tegen het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [naam 2] en/of

- het opzettelijke (meermalen) slaan/stompen en/of schoppen/trappen in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd, en/of op/tegen het lichaam van voornoemde [naam 3] ,

terwijl dit door hem gepleegde geweld

- zwaar lichamelijk letsel, te weten een dubbele kaakfractuur, althans enig lichamelijk letsel voor [naam 1] ten gevolge heeft gehad en/of

- enig lichamelijk letsel, te weten een hoofdwond en/of een of meer blauwe

plek(ken), voor [naam 2] ten gevolge heeft gehad en/of

- enig lichamelijk letsel, te weten een bloeduitstorting in het rechter ooglid en een bloeduitstorting in de linkerslaap en een bloeduitstorting in de rechter wang en een lichte hersenschudding, voor [naam 3] ten gevolge heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

5 De strafbaarheid van het feit

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat het feit strafbaar is.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat sprake is van noodweer zodat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsman heeft aangevoerd dat de situatie escaleerde toen aangever [naam 1] begon te duwen en aangever [naam 3] de arm van verdachte [verdachte] omdraaide en op zijn voet ging staan. Hierop heeft verdachte [verdachte] een tik uit zelfverdediging gegeven. Volgens de verdediging was er sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen verdachte [verdachte] zich mocht verdedigen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat sprake was van een wederrechtelijke aanranding waartegen verdachte [verdachte] zich mocht verdedigen door het uitdelen van een klap. In de eerste plaats vindt de rechtbank niet aannemelijk geworden dat [naam 3] verdachte [verdachte] wilde aanvallen (“wederrechtelijk wilde aanranden”) waar [naam 3] zelf juist heeft verklaard dat hij de arm pakte om escalatie te voorkomen.
Maar ook al zou verdachte [verdachte] die actie hebben opgevat als een (dreigende) aanval, dan nog past zijn reactie naar het oordeel van de rechtbank niet binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit. In de eerste plaats is een vuistslag in iemands gezicht – zeker in het gezicht van een oudere man – niet proportioneel, bovendien had verdachte [verdachte] kennelijk genoeg bewegingsruimte. Hij had dus ook kunnen weggaan in plaats van geweld te gebruiken. Het feit is dus strafbaar.

De rechtbank merkt hierbij nog op dat de uitspraak van deze rechtbank (ECLI:NL:RBGEL:2016:1661), waarnaar de raadsman heeft verwezen, niet vergelijkbaar is met de huidige situatie.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 200 uren werkstraf, te vervangen door 100 dagen hechtenis als hij die werkstraf niet of niet goed zou uitvoeren (met aftrek van 2 uren per dag die verdachte in inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht). De officier van justitie heeft aangevoerd dat er geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat de eis van de officier van justitie te hoog is, omdat hij onvoldoende rekening heeft gehouden met de rol en het aandeel van de aangevers. Tevens dient meer rekening te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij is bezig met een HBO studie, heeft een duidelijk doel voor ogen en een steunend netwerk. De thuissituatie is momenteel moeilijk, wat terug is te zien in het laatste reclasseringsrapport. Ook dient naar de mening van de raadsman rekening te worden gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft ook gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 7 september 2017;

- de voorlichtingsrapportages van Reclassering Nederland van 29 maart 2016 en van het Leger des Heils van 20 april 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte de aanstichter is van het openlijk geweld. Hij is samen met, in ieder geval, zes vrienden naar Dieren gereisd en daar is een grote vechtpartij op de openbare weg ontstaan. Hierbij hebben meerdere personen lichamelijk letsel opgelopen. Eén persoon heeft ten gevolge van het incident zwaar lichamelijk letsel in de vorm van een dubbele kaakfractuur opgelopen. Dit is zeer ernstig letsel, met een lange herstelperiode en heeft ingrijpende gevolgen gehad voor het slachtoffer. Ook is door een medeverdachte geslagen met knuppel. Verdachte heeft tijdens de vechtpartij een oudere man met zijn vuist geslagen, waardoor deze man letsel heeft opgelopen.

De vechtpartij heeft buurtbewoners zeer angstig gemaakt, zo blijkt uit de 112-meldingen. De rechtbank is van oordeel dat geweld nooit de oplossing is en rekent het verdachte aan dat hij dit geweld mede heeft veroorzaakt.

Ondanks het feit dat door onderzoekswensen van de verdediging de behandeling van de zaak is aangehouden, houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met de verstreken tijd sinds het gepleegde feit.

De rechtbank ziet dat verdachte een HBO opleiding volgt en een positieve bijdrage wil leveren aan de samenleving. Dit neemt echter niet weg dat mede door zijn toedoen een grote vechtpartij is ontstaan en dat hij een strafbaar feit heeft gepleegd. Daarom zal de rechtbank een werkstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis, opleggen.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van benadeelde partij [naam 3]

De benadeelde partij [naam 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 740,-.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [naam 3] tot betaling van het bedrag van € 740,- toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 14 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft verzocht de betalingsverplichting hoofdelijk op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. De vordering is een onevenredige belasting van het strafproces, nu de benadeelde partij ook een eigen aandeel heeft in de vechtpartij. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering te matigen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebruikte bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag van € 740,- schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 21 april 2015.

Verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Ten aanzien van benadeelde partij [naam 1]

De benadeelde partij [naam 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 45.269,28.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. De vordering is te laat ingediend en is een onevenredige belasting van het strafproces. Ook heeft de benadeelde partij een aandeel in de schuld. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om de vordering te matigen. Hij heeft aangevoerd dat de gevorderde vergoeding voor het verlies van inkomsten niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat deze toekomstige inkomsten te onzeker zijn. Tussen de studievertraging en het bewezenverklaarde feit ontbreekt het causale verband. De psychische last is onvoldoende onderbouwd en de aangehaalde zaken uit de smartengeld gids zijn niet vergelijkbaar. De gevorderde proceskosten zijn buitenproportioneel in verhouding tot de vergoeding die de overheid in dergelijke zaken betaalt.

Beoordeling door de rechtbank

De vordering tot schadevergoeding van [naam 1] is, via de bode, pas op de terechtzitting van 26 oktober 2017 ontvangen. De benadeelde partij en zijn advocaat zijn niet verschenen en de vordering is dan ook niet verder toegelicht. De rechtbank en de verdediging hebben geen mogelijkheid gehad om vragen te stellen aan de benadeelde partij of zijn advocaat.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering met betrekking tot het verlies aan inkomsten, de studievertraging en de kosten voor rechtsbijstand onvoldoende onderbouwd. De vordering zal op deze punten niet-ontvankelijk worden verklaard.

Vast staat dat de benadeelde partij tijdens de vechtpartij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het is een feit van algemene bekendheid dat bij geweldsincidenten met (zwaarder) letsel immateriële schade ontstaat. In zoverre komt de rechtbank de vordering tot vergoeding van immateriële schade redelijk voor. [naam 1] vordert een bedrag voor immateriële schadevergoeding van € 5.000,-. Zonder toelichting is dit bedrag gezien de hoogte echter niet toewijsbaar. Gelet op vergoedingen in vergelijkbare zaken is van oordeel dat de benadeelde partij in ieder geval tot een bedrag van € 2.500,- schade heeft geleden, waarvoor verdachte en zijn medeverdachten naar burgerlijk recht aansprakelijk zijn. De rechtbank zal dit bedrag als voorschot toewijzen.

Omdat verdachte [naam 4] de klap heeft uitgedeeld die de dubbele kaakfractuur heeft veroorzaakt zal de rechtbank een bedrag van € 1.500,- volledig toerekenen aan verdachte [naam 4] . Het overige bedrag van € 1.000,- zal de rechtbank hoofdelijk opleggen. Dit betekent dat verdachte voor het bedrag van € 1.000,- niet meer tot vergoeding is gehouden, indien en voor zover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 21 april 2015.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 24c, 27, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

 beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 3]

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam 3], van een bedrag van € 740,- (zevenhonderdveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 april 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededaders ( [naam 5] parketnummer 05/820155-15, [naam 4] parketnummer 05/820154-15 en [naam 8] parketnummer 05/172234-15) of door één van hen het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 3] , een bedrag te betalen van € 740,- (zevenhonderdveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 april 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 14 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededaders ( [naam 5] parketnummer 05/820155-15, [naam 4] parketnummer 05/820154-15 en [naam 8] parketnummer 05/172234-15) of door één van hen dit bedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 bepaalt dat, indien veroordeelde, of (één van) de mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde, of één van de mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 1]

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam 1], van een bedrag van € 1.000,- (duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 april 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededaders ( [naam 5] parketnummer 05/820155-15 en [naam 4] parketnummer 05/820154-15), of door één van hen het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 verklaart de benadeelde partij [naam 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 1] , een bedrag te betalen van1.000,- (duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 april 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 20 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededaders ( [naam 5] parketnummer 05/820155-15 en [naam 4] parketnummer 05/820154-15), of door één van hen dit bedrag aan de Staat is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 bepaalt dat, indien veroordeelde, of (één van) de mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde, of (één van) de mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Klep (voorzitter), mr. E. de Boer en mr. E.G.J. Broekhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Langstraat, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 november 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015334277 Z, gesloten op 15 juli 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 oktober 2017; het proces-verbaal van aangifte van aangever [naam 1] , p. 129.

3 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 243 en 250.

4 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 243; het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 4] , p. 268.

5 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 243; Het proces-verbaal van getuigenverhoor van [naam 5] , bij het Kabinet rechter-commissaris, van 20 juni 2016, p. 2.

6 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 243; het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 6] , p. 305.

7 Het proces-verbaal van aangifte van aangever [naam 1] , p. 129; het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , p. 159.

8 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 243; het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 8] , p. 322.

9 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 243; het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 9] , p. 338

10 Het proces-verbaal van getuigenverhoor van [naam 10] , bij het Kabinet rechter-commissaris, van 20 juni 2016, p. 2.

11 Het proces-verbaal van aangifte van aangever [naam 2] , p. 124-125; het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 250.

12 Het proces-verbaal van aangifte van aangever [naam 1] , p. 129; het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 249; het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] , p. 182.

13 Het proces-verbaal van aangifte van aangever [naam 2] , p. 125; het proces-verbaal van aangifte van aangever [naam 3] , p. 144.

14 Het proces-verbaal van aangifte van aangever [naam 1] , p. 129.

15 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [naam 1] , p. 135.

16 Het proces-verbaal van getuigenverhoor van [naam 1] , bij het Kabinet rechter-commissaris, van 30 juni 2016, p. 6.

17 Een brief van het Rijnstate, gedateerd 28 april 2015, p. 143.

18 Het proces-verbaal van aangifte van aangever [naam 3] , p. 145.

19 De geneeskundige verklaring betreffende [naam 3] , p. 150.

20 Het proces-verbaal van aangifte van aangever [naam 2] , p. 125.

21 Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , van 25 oktober 2017.

22 Het formulier van HAP CHRA aangemaakt door [naam 17] , van 21 april 2015.

23 Het formulier van HAP CHRA aangemaakt door [naam 18] , van 24 april 2015.

24 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 191.

25 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 192.

26 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 184.

27 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam] , p. 198.

28 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 250.

29 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 251 en 252.

30 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 249.

31 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 252.

32 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 254.

33 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 4] , p. 273.

34 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 6] , p. 306.

35 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 249.