Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5707

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-10-2017
Datum publicatie
07-11-2017
Zaaknummer
6288824 \ HA VERZ 17-186 \ 474 \ 28195
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Kanton. Arbeidsrecht. Vernietiging ontslag op staande voet. Geen dringende reden. Persoonlijke omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1346
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 6288824 \ HA VERZ 17-186 \ 474 \ 28195

uitspraak van 16 oktober 2017

beschikking

in de zaak van

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

gemachtigde mr. H. Tamminga

en

de publiekrechtelijke rechtspersoon Presikhaaf Bedrijven

gevestigd te Arnhem

verzoekende partij

gemachtigde mr. A.G.M. Dera-ten Bokum

Partijen worden hierna [verzoeker] en Presikhaaf genoemd.

1 De procedure

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, ingekomen ter griffie op 1 september 2017, gericht tegen Presikhaaf.

1.2.

Presikhaaf heeft een verweerschrift ingediend.

1.3.

Ter zitting d.d. 16 oktober 2017 zijn beide partijen, vertegenwoordigd door hun gemachtigden, voor de kantonrechter verschenen. Zij hebben de kantonrechter de nodige inlichtingen verstrekt. Verwezen wordt naar de aantekeningen die de griffier van de mondelinge behandeling heeft gemaakt, waaraan gehecht de pleitnotities van de gemachtigden van partijen.

1.4.

De kantonrechter heeft ter zitting uitspraak gedaan.

2 De feiten

2.1.

Presikhaaf is een dienstverlenende organisatie die zich richt op het (re-)integreren van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk. De focus ligt daarbij op de ontwikkeling en begeleiding van mensen uit de doelgroep naar zo regulier mogelijk werk.

2.2.

[verzoeker] is sinds 1 maart 2014 in dienst bij Presikhaaf krachtens De Wet Sociale Werkvoorzieningen (hierna: WSW), laatstelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voor 32 uur per week tegen een salaris van € 1.391,47 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag en 3,75% eindejaarsuitkering.

2.3.

[verzoeker] stuurt op 9 november 2016 een e-mail aan [naam leidinggevende]. Deze e-mail luidt als volgt.

Ik heb de afgelopen weken tussen twee werelden geleefd. De ene wereld is de werkelijkheid en de andere wereld is dat ik deze hele situatie waarin ik leef niet wil. Ik bedoel daarmee dat ik niet onder ogen kon zien dat ik depressief en gestresst ben. (faalangst en schuldgevoel) Daardoor wilde ik heel graag werken en naar jou toe liet ik weten dat het goed met me ging. Deze werelden zijn al een poos in gevecht met elkaar. Gisteren was ik weer zo in paniek dat ik een suïcidepoging heb gedaan. En toen kwam de omslag. Ik ben sindsdien redelijk rustig. Dit betekent niet dat de spanning en depressie weg zijn, maar ik begin te accepteren dat het is zoals het is. Daardoor vind ik nu een beetje rust. Morgenmiddag start ik een cursus mindfulness.

(…)

Het spijt me dat ik jou heb doen laten geloven dat het goed ging met mij, maar ik kon niet anders op dat moment.

(…)

2.4.

[verzoeker] is vanaf 16 januari 2017 te werk gesteld bij Intratuin Arnhem.

2.5.

Presikhaaf ontslaat [verzoeker] op 7 juli 2017 op staande voet. In de brief d.d. 7 juli 2017 aan [verzoeker] vermeldt Presikhaaf de (dringende) reden voor dit ontslag. In deze brief staat, voor zover relevant, het volgende.

Hierbij delen wij u mee dat wij met onmiddellijke ingang de arbeidsrelatie met u beëindigden vanwege dringende reden.

De dringende reden is gelegen in het feit dat u diefstal heeft gepleegd bij Intratuin Arnhem, welke een onderdeel is van onze organisatie.

Woensdag 6 juli jl. is er op geregistreerde camerabeelden het volgende geconstateerd.

Op dinsdagmiddag 4 juli 2017 heeft u vanaf 16.44 uur, via de interne afhaalpoort, meerdere malen, en zonder toestemming, plantjes vanuit de winkel geplaatst in een plantenbak gelegen aan de openbare parkeerplaats, nabij de klanten-ingang. Vervolgens heeft u om 18.03 uur uitgeklokt op het urenregistratiesysteem en bent u uw fiets gaan halen uit het fietsenhok. Met uw fiets rijdt u vanuit het fietsenhok naar de klanten-ingang, schuin over de parkeerplaats naar de betreffende plantenbak. U stapt af en stopt vier artikelen in uw fietstas. U sluit uw fietstas af, stapt op uw fiets en verlaat het parkeerterrein. Concreet betekent dit dat u vier planten heeft ontvreemd uit de winkel en deze zonder te betalen mee naar huis heeft genomen.

Dit is voor Presikhaaf Bedrijven een reden om u op staande voet te ontslaan en in het verlengde hiervan is aan u, op donderdag 6 juli jl., reeds medegedeeld dat u verdacht wordt van diefstal. U bent tijdelijk geschorst, met behoud van loon, zodat wij in de gelegenheid zijn om onderzoek te verrichten. Tevens bent u uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek op vrijdag 7 juli 2017 om 09.30 uur.

(…)

Gelet op het voorgaande en de ernst van de situatie rest ons niets anders dan u op staande voet te ontslaan. (…)

2.6.

Op 27 juli 2017 heeft [verzoeker] een suïcidepoging gedaan. [verzoeker] heeft zichzelf vervolgens op 24 augustus 2017 zeer ernstig letsel toegebracht. Sinds 6 september 2017 is [verzoeker] opgenomen op de gesloten afdeling psychiatrie en gediagnosticeerd met een ernstige depressieve stoornis met psychotische kenmerken.

3 Het verzoek, het verweer en de beoordeling daarvan

3.1.

[verzoeker] verzoekt primair het ontslag op staande voet te vernietigen, Presikhaaf te verplichten hem binnen 24 uur na betekening van dit vonnis toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, althans te bevestigen dat [verzoeker] zich beschikbaar moet houden voor re-integratie, voor zover en zodra de bedrijfsarts hem daartoe geschikt acht, tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag dat Presikhaaf in gebreke blijft en Presikhaaf te veroordelen tot betaling van zijn salaris vanaf 7 juli 2017 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente. Subsidiair verzoekt [verzoeker], kort gezegd, de veroordeling van Presikhaaf tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, de transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 55.500,00. [verzoeker] verzoekt daarnaast bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van het geding Presikhaaf te veroordelen tot betaling van het salaris tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd. [verzoeker] verzoekt voorts Presikhaaf te veroordelen in de proceskosten. [verzoeker] legt aan zijn verzoeken - kort gezegd - ten grondslag dat er geen sprake is van een dringende reden voor het ontslag op staande voet.

3.2.

Presikhaaf voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de verzoeken met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.

3.3.

Het verzoekschrift, ingekomen op 1 september 2017, is gelet op de in artikel 7:686a BW genoemde vervaltermijn, tijdig ingediend, zodat [verzoeker] ontvankelijk is in zijn verzoek.

3.4.

Kern van het geschil betreft de vraag of de reden die Presikhaaf aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd is te kwalificeren als een dringende reden. Presikhaaf heeft aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd dat [verzoeker] op 4 juli 2017 vier planten heeft ontvreemd uit de winkel van Intratuin in Arnhem en zonder te betalen mee heeft genomen van naar huis. Deze diefstal is volgens Presikhaaf een dringende reden voor het ontslag op staande voet.

3.5.

De door Presikhaaf aangevoerde reden leveren naar het oordeel van de kantonrechter geen dringende reden op om de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] op 7 juli 2017 onverwijld op te zeggen. Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW sprake is, moeten in aanmerking worden genomen de omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van [verzoeker]. Tussen partijen staat niet ter discussie dat [verzoeker] op 4 juli 2017 de planten uit de Intratuin zonder te betalen mee naar huis heeft genomen. Echter, [verzoeker] stelt dat hij onder invloed van een psychose heeft gehandeld. Hij handelde op dat moment zodanig, omdat hij stemmen in zijn hoofd had die hem daartoe opdracht gaven. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [verzoeker] meer dan voldoende aannemelijk gemaakt dat hij leed – en lijdt – aan een psychische/psychiatrische stoornis, welke stoornis in relatie staat tot zijn gedragingen die voor Presikhaaf aanleiding waren hem op staande voet te ontslaan (verwezen wordt naar de vastgestelde feiten in rechtsoverweging 2.6.). Zeker vanwege het specifieke karakter van Presikhaaf als werkgever (verwezen wordt naar rechtsoverweging 2.1.) had Presikhaaf na de constatering van de gedragingen van [verzoeker] in deze zaak, gelet op de (langdurige) WSW-indicatie van [verzoeker] en de e-mail van [verzoeker] d.d. 9 november 2016, nader onderzoek moeten verrichten. Zij had zich ervan dienen te vergewissen of de gedragingen geen verband hielden met de psychische toestand van [verzoeker]. [verzoeker] is in november en december 2016 nog door de bedrijfsarts van Presikhaaf gezien. Het had op de weg van Presikhaaf gelegen om contact met de bedrijfsarts op te nemen en de bedrijfsarts nader (medisch) onderzoek te laten verrichten. In ieder geval heeft Presikhaaf door enkel een gesprek met [verzoeker] te voeren op 7 juli 2017 zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende onderzocht. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Presikhaaf onvoldoende de belangen van [verzoeker] bij behoud van zijn WSW-indicatie - welke vanaf 1 januari 2015 niet meer opnieuw kan worden aangevraagd - betrokken, waartoe te meer aanleiding bestond omdat [verzoeker] bij uitstek immers tot de doelgroep van Presikhaaf behoort. Tegen de evidente belangen van [verzoeker] bij voortzetting van de arbeidsovereenkomst met Presikhaaf – met behoud van zijn WSW-indicatie – staan in feite geen belangen van Presikhaaf die tot een andersluidende beslissing zouden moeten leiden. Presikhaaf kan een Ziektewetuitkering voor [verzoeker] aanvragen waarmee de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte (grotendeels) wordt gecompenseerd. [verzoeker] heeft namelijk op grond van artikel 29b lid 2 onder d van de Ziektewet, vanwege zijn WSW-indicatie, recht op ziekengeld vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken.

3.6.

Gelet op het voorgaande – alle omstandigheden in aanmerking genomen – ontbreekt voor het door Presikhaaf aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet een dringende reden, zodat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd. Het verzoek om de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen zal dan ook worden toegewezen.

3.7.

[verzoeker] heeft betaling verzocht van het salaris vanaf 7 juli 2017 te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente. Presikhaaf heeft verzocht om de wettelijke verhoging en de wettelijke rente te matigen. De kantonrechter ziet geen aanleiding de verzochte wettelijke verhoging te beperken of de wettelijke rente te matigen. Het verzochte salaris en de verzochte wettelijke verhoging alsmede de wettelijke rente zullen dan ook worden toegewezen.

3.8.

De kantonrechter wijst het verzoek van [verzoeker] om Presikhaaf te verplichten hem binnen 24 uur na betekening van dit vonnis toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden of te bevestigen dat hij zich beschikbaar moet houden voor re-integratie af. Gelet op de huidige medische situatie van [verzoeker] zal hij, naar verwachting mag worden aangenomen gedurende langere tijd, zijn werkzaamheden niet kunnen hervatten en evenmin zich beschikbaar kunnen stellen voor zijn re-integratie. Na herstel zullen partijen in overleg moeten treden teneinde een voor [verzoeker] passende oplossing, te denken valt aan re-integratie bij een andere inlener dan Intratuin Arnhem, te vinden. In dit stadium kan daarop niet worden vooruit gelopen.

3.9.

Nu in deze beschikking al een beslissing wordt gegeven over de verzoeken van [verzoeker] is er geen reden meer om met toepassing van artikel 223 Rv een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening op grond van dat artikel kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding.

3.10.

Presikhaaf wordt, als de in het ongelijk gestelde procespartij, veroordeeld in de proceskosten.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst d.d. 7 juli 2017;

4.2.

veroordeelt Presikhaaf om aan [verzoeker] te betalen het aan [verzoeker] toekomen salaris (€ 1.391,47 bruto per maand) over de periode vanaf 7 juli 2017 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente vanaf de respectievelijke tijdstippen van opeisbaarheid tot aan de dag der volledige voldoening;

4.3.

veroordeelt Presikhaaf in de proceskosten tot deze uitspraak aan de zijde van [verzoeker] begroot op € 223,00 aan griffierecht en € 800,00 aan salaris voor de gemachtigde;

4.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

4.5.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. W.H. van Empel en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2017.