Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5566

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
06-09-2017
Datum publicatie
26-10-2017
Zaaknummer
4726142 en 5062562
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partnerpensioen. Uitleg begrip ‘partner’ in het pensioenreglement. Geen aanmeldplicht om in aanmerking te komen voor partnerpensioen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2017/168
AR 2017/5566
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Apeldoorn

zaakgegevens 4726142 \ CV EXPL 16-460 en 5062562 CV EXPL 16-3110

grosse aan: mr. Van Basten Batenburg en mr. Derksen/mr. Ter Horst

afschrift aan: mr. Van der Vegt

verzonden d.d.:

vonnis d.d. 6 september 2017 van de kantonrechter

in de zaak van

[naam eiser]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

gemachtigde mr. M.J. van Basten Batenburg

tegen

de naamloze vennootschap Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V.

gevestigd te Apeldoorn

gedaagde partij

gemachtigde mr. S. van der Vegt

en in de vrijwaringszaak tussen

de naamloze vennootschap Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V.

gevestigd te Apeldoorn

eisende partij

gemachtigde mr. S. van der Vegt

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Baronie de Heer B.V.,

gevestigd te Rotterdam

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. G.R. Derksen en mr. A. ter Horst.

Partijen worden hierna [eiser] , Achmea en Baronie genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt in de hoofdzaak uit:

- het tussenvonnis van 20 april 2016 waarin Achmea is toegestaan Baronie in vrijwaring op te roepen

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- de rolbeschikking van 28 december 2016 waarin partijen gelegenheid is geboden tot het houden van pleidooien;

- de pleidooien, gehouden op 20 april 2017, waarbij mr. Van Basten Batenburg en mr. Van der Vegt pleitaantekeningen hebben overgelegd en waarvan overigens aantekening is gehouden door de griffier.

1.2.

Het verloop van de procedure blijkt in de vrijwaringszaak uit:

- de dagvaarding van waarin Baronie in vrijwaring is opgeroepen

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- de rolbeschikking van 28 december 2016 waarin partijen gelegenheid is geboden tot het houden van pleidooien

- de pleidooien, gehouden op 20 april 2017, waarbij mr. Van der Vegt en mr. Derksen pleitaantekeningen hebben overgelegd en waarvan overigens aantekening is gehouden door de griffier.

1.3.

Ten slotte is in beide zaken vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[naam] is op 1 maart 2000 in dienst getreden bij Baronie.

2.2.

[naam] en Baronie hebben een pensioenovereenkomst gesloten. [naam] was verplicht deel te nemen in het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Zoetwarenindustrie en in aanvulling daarop zijn Baronie en [naam] een excedent pensioenregeling overeengekomen.

2.3.

Baronie heeft ter uitvoering van de pensioenovereenkomst, een uitvoeringsovereenkomst (hierna: de uitvoeringsovereenkomst) gesloten met Achmea.

In de uitvoeringsovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

“Doel en inhoud van de uitvoeringsovereenkomst

Artikel 2

Het doel van deze uitvoeringsovereenkomst is uitvoering geven aan de verplichtingen van Baronie de Heer B.V., zoals deze voortvloeien uit de pensioenovereenkomsten. Het pensioenreglement, de Verzekeringsvoorwaarden Renteniersplan, de Betalingsvoorwaarden Renteniersplan en het tarief Renteniersplan, die als bijlage bij deze uitvoeringsovereenkomst zijn opgenomen, maken onderdeel uit van deze uitvoeringsovereenkomst.

(…)

Rechten en verplichtingen

Artikel 4

6. Baronie de Heer BV is verplicht om de volgende informatie betreffende de deelnemers bij Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen NV te melden:

- wijzigingen in de persoonlijke situatie (zoals burgerlijke staat en overlijden), voor zover die relevant zijn voor de pensioenregeling.

(…)

9. Alle wijzigingen welke van belang zijn voor een juiste uitvoering van de pensioenregeling worden door Baronie de Heer B.V. binnen een periode van dertig dagen nadat de wijziging heeft plaatsgevonden, schriftelijk gemeld aan Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V.

Baronie de Heer B.V. vrijwaart Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. voor pensioenaanspraken en/of pensioenrechten van (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden en andere belanghebbenden als Baronie de Heer B.V. niet (tijdig) voldoet aan diens verplichtingen die uit deze uitvoeringsovereenkomst voortvloeien. Het gaat daarbij met name om de aanmeldings- en de informatieverplichtingen van Baronie de Heer B.V. ”

2.4.

In het ‘Pensioenreglement Renteniersplan voor de werknemers van Baronie de Heer BV’ (hierna: het pensioenreglement), valt onder meer het volgende te lezen:

“Paragraaf 1.1 Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

20. Partner – (…)

- (…)

- de man of vrouw met wie de (gewezen) deelnemer:

- duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voert, en

- met wie geen bloed- of aanverwantschap in de eerste graad bestaat, en

- de (gewezen) deelnemer en de man of vrouw zijn beiden noch gehuwd noch zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan, en

- de (gewezen) deelnemer heeft aangetoond dat er gedurende vijf jaar een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd of er is sprake van een tussen beide gesloten notarieel samenlevingscontract dat ten minste een half jaar geleden is gesloten.

(…)

Paragraaf 21.1. Pensioenaanspraken

(…)

Artikel 2.1.2 Pensioenaanspraken voor de deelnemer

(…)

10 De deelnemer heeft voor zijn partner aanspraak op levenslang partnerpensioen ingaan bij overlijden van de aspirant deelnemer vóór de pensioendatum.

(…)

Paragraaf 5.1 Algemene bepalingen

Artikel 5.1.1. Verplichtingen van de (aspirant, gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden

De (aspirant, gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden die pensioenaanspraken aan dit reglement ontlenen zijn verplicht mee te werken aan een juiste uitvoering daarvan. Dit houdt onder meer in dat zij verplicht zijn alle inlichtingen en gegevens te verstrekken aan de werkgever en de pensioenuitvoerder die deze nodig achten voor een goede uitvoering van het reglement.”

2.5.

[eiser] had een affectieve relatie met [naam] . Op 15 maart 2011 hebben [eiser] en [naam] en notariële samenlevingsovereenkomst gesloten. [naam] is op 11 augustus 2013 overleden.

2.6.

[eiser] heeft aanspraak gemaakt op partnerpensioen. Achmea heeft deze aanspraak afgewezen.

3 De vordering en het verweer

In de hoofdzaak

3.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht zal verklaren dat aan [eiser] een partnerpensioen toekomt op basis van de pensioenovereenkomst tussen wijlen de heer [naam] en Achmea;

b. Achmea zal veroordelen over te gaan tot betaling van het verschuldigde partnerpensioen aan [eiser] per datum overlijden van wijlen de heer [naam] ;

c. Achmea zal veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over hetgeen verschuldigd is onder b.;

d. Achmea zal veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2.

[eiser] heeft aan haar vordering - bezien in het licht van de vastgestelde feiten - zakelijk weergegeven het volgende ten grondslag gelegd. In het pensioenreglement is bepaald dat [naam] bij overlijden voor de pensioendatum aanspraak heeft op levenslang partnerpensioen voor zijn partner.

[eiser] valt onder de definitie van partner zoals omschreven in het pensioenreglement. Zij heeft daarom vanaf het moment van overlijden van [naam] , recht op partnerpensioen zonder dat zij als partner bij Achmea was aangemeld.

Voor het geval de rechtbank mocht aannemen dat er wel een aanmeldplicht bestond, heeft [eiser] gesteld dat Achmea haar zorgplicht heeft geschonden door daarop niet te wijzen. Ten slotte heeft [eiser] aangevoerd dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat zij geen partnerpensioen ontvangt, terwijl zij - nu zij immers onder de definitie van ‘partner’ zoals beschreven in het pensioenreglement valt - daarop wel gerechtvaardigd mocht vertrouwen.

3.3.

Achmea heeft geconcludeerd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] niet ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans haar vorderingen af zal wijzen, althans haar haar vorderingen zal ontzeggen, zulks onder veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure.

Op de inhoud van het verweer zal indien nodig in het navolgende worden ingegaan.

In de vrijwaringszaak

3.4.

Achmea vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a. Baronie, zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak, aanhangig onder rolnummer 4726142 CV EXPL 16-460, zal veroordelen tot betaling van een koopsom, benodigd om de pensioenuitkering waartoe Achmea in de hoofdzaak wordt veroordeeld, aan Achmea te voldoen binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis;

b. Baronie zal veroordelen in de kosten van het geding in de hoofdzaak en in de vrijwaring, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, een en ander zoor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

3.5.

Achmea heeft - bezien in het licht van de vastgestelde feiten

- zakelijk weergegeven het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd.

In de dagvaarding heeft Achmea aan haar vordering te grondslag gelegd dat Baronie toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis uit de uitvoeringsovereenkomst door aan Achmea niet te melden dat [naam] een partner had. Als in de hoofdzaak zal worden geoordeeld dat Achmea gehouden is aan [eiser] partnerpensioen te betalen, dan lijdt Achmea door deze tekortkoming van Baronie schade.

In de conclusie van repliek heeft Achmea de primaire grondslag van haar vordering gewijzigd, in die zin dat zij haar vordering primair baseert op het bepaalde in artikel 4 lid 9 van de uitvoeringsovereenkomst. Daarin is bepaald dat Baronie Achmea dient te vrijwaren voor pensioenaanspraken van (gewezen) deelnemers als Baronie niet voldoet aan haar verplichtingen uit de uitvoeringsovereenkomst.

3.6.

Baronie heeft geconcludeerd dat de kantonrechter Achmea niet ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, dan wel deze vorderingen zal afwijzen, met veroordeling van Achmea in de kosten van het geding, zulks uitvoerbaar bij voorraad.

Op de inhoud van het verweer zal indien nodig in het navolgende worden ingegaan.

4 De beoordeling

In de hoofdzaak

4.1.

Vooropgesteld wordt dat de vordering van [eiser] een vordering is die voortvloeit uit het pensioenreglement, in dit geval het door Achmea opgestelde ‘Pensioenreglement Renteniersplan voor de werknemers van Baronie de Heer BV’. Het pensioenreglement regelt immers de verhouding tussen Achmea en (onder andere) [naam] . Voor zover [eiser] in haar petitum van de dagvaarding vordert te verklaren voor recht dat haar een partnerpensioen toekomt op basis van de ‘pensioenovereenkomst’ tussen [naam] en Achmea, gaat de kantonrechter er - gelet op hetgeen zij aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd - van uit dat zij bedoeld heeft te vorderen te verklaren voor recht dat zij recht heeft op partnerpensioen op basis van het door Achmea opgestelde ‘pensioenreglement’ (dat is gebaseerd op de pensioenovereenkomst tussen [naam] en Baronie).

4.2.

Centraal in dit geding staat de vraag of [eiser] recht heeft op een partnerpensioen. [eiser] heeft aangevoerd dat zij onder het begrip ‘partner’ valt zoals omschreven in het pensioenreglement en dat in het pensioenreglement is bepaald dat indien de deelnemer ( [naam] ) voor de pensioendatum overlijdt, de deelnemer aanspraak heeft op levenslang pensioen voor zijn partner.

4.3.

Achmea heeft zich op het standpunt gesteld dat [eiser] geen recht heeft op partnerpensioen. In de kern komt het verweer van Achmea er op neer dat [naam] [eiser] had moeten aanmelden als partner. Omdat dat niet is gebeurd, en [eiser] daardoor niet als partner bekend was bij Achmea, heeft zij geen recht op partnerpensioen. Volgens Achmea volgt deze aanmeldplicht uit de algemene informatieverplichting zoals opgenomen in artikel 5.1.1 van het pensioenreglement, artikel 15 van de bij het pensioenreglement behorende verzekeringsvoorwaarden, de definitie van het begrip ‘partner’ in het pensioenreglement en de grondslag van de verzekering die wordt gevormd door de door de verzekeringnemer en de verzekerde aan Achmea verstrekte gegevens. De kantonrechter overweegt hierover als volgt.

Uitleg pensioenreglement

4.4.

In artikel 5.1.1 van het pensioenreglement is - kort gezegd - opgenomen dat de deelnemer verplicht is alle inlichtingen en gegevens te verstrekken die de pensioenuitvoerder nodig acht voor een goede uitvoering van het reglement. [eiser] heeft weersproken dat hierin is te lezen dat [naam] haar als partner aan had moeten melden bij Achmea. En uit het partnerbegrip volgt volgens Achmea dat alleen de deelnemer bij leven kan aantonen dat er sprake is van een partner in de zin van het pensioenreglement. Dat brengt volgens Achmea met zich dat er sprake is van een aanmeldplicht.

Tussen partijen bestaat derhalve een geschil over de uitleg van artikel 5.1.1. en de definitie van het begrip partner uit het pensioenreglement.

4.4.1.

Bij de uitleg van een pensioenreglement dat door Achmea is opgesteld en de rechtspositie van derden (waaronder [naam] / [eiser] ) beïnvloedt, komt het niet aan op een louter taalkundige uitleg, maar dient het te gaan om een uitleg naar objectieve maatstaven, waarbij onder meer acht kan worden geslagen op de elders in het pensioenreglement gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de afzonderlijke tekstinterpretaties zouden leiden.

4.4.2.

Vast staat dat het pensioenreglement geen expliciete aanmeldingsplicht bevat, in die zin dat in dat in het pensioenreglement niet expliciet is opgenomen dat een partner moet worden aangemeld. Hoewel aan Achmea kan worden toegegeven dat artikel 5.1.1. op een [naam] de verplichting legde informatie aan Achmea te verschaffen, is de kantonrechter van oordeel dat deze informatieplicht zodanig ruim is omschreven, dat enkel daarin niet kan worden gelezen dat [naam] zijn partner aan had moeten melden. In de definitiebepalingen van het partnerbegrip is dat - zoals door Achmea betoogd - evenmin te lezen. Hoewel Achmea heeft aangevoerd dat hierin is opgenomen dat slechts de (gewezen) deelnemer kan aantonen dat sprake is van een notariële samenlevingsovereenkomst, hetgeen volgens Achmea impliceert dat dit slechts door [naam] had kunnen worden gedaan en niet achteraf door de partner, ziet Achmea hierbij over het hoofd dat het feit dat sprake is van een notarieel samenlevingscontract volgens de tekst van het pensioenreglement voldoende is. De deelnemer dient slechts in het geval sprake is van vijf jaar durende gezamenlijke huishouding aan te tonen dat daarvan sprake is. De kantonrechter leidt dat af uit het feit dat er na het woord “of” “er is sprake” staat en niet “er sprake is”. Indien dat laatste het geval was geweest, zou er hebben gestaan dat “de (gewezen) deelnemer heeft aangetoond dat er (…) of dat er sprake is van een tussen beide gesloten notarieel samenlevingscontract”. Nu dat er niet staat, dient er uit deze tekst te worden afgeleid dat de deelnemer niet aan hoeft te tonen dat er sprake is van een notarieel samenlevingscontract maar kan een ieder die er belang bij heeft stellen dat sprake is van een notarieel samenlevingscontract, ook achteraf. In ieder geval kan daaruit naar het oordeel van de kantonrechter niet worden afgeleid dat [naam] [eiser] als partner aan had moeten melden.

4.4.3.

Achmea heeft voorts nog aangevoerd dat uit het pensioenreglement voortvloeit dat er voor het partnerpensioen een verzekering dient te worden afgesloten door de werkgever en dat er geen recht op pensioen bestaat indien het risico niet is aanvaard, maar heeft nagelaten te stellen waaruit een en ander concreet volgt. In zoverre heeft zij haar verweer onvoldoende onderbouwd.

Ten aanzien van de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen hebben partijen geen stellingen betrokken.

4.4.4.

Partijen hebben voorts over en weer een beroep gedaan op de Uniforme Pensioen Overzichten (UPO’s) die jaarlijks door Achmea zijn verstrekt. Daarop is te lezen achter het kopje partnerpensioen ‘geen partner bekend’, hetgeen volgens Achmea meebrengt dat [naam] had moeten begrijpen dat hij zijn partner had moeten aanmelden om voor partnerpensioen in aanmerking te komen. [eiser] heeft zich beroepen op het feit dat in de UPO’s het voorbehoud is gemaakt dat het pensioenreglement uiteindelijk leidend is. Uit het arrest van de Hoge Raad van 8 november 2013 (ECLI:NL:HR:2013:1134) volgt dat enkel een officiële toelichting op het pensioenreglement een rol kan spelen bij de uitleg van dat reglement. Dat betekent dat voor de uitleg van het pensioenreglement de UPO’s geen rol spelen, omdat zij niet als officiële toelichting op het pensioenreglement kunnen worden aangemerkt. Hetgeen partijen in dit verband over en weer hebben aangevoerd kan derhalve buiten beschouwing blijven.

Hetzelfde geldt voor brieven van Achmea waaruit [naam] volgens Achmea had kunnen opmaken dat hij zijn partner aan had moeten melden. Deze brief kan niet worden aangemerkt als toelichting op het pensioenreglement en kan om die reden voor de uitleg van het pensioenreglement geen rol spelen.

Ten slotte kan het feit dat [naam] zijn eerdere partner wel heeft aan- en afgemeld niet tot het oordeel leiden dat hij daartoe op grond van het pensioenreglement ook gehouden was.

Artikel 15 Verzekeringsvoorwaarden

4.5.

Achmea heeft aangevoerd dat de aanmeldplicht voortvloeit uit artikel 15 van de verzekeringsvoorwaarden. Het is de kantonrechter niet helemaal duidelijk geworden over welke voorwaarden het gaat en of de voorwaarden van toepassing zijn in de verhouding tussen [naam] / [eiser] en Achmea. In de conclusie van antwoord heeft Achmea gesteld dat het gaat om de ‘Voorwaarden voor de Verzekering van Pensioen’ waarnaar in het pensioenreglement wordt verwezen. In het midden kan blijven of de voorwaarden van toepassing zijn, omdat de verplichting (zoals omschreven in artikel 15) om alle wijzigingen en inlichtingen die van belang zijn voor de grondslag van de verzekering aan de verzekeraar te melden, op de verzekeringnemer rust. De verzekeringnemer in dit geval is Baronie, zodat het Achmea het bepaalde in artikel 15 van de voorwaarden - als vast zou staan dat deze voorwaarden van toepassing zijn - niet aan [eiser] kan tegenwerpen.

Bovendien is in artikel 15 van de voorwaarden niet opgenomen dat het gevolg van het niet melden is dat er geen recht bestaat op partnerpensioen, maar ‘slechts’ het recht van de verzekeraar de verzekering op te zeggen.

Voor zover Achmea heeft betoogd dat de meldingsplicht voortvloeit uit artikel van de uitvoeringsovereenkomst heeft Achmea daarmee miskend dat de uitvoeringsovereenkomst is gesloten tussen Baronie en Achmea en dat de rechten en verplichtingen die uit deze overeenkomst voortvloeien, niet gelden in de verhouding werknemer pensioenverzekeraar.

Pensioengrondslag

4.6.

Achmea heeft ten slotte nog aangevoerd dat de aanmeldplicht volgt uit de pensioengrondslag. Achmea heeft in dit verband gesteld dat de door de verzekeringnemer en de verzekerde aan de verzekeraar verstrekte inlichtingen en verklaringen de grondslag van de verzekering vormen. In dat kader is de verzekeringnemer verplicht de verzekeraar alle gegevens en bescheiden te verschaffen, die nodig zijn voor het afsluiten van de verzekering en voor de berekening van de premies. [eiser] heeft in dit verband aangevoerd dat het onbegrijpelijk is wat Achmea ten aanzien van de pensioengrondslag heeft gesteld. Achmea heeft haar stelling nadien niet nader onderbouwd.

Zonder nadere toelichting - die ontbreekt - valt niet in te zien op grond waarvan hetgeen door [eiser] in dit verband is gesteld, leidt tot de conclusie dat in het pensioenreglement een aanmeldplicht is opgenomen.

4.7.

Achmea heeft niet weersproken dat [eiser] aan de overige voorwaarden om in aanmerking te komen voor partnerpensioen voldoet, hetgeen tot de conclusie leidt dat uit het pensioenreglement volgt dat [eiser] recht heeft op partnerpensioen. De gevorderde verklaring voor recht zal dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat ‘pensioenovereenkomst’ wordt vervangen door ‘pensioenreglement’.

4.8.

Uit het voorgaande volgt dat de veroordeling tot betaling zal worden toegewezen. De wettelijke rente over het verschuldigde pensioen is, als niet weersproken en op de wet gegrond, eveneens toewijsbaar.

4.9.

Als de in het ongelijk gestelde partij, zal Achmea worden veroordeeld in de kosten van het geding.

In de vrijwaring

4.10.

Baronie heeft bezwaar gemaakt tegen de wijziging van de primaire grondslag van de vordering door Achmea. Volgens Baronie is deze eiswijziging in strijd met de goede procesorde. Indien Achmea haar vordering in de dagvaarding had gebaseerd op nakoming van artikel 4 lid 9 van de uitvoeringsovereenkomst, dan had Baronie de keuze gemaakt zich te voegen in de hoofdzaak. Omdat ten tijde van de wijziging van de grondslag alle conclusies in de hoofdzaak al waren genomen, kon Baronie zich niet meer voegen en kan Baronie evenmin zelfstandig appelleren tegen een mogelijk toewijzend vonnis in de hoofdzaak.

De kantonrechter overweegt op dit punt als volgt. Een vordering tot voeging moet worden ingesteld voor of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding is genomen. De laatste akte in de hoofdzaak is genomen op 7 december 2016, terwijl de conclusie van repliek in de vrijwaring, waarbij Achmea de grondslag heeft gewijzigd, dateert van 3 augustus 2016. Het bezwaar van Baronie dat de grondslagwijziging in strijd komt met de goede procesorde omdat zij zich niet meer kon voegen in de hoofdzaak, gaat dan ook niet op.

4.11.

De in artikel 4 lid 9 van de uitvoeringsovereenkomst opgenomen vrijwaring, bepaalt dat Baronie Achmea dient te vrijwaren voor - kort gezegd - pensioenaanspraken, indien Baronie niet voldoet aan de verplichtingen die voor haar uit de uitvoeringsovereenkomst voortvloeien. Dat betekent dat voor de beoordeling van de vordering op de primaire grondslag (namelijk nakoming van deze bepaling uit de uitvoeringsovereenkomst) van belang is of Baronie tekort is geschoten in de nakoming van de uitvoeringsovereenkomst, met name op het gebied van de aanmeldings- en informatieverplichtingen.

4.12.

Baronie heeft in dit verband aangevoerd zij niet tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de uitvoeringsovereenkomst, omdat sprake is van een ‘onbepaald partnersysteem’. In het geval van een onbepaald partnersysteem wordt, aldus Baronie, de premie voor het partnerpensioen bepaald op basis van door de verzekeraar bepaalde actuariële grondslagen en uitgangspunten, los van de persoon van de partner. Voor zowel het hebben van aanspraak op partnerpensioen als voor de premievaststelling, is het niet nodig dat de pensioenuitvoerder bekend is met de persoon van de partner.

4.12.1.

Dat sprake is van een onbepaald partnersysteem blijkt volgens Baronie uit de definitie van het partnerbegrip in het pensioenreglement. Daarin is immers niet bepaald dat een partner moet worden aangemeld. Als aan de definitie van het partnerbegrip is voldaan, is er recht op partnerpensioen. Bovendien blijkt het uit het feit dat in het pensioenreglement is bepaald dat slechts sprake kan zijn van één partner. Een dergelijke bepaling is slechts relevant als partners niet hoeven worden aangemeld. Anders zou een deelnemer immers met meerdere partners een samenlevingsovereenkomst kunnen sluiten, die allen onder de definitie van partner zouden kunnen vallen.

Vervolgens blijkt volgens Baronie ook uit de wijze van financiering van het partnerpensioen dat sprake is van een onbepaald partnersysteem. In het pensioenreglement is immers bepaald:

“ De hoogte van de risicopremie voor de aanspraak op het levenslang partnerpensioen bij overlijden van de deelnemer voor de pensioendatum, wordt bepaald aan de hand van de leeftijd van de (aspirant)deelnemer, de hoogte van het levenslang partnerpensioen en de tarieven van de pensioenuitvoerder.”

Bij de hoogte van de premie die moet worden betaald, wordt, aldus Baronie, geabstraheerd van de persoon van de partner.

Deze wijze van financiering blijkt eveneens uit de uitvoeringsovereenkomst. Uit de bijlage ‘Tarief Renteniersplan’ blijkt dat de deelnemer als uitgangspunt wordt genomen voor de berekening van de risicopremie ten behoeve van het partnerpensioen en niet de partner.

Ten aanzien van het bepaalde in de artikelen 2 en 15 van de verzekeringsvoorwaarden, heeft Baronie aangevoerd dat deze bepalingen slechts een verplichting voor Baronie inhouden tot informatieverstrekking voor zover deze informatieverstrekking van belang is voor de uitvoering en financiering van de pensioenregeling. Omdat sprake is van een onbepaald partnersysteem, volgt uit deze artikelen niet dat Baronie de partner van [naam] had moeten aanmelden. De aanmelding is dan immers niet van belang voor de uitvoering en financiering van de pensioenregeling aldus Baronie. Achmea heeft weersproken dat sprake is van een onbepaald partnersysteem. De kantonrechter overweegt hierover als volgt.

4.12.2.

Dat mogelijk - zoals door Baronie is gesteld - sprake is van een ‘onbepaald partnersysteem, brengt naar het oordeel van de kantonrechter echter niet met zich dat geen melding hoeft te worden gemaakt van het feit dat sprake is van een partner. Zoals door Baronie terecht is gesteld, brengt de wijze van financiering van het partnerpensioen inderdaad met zich dat wordt geabstraheerd van de persoon van de partner, maar dat betekent - anders dan Baronie heeft betoogd - niet dat het voor Achmea niet van belang is te weten dát er een partner is. Achmea heeft immers onbetwist gesteld dat voor de partner een verzekeringsovereenkomst moet worden gesloten en dat daarvoor door de werkgever premie moet worden betaald. Het is dus in het systeem zoals blijkt uit onder meer het pensioenreglement niet relevant om te weten wie de partner van de deelnemer is, maar slecht of er een partner is, zodat vervolgens door de werkgever van de deelnemer premie (berekend op basis van gegevens van de deelnemer) betaald kan worden ten behoeve van de verzekering van het partnerpensioen. Hieruit volgt dat de informatieverstrekking (bestaande uit de mededeling dat er een partner is) van belang is voor de uitvoering en financiering van de pensioenregeling.

Dit leidt tot het oordeel dat op grond van artikel 4 van de uitvoeringsovereenkomst en op grond van de artikelen 2 en 15 van de voorwaarden behorend bij de uitvoeringsovereenkomst, op Baronie een verplichting rustte de partner van [naam] aan te melden.

4.13.

Baronie heeft aangevoerd dat zij niet op de hoogte was van het feit dat [naam] een partner had, zodat zij deze partner niet aan heeft kunnen melden bij Achmea. De kantonrechter begrijpt hieruit dat Baronie hiermee een beroep op overmacht heeft gedaan.

Achmea heeft in dit verband aangevoerd dat het een zelfstandige verplichting van Baronie is om inlichtingen aan Achmea te verstrekken. Het feit dat [naam] Baronie niet op de hoogte heeft gesteld van het feit dat hij een partner had, regardeert [eiser] niet. De bepalingen in de uitvoeringsovereenkomst zijn volgens Achmea absoluut van karakter, zodat het op de weg van Baronie had gelegen er voor te zorgen dat zij ook daadwerkelijk over deze informatie beschikte en had van Baronie verwacht mogen worden dat zij informatie had verzameld voor een correcte uitvoering van de pensioenregeling.

Naar het oordeel van de kantonrechter kon Baronie geen melding maken van feiten waarvan zij geen weet had. Het is de verantwoordelijkheid van een deelnemer/werknemer relevante wijzigingen in zijn persoonlijke situatie aan de werkgever te leden. Zonder nadere toelichting - die ontbreekt - valt niet in te zien op grond waarvan een werkgever gehouden zou zijn op actieve wijze informatie bij zijn werknemers in te winnen. Het enkele feit dat op een werkgever de verplichting rust gegevens aan een pensioenverzekeraar door te geven, levert een dergelijke grond niet op.

De tekortkoming kan Baronie dan ook niet worden toegerekend, hetgeen betekent dat de vordering tot nakoming van de vrijwaringsclausule niet toewijsbaar is. De vordering tot vergoeding van schade is daarmee evenmin toewijsbaar.

4.14.

Als de in het ongelijk gestelde partij, zal Achmea worden veroordeeld in de kosten van de vrijwaringsprocedure.

5 De beslissing

De kantonrechter

In de hoofdzaak

5.1.

verklaart voor recht dat aan [eiser] een partnerpensioen toekomt op basis van het pensioenreglement tussen de heer J. [naam] en Achmea;

5.2.

veroordeelt Achmea over te gaan tot betaling van het verschuldigde partnerpensioen aan [eiser] per datum overlijden van wijlen de heer J. [naam] , vermeerderd met de wettelijke rente;

5.3.

veroordeelt Achmea in de kosten van het geding, aan de zijde van [eiser] tot op heden vastgesteld op:

€ 77,84 aan explootkosten;

€ 79,00 aan griffierecht;

€ 500,00 aan salaris gemachtigde;

te betalen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis en, indien Achmea niet heeft betaald binnen deze termijn, vanaf dan te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten tot aan de dag der algehele voldoening;

5.4.

verklaart de veroordelingen onder 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af;

In de vrijwaringszaak

5.6.

wijst de vordering af;

5.7.

veroordeelt Achmea in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Baronie vastgesteld op:

€ 500,00 aan salaris gemachtigde;

5.8.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.C.J. Heessels en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2017