Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5561

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-10-2017
Datum publicatie
25-10-2017
Zaaknummer
C/05/315003 / HA ZA 17-40
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationale koop. Opschortingsrecht naar Nl recht - Weens Koopverdrag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/315003 / HA ZA 17-40

Vonnis van 4 oktober 2017

in de zaak van

de vennootschap naar Spaans recht

ELECTROZEMPER S.A.,

gevestigd te Madrid, Spanje,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. I.A. van Rooij te Tilburg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INDULITE B.V.,

gevestigd te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. Th.H.A. Teeuwen te Tiel.

Partijen zullen hierna Electrozemper en Indulite genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 mei 2017

- het proces-verbaal van comparitie van 29 juni 2017

- de akte inbreng productie van Indulite

- de antwoordakte van Electrozemper.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In 2013 hebben partijen besprekingen gevoerd met het oog op een mogelijke samenwerking. Dit heeft erin geresulteerd dat Electrozemper verlichtingsarmaturen heeft verkocht en geleverd aan Indulite. Het betreft Spazio producten voor vluchtwegverlichting en Harena producten voor vluchtroutebewijzering.

2.2.

Voor de Spazio armaturen en aanverwante producten heeft Electrozemper aan Indulite vanaf februari 2014 (stelling Electrozemper) of vanaf september 2013 (producties Indulite) facturen verzonden, waaronder de facturen met nummers 02144, 02688 en 04573 van 10 april 2014, 12 mei 2014 en 13 augustus 2014 ten bedrage van respectievelijk € 8.633,00, € 11.742,00 en € 184,06. Voor de Harena armaturen heeft Electrozemper één factuur aan Indulite verzonden en wel de factuur nummer 04572 van 13 augustus 2014 ten bedrage van € 1.885,51. De vervaldata van de genoemde vier facturen waren respectievelijk 10 augustus 2014, 22 september 2014, 13 oktober 2014 en 13 december 2014.

Op deze facturen heeft Electrozemper een betaling van € 1.754,57 afgeboekt. Voor het overige zijn de vier facturen niet voldaan. Het onbetaald gebleven bedrag is € 20.690,00 in totaal.

2.3.

Indulite heeft van haar kant op 7 oktober 2014 een aantal profielen afgegeven aan een door Electrozemper afgevaardigde vervoerder. De profielen zijn voor een gedeelte beschadigd aangekomen op het bedrijf van Electrozemper. Indulite heeft deze 125 + 109 profielen aan Electrozemper gefactureerd bij factuur nummer 5276 van 15 september 2014 voor bedragen van respectievelijk € 1.323,75 en € 2.454,68.

Bij deze factuur heeft Indulite aan Electrozemper ook twee mallen (‘tooling’ genoemd) in rekening gebracht, die gehouden worden door een ander Spaans productiebedrijf. De mallen zijn in rekening gebracht voor respectievelijk € 1.200,00 en € 1.900,00.

Electrozemper heeft deze factuur nummer 5276 niet betaald.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Electrozemper vordert samengevat - veroordeling van Indulite tot betaling van € 27.649,53, vermeerderd met rente en kosten. Het gaat om € 22.444,57 voor hoofdsom, € 4.205,51 voor berekende rente tot en met 23 januari 2017 en € 999,45 voor buitengerechtelijke invorderingskosten.

3.2.

Indulite voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Indulite vordert samengevat -

I. een verklaring voor recht dat de overeenkomsten tussen partijen gedeeltelijk zijn ontbonden, subsidiair gedeeltelijke ontbinding daarvan;

II. veroordeling van Electrozemper tot creditering van haar facturen tot een bedrag van € 7.615,65;

III. veroordeling van Electrozemper tot betaling van € 3.778,43 met rente;

IV. veroordeling van Electrozemper op straffe van dwangsommen tot
a. staking en gestaakt houden van de productie van InduLed armaturen,
b. vernietiging van de onverkochte voorraad InduLed armaturen,
c. het doen van rekening en verantwoording van met de InduLed armaturen behaalde bruto omzet,
d. levering aan Indulite van de mallen door kennisgeving aan Extrusionados y tratamientos del color S.A., gevestigd aan de Ctra Santomera Abanilla km 14,5 te Mucia, Spanje, als houder van deze mallen dat de eigendom van de mallen is overgedragen aan Indulite;

V. veroordeling van Electrozemper tot betaling aan Indulite van een royalty groot 10% van de uit de rekening en verantwoording blijkende bruto omzet, met rente;

VI. veroordeling van Electrozemper tot betaling van een schadevergoeding aan Indulite groot € 77.273,96, met rente.

3.5.

Electrozemper voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Electrozemper is gevestigd in Spanje en Indulite is gevestigd in Nederland. De zaak heeft dus een internationaal karakter. Deze rechtbank is bevoegd om van het geschil kennis te nemen op grond van de woonplaats van Indulite (artikel 4 lid 1 van de Herschikte EEX-Verordening). Voorts hebben partijen op de comparitie gekozen voor toepassing van het Nederlands recht met inbegrip van het Verdrag der Verenigde Naties inzake Internationale Koopovereenkomsten betreffende Roerende Zaken van 11 april 1980, het zogenaamde Weens Koopverdrag, verder CISG te noemen.

in conventie voorts

4.2.

Electrozemper vordert uit hoofde van de onder 2.2. genoemde facturen betaling van € 22.444,57 voor hoofdsom, maar de rechtbank neemt aan dat dit een vergissing is. Volgens de eigen opgave van Electrozemper onder randnummer 1 van de dagvaarding en volgens haar eigen producties 1 en 3 is immers op die facturen op 12 mei 2014 een bedrag van € 1.754,57 betaald. Indulite beroept zich ook op die deelbetaling onder randnummer 2.21 van haar conclusie van antwoord. De rechtbank gaat uit van een openstaande hoofdsom van € 20.690,00.

4.3.

Indulite erkent de juistheid van die facturen. Zij beroept zich echter op een opschortingsrecht ten aanzien van haar betalingsverplichting. Indulite stelt dat de Spazio en Harena armaturen tot één productielijn behoren en zich tot elkaar verhouden als tafels en stoelen en dat zij haar betalingsverplichting met betrekking tot de geleverde Spazio producten heeft opgeschort met ingang van 11 augustus 2014 omdat zij de door haar bestelde Harena producten niet geleverd had gekregen.

4.4.

Electrozemper betwist dat Indulite een opschortingsrecht toekwam of toekomt. Volgens Electrozemper kunnen de Harena producten prima los worden geleverd en functioneren naast de Spazio producten die eerder waren besteld. De Spazio producten zijn vanaf februari 2014 besteld en geleverd. De Harena armatuur betrof een nieuw product waarmee enige opstartproblemen waren zodat de levering enigszins was vertraagd, hetgeen aan Indulite kenbaar was gemaakt. De Harena armaturen zijn ook pas eind juni 2014 door Indulite besteld.

4.5.

De rechtbank overweegt dat Indulite stelt dat zij het opschortingsrecht reeds heeft ingeroepen in haar e-mail van 11 augustus 2014, maar dit valt in die mail, productie 12, niet te lezen. Indulite klaagt daarin wel over het uitblijven van bestelde producten, maar er staat niet dat zij daarom haar betalingsverplichting met betrekking tot de eerder geleverde producten opschort, in het bijzonder niet die van de factuur met nummer 02144 van 10 april 2014. Van deze factuur was de betalingstermijn op 10 augustus 2014 verstreken.

4.6.

Verder kwam Indulite dat opschortingsrecht niet toe. Artikel 6:52 BW kent aan de schuldenaar de bevoegdheid toe om zijn (betalings)verbintenis op te schorten als hij een opeisbare vordering heeft op de schuldeiser en tussen de tegenvordering en de opgeschorte verbintenis voldoende samenhang bestaat.

Het eerste vereiste is dus dat Indulite op 10/11 augustus 2014 een opeisbare vordering had op Electrozemper. Het tweede vereiste is dat er voldoende samenhang bestaat.

4.7.

Met betrekking tot die opeisbaarheid van haar tegenvordering gaat het volgens Indulite om de levering van de 200 Harena armaturen, die zij had besteld. Die Harena armaturen heeft Indulite besteld bij Purchase Order nummer 82525 van 24 juni 2014, op welke bestelorder een leveringsdatum van 21 juli 2014 staat. Die datum was daarmee echter nog niet de bepaalde afleverdatum of de op grond van de overeenkomst bepaalbare datum zoals bedoeld in artikel 33 onder a CISG. Uit de stukken en hetgeen ter comparitie is besproken is immers duidelijk geworden dat het een nieuw product betrof, dat er problemen waren met de ontwikkeling daarvan en dat Indulite daarmee bekend was. Electrozemper heeft ook niet schriftelijk ingestemd met 21 juli 2014 als afleverdatum. Integendeel, in haar proforma invoice van 23 juni 2014 heeft Electrozemper opgegeven dat de armaturen pas omstreeks 23 juli 2014 zouden worden uitgeleverd. Op die proforma invoice staat: ‘Aprox. Delivery time: July 23rd 2014 (EXW Ciudad Real-Spain)’.

4.8.

Uit deze documenten kan dus niet worden opgemaakt dat 21 juli 2014 een tussen partijen overeengekomen fatale afleveringsdatum was, terwijl ook 23 juli 2014 dat niet was omdat Electrozemper die datum slechts als een streefdatum bij benadering opgaf.

Dit is ter comparitie met Indulite besproken en toen heeft Indulite het standpunt ingenomen dat op andere wijze dan met deze stukken een fatale datum was overeengekomen voor de uitlevering van de Harena armaturen, die zij nodig had. Ter comparitie heeft Indulite zich eerst beroepen op een prijslijst, maar daarop stonden geen leveringstermijnen, en vervolgens heeft zij gesteld dat Electrozemper op een gegeven moment een harde datum heeft gegeven voor die levering en dat dat is gebeurd in een e-mail van Electrozemper van 27 mei 2014. Die e-mail had Indulite echter niet bij zich en de rechter heeft Indulite daarop, ondanks protest van Electrozemper, de gelegenheid gegeven om die e-mail van 27 mei 2014 alsnog bij akte in het geding te brengen.

4.9.

Vervolgens heeft Indulite bij haar akte na comparitie geen e-mail van 27 mei 2014 in het geding gebracht, maar een e-mail van 25 juni 2014. Ook hierin staat echter niet dat Electrozemper een bepaalde datum als een fatale afleveringsdatum toezegt. Er staat slechts: ‘We are pleased to inform you we are taking immediate action to prepare the good for dispatch’. Dit geeft geen concrete en fatale leveringsdatum als bedoeld in artikel 33 onder a CISG. Weliswaar mocht Indulite op grond van zowel de pro-forma invoice als deze nadere e-mail verwachten dat Electrozemper op redelijk korte termijn de zaken zou uitleveren, maar zonder ingebrekestelling en nadere (redelijke) termijnstelling, was nog geen sprake van een opeisbare vordering van Indulite, die haar het recht gaf om de betaling van de eerdere leveringen op te schorten.

4.10.

In haar conclusie van antwoord betoogt Indulite dat zij Electrozemper vanaf 1 maart 2014 diverse malen in gebreke heeft gesteld. Daarvoor verwijst zij naar haar producties 8 en 12. De productie 8 is een e-mail van 1 maart 2014 en toen was de order nog niet eens geplaatst, terwijl deze e-mail ook geen duidelijke aanmaning behelst met daarbij een redelijke termijnstelling voor alsnog nakoming zoals bedoeld in artikel 6:82 lid 1 BW. Dit laatste geldt ook voor de hierboven al besproken e-mail van 11 augustus 2014, die als productie 12 is overgelegd.

4.11.

De opschortingsbevoegdheid wordt Indulite ontzegd, reeds omdat zij, gezien het vorenstaande, onvoldoende heeft onderbouwd dat zij op 11 augustus 2014 een opeisbare tegenvordering had op Electrozemper. De betwisting van de vereiste samenhang - Indulite had inmiddels al meer dan een half jaar Spazio producten besteld en afgenomen - kan verder in het midden blijven.

4.12.

Het voorgaande leidt ertoe dat Indulite veroordeeld dient te worden tot betaling van de nog openstaande facturen voor de Spazio producten. Daarbij zal de rechtbank Indulite ook veroordelen om de openstaande factuur voor de 45 geleverde Harena producten te betalen. Weliswaar zijn slechts 45 van de 200 (of 300) bestelde Harena producten geleverd, maar die 45 Harena’s zijn door Indulite afgenomen en, blijkens haar productie 14, door haar ook verhandeld. Overigens kon Electrozemper zich van haar kant met betrekking tot de uitlevering van de resterende Harena’s, die niet in rekening zijn gebracht, wél op een opschortingsrecht beroepen, omdat inmiddels de bedongen betalingstermijn van een van de Spazio-facturen was verstreken en Electrozemper met recht eerst betaling van haar facturen wilde zien.

4.13.

Tegen de gevorderde wettelijke handelsrente is geen afzonderlijk verweer gevoerd. Deze vordering is dus ook toewijsbaar. Hetzelfde geldt voor de vordering met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten.

4.14.

Indulite zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Electrozemper worden begroot op:

- dagvaarding € 103,11

- griffierecht 1.924,00

- salaris advocaat 1.447,50 (2,5 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 3.474,61

in reconventie voorts

koop/verkoop Spazio’s en Harena’s

4.15.

Als de rechtbank Indulite goed begrijpt, vordert zij in reconventie onder I in de eerste plaats gedeeltelijke ontbondenverklaring van de overeenkomst met betrekking tot de levering van de Spazio’s en de Harema’s, omdat Electrozemper is tekortgeschoten in de nakoming daarvan. Van die ontbinding worden echter de inmiddels door Indulite aan derden doorverkochte producten uitgesloten. Dit leidt volgens de berekeningen van Indulite tot een aanspraak op een creditering van € 7.615,65 (haar vordering onder II).

4.16.

Deze vorderingen worden afgewezen, omdat geen tekortkoming aan de zijde van Electrozemper kan worden aangenomen. De rechtbank verwijst naar hetgeen hieromtrent in conventie is overwogen. Alle bestelde Spazio’s e.d. zijn geleverd en met deze armaturen was niets aan de hand. Bij de uitlevering van de Harena’s is weliswaar vertraging opgetreden, maar daarbij is geen fatale leveringstermijn overschreden, terwijl een deugdelijke ingebrekestelling ontbreekt. Electrozemper is dus niet in verzuim geraakt. Wel is juist dat Electrozemper niet alle bestelde Harena’s heeft geleverd, maar dit was haar goed recht. Zij kon te dien aanzien haar leveringsverplichting opschorten vanwege het verzuim van Indulite om de openstaande en vervallen facturen voor de Spazio’s te betalen. Bovendien ontbreekt ook hier, met betrekking tot dit tekort aan Harena’s, een deugdelijke ingebrekestelling van de zijde van Indulite.

4.17.

Om dezelfde redenen moet ook de geldvordering onder VI worden afgewezen. Het betreft een vordering tot schadevergoeding wegens orders die Indulite zou hebben gemist, omdat Electrozemper zou zijn tekortgeschoten in de levering van Harena’s. Deze vordering moet stranden, reeds omdat Electrozemper ter zake niet in verzuim kon komen te verkeren vanwege het eerdere eigen verzuim aan de zijde van Indulite.

distributieovereenkomst

4.18.

Indulite stelt zich voorts op het standpunt dat de besprekingen tussen partijen niet alleen hebben geleid tot de overeenkomst die zag op haar afname van de door Electrozemper geproduceerde Spazio’s, Harena’s en aanverwante artikelen, maar ook tot een bestendige distributieovereenkomst. Op grond van deze distributieovereenkomst zou Electrozemper met behulp van door Indulite ontworpen en vervaardigde mallen armaturen gaan produceren en distribueren. Indulite stelt dat Electrozemper in het kader van deze tweede overeenkomst haar mallen en een voorraad profielen heeft gekocht en geleverd gekregen en dat zij, Indulite, in verband met haar auteursrechten, aanspraak heeft op een royalty van 10% van de vervaardigingsprijs of koopprijs van de door Electrozemper met die mallen geproduceerde armaturen.

4.19.

Omdat Electrozemper is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen, vordert Indulite ook gedeeltelijke ontbondenverklaring van deze distributieovereenkomst, inclusief de verkoopovereenkomst met betrekking tot de mallen en de profielen, behoudens ten aanzien van de profielen, die volgens Electrozemper beschadigd zijn, hetgeen volgens Indulite voor haar, Electrozemper’s, risico kwam.

4.20.

Indulite vordert ter zake, naast de partiële ontbinding, betaling van € 3.778,43 voor de profielen (vordering onder III) en teruglevering van de mallen (vordering onder IVd), alsmede staking van de productie, vernietiging van de voorraad en rekening en verantwoording van de behaalde omzet met afdracht van de royalty (vorderingen onder IVa, IVb, IVc en V).

4.21.

Electrozemper heeft gemotiveerd betwist dat tussen partijen een distributieovereenkomst tot stand is gekomen. Daarover is volgens Electrozemper wel gesproken, maar die overeenkomst is niet geëffectueerd. Indulite heeft haar stellingen op dit punt ook nauwelijks onderbouwd. Een schriftelijk contract is niet overgelegd en Indulite lijkt haar stellingen slechts te kunnen staven met een handgeschreven notitie van oktober 2014 van een van haar eigen medewerkers (productie 15).

4.22.

De rechtbank zal het bestaan van die distributieovereenkomst verder in het midden laten, omdat Electrozemper zich niet heeft verzet tegen de (gedeeltelijke) ontbinding daarvan, terwijl onafhankelijk daarvan op de andere vorderingen kan worden beslist.

4.23.

De vordering tot betaling van de profielen ten bedrage van € 3.778,43 kan ondanks het verweer van Electrozemper worden toegewezen. De rechtbank motiveert dit als volgt.

4.24.

Weliswaar heeft Indulite niet, althans niet voldoende gemotiveerd, betwist dat een gedeelte van de profielen bij aankomst in Spanje op 20 oktober 2014 beschadigd bleek te zijn, maar volgens de door Electrozemper overgelegde klachtmails van 20 en 22 oktober 2014 ging het daarbij slechts om 6 geheel en 39 gedeeltelijk beschadigde profielen (van de 105 onderzochte profielen). Het ging dus slechts om een betrekkelijk gering aantal, gezien het feit dat volgens de factuur in totaal 125 + 109 = 234 profielen zijn verkocht en geleverd. Voorts blijkt uit de stukken dat Electrozemper wel meteen na aflevering in die e-mails onder toezending van duidelijke foto’s over de tekortkoming heeft geklaagd, maar Electrozemper heeft daarbij niet de rechten uitgeoefend die het CISG haar in de artikelen 46 tot en met 52 verleent, noch schadevergoeding geëist. Electrozemper had aflevering van vervangende zaken kunnen eisen en/of (gedeeltelijke) ontbinding en/of verlaging van de koopprijs, maar dat heeft zij niet gedaan, althans niet onomwonden en binnen redelijke termijn. Electrozemper heeft zich natuurlijk op haar in het Nederlandse BW verankerde opschortingsrecht kunnen beroepen vanwege de reeds bestaande betalingsachterstand van Indulite, maar dit opschortingsrecht strekt dan slechts tot verrekening van het factuurbedrag met haar eigen vordering op Indulite. Die vordering van Electrozemper wordt in conventie toegewezen en die verrekening kan nu geëffectueerd worden.

4.25.

De vorderingen tot staking van de productie van InduLed armaturen, vernietiging van de voorraad daarvan en rekening en verantwoording van de daarmee behaalde omzet met afdracht van royalty worden afgewezen, omdat die InduLed armaturen, ook volgens de eigen stellingen van Indulite, niet door Electrozemper maar door een Noors bedrijf op de markt zijn gebracht. Indulite stelt dat het armaturen zijn die met behulp van de door haar aan Electrozemper verkochte profielen zijn vervaardigd, maar dit is met klem bestreden door Electrozemper en deze stelling is ook nauwelijks onderbouwd. Het enige ‘bewijsstuk’ dat Indulite presenteert is een slecht leesbare kopie van een productblad van Nordic Safety Engineering A/S, productie 16, maar daaraan kan de rechtbank niets of vrijwel niets ontlenen. In het bijzonder is daarop, zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet te zien dat een profiel van Indulite is verwerkt in het afgebeelde armatuur. Dit doet echter verder niet ter zake, omdat Indulite het standpunt inneemt, onder randnummer 2.30 van haar conclusie van antwoord/eis in reconventie, dat haar rechten toekomen, in het bijzonder een royalty van 10%, met betrekking tot de met behulp van haar mallen geproduceerde armaturen, terwijl Indulite niet heeft gesteld, en ook niet is gebleken, dat die Noorse armaturen met behulp van haar mallen zijn geproduceerd. Die mallen zijn overigens ook nooit in het bezit van Electrozemper geweest. Zij zijn immers geleverd aan een ander productiebedrijf in Spanje.

4.26.

Electrozemper heeft ter comparitie te verstaan gegeven dat zij geen bezwaar heeft tegen de onder IVd gevorderde kennisgeving aan het Spaanse productiebedrijf dat de mallen niet aan haar toebehoren en dat Indulite ze terug mag hebben. Electrozemper heeft wel bestreden dat de eigendom, althans het auteursrecht, toekomt aan Indulite. Electrozemper beroept zich ter zake op het eigendomsvoorbehoud van de Duitse maker, INCZE GmbH. De rechtbank laat dit in het midden en zal Electrozemper slechts bevelen om aan het Spaanse bedrijf te berichten dat haar, Electrozemper, geen rechten toekomen met betrekking tot die mallen. Dat moet genoeg zijn. Omdat Electrozemper heeft verklaard bereid te zijn om dit te berichten en geen enkele aanleiding bestaat om te vrezen dat zij dat niet zal doen, gaat de rechtbank ervan uit dat een dwangsom overbodig is. Verder merkt de rechtbank op dat Indulite in haar vordering verwijst naar mallen die in haar productie 14 zijn genoemd. De rechtbank gaat ervan uit dat dit een verschrijving is en dat zij productie 17 bedoelt.

4.27.

Indulite zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Electrozemper worden begroot op € 579,00 voor salaris advocaat (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 579,00).

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt Indulite om aan Electrozemper te betalen een bedrag van € 25.894,96 (vijfentwintigduizend achthonderdvierennegentig euro en zesennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het bedrag van € 20.690,00 met ingang van 24 januari 2017 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt Indulite in de proceskosten, aan de zijde van Electrozemper tot op heden begroot op € 3.474,61,

5.3.

veroordeelt Indulite in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Indulite niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.6.

verklaart voor recht dat de distributieovereenkomst tussen partijen, indien en voor zover deze heeft bestaan, door de ontbindingsverklaring van Indulite is ontbonden;

5.7.

veroordeelt Electrozemper om aan Indulite te betalen een bedrag van € 3.778,43 (drieduizendzevenhonderdachtenzeventig euro en drieënveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag met ingang van 15 oktober 2014 tot de dag van volledige betaling,

5.8.

veroordeelt Electrozemper om binnen 14 dagen na dit vonnis een kennisgeving te sturen aan Extrusionados y tratamientos del color S.A., gevestigd aan de Ctra Santomera Abanilla km 14,5 te Mucia, Spanje, inhoudend dat aan haar, Electrozemper, geen rechten toekomen met betrekking tot de mallen, genoemd in productie 17 van Indulite,

5.9.

veroordeelt Indulite in de proceskosten, aan de zijde van Electrozemper tot op heden begroot op € 579,00,

5.10.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.11.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2017.