Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5536

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-10-2017
Datum publicatie
25-10-2017
Zaaknummer
05/720119-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordelingen door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, voor twee 20-jarige mannen uit Tiel. De ene man is veroordeeld wegens het plegen van een overval in 2015 tot twaalf maanden jeugddetentie waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De andere man is wegens medeplichtigheid aan deze overval veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen waarvan 254 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en een werkstraf voor de duur van 240 uur. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder begeleiding door het Leger des Heils, een behandelverplichting en een contactverbod met medeverdachten en slachtoffers. Beide mannen moeten schadevergoeding betalen aan de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720119-17

Datum uitspraak : 25 oktober 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .

raadsman: mr. M.M.J. Nuijten, advocaat te Haarlem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 oktober 2017.

1. De inhoud van de tenlastelegging 1

Aan verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen of alleen op 25 september 2015 de [naam winkel] in Tiel heeft overvallen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 25 september 2015 is tussen 20:07 en 20:20 uur de [naam winkel] aan de [adres 2] overvallen. De winkel werd om 20:00 uur afgesloten door [naam 1] . Op dat moment waren er geen klanten meer in de winkel aanwezig. Met een moker werd een gat in de ruit van het kantoor geslagen. De twee mannen gingen de winkel in. Zij hadden een grote sporttas bij zich. Deze tas werd gevuld met geld, waaronder € 6.600 uit de kluis, bestaande uit rollen muntgeld en biljetten. Verder is € 12.340 afkomstig van de twee geldcassettes van de pinautomaat uit de [naam winkel] weggenomen. Deze tas met geld werd aan de derde man buiten overhandigd. Vervolgens zijn de andere twee mannen door het gat naar buiten gevlucht en zijn ze met zijn drieën richting de [straatnaam 1] gerend. De drie mannen droegen tijdens de overval allen gezicht bedekkende kleding.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan van diefstal met geweld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de overval dan wel dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. Het is niet duidelijk wie welke handeling in de [naam winkel] heeft verricht en wie er in de auto van medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gezeten. De raadsman heeft daarbij gewezen op verklaringen van een aanwezige politieagent en een getuige die beiden zeggen dat de overvaller die in de auto stapt bij medeverdachte [medeverdachte 1] , een donkere respectievelijk getinte huidskleur heeft. Nu verdachte geen donkere of getinte huidskleur heeft, dient hij van het tenlastegelegde feit te worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

[naam 2] heeft verklaard dat hij zich in het kantoor bevond en ineens gebonk hoorde. Vervolgens spatte het glas rond en ontstond er een gat in het raam. Het gat werd steeds groter.4

[naam 1] heeft verklaard dat zij zag dat een man met een grote hamer tegen de ruit sloeg en zag

dat er twee mannen door het gat naar binnen kwamen.5

[naam 2] heeft verklaard dat hij vervolgens twee personen hoorde schreeuwen: “liggen, op de grond”. Hij ging op de grond liggen en zag dat ook [naam 1] op de grond lag. Er liep vervolgens een man naar hem toe. Deze man richtte op ongeveer 25 tot 30 centimeter afstand een zwart pistool op zijn ogen. Er kwam daarna een tweede persoon bij die zei: “meenemen naar kantoor”, waarop de eerste man – die het pistool op hem richtte – zei: “meekomen”. [naam 2] stond op en liep in de richting van het kantoor. De eerste man die het pistool op hem richtte liep achter hem. Het wapen werd met kracht in zijn rug geduwd. In het kantoor werd er geroepen: “kluis open, kluis open”. [naam 2] opende de kluis, waarna er werd geroepen: “op de grond, op de grond” en toen hij op de grond lag: “waar is het grote geld, waar is het grote geld”.6 Zoals hiervoor – bij de feiten – vermeld, is vervolgens de tas door een van de overvallers met geld gevuld, aan de derde persoon buiten gegeven en zijn de drie mannen met de tas met geld ten slotte weggerend.

[naam 3] bevestigt de verklaring van [naam 2] . Zij heeft verklaard dat er twee mannen vanuit het kantoor de winkel binnenkwamen. De eerste man had een zwart vuurwapen in zijn hand en wees daarmee naar haar, [naam 2] en [naam 1] . Daarbij zei hij “liggen, liggen”. Deze persoon liep vervolgens achter [naam 2] naar het kantoor aan en riep “kluis open maken”.7

De bovenstaande verklaringen vinden verder steun in de camerabeelden.

Op de camerabeelden is te zien dat om 20:09:25 uur er grote stukken glas met grote snelheid door het kantoortje vliegen. De eerste van de overvallers stapt door het gat van de ingeslagen ruit naar binnen. Deze persoon heeft een pistool in zijn rechterhand. De tweede overvaller stapt ook door het gat naar binnen. Om 20:10:19 uur is op de beelden verder te zien dat aangever (rechtbank: [naam 2] ) door de eerste overvaller het kantoortje wordt ingeduwd. Daarbij richt de eerste overvaller het pistool op de rug van [naam 2] . [naam 2] maakt de kluis open, terwijl de eerste overvaller tijdens het openen van de kluis het pistool op zijn hoofd richt. Om 20:10:22 uur komt de tweede overvaller met de sporttas het kantoor binnen en haalt een pistool uit zijn zak. Dan roept de eerste overvaller iets tegen aangever en richt daarbij opnieuw het pistool op aangever. Zowel de eerste als de tweede overvaller richten hun pistool op [naam 2] . De eerste overvaller duwt vervolgens [naam 2] weg en maakt de kluisdeur verder open. De tweede overvaller richt het pistool weer op [naam 2] en gebaart dat hij op de grond moet gaan liggen. Hij richt het pistool op het hoofd van [naam 2] . Om 20:10:43 uur duwt de derde overvaller [naam 2] daarbij nog met een hand in de rug om hem sneller te dwingen te gaan liggen. Vervolgens plaatst de tweede overvaller de zwarte sporttas op de stoel en haalt de eerste overvaller pakketten met onder meer muntrolletjes uit de kluis en doet deze in de tas. De tweede overvaller houdt de tas open. Een van de koffertjes die door aangever eerder het kantoor was binnengebracht ligt in de tas. Om 20:11:01 uur stappen de overvallers door het gat naar buiten.8

De identiteit van de overvaller(s)

De verbalisant [verbalisant] zag ten tijde van de overval bij de personeelsuitgang op de [straatnaam 1] in Tiel twee werknemers van de [naam winkel] hevig naar hem zwaaien. Deze werknemers vertelden hem dat er drie personen de ruit van de winkel hadden ingegooid en dat de winkel werd overvallen. Op dat moment zag de verbalisant dat er drie personen op de [straatnaam 1] vanuit het steegje langs de vijver naast de [naam winkel] voor zijn auto langs kwamen rennen. Zij hadden allen hun gezicht bedekt. Ze keken alle drie naar zijn dienstauto en renden weg naar de [straatnaam 2] . De verbalisant verloor de personen vervolgens drie tot vijf seconden uit het oog, maar zag daarna direct weer dezelfde drie personen – die hij herkende aan hun signalement – verder rennen. Eén van de personen rende voor de andere twee uit. De andere twee personen hadden een grote zwarte tas in hun handen. Deze tas lieten zij ter hoogte van de flat op de [straatnaam 2] vallen. In ieder geval één of twee van de personen die voorop renden, is in een donkerkleurige [automerk 1] gestapt en met gedoofde lichten weggereden. De verbalisant heeft één van deze drie personen, zijnde medeverdachte [medeverdachte 2] , om 20:15 uur kunnen aanhouden.9

De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij omstreeks 20:15 uur iemand zijn kant op zag rennen. Hij hoorde ineens iemand roepen: “Politie, staan blijven!”. Hij zag op het bruggetje nog iemand rennen met een politieagent achter hem aan. De eerste jongen stapte in een zwarte of donkerblauwe [automerk 1] , aan de bijrijderskant. In de auto zat al een bestuurder. Het kenteken van de auto was [kenteken 1] .10 Volgens [getuige 1] was het kenteken te nieuw voor het bouwjaar van de auto. Aan [getuige 1] wordt een foto van de inbeslaggenomen [automerk 1] met kenteken [kenteken 2] getoond, waarop [getuige 1] verklaart dat, dat de auto was die hij op 25 september 2015 heeft zien wegrijden.11

Op 25 september 2015 tussen 10:50 uur en 16:35 uur zijn de kentekenplaten met kenteken [kenteken 1] weggenomen.12

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een dag voor de overval door medeverdachte [medeverdachte 2] is aangesproken. [medeverdachte 1] moest met zijn auto op een door [medeverdachte 2] aangewezen plek gaan staan. Volgens afspraak is [medeverdachte 1] even voor 20:00 uur op die plek gaan staan en wachtte tot [medeverdachte 2] zou komen. Op een gegeven moment hoorde [medeverdachte 1] sirenes en zag drie mannen zijn richting op komen rennen vanuit de richting van het winkelcentrum. [medeverdachte 1] hoorde twee schoten en zag een politieauto achter de mannen aangaan. De eerste man stapte bij [medeverdachte 1] in de auto. De man had iets over zijn hoofd. Hij droeg een jas met wit en zwart van dunne gladde stof en een spijkerbroek. [medeverdachte 1] is weggereden. Ter hoogte van [naam 4] raakte [medeverdachte 1] een verhoging en kreeg hierdoor een klapband. De persoon naast [medeverdachte 1] is uit de auto gesprongen. Deze persoon had een handschoen uitgedaan, die is achtergebleven op de bijrijdersstoel in de auto van [medeverdachte 1] . Deze persoon heeft de valse kentekenplaten van de auto gehaald en daarmee weggerend.13

Op de zitting van de bijrijdersstoel lag een grijs met zwarte werkhandschoen van het merk [merk] . DNA uit deze handschoen is veiliggesteld en gewaarmerkt ( [nummer 1] ).14 Van de [naam winkel] te Tiel is een ruit ingeslagen. Glas van de ingeslagen ruit is veiliggesteld en gewaarmerkt (onder andere [nummer 2] ).15 In het stofmonster van de handschoen ( [nummer 1] ) zijn honderden op glas lijkende deeltjes aangetroffen. Tenminste zes van de tien onderzochte glasdeeltjes ( [nummer 1] ) komen overeen met het referentieglas ( [nummer 2] ).16 Uit het DNA-onderzoek komt naar voren dat het spoor met [nummer 1] van verdachte is en minimaal drie (onbekende) personen.17

De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 1] hem heeft verteld dat [medeverdachte 1] heeft gereden bij de overval op de [naam winkel] . Er waren nog drie anderen bij betrokken. De tas met de buit kregen zij niet mee, want die was te zwaar. De anderen drie die erbij betrokken waren, waren [verdachte] , familie van [medeverdachte 1] , [naam 5] , die veel tatoeages heeft en [naam 6] . Zij hadden afgesproken met zijn allen te vluchten maar iedereen rende de verkeerde kant uit.18

De getuige [getuige 3] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] haar heeft verteld dat de auto van [medeverdachte 1] is gebruikt voor de overval op de [naam winkel] in Tiel. [medeverdachte 1] reed in de [automerk 1] en heeft verderop gestaan. De rest, [verdachte] , [naam 6] en [naam 5] waren op dat moment weg. [medeverdachte 1] heeft gewacht tot de rest terugkwam en toen hoorde hij twee kogels van vermoedelijk de politie. Daarna kwam [verdachte] aangerend en die is bij [medeverdachte 1] ingestapt. Hierna zijn zij weggereden.19 Naar oordeel van de rechtbank is de verklaring van de getuige [getuige 3] betrouwbaar. De verklaring is gedetailleerd en bevat daderwetenschap. De rechtbank heeft – mede gelet op het verloop van het verhoor, zoals blijkt uit de verbatim uitwerking – geen reden om aan te nemen dat de getuige [getuige 3] door de politie onder druk is gezet of dat er woorden in haar mond zijn gelegd. De verklaring van de getuige [getuige 3] wordt dan ook gebezigd tot het bewijs.

Gelet op al het voorgaande en in het bijzonder, de omstandigheid dat de getuige [getuige 3] van medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gehoord dat verdachte niet alleen één van de overvallers is geweest, maar ook de persoon is die bij [medeverdachte 1] in de auto is gestapt en dat op de bijrijdersstoel, waar één van de overvallers een handschoen heeft achtergelaten, waar niet alleen het DNA van verdachte in is aangetroffen maar ook glasdeeltjes van een ruit van de [naam winkel] , in onderlinge samenhang bezien, vindt de rechtbank bewezen dat verdachte een van de overvallers is geweest.

De rechtbank gaat voorbij aan de waarnemingen van de politieagent en de getuige die verklaard hebben dat de persoon die bij medeverdachte [medeverdachte 1] in de auto stapt een donkere of getinte huidskleur zou hebben. Deze waarnemingen zijn gedaan in een gespannen, hectische situatie en terwijl het donker was. Algemeen bekend is dat getuigen in dat soort situaties niet steeds nauwkeurig waarnemen. Bovendien is het maar zeer de vraag of de huidskleur van de persoon die bij [medeverdachte 1] in de auto stapte überhaupt zichtbaar was, nu andere getuigen verklaren dat de overvallers bivakmutsen droegen.

De rechtbank kan op grond van de bewijsmiddelen niet vaststellen of verdachte één van de overvallers geweest is die de [naam winkel] zijn binnengegaan, geweld hebben gebruikt en met op pistolen gelijkende voorwerpen hebben gedreigd, of dat hij degene is geweest die met een moker een gat in de ruit van het kantoor heeft geslagen. Dit is ook niet van belang. Er was sprake van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen de daders, dat het niet uitmaakt wat verdachte heeft gedaan. Samen hebben zij de [naam winkel] met veel geweld overvallen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 25 september 2015 te Tiel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee/een geldcassette(s) en/of geld ((ongeveer) 6600 Euro en/of (ongeveer)

12340 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam winkel] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 2] en/of tegen [naam 1] en/of [naam 3] en/of tegen een of meer andere personeelsleden van die [naam winkel] (gevestigd in perceel [adres 2] ) gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s),

- een raam van (de kantoorruimte van) voornoemd pand met een moker/ hamer, althans met een daarop gelijkend (hard) voorwerp heeft/hebben ingeslagen en/of ingegooid en/of

- tegen dat raam heeft/hebben geschopt/getrapten/of

- via het aldus ontstane gat met (een) bivakmuts(en) over het gezicht en/of (een) muts(en) en/of sjaal(s) over het hoofd/gezicht, althans met gezichtsverhullende kleding en/of met een of meer pisto(o)l(en), althans met (een) vuurwapen(s), althans met een of meer op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) dat pand heeft/hebben betreden en/of

- dat/die op pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende voorwerp(en) tegen die [naam 2] en/of op/tegen [naam 1] en/of op/tegen [naam 3] en/of op/tegen een of meer andere aanwezige personeelsleden heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben gehouden en/of heeft/hebben geroepen: "Liggen, op de grond." en/of

- op korte afstand (terwijl die [naam 2] op de grond ligt) een pistool, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de ogen/het gezicht van die [naam 2] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of

- (zakelijk weergegeven) tegen die [naam 2] - heeft/hebben geroepen/gezegd "Meenemen, naar kantoor" en/of "Meekomen" en/of

- die [naam 2] heeft/hebben meegetrokken naar het kantoor, althans heeft/hebben gedwongen naar het kantoor te lopen en/of die [naam 2] op korte afstand is/zijn gevolgd en/of

- tegen die [naam 2] (op dwingende/gebiedende toon) heeft/hebben geroepen (zakelijk weergegeven): "Kluis open, kluis open" en/of "Waar is het grote geld?" en/of (daarbij) een of meer op pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende voorwerpen op die [naam 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en/of in de richting van die [naam 2] gehouden en/of die [naam 2] daarmee gebaard (wederom) op de grond te gaan liggen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

Door de officier van justitie is een jeugddetentie voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren geëist, met daarbij de bijzondere voorwaarden een contactverbod met de slachtoffers en een locatieverbod voor de [naam winkel] in Tiel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat gelet op de rapportages die omtrent verdachte zijn opgemaakt en de omstandigheid dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde feit nog minderjarig was, het jeugdstrafrecht moet worden toegepast. Daarnaast dient ook rekening te worden gehouden met de ouderdom van het tenlastegelegde feit.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 30 augustus 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 6 oktober 2017;

- een Pro Justitia rapport, te weten een psychologisch onderzoek van [naam 7] , GZ-psycholoog, gedateerd 26 mei 2017.

Verdachte heeft zich met twee andere personen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op de [naam winkel] . Ze hebben met grof geweld (een hamer) de raam ingeslagen en ze hebben vervolgens met gezicht bedekkende kleding en met (nep)vuurwapens de medewerkers van de [naam winkel] die daar aan het werk waren op ernstige wijze bedreigd. Daarbij hebben zij op een goed voorbereide wijze een grote som geld uit de kluis en het kantoor van de [naam winkel] weggenomen. Het feit brengt naar de ervaring leert niet alleen persoonlijk leed teweeg bij de slachtoffers, maar veroorzaken ook grote angst- en onveiligheidsgevoelens. Het feit heeft veel impact op de personeelsleden van de [naam winkel] gehad – zoals uit de slachtofferverklaringen naar voren is gekomen – maar ook op getuigen en omwonenden. Verdachte heeft op geen enkele wijze verantwoordelijkheid voor zijn daden genomen of berouw getoond. De rechtbank rekent het feit verdachte daarom ook zwaar aan.

Blijkens de justitiële documentatie van verdachte van 30 augustus 2017 is verdachte niet eerder voor een dergelijk feit met politie en justitie in aanraking gekomen.

De rechtbank heeft voorts bij de strafoplegging rekening gehouden met het reclasseringsrapport waaruit naar voren komt dat de reclassering zich onthoudt van een advies over een sanctie. De reclassering was voornemens om een plan van aanpak op te stellen, maar heeft ervoor gekozen dit niet te doen, gelet op de mededeling van verdachte dat hij, als hij wordt veroordeeld, in hoger beroep zal gaan en blijven gaan totdat hij is vrijgesproken. De reclassering heeft nog wel opgemerkt dat het contact tussen verdachte en zijn ouders goed is. De ouders zijn betrokken, er is sprake van een pedagogische beïnvloeding en de ouders ondersteunen verdachte in zijn weg naar volwassenheid. Verdachte lijkt te profiteren van deze steun. De ouders van verdachte houden een oogje in het zeil en verdachte lijkt zich ook te voegen naar de regels die thuis gelden. De reclassering adviseert het jeugdstrafrecht toe te passen, omdat verdachte, op het moment dat het tenlastegelegde plaats vond, minderjarig was.

Uit het rapport van de psycholoog van 26 mei 2017 komt naar voren dat bij verdachte sprake is van een lichte verstandelijke ontwikkelingsstoornis, tot uiting komende in beperkingen op het gebied van schoolse vaardigheden, executieve functies, sociaal beoordelingsvermogen en (gebrek aan) zelfstandigheid. De psycholoog heeft geen advies kunnen geven omtrent toerekeningsvatbaarheid en/of recidivegevaar, omdat verdachte zich op zijn zwijgrecht beroept ten aanzien van het ten laste gelegde feit. Ten slotte geeft de psycholoog aan dat hij niet adviseert om verplichte hulpverlening op te leggen, omdat verdachte voldoende begeleiding en steun lijkt te krijgen van zijn ouders.

Gelet op de omstandigheid dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde minderjarig was, zal de rechtbank het jeugdstrafrecht toepassen. Ondanks de ernst van het feit, ziet de rechtbank geen reden, gelet op de persoon van verdachte, om hier ten nadele van verdachte vanaf te wijken.

De rechtbank houdt rekening met de ouderdom van het tenlastegelegde feit.

Alles afwegende acht de rechtbank voor dit feit geen andere straf dan een (gedeeltelijk) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf passend. Daarbij sluit de rechtbank grotendeels aan bij de eis van de officier van justitie. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot 12 maanden jeugddetentie, waarvan een gedeelte van 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding en vorderen de volgende bedragen vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel:

  1. [naam 2] : € 7.499,00;

  2. [naam 3] : € 7.370,00.

  3. [naam 1] : € 7.919.48;

Ter zitting is de vordering van de benadeelde partij [naam 1] mondeling verhoogd met een bedrag van € 4.631,83 wegens de kosten van een half jaar studievertraging. Het totaalbedrag van haar vordering bedraagt € 12.551,31.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk worden toegewezen, tot dezelfde hoogte als waartoe medeverdachte [medeverdachte 2] is veroordeeld, met vermeerdering van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De kosten omtrent de studievertraging inzake de vordering van de benadeelde partij [naam 1] dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu de beoordeling van het causale verband tussen de overval en deze kosten en het vaststellen van de hoogte van een bedrag een te grote belasting is voor het strafproces.

Het standpunt van de verdediging

De vorderingen van de benadeelde partijen zijn door de raadsman van verdachte niet betwist.

Beoordeling door de rechtbank

Voor wat betreft de beoordeling van de vorderingen van de benadeelde partijen wordt aansluiting gezocht bij hetgeen daarover is overwogen in het vonnis van medeverdachte [medeverdachte 2] .

Smartengeld

Aan de benadeelde partijen is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen.

Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan.

Gelet op de omstandigheid dat de benadeelde partijen tijdens de overval op hun werk met een of meerdere (nep)vuurwapens zijn bedreigd – waarbij het wapen ook vanaf een zeer korte afstand op [naam 2] is gericht en [naam 2] als bedrijfsleider onder grote bedreiging van twee gewapende overvallers de kluis in het kantoor heeft moeten openen – acht de rechtbank aannemelijk geworden dat zowel [naam 2] , [naam 1] als [naam 3] zeer angstig zijn geweest en de overval een grote impact op hen heeft gehad. Dit volgt bij [naam 1] ook uit de omstandigheid dat zij onder behandeling is bij een psycholoog in verband met extreme angsten, slapeloosheid en concentratieproblemen. Op grond van al het voorgaande in samenhang met de hoeveelheid geweld en bedreigingen die tegenover de medewerkers is gebruikt, zal de rechtbank het smartengeld naar maatstaven van billijkheid begroten op € 5.000,00 voor [naam 2] en € 3.000,00 voor [naam 1] en [naam 3] .

Wat betreft het meer of anders gevorderde zullen de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard worden in hun vorderingen, nu de behandeling van dat deel van de vorderingen naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De overige (materiële) schade van [naam 2] en [naam 1]

[naam 2]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen – in het bijzonder de aangifte – en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag van € 129,00 materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Dit bedrag komt samen met het bedrag van € 5.000 aan smartengeld voor vergoeding in aanmerking.

[naam 1]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen kosten heeft moeten maken voor medicatie ter hoogte van € 7,00. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Dit bedrag komt samen met het bedrag van € 3.000 aan smartengeld voor vergoeding in aanmerking.

Met betrekking tot de reiskosten van [naam 1] is de rechtbank van oordeel dat deze schadepost onvoldoende is onderbouwd. Een nadere beoordeling van deze schadepost zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen. Dit geldt eveneens voor de kosten wegens studievertraging. Op grond van de beschikbare stukken kan de rechtbank het causaal verband tussen de overval en de studievertraging niet vaststellen. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 25 september 2015.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 36f, 63, 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een jeugddetentie voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van deze jeugddetentie 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 2]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam 2], van een bedrag van € 5.129,00 (vijfduizendhonderdnegenentwintig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [naam 2] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 2], een bedrag te betalen van € 5.129,00 (vijfduizendhonderdnegenentwintig euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 60 dagen jeugddetentie zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 1]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam 1], van een bedrag van € 3.007,00 (drieduizendzeven euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [naam 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 1], een bedrag te betalen van € 3.007,00 (drieduizendzeven euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 40 dagen jeugddetentie zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 3]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam 3], van een bedrag van € 3.000,00 (drieduizend euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [naam 3] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [naam 3], een bedrag te betalen van € 3.000,00 (drieduizend euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 40 dagen jeugddetentie zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.C. Henniphof (voorzitter), mr. J.J.H. van Laethem en

mr. M.A. Jansen- van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 oktober 2017.

Bijlage I

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 september 2015 te Tiel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 2] heeft gedwongen tot de afgifte van geld ( (ongeveer) 6600 Euro en/of (ongeveer) 12340 Euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam winkel] (gevestigd in perceel [adres 2] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s);

- een raam van (de kantoorruimte van) voornoemd pand met een moker/ hamer, althans met een daarop gelijkend (hard) voorwerp heeft/hebben ingeslagen en/of ingegooid en/of

- tegen dat raam heeft/hebben geschopt/getrapt en/of

- via het aldus ontstane gat met (een) bivakmuts(en) over het gezicht en/of (een) muts(en) en/of sjaal(s) over het hoofd/gezicht, althans met gezichtsverhullende kleding en/of met een of meer pisto(o)l(en), althans met (een) vuurwapen(s), althans met een of meer op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) dat pand heeft/hebben betreden en/of

- dat/die pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende voorwerp(en) tegen die [naam 2] en/of op/tegen [naam 1] en/of op/tegen [naam 3] en/of op/tegen een of meer andere aanwezige personeelsleden heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben gehouden en/of heeft/hebben geroepen: "Liggen, op de grond." en/of

- op korte afstand (terwijl die [naam 2] op de grond ligt) een pistool, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de ogen/het gezicht van die [naam 2] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of

- ( zakelijk weergegeven)tegen die [naam 2] - heeft/hebben geroepen/gezegd "Meenemen, naar kantoor" en/of "Meekomen" en/of

- die [naam 2] heeft/hebben meegetrokken naar het kantoor, althans heeft/hebben gedwongen naar het kantoor te lopen en/of die [naam 2] op korte afstand is/hebben gevolgd en/of

- tegen die [naam 2] (op dwingende/gebiedende toon) heeft/hebben geroepen (zakelijk weergegeven): "Kluis open, kluis open" en/of "Waar is het grote geld?" en/of (daarbij) een of meer pisto(o)l(en) , althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende voorwerpen op die [naam 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en/of in de richting van die [naam 2] gehouden en/of die [naam 2] daarmee gebaard (wederom) op de grond te gaan liggen

en/of

hij op of omstreeks 25 september 2015 te Tiel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee/een geldcassette(s) en/of geld ((ongeveer) 6600 Euro en/of (ongeveer) 12340 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam winkel] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 2] en/of tegen [naam 1] en/of [naam 3] en/of tegen een of meer andere personeelsleden van die [naam winkel] (gevestigd in perceel [adres 2] ) gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s),

- een raam van (de kantoorruimte van) voornoemd pand met een moker/ hamer, althans met een daarop gelijkend (hard) voorwerp heeft/hebben ingeslagen en/of ingegooid en/of

- tegen dat raam heeft/hebben geschopt/getrapt en/of

- via het aldus ontstane gat met (een) bivakmuts(en) over het gezicht en/of (een) muts(en) en/of sjaal(s) over het hoofd/gezicht, althans met gezichtsverhullende kleding en/of met een of meer pisto(o)l(en) , althans met (een) vuurwapen(s), althans met een of meer op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) dat pand heeft/hebben betreden en/of

- dat/die pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende voorwerp(en) tegen die [naam 2] en/of op/tegen [naam 1] en/of op/tegen [naam 3] en/of op/tegen een of meer andere aanwezige personeelsleden heeft/hebben gericht en/of gericht heeft/hebben gehouden en/of heeft/hebben geroepen: "Liggen, op de grond." en/of

- op korte afstand (terwijl die [naam 2] op de grond ligt) een pistool, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de ogen/het gezicht van die [naam 2] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of

- ( zakelijk weergegeven) tegen die [naam 2] - heeft/hebben geroepen/gezegd "Meenemen, naar kantoor" en/of "Meekomen" en/of

- die [naam 2] heeft/hebben meegetrokken naar het kantoor, althans heeft/hebben gedwongen naar het kantoor te lopen en/of die [naam 2] op korte afstand is/hebben gevolgd en/of

- tegen die [naam 2] (op dwingende/gebiedende toon) heeft/hebben geroepen (zakelijk weergegeven): "Kluis open, kluis open" en/of "Waar is het grote geld?" en/of (daarbij) een of meer pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende voorwerpen op die [naam 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en/of in de richting van die [naam 2] gehouden en/of die [naam 2] daarmee gebaard (wederom) op de grond te gaan liggen.

1 De volledige tenlastelegging is in bijlage I opgenomen.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, districtsrecherche Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek [nummer 3] , [nummer 3] , gesloten op 1 juni 2017, aanvullend procesdossier inzake verdachte [nummer 3] , gesloten op 25 juli 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Het proces-verbaal van aangifte [naam 2] , p. 11 e.v. en het proces-verbaal verhoor [naam 8] , p. 590 e.v.

4 Het proces-verbaal van aangifte [naam 2] , p. 11 e.v.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] , p. 533 e.v.

6 Het proces-verbaal van aangifte [naam 2] , p. 11 e.v.

7 Het proces-verbaal verhoor getuige [naam 3] , p. 542 e.v.

8 Het proces-verbaal beelden [naam winkel] , p. 70 e.v.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1 e.v.

10 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 610.

11 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 612.

12 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 9] namens de benadeelde [naam 10] , p. 43.

13 Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 440.

14 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 983.

15 Het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 922 e.v.

16 Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het NFI, vergelijkend glasonderzoek naar aanleiding van een gewapende overval te Tiel op 25 september 2015, p. 1084 e.v.

17 Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport van het NFI, aanvullend DNA-onderzoek naar aanleiding van een overval gepleegd in Tiel op 25 september 2015, p. 1099 e.v.

18 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 155 e.v. van het aanvullend procesdossier van verdachte [nummer 3] .

19 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 9 e.v. van het aanvullend procesdossier van verdachte [nummer 3] .