Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5523

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-10-2017
Datum publicatie
25-10-2017
Zaaknummer
5426401 \ CV EXPL 16-15466 \ 474 \ 682
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kanton. Huur van standplaats voor stacaravan. Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2017:4223. Schadeloosstelling. Bezwaar tegen uitvoerbaar bij voorraad verklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 5426401 \ CV EXPL 16-15466 \ 474 \ 682

uitspraak van 4 oktober 2017

vonnis

in de zaak van

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

gemachtigde mr. J.F. Overes

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie

gemachtigde mr. S.J. van Susante

Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 juli 2017 en de daarin genoemde processtukken

- de akte uitlating na tussenvonnis van 16 augustus 2017 van [eiser]

- de akte uitlating na tussenvonnis van 13 september 2017 van [gedaagde] .

2 De verdere beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

2.1.

De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 19 juli 2017. In dat vonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat [gedaagde] de huurovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd tegen 31 december 2016, dat de vordering in conventie onder 2. (verklaring voor recht dat door verjaring een in het kadaster in te schrijven zelfstandig recht van opstal is ontstaan) wordt afgewezen en dat [eiser] het gehuurde dient te ontruimen. Ten aanzien van de gevorderde schadeloosstelling heeft de kantonrechter, nu onduidelijk was wat de kosten waren van het verwijderen/demonteren van de stacaravan, [eiser] in de gelegenheid gesteld zich bij akte hierover uit te laten, waarna [gedaagde] daarop kon reageren. De kantonrechter heeft partijen tevens in overweging gegeven om te onderzoeken of zij niet alsnog tot elkaar konden komen. Dat laatste is niet gelukt.

2.2.

[eiser] heeft bij haar akte als productie 14 een offerte overgelegd van [bedrijfsnaam] te [plaats] betreffende het transport van het chalet en de opbouw van datzelfde chalet elders. In totaal is hiervoor een bedrag van € 24.950,20 (inclusief BTW) begroot. Van dat bedrag bestaat een deel van € 9.855,45 (inclusief BTW) uit de kosten van demontage en verwijdering van de stacaravan. [gedaagde] heeft hier bij akte op gereageerd en zich op het standpunt gesteld dat [eiser] hiermee verder gaat dan waartoe zij in het tussenvonnis in de gelegenheid is gesteld, omdat zij ook een kostenbegroting voor de herbouw van de stacaravan in haar akte heeft opgenomen en omdat in de begroting van de kosten ervan wordt uitgegaan dat de stacaravan weer opgebouwd zal worden.

2.3.

Zoals in het vonnis van 19 juli 2017 is overwogen, is zeer wel aannemelijk dat [eiser] kosten moet maken voor de verwijdering van de stacaravan. Anderzijds is ook overwogen dat de stacaravan al 26 jaar oud is, in de loop der jaren steeds meer onverplaatsbaar is geworden en doordat [eiser] jarenlang heeft geïnvesteerd in een – naar eigen zeggen – onverplaatsbare stacaravan op gehuurde grond, zij het risico heeft genomen dat die investering eens verloren zou gaan. Dat dit risico zich uiteindelijk heeft verwezenlijkt moet daarom in overwegende mate voor haar eigen rekening blijven. Indachtig deze overwegingen dient de schadeloosstelling dan ook niet de herbouw van de stacaravan te omvatten en dient evenmin met herbouw rekening te worden gehouden bij de onderhavige begroting van de kosten voor demontage en verwijdering van de stacaravan (schadeloosstelling). De kantonrechter acht gelet op het voorgaande een bedrag van

€ 3.000,00 dan ook redelijk voor het demonteren en verwijderen van de stacaravan waarvan € 1.500,00 voor rekening van [eiser] zelf dient te komen, zodat een bedrag van € 1.500,00 als schadeloosstelling toewijsbaar is.

2.4.

De vorderingen in reconventie onder I. en II. zijn dan ook toewijsbaar, zoals hierna volgt. Het is niet zo dat de opzegging van de huurovereenkomst eerst leidt tot beëindiging wanneer [eiser] schadeloos wordt gesteld, zoals door [eiser] is gevorderd. Dit deel van de vordering in conventie onder 1. wordt dan ook afgewezen. Het eerste deel van de vordering in conventie onder 1. (verklaring voor recht dat de opzegging van de huurovereenkomst nietig is) zal eveneens worden afgewezen. Dat geldt ook voor de vordering in conventie onder 2.

2.5.

Aan de veroordeling tot ontruiming zal een dwangsom worden verbonden die zal worden gemaximeerd.

2.6.

[gedaagde] vordert verder een machtiging om de ontruiming desnoods zelf te bewerkstelligen. De kantonrechter stelt voorop dat deze machtiging is gegrond op artikel 3:299 BW (reële executie). Artikel 556 lid 1 Rv schrijft voor dat de gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder. In dit opzicht derogeert artikel 556 lid 1 Rv aan artikel 3:299 BW. Dit heeft tot gevolg dat aan [gedaagde] geen machtiging kan worden gegeven de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen (zie onder meer gerechtshof Arnhem 15 juli 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BD7206 en gerechtshof ’s-Hertogenbosch 15 januari 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BY8628). De deurwaarder zelf behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm in te roepen. Die bevoegdheid ontleent hij immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv, waarin artikel 444 Rv van overeenkomstige toepassing wordt verklaard (vgl. gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:4665). De gevorderde ontruimingskosten (voor het geval [eiser] niet vrijwillig de standplaats ontruimt) zullen worden afgewezen. Deze kosten zijn thans immers nog niet te begroten.

2.7.

[eiser] heeft nog bezwaar gemaakt tegen het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van het vonnis in reconventie. Als reden heeft zij daarvoor aangevoerd zij veel kosten zou moeten maken om de stacaravan af te breken en dat herstel in de oude toestand nagenoeg onmogelijk is, mocht zij in een eventueel hoger beroep alsnog in het gelijk worden gesteld.

De kantonrechter overweegt dat het uitgangspunt van het wettelijke systeem is dat een vonnis van zichzelf executoriale kracht heeft en dus onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd. In het onderhavige geval wordt aan [eiser] een (gedeeltelijke) schadeloosstelling toegekend, zodat niet valt in te zien waarom het vonnis in reconventie niet uitvoerbaar bij voorraad zou kunnen worden verklaard. Het komt overigens wel voor risico van [gedaagde] wanneer zij tot tenuitvoerlegging van het vonnis overgaat en het vonnis later in appel alsnog wordt vernietigd.

2.8.

Nu [eiser] zowel in conventie als in reconventie (grotendeels) in het ongelijk wordt gesteld, moet zij daarom de proceskosten dragen.

3 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

3.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 1.500,00 aan [eiser] ten titel van schadeloosstelling;

3.2.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

3.3.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [gedaagde] begroot op € 1.500,00 (€ 600,00 x 2½ punten) aan salaris voor de gemachtigde;

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

3.5.

verklaart voor recht dat de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de standplaats met het nummer [nummer] op [naam park] , staande en gelegen aan het [adres] te [plaats] , [gemeente] , krachtens rechtsgeldige opzegging bij brief van 8 augustus 2016 is geëindigd per 31 december 2016;

3.6.

veroordeelt [eiser] om binnen één maand na betekening van dit vonnis de standplaats met het nummer [nummer] op [naam park] , staande en gelegen aan het adres [adres] te [plaats] , [gemeente] , te ontruimen en te verlaten en verlaten te houden, onder afgifte van de sleutels van de slagboom aan [gedaagde] ;

3.7.

veroordeelt [eiser] om aan [gedaagde] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [eiser] niet aan de in 3.6. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 40.000,00 is bereikt;

3.8.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten in reconventie, tot deze uitspraak aan de kant van [eiser] begroot op € 750,00 (€ 600,00 x 2½ punten x ½) aan salaris voor de gemachtigde en maximaal € 100,00 aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

3.9.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

3.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. W.H. van Empel en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2017