Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5491

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-10-2017
Datum publicatie
27-10-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 3163
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

WOZ. Objectafbakening woning.

In de beroepsfase ontdekt verweerder een fout in de objectafbakening. In plaats van een splitsing tussen het voorste en het achterste gedeelte dient een splitsing tussen links en rechts plaats te vinden. Omdat een deel van het nieuwe object niet is betrokken in de voorliggende waardebeschikking, is het beroep gegrond en worden de WOZ-beschikking en de aanslag ozb vernietigd.

De heffingsambtenaar betwist dat sprake is van een aan hem toe te rekenen onrechtmatigheid. De rechtbank volgt dit standpunt niet en oordeelt dat de heffingsambtenaar ervoor dient te zorgen dat de gegevens die aan de WOZ-beschikking ten grondslag liggen juist zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2017/2561
Belastingblad 2017/446
V-N 2018/9.16.30
Viditax (FutD), 30-10-2017
FutD 2017-2786
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RechtbanK gelderland

Team belastingrecht

zaaknummer: AWB 17/3163

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 oktober 2017

in de zaak tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ),

en

de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking Rivierenland, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 30 mei 2017, waarbij het bezwaar van eiseres tegen de aan haar opgelegde beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) en aanslag onroerendezaakbelasting (hierna: ozb) over het jaar 2017 ongegrond is verklaard.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2017. Namens eiseres is de gemachtigde verschenen. Namens verweerder zijn [gemachtigde] en [A] verschenen.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    vernietigt de WOZ-beschikking en de aanslag ozb;

  • -

    wijst het verzoek om een dwangsom af;

  • -

    veroordeelt verweerder in de door eiseres in bezwaar en beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 741;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333 aan eiseres te vergoeden.

Overwegingen

1. Eiseres is eigenaar van de woning aan de [A-straat 1] te [Q] . Verweerder heeft de waarde van de woning voor het belastingjaar 2017 vastgesteld op € 378.000. In beroep heeft hij ter onderbouwing daarvan verwezen naar een taxatierapport van [B] , WOZ-taxateur.

2. Eiseres bestrijdt de juistheid van de vastgestelde waarde.

3. Bij brief van 3 oktober 2017 heeft verweerder te kennen gegeven dat de objectafbakening onjuist is. In plaats van een splitsing tussen het voorste en het achterste gedeelte dient een splitsing tussen het linkerdeel en het rechterdeel (telkens gezien vanaf de straatzijde) plaats te vinden. Dit betekent dat tot het juist afgebakende object delen behoren die niet zijn opgenomen in de oorspronkelijke beschikking. Overeenkomstig het arrest van de Hoge Raad van 9 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AD6058 (Schiphol) is de rechtbank van oordeel dat in dat geval de beschikking en de daarop gebaseerde aanslag ozb dienen te worden vernietigd. De rechtbank ziet geen mogelijkheid dit met een beroep op interne compensatie te ondervangen. Er dient immers een waarde te worden vastgesteld voor een deel van het pand waarvoor in deze procedure geen waardebeschikking ligt die de rechtbank kan toetsen.

4. Aan de gronden ter zake van het horen in bezwaar en de hoogte van het ozb-tarief komt de rechtbank niet toe.

5. Eiseres heeft de rechtbank verzocht te bepalen dat verweerder een dwangsom is verschuldigd vanwege het te laat beslissen op bezwaar. Gelet op artikel 30, negende lid, van de Wet WOZ diende verweerder voor het eind van 2017 uitspraak op bezwaar te doen. Dat is ruimschoots het geval. Er is dus niet te laat beslist. Overigens heeft eiseres verweerder ook niet in gebreke gesteld. Het verzoek om een dwangsom is daarom afgewezen.

6. De rechtbank heeft aanleiding gezien verweerder in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Verweerder heeft aangevoerd dat geen sprake is van een aan hem te wijten onrechtmatigheid. Eiseres heeft namelijk over 2016 ook bezwaar gemaakt. Verweerder en de gemachtigde van eiseres zijn toen gezamenlijk om het pand gelopen en zijn er gezamenlijk van uitgegaan dat de splitsing tussen het voorste en het achterste gedeelte diende plaats te vinden. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn stelling dat hiermee geen sprake is van een aan verweerder te wijten onrechtmatigheid. Het is verweerder die een WOZ-beschikking afgeeft. Hij dient ervoor te zorgen dat de daaraan ten grondslag liggende gegevens juist zijn. Bij een koppeling aan de basisadministratie gebouwen zou de fout vermoedelijk zijn ontdekt en bij een controle op kadastrale gegevens in ieder geval, aangezien het rechter gedeelte een andere eigenaar heeft. Kennelijk zijn de gegevens pas gecontroleerd nadat de gemachtigde bij een bezichtiging op 26 september 2017 aangaf dat de objectafbakening onjuist was. Dit komt voor risico van verweerder.

7. De kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 741 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 246, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 495 en een wegingsfactor 0,5). Aangezien eiseres kon volstaan met de stelling dat de objectafbakening onjuist was, en dit de grond is voor de gegrondverklaring van het beroep, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een lichte zaak.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Eskes, rechter, in aanwezigheid van J. Rhebergen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2017.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.