Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5366

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-10-2017
Datum publicatie
16-10-2017
Zaaknummer
05/881688-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft een 28-jarige man uit Arnhem veroordeeld voor afpersing en het voorhanden hebben van wapens en munitie. De man is op 18 november 2012 in Hotel Van der Valk te Duiven met een bivakmuts op zijn hoofd en een pistool in zijn hand naar de receptie gelopen, heeft het pistool op de receptioniste gericht en gedreigd haar overhoop te schieten als zij niet meewerkte en hij heeft haar gedwongen tot afgifte van geld. Van de man was een DNA-profiel aangetroffen op een M&M verpakking, die in de parkeergarage van het hotel was aangetroffen. Deze DNA match kwam naar voren nadat het DNA van de verdachte in 2016 in de databank werd opgenomen omdat verdachte een ander strafbaar feit had gepleegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat uit de bewijsmiddelen volgt dat deze verpakking afkomstig is van de dader van de overval. Daarnaast past verdachte ook in het signalement.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zo’n ernstig feit heeft gepleegd. Hij heeft de overval gepleegd in de ochtend, terwijl veel hotelgasten in het hotel aanwezig waren. Het feit is zeer ingrijpend geweest voor het slachtoffer, en is door haar als zeer bedreigend en beangstigend ervaren. Een dergelijke overval leidt bij burgers in het algemeen tot angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid. De rechtbank heeft er ook rekening mee gehouden dat verdachte voor de overval nauwelijks met politie en justitie in aanraking is gekomen, en zijn leven sindsdien gebeterd heeft. De rechtbank heeft een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 30 maanden. Daarnaast moet de man een schadevergoeding betalen aan hotel Van der Valk en aan de receptioniste.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/881688-16

Datum uitspraak : 16 oktober 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]

raadsvrouw: mr. R.R. Wijnakker, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 02 oktober 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 18 november 2012 te Duiven, althans in Nederland, met het

oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld

en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van

een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan hotel Van der Valk en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- die [slachtoffer] een pistool heeft getoond en/of op haar bost gericht en/of

- de volgende woorden aan die [slachtoffer] heeft toegevoegd: "snel geld of ik schiet je overhoop, vuile takkenhoer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat ze op de grond moest liggen, dat er anders wat zou gebeuren en/of

- een hoeveelheid geld heeft gepakt van de balie en/of

- de volgende woorden aan die [slachtoffer] heeft toegevoegd: "Takkenhoer, ik schiet je een kogel door je kop, blijf maar liggen" ;

2.

hij op of omstreeks 20 juni 2017 te Arnhem (een) wapen(s) van categorie I onder

7°, te weten

een (imitatie)vuurwapen (model AK 47 van het merk DENIX), zijnde een voorwerp

dat door zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een

vuurwapen (model AK 47 van het merk KALASHNIKOV), en/of

een (imitatie)vuurwapen (model Colt Government 1911 van het merk DENIX),

zijnde een voorwerp dat door zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis

vertoonde met een vuurwapen (model Government 1911 van het merk COLT), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

3.

hij op of omstreeks 20 juni 2017 te Arnhem een of meer wapens van categorie I,

onder 1, te weten een vlindermes, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

4.

hij op of omstreeks 20 juni 2017 te Arnhem voorhanden heeft gehad een

hoeveelheid (3 stuks) munitie (kaliber 7.62x39 mm), in elk geval munitie in de

zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Feit 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 18 november 2012 was [slachtoffer] aan het werk achter de receptie van hotel Van der Valk in Duiven.2 Iets na 07:45 uur stond er opeens een man voor haar balie met een pistool in zijn hand. Deze man richtte een pistool op haar borst. Hij zei tegen haar: “snel geld of ik schiet je overhoop, vuile takkenhoer.” [slachtoffer] gaf de man briefgeld en kiepte de bak met muntgeld op de balie leeg. Vervolgens zei de man tegen [slachtoffer] dat ze moest gaan liggen en dat er anders wat zou gebeuren. Ze is toen gaan liggen achter de balie. De man zei toen ook nog: “Takkenhoer ik schiet een kogel door je kop, blijf maar liggen.”3 De man pakte daarna geld van de balie en rende weg.4

In de parkeergarage onder hotel Van der Valk te Duiven werd op 18 november 2012 om 09:38 uur een geopende gele verpakking M&M’s aangetroffen.5 Op deze verpakking is een DNA-profiel van verdachte aangetroffen.6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de afpersing. Hiertoe heeft hij naar voren gebracht dat uit het dossier buiten redelijke twijfel volgt dat de M&M verpakking door de dader van de afpersing is achtergelaten. Bovendien past de verdachte in het signalement van de dader en droeg verdachte in de periode van het tenlastegelegde feit evenals de dader een knopje in zijn oor.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Volgens de verdediging is het enige relevante bewijsmiddel dat naar verdachte wijst de DNA-match op de M&M verpakking. Aan deze DNA-match dient volgens de verdediging geen waarde te worden gehecht, aangezien niet bewezen kan worden dat de verpakking afkomstig is van de dader. Het gaat immers om verplaatsbaar DNA. Er is een aanzienlijke kans dat deze verpakking op een andere manier in de parkeergarage terecht is gekomen, en dit kan zelfs na de overval nog gebeurd zijn. Voorts is van belastend steunbewijs geen sprake.

Beoordeling door de rechtbank

Verbalisant [naam 1] heeft camerabeelden bekeken die op 18 november 2012 in hotel Van der Valk zijn gemaakt. Dit zijn camerabeelden van verschillende locaties in het hotel. Verbalisant heeft op deze beelden de dader van de overval gevolgd. Hierop is onder meer het volgende te zien.

Om 07:39 uur komt de persoon de parkeergarage van het hotel in fietsen.7

Om 07:45 uur nadat de persoon even het portiek is ingelopen komt hij weer terug lopen en verdwijnt onder in beeld. De persoon heeft een lichte huidskleur, een donker mutsje op, donkere bovenkleding met een dikke kraag of capuchon en een lichte broek aan.

Om 07:46 uur stapt de persoon de rechterlift in.

Om 07:48 uur wordt aan de rechterzijde van de hal een deur geopend. Achter deze deur is het licht, hierdoor is een persoon te zien die gelijkt op de persoon die in de lift is gestapt. Niet te zien is op deze persoon de hal in gaat.

Om 07:49 uur staat de persoon voor een automaat en doet hier geld in. Hij pakt even later iets uit de automaat. Nu is duidelijk te zien dat de persoon een man betreft met een donkere jas en capuchon, een lichte broek en een donkere muts. Ook is duidelijk te zien dat de man geen handschoenen draagt.

Om 07:50.51 uur loopt de man door de glazen deur in de richting van de fietsen.

Om 07:57.59 uur loopt de man weg van de richting van de fietsen.

Om 07:58.24 uur loopt de man de garage uit en de hal bij de automaten in, de man heeft een kaal hoofd, zet een bivakmuts op en gaat door de deur links van de liftdeuren.8

Om 07:59 uur is te zien dat de man voor de balie staat en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de baliemedewerkster richt.

Om 08:01 uur is te zien dat de man op de fiets de parkeergarage uit komt.9

Verbalisant [naam 2] heeft met verbalisant [naam 3] gesproken, de verbalisant die de gele M&M verpakking heeft aangetroffen. [naam 3] vertelde hem dat dat de M&M verpakking in de fietsenstalling lag, en dat de verpakking droog was en er nieuw uit zag.10 Op foto’s van de M&M verpakking is ook te zien dat er een blauw M&M snoepje naast ligt.11 Ook dit snoepje zag er volgens [naam 3] vers uit.12

Op de fotoprints van de camerabeelden is te zien dat de man de vijfde knop van de snoepautomaat indrukt. De man pakt dan het snoepgoed, wat geel of beige gekleurd is, uit de automaat en loopt weg. De man loopt dan richting de fietsenstalling en beweegt zijn rechterhand naar zijn mond.13 Verbalisant ziet dat onder knop vijf van de snoepautomaat gele M&M’s zitten.14 Op fotoprints van de snoepautomaat, die gemaakt zijn op 18 november 2012, is ook te zien dat onder de vijfde knop gele M&M’s zitten.15 De rechtbank concludeert hieruit dat de man een verpakking gele M&M’s trekt uit de snoepautomaat.

De districtsrecherche was om 08:10 op het plaats delict.16 De toegangsdeuren tot de garage, waardoor de dader zou zijn vertrokken, zijn veiliggesteld.17

Verbalisant ziet op de camerabeelden dat het lijkt alsof de dader een klein donker rond voorwerp in of aan zijn linkeroor te draagt.18Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in de periode van de overval zwarte oorknopjes droeg.19

Op basis van voorgaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat de man die met zijn fiets de parkeergarage van het Van der Valk hotel binnen is gereden dezelfde persoon is die een verpakking gele M&M’s trekt uit de snoepautomaat en vervolgens de overval pleegt, waarna hij op de fiets de parkeergarage weer verlaat.

De rechtbank heeft vervolgens de vraag te beantwoorden of de gele M&M verpakking die is aangetroffen in de fietsenstalling van de parkeergarage door de dader van de overval aldaar toen is achtergelaten.

Op voornoemde camerabeelden is te zien dat, nadat de dader snoep uit de automaat heeft getrokken, hij de parkeergarage inloopt en in de richting van de fietsen loopt. Ongeveer zeven minuten later is op camerabeelden te zien dat de dader wegloopt van de fietsen en vervolgens de parkeergarage uitloopt en de hal inloopt bij de automaten.

De dader is zeven minuten lang, tussen het moment dat hij naar de fietsenstalling loopt en het moment dat hij er weer vandaan komt, niet op een van de aanwezige camerabeelden te zien. De rechtbank concludeert hieruit dat hij in die zeven minuten in de buurt van de fietsenstalling heeft verbleven.

De gele M&M verpakking en het blauwe snoepje zijn aangetroffen in de fietsenstalling liggend op de grond naast het voorwiel van een aanwezige fiets in het laatste (derde) rek van de fietsenstalling, gezien vanaf de ingang van de parkeergarage. Op de camerabeelden is onder meer te zien dat de dader omstreeks 07:40:04 uur de parkeergarage in fietst en dat hij na enkele meters abrupt remt. Te zien is dat hij uit beeld fietst rechts naast de fietsenrekken.20 Het is dus naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat de dader zijn fiets heeft geplaatst bij het laatste (derde) fietsenrek.

Op de beelden is ook te zien dat de dader om 08.01.12 uur weer van rechts uit de parkeergarage komt fietsen, duidelijk van tussen de fietsenrekken aldaar.21

Uit de camerabeelden en de fotoprints waarbij een beweging wordt gemaakt van het brengen van zijn hand naar zijn mond door de dader concludeert de rechtbank dat de dader na het trekken van de gele M&M verpakking is begonnen met het opeten van de M&M’s en hiermee naar de fietsenstalling is gelopen.

Nu de dader eerst om 07:58 uur weer in beeld komt op het moment dat hij de garage uitloopt en de hal inloopt en daarbij niet is te zien dat hij een gele M&M verpakking in zijn hand houdt, acht de rechtbank het aannemelijk dat hij de M&M’s heeft opgegeten in de periode dat hij zich ophield bij de fietsenrekken en de lege M&M verpakking heeft achtergelaten bij het laatste (derde) rek van de fietsenstalling, alwaar hij ook zijn fiets had geplaatst. Dit vindt ondersteuning in het gegeven dat de aldaar aangetroffen verpakking droog was, er nieuw uitzag en naast de verpakking een snoepje is aangetroffen dat er vers uitzag. Daarbij komt dat de toegangsdeuren tot de garage kort na de overval zijn veiliggesteld waardoor er niemand meer naar binnen kon en het feit dat er niemand anders die dag nog gebruik had gemaakt van de bewuste snoepautomaat.22

Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verdachte de dader is van de overval.

Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende. Op de M&M verpakking die in de fietsenstalling in de parkeergarage is aangetroffen is een DNA-spoor aangetroffen. Het DNA-profiel van verdachte matcht met het DNA-spoor wat op de M&M verpakking is aangetroffen. De match heeft de maximale bewijskracht met een matchkans van kleiner dan één op één miljard.23

De rechtbank overweegt voorts dat verdachte past in het signalement van de dader. Verdachte heeft hetzelfde postuur als de dader, een lichte huidskleur en had een kaal hoofd.24 Op de foto van 3 augustus 2012 staat de verdachte afgebeeld met een kaal hoofd, en een zwart oorknopje in zijn linkeroor.25 Uit de camerabeelden volgt dat de dader een zwart knopje in zijn oor lijkt te dragen tijdens de overval. Verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij in de periode van de overval ook weleens een zwart oorknopje droeg.

Gelet op deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank de conclusie gerechtvaardigd dat verdachte de dader is van de tenlastegelegde overval, tenzij verdachte een aannemelijke verklaring heeft voor het aanwezig zijn van zijn DNA-profiel op de aangetroffen M&M verpakking.

Scenario’s verdachte

Verdachte heeft eerst ter terechtzitting verklaard dat hij voor 2013, toen hij in [woonplaats] woonde, een paar keer met de fiets naar de Intratuin in Duiven is geweest. Deze Intratuin ligt volgens verdachte tegenover hotel Van der Valk. Verdachte heeft verklaard dat hij soms M&M’s eet tijdens het fietsen.

De rechtbank acht deze verklaring voor het aantreffen van het DNA-profiel van verdachte op de verpakking M&M’s niet aannemelijk. Allereerst acht de rechtbank het onwaarschijnlijk dat verdachte op de fiets uit het in de fietsenstalling aangetroffen zakje M&M’s heeft gegeten. Niet alleen is het per definitie al lastig om M&M’s uit een zakje op de fiets op te eten, aangezien je hiervoor twee handen nodig hebt, maar de staat waarin de specifieke M&M verpakking is aangetroffen maakt dit vrijwel onmogelijk. De M&M verpakking is namelijk aan de voorzijde in de lengte vrijwel geheel doormidden gescheurd.26

Daarbij komt dat het niet aannemelijk is dat er een verpakking de parkeergarage in is gewaaid, dat afkomstig is van iemand die over het fietspad langs het hotel is gefietst richting de Intratuin of komende vanaf de Intratuin. Via de algemeen toegankelijke website Google maps streetview is te zien dat de parkeergarage van hotel Van der Valk op ongeveer 50 meter van het fietspad ligt. Het terrein van het hotel ligt hiertussen en bovendien bevindt zich hiertussen ook nog een heg. Dat de verpakking M&M’s kort voordat het is aangetroffen over zo’n afstand de parkeergarage in is gewaaid tot achter in het achterste fietsenrek acht de rechtbank niet aannemelijk. Dit geldt des te meer nu er vlak naast de verpakking M&M’s een snoepje is aangetroffen en het onwaarschijnlijk is dat deze tijdens het inwaaien precies naast de verpakking terecht is gekomen.

Verder heeft verdachte eerst ter terechtzitting verklaard dat hij weleens wat gedronken heeft in hotel Van der Valk. Dit was ergens voor het jaar 2013, maar hij kan zich niet meer precies herinneren wanneer. Hij zou daar zijn geweest omdat het hotel net nieuw was en hij nieuwgierig was naar hoe het er uit zag.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte voor het aantreffen van zijn DNA-profiel op de M&M verpakking volstrekt onwaarschijnlijk. Hotel Van der Valk in Duiven is blijkens de algemeen toegankelijke website Google geopend in eind 2009. Dat verdachte dus in dit hotel was toen het net open was, verklaart niet waarom er in 2012 een M&M verpakking met zijn DNA-profiel in de parkeergarage van het hotel is gevonden, welke verpakking er uitzag als nieuw.

Aan de verklaringen van verdachte gaat de rechtbank dan ook om voornoemde redenen voorbij.

De verdediging heeft ook naar voren gebracht dat verschillende getuigenverklaringen verdachte vrij zouden pleiten van het tenlastegelegde. Ook hier gaat de rechtbank niet in mee. De rechtbank merkt hierbij op dat zij de gestelde rechtshandigheid van verdachte niet redengevend acht, ook niet nu duidelijk is dat de dader het pistool in zijn linkerhand had. De dader had immers ook nog een hand nodig om het geld aan te pakken. Ook de verklaringen van de getuigen over het accent en de leeftijd van de dader acht de rechtbank niet redengevend, nu de getuigen elkaar enigszins tegenspreken hierin en waarnemingen van stem en leeftijd moeilijk zijn te maken, met name als zij gedaan worden onder stresserende omstandigheden.

Een en ander brengt de rechtbank tot de conclusie dat de gele M&M verpakking die in de parkeergarage van het Van der Valk hotel is aangetroffen afkomstig is van de dader van de overval. Op deze verpakking is het DNA-profiel van verdachte aangetroffen met een matchkans van kleiner dan één op één miljard. Daarnaast past verdachte in het signalement van de dader. Verdachte heeft voor dit alles geen aannemelijke verklaring kunnen geven. Op grond van deze feiten, bezien in onderling verband met de overige hiervoor vermelde bewijsmiddelen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de overval heeft gepleegd.

Feit 2 t/m 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p.300;

- het proces-verbaal van bevindingen, p.301;

- het proces-verbaal onderzoek wapen, p.353-356;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 2017.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het 1 t/m 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 18 november 2012 te Duiven, althans in Nederland, met het

oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld

en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van

een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan hotel Van der Valk en/of [slachtoffer] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte

- die [slachtoffer] een pistool heeft getoond en/of op haar borst gericht en/of

- de volgende woorden aan die [slachtoffer] heeft toegevoegd: "snel geld of ik schiet je overhoop, vuile takkenhoer", althans woorden van gelijke dreigende

aard of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat ze op de grond moest liggen, dat er anders wat zou gebeuren en/of

- een hoeveelheid geld heeft gepakt van de balie en/of

- de volgende woorden aan die [slachtoffer] heeft toegevoegd: "Takkenhoer, ik schiet je een kogel door je kop, blijf maar liggen";

2.

hij op of omstreeks 20 juni 2017 te Arnhem (een) wapen(s) van categorie I onder

7°, te weten

een (imitatie)vuurwapen (model AK 47 van het merk DENIX), zijnde een voorwerp

dat door zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een

vuurwapen (model AK 47 van het merk KALASHNIKOV), en/of

een (imitatie)vuurwapen (model Colt Government 1911 van het merk DENIX),

zijnde een voorwerp dat door zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis

vertoonde met een vuurwapen (model Government 1911 van het merk COLT), voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

3.

hij op of omstreeks 20 juni 2017 te Arnhem een of meer wapen van categorie I,

onder 1, te weten een vlindermes, voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

4.

hij op of omstreeks 20 juni 2017 te Arnhem voorhanden heeft gehad een

hoeveelheid (3 stuks) munitie (kaliber 7.62x39 mm), in elk geval munitie in de

zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Afpersing

Ten aanzien van feit 2:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 3:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie

Ten aanzien van feit 4:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 t/m 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht voor feit 2 t/m 4 een geldboete op te leggen. Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de verdediging ten aanzien van feit 1 geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- een voorlichtingsrapportage van Leger des Heils, gedateerd 22 juni 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Leger des Heils, gedateerd 29 juni 2017;

- het uittreksel uit het justitieel documentatieregister, gedateerd 22 augustus 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 14 september 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een aantal wapens en aan een overval op een hotel. Hij is met een bivakmuts op zijn hoofd en een pistool in zijn hand naar de receptie gelopen, en heeft de receptioniste met dit pistool gedwongen tot afgifte van geld. Hierbij heeft hij tevens gedreigd dat hij de receptioniste overhoop zou schieten als zij niet zou meewerken. Verdachte heeft de overval in de ochtend gepleegd, terwijl er veel hotelgasten aanwezig waren. Dit is een zeer ernstig feit. Een dergelijk feit leidt bij burgers in het algemeen tot angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid. Het feit is ook zeer ingrijpend geweest voor het slachtoffer, en is door haar als zeer bedreigend en beangstigend ervaren. Uit de slachtofferverklaring ter terechtzitting blijkt dat het slachtoffer als gevolg van het feit zich onder psychische behandeling heeft moeten stellen en dat ze momenteel, bijna vijf jaar later, er nog steeds niet bovenop is. Ze is angstig in het dagelijks leven en kan haar werk als receptioniste niet meer naar behoren uitoefenen. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij bij de overval enkel zijn eigen geldelijk gewin heeft vooropgesteld, en geen rekening heeft gehouden met de gevolgen voor het slachtoffer.

De rechtbank houdt er anderzijds bij de strafoplegging rekening mee dat uit het reclasseringsadvies blijkt dat verdachte zijn leven sinds het feit goed heeft opgepakt. Verdachte is in de tussengelegen vijf jaar eenmaal veroordeeld voor een geweldsdelict en heeft hiervoor een training alcohol en geweld moeten volgen. Naar eigen zeggen heeft hij hier een hoop van geleerd en heeft hij zijn leven gebeterd. Daarnaast werkt verdachte met plezier bij een hoveniersbedrijf. De rechtbank betrekt ook bij de strafbepaling dat verdachte voor het tenlastegelegde nauwelijks met politie en justitie in aanraking is gekomen. Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat hoewel de redelijke termijn niet is overschreden, het vanaf het moment dat er een DNA match met verdachte was gevonden, nog lang heeft geduurd voordat het feit voor de rechter kwam.

De ernst van het feiten en de gevolgen voor het slachtoffer bezien, acht de rechtbank alleen een forse gevangenisstraf passend. Wegens voornoemde verzachtende omstandigheden zal deze straf lager zijn dan de officier van justitie heeft geëist. De rechtbank zal een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de [benadeelde 1] toe te wijzen tot het bedrag van € 300,-, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering. De officier van justitie heeft voorts verzocht de vordering van de [benadeelde 2] tot betaling van het bedrag van € 5.800,- toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 64 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, nu verdachte van de hem ten laste gelegde overval dient te worden vrijgesproken. Subsidiair is aangevoerd dat aan [benadeelde 1] een bedrag ter hoogte een bedrag van € 380,- kan worden toegewezen, nu volgens aangeefster dit bedrag is meegenomen bij de overval. De loonkosten zijn volgens de verdediging onvoldoende gespecificeerd. Voor wat betreft de vordering van [benadeelde 2] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het vaststellen van de psychische schade niet eenvoudig is en een onevenredige belasting van het strafproces met zich brengt.

Beoordeling door de rechtbank

[benadeelde 1]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 370,- schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. De rechtbank neemt bij dit bedrag als uitgangspunt de verklaring van aangeefster over het weggenomen bedrag. Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Hierbij overweegt de rechtbank nog dat de gevorderde loonkosten die de benadeelde partij aan het slachtoffer zou hebben moeten betalen onvoldoende zijn gespecificeerd.

[benadeelde 2]

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij door het strafbare feit immateriële schade heeft geleden, zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. De benadeelde partij heeft psychische schade opgelopen en is niet meer in staat haar werk als receptioniste uit te oefenen. De rechtbank zal het gevorderde bedrag ter vergoeding van die schade matigen tot een bedrag van € 3.000,-, gelet op de hoogte van schadevergoedingen die worden toegekend in soortgelijke zaken. Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

De rechtbank zal bij beide toegewezen vorderingen eveneens de schadevergoedingsmaatregel opleggen en de gevorderde wettelijke rente toewijzen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 57, 63, 91 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 13, 26, 55 en 56 van de Wet Wapens en Munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de [benadeelde 1] .

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de [benadeelde 1], van een bedrag van € 370,-(driehonderdzeventig) euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de [benadeelde 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de [benadeelde 1] , een bedrag te betalen van € 370,- (driehonderdzeventig) euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 7 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de [benadeelde 2]

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de [benadeelde 2], van een bedrag van € 3.000,- (drieduizend) euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de [benadeelde 2] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de [benadeelde 2] , een bedrag te betalen van € 3.000 (drieduizend) euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 40 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.W. van de Sande (voorzitter), mr. J. Barrau en mr. H. Broekhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Ruizendaal-van der Veen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 oktober 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 2] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2012128936 en 2017098391, gesloten op 7 juli 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer] p.31.

3 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer] , p.32.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p.50.

5 Proces-verbaal sporenonderzoek, p.158-159.

6 Proces-verbaal sporenonderzoek, p.160 en Rapport DNA-onderzoek aan een referentiemonster van een veroordeelde, p.190, 192.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p.48.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p.49.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p.50.

10 Proces-verbaal, p.228.

11 Proces-verbaal, p.227.

12 Proces-verbaal, p.228.

13 Proces-verbaal, p.230 en fotoprints, p.248.

14 Proces-verbaal, p.231.

15 Proces-verbaal, p.232.

16 Proces-verbaal, p.232.

17 Proces-verbaal, p.233.

18 Fotoprints, p.245.

19 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 2 oktober 2017.

20 Proces-verbaal van bevindingen, p.228-230.

21 Proces-verbaal van bevindingen, p.230.

22 Proces-verbaal van bevindingen, p.233 en p.236.

23 Rapport DNA-onderzoek aan een referentiemonster van een veroordeelde, 15 januari 2016, p.190-192.

24 Proces-verbaal, p.236 en proces-verbaal van bevindingen, p.335.

25 Rechterlijke waarneming ter terechtzitting d.d. 2 oktober 2017, van een foto, p.349-350.

26 Rechterlijke waarneming ter terechtzitting d.d. 2 oktober 2017, van fotoprint foto 12, p.168.