Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5244

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-10-2017
Datum publicatie
09-10-2017
Zaaknummer
05/259961-16
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2018:8653, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank komt tot een veroordeling van een ouder (vader) wegens kindermishandeling gepleegd in Winterswijk op 16 december 2016. De andere ouder (moeder) wordt vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/259961-16

Datum uitspraak : 9 oktober 2017

Tegenspraak ex artikel 279 Sv.

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

raadsman: mr. M.P.T. Peters, advocaat te Zutphen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 25 september 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 16 december 2016 te Winterswijk, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen,

zijn kind, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ),

heeft mishandeld door die [slachtoffer] (met kracht) een of meermalen

- op/tegen het hoofd te slaan en/of te stompen (waardoor die [slachtoffer] met

haar hoofd tegen een verwarming is gekomen/gevallen) en/of

- op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

- tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te trappen/schoppen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding onderzoek

Naar aanleiding van een melding via de huisartsenpost van een mogelijke mishandeling gaat de politie op 16 december 2016 rond 19.30 uur naar de woning van verdachte. Daar wordt de oudste dochter uit het gezin - naar later blijkt [slachtoffer] , geboren [geboortedatum] - liggend en met haar arm in een onnatuurlijke houding aangetroffen bij het trapgat van de zolder.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. De officier van justitie heeft gerequireerd tot vrijspraak van verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken. Het dossier is te vaag en onvolledig om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te kunnen komen, aldus de raadsman. De raadsman heeft het standpunt van de verdediging toegelicht aan de hand van zijn pleitnotitie.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het tenlastegelegde uit van de volgende feiten en omstandigheden.

De politie ziet op 16 december 2016 voor het trapgat op de zolderverdieping een meisje - naar later bleek [slachtoffer] – liggen. Het meisje is niet aanspreekbaar. Haar rechter arm ligt in een onnatuurlijke houding naast haar lichaam. De politie ziet dat [slachtoffer] spastische bewegingen maakt en met haar ogen draait. Tevens ziet de politie dat het meisje een flinke zwelling aan de linkerzijde van haar gezicht heeft. De politie vraagt via de meldkamer met spoed om een ambulance. Ondertussen probeert de politie om [slachtoffer] in de stabiele zijligging te leggen, omdat zij een schokkende ademhaling heeft en om te voorkomen dat zij niet in het trapgat valt. Op de vraag van de politie aan een van de zusjes hoelang [slachtoffer] daar al ligt, antwoorden de beide zusjes ( [getuige 1] en [getuige 2] ) dat [slachtoffer] daar al ongeveer drie kwartier ligt.

De ouders van [slachtoffer] zijn wel in de woning aanwezig, maar zij zijn niet bij [slachtoffer] en bekommeren zich niet om haar.

Als [slachtoffer] vervolgens per ambulance is overgebracht naar het ziekenhuis verklaart zij daar tegenover de politie dat zij meerdere keren door haar vader is geslagen en geschopt.

Haar vader was naar boven gekomen en had haar met kracht geslagen. Zij was op de grond terecht gekomen en toen had hij haar meerdere keren getrapt in de maagstreek en het gezicht. Zij heeft geprobeerd haar gezicht te beschermen door haar handen voor het gezicht te houden. De politie ziet dat er meerdere blauwe plekken en zwellingen op de onderarmen van [slachtoffer] zitten.2

De politie heeft de dienstdoende centralist van de huisartsenpost gehoord. Deze verklaart dat een zus van het slachtoffer hysterisch belde en zei dat haar zus van de trap was gevallen en haar pols had gebroken. De centralist hoorde op de achtergrond een hoop geschreeuw. De centralist verklaart verder dat er een tweede keer is gebeld door een zus van het slachtoffer met een collega centralist. Dit keer is er gezegd dat er tegen het hoofd van de zus was getrapt, dat zij bang was, zich bedreigd voelde en dat zij zich samen met haar jongste zusje had opgesloten op zolder. Deze centralist hoorde op de achtergrond een stem van een jonger meisje.3

[slachtoffer] is op 17 december 2016 in het ziekenhuis gehoord door de politie. Zij verklaart dan dat zij de zolderverdieping als haar kamer heeft. Zij hoorde haar vader met luide stem tegen haar moeder praten. Het kwam er op neer dat haar vader haar er van beschuldigde dat ze een vriendje in Nijmegen zou hebben en zij daar een tijdje zou zijn geweest. Even later hoorde zij haar vader naar boven komen. Hij kwam bij haar op de zolderkamer. Hij beschuldigde haar er van dat ze hem bedroog en dat ze een hoer was en meer van dat soort uitlatingen. Hierna begon haar vader haar te slaan en te schoppen en daarbij heeft zij het letsel opgelopen.4

Een buurvrouw heeft verklaard dat zij die avond tussen 19.00 en 19.30 uur geschreeuw hoorde bij de buren. Het klonk nogal heftig.5

De rechtbank komt op grond van voormelde bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring. Verdachte heeft zelf geen verklaring willen afleggen. De verklaringen die de moeder van [slachtoffer] heeft afgelegd passen niet bij het door de politie bij [slachtoffer] geconstateerde letsel, met name de meerdere blauwe plekken en zwellingen op de onderarmen van [slachtoffer] . De combinatie van de door de politie gedane bevindingen, de tweede melding bij de huisartsenpost en de verklaring die [slachtoffer] op 17 december 2016 tegenover de politie heeft afgelegd, sluiten op verschillende onderdelen op elkaar aan.

3 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 16 december 2016 te Winterswijk, tezamen en in vereniging

met een of meer anderen, althans alleen,

zijn kind, [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] ),

heeft mishandeld door die [slachtoffer] (met kracht) een of meermalen

- op/tegen het hoofd te slaan en/of te stompen (waardoor die [slachtoffer] met

haar hoofd tegen een verwarming is gekomen/gevallen) en/of

- op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

- tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te trappen/schoppen.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op: mishandeling, begaan tegen zijn kind.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft voorgesteld dat voor het geval de rechtbank toch tot enige bewezenverklaring mocht komen artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, dan wel wordt volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke taakstraf.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 16 augustus 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 30 augustus 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een voorwaardelijke werkstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een mishandeling van zijn dochter [slachtoffer] . Verdachte heeft zijn dochter geslagen, geschopt en getrapt op of tegen het lichaam en/of hoofd. Dat dit met heftigheid heeft plaatsgevonden blijkt wel uit de bange en angstige reacties van zowel [slachtoffer] als haar zusjes. De rechtbank neemt mee dat verdachte geen verantwoordelijk heeft genomen voor zijn handelwijze, hij realiseert zich niet dat hij iets verkeerd heeft gedaan.

Alleen al het feit dat verdachte en zijn vrouw [slachtoffer] gedurende geruime tijd bij het trappengat hebben laten liggen en zich op geen enkele manier om haar hebben bekommerd, baart de rechtbank grote zorgen. . Een onvoorwaardelijke straf is dan in beginsel op zijn plaats.

Door de reclassering is gerapporteerd dat de rust in het gezin inmiddels beetje bij beetje is teruggekeerd. De kans op recidive lijkt verminderd, mede vanwege de toegenomen sociale inbedding in de buurt/leefomgeving. Door de reclassering is geadviseerd om een geheel voorwaardelijke straf op te leggen, zonder daaraan voorwaarden te verbinden. De rechtbank zal het eerste gedeelte van dit advies volgen, maar acht het anders dan de reclassering wel geïndiceerd om daaraan de bijzondere voorwaarde van meldplicht bij de reclassering te verbinden, om zodoende zicht te houden op de situatie binnen het gezin en de rol van verdachte.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 300, 304 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft

begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven

bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder

punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een taakstraf voor de duur van zestig (60) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van dertig (30) dagen;

 bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later

anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

Meldplicht

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich uiterlijk op 26 oktober 2017 zal melden bij Reclassering Nederland, unit Zutphen (Houtwal 16d) en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

 beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

 geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J.M. van Apeldoorn, voorzitter, mr. J.H.D. van Onna

en mr. S.W. Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van L.E.M. van Bun, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 oktober 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant hoofdagent [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-20166126675, gesloten op 21 december 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpag. 4, 5 en 6

3 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpag. 7 en 8

4 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpag. 9

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , doorgenummerde dossierpag. 25